CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR21.007 Regionale rapportage COVID-19 (20201202)

Raad 19 januari 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Post derden6.615 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

45

Regionale rapportage COVID-19 2 december 2020

1

452906

Inhoudsopgave

INLEIDING ........................................................................................................................................................ 3 1.

VIRUSVERSPREIDING ................................................................................................................................ 4 1.1. 1.2. 1.3.

2.

KWETSBAREN BESCHERMEN................................................................................................................... 21 2.1 2.2.

3.

AANTAL POSITIEF GETESTE PERSONEN ............................................................................................................... 4 TESTEN .................................................................................................................................................... 15 AANTAL OVERLEDENEN COVID-19 ............................................................................................................... 19

MONITORING VERSPREIDING VIRUS BINNEN ZORGINSTELLINGEN .......................................................................... 21 MELD- EN ADVIESPUNT BEZORGD ................................................................................................................. 23

ZORGCONTINUÏTEIT ................................................................................................................................ 24 3.1 ZIEKENHUIZEN ........................................................................................................................................... 24 3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk ............................................................................................. 24 3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio ............................................................................................................ 25 3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio ..................................................................................................... 25 3.2 ZORGINSTELLINGEN (NIET ZIJNDE ZIEKENHUIS).................................................................................................. 26 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen ................................................................................................ 26 3.3 OPVANGLOCATIES BUITEN HET ZIEKENHUIS ...................................................................................................... 27 3.4 BEELD PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN ............................................................................................... 28

BIJLAGE 1. GEDRAGSONDERZOEK RIVM EN GGD’EN: NALEVEN GEDRAGSREGELS .......................................... 29 BIJLAGE 2. TAKEN EN BEVOEGDHEDEN COVID-19 .......................................................................................... 31

2

Inleiding Voor u ligt de regionale rapportage COVID-19 van de regio Utrecht. De regionale rapportage is ter informatie. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) draagt in crisistijd de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening en draagt zorg voor een regionale gecoördineerde aanpak. De regionale integrale rapportage is een hulpmiddel om zo goed mogelijk overzicht te krijgen in de COVID-19 ontwikkelingen in de zorg (acuut en niet acuut) in de regio en daar waar nodig tijdig bij te sturen en maatregelen te nemen. Zodat een veilige en efficiënte zorgverlening wordt gewaarborgd en de zorg beheersbaar blijft. De regionale rapportage wordt één keer per week opgesteld. De gepresenteerde informatie uit de rapportage kan worden ingehaald door actuele ontwikkelingen en kan op details soms niet synchroon lopen met de door het RIVM gepresenteerde cijfers vanwege het moment van peiling. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen verdere conclusies worden verbonden.

3

1.

Virusverspreiding

1.1.

Aantal positief geteste personen

Figuur 1 presenteert het landelijke beeld ten aanzien van de bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 6 juli. De piek van de epidemie was van medio maart tot de derde week van april. De epidemie is daarna langzaam afgenomen. Vanaf begin september is het aantal besmettingen geleidelijk gestegen naar ruim 10.000 besmettingen per dag. Vanaf 19 oktober nam het aantal besmettingen landelijk nog steeds toe, maar minder hard dan de weken daarvoor. Begin november was er sinds lange tijd weer sprake van een daling in het aantal besmettingen per dag. Afgelopen drie weken zien we echter dat het aantal besmettingen een plateau bereikt van gemiddeld 4500 per dag. Een vergelijkbaar beeld zien we in de regio. Ook in veel Europese landen blijft het aantal besmettingen relatief hoog, hoewel sommige landen die de afgelopen weken veel hoger zaten dan Nederland (België, Frankrijk, Spanje) inmiddels relatief gezien minder besmettingen hebben.

Figuur 1. Landelijk bij de GGD gemelde patiënten COVID-19 vanaf 6 juli. Peildatum: 1 december 2020 10:00. Bron RIVM

Tot en met 1 december 9:00 uur zijn in totaal 44.463 personen positief op COVID-19 getest in de regio Utrecht. Het verloop van de aantallen is per week weergeven in figuur 5. Week 43 had tot nu toe het hoogst aantal besmettingen per week. Na een forse daling vanaf week 44 is het aantal besmettingen per week nu min of meer stabiel rond de 3000 per week. In week 48 zijn er in totaal 2765 nieuwe besmettingen bij gekomen.

Aantal besmettingen naar eerste ziektedag, peildatum 1 december 7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0 5 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 Figuur 2. Aantal COVID-19 positief gemelde personen per week GGD regio Utrecht. Peildatum: 1 december.

4

De infectiedruk stabiliseert en blijft hoog Na maandenlange afname in het aantal besmettingen, is er vanaf medio juli weer een stijging in het aantal COVID-19 positieve personen. De stijging zette door tot half augustus. Deze stijging in het aantal besmettingen leek een direct gevolg van de verregaande versoepelingen die vanaf 1 juli zijn doorgevoerd. Na het aanscherpen van maatregelen en aandacht in de media stabiliseerde het aantal besmettingen, tot week 36. Vanaf week 37 is er opnieuw een zorgelijke grote stijgende trend in het aantal besmettingen waar te nemen. Deze toename heeft de overheid doen besluiten tot het instellen van strengere maatregelen. De effecten van de maatregelen genomen begin en medio oktober zijn nu zichtbaar in de besmettingsaantallen. Begin november zagen we op week en dagbasis een daling in het aantal besmettingen. Deze daling heeft zich niet doorgezet en ook landelijk overgegaan naar een stabilisatie, waardoor de ingestelde landelijke maatregelen nog niet afgeschaald zijn. De regio Utrecht is sinds 13 oktober volgens de landelijke richtlijnen van inschaling door de minister van VWS ingeschaald als risiconiveau ‘zeer ernstig’.

De niveaus ‘waakzaam’, ‘zorgelijk’, ‘ernstig’ en ‘zeer ernstig’ zijn op dit moment gedefinieerd als: • Waakzaam: meer dan 50 besmettingen per 100.000 inwoners per week • Zorgelijk: tussen de 100 en 150 besmettingen per 100.000 inwoners per week • Ernstig: tussen de 150 en 250 besmettingen per 100.000 inwoners per week • Zeer ernstig: meer dan 250 besmettingen per 100.000 inwoners per week Naast deze waarden geldt ook het vindpercentage (ernstig: >10%), de effectiviteit van het BCO, de zorgcontinuïteit en de R-waarde als onderdeel van de inschaling. Oftewel, ook al worden de waarden als 250 per 100.000 en 10% vindpercentage niet exact gehaald, er kan wel degelijk reden zijn om op basis van aanvullende signalen een hoger risiconiveau te adviseren. Het beeld was in eerste instantie dat met name in stedelijk gebied het aantal besmettingen fors opliep. Afgelopen weken zagen we dat overal in de regio de besmettingen toenamen. In alle leeftijdsgroepen, in alle settings, in alle gemeenten. Een duidelijk signaal dat het virus veel meer aanwezig was ten opzichte van de zomermaanden. Regio Utrecht zat tot voor kort ruim boven de 250 besmette gevallen per 100.000 inwoners per week. Sinds week 45 zit de regio net onder de 250 besmette gevallen per week, maar met 206 per 100.000 in week 48 is de afname gestabiliseerd.

Het vindpercentage is wel iets verder afgenomen naar een percentage van 10,5% in de afgelopen week, maar daarmee blijft de infectiedruk vooralsnog erg hoog. Alleen samen krijgen we corona onder controle Om verdere verspreiding van het virus te voorkomen, blijft het belangrijk dat mensen zich aan de maatregelen houden. Afstand houden, drukke plaatsen vermijden, handen wassen, niezen en hoesten in de elleboog en het gebruik van papieren zakdoekjes. Dat geldt ook voor zoveel mogelijk thuiswerken en testen bij de eerste klachten. De laatste weken is de landelijke communicatie hierover weer geïntensiveerd en is onderdeel van de aanvullende regionale maatregelen. Aangescherpte maatregelen om de verspreiding van het virus terug te dringen Belangrijkste oorzaak van het snel stijgend aantal besmettingen is dat niet iedereen de regels naleeft om besmetting te voorkomen. Na de persconferentie op 28 september zijn nieuwe maatregelen afgekondigd om het aantal contactmomenten terug te dringen. Deze landelijke maatregelen hebben de afgelopen twee weken niet geleid tot een stabilisatie of vermindering van besmettingen. Daarom is op de persconferentie van 13 oktober jl. een gedeeltelijke lockdown aangekondigd. Vanaf 14 oktober 18:00 gelden de aangescherpte maatregelen en deze maatregelen zullen gelden tot tenminste half december.

De eerste effecten van deze maatregelen zijn nu zichtbaar in het aantal besmettingen en ook nu in

5

de ziekenhuisopnames en overlijdens aantallen. De extra maatregelen die op 3 november aangekondigd zijn met de ingang van 19 november weer los worden gelaten en gaat Nederland terug naar de gedeeltelijke lockdown. In figuur 3 staan de COVID-19 positieve patiënten vanaf 4 mei uitgezet naar de dag dat deze personen voor het eerst klachten hebben ontwikkeld. Nadat iemand klachten ontwikkelt, zit er enige tijd tussen totdat iemand zich laat testen en gemeld wordt bij de GGD. Dit betekent dat het te verwachten is dat aantal mensen met een eerste ziektedag <1 week geleden nog aangevuld zal worden. Het figuur geeft een overzicht van het verloop van de COVID-19 infecties in de regio Utrecht, vanaf het moment van de eerste versoepeling van maatregelen. Onderin het figuur staat met pijltjes de recent ingevoerde aanscherping van de maatregelen aangegeven. Als er een effect te verwachten is van de maatregelen, wordt dit effect na ongeveer 2 weken verwacht. Voor de maatregelen aangekondigd op 13 oktober jl. hebben we effecten terug gezien in het aantal besmettingen en ook in de ziekenhuisopnames en overlijdensaantallen is een voorzichtige stabilisatie te zien. Echter het aantal besmettingen blijft nu stabiel op een hoog niveau en zal eerst verder moeten dalen.

6

Figuur 3. Totaal aantal positieve registraties naar begin van de klachten, indien niet aanwezig dan meldingsdag – 3 kalenderdagen. Peildatum 1 december.

7

Iedere fase in deze coronacrisis heeft zijn eigen indicatoren die iets zeggen over het verloop van de epidemie. Na een flinke afname in het aantal besmettingen en daarmee samenhangend het aantal ziekenhuisopnames en overlijdens, kwamen we in een fase van laagdrempelig testen van iedereen en het meer loslaten van de maatregelen. Als gevolg van de toename in besmettingen kwamen zowel het laagdrempelig testen als het uitgebreide bron en contact onderzoek onder druk, zowel landelijk als in de regio Utrecht. In de regio Utrecht werd nog wel een volledig brononderzoek gedaan, maar loopt het informeren van de contacten via de besmette indexpersoon. Na weken van drukte op de teststraten is de testcapaciteit in de regio inmiddels dermate opgehoogd dat de wachttijden inmiddels vrijwel verdwenen zijn in de regio Utrecht. Het BCO is inmiddels weer volledig opgestart, inclusief het monitoren en informeren van contacten. Figuur 4 presenteert het aantal positief geteste COVID-19 personen per gemeente van de afgelopen week. In figuur 5 zijn de besmettingen per 100.000 inwoners weergeven per gemeenten van de regio Utrecht. De meeste nieuwe gevallen in de afgelopen week zijn gemeld in de gemeente Utrecht. De afgelopen week is het aantal besmettingen per 100.000 inwoners in de meeste gemeente gelijk gebleven of licht gedaald. Een aantal gemeenten laat een toename zien in het aantal besmettingen.

De meeste besmettingen worden vooral verklaard door uitbraken in gezinssituaties (1 positief geval betekent meteen 3 of 4 positieven), ook zijn er verspreid over de regio clusters van besmettingen op middelbare scholen (wat ook weer kan leiden tot gezinsclusters) en woonzorgcentra. Daarbij geldt voor de weergave in relatieve cijfers dat hoe lager het inwonersaantal des te grilliger het verloop zal zijn (zie vergelijking figuur 4 en 5). Enkele besmettingen meer of minder geven een relatief grote toename of afname.

Aantal besmettingen per gemeente, periode 23 t/m 29 november, peildatum 1 december 566

600 500 400

344 287

300

100

173

168

200 39

29

60

89

87 10

62

46

93

23

26

25

7

57

69

80

123

112 45

97 34

0

Figuur 4. Aantal positief geteste personen per gemeente tussen 9 t/m 15 november. Peildatum: 1 december.

8

Besmettingen per 100.000 inwoners, peildatum 1 december 900 800 700 600 500 400 300 200 100

0

45

46

47

48

Figuur 5. Aantal positief geteste personen per 100.000 inwoners per gemeente tussen 2 t/m 29 november. Peildatum: 1 december.

Figuur 6 laat in een kaart van Nederland het aantal positief geteste COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente zien. Dit is het cumulatieve aantal van de afgelopen twee weken. De gemeente Bunschoten heeft het eennahoogste aantal patiënten per 100.000 van de van Nederland met ruim 1230 patiënten per 100.000 inwoners. Van de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) heeft Utrecht met 334 patiënten per 100.000 inwoners na Rotterdam en Amsterdam het derde aantal besmette personen.

9

Figuur 6. Aantal in de afgelopen twee weken bij de GGD’en gemelde COVID-19 patiënten per 100.000 inwoners per gemeente met GGD meldingsdatum van 17 november t/m 1 december 10:00 uur (Bron: RIVM). Peildatum: 1 december.

10

Verschuiving in leeftijdsverdeling In figuur 7 staat het aantal positieve meldingen per week weergeven, onderverdeeld naar leeftijdscategorie. Vanaf de maand juni was te zien dat het percentage van de leeftijdscategorieën 0-19, 20-39 en 40-59 stijgt in verhouding tot de ouderencategorie (60 jaar en ouder). Dit is een direct gevolg van het ruimere testbeleid, waarbij niet alleen meer risicogroepen (ouderen en zorgmedewerkers) worden getest, maar iedereen bij lichte klachten getest kan worden. In de maanden juli en augustus was ruim 65% van de positief getesten jonger dan 40 jaar, waar dit in de periode maart t/m mei nog onder de 30% lag. Vanaf begin september is er een opvallende trendbreuk te zien wat betreft de leeftijdscategorieën 60-79 en 80-99, die beiden toenemen. In week 48 is het percentage van 80 jaar en ouder naar 6,2% van het totaal aantal besmettingen. Dit zien we ook terug in het aantal clusters in woonzorginstellingen, waar nu pas een stabilisatie is te zien is. Daarnaast zien we een groei in het aantal 0-19 jarigen, namelijk 20,6%. Figuur 7 geeft het percentage positief getesten weergeven waarbij een uitsplitsing is gedaan voor basisschool (0-12), voortgezet onderwijs onderbouw (13-15), voortgezet onderwijs bovenbouw (16-18) en studenten (19-27) leeftijd en vergeleken met de andere leeftijdsgroepen.

Deze groepen worden specifiek uitgelicht vanwege een landelijke toename van ziektegevallen en clusters onder studenten en middelbare scholieren. Zoals te zien is in figuur 7 is het aandeel jongeren t.o.v. alle besmettingen deze week weer boven de 30% in week 48. Het aandeel van 0-12 jarige neemt de afgelopen weken toe naar 5,5%. Het percentage van de onderbouw van de middelbare school is 5,9% en het aandeel van de bovenbouwleeftijd is 7,1% van het totaal aantal besmettingen. Welke rol de scholen precies spelen binnen de totale uitbraak zal de komende weken verder worden onderzocht. Afgelopen weken is het percentage in de leeftijdscategorie 17 tot 27 jarige steeds verder afgenomen en zit rond 14%.

Figuur 7. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week. Peildatum: 1 december

Figuur 8. Leeftijdsverdeling COVID-19 registraties per week met uitsplisting 0-12, 13-15, 16-18 en 19-27 jaar t.o.v. van alle andere leeftijden. Peildatum: 1 december

11

In figuur 9 en figuur 10 worden de besmettingen per gemeente uitgezet naar leeftijdscategorie voor de periode van 16 t/m 29 november (week 47 en 48). De grote steden Amersfoort en Utrecht hebben de meeste besmettingen onder de leeftijd van 40 jaar. Een aantal gemeenten heeft relatief gezien een groter aandeel ouderen, zoals Bunschoten, De Bilt, De Ronde Venen, Leusden, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug en Veenendaal. In de meeste gevallen wordt dit veroorzaakt door een (grote) uitbraak in een woonzorgcentrum. Bij de interpretatie van de figuren moet altijd rekening worden gehouden met het aantal totaal besmettingen van de gemeenten. (zie figuur 10). De gemeenten Renswoude bijvoorbeeld heeft maar 14 besmettingen, waardoor de verhouding tussen leeftijden extremer lijkt. Ook moet rekening worden gehouden met de leeftijdsverdeling van alle inwoners binnen een gemeente. De gemeente Utrecht heeft naar verhouding veel meer inwoners onder de 40 jaar (ruim 60% op 1 januari 2020), als belangrijke studentenstad, en dat zie je ook terug in het aantal besmettingen.

Figuur 9. Aantal besmettingen per gemeente verdeeld over leeftijdscategorieën, periode 16 t/m 29 november, peildatum 1 december.

12

Figuur 10. Tabel met aantal besmettingen per gemeente per leeftijdscategorieën, periode 16 t/m 29 november, peildatum 1 december.

13

Bron van besmetting Tijdens het bron- en contactonderzoek wordt gevraagd naar de mogelijke bron van besmetting. In figuur 11 is het aantal COVID-19 registraties uitgezet naar de waarsachijnlijke setting van besmetting uitgevraagd in het Bron en contactonderzoek in periode 2 t/m 29 november. De meeste besmettingen vinden plaats in de gezinssituatie of is de bron niet bekend. Afgelopen week was 55,7% te herleiden tot de gezinssituatie. Bij 5,9% van de besmettingen was de bron onbekend. 10,1% van de besmettingen vond plaats in de werksituatie en 15,3% van de besmettingen vond plaats bij onderwijsinstellingen (basis, voortgezet, beroeps- en universitair onderwijs). Alle verschillende zorginstellingen zijn in 8,6% van de besmettingen de meest waarschijnlijke bron.

Aantal COVID-19 registraties naar bron van besmetting, peildatum 1 december Gezinssituatie Werkplek Onderwijs (VO/HO) Onbekend Basis onderwijs/BSO/KDV Intramurale langdurige zorg Overige zorg Ziekenhuis Verenigingen (sport, student) Evenement Vrije tijdsbesteding Horeca Intramurale zorg overig Transport/OV 0

200

400

600 48

47

800 46

1000

1200

1400

1600

1800

45

Figuur 11. Percentage COVID-19 besmettingen in de regio Utrecht uitgezet naar bron van besmetting. Periode 2 t/m 29 november. Peildatum: 30 november.

14

1.2.

Testen

Vanaf 1 juni kunnen alle volwassenen met ziekteverschijnselen van COVID-19 zich aanmelden voor een test bij de GGD. Om de epidemie te volgen en te controleren is het belangrijk dat mensen met COVID-19 gerelateerde klachten zich direct laten testen. Naast 5 regionale testlocaties (in Amersfoort, Veenendaal, Vianen, Woerden en Utrecht) en het XL testpaviljoen in Utrecht, zet GGDrU mobiele testbussen en lokale teststraten in zodat meer inwoners zich dichterbij huis kunnen laten testen. De 2 mobiele testbussen staan op diverse standplaatsen (momenteel in Mijdrecht, Eemnes, Lopik, Renswoude, Wijk bij Duurstede, Rhenen, Oudewater en in de wijk Kanaleneiland in Utrecht). De lokale teststraten zijn op dit moment te vinden in Woudenberg, Bunschoten en in de wijk Overvecht in Utrecht. De komst van deze extra testcapaciteit speelt in op fijnmazig testen: dichter bij alle inwoners, en nog makkelijker en sneller testen. Met ingang van 1 december kunnen mensen van wie uit bron- en contactonderzoek of de CoronaMelder app is gebleken dat zij in nauw contact zijn geweest met een besmet persoon en in quarantaine zitten, zich op corona laten testen. Ook als ze geen klachten hebben. Dit kan op de 5e dag na het laatste risicovolle contact met die persoon. Op deze dag is het virus ook bij mensen zonder klachten goed aan te tonen met een PCR-test.

Is de uitslag negatief, dan hoeft de quarantaineperiode van 10 dagen niet afgemaakt te worden. Belangrijke voorwaarde is wel dat mensen tot de 10e dag contact met kwetsbare personen vermijden, alert blijven op klachten en zich opnieuw laten testen als zij toch klachten krijgen. In figuur 12 is het aantal uitgevoerde testen, inclusief de thuisbemonsteringen in de teststraat weergeven vanaf 1 juni en de maximale testcapaciteit van de GGD regio Utrecht. Tot begin oktober was het maximaal aantal beschikbare testplaatsen op de testlocaties van GGD regio Utrecht vastgesteld op 3000 per dag, vanwege het landelijke gebrek aan laboratoriumcapaciteit. Inmiddels is de testcapaciteit uitgebreid naar maximaal 5215 plekken per dag. Door afname in testaanvragen staan op dit moment staat in de planning per dag 5215 plekken open, maar er kan elk moment worden opgeschaald naar de maximale testcapaciteit van ruim 7000 testafnames per dag. In het aantal afgenomen testen zien we, net zoals eerder in juni en juli, ook weer een weekendeffect.

15

Teststraataantallen per dag van GGDrU testlocaties 7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0 Totaal aantal afgenomen testen

Maximale test capaciteit

Figuur 12. Overzicht testen in teststraten en thuisbemonstering GGDrU vanaf 1 juni met vanaf begin september de maximale testcapaciteit weergeven. Peildatum: 2 december

Het aantal afgenomen testen is in week 48 weer licht gestegen naar 22.841 afgenomen testen. In totaal zijn sinds 1 juni ruim 447.867 testen in de regio Utrecht afgenomen (stand van zaken 2 december begin van de dag), dat is 9,4% van alle testen die in Nederland zijn uitgevoerd. In figuur 13 is het aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners weergeven voor de laatste zes weken, waardoor het verloop goed zichtbaar is. Vergeleken met week 45 en 46 neemt het aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners voor de gehele regio weer toe. Echter zit het aantal voor de meeste gemeente nog onder de testaantallen van week 43 en 44. De testcapaciteit bij de GGD teststraten kan geen effect hebben het lage aantal afgenomen testen, want op dit moment is er voldoende testcapaciteit op de GGD teststraten. Een reden kan zijn dat er minder mensen met klachten in de regio zijn. Mogelijk komt dit ook doordat mensen zich laten testen in een van de vele commerciële teststraten. Ook landelijk is er de sprake van een relatief laag aantal uitgevoerde testen ondanks een kleine stijging afgelopen week. Doordat we geen goed overzicht krijgen van het totaal aantal getesten in de commerciële teststraten, is het lastig om hiervoor te corrigeren. Ook worden positieve testuitslagen van commerciële snelteststraten, ondanks dat deze meldingsplichtig zijn, niet altijd doorgegeven aan de GGD.

Mogelijk dat het openen van diverse landelijke XL-teststraten (waaronder in Utrecht) waar ook gevalideerde sneltesten worden aangeboden, ervoor kan zorgen dat weer meer mensen zich via GGD-teststraten laten testen.

16

Test aantallen per gemeente per 100.000 inwoners, peildatum 1 december 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0

week 43 & 44

week 45 & 46

week 45 & 47

Figuur 13. Overzicht aantal afgenomen testen per 100.000 inwoners per gemeente per twee weken geleden, periode 19 oktober t/m 29 november, peildatum 1 december

Vindpercentage per week In figuur 14 is het totaal aantal testen uitgevoerd door GGDrU per week uitgezet, inclusief het percentage positieve COVID-19 uitslagen uit deze testen. Het vindpercentage is afgelopen week verder gedaald ten opzichte van voorgaande weken naar regionaal een vindpercentage van 10,5% en landelijke 11,1% week 48. De hoogste vindpercentages in Nederland worden gezien in de regio’s Flevoland (16%), Rotterdam-Rijnmond (15%), en Twente (14%). Dit zijn ook de regio’s met het relatief hoogst aantal nieuwe besmettingen. De regio Utrecht zit rond het landelijke gemiddelde.

17

Testen uitgevoerd in teststraten GGDrU en percentage positief, per week 40000

20,0 18,0

35000

14,0 25000

12,0

20000

10,0 8,0

15000

6,0

Percentage positief

Aantal uitgevoerde testen

16,0 30000

10000 4,0 5000

2,0

0

0,0 23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

33

34

35

36

37

38

39

40

41

42

43

44

45

46

47

48

Weeknummer UT

% POS UT

% POS NL

Figuur 14. Overzicht trends in aantallen uitgevoerde testen in teststraten regio Utrecht en percentage. Peildatum 2 december

18

1.3.

Aantal overledenen COVID-19

In totaal zijn in de regio Utrecht 710 personen aan een bevestigde besmetting met COVID-19 overleden (peildatum: 2 december), waarvan 7 inwoners die officieel elders woonachtig is maar tijdelijk in de regio verbleef. De piek in het aantal overledenen was eind maart-begin april, ongeveer een maand na de eerste piek in besmettingen. Vanaf oktober is er weer sprake van een twee piek in overlijdens, maar deze is (nog) niet vergelijkbaar met de aantallen in de eerste golf. Omdat er tijd zit tussen het overlijden, het melden en de registratie is het mogelijk dat de laatste dagen overlijdens nog niet aan de GGD zijn gemeld. Personen die overleden zijn in deze periode en die niet getest zijn op COVID-19, zijn niet in deze registratie meegenomen. Hierdoor zal het werkelijke aantal personen dat aan COVID-19 overleden is, hoger zijn. In de gemeenten Utrecht, Vijfheerenlanden en IJsselstein is het aantal overledenen als gevolg van COVID-19 sinds het begin van de epidemie het hoogste (zie figuur 15).

Figuur 15. Aantal personen overleden aan COVID-19 per gemeente in de regio Utrecht. Peildatum: 2 december

Net zoals het landelijk beeld laat zien, neemt ook in de regio Utrecht het risico op overlijden toe met de leeftijd (zie figuur 16 voor het totaal aantal overleden patiënten). Het overgrote deel van de overleden patiënten met een COVID-19 infectie was ouder dan 60 jaar.

Figuur 16. Aantal overledenen met een bevestigde COVID-19 infectie per leeftijdscategorie. Peildatum: 2 december.

19

Het is niet verplicht om een overlijden van COVID-19 patiënten te melden aan de GGD’en. Het huidige aantal overlijdens bekend bij de GGD’en en RIVM zal daarom een onderrapportage zijn van het daadwerkelijk aantal overlijdens. Voor zover bekend bij de GGD’en zijn er in de periode 24 november t/m 1 december landelijk 215 mensen overleden aan een COVID-19 besmetting. In de regio Utrecht zijn in deze periode 33 overlijdens van COVID-19 bevestigde patiënten gemeld aan GGDrU. Landelijk neemt deze week het aantal overlijdens in een week iets af. Deze daling werd ook verwacht door onder andere minder besmettingen in de regio en minder (grote) clusters in verzorgingscentra waar de bewoners een hoge kans hebben te overlijden aan het virus. Echter, in vergelijking tot het aantal besmettingen is het aantal overledenen nog klein. Dit komt waarschijnlijk doordat het grootste deel van de positief getesten relatief jong is, die over het algemeen geen risicogroep zijn voor een ernstiger beloop. Ook zit er een vertraging tussen een eerste vaststelling van de ziekte en het verergeren van de ziekte. Het huidige sterftepercentage ligt daarom mogelijk ook dichter bij het werkelijke sterftepercentage aan COVID-19. Een belangrijke kanttekening bij het bij de GGD bekende aantal overlijdens, is dat dit beeld niet compleet is doordat de GGD niet alle overlijdens krijgt gemeld.

Vanuit zorginstellingen (ziekenhuizen en woonzorgcentra) krijgt de GGD op ons verzoek actief meldingen, maar overlijdens thuis komen niet meer in beeld door de afgeschaalde monitoring. Naar verwachting is dit nog steeds een klein aantal.

20

2. Kwetsbaren beschermen 2.1 Monitoring verspreiding virus binnen zorginstellingen GGDrU monitort de verspreiding van het coronavirus binnen zorginstellingen in de regio Utrecht. Voor een aantal van de individuele locaties, is op basis van een risico inschatting, extra aandacht. Deze risico inschatting vindt plaats op basis een aantal indicatoren: • Isolatiemogelijkheden • Beschikbaarheid PBM • Verzuim zorgmedewerkers • Beschikbare kennis/informatie bij medewerkers • Coördinatie van de isolatie • Aanwezigheid crisisteam • Cohortmogelijkheden • Plannen voor opschaling • Onrust onder het personeel • Of kritische processen noodgedwongen moeten stoppen Organisaties waar de risico inschatting hoog is worden met regelmaat nagebeld door GGDrU. Deze instellingen krijgen extra begeleiding vanuit GGDrU, bestaande uit regelmatig contact, gerichte advisering en zo nodig bezoek. De reden voor extra ondersteuning vanuit GGD regio Utrecht wisselt per locatie. Landelijke toename aantal covid-19 besmettingen in woonzorgcentra Het landelijk aantal verpleeghuis- en woonzorgcentrumbewoners met COVID-19 uitgezet naar dag van melding aan de GGD’en is weergeven in figuur 17. Vanaf half september is een toename te zien in het aantal besmette bewoners. Afgelopen week is het aantal positieven bewoners per dag iets afgenomen.

In figuur 18 is het aantal meldingen gerelateerd aan zorginstellingen voor 24-uurs zorg weergegeven, uitgezet naar eerste ziektedag voor de regio Utrecht. Deze grafiek bevat alleen de door laboratoriumonderzoek bevestigde gevallen woonachtig of werkend in deze instellingen en die gekoppeld zijn aan een zorginstellingen. Dit figuur zal waarschijnlijk een onderrapportage zijn van de daadwerkelijke aantallen. De afgelopen week lijkt het aantal besmettingen gerelateerd aan woonzorginstellingen te stabiliseren. Qua aantallen zitten we rond het aantal van de eerste golf in het voorjaar. Echter wordt steeds vaker ook preventief getest bij deze groep, dus ook bij mensen zonder klachten, en dan vaak een complete afdeling of zelfs instelling in een keer. Dit kan in korte tijd veel nieuwe positieve gevallen opleveren.

Figuur 18. Aantal positief geteste bewoner van woonzorgcentra in Nederland, naar meldingsdag. Bron: RIVM. Peildatum: 1 december

21

Figuur 19. Aantal positief geteste personen van woonzorgcentra in de regio Utrecht, naar eerste ziektedag. Peildatum: 30 november

Vanuit het bron- en contactonderzoek komen locaties in beeld waar besmettingen voorkomen of waar er besmettingen worden opgelopen (bron). De bijzondere locaties zoals zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, horeca, werkplekken en verenigingen worden vervolgens geregistreerd en gemonitord, om te bepalen of er verdere acties nodig zijn. Als er op een bijzondere locatie sprake is van 1 besmetting spreken wij van een issue. Indien er 2 of meer besmettingen aan een bijzondere locatie te koppelen zijn wordt er gesproken van een cluster.

Aantal actieve clusters in zorginstellingen gerelateerd aan 24uurszorg, peildatum 30 november 40 35 30 25 20 15 10 5 0

Figuur 20. Aantal Covid-19 cluster gerelateerd aan 24 uurszorg in de regio Utrecht die onder monitoring staan van de GGD. Peildatum: 30 november

In figuur 18 is het aantal actieve clusters bij instellingen met openstaande monitoring die gerelateerd zijn 24 uurszorg uitgezet naar gemeente. Van de 1400 locaties in de regio die 24 uurszorg aanbieden zijn er 155 instellingen bekend bij de GGD met 2 of meer COVID-19 besmettingen oftewel zo’n 11,1%. (peildatum 30 november). Bij de GHOR zijn op dit moment 52 locaties bekend die in quarantaine of in isolatie zijn (peildatum 1 december).

22

2.2.

Meld- en Adviespunt Bezorgd

Het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB), uitgevoerd door GGDrU, heeft een vraagbaak-, consultatie- en vangnetfunctie waar ketenpartners en bezorgde burgers terecht kunnen met zorgen en vragen. Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan de taken uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz): ‘Meldfunctie’ en/of ‘Verkennend Onderzoek (VO)’. Wanneer een inwoner denkt dat een persoon in zijn omgeving misschien verplichte geestelijke gezondheidszorg nodig heeft, kan hij/zij hiervan een melding doen bij GGDrU. Het MAB is een regionaal meldpunt voor 17 van de 26 gemeenten binnen de Veiligheidsregio Utrecht. Tijdens de coronaperiode is het aantal meldingen dat binnen is gekomen bij het MAB licht gestegen. Mogelijk heeft de media aandacht voor psychische problematiek, als gevolg van de quarantaine maatregelen tegen verdere verspreiding van het coronavirus, gezorgd voor deze lichte stijging (zie figuur 21). Vanaf januari 2020 is een stijging te zien in het aantal meldingen doordat de invoering van de Wvggz gezorgd heeft voor extra bekendheid van het MAB. Daarnaast is vanaf oktober 2020 een nieuw landelijk meldpunt Zorgwekkend gedrag (tel: 0800-1205) gelanceerd. Dit meldpunt schakelt door naar desbetreffende regionale meldpunten en heeft mogelijk ook bijgedragen aan een toename van het aantal meldingen in regio Utrecht.

35

Aantal meldingen

30 25 20 15 10 5 0 1

3

5

7

9

11 13 15 17 19 21 23 25 27 29 31 33 35 37 39 41 43 45 47

Weeknummer MAB

Wvggz

Figuur 21. Meldingen MAB en Wvggz in de regio Utrecht in 2020, peildatum 30 november

23

3. Zorgcontinuïteit 3.1

Ziekenhuizen

De druk op de zorg blijft hoog. Piek lijkt bereikt, maar afname in aantallen gaat heel langzaam. Qua reguliere zorg wordt bekeken welke zorg weer kan worden hervat, maar krapte is nog aanwezig.

3.1.1 Aantal ziekenhuisopnames landelijk

Figuur 22. Vanaf 6 juli: Landelijk aantal nieuwe COVID-19 patiënten opgenomen op verpleegafdelingen. De gegevens van de laatste week zijn nog niet volledig. Bron NICE. Peildatum: 1 december

Het aantal landelijke ziekenhuisopnames voor COVID-19 was het hoogst rond eind maart en begin april. In de maanden mei en juni nam het aantal opnames gestaag af. De ziekenhuisopnames waren door een beperkte testcapaciteit een redelijke graadmeter voor de toe- of afname van het aantal besmettingen COVID-19 in Nederland tijdens de eerste golf. Sinds begin september zien we de ziekenhuisopnames stijgen zie figuur 20. Sinds begin november is er een afname in aantal ziekenhuisopnames te zien en daarmee een afname van de landelijke ziekenhuisbezetting.

24

3.1.2 Verloop IC-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van de IC-capaciteit in de tijd (peildatum 1 december) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. In de regio is een stabilisatie te zien in het aantal COVID-19 patiënten op de IC.

Figuur 23. Verloop IC-capaciteit ziekenhuizen. Peildatum: 1 december. Bron: GHOR/TZMN.

3.1.3 Verloop kliniek-capaciteit regio Onderstaand wordt het verloop van Kliniek-capaciteit COVID in de tijd (peildatum 1 december) weergegeven in de vier ziekenhuizen in de regio Utrecht. Ook de bezetting van COVID-19 patiënten in de kliniek stabiliseert de afgelopen twee weken.

Figuur 24. Verloop Kliniek-capaciteit ziekenhuizen in de tijd. Peildatum: 1 december. Bron: GHOR/TZMN.

25

3.2 Zorginstellingen (niet zijnde ziekenhuis) In de regio Utrecht zijn 265 zorgorganisaties met meer dan 1400 zorglocaties. Het uitgangspunt is dat zorginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de continuïteit en kwaliteit van zorg voor hun cliënten. Vanuit de zorgorganisaties komt het signaal dat personele krapte nu de grootste uitdaging is. Voornamelijk door uitval van personeel met klachten of door het in isolatie of quarantaine moeten blijven vanwege een positieve test of een positief geteste huisgenoot. Momenteel zijn er 52 zorglocaties bij de GHOR bekend waarbij de bewoners in quarantaine of isolatie zijn (ten opzichte van 51 vorige week). 3.2.1 Beddencapaciteit zorginstellingen De GHOR vraagt wekelijks aan zorginstellingen in de regio Utrecht de beddencapaciteit door te geven. Onderstaande tabellen geven de stand op basis van de uitvraag van peildatum 1 december. Van de 90 instellingen in de verpleging en verzorging heeft 71,1% het aantal bedden doorgegeven. Van de in totaal 28 GGZ instellingen was dit 64,3% en van de 75 instellingen in de gehandicaptenzorg was dit 30,7%. De onderstaande grafieken zijn bedoeld om een trend aan te geven. De gepresenteerde aantallen betreft enkel het resultaat van de uitvraag. Vanaf week 41 worden de positief geteste COVID-19 patiënten en de verdachte COVID-19 patiënten apart uitgevraagd en weergeven.

De beddenbezetting van de verpleeg en verzorgingshuizen laat de afgelopen drie weken een stabilisatie zien. De beddenbezetting van Covid-19 patënten in GGZ instellingen en de gehandicaptenzorg laat afgelopen week een daling zien.

Figuur 25. Beddenbezetting in verpleeg- en verzorgingshuis. Peildatum: 1 december. Bron GHOR.

Figuur 26. Beddencapaciteit GGZ. Peildatum: 1 december. Bron GHOR.

26

Figuur 27. Beddencapaciteit gehandicaptenzorg. Peildatum: 1 december. Bron GHOR.

3.3 Opvanglocaties buiten het ziekenhuis De verpleeg- en verzorgingshuizen, Gehandicaptenzorg en de Geestelijke Gezondheidzorg, in het ROAZ regio Utrecht, hebben de opdracht gekregen van de DPG, in navolging van de opdracht van de minister van VWS (april’20), om permanente COVID-19 zorg buiten het ziekenhuis te organiseren. Binnen de care sector is capaciteit georganiseerd voor mensen die meer zorg nodig hebben dan thuis geboden kan worden, maar geen ziekenhuis indicatie hebben en voor mensen die ontslagen worden uit het ziekenhuis, maar nog onvoldoende hersteld zijn om naar huis te gaan. Verder is er capaciteit georganiseerd binnen de geestelijke gezondheidszorg en de gehandicapten zorg om personen op te vangen die gezien hun corona besmetting, niet in hun reguliere woonomgeving kunnen blijven en tijdelijk elders opgevangen moeten worden. Momenteel is er opgeschaald naar fase 1 (huidige fase, zie schema). Grootste uitdaging in het organiseren van deze capaciteit is personele inzet. Zoals binnen alle organisaties in de zorg en daarbuiten, is personele uitval door ziekte of quarantaine maatregelen groot.

Figuur 28. Opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 1 december. Bron GHOR.

Figuur 29. Schema opvanglocaties buiten het ziekenhuis. Peildatum: 1 december. Bron GHOR.

27

3.4 Beeld persoonlijke beschermingsmiddelen nnen de Veiligheidsregio Utrecht en Traumazorg Netwerk Midden Nederland is de (her)verdeling van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) belegd bij de DPG en wordt uitgevoerd door enkele medewerkers van de GHOR en de brandweer. Zorgorganisaties dienen hun PBM aan te schaffen via de “eigen” leveranciers. Indien dit niet lukt, is LCH (Landelijk Consortium Hulpmiddelen) de gewezen route. De C-PBM is afgelopen periode actief gebleven door ondersteuningsverzoeken en vragen (zoals hoe voor te bereiden op een 2e golf, houden van een wekelijkse inventarisatie binnen de niet acute zorg, aanleggen van een ijzeren voorraad) te beantwoorden en de coördinerende rol hierin actief op te pakken. In week 45 is Mediq begonnen met het factureren van PBM uit de 1e golf. Dit gaat ook over de PBM welke verkregen zijn via de C-PBM.

de Covid -19 crisis. 28

Bijlage 1. Gedragsonderzoek RIVM en GGD’en: naleven gedragsregels Momenteel vindt er een grootschalig landelijk onderzoek plaats van het RIVM en GGD-en in Nederland. Dit onderzoek heeft meerdere peilingen, die ongeveer elke twee/drie weken plaatsvinden. Van 17 tot 24 april 2020 vond de eerste peiling plaats, de tweede peiling heeft plaats gevonden van 7 mei tot 12 mei, de derde peiling heeft plaats gevonden van 26 mei tot 1 juni, de vierde peiling van 17 juni tot 21 juni, de vijfde peiling van 8 juli tot 12 juli, de zesde peiling van 19 tot 23 augustus, de zevende peiling van 30 september tot 4 oktober en de achtste peiling van 11 tot 15 november. Het onderzoek gaat over het gedrag van mensen, wat ze vinden van de gedragsmaatregelen van de overheid en hoe het fysiek, mentaal en sociaal met ze gaat in dit coronatijdperk. Nadat de coronabesmettingen in Nederland tot eind oktober snel opliepen, zette begin november een aanzienlijke, maar relatief kortdurende daling in. Let op: de vragenlijst is afgenomen tussen 11 en 15 november. In deze periode gold een tijdelijke verzwaring van de gedeeltelijke lockdown (4-18 november). Sommige vragen gaan over het gedrag van deelnemers in de week voor het invullen van de vragenlijst, toen was de tijdelijke verzwaring van de lockdown dus van kracht. Andere vragen gaan over een periode van 6 weken voorafgaand aan het invullen van de vragenlijst.

Voor elk onderwerp wordt aangegeven over welke periode de vragen zijn gesteld.

Meer mensen mijden drukke plekken Het aantal mensen dat de afgelopen zeven dagen niet op een te drukke plek is geweest is ten opzichte van meetronde zeven met 10 procentpunt gestegen naar 69%. Deze daling is landelijk ook zichtbaar. Ook de regels om een maximum aantal bezoekers thuis te ontvangen1 en voldoende afstand te houden, lijken iets beter nageleefd te worden (figuur 1). Met name bij het boodschappen doen blijft het moeilijk om 1,5 meter afstand te realiseren (meetronde zeven: 84%, meetronde acht: 78%).

Naleven gedragsregels (afgelopen 7 dagen) 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

ronde 7 ronde 8

maximaal aantal bezoekers thuis ontvangen

voldoende afstand niet op drukke plekken houden van anderen geweest of omgedraaid van een drukke plek

Figuur 1 Naleven van gedragsregels (gevraagd naar de afgelopen zeven dagen) in meetronde zeven (30 sept – 4 okt 2020) en meetronde acht (11 – 15 november 2020).

Ten opzichte van de vorige meetronde is het percentage deelnemers dat minimaal 1 keer per week bezoek heeft ontvangen is iets gestegen van 58% naar 62% en het aantal keer dat iemand de deur uit ging in de afgelopen 7 dagen is niet noemenswaardig veranderd (gemiddeld 12 keer per week).

1

NB: wat het maximum aantal bezoekers was, is afhankelijk van de toen geldende maatregel en verschilt dus per meetronde. Naleving wordt berekend volgens de toen geldende maatregel.

29

Geen veranderingen in houden aan hygiënemaatregelen Het percentage deelnemers dat aangeeft zich te houden aan de hygiënemaatregelen, zoals handen wassen en hoesten of niezen in de elleboog, is stabiel gebleven, waarbij zo goed als niemand van de deelnemers meer handen schudden (99%), ruim driekwart zijn of handen wast als dat nodig is, twee derde van de deelnemers een papieren zakdoekje gebruikt bij het snuiten van zijn/haar neus en driekwart hoest of niest in zijn/haar elleboog. Landelijk is het beeld wat betreft het houden aan hygiënemaatregelen ook stabiel. Alle leeftijdsgroepen zijn drukke plekken meer gaan mijden De positieve verandering van het mijden van drukke plekken geldt voor alle leeftijden (figuur 2). Hoewel niet goed zichtbaar is in figuur 2 valt op dat de 40-54 jarigen en in minder mate de 16-39 jarigen in meetronde acht beter aan de regel van het maximaal aantal bezoekers zijn gehouden. De percentages in deze twee leeftijdsgroepen zijn nu vergelijkbaar met die van de deelnemers van 55 jaar en ouder.

Naleven gedragsregels (afgelopen 7 dagen) 100% 90% 80% 70% 60% 50%

16-39

40%

40-54

30%

55-69

20%

70+

10% 0% ronde 7

ronde 8

maximaal aantal bezoekers thuis ontvangen

ronde 7

ronde 8

ronde 7

ronde 8

voldoende afstand houden van niet op drukke plekken geweest anderen of omgedraaid van een drukke plek

Figuur 2 Naleven van gedragsregels meetronde zeven (30 sept – 4 okt 2020) en meetronde acht (11 – 15 november 2020) voor verschillende leeftijdscategorieën.

30

Bijlage 2. Taken en bevoegdheden COVID-19

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9560271/1