Inspraakreactie Rekenkamerrapport Rapport Slagkracht en innovatie gemeente Zeist EV en MS 20251202 - Egbert Visscher
Tekst van het document
Inspraakreactie Rekenkamerrapport Rapport Slagkracht en innovatie gemeente Zeist Egbert Visscher en Marlies Struyvé op persoonlijke titel, 20251202 De bevindingen van de rekenkamer zijn herkenbaar en de aanbevelingen zijn waardevol. Het gaat om de slagkracht, informatievoorziening en innovatie tijdens de gehele cyclus van begroting en verantwoording in het kader van de financiële rechtmatigheid. Het geeft inzicht dat de Rekenkamer nu de (primitieve) jaarbegroting 2024 ook heeft vergeleken met de uiteindelijke realisatie. Normaal gesproken wordt alleen de gedurende het jaar gewijzigde begroting vergeleken met de uiteindelijke realisatie. Uit de jaarvergelijking 2024 blijkt dat er per taakveld grote afwijkingen bestaan tussen de oorspronkelijk vastgestelde (primitieve) begroting en de realisatie, zowel positief als negatief, zie figuur 8 op pagina 22 van het rapport. In de vergelijking tussen de gewijzigde begroting met de realisatie zijn de verschillen grotendeels verdwenen. Op die manier lijkt alles prima te zijn gerealiseerd, terwijl de verschillen met de oorspronkelijke begroting grotendeels buiten de raadsdiscussie blijft en dus ook buiten de maatschappelijke discussie en reacties. Het levert wel mogelijkheden op om verwachte overschotten (onderbenutting) en hogere lasten gelijk te trekken in de aangepaste begroting.
Grote verschillen Tabel 1 op pagina 23 geeft voor de periode 2020 t/m 2024 inzicht in de grote verschillen. Of en in hoeverre deze jaarlijks voor dezelfde taakvelden blijven bestaan is mij niet bekend. Uiteraard komen er na de vaststelling van de jaarbegroting allerlei wijzigingen bij de inkomsten zoals t.a.v. de Algemene Uitkering Gemeentefonds e.a. Ook worden voor sommige post begrote bedragen lang niet altijd hetzelfde jaar uitgegeven. Maar voor andere posten zijn wel enigszins betrouwbare schattingen over de uitvoering te maken. Het is voor gemeente Zeist en de bevolking van belang om inzicht krijgen in de aard en omvang van de jaarlijkse aanpassingen en om deze over meerdere jaren te kunnen overzien. Dat kan dan leiden tot een betere prioritering, een grotere begrotingsdiscipline en zorg voor het efficiënt besteden van overheidsgelden. En het kan resulteren in een aanzienlijke daling van de totale kosten (inclusief financiering) van de gemeente door efficiëntie in processen en capaciteit. Het toenemende verzuimpercentage (pag. 24 rapport) en de optimistische begrotingen (pag. 25 rapport op basis van accountantsverslag) zijn signalen van een onderliggend probleem t.a.v. de cultuur van de organisatie. Suggesties Gezien de beperkte tijd voor inspraak alleen nog de volgende suggesties. • • • • • • •
Het vol inzetten op concrete implementatie van de aanbevelingen van de Rekenkamer. Het door de accountant laten monitoren of de implementatie adequaat wordt uitgevoerd. In het financieel jaaroverzicht en de publicaties daarover ook de oorspronkelijke begroting vergelijken met de realisatie ervan. Structureel deskundigheid in huis halen t.a.v. van beleidsontwikkeling, sturing en management. Externe beoordeling en evaluatie van projecten. Serieus nemen van reacties en evaluaties door burgers en hun organisaties. De Rekenkamer in het kader van de doelmatigheidstaak van de gemeente ook een vervolgrapport laten opstellen in hoeverre de gemeente haar afgesproken doelen aantoonbaar en binnen afgesproken tijdskaders haalt, zowel procedureel, inhoudelijk als qua gevolgen voor de samenleving en de omgeving. In dat kader dan ook maatschappelijke organisaties betrekken als informanten. Daar zit veel kennis over de effecten van het overheidsbeleid.