Inbreng SP bij RT Omgevingsvisie
Tekst van het document
Vragen SP bij de Ronde Tafel Omgevingsvisie, april 2023 1. Over de interactieve kaart: is deze al gereed, als onderdeel van DSO? Wat kunnen inwoners straks, zodra de Omgevingswet van kracht wordt, precies zien op deze kaart, en op welk detailniveau (wijk, buurt, straat, monument)? 2. Indien bij vraag 1 sprake is van een interactieve kaart die op 1 januari 2024 nog niet helemaal 'gevuld' is: kan de wethouder aangeven welke ontwikkeling, met welk bijbehorend tijdspad, hierin nog zal plaatsvinden? Om de vraag wat concreter te maken: wanneer is het bijvoorbeeld mogelijk dat men op de interactieve kaart kan zien waar zich (groen)percelen bevinden met een hoge ecologische waarde of met monumentale bomen? 3. Diverse insprekers hebben, ook in hun zienswijze, er op gewezen dat de kaarten welke nu zijn opgenomen in de Omgevingsvisie niet geheel accuraat zijn of niet goed te lezen zijn (vaak niet op detailniveau). Kaarten in de Omgevingsvisie zouden slechts "ter illustratie" zijn.
Is het mogelijk om de kaarten in de Omgevingsvisie van een betere resolutie te voorzien, zodat ze ook op grotere schaal (ingezoomd) zijn te bekijken (en dito informatie bevatten), bijvoorbeeld door gebruik te maken van de digitale Top10 kaart van het Kadaster? Of kan, als alternatief, de Omgevingsvisie voorzien worden van links naar de interactieve kaart die aan DSO gekoppeld zal worden, bijvoorbeeld in het hoofdstuk dat gaat over kernen en buurten? 4. Over het Handvat participatie voor ontwikkelaars en initiatiefnemers: wanneer gaat dit er komen? Als ontwikkelaars met ingang van 1 januari 2024 voor een initiatief de Omgevingsvisie er bij moeten pakken, kunnen wij als gemeente hen dan ook dit handvat aanreiken?
Verdiepende vragen: De SP zou hier graag, voor aanvang van het debat op 9 mei as., schriftelijk antwoord op willen ontvangen. Aan de hand van de antwoorden op onderstaande vragen zal de SP dan bekijken op welke onderwerpen we nog een debat willen voeren. 1. In hoeverre kan Omgevingsvisie richtinggevend zijn voor initiatieven die niet passen in een bestemmingsplan (de zogeheten "buitenplanse activiteiten")? 2. Gebiedsontwikkeling nieuwe stijl (GONS): veel burgers hebben goede ervaringen met bijvoorbeeld participatie over de gebiedsvisie Utrechtseweg Noord. In hoeverre zijn/worden de uitgangspunten van de GONS straks onderdeel van participatieprocessen bij projecten die vallen onder de Omgevingswet? Wat nemen we over en wat niet? 3. Het huidige Handvat Participatie zal, met het in werking treden van de Omgevingsvisie, worden uitgebreid met een handvat participatie voor
initiatiefnemers en ontwikkelaars. Tegelijkertijd mist onze gemeente nog een Participatieverordening. Een aantal insprekers heeft zich ook kritisch uitgelaten over het feit dat onze gemeente (naar het lijkt) geen participatieverordening zal hebben op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hoe kijkt het college hier tegenaan, acht het college het noodzakelijk om als gemeente ook een participatieverordening te hebben op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet en -visie? Of is een (nog te ontwikkelen) handvat participatie voor ontwikkelaars hier voldoende? 4. Diverse insprekers pleiten voor een (op zijn minst) nadere uitwerking van de waardenweger, maar sommigen ook voor een vervanging hiervan naar een “plannenweger”. Wat vindt het college: moet de waardenweger niet verder ontwikkeld worden tot een instrument waarmee plannen gewogen kunnen worden, in plaats van een abstractie te blijven die (nu) geen aansluiting biedt op concrete plannen of ambities? 5. Een van de insprekers bij de Ronde Tafel heeft (onder andere) de suggestie gedaan om de Omgevingsvisie te verrijken met een beschrijving van een aantal basiskwaliteiten van de natuur. Is het college ook de mening toebedeeld dat het de Omgevingsvisie een stuk completer zou maken als daarin ook een aantal basiskwaliteiten natuur zijn opgenomen? 6.
De samenleving heeft, bij het tot stand komen van de Omgevingsvisie, kunnen participeren. Daarbij is de focus echter beperkt gebleven tot de "waarden" van Zeist en haar kernen en buurten. Als argument voor deze inperking wordt gegeven dat de participatie over ambities en ontwikkelingen al eerder heeft plaatsgevonden, namelijk bij de totstandkoming van de visies die bouwsteen zijn van de huidige Omgevingsvisie. Daarmee zou participatie over deze aspecten van de Omgevingsvisie niet meer aan de orde zijn, zo wordt gesteld. Echter, deze onderliggende visies zijn niet integraal opgenomen in de Omgevingsvisie, maar slechts bouwstenen daarvan. De vraag is dan ook of over de opname van bouwstenen uit deze onderliggende visies in de overkoepelende Omgevingsvisie niet ook participatie had moeten plaatsvinden? Immers, er zijn keuzes gemaakt om bepaalde zaken (bouwstenen) wel en andere niet op te nemen in deze nieuwe visie. Dié keuzes zijn echter niet voorgelegd aan de samenleving. 7. Hoewel als aantal niet (meer) genoemd in de Omgevingsvisie, zou Zeist tot 2030 2.500 tot 4.000 extra woningen moeten bouwen.
Om dat aantal te halen lijkt het onontkoombaar dat een groot deel van dit aantal gebouwd zal moeten worden op nieuw te ontwikkelen locaties, zoals het stationsgebied van Driebergen-Zeist, de Willem Arntszhoeve en ook op locaties die buiten de "rode contouren" liggen, zoals landgoed Dijnselburg. Uitbreidingen die allemaal een grote impact hebben op onze fysieke leefomgeving en de flora en fauna die onze gemeente rijk is. Een impact dus ook op datgene wat de Omgevingsvisie beschrijft en koestert. Dit roept de vraag op, of in de Omgevingsvisie niet veel meer aandacht moet komen voor de opgave die we als Zeist hebben op het gebied van
woningbouw? Moeten in de Omgevingsvisie niet bepaalde scenario's worden opgenomen die de impact op de fysieke leefomgeving van deze woningopgave op onderling vergelijkende wijze concreet in beeld kunnen brengen en beschrijven? Anders geformuleerd: moet de Omgevingsvisie niet veel concreter aandacht hebben voor de opgaven die op ons af komen, en een analyse geven van de maatschappelijke opgaven en hoe, en in welke mate, zich deze (kunnen) verhouden tot datgene wat de Omgevingsvisie beschrijft en koestert (zoals vervat in de waarden)? Is het voldoende om in dit verband in de Omgevingsvisie alleen te spreken over dilemma's en alles min of meer "open" te laten, zonder richting, koers of houvast te bieden?
David Tompot SP Zeist