CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

Inbreng SP bij debat Beleidskader Financiële bestaanszekerheid

Raad 8 oktober 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: Beleidskader Financiële Bestaanszekerheid942 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inbreng SP bij debat over raadsvoorstel Beleidskader Financiële Bestaanszekerheid, 26 september 2024 Het raadsvoorstel Beleidskader Financiële Bestaanszekerheid bevat een aantal zaken die wat de SP betreft een verbetering of mooie aanvulling zijn op het bestaande beleid inzake bestaanszekerheid. Bijvoorbeeld: het betrekken van ervaringsdeskundigen bij verdere beleidsvorming, het toegankelijk maken van huiswerkbegeleiding voor gezinnen met een laag inkomen en de keuze om het Sportfonds ook te gebruiken voor de ondersteuning voor volwassenen, als zij een lidmaatschap van een sportclub niet zelf kunnen betalen. De notie dat bestaanszekerheid niet op zichzelf staat, maar verbonden is met tal van andere beleidsterreinen, wordt in het beleidskader nadrukkelijk benoemd. Daarbij wordt echter de aandacht vooral gericht op het beleid inzake Bewegen en gezondheid. Heel concreet betekent dit dat het beleidskader ook specifiek enkele speerpunten benoemt inzake gezondheid, waarbij deze speerpunten ook een plek zullen krijgen in het beleid dat zich richt op gezondheid en bewegen. De SP ziet echter nog een ander belangrijk domein dat nauw in verbinding staat met financiële bestaanszekerheid, maar dat in dit beleidskader slechts twee keer genoemd wordt (op pag. 13 en 30 van het beleidskader, bijlage 1 bij het raadsvoorstel) maar verder niet uitgewerkt.

Het gaat om wonen, in het bijzonder de betaalbaarheid van de woonlasten. Op pagina 13 wordt het begrip 'financiële zekerheid" afgebakend. Financiële bestaanszekerheid wordt in dit stuk als onderdeel beschouwd van het grotere begrip "bestaanszekerheid" (zie ook de afbeelding op pag. 13). Maar het "wonen" wordt in dit "plaatje" slechts beschouwd als onderdeel van het bredere begrip van "bestaanszekerheid" en niet beschouwd als onderdeel van het (afgebakende) begrip van financiële bestaanszekerheid. Deze keuze heeft in dit beleidskader vergaande implicaties: want alleen datgene wat als onderdeel wordt beschouwd van financiële bestaanszekerheid, wordt verder uitgewerkt en omgezet in specifiek beleid. De SP kan zich echter niet in deze keuze vinden. Het betalen van een te hoge huur heeft namelijk wel degelijk impact op de financiële bestaanszekerheid van mensen. Waarbij de gemeente op dit gebied ook, zeker vanaf het komende jaar, een belangrijke taak heeft te vervullen. De onlangs aangenomen Wet betaalbare huur moet, in combinatie met de al eerder ingevoerde Wet goed verhuurderschap, er voor zorgen dat huurders niet langer een te hoge huur betalen voor hun woning. Met deze wetten moeten gemeenten aan de bak, waarbij toezicht en handhaving tot de voornaamste taken behoren op dit terrein, in combinatie ook met het verplichte meldpunt waar huurders met klachten terecht kunnen.

Waarom betaalbare huur ook onderdeel zou moeten uitmaken van dit beleidskader over financiële zekerheid, of in ieder geval in nauwe verbinding hiermee zou moeten staan, is dat gemeenten met de hierboven al aangehaalde rol vanaf januari 2025 heel specifiek de bevoegdheid gaan krijgen om

particuliere verhuurders die hun woning voor een te hoge huur (volgens het WWS-puntensysteem) verhuren, te kunnen dwingen hun huur naar de genormeerde huur aan te passen. Bovendien moeten gemeenten er dan ook op toe gaan zien dat de huurverhogingen van de dan gereguleerde lage huur (en midden huur bij huurcontracten afgesloten vanaf juli 2024) binnen de door de minister vastgestelde grenzen blijven. Allemaal zaken die direct van invloed zijn op de financiële bestaanszekerheid van veel van onze inwoners. Om dit te illustreren met enkele cijfers: in Nederland betalen huurders van 300.000 woningen nu gemiddeld 150 euro te veel. Het gaat hierbij om de helft van het totaal aan particuliere verhuur, waarbij onze gemeente circa 1.400 particuliere woningen telt met een huur in het lage segment. Het aantal woningen binnen (vooral) de particuliere sector dat een te hoge huur heeft (volgens het puntensysteem van het WWS) bevindt zich echter ook in het hoge segment. Dan gaat het om woningen die nu verhuurd worden voor een huurprijs boven de huurliberalisatiegrens, maar die binnen het nieuwe puntensysteem een huur in het lage segment behoren te hebben. Huurders van deze woningen weten misschien niet altijd dat ze een te hoge betalen, of ze weten het wel, maar durven zelf niet de stap naar de Huurcommissie te zetten, uit vrees dat hun huurcontract wordt ontbonden (wat niet is toegestaan).

Deze huurders zouden evenwel kunnen aankloppen bij de gemeente voor financiële ondersteuning. Hoe gaat onze gemeente dan met hulpvragen om? Zijn deze huurders de 'werkende armen" die de gemeente met een maatwerkoplossing ondersteunt vanuit het "oude" bestaanszekerheidsbeleid? Of gaat de gemeente bij een dergelijke hulpvraag ook de woonsituatie van de huurder bekijken, om te onderzoeken of er sprake is van een woning waar de huurder een te hoge huur voor betaalt? En als dat laatste het geval is, gaat de gemeente dan uit het bestaande budget voor de financiële bestaanszekerheid deze inwoner helpen, of de verhuurder een sanctie opleggen en via de huurcommissie de huur van de woning van de hulpvrager naar beneden aan laten passen? Ik hoop het laatste. Het is misschien een geruststellende gedachte dat de extra middelen voor de (nog concreet te maken) uitwerking van dit beleidskader financiële zekerheid gedekt worden uit de stelpost "Effecten samenleving". Maar minder geruststellend zou zijn als in de uitwerking van dit beleid geen aandacht zou zijn voor situaties waarin de oorzaak van de hulpvraag van een inwoner vooral gelegen is in een te hoge huurlast en de gemeente de rol die ze daarin bij wet nu heeft te vervullen, niet zou uitoefenen. Financiële bestaanszekerheid gaat wat de SP betreft dan ook over meer dan wat in voorliggend beleidskader wordt voorgesteld.

Het gaat ook om nadere invulling te geven aan de gemeentelijke taken van toezicht en handhaving als uitvloeisel van de Wetten goed verhuurderschap en Betaalbare huur. Die samenhang, die integratie, moet wat ons betreft dan ook onderdeel worden van de verdere uitwerking van dit voorstel.

David Tompot SP Zeist

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14557117/1