Brief inzake Lommerlust
Tekst van het document
PR24.012/290572
Betreft: Lommerlust Datum, 12 januari 2024
Geachte Raad, Bijgaand zenden we u een kopie van het schrijven van onze buurtbewoner Hendrik Jan Hoorn. Hij weet als geen ander duidelijk te verwoorden en te onderbouwen dat onze straat onevenredig wordt benadeeld. Wij sluiten ons volledig aan bij de standpunten van de heer Hoorn en willen u hierbij laten weten dat wij ervan uitgaan dat uw Raad ook door ons schrijven hun plannen zal heroverwegen.
Met vriendelijke groet, hoogachtend,
PR24.012/290572 Lommerlust Aan: gemeenteraad Zeist Zeist, 7 januari 2024 Geachte raad, Mijn inspraak in de Ronde Tafel op 21 december (bijlage) staat inmiddels ook bij de agenda. Graag hiervan kennis nemen. U kan tot geen andere conclusie komen dan dat onze straat onevenredig en onverdiend benadeeld wordt door het voorgestelde nieuwe parkeerbeleid. U mag dit zo niet vaststellen. Bovendien wordt niet voldaan aan de ambities van het mobiliteitsplan. In de vragenronde na de inspraken antwoordde wethouder Catsburg n.a.v. een vraag van raadslid Tompot (vanaf Youtube 3:09:47): ‘Lommerlust, de angst dat ze op een wachtlijst komen met de vergroting van het rayon. Zoals we dat rayon nu hebben ingedeeld, is er geen wachtlijst voor dat rayon, dus de verwachting is de twee nieuwe inwoners die daar komen wonen, als die een vergunning aanvragen, dat ze gewoon de vergunning zullen gaan krijgen.’ De vraag van Tompot was (vanaf Youtube 2:30:00): ‘Hoe kan het zover zijn gekomen dat voor bewoners aan Lommerlust dat zij nu op een wachtlijst zijn gekomen om een vergunning überhaupt te moeten aanvragen? Dit lijkt me toch een heel rare situatie, zeker ook zoals geschetst met de omliggende straten zoals de Steniaweg waar het dan heel anders schijnt te zijn.
Dus de vraag is: Kan niet op een andere manier hiervoor een oplossing gevonden worden?’ De vraag van Tompot ging niet over de vergroting van het rayon. Die vergroting heeft inderdaad geen gevolg voor de wachtlijst. Dat komt doordat het nieuwe deelgebied 2H overeenkomt met het huidige rayon H (zie deel A, bijlage 3). Maar dat was de vraag niet. Er staat nu tenminste één inwoner van onze straat op een wachtlijst voor een tweede vergunning. Het plafond in ons rayon is dus bereikt. Als het nieuwe beleid wordt ingevoerd, wordt de wachtlijst voor eerste vergunningen bepaald op basis van dezelfde schaarste. De verwachting is dus dat nieuwe inwoners direct te maken krijgen met de wachtlijst voor eerste vergunningen. Sinds de informatiegesprekken met belanghebbenden begin vorig jaar, heb ik een paar keer vragen gesteld aan de projectleider. Hij heeft deze vragen zorgvuldig beantwoord: • 10 mei 2023: ‘De belangrijkste wijziging is dat als een bewoner van bijv Lommerlust een
parkeervergunning aanvraagt voor zijn 1e auto (bijv omdat hij geen auto had maar nu een auto heeft aangeschaft), dat hij op de wachtlijst komt als we het plafond van het rayon bereikt hebben.’ • 23 mei 2023: ‘Voor alle rayons geldt in het nieuwe beleid dat de kans op een parkeervergunning voor de 1e auto kleiner wordt.’ Catsburg had op de vraag van Tompot correct kunnen antwoorden: ‘Het probleem met de wachtlijst in de Lommerlust kan opgelost of tenminste verzacht worden door van deze straat (samen met Oude Arnhemseweg 1 t/m 23, oneven kant) een apart rayon te maken.’ Met vriendelijke groet,Inspraak H.J. Hoorn Ronde Tafel Parkeerbeleidsnota 21-12-2023 Raadsleden, Ik woon in de Lommerlust. Onze straat zit nog net in het parkeervergunninggebied. Ik spreek niet namens de straat, wel in het belang van de straat. Als ik zeg ‘wij’ of ‘ons’ bedoel ik de bewoners van de straat en van de Oude Arnhemseweg 1 t/m 23 (oneven kant). In het raadsvoorstel noemt het college dat ze hebben gesproken met belanghebbenden. Dit betekent niet dat wij het eens zijn met wat het college nu voorstelt. De zin ‘we nemen de suggestie niet over’ komt 35 keer voor in de reactienota. Ik heb deelgenomen aan die gesprekken. Ik heb de straat hierover geïnformeerd. We hebben als straat gereageerd.
Ons belangrijkste punt is dat wij niet willen terechtkomen in een systeem met wachtlijsten die nodig zijn door schaarste in het centrum, waar wij niets mee te maken hebben. Het college heeft dit genegeerd. Wij zijn dus niet akkoord met het raadsvoorstel. De kern van mijn verhaal is dat de huidige situatie al jaren dubieus is. Wij worden onevenredig benadeeld, terwijl we niets te maken hebben met de noodzaak van een parkeerbeleid. Met het voorgestelde beleid wordt het nog veel erger. U mag dit oneerlijke beleid niet vaststellen. De huidige situatie is ontstaan eind jaren ‘80. De gemeente, de politiek, wilde het centrum ontwikkelen tot een regionaal winkelcentrum, met de bedoeling dat mensen van heinde en ver hier komen winkelen. De Belcour werd gebouwd, met winkels en appartementen, en parkeergarages waar je tegen betaling kan parkeren. Om te voorkomen dat winkelpubliek gratis in de omliggende woonstraten gaat parkeren, is een parkeersysteem bedacht waarbij je in die woonstraten alleen dagkaarten kan kopen. Dat doet haast niemand; dan maar parkeren in de parkeergarages, waarmee het uitwijkgedrag voorkomen wordt en de inkomsten van de gemeente zijn veilig gesteld. Voor ons als inwoners is er de mogelijkheid om één of twee parkeervergunningen aan te vragen. Wij kunnen ons daar niet aan onttrekken, als we in onze eigen straat willen parkeren.
De gemeente heeft ons daarmee in haar macht. Dan is de vraag: wie betaalt die vergunning? De gemeente? Zij veroorzaakt immers het probleem en
heeft baat bij de oplossing. Maar nee, die vergunning moeten wij zelf betalen. Wat is daar eerlijk aan, raadsleden? De vergunningen zouden voor ons gratis moeten zijn. Bovendien moeten wij betalen voor ons bezoek en zijn wij beperkt tot maximaal twee vergunningen per adres. Deze kosten en beperkingen zijn ook niet om een andere reden te rechtvaardigen. Wij hebben geen enkel voordeel van onze nabijheid bij het centrum. Integendeel. Gegeven dat de gemeente het probleem veroorzaakt heeft, werkt de oplossing door regulering in onze straat goed. Op doordeweekse dagen is er voldoende parkeergelegenheid. Onbekend is of dit vooral komt door de regulering of doordat wij overdag op pad zijn met onze auto’s. Het is begrijpelijk dat andere insprekers pleiten voor regulering in hun buurten. Ik betwijfel alleen of zij zich realiseren dat ze zichzelf en hun achterbannen daarmee overleveren aan de willekeur van het college. Door de oneerlijke belasting en de beperking van vergunningen ontstaat een ongelijke behandeling tussen onze straat en één straat verderop, de Steniaweg. Die straat zit net buiten het gereguleerde gebied. De bewoners van die straat hebben net als wij niets te maken met het winkelgebied en de parkeergarages, zij hebben ongeveer hetzelfde parkeergenot als wij, maar niet de kosten en beperkingen.
Dit geldt niet alleen voor de Steniaweg, maar ook de straten daarna, en daarna, en daarna, enz. Het geldt voor heel Zeist buiten het centrumgebied.De schil rond het centrum zou wat betreft de belasting en beperkingen van de bewoners een overgangsgebied moeten vormen tussen het winkelcentrum, waar de problemen veroorzaakt worden, en de wijken buiten het gereguleerde gebied. Toch is mijn inspraak er niet op gericht om de kosten van de vergunning na tig jaar alsnog ter discussie te stellen. Bij mijn weten heeft hier nog nooit iemand in de straat bezwaar tegen gemaakt. Maar het moet niet gekker worden. Dat wordt het met het voorgestelde nieuwe beleid wel. Dit raadsvoorstel is doordrenkt van deze oneerlijkheid. U vertegenwoordigt ons. U mag dit zo niet vaststellen. In het raadsvoorstel wordt u gevraagd te besluiten om de parkeernota van 2004 in te trekken. Waarom ontbreekt deze nota bij de stukken? Het is vigerend beleid. Nergens te vinden op de site van de gemeente. Ik heb dit stuk met een Woo verzoek opgevraagd. In deze nota wordt nog uitvoerig onderscheid gemaakt tussen het ‘centrummodel stedelijk kerngebied’ (parkeren zoveel mogelijk in de parkeergarages) en het ‘leefbaarheidsmodel centrumschil’ (woonwijken rond het centrum). In het voorliggende raadsvoorstel is dit onderscheid tussen centrum en schil totaal verdwenen.
Er is nu sprake van het ‘centrumgebied’ (centrum plus schil), waar parkeren gereguleerd is. Daarmee verdwijnt uit beeld dat de noodzaak van regulering volledig veroorzaakt wordt door de winkels en
parkeergarages in het centrum en appartementsgebouwen zonder eigen parkeergelegenheid, en dat straten als de onze enkel en alleen aan het gereguleerde gebied zijn toegevoegd om uitwijkgedrag te voorkomen en ervoor te zorgen dat de parkeergarages niet leeg staan. Het leidt er ook toe dat het verschil tussen de schil van het gereguleerde gebied, waaronder straten als de onze, en het gebied daarbuiten extreem groot wordt. Die ongelijke behandeling hebben wij nergens aan verdiend. Het huidige parkeersysteem in het centrumgebied geldt alleen tijdens winkeltijden, overdag dus. Een andere reden voor een parkeersysteem is wanneer er in een straat of buurt een schaarste aan parkeerplaatsen voor eigen gebruik is, als bewoners aan het eind van de dag thuis komen, ’s avonds en ’s nachts dus. Gebieden waar dit nacht-probleem speelt hoeven niet noodzakelijk samen te vallen met het gereguleerde gebied vanwege het winkelcentrum (overdag). Dit speelt bijvoorbeeld in de Bloemenbuurt, een wijk met smalle straten en weinig parkeerplaatsen. Het college heeft een paar jaar geleden geprobeerd betaald parkeren in de Bloemenbuurt uit te breiden. De bewoners wilden dit niet; het college is afgedropen. Wij zijn een vreemde eend in de bijt van het gereguleerde gebied. In onze straat zijn voldoende parkeerplaatsen voor eigen gebruik.
Wij dragen op geen enkele manier bij aan de schaarste in het centrumgebied. Wij worden meegezogen in maatregelen vanwege de schaarste in andere wijken omdat het college in de afbakening van het gereguleerde gebied geen onderscheid maakt tussen het overdag-probleem vanwege de winkels in het centrum en het nacht-probleem vanwege schaarste in sommige woonwijken. De gemeente heeft sinds enige tijd aan een sportschool aan het begin van de Voorheuvel een vergunning verleend om dag en nacht open te zijn. De eigenaar wordt in de gelegenheid gesteld om dag en nacht geld te verdienen. De bezoekers van de sportschool ontwijken de kosten van de parkeergarage daartegenover door na 18:00 uur bij ons in de straat te parkeren. Dit gaat ten koste van onze parkeergelegenheid. De oplossing die het college nu voorstelt is om de reguleringstijd te verlengen tot 21:00 uur. Daarmee stelt het college de eigen inkomsten uit de parkeergarage veilig. Wij moeten daardoor tot 21:00 uur betalen voor ons bezoek. Het gaat maar om tientjes en de meeste bewoners in onze straat vinden het prima, maar het patroon is hetzelfde als in de jaren ’80, zoals
hiervoor beschreven: De gemeente veroorzaakt een probleem en heeft vooral zelf baat bij de oplossing, maar de kosten zijn voor onze rekening. Wat is daar eerlijk aan, raadsleden? Waarom moeten wij de gemeente nog meer subsidiëren? De wijken buiten het centrumgebied blijven ook nu weer buiten schot.In het nu voorgestelde beleid wordt het tarief voor tweede vergunningen meer dan verdubbeld. In onze straat wonen gezinnen met kinderen en tweeverdienende ouders. Een aantal van hen heeft twee auto’s. Ik heb daar begrip voor. Het college kijkt in het voorgestelde beleid naar het aantal vergunningen per adres (huisnummer). Kleine appartementjes in het centrum waar één of twee pensionado’s wonen, hebben daardoor evenveel recht op één of twee vergunningen als grote huizen met gezinnen. Vind u dat eerlijk, raadsleden? Ik niet. Het leidt tot een ongelijke behandeling per inwoner. In de nota van 2004 werden wachtlijsten ingesteld voor tweede vergunningen: ‘Een tweede vergunning zal alleen worden verstrekt bij voldoende capaciteit’. Door de wachtlijst voor tweede vergunningen ging ook het verschil tussen onze straat en een deel van de Bloemenbuurt een rol spelen. We zitten samen in rayon H. Tot 2004 maakte dat niet uit. Sindsdien merken we steeds vaker dat bewoners in onze straat op de wachtlijst komen voor een tweede vergunning vanwege de schaarste in de Bloemenbuurt.
Is dat eerlijk? In het voorgestelde beleid wordt het nog veel erger. Dan komen er zelfs wachtlijsten voor eerste vergunningen. Nieuwe bewoners in onze straat krijgen daarmee te maken. Dit is onverteerbaar en onacceptabel. Hoe ver moet onze onvrijwillige solidariteit reiken? In onze straat zijn voldoende parkeerplaatsen. Is daarmee gezegd dat het ónze parkeerplaatsen zijn? Ja en nee. Uiteraard mag iedereen buiten de winkeltijden overal parkeren, ook in onze straat. Anderzijds is het normaal dat parkeerplaatsen in woonstraten in de eerste plaats bedoeld zijn voor de bewoners van die straten. Bovendien hebben wij voor de beschikbaarheid van die parkeerplaatsen betaald bij de koop van onze woningen. Het college heeft het lef om in de reactienota te antwoorden: ‘We hebben geen onderbouwing gevonden dat het niet krijgen van een parkeervergunning effect heeft op de waarde van een woning’. Wat een ongeloofwaardig onnozel antwoord. Natuurlijk wordt de waarde van een huis mede bepaald door de beschikbaarheid van parkeerplaatsen in de directe omgeving. De waardedaling loopt misschien wel in de tienduizenden euro’s per woning. Mogen wij deze schade ergens declareren als u onverhoopt besluit dit oneerlijke beleid vast te stellen?
Raadsleden, ik neem aan dat de meesten van u buiten het gereguleerde centrumgebied wonen, dat een aantal van u een auto heeft, misschien wel twee, en dat u het prettig vindt om in de buurt van uw woning te parkeren. Wat geeft u het recht om ons te belasten met deze ongelijke behandeling en zelf buiten schot te blijven? Het college beroept zich in dit raadsvoorstel op het door u vastgestelde Mobiliteitsplan, o.a.: ‘minder zoekverkeer door parkeren’ en ‘waar mogelijk minder parkeren op straat’. Het college stelt in het raadsvoorstel dat het nieuwe parkeerbeleid bijdraagt aan ‘een veiliger, gezonder, duurzamer en mooier Zeist, met minder zoekverkeer, minder auto’s op straat’. Wervende taal. Maar ook dreigende woorden: ‘Als er niets gebeurt, wordt het te druk in Zeist, zullen kernen minder goed bereikbaar worden en komt de gezonde leefomgeving onder druk te staan.’ Zo geformuleerd zijn dat vergezichten en waarschuwingen die voor heel Zeist gelden. Maar deel A van de nota gaat alleen over het gereguleerde centrumgebied, nog geen 10 % van het totale oppervlak van de bebouwde kom. En deel B gaat over parkeernormen bij toekomstige bouwontwikkelingen. Wat verandert er met dit beleid dan met de bestaande woonwijken in die overige 90 % van Zeist? Antwoord: Helemaal niets.
Wordt het daar dan te druk, zullen de kernen daar minder goed bereikbaar worden en komt de gezonde leefomgeving daar onder druk te staan? Of zijn die dreigende woorden overtrokken? En zelfs in het centrumgebied, nog geen 10 % van Zeist, is het de vraag of er echt iets gaat veranderen zoals beoogd. Het college gaat de rayons vergroten. Het college voert zelf aan dat dat leidt tot eenbetere benutting van de beschikbare plaatsen. Maar dan leidt dat dus niet tot minder, maar tot meer auto’s op straat. En als je in een groter gebied kan zoeken, leidt dat niet tot minder, maar tot meer zoekverkeer. Dit werkt dus averechts. Als minder auto’s in het straatbeeld en minder zoekverkeer de bedoeling zijn, moeten de rayons juist verkleind worden. Administratief geen enkel probleem. Het college gaat proberen de bewoners te verleiden om in de parkeergarages te gaan staan door de straat-vergunningen duurder te maken. Denkt u dat dat gaat werken? Alleen al het hébben van een auto kost duizenden euro’s per jaar aan wegenbelasting, verzekering, rente, afschrijving en jaarlijks onderhoud. Zelfs al zijn de tariefsverhogingen voor bewoners in de centrumschil oneerlijk (zie hiervoor), dan nog zullen deze geen reden zijn voor een gedragsverandering. Kortom, ook in het centrumgebied zullen er door het voorgestelde beleid niet minder auto’s op straat
komen. Het voorgestelde beleid is compleet zinloos. Er wordt niet voldaan aan de ambities van het Mobiliteitsplan. U hoeft zich dus niet verplicht te voelen in te stemmen met het raadsvoorstel. Het beleid zal alleen leiden tot een discriminerende extra belasting van de bewoners in de schil van het centrumgebied, die dat nergens aan verdiend hebben. De bewoners daarbuiten blijven buiten schot. U mag dit beleid zo niet vaststellen. Als het probleem is dat er verlies gemaakt wordt op de exploitatie van de parkeergarages, dan moeten die kosten gedeeld worden door heel Zeist, niet alleen de bewoners van het centrumgebied. Als de ambitie is om auto’s terug te dringen omdat het anders te druk wordt in Zeist, moet een beleid ontwikkeld worden dat geldt voor heel Zeist, niet alleen voor het centrumgebied. U mag dit raadsvoorstel niet vaststellen, om de simpele reden dat het oneerlijk is. Tenminste moet het onderscheid tussen het winkelcentrum en de centrumschil terugkomen in het beleid. De kosten van de vergunningen mogen in de centrumschil niet meer dan de administratieve kosten zijn. Wij hoeven niet mee te betalen aan leegstaande parkeergarages in het centrum, waar we net zo min als de wijken buiten het centrumgebied iets mee te maken hebben.
De parkeerregulering in de centrumschil moet erop gericht zijn dat de schil een overgangsgebied vormt tussen het winkelcentrum en de wijken buiten het gereguleerde gebied, in plaats van de discriminerende afgrond tussen schil en daarbuiten, die met het voorgestelde beleid zou ontstaan. Het lijkt me tactisch ook niet handig om het verschil zo groot te maken. De demarcatie van het gereguleerde gebied stamt nog uit de jaren ’80. Als vanwege toegenomen autobezit (‘nachtprobleem’; zie hiervoor) het nodig is om dit gebied uit te breiden, zal er onder de bewoners van die straten weinig animo zijn om toegevoegd te worden. Die zullen liever buiten schot blijven. Mocht u onverhoopt besluiten dit beleid vast te stellen, amendeer dan dat onze straat een apart rayon wordt, waar pas sprake zal zijn van een vergunningenplafond als er binnen ons eigen systeem schaarste ontstaat. Paradoxaal zal juist dat leiden tot minder auto’s, want als het plafond in beeld dreigt te komen, zal sociale controle in onze straat een rol gaan spelen in de vraag of huishoudens nog wel twee auto’s nodig hebben. Als uitsmijter nog even het advies van de AML dat bij de stukken zit. Laat u hierdoor niet imponeren. Wat is de onafhankelijkheid van deze commissie? Wat is de deskundigheid van deze commissie? Deze
commissie heeft niet in de gaten dat de voorgestelde maatregelen compleet zinloos zijn als minder auto’s op straat het doel is. Deze commissie heeft niet nagedacht over de eerlijkheid van het beleid. Deze zelfde commissie heeft in 2014 positief geadviseerd over de centrumvisie. Zij adviseerde te kiezen voor de shared space inrichting van de Slotlaan, ook toen overeenkomstig het voorstel van het college. Dat hebben we geweten. Om de veiligheid voor fietsers te herstellen moet de Slotlaan weer compleet op de schop