Bijlage 1 - Beantwoording vragen intentieovereenkomst Staatsliedenkwartier D66
Tekst van het document
RIB24.064 Intentieovereenkomst Staatsliedenkwartier D66 (Freerk Andre de la Porte) 1. De 293 portiekwoningen worden her-ontwikkeld en na de herontwikkeling wordt een groter aantal woningen gerealiseerd. Hoeveel extra woningen worden voorzien? a. Vervangen van de woningen is een kans om ook te verdichten. Vanuit de woningvraag is dit zeer gewenst en het zal nodig zijn om er financieel uit te komen. Woongroen heeft besloten om een stedenbouwkundige verkenning uit te voeren. Daaruit blijkt dat vooralsnog een verdubbeling van het aantal woningen realistisch lijkt. Streven is dat eind dit jaar een masterplan gereed is, daarmee wordt duidelijk wat het aantal extra woningen zou kunnen zijn. Informatie vanuit bewoners, de andere eigenaren, omwonenden, ondernemers e.d. wordt meegewogen bij het bepalen van de verdichting. Feit is dat het één op één vervangen van de huidige sociale huurwoningen een moeilijke opgave is. De toevoeging van woningen heeft daarnaast als voordeel dat andere buurtambities hiermee ook tot de mogelijkheden gaan behoren. Denk aan het klimaatadaptiever en ecologisch sterker maken van het Staatsliedenkwartier. Factoren welke verder nog meegenomen moeten worden zijn o.a. de algehele leefbaarheid in de wijk, verkeerskundige analyses, parkeerdrukmetingen. Maar ook welke voorzieningen een plek moeten gaan krijgen in deze omgeving. 2.
Is de aanname correct dat de differentiatietabel (herzien 2024) uit de woonvisie geldt voor het aantal woningen dat wordt toegevoegd, zonder in de berekening het aantal bestaande woningen (293) mee te nemen? a. Dit is inderdaad het uitgangspunt. Voor de financiële doorberekening van het project brengt dit wel uitdagingen met zich mee. Mochten de uitdagingen showstoppers gaan worden, dan moeten we dit uitgangspunt opnieuw in heroverweging nemen. 3. Welke keuze is voor het College belangrijker: Het aantal sociale woningen moet omhoog. De verbeteringen in de buurt op sociaal, ecologische en verkeerskundige gebied. a. Het is lastig om genoemde punten als losse overwegingen te bekijken. Het is een wet van communicerende vaten. Het gehele plan moet in balans zijn. De komende maanden proberen we met onderzoeken meer vat te krijgen op genoemde punten. 4. Het stappenplan omschrijft de samenwerking tussen gemeente en Woongroen. Na een ruimtelijke verkenning en een initiële participatiesessie, en opvolgend participatieplan, wordt een participatietraject georganiseerd, samen met de gemeente. Opbrengst wordt verwerkt door Woongroen, in een integrale buurtaanpak. Deze wordt aan de gemeente voorgelegd, en in een raadinformatiebrief gedeeld met de Raad. a.
Waarom heeft het college, bij het ontwikkelen van een integrale buurtaanpak, waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan, er voor gekozen om de Raad mee te nemen middels een RIB en niet middels een Raadsbesluit?
i. Deze zomer werken we toe naar een startnotitie. Dit document beschrijft de ambities en aandachtspunten voor deze buurt. Hierin wordt dieper ingegaan op het plan van aanpak voor de participatie. Daarnaast wordt er gedetailleerder besproken hoe we het college en de raad gedurende het project erbij betrekken. Deze startnotitie willen we laten vaststellen door de raad. Van daaruit werken we toe naar een toekomstplan voor de buurt (voorheen integrale buurtaanpak). Hierin zal concreter worden wat de fasering gaat zijn, hoeveel woningen er per fase teruggebouwd kunnen worden en in welke prijscategorieën. b. In de omgevingswet wordt geregeld dat de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor het voortraject bij het indienen van een ontwikkelvoorstel. Welke verantwoordelijkheid neemt de gemeente op haar schouders, door op de voorgestelde wijze de indiener te ondersteunen bij het realiseren van de plannen, vóór de vergunningsaanvraag? i. Met de sociale renovaties van de L-flat en het centrum in het achterhoofd hoort het bij de maatschappelijke taak van de gemeente om al in een vroeg stadium mee te denken over welke sociale aanpak passend is bij dit project. Daarnaast heeft de gemeente ambitie op het gebied van klimaatadaptatie, duurzaamheid en ecologische waarden. Door gezamenlijk op te trekken in dit project is er meer kans om de doelen te gaan bereiken. 5.
Welke inspanningen van de Gemeente (in uren en kosten) worden gerekend in relatie tot de leges, en welke inspanningen vallen hier buiten? a. Bij een ruimtelijk project maken we vaak onderscheid tussen plankosten en leges. Bedragen die in rekening worden gebracht bij de initiatiefnemer. Voor het staatsliedenkwartier worden de kosten die gemaakt worden voor de ruimtelijke procedures (wijziging omgevingsplan) en de vergunningen in rekening gebracht via de leges. De door de gemeente in rekening te brengen plankosten worden vastgesteld aan de hand van een plankostenscan en worden afgesproken in de anterieure overeenkomst. Verder is er in de intentieovereenkomst afgesproken dat de kosten voor alle door Woongroen te ontwikkelen ontwerpen, plannen en andere documenten zijn voor rekening en risico van Woongroen. Hetzelfde geldt voor de kosten van het door Woongroen te organiseren participatietraject en andere door Woongroen uit te voeren acties en werkzaamheden. Namens D66 Zeist, NieuwDemocratischZeist (Carlo Fiscalini) NieuwDemocratischZeist vindt het een goede suggestie in het slot van deze brief om een informatieavond te houden voor de raad. 1. Wil het college dit organiseren svp?
In overleg met de griffie en de agendacommissie zal na het zomerreces een geschikte datum worden geprikt voor een informatieavond over het Staatsliedenkwartier. De wens is om daarin ook de startnotitie in concept aan de raad voor te leggen. In dit document leggen Woongroen en de gemeente de ambities en uitgangspunten voor deze herontwikkeling vast. Ook wordt hierin het gemeentelijk beleid voor deze buurt benoemd en het plan van aanpak voor de participatie. Andere onderwerpen zijn de globale planning, de interacties met het college en de raad en een samenvatting van de ruimtelijke en sociale analyse. De raad kan erop reageren, waarmee we meer input krijgen voor de definitieve versie. De definitieve versie wordt vervolgens ter vaststelling voorgelegd aan het college én de raad.