Bijdrage SMZ RT inzake rv BOR Beheerplannen
Tekst van het document
1 Inspraakreactie Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake ‘Rv Beheerplannen BOR’ Geachte raadsleden, verantwoordelijk wethouder, overige aanwezigen, 1. Hedenavond is het: ‘Rv Beheerplannen BOR’ aan de orde, waarbij dan de besluitvorming dient plaats te vinden m.b.t. een aantal (deels) met elkaar samenhangende beheerplannen, zoals o.a. het: ‘Wegbeheerplan 2025-2028’; het: ‘Groenbeheerplan Zeist 2025 - 2028’; het: ‘Beheerplan Landschappelijke beplantingen’ én het: ‘Speelruimteplan Zeist’. Gaarne maakt de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. van de geboden gelegenheid gebruik een reactie op het: ‘Rv Beheerplannen BOR’ te geven. Daarbij zal toch eerst een (korte) historische schets van de diverse planvormen m.b.t. het groen, inclusief de bomen, worden gegeven, dat ook om de voorliggende plannen en dan in het bijzonder die m.b.t. het groen/bomen in een bepaald perspectief te plaatsen. alvorens in algemene reactie zal worden gegeven, Vervolgens zal nog meer specifiek op name het: ‘Groenbeheerplan Zeist 2025 – 2028’, het: ‘Beheerplan Landschappelijke beplantingen’ en ook het: Speelruimteplan Zeist 2024 – Ambities en uitvoering’ worden ingegaan. Afgesloten zal worden met een conclusie; (Achtergrond)info 2. In procesmatige zin is de Stichting Milieuzorg Zeist e.o.
toch enigszins verrast dat er thans een: ‘Raadsvoorstel Beheerplannen BOR’ aan de gemeenteraad ter besluitvorming wordt voorgelegd, waarbij dan wordt voorgesteld met een aantal beheerplannen t.a.v. de openbare ruimte in Zeist in te stemmen en daarvoor ook extra budget beschikbaar te stellen. Dat overigens niet zozeer dat de betreffende plannen en dan in het bijzonder ook het: ‘Groenbeheerplan 2025 – 2028 (Zeist, 2024)’ nu aan de gemeenteraad ter besluitvorming wordt voorgelegd, hetgeen zij alleen maar toe kan juichen, maar met name aangezien zij hiervan op geen enkele wijze op de hoogte was, dat terwijl zij toch altijd een grote betrokkenheid bij het groen van Zeist heeft gehad en uiteraard nog steeds heeft; 3. Zoals u ongetwijfeld bekend zet de Stichting Milieuzorg Zeist e.o., evenals vele andere maatschappelijke organisaties, zich al vele jaren in om met name aan de ecologische kwaliteiten van het gemeentelijke groen een kwaliteitsimpuls te geven. In die zin heeft zij o.a.
in het kader van het toenmalige ‘Groenstructuurplan Zeist 1992’ met de publicatie: ‘Zeister groen: Natuurlijk(er) (SMZ e.o., 1990)’ aangegeven hoe daaraan binnen Zeist uitvoering aan zou kunnen worden gegeven, dat met name door voor Zeist als geheel tot een duidelijke ecologische structuur te komen, zodat planten en dieren zich vrij door Zeist van plek tot plek zouden kunnen bewegen en waarbij de binnen de kern Zeist voorkomende parken/bossen, zoals het Brinkpark en ook het Sanatoriumbos, dan als belangrijke natuurkernen kunnen worden aangemerkt. En alhoewel de gemeente ook toen al wel bepaalde keuzen heeft gemaakt, zoals: ‘Natuurlijk waar het kan, cultuurlijk waar het moet’, viel het in de praktijk nog niet altijd mee om bij belangrijke doorgaande ecologische structuren, zoals o.a. de Griffensteijnselaan een ‘ecologisch beheer’ door te voeren, dat niet zozeer vanwege het ontbreken van kennis (zie in deze o.a. ook het rapport: ‘Advies voor omvorming van de bermen in de Griffensteijnselaan in Zeist (Koster, A., 1999)’), maar meer door de weerstand vanuit de bewoners; 4. Later met het: ‘Groenstructuurplan - Groen (voor) Zeist (Zeist, 2011)’ is men toen op basis van een participatieproces, dat met een KBG van (o.a.) diverse groene organisaties, m.b.t.
ecologische groenstructuur tot veel duidelijkere keuzen gekomen, daarbij uiteraard wel ook rekening houdend met de voor Zeist met zijn vele landgoederen/buitenplaatsen kenmerkende/karakteristieke waarden, dus cultuurhistorische waarden, hetgeen uiteindelijk dan tot de: ‘Ecologische Hoofdstructuur Zeist (EHZ)’ heeft geleid (zie in deze dus ook Bijlage 1: ‘Ecologische Hoofdstructuur Zeist (naar: ‘Groenstructuurplan – Groen (voor) Zeist (Zeist, 2011)’). Een belangrijke grondlegger daarvoor was o.a. het: ‘Beheervisie ecologisch Groen (Ecologisch adviesbureau Van den Bijtel, 2007)’ die evenwel nooit door de gemeenteraad is vastgesteld;
2 5. Aangezien het verlies van biodiversiteit steeds meer onder de aandacht kwam heeft de gemeente daarna het initiatief genomen om m.b.t. de biodiversiteit een aparte: ‘Biodiversiteitsvisie (Bureau Waardenburg, 2019)’ op te stellen en deze ook door de gemeenteraad te laten vaststellen (zie in deze dus ook Bijlage 2: ‘Kaart ecologische groenstructuren (uit: ‘Biodiversiteitsvisie Zeist (Zeist, 2019)’). Die biodiversiteitvisie heeft er dan kennelijk (uiteindelijk) toe geleid dat de gemeente wel op een (relatief groot) aantal plaatsen is overgegaan tot een ecologisch beheer van de binnen de gemeente voorkomende grasachtige vegetaties, zoals o.a. langs de Griffensteinselaan. Thans wordt er dienaangaande, zoals overigens ook in het: ‘Groenbeheerplan Zeist 2025 – 2028’ aangegeven, gewerkt aan een ‘Uitvoeringsplan Biodiversteitsvisie Zeist’, dat mede n.a.v. de motie: ‘Verbreden van Biodiversiteit’ zoals deze bij de vaststelling van de Biodiversiteitsvisie is aangenomen; 6. Parallel aan het beheer van het groen is er in Zeist gelukkig ook al langere tijd bijzondere aandacht voor de (vele) binnen de gemeente voorkomende bomen en bossen. Zijn met name voor de gemeentelijke bossen in het verleden vele afzonderlijke beheerplannen opgesteld, thans is een groot gedeelte daarvan in 1994 overgedragen aan de Stichting Utrechts Landschap, waaronder o.a.
het vermaarde Zeisterbosch, hetgeen toch o.i. m.b.t. het behoud van die bossen als een bijzondere mijlpaal kan worden gezien; 7. Wat betreft het beleid van de binnen de gemeente voorkomende bomen is dan (reeds) in 2005 de: ‘Beleidsnota Bomen in Zeist (Zeist, 2005)’ vastgesteld, die dan mede als basis is gebruikt voor de gemeentelijke Bomenverordeningen; 8. Aangezien er bij de behandeling over de deregulatie van de gemeentelijke Bomenverordening in 2012 het door de raad van belang werd geacht dat er eerst een kader diende te worden opgesteld voor het beheer van de gemeentelijke (laan)bomen, zijn toen daarna samen met de samenleving de diverse scenario’s verkend om het laanbomenbestand in stand te kunnen houden (zie in deze dus met name ook het rapport: ‘Bomen – Kleurrijke dragers van groen in Zeist (Zeist, 2013)’). Het voorkeursscenario dat daaruit naar voren kwam is dan uiteindelijk de basis geweest voor het: ‘Lange termijn Bomenbeheerplan Zeist (Zeist, 2017)’; 9. Met name wat betreft de zogenaamde landschappelijke beplantingen, dus beplantingen met opgaande bosachtige structuur, zij het van beperkte omvang, is er dan de afgelopen jaren, dat samen met de inmiddels ingestelde: ‘Bomenbeheeradviesgroep’ gewerkt aan een: ‘Beheerplan Landschappelijke beplantingen (Copijn landschapsarchitecten, 2023)’, dat dan tevens heden ter besluitvorming door de gemeenteraad voorligt; 10.
Verder zijn m.b.t. de eisen die de Wet natuurbescherming aan de bescherming van de beschermde soorten stelt op basis van inventarisaties de beschermde planten en dieren zoals deze in Zeist voorkomen in kaart gebracht (zie in deze ook het rapport: ‘Beschermde en bedreigde soorten Zeist (Zeist, 2014)’, dat inclusief de uitgave van een fraaie: ‘Veldgids wilde planten en dieren in de gemeente Zeist -Voor altijd groen (Zeist, 2016)’. Voorts is op basis van een inventarisatie van gebouwbewonende soorten, zoals diverse soorten vleermuizen, de gierzwaluw en de huismus, een: ‘Soortmanagementplan (SMP) (Ecogroen et al, 2019)’ opgesteld, dat met name ook i.r.t. verduurzamingsopgave van woningen. Eveneens is op basis van een actualisatie m.b.t. voorkomende beschermde (en aanvullende) soorten binnen de gemeente ook nog een: ‘Gedragscode flora en fauna’ opgesteld, dat teneinde bij het beheer van het groen zorgvuldig rekening met de betreffende (beschermde) soorten te kunnen houden; 11. Naast beleidskader/plannen op het gebied van het groen (sec) moeten bijvoorbeeld ook die m.b.t.
water en ook de klimaataanpak als kader voor het beheer van het groen van belang worden geacht, zoals het: Verbreed gemeentelijk rioleringsplan (Zeist, 2021)’, hetgeen dat met name ook voor de waterkwaliteit van belang moet worden geacht, evenals ook: ‘Klimaatbestendig Zeist - Route naar een klimaatbestendige gemeente (Zeist, 2021)’, dat o.a. m.b.t. de betekenis van groen m.b.t. hittestress, het vooromen van wateroverlast, etc.; 12. Moet voor het beheer van het groen in het algemeen van het binnenstedelijke gebied het: ‘Groenstructuurplan – Zeist (voor) Groen (Zeist, 2011)’ als een belangrijke richtlijn worden aangemerkt, evenals wat betreft de ecologische kwaliteiten de: ’Biodiversiteitvisie Zeist (Zeist, 2019)’, voor het buitengebied moet met name het: ‘Landschapsontwikkelingsplan Kromme Rijngebied (Brons & Partners, 2009)’ als een
3 belangrijke mijlpaal worden aangemerkt, dat inclusief ook een meer specifieke visie voor Zeist (zie in deze ook Bijlage 3: ‘Visiekaart Zeist LOP Kromme Rijngebied + (Zeist, 2009)’); 13. Wat betreft het beheer wordt dan aangegeven, dat dat tot op heden veelal op basis van beeldkwaliteit heeft plaatsgevonden, dat kennelijk i.r.t. tot de in het: ‘Beheerplan IBOR (Zeist, 2011)’ daar vastgestelde kaders. Wel tekent de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. daarbij aan dat er wel degelijk voor bepaalde wijken, er nader uitgewerkte beheerplannen lagen, zoals voor Zeist-West (zie in deze ook het: ‘Groenbeheerplan Zeist-West 1995 (Zeist, 1995)’). 14. Wat betreft het (meer) planologische aspect wordt daaraan in met name het voorliggende: ‘Groenbeheerplan 2025 – 2028’ wel aandacht gegeven, maar o.a. toch meer afgeleid. In ieder geval was het o.a. goed geweest als als meer algemeen kader toch ook aan de: ‘Omgevingsvisie Zeist (Zeist, 2023)’ aandacht was gegeven. In dat kader heeft met name de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. er toen o.a., dat mede op basis van een powerpoint-presentatie, voor gepleit om voor het groen van Zeist uit te gaan van minimaal een: ‘Basiskwaliteit Natuur’ (zie in deze ook Bijlage 4: ‘Basiskwaliteit Natuur’), hetgeen uiteindelijk ook de zogenaamde ‘Ecosysteemdiensten’ ten goede zal komen (zie in deze ook Bijlage 5: ’Ecosysteemdiensten groen’).
Verder is er toen ook het: ‘Burgeramendement Opname Groenambities’ aangenomen, dat teneinde de groene waarden in kaart te brengen (zie overigens met name ook de: ‘Green City Challenge’), evenals ook de ambities m.b.t. het groen; 15. Tenslotte is dan inmiddels toch op Europees niveau (gelukkig) de zogenaamde: ‘Natuurherstelwet’ aangenomen, hetgeen o.i., ook al is de oorspronkelijke wet dan op veel punten aangepast, ook wel degelijk als een mijlpaal kan (en moeten) worden aangemerkt, dat overigens naast het mondiale zogenaamde: ‘Montréal Akkoord’ m.b.t. herstel biodiversiteit (uit 2022); Algemene reactie 16. Laat voorop worden gesteld dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. verheugd is dat er (eindelijk) een (overall) beheerplan voor het gemeentelijk groen wordt gepresenteerd, dat dus op basis van het voorliggende: ‘Groenbeheerplan Zeist 2025 – 2018’, dat dan m.u.v. zowel het beheer van de gemeentelijke laanbomen, waarvoor dan reeds eerder door de gemeenteraad het: ‘Lange termijn bomenbeheerplan (Zeist, 2016)’ is vastgesteld, evenals van het ‘Beheerplan Landschappelijke beplantingen’, dat thans mede ter besluitvorming voorligt, tenminste als de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dat goed begrepen heeft; 17.
Wat zij op zich wel jammer vindt is dat met name het: ‘Groenbeheerplan Zeist 2025 – 2028’ dan weliswaar met medewerking van een uitgebreide gemeentelijke projectgroep is opgesteld, dat inclusief vele disciplines (zie ook de lijst op pag. 2), maar dat daarbij op geen enkele wijze van de expertise vanuit de samenleving gebruik is gemaakt, dat dus o basis van participatie; 18. Wel op zich dus goed dat de diverse beheerplannen in een gezamenlijk raadsvoorstel aan de gemeenteraad worden voorgelegd, dat aangezien er tussen de diverse beheerplannen (uiteraard) een duidelijke samenhang bestaat, dat ook gezien de (groene) kwaliteiten die men uiteindelijk in de openbare ruimte wil realiseren; 19. Bezien we evenwel de diverse plannen dan is allereerst nu juist de samenhang tussen de diverse beheerplannen o.i. toch niet geheel duidelijk. Nu wordt daaraan met name in het: ‘Groenbeheerplan 2025 – 2028 (Zeist, 2024)’ wel aandacht gegeven, dat met name ook aan de kansen om bij diverse projecten, zoals die m.b.t. reconstructie van wegen, nadrukkelijker dan voorheen rekening te houden met bomen, zoals de kansen om hun groeiplaatsen te verbeteren, maar met name ook door het ontbreken van kaarten blijft het toch voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. onduidelijk waar dan de gemeente voor welke delen van het groen accenten wil leggen.
Dat hangt er dan mogelijk met name ook mee samen dat met name bij het: ‘Groenbeheerplan 2025 – 2028 (Zeist, 2024)’ vrijwel alle bijlagen ontbreken, maar juist om te zien waar dan bepaalde accenten worden gelegd, dus bepaalde doelen worden nagestreefd, was het o.a. toch goed geweest als daaraan ook een ‘integrale beheerkaart’ met duidelijke/concrete beheersdoelen ten grondslag was gelegd (vergelijk in deze dus ook diverse kaarten uit
4 het gemeentelijke: ‘Groenstructuurplan Zeist (voor) Groen (Zeist, 2011)’ en ook die uit de: ‘Biodiversiteitsvisie Zeist (Zeist, 2019)’); 20. Meer in het bijzonder is het dan al enige tijd bekend is, zoals ook in het: ‘Groenbeheerplan 2025 – 2028 (Zeist, 2024)’ zelf aangegeven, dat Zeist werkt aan een: ‘Uitvoeringsplan Biodiversiteitsvisie Zeist’. Daaraan wordt dan aan het realiseren van een zogenaamde ‘Basiskwaliteit Natuur’ een belangrijke betekenis toegekend. Een en ander wordt thans ook op basis van een ecologische structuur voor Zeist als geheel per als zodanig onderscheiden deelgebied nader uitgewerkt, dat teneinde zo tot een ‘levend netwerk van natuur, landschap en cultuurhistorie’ (vergelijk in deze ook de doelstelling van de ‘Brede Milieuvisie (Zeist, 2016)’) te komen, dat mede ook op basis voor een bepaalde ecologische verbinding/kerngebied relevante gidssoorten. In die zin zit Zeist m.b.t. het beheer van haar groen en de kwaliteiten die zij daarbij wil realiseren net o.i. in een overgangsfase, namelijk van een beheer op basis van beeldkwaliteit naar meer natuur gerichte kwaliteiten, dus blijft het voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. toch de vraag of het: ‘Groenbeheerplan 2015 – 2028 (Zeist, 2024)’ op dit moment wel op het goede moment komt; 21. Verder zou het o.i.
toch goed zijn als diverse beheerplannen uiteindelijk toch nog verder worden geïntegreerd, dat tot echt een integraal groenbeheerplan, dat ook aangezien de doelen die je met het ene beheerplan, zoals wat men dan (gewoon) groen noemt, o.i. niet los kan worden gezien van het landschappelijk groen. Wil je ecologische kwaliteiten realiseren dan moet o.i. juist ook aan zogenaamde bos-mantel-zoom vegetaties een belangrijke betekenis worden toegekend, dus ook aan een integraal beheer. Daaraan wordt met name in het: ‘Groenbeheerplan 2025 – 2028 (Zeist, 2024)’ gelukkig wel ook de aandacht gegeven die dit verdient, maar door echt integraal beheer kan hieraan o.i. toch beter vorm worden gegeven; 22. Verder is het natuurlijk fantastisch dat men de burgers meer bij het groen wil betrekken. Uiteindelijk zullen we het m.b.t. het groen/de biodiversiteit samen moeten doen, zoals door van je eigen tuin een ‘Heuvelrugtuin’ te maken (vergelijk in deze overigens ook: ‘Operatie Steenbreek’). Ook: ‘Zeist telt mee’ was natuurlijk een groot succes. Dus mooi dat daar waar er m.b.t. actieve participatie kansen liggen deze ook actief worden opgepakt, dat mede door de inzet van zogenaamde ‘groenmakelaars’. Daarbij gaat het dan o.a.
om ‘groenadoptie’, dus beheer door bewoners en bedrijven van het openbare groen in hun directe leefomgeving, dat kennelijk met een groot succes, zij het dat het daarbij natuurlijk wel van belang is dat daaraan een aantal duidelijke voorwaarden, zoals m.b.t. de soortkeuze, etc., worden gesteld, hetgeen gelukkig ook het geval is. In die zin kunnen de bijenoase, het Griftbosje, etc., natuurlijk als mooie voorbeelden worden gezien hoe je samen tot een versterking van biodiversiteit in de gemeente kan komen; 23. Wil je de diverse aangegeven ambities en dan met name die m.b.t. de ecologische/natuurlijke kwaliteiten van het groen ook realiseren, dan is daarbij o.i. uiteindelijk en dat is al vaker door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. aangegeven een stadsecoloog van wezenlijk belang (vergelijk o.a. ook de gemeenten Utrecht en Amersfoort), dat zonder overigens de diverse gemeentelijke groenambtenaren en ook de ‘groenmakelaars’ tekort te willen doen; 24. Tenslotte wordt ook aan een goede monitoring en evaluatie in het algemeen en aan ecologische monitoring en evaluatie om het bijzonder een belangrijke betekenis toegekend, dat mogelijk ook op basis ‘Citizen Science’ (vergelijk ook inzet van: ‘Samen meten in Zeist’), want juist door goed te monitoren en evalueren kun je het beheer ook tijdig bijsturen. Dus goed dat er m.b.t.
ecologische monitoring een monitoringsplan wordt opgesteld, althans de wens daartoe wordt uitgesproken; 25. Dat men in die zin bij het aanbesteden van het beheer van het groen dan steeds meer rekening wil houden met de te realiseren ecologische kwaliteiten, althans zo heeft de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dat steeds vanuit de gemeente begrepen, is dan uiteraard eveneens lovenswaardig, waarbij er overigens door het gebruik maken van (o.a.) AI steeds meer (wel) kan; Groenbeheerplan 2025 - 2028 26. Alhoewel de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. bewondering heeft voor de grote hoeveelheid informatie die aan dit plan ten grondslag is gelegd, zoals de gemiddelde vierkante meter
5 gemeentelijk groen per inwoner (28. 2m2) per inwoner en per huishouden (62 m2) 1, evenals ook bepaalde richtlijnen worden meegegeven, zoals de 3-30-300 m norm, met daarnaast ook de bijzondere aandacht voor bomen (dat o.i. gezien hun betekenis in het kader van de klimaatverandering/hittestress) en de mogelijkheden ze ook echt adequaat te beschermen, zoals bij evenementen en ook bij aanbrengen kabels, hetzij hun groeiplaats te verbeteren, dat teneinde uiteindelijk hun levensduur te verlengen, hetgeen ook weer kosten bespaard, blijft het uiteindelijk toch voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. onduidelijk waar bepaalde kwaliteiten en dan in het bijzonder ook bepaalde ecologische kwaliteiten worden nagestreefd, dat met name ook aangezien toch bepaalde kaarten met bepaalde doelstelling ontbreken. Natuurlijk er wordt nu extra geldt vrij gemaakt, dat o.a. voor extra maatregelen voor de bescherming van bomen en bijvoorbeeld ook voor vervanging van het groen, voor zover dus bij adequaat beheer en afhankelijk na te streven beplanting al noodzakelijk is, maar als niet duidelijk is waar wat wordt nagestreefd, kun je o.i. uiteindelijk nooit die kwaliteiten realiseren die je op een bepaalde plek wenselijk acht, zeker als het om bepaalde ecologische kwaliteiten gaat en waarbij bij o.a. verschralingsbeheer vaak pas op lange termijn goede resultaten mogelijk zijn; 27.
Verder dus wel goed/fantastisch om te zien dat op steeds meer plekken op ecologisch beheer wordt ingezet, dus bijvoorbeeld i.p.v. op ‘kort gras’ op ‘lang gras’, zij het dat ook daarbij wel o.i., dat ook gezien de ervaringen, nog steeds optimalisaties mogelijk zijn, dat niet alleen m.b.t. uitvoering, maar ook t.a.v. het tijdstip waarop gemaaid wordt. In ieder geval dus wel goed dat aan fasering steeds meer aandacht wordt gegeven, hetgeen voor overleven van soorten van groot belang moet worden geacht; 28. Dan goed dat bij keuze van plantmateriaal wordt gekeken naar inheemse (en ter plaatse thuishorende) soorten. Wel dus goed te kijken of daarbij toch ook niet van autochtone soorten gebruik zou moeten gemaakt, dus soorten die ook in genetische opzicht op een bepaalde plek van nature thuishoren (zie ook diverse publicaties m.b.t. het behoud van groen erfgoed, zoals: ‘Behoud groen erfgoed (RACM, 2019)’). Hierbij zij dan wel aangetekend dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. in het algemeen kritisch staat tegenover het verwijderen bestaande vegetatie en dan het opnieuw inzaaien, net als overigens FLORON. Dat ook aangezien dat al snel tot floravervalsing kan leiden. Gelukkig komen er wel steeds meer streekeigen zaaimengsels op de markt; 29.
Dan mooi dat wat betreft de binnen de gemeente voorkomende wateren ook aandacht worden gegeven aan de aanleg van ‘natuurvriendelijke oevers’, hetgeen ook voor de waterkwaliteit van de betreffende sloten/vaarten van belang moet worden geacht (zie in deze o.a. het rapport: ‘Beoordeling stadswateren gemeente Zeist (TAUW, 2007)’), zoals in het kader van de doelen (in 2027) m.b.t. Kader Richtlijn Water (KRW); 30. Verder is het op zich natuurlijk goed dat i.v.m. het meer klimaatbestendig maken van Zeist en dat dan vooral in verband met de afvoer van regenwater er wadi’s worden aangelegd, maar ook daar zal wel steeds ook nadrukkelijk met aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie rekening moeten worden gehouden, dus eerst d(i)e waarden in kaart brengen, een zorgvuldig ontwerp maken en dan pas uitvoeren. Gelukkig heeft hierover bij wegreconstructies, etc., wel ook steeds overleg met de natuur- en milieuorganisaties plaatsgevonden, zoals bij de Kromme Rijnlaan, maar ook bij de aanleg van wadi’s ter hoogte van het groen(vak) tussen de Schapendrift en het Parmentiersvak met ook een aantal (monumentale) kastanjes; 31. Verder wordt aangegeven dat men voor alle parken tot één beheerplan wil komen.
Op basis van diverse beheervisies/-plannen die voor met name ook voor de (rijks)monumentale parken zijn gemaakt, zoals het Brinkpark, het Walkartpark en ook het Pestersbosje, zal het duidelijk zijn dat elk park zo zijn eigen identiteit kent, waarbij het dan de vraag is over je m.b.t. de gegeven parken als geheel tot meer algemene beheerrichtlijnen kunt komen, zonder daarbij dan de afzonderlijke kwaliteiten van d(i)e parken te kort te doen;
1
De landelijke norm m.b.t. nieuwbouw (overeenkomstig de Nota Ruimte) is overigens 75 m groen per huishouden, zoals overigens ook in het: ‘Groenbeheerplan Zeist 2025 – 2028 (Zeist, 2024)’ aangegeven..
6 Beheerplan landschappelijke beplantingen 32. Wat betreft dit beheerplan is het dan zo, alhoewel het ook hierbij vanuit de realiseren kwaliteiten wordt gewaardeerd dat een dergelijk plan is opgesteld, dat aan dit plan een lang proces vooraf is gegaan, waarbij dus ook uiteindelijk van bureau is gewisseld. Laat het duidelijk zijn, dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o., maar ook de Werkgroep Natuurlijk Zeist e.o. vanaf het begin toch tamelijk kritisch is geweest over dit plan, dat niet alleen m.b.t. de na te streven beheertypen en waarvan het aantal t.o.v. eerdere versies aanzienlijk is teruggebracht, maar ook welk beheertype waar werd nagestreefd, evenals welke soorten daarbij dan van toepassing werden geacht, waaronder vele exoten/cultivars. Dat geldt ook m.b.t. tot daarbij per type aangegeven percentages ‘open’, hetgeen dan o.i. op verschillende wijze zou kunnen worden geïnterpreteerd; 33. In ieder geval zou het o.i.
dus wel goed zijn, zoals overigens wel ook in het plan aangegeven, als er alvorens bepaalde beheersmaatregelen worden uitgevoerd er met name bij (relatief grootschalig) herstel-/omvormingsbeheer er toch met diverse betrokkenen alsnog vooraf een schouw plaatsvindt, zodat ook duidelijk is wat op een bepaalde plek/locatie uiteindelijk als streefbeeld wordt nagestreefd, evenals met name ook hoe dan de fasering plaatsvindt om dat streefbeeld te kunnen realiseren, hetgeen met name vanwege de klimaatverandering van groot belang wordt geacht (vergelijk ook de o..i. veel te grootschalige aanpak bij de verjonging landschappelijke beplantingen langs de Griftlaan en ook de Weteringlaan); Speelruimteplan Zeist 2024 34. Hierbij wordt dan op basis van een (uitvoerige) inventarisatie en wensen (vanuit diverse gebruikersgroepen), de ambities op het gebied van spelen aangegeven en hoe daar uitvoering aan te geven; 35. Op zich natuurlijk fantastisch dat hier aandacht aan wordt gegeven, want bewegen en spelen is natuurlijk ontzettend belangrijk, voor welke leeftijd dan ook (zie in deze dus ook het: ‘Beleidskader gezondheid, sport en bewegen 2024 – 2027’); 36.
Ook hierbij is het evenwel van belang, zeker bij nieuwe plekken/routes, nadrukkelijk rekening te houden met aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie, dus de keuze voor een integrale aanpak, bij voorkeur op een hoger schaalniveau; 37. Verder zouden alle speelplekken/sportroutes o.i. vanuit oogpunt duurzaamheid meteen een zo natuurlijk mogelijk karakter moeten hebben, dat niet alleen vanuit gezichtspunt duurzaamheid, maar ook m.b.t. bewustwording kinderen en volwassen van een natuurlijke leefomgeving; 38. In die zin liggen er natuurlijk vele kansen tot een (verdere) vergroening en medegebruik van ‘schoolpleinen’ (vergelijk ook campagne IVN: ‘Alle schoolpleinen groen in 2030’), ook al zal ook de veiligheid daarbij een rol spelen; Conclusie 39. Goed dat de diverse beheerplannen er nu liggen, maar ook gezien het ontbreken diverse (meer integrale) kaarten blijft het voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. toch onduidelijk wel beheerdoelen nu waar worden nagestreefd, hetgeen o.i. toch van essentieel belang is, dat ook m.b.t. eventuele aanbestedingen; 40.
Verder is Zeist nu juist in een overgang, dat ook gezien de biodiversiteits- en ook klimaatcrisis, naar een meer ecologische beheer van haar groen met ook duidelijkere doelstellingen, zoals het realiseren van (minimaal) een: ‘Basiskwaliteit Natuur’, dus is het de vraag of met name het:’Beheerplan Groen Zeist 2025 – 2028 (Zeist, 2024)’ toch in die zin niet net te vroeg komt; 41. Zeist is een groene gemeente en met voorliggende beheerplannen kunnen die groene kwaliteiten nog verdere worden versterkt, hetgeen uiteraard een lovenswaardig streven is, maar dan is het dus wel belang dat er uiteindelijk een integrale beheervisie komt,, inclusief bijbehorende integrale beheerkaart, dat uiteraard met mogelijkheden voor afzonderlijke beheerplannen voor bijzondere plekken, zoals voor bepaalde (monumentale) parken en andere groene parels. Patrick Greeven (Stichting Milieuzorg Zeist e.o.)
7 Bijlage 1: Ecologische Hoofdstructuur Zeist (naar: ‘Groenstructuurplan – Groen (voor) Zeist (Zeist, 2011)
8 Bijlage 2: Kaart ecologsiche groenstructuren (uit: ‘Biodiversiteitsvisie Zeist (Zeist, 2019)
9 Bijlage 3: Visiekaart LOP Kromme Rijngebied + (Zeist, 2009)
10 Bijlage 4: Basiskwaliteit Natuur
11 Bijlage 5: Ecosysteemdiensten groen