Bijdrage ondernemersvereniging centrum
Tekst van het document
Nadere invulling en argumentatie van ons voorstel om te komen tot een Lokaal SteunFonds. Opgesteld voor de ‘Ronde Tafel’ van 22 maart 2010 en in aansluiting op het Raadsvoorstel 21RV022.
Geachte leden van de gemeenteraad, Geacht college van Burgemeester & Wethouders,
Ons voorstel heeft tot doel: ● Het behouden van een levendig en inspirerend bedrijfseconomisch klimaat voor het MKB in het centrum van Zeist door het direct financieel ondersteunen van noodlijdende ondernemers die door de Corona-maatregelen van overheidswege dicht moesten. Een maatschappelijk gewenst doel. ● Daarmee het behoud van de werkgelegenheid in Zeist, het totale centrum biedt onder meer werk aan ruim 2700 arbeidsplaatsen. ● Solidariteit met de getroffen ondernemers zal de cohesie binnen de zeister samenleving volgens ons zeker versterken. ● Een succesvol steunfonds kan als voorbeeld voor anderen dienen, hiermee laat de gemeente Zeist zien hoe ze meewerkt aan het oplossen van de ontstane problemen. Er zijn volgens ons voldoende argumenten die steun aan de ondernemers in Zeist mogelijk maakt. Hierbij willen wij als toelichting die argumenten aandragen. De corona steunmaatregelen van de rijksoverheid zijn onvoldoende. De brief van de provincie Utrecht van 25 februari jl. - mede ondertekend door de gemeente Zeist - onderkent dit. Doordat die maatregelen onvoldoende zijn, komen de ondernemers in grote financiële nood. Die financiële nood is ontstaan doordat hun bron van inkomsten hen is ontzegt terwijl gelijkertijd de zakelijke verplichtingen zijn doorgelopen. Voor hun privé verplichtingen is er de TOZO en pas sinds 1 januari 2021 de TONK.
De TONK maatregel is het bewijs dat de overheid onderkent dat nu ook de vaste privé verplichtingen een probleem zijn geworden voor de ‘gesloten’ ondernemers. Provinciale en lokale overheden zijn naar ons weten nooit uitgesloten om steun te verlenen. De Europese regels inzake staatssteun aan ondernemingen (artikel 107 t/m 108 van het Verdrag inzake Werking Europese Unie) worden sinds maart 2020 op heel andere wijze uitgelegd omdat hier sprake is van een buitengewone gebeurtenis (art. 107.lid 2 sub B. VWEU). Deze gewijzigde uitleg is (voorlopig) verlengd tot aan 1 juli 2021. Dat maakt de houding ten opzichte van het verlenen van staatssteun aan ondernemingen anders. Uit een recent gepubliceerd document van de Europese Commissie blijkt dat nota bene Nederland er zelf voor gekozen heeft, niet volledig gebruik maken van de financiële mogelijkheden tot staatssteun. Zij leggen zich in relatie tot andere lidstaten beperkingen op. Het gehoorde argument van het verleden met de BiGA-groep is niet relevant. Dat was niet ten tijde van deze pandemie en toen golden deze nieuwe uitleg van regels niet.
De buitengewone omstandigheid die staatssteun makkelijker mogelijk maakt hebben wel nog steeds hun voorwaarden. Het moet proportioneel zijn; geen overcompensatie en het verlies of nadeel moet onderbouwd worden aangetoond. Om aan deze voorwaarden te kunnen voldoen zijn wij voor individuele maatwerk. Dit moet worden mogelijk door het instellen van een ondernemersloket. Dat is de toegang tot het fonds/de regeling. Daarvoor kan in samenwerking met bijvoorbeeld een RSD en de vastgoedmanager de aanvragen getoetst worden. De ondernemers die een aanvraag mogen doen, kunnen precies omschreven worden. Daarbij kan men zich aansluiten bij de criteria die de rijksoverheid voor de initiële sluiting heeft gesteld namelijk de Standaard Bedrijfs Indelings code (SBI). Wij zijn voor een korte afgebakende aanvraagperiode. Het doel daarvoor is tweeledig. Het gevoel van urgentie en de mogelijkheid een eventuele mogelijkheid van maximering snel mogelijk te maken. Wij beseffen dat de middelen nooit zullen voldoen om alle zorgen weg te nemen. Dit geldt met name voor de grotere ondernemingen. Maar ook hier zal de solidariteits boodschap die van deze regeling uitgaat zeker van invloed zijn. Het ondernemersloket toetst of van alle mogelijke overheidsregelingen al gebruik is gemaakt. Zonodig wordt de ondernemer geholpen dit alsnog te doen.
Wel weten wij - en moet onderkent worden - dat sommige ondernemers, om diverse redenen, in het begin van de crisis de financiële gevolgen zelf hebben gedragen. Niet wetende dat het zolang zou duren. Door dit individuele maatwerk kan rechtmatigheid worden vastgesteld. Voor het vaststellen van de bijdrage is gekozen om de huisvestingskosten als basis te kiezen. Huisvestingskosten en personeelskosten vormen de belangrijkste kostenposten voor een ondernemer in onze sectoren. Huisvestingslasten liggen voor langere tijd vast en zijn in normale omstandigheden een goede indicatie van het totaalvolume van een onderneming. Dat maakt het inschatten van proportionaliteit van de regeling mogelijk. In ons voorstel spreken wij van gelijkgestelde regelingen. Dat houdt verband met een pand in eigendom. Het Kadaster geeft hier uitsluitsel over. Het in het raadsvoorstel genoemde argument dat het niet mogelijk is om dit vast te stellen vinden wij op z’n zachtst gezegd vreemd. Bij eigendom zal door de ondernemer nadere informatie moeten worden overlegd. Toch vinden wij dat ook ondernemers/pandeigenaren in aanmerking kunnen komen voor de bijdrage. Ook hiervoor geldt het gelijkheidsprincipe.
De voorgestelde grootte van het fonds/de regeling hebben wij vastgesteld op basis van de uitkomsten van de inventarisatie die wij op verzoek van de gemeenteraad hebben uitgevoerd onder ondernemers in de getroffen sectoren in het centrum van Zeist. Op die inventarisatie hebben 73 ondernemers gereageerd. Een naar ons oordeel voldoende representatief resultaat.
Bij vraag 11 hebben wij de respondenten gevraagd wat zij denken nodig te hebben tot 1 november 2021, een datum naar dat wij verwachten dat de omstandigheden in Nederland weer enigermate ‘normaal’ kunnen zijn - pre-corona. Die uitkomsten hebben een bandbreedte opgeleverd waarbinnen wij een keuze hebben gemaakt. Daarbij in het achterhoofd hetgeen op dat moment budgettair al bij de gemeente al aanwezig was. De berekende bijdrage die uit de regeling voortkomt is een gift. Het belast niet nog meer de ‘tsunami’ aan uitgestelde verplichtingen die de huidige ondernemers wachten. Verplichtingen die straks als extra, buiten de gewone omzetten moet worden gerealiseerd. Het maatwerk zal inzicht geven waaraan de bijdrage waarschijnlijk zal worden uitgegeven. Gezien de TOZO en de TONK regelingen verwachten wij dat het zakelijk zal worden ingezet. Aan de bijdrage worden daarom geen bestedingseisen gesteld. De regeling is bedoeld voor een periode van 3 maanden. Mocht de situatie daarom vragen kan een verlenging worden overwogen Zoals al is vermeld, zal de bijdrage niet alle zorgen van de getroffen ondernemer wegnemen. Maar dit substantiële gebaar van de gemeente Zeist zal zeker helpen in het voortbestaan van de ondernemer en het instandhouden van werkgelegenheid. En dient daarmee het welzijn van heel Zeist! Waarvan akte!
Het bestuur van de Ondernemersvereniging Centrum Zeist Ronald Schrijvers Rinke Nijdam Léon van den Heuvel Hans van Dijk