Beantwoording technische vragen 2e ronde P&C Stukken deel 2 (versie20260703)
Tekst van het document
Technische vragen P&C stukken (raadsvergadering 7 juli 2026) RV26.029
Jaarstukken 2025
Aangepast antwoord Vraag uit 1e ronde van PRO – Martine Folkertsma 1. P.128, afvalstoffenheffing. Aantal eenpersoonshuishoudens groeit evenals kwijtscheldingen: wat betekent dit voor de toekomst? Is daar iets over te zeggen?
het
aandeel
In de 1e technische vragenronde is hierop dit antwoord gegeven: ”De afvalstoffenheffing is een kostendekkende heffing. Dit betekent dat de totale opbrengsten worden afgestemd op de totale kosten. Er is op dit moment niet bekend wat de geconstateerde ontwikkelingen betekenen voor de toekomst en of er een verband is tussen de groei van het aantal eenpersoonshuishoudens en het aantal kwijtscheldingen. Aan de Bghu is gevraagd of zij een verband zien tussen beiden, het antwoord hierop is nog niet ontvangen en zal daarom met u worden gedeeld bij de beantwoording van de tweede vragenronde.” Antwoord 2e ronde: In de jaarstukken staat vermeld dat het aandeel eenpersoonshuishoudens groeit. Hiermee wordt bedoeld dat het aantal eenpersoonshuishoudens in absolute zin is gegroeid, evenals het aantal meerpersoonshuishoudens. Er wordt door de BghU geen verband gezien tussen de stijging van het aantal eenpersoonshuishoudens en de stijging van het aantal kwijtscheldingen.
Vragen van CDA n.a. n.a.v. ronde tafel P&C stukken 16 juni 2026 Eindverslag 2025 1. Kan het college aangeven welke concrete interventies in 2025 en 2026 zijn ingezet om de wachttijden binnen de jeugdhulp te verminderen? Wij ontvangen daarbij graag: a. een overzicht van de getroffen maatregelen en interventies; b. de duiding van deze interventies (bijv. gericht op toegang, inkoop, capaciteit, samenwerking of anderszins); c. inzicht in de mate waarin deze interventies hebben bijgedragen aan het verkorten van wachttijden; Binnen de bestaande middelen zijn enkele interventies in gang gezet. Sinds 2025 is het aanmeldoverleg operationeel, waarin interne en externe partijen gezamenlijk beoordelen of een hulpvraag beantwoord kan worden binnen het voorveld, voordat een formele aanmelding bij het CJG plaatsvindt. Dit bevordert een gerichtere en passendere instroom. Daarnaast is een flexibele schil opgebouwd: een flexpool van medewerkers die naar behoefte kortdurend of langer inzetbaar zijn binnen de verschillende teams, wat bijdraagt aan continuïteit van begeleiding ook in perioden van piekbelasting. Vrij toegankelijk groepsaanbod is ingekocht zodat inwoners met een specifieke vraag hiernaar verwezen kunnen worden. Dit wordt op dit moment verder uitgebreid. Verder zijn we met onze partners, zoals bijv. het onderwijs en huisartsen, in gesprek rondom het verwijsgedrag.
Vanuit de brede gemeentelijke visie op het sociaal domein, starten we momenteel gesprekken met partners en inwoners rondom de beweging naar de voorkant en het normaliseren en wat dit voor hen betekent. Eind 2026 zal de verordening Jeugd & Wmo aan uw raad worden voorgelegd. Hierin staan de kaders beschreven over o.a. doelgroep en reikwijdte. Het al dan niet ontstaan van wachtlijsten kan vanuit verschillende hoeken ontstaan: toenemende complexiteit van casuïstiek, de toename van het bieden van eigen ondersteuning door de consulenten, veranderend gedrag van verwijzers als huisartsen en gecertificeerde instellingen, beschikbaarheid van hulp en ondersteuning in de sociale basis etc. Het college houdt de ontwikkeling van wachttijden nauwgezet in de gaten en zal de raad informeren als er meer of andere middelen nodig zijn om de gewenste effecten te realiseren. 1
Vragen van PRO 18 juni 2026 2. Wat is de totale massa van de spendanalyse (inkoop en aanbestedingen proces?) Die haal ik niet uit het interne auditrapport van de VIC. Dus niet de 18 mio van de totale inkopen maar alleen de aanbestedingen. Jaarlijks vindt er een analyse (spendanalyse) plaats van alle crediteuren waar over de afgelopen vier jaar meer dan de Europese aanbestedingsgrens aan is overgemaakt of welke op basis van de uitgaven in 2025 deze grens zouden kunnen overschrijden. De massa van de inkoopfacturen was € 204 mln. waarvan 94%, namelijk € 192 mln. beoordeeld is. Dit betrof 378 crediteuren waarvan er 60 niet aanbestedingsplichtig waren (€ 134 mln.). Van 38 crediteuren waren de bestedingen in 2025 zeer beperkt of nihil (€ 0,07 mln.) en het betrof 83 inhuurcontracten die via Flextender zijn aanbesteed (€ 8,9 mln.). Van de overige 197 crediteuren (€ 49 mln.) is nader onderzocht of deze op de juiste wijze zijn aanbesteed. De gemeente Zeist kent een ‘Inkoop en aanbestedingsbeleid’. De keuze voor een aanbestedingsprocedure is afhankelijk van de omvang, type en complexiteit van de opdracht, de transactiekosten en het karakter van de markt. Vragen van Zeist Lokaal – Jan Bredius 14 juni 2026 3.
Is de dividenduitkering Stedin op p 212 12e post(met de dividendbelasting teruggave) niet een structurele bate? Het besluit begroting en verantwoording gemeenten (BBV) schrijft voor dat dividenduitkering in beginsel inderdaad een structurele baat is. Alleen wanneer er sprake is van extra dividenduitkering geldt dit als incidentele baat. Omdat in dit geval sprake is van reguliere dividenduitkering betreft dit inderdaad een structurele baat en had dit niet in deze tabel horen te staan. 4. p. 130 Toeristenbelasting. Op deze pagina lezen we: Het voordeel komt ten gunste van het rekeningresultaat 2025 en is voornamelijk het gevolg van een correctie over voorgaande jaren. Heeft deze correctie te maken met de periodieke controle van deze aangiften? Welke duiding geeft het college hieraan? Zo nee, waar ligt dat dan aan en is dat structureel? De correctie die tot een voordeel leidt in het rekeningresultaat 2025 is het gevolg van een tweetal, incidentele, navorderingen. Inmiddels heeft de BghU haar werkwijze aangepast waarbij, wanneer een aangifte wordt ontvangen met een onverklaarbaar lage opgave/ afwijking, deze pas na de boekencontrole op aanslag wordt gebracht. Dat betekent een latere oplegging maar voorkomt een navorderingsaanslag. Hiermee voorkomen we in de toekomst dit soort grotere afwijkingen. Technische vragen van Vincent van Voorden (CDA) 10 juni 2026) 5. Pagina 9 & 17.
In de samenvattingstabel staat de Voorziening pensioenen wethouders op € 1.138.000 nadelig (P9). In de toelichting op diezelfde post staat echter € 1.075.000 nadelig(P17). Welk bedrag is correct, en hoe is het verschil van € 63.000 ontstaan? Nadat de jaarrekening 2025 met bijbehorende toelichtingen is opgesteld is er nog een (uitgevraagde) aanvullende actuariële berekening binnengekomen. De accountant heeft deze berekening getoetst en dit leidde tot een extra dotatie aan de voorziening van € 63.000. Dit is wel verwerkt in de cijfers bij programma 1 maar per ongeluk niet aangepast in de toelichtende tekst met afwijkingen. Deze extra dotatie is wel betrokken in de uiteindelijke analyse met de grootste afwijkingen op pagina 9, dit is het juiste cijfer.
2
6. Pagina 9. In de tabel top-10 afwijkingen post 5 noemt "OZB niet woningen gebruikers/eigenaren" als voordeel van € 706.000(P9). In de toelichting op pagina 128 staat echter dat het totale voordeel OZB € 895.000 bedraagt, waarvan € 706.000 betrekking heeft op niet-woningen en € 189.000 op woningen eigenaren. Waarom is het voordeel op de OZB woningen eigenaren (€ 189.000) niet opgenomen in de top-10 afwijkingen, terwijl het totaal hoger uitkomt dan meerdere andere posten die er wel in staan? In de tabel, op pagina 9 van de jaarstukken 2025, worden alleen individuele posten gemeld voor de opsomming van de grootste afwijkingen. Om deze reden staat hier wel het voordeel van € 706.000 voor OZB niet woningen/gebruikers en eigenaren en de individuele post OZB woningen eigenaren niet. Formeel zijn dit in onze administratie twee verschillende posten. De post OZB woningen eigenaren heeft ‘slechts’ een voordeel van € 189.000 en is daarmee kleiner dan de in de tabel op pagina 9, gepresenteerde posten. De kleinste afwijking in die tabel bedraagt immers een afwijking van € 535.000. 7. Pagina 35. De tabel Onderwijshuisvesting (Exploitatie en onderhoud) laat op onderdeel 4.2 een afwijking zien van € 879.000 nadelig. Het totaal Onderwijshuisvesting staat echter op € 787.000 nadelig. Het verschil is € 92.000. Er zijn geen "diverse kleine afwijkingen" vermeld die dit verschil verklaren.
Hoe is dit verschil ontstaan? Op pagina 35 staat onderstaande tabel:
Het totale collegeproduct laat een nadeel zien van € 787.000. Dit wordt veroorzaakt door enerzijds een voordeel van €92.000 op de exploitatie en onderhoud van de gymlokalen en anderzijds door een nadeel van € 897.000 op de exploitatie en onderhoud van onderwijshuisvesting. Beide onderdelen samen vormen het collegeproduct onderwijshuisvesting. 8. Pagina 128. In de toelichting op de OZB-opbrengsten staat dat € 330.000 van het voordeel nietwoningen betrekking heeft op het begrotingsjaar 2024. Dit gaat over het object Camp New Amsterdam. Waarom is een correctie over 2024 pas nu verwerkt in de jaarrekening 2025? Is dit conform de BBV-regels, en wat was de reden voor de vertraging? Wanneer er bijvoorbeeld met te lage grondslagen is gewerkt mag er tot maximaal 3 jaar terug OZB worden opgelegd. Deze oplegging heeft in 2025 plaatsgevonden waardoor dit tot extra baten leidt. Conform de BBV-regels dienen lasten en baten in het jaar waarin deze van toepassing zijn verwerkt te worden. Omdat we niet met terugwerkende kracht de Jaarstukken 2024 aan kunnen passen en deze extra baat ten tijde van het opstellen van de Jaarstukken 2024 nog niet bekend was dienen deze in het lopende jaar (2025) afgewikkeld te worden.
3
9. Pagina 141, 143 & 144. De belastingcapaciteit is gestegen naar 106%, boven de signaalwaarde van 105% die de provincie Utrecht hanteert als meest risicovol. Het college vermeldt dit, maar trekt verder geen conclusies. Welke actie onderneemt het college naar aanleiding van het overschrijden van deze grens? En voor 2026 wordt 105% verwacht, wat nog steeds op de risicovolle grens zit? De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De belastingdruk is een combinatie van de afvalstoffen- en rioolheffing en de OZB. Een hoger percentage is een signaal dat een gemeente minder wendbaar is om (snel) meer inkomsten te generen waardoor dit als meest risicovol wordt gezien. Dit komt mede doordat het kengetal belastingcapaciteit samenhangt met de zogeheten onbenutte belastingcapaciteit. De onbenutte belastingcapaciteit is het verschil tussen de werkelijk geheven OZB en de maximaal te heffen OZB. De hogere belastingdruk die leidt tot een hogere belastingcapaciteit wordt in Zeist veroorzaakt door de relatief hoge afvalstoffen- en rioolheffing. Daartegenover staat dat de OZB in Zeist relatief laag is ten opzichte van andere gemeenten. Net als voorgaande jaren blijven we de ontwikkelingen van dit kengetal volgen. Bij de Begroting 2027 zullen we hier opnieuw naar kijken. 10. Pagina 182.
Het eigen vermogen is in één jaar gedaald van 206.000 euro naar -51.000 euro. De joint venture (SRO Zeist) heeft dus een negatief eigen vermogen. Tegelijk loopt het begrotingstekort op naar 257.000 euro in 2025. Hoe lang accepteert de gemeente Zeist dit patroon van structurele verliezen, en wanneer wordt een grens gesteld aan de gemeentelijke bijdrage? Eind 2026 loopt het huidige contract tussen N.V. SRO en gemeente Zeist af voor de exploitatie van zwembad Dijnselburg. We voeren momenteel gesprekken over de hercontractering. Gesproken wordt over een realistische maatschappelijke doelstelling voor het zwembad met een bijbehorende reële begroting (dit op basis van de aanbevelingen uit het evaluatieonderzoek door het Mulier instituut). Dit is aanleiding geweest om het negatieve jaarresultaat de afgelopen 2 jaar te accepteren. Sinds 2024 heeft SRO Zeist B.V. geen winstgevende exploitatie. De oorzaak hiervan ligt voor een groot deel in structureel stijgende kosten voor personeel, onderhoud en energie. Hierdoor staat het bedrijfsresultaat van SRO Zeist B.V. onder druk. In het najaar van 2026 verwachten we meer duidelijkheid te kunnen geven over de hoogte van het toekomstige exploitatiebedrag, het oplossen van de tekorten en het bijbehorende programma voor het zwembad. 11. Het Rijk heeft een subsidie voor meerkosten energie verleend van 558.089 euro.
Na definitieve vaststelling blijkt de gemeente 372.205 euro te veel te hebben ontvangen en moet dit terugbetalen. Hoe heeft deze foutieve aanvraag kunnen plaatsvinden en wie is daarvoor verantwoordelijk? De gelden vanuit het Rijk zijn in 2023 ontvangen door de gemeente Zeist en 1:1 aan SRO verstrekt als subsidie. Na verantwoording van de uitgaven door het SRO bleek dat er recht is op minder subsidie. De vaststelling door het Rijk heeft plaatsgevonden in 2025. De gemeente heeft dit inmiddels terugbetaald aan het Rijk en vordert dit terug van SRO.
4
12. Het bezoekersaantal daalde van 195.000 in 2024 naar 145.000 in 2025, een daling van 26 procent. Als oorzaak wordt de glijbaan genoemd die "een aantal maanden buiten gebruik" was. Is dit de volledige verklaring, en wat is de verwachting voor 2026 nu de glijbaan weer beschikbaar is? Daarnaast zouden wij graag de bezoekersaantallen van de jaren 2022 en 2023 ontvangen. De glijbaan is in 2025 meerdere maanden buiten gebruik geweest. Dit heeft geleid tot minder recreatieve bezoekers. Daarnaast heeft SRO Zeist B.V. aangegeven dat de bezoekersaantallen over 2024 en 2025 onvolledig zijn als gevolg van het uitvallen van kassa-apparatuur (meetinstrument) en handmatig tellen. Ook kunnen verenigingsleden niet individueel geteld worden. Er zal dus altijd rekening gehouden moeten worden met een foutmarge. SRO Zeist B.V. geeft aan dat de bezoekersaantallen van verenigingen over 2025 gelijk zijn aan het jaar 2024. Toegezegd is dat er een nadere duiding komt van de bezoekersaantallen. De bezoekersaantallen van de jaren 2022 en 2023 treft u hieronder aan (bron: kwartaalrapportage Q4 2023 SRO Zeist B.V.):
13. Er staat te lezen dat de bezoekersaantallen van het Klimbos sterk zijn gedaald met 3200 bezoekers. Wat zijn de bezoekersaantal van het Klimbos? Daarnaast zien we deze ook graag van 2022, 2023 en 2024? Bezoekersaantallen 2022 en 2023 (bron: kwartaalrapportage Q4 2023 SRO Zeist BV
Bezoekersaantallen 2024 en 2025 (bron: jaarrekening 2024)
14. Kunnen de kosten van het Klimbos separaat worden gedeeld met de raad? De kosten van het Klimbos zijn verweven in de exploitatielasten van SRO Zeist B.V. en daarmee niet apart inzichtelijk. Zo wordt toezichthoudend personeel ingezet bij zowel het zwembad als het klimbos en zijn horeca-inkomsten en -uitgaven niet apart geregistreerd voor beide activiteiten.
5
15. De bestuurders hebben "in principe" uitgesproken de samenwerking per 1 januari 2027 te continueren, maar alleen na evaluatie en aanbevelingen. De gemeente heeft "intensief afstemming gezocht om bij te dragen aan het verhogen van het ondernemerschap." Wat zijn de concrete aanbevelingen uit de evaluatie, welke maatregelen neemt de gemeente als aandeelhouder als die aanbevelingen niet worden gerealiseerd, en is continuering van de samenwerking na 2027 überhaupt nog een gegeven? De conclusies uit het evaluatieonderzoek van het Mulier instituut zijn: a. De gekozen constructie van een joint venture goed aansluit bij de gemeentelijke doelen (vanwege gemeentelijke regie, ruimte voor ondernemerschap en maatschappelijke sturing); b. De maatschappelijke en financiële doelen bij het aangaan van de joint venture niet gehaald zijn en deze zijn door beide partijen als onrealistisch ervaren. Dat doelen niet behaald zijn komt door een combinatie van externe factoren (coronacrisis, energiecrisis, inflatie) en interne factoren, zoals beperkte operationalisering van doelstellingen, krappe financiële planning, een moeizame samenwerking op het gebied van onderhoud en een ontbrekende afschrijving van de inventaris in de begroting.
Het niet behalen van de financiële doelstelling bemoeilijkte ook het behalen van de maatschappelijke doelstelling, omdat de maatschappelijke reserve van het zwembad werd ingezet voor de reguliere exploitatie. Dat beperkt echter de mogelijkheid om meer te doen dan om het zwembad echt door te ontwikkelen. c. De exploitatiebijdrage lijkt (met mitsen en maren) marktconform; d. In de begin jaren er beperkt accounthouderschap vanuit de gemeente was. Hierdoor kwam de gemeente op afstand te staan en ontstond er nauwe verwevenheid tussen NV SRO en het personeel van SRO BV. De concrete aanbevelingen zijn: e. Herijken gemeentelijke doelstellingen; f. Goed borgen van het accounthouderschap binnen de gemeente; g. Hercontractering verkennen met de volgende aandachtspunten: i. Transparant uitspreken van belangen en vertaling in doelen ii. Rolvervlechting binnen SRO Zeist BV beperken (gestandaardiseerde processen, neutrale directeur aanstellen, RvC instellen, toezicht vergroten op inhuur diensten door SRO Zeist BV) iii. Afspraken maken over het onderhoud en normbedragen actief hanteren iv. Realistische gezamenlijke doelstellingen maken en onderling vertrouwen Met de hercontractering wordt nu tot 1 januari 2027 gefocust op een nieuwe beheer- en exploitatieovereenkomst, huurovereenkomst en dienstverleningsovereenkomst. Het gaat dan o.a.
over het in gezamenlijkheid formuleren van realistische doelstellingen voor het zwembad en een daarvoor benodigde reële exploitatievergoeding. Het is nu te voorbarig om te concluderen dat hercontractering geen kans zou hebben. Indien we nu stoppen met de gesprekken over hercontractering, betekent dit dat er vanaf 1 januari 2027 geen exploitant is voor het zwembad.
6
16. Pagina 158/246. In de Jaarstukken 2024 bedroegen de onrechtmatigheden 5,7 miljoen euro. Nu zijn ze 9,4 miljoen euro. Dat is een stijging van 65 procent in één jaar. Het college heeft bij de Jaarstukken 2024 verbeteringen beloofd. Wat heeft het college concreet gedaan om de onrechtmatigheden terug te dringen en hoe verklaart het dat het resultaat desondanks zo sterk is verslechterd? De conclusie dat er een stijging van 65% in een jaar is, is niet als zodanig te trekken. De rechtmatigheidsverantwoording bestaat uit verschillende onderdelen die allemaal een andere foutoorzaak kennen. Tijdens de informatiebijeenkomst op 2 juni jl. zijn de diverse onderdelen met uw raad besproken. In 2024 waren er € 4,1 mln. aan begrotingsonrechtmatigheden, waarvan € 3,3 mln. acceptabel volgens de geldende Financiële Verordening. In 2025 betrof dit € 6,0 mln. onrechtmatig waarvan € 5,0 mln. acceptabel. Dit verschil wordt bijna geheel veroorzaakt door een overschrijding van investeringskredieten op de jaarlaag, maar passend binnen het totale goedgekeurde krediet. De nietacceptabele fout is daarom met € 0,2 mln. toegenomen ten opzichte van 2024. De genoemde overschrijdingen worden in de desbetreffende programma’s toegelicht als ze boven de rapportagegrens komen. In 2024 waren er € 1,6 mln. aan onrechtmatigheden ten aanzien van het voorwaardencriterium ten opzichte van € 3,4 mln. in 2025.
In de paragraaf bedrijfsvoering is toegelicht wat de achterliggende oorzaak van deze fouten is. De onrechtmatige bestedingen in 2025 zijn enerzijds het gevolg van contracten die al in 2024 als onrechtmatig waren aangemerkt en doorlopen in 2025, en anderzijds van contracten die op basis van de spendanalyse in 2025 als onrechtmatig zijn vastgesteld. Contracten die in 2024 als onrechtmatig zijn aangemerkt, konden niet direct worden beëindigd. Hierbij dienen de contractueel vastgelegde einddata te worden gerespecteerd en dient een nieuwe aanbestedingsprocedure zorgvuldig te worden doorlopen om te voorkomen dat een nieuwe onrechtmatigheid ontstaat, dat kost tijd. Zie ook het antwoord op vraag 16. De afgelopen jaren is onder meer ingezet op bewustwording en een aanpassing van het interne inkoopbeleid. Zie verder het antwoord op vraag 17. 17. Het college meldt in de paragraaf bedrijfsvoering (P158) dat bij het voorwaardencriterium 15 individuele contracten onder de rapporteringsgrens van 150.000 euro vallen, maar niet worden toegelicht. Kan het college een volledig overzicht verstrekken van deze 15 contracten, inclusief per contract: a. de omschrijving van de opdracht b. de opdrachtwaarde c. het jaar van gunning d. de toegepaste aanbestedingsprocedure e.
de reden waarom Europees aanbesteden achterwege is gebleven? Met de raad is in de Financiële verordening gemeente Zeist 2025, paragraaf 3, artikel 10 lid 3 afgesproken dat ‘In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 150.000 nader toegelicht’. Dat is de verantwoordingsgrens op basis waarvan aan de raad wordt gerapporteerd en dezelfde grens als de accountant rapporteert. Hier hebben wij aan voldaan. Daarnaast is in de paragraaf bedrijfsvoering op hoofdlijnen van de dossiers aangegeven wat de fout betrof en wat de stand van zaken is: Het totaal bestaat uit twaalf dossiers die als fout doorlopen vanuit 2024 en zes nieuwe dossiers. De fouten die gevonden zijn, zijn divers. In tien dossiers is gelet op de uitgaven aan de voorkant de verkeerde aanbestedingsprocedure gekozen en in acht dossiers is er sprake van hetzelfde type werk dat telkens als losse opdrachten gegund wordt maar over vier jaar wel de Europese aanbestedingsgrens overschrijdt. Voor vijf dossiers is er al een nieuw contract en lopen de uitgaven in 2026 niet door. Voor twee dossiers is er een nieuwe aanbesteding in voorbereiding of reeds gestart, voor drie dossiers is besloten om in het kader van doelmatigheid voorlopig door te gaan met de dienstverlener en acht dossiers moeten nog opgepakt worden.
7
18. Wat gaat het college doen om dit in de toekomst te voorkomen? Het college ziet verbetermogelijkheden voor onze lerende organisatie. Zo wordt er gekeken naar het omzetten van het huidig decentrale inkoopmodel naar een meer centrale inkoop door bundeling van inkoopactiviteiten (gecoördineerd op strategische contracten), richten we ons op het beter borgen van kennis in de teams en op scherpere verantwoording door het management en het versneld invoeren van een centraal contractenregister. Daarnaast is het goed te melden dat in enkele gevallen door het college het besluit genomen wordt om een onrechtmatigheid om moverende redenen tijdelijk te accepteren. Dit doet zich bijvoorbeeld voor in regionale aanbestedingen (bijvoorbeeld ZorgNed dat met de ZOU gemeenten gezamenlijk wordt aanbesteed).
8
RV26.0 30
1e Bestuursrapportage 2026
Vragen van CDA n.a.v. ronde tafel P&C stukken 16 juni 2026 1. Wat zijn in de afgelopen jaren de gemiddelde jaarlijkse uitgaven aan hoge specialistische jeugdhulp in de jaren 2018 t/m 2025? Ons huidige contract voor hoogspecialistische Jeugdhulp (HSJ) loopt vanaf 2020. De cijfers uit 2018 en 2019 zijn buiten beschouwing gelaten, omdat de definitie en afbakening van HSJ in die jaren verschilde van de huidige contractstructuur. Het opnemen van deze gegevens zou een vertekend beeld geven en tot onjuiste conclusies leiden. De bijgevoegde overzichten beslaan daarom de uitgaven voor HSJ over de periode 2020-2025: Jaar Uitgaven Zeist HSJ in €
2020* 3.212.773
2021 3.061.484
2022** 1.466.841
2023*** 840.815
2024 508.174
2025 1.228.391
2020*: Gestart op 1-4-2020; omgerekend naar een heel jaar. 2022**: Effect gewijzigd woonplaatsbeginsel. 2023***: Nieuwe businesscase (meer kleinschaligheid, individuele begeleiding etc.). 2. Indien de zorg o.g.v. de WMO/Jeugdwet niet tijdig geleverd kan worden door gecontracteerde partijen, heeft het college dan mogelijkheden om af te wijken van de gecontracteerde partijen? Ja, Het college heeft de mogelijkheid, en zelfs de plicht, om af te wijken van het gecontracteerd aanbod indien deze niet tijdig of passend kunnen leveren. Zowel de Wmo (art 2.3.5 lid 3 en art 2.3.2) als de Jeugdwet (Art. 2.3 en art 2.6 lid 1) leggen het college een resultaatsverplichting op om passende en tijdige ondersteuning te bieden. Wanneer gecontracteerde aanbieders daarin tekortschieten, moet het college andere oplossingen inzetten. De wettelijke zorgplicht gaat daarmee voor op de gemeentelijke contractering. Vraag van David Tompot (SP) 22 juni 2026 1. Nu renovatie van de Warande voor de SSH geen prioriteit meer is (p. 90 1e Berap), is de vraag: wat zijn concreet de Meerjarenafspraken die eerder door de gemeente Zeist met de eigenaar van de Warande, de SSH Utrecht, heeft gemaakt. Kan de raad hier een afschrift van krijgen? Met de SSH zijn meerjaren prestatieafspraken gemaakt, die nu worden geëvalueerd. Zodra deze evaluatie is afgerond, wordt de raad hierover geïnformeerd.
In deze prestatieafspraken is onder andere opgenomen dat de SSH onderzoekt welke mogelijkheden er zijn om het complex Warande toekomstbestendig te maken en er zo voldoende beschikbare en kwalitatieve voorraad voor de doelgroep behouden blijft. De SSH betrekt de gemeente en de huurdersorganisatie bij dit onderzoek. De SSH is verschillende varianten aan het onderzoeken. Zij heeft aangegeven dat het nog te vroeg is om over resultaten te kunnen vertellen. Na de zomer gaan wij met de SSH opnieuw in gesprek over de prestatieafspraken voor 2027. Wij zullen voor zover mogelijk de toekomstplannen voor de Warande hierin opnemen.
9
Vragen van Zeist Lokaal – Jan Bredius 14 juni 2026 19. In de vorige Bestuursrapportage werd dit gemeld:
Daar wordt in de huidige Bestuursrapportage niet over gesproken: is daar een verklaring voor? In de 1e Bestuursrapportage 2026 is onderstaande opgenomen:
Deze is dus ook nu weer gewoon teruggekomen. 20. In de vorige Berap lazen we nog: -2e Bestuursrapportage 2025 - Rapportage voortgang Uitvoeringsprogramma Coalitieakkoord-. Dat is nu weggevallen: waarom, terwijl het programma 1 op 1 wordt doorgezet? Net als in de 2e Bestuursrapportage 2025 is ook in de 1e Bestuursrapportage 2026 een “Rapportage voortgang Uitvoeringsprogramma Coalitieakkoord” opgenomen. Hierin in wel aangegeven dat de rapportage in deze vorm voor het laatst is aangeboden omdat dit het uitvoeringsprogramma van het vorige college betrof. Na vaststelling van het nieuwe uitvoeringsprogramma zal hierover in de komende bestuursrapportages, vanaf 2027, ook weer worden gerapporteerd.
10
21. Al deze onderstaande ambitie lijken niet meer actueel; wij brengen in herinnering de ambitie uit de RES 1.0 1,8 Twh elektriciteit op te wekken.
We zien daarvan in de huidige Berap weinig terug, behalve te maken procesafspraken. Waarom is deze beleidswijziging op het gebied van de klimaatambities niet bij de raad belegd en wat is de inhoudelijke stand van zaken bijv. klimaatplan wordt klimaat rapportage? De RES 1.0 is inmiddels vervangen door de RES Herijking. Deze is met raadsvoorstel RV25.039 op 16 september 2025 door uw raad vastgesteld. De opwekambitie voor onze gemeente is daarin bijgesteld, onder andere door het wegvallen van potentiële windlocaties. Bij het opstellen van het klimaatplan bleek dat de CO2-prognose van nu tot 2050, en het precieze effect van gemeentelijk beleid daarop, nog niet in beeld was. Een tussenstop om dit in beeld te krijgen (en daarover zinnig en concreet te kunnen participeren met de samenleving) bleek dan ook noodzakelijk. Dit onderzoek is inmiddels gereed en zal via een raadsinformatiebrief met een klimaatmonitor (huidige werknaam) naar de raad gaan vlak voor of direct na het reces. In de klimaatmonitor is ook de opwekpotentie in relatie tot de ambitie energieneutraal onderzocht. Door een verdubbeling van het elektriciteitsverbruik en de beperkte mogelijkheden voor grootschalige duurzame opwek, is dit een moeilijke ambitie. De klimaatmonitor zal dit in meer detail toelichten. Uiteraard doen we ondertussen veel om waar mogelijk duurzame opwek te realiseren.
Denk aan zon op daken en haalbaarheidsstudies voor opwek op de A28-luifel en solar carports. De situatie met netcongestie maakt dit soort trajecten wel complexer, doordat elementen als een bestaande aansluiting dichtbij, accu’s en andere netverzachtende omstandigheden meegenomen moeten worden in de onderzoeken en berekeningen. Toch hebben we goede hoop om in de komende jaren ook omtrent duurzame opwek enkele mooie voorbeeldprojecten te kunnen presenteren aan de raad.
Vragen van Zeist Lokaal – Jan Bredius 22 juni 2026 1. Naar aanleiding van de 1e BERAP 2026: wat is het verhaal achter het project Brandveiligheid Wonen boven Winkels? In onze uitvoerings- en handhavingstrategie (U&H-strategie) staat brandveiligheid hoog geprioriteerd. In dit kader en vanuit onze wettelijke opdracht om proactieve handhaving te programmeren, is vorig jaar bij het vaststellen van het uitvoeringsprogramma 2026 het project ‘Brandveiligheid bij woningen boven winkel en horecapanden’ voorgesteld. U bent hier in de raadsinformatiebrieven van 20 mei 2025 en 10 februari 2026 over geïnformeerd. U heeft hier als raad budget beschikbaar voor gesteld. 11
In dit project worden, in samenwerking met de Veiligheidsregio Utrecht, controles uitgevoerd bij panden waarvan we weten dat er sprake is van een winkel of horecagelegenheid op de begane grond en woningen op de verdieping. Van deze panden weten we dat er met regelmaat sprake is van verbouwingen wanneer nieuwe winkels zich in deze panden vestigen of wanneer er op de verdieping wooneenheden worden gerealiseerd. Van deze verbouwingen is niet duidelijk of hierbij voldaan is aan alle eisen die door de wet aan brandveiligheid worden gesteld. Anderzijds weten we dat, wanneer de brandveiligheid niet voldoet, de kans op overslaande branden groot is. Om dit te voorkomen gaan we deze panden proactief controleren en zo nodig handhaven. De controles worden vanaf september 2026 uitgevoerd. Desbetreffende eigenaren en gebruikers van de panden die worden gecontroleerd, worden voorafgaand door ons per brief hierover geïnformeerd.
RV26.0 31
Kadernota 2027
David Tompot (SP) 22 juli 2026 1. In diverse gemeenten, zoals Rotterdam en Utrecht, is er sprake van dat het Huurteam in die gemeenten wordt opgeheven. Dit brengt de vraag op hoe het staat met het Huurteam in onze gemeente? Blijft in onze gemeente het Huurteam voor huurders in onze gemeente ook de komende jaren beschikbaar? Ja, blijft beschikbaar. 2. Of moeten de huurders in Zeist zich opmaken voor een versobering van de dienstverlening van het Huurteam, of ook vrezen voor opheffing? Nee, dat is niet aan de orde. Wij krijgen vanuit het rijk geld voor de uitvoering van de wet goed verhuurderschap, Vanuit deze bijdrage kunnen wij de dienstverlening van het Huurteam volledig bekostigen en hoeven we dus niet te kijken naar een versobering of opheffing van de dienstverlening.
Vragen van Zeist Lokaal – Jan Bredius 14 juni 2026 3. Op p.11 van de Kadernota wordt alleen een prijsindex van 2,5% voorgesteld, terwijl er ruimte ligt bij de Toeristenbelasting. Is het college voornemens deze belasting te verhogen met de correctie die we over 2025 zien? Hier is op dit moment nog geen sprake van. Mocht dit wel aan de orde komen, dan zullen afwegingen als deze worden meegenomen in het voorstel van de Begroting 2027.
12