CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen 1e ronde P&C Stukken (versie 260615)

Raad 7 juli 2026, gemeente ZeistBij agendapunt: Kadernota 202711.439 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Technische vragen P&C stukken (raadsvergadering 7 juli 2026) RV26.029

Jaarstukken 2025

Vragen van Jan Bredius (Zeist Lokaal) 4 juni 2026 1. Waar in de bijlagen van de Jaarrekening kunnen we de 100% dekkendheid berekeningen zien? In de audit-commissie vergadering is bij de behandeling van de Jaarrekening 2025 gevraagd naar de follow up van deze toezegging. Zie onderstaande tabellen. De tarieven van afvalstoffenheffing en rioolheffing worden berekend op basis van 100% kostendekkendheid. De kosten zijn verspreid over meerdere collegeproducten waardoor de kostendekkendheid niet in een oogopslag zichtbaar is. In deze bijlage wordt inzichtelijk gemaakt welke kosten worden meegenomen in de tariefberekening van de afvalstoffenheffing en van de rioolheffing. Daarmee wordt inzicht gegeven in de kostendekkendheid van de tarieven. Afval x € 1.000 Collegeproduct afval RMN Afvalinzameling/ AVU afvalverwijdering, verwerking en vermarkting Kringloopcentra afvalinzameling RMN Afvalstation Illegale dumping van afval Kosten BghU Loonkosten incl. overhead Bijdrage naar egalisatievoorziening Totaal collegeproduct afval

€ € € € € € € €

5.796 249 1.503 6 328 711 304 8.896

Collegeproduct Inkomensregelingen Kwijtschelding

€

654

Overig BTW compensatiefonds

€

1.267

Totaal lasten

€

10.817

Collegeproduct afval Inkomsten afvalstoffenheffing Inkomsten afvalstoffenheffing oninbaar

€ €

10.828 -11

Totaal inkomsten

€

10.817

1

Riool x € 1.000 Collegeproduct riool Kapitaallasten Loonkosten incl. overhead Diverse uitvoeringskosten Kosten BghU Totaal collegeproduct riolering

€ € € € €

488 659 1.825 339 3.310

Collegeproduct verkeer en vervoer Straatreiniging / bladruimen (50% van de kosten)

€

699

Collegeproduct openbaar groen Uitvoeringskosten baggeren (50% van de kosten)

€

26

Overig BTW compensatiefonds

€

694

Bijdrage naar egalisatievoorziening riolering Storting spaarvoorziening riolering

€ €

165 1.338

Totaal lasten

€

6.232

Collegeproduct riolering Inkomsten rioolheffing

€

6.232

2. In het overzicht Riool 2024 is de post storting spaarvoorziening riolering opgenomen. Waar in de Jaarrekening 2025 kunnen we deze voorziening en grootte terugvinden? Zorgt deze spaarvoorziening niet per definitie voor 100% dekkendheid terwijl geen kaders lijken te bestaan die de grootte bepalen? Kan dat nader geduid worden? De spaarvoorziening en de egalisatievoorziening voor riolering kunnen in de jaarrekening 2025 teruggevonden worden in de toelichting op de balans bij de voorzieningen op pagina 236. De spaarvoorziening is een voorziening voor vervangingen. Het saldo van deze voorziening is bestemd voor toekomstige kosten, gebaseerd op het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP). Om de voorziening te voeden wordt er via de riooltarieven jaarlijks een bedrag geïnd en toegevoegd aan de voorziening (dit is een specifiek onderdeel van het tarief). De voorziening is aangewend voor de dekking van investeringskredieten, te weten de bestedingen 2025. De investeringen in de riolering worden betaald uit de hiervoor opgebouwde spaarvoorziening. Daardoor schrijven we over deze investeringen niet af en nemen we geen kapitaallasten (afschrijving en rente) mee in de riooltarieven. Kapitaallasten zouden per saldo leiden tot hogere kosten rioleringskosten. Dit helpt mee om de rioolheffing zo laag mogelijk te houden.

De egalisatievoorziening rioolheffing wordt gebruikt om schommelingen in kosten en opbrengsten tussen jaren op te vangen. Het doel is dat de rioolheffing over een langere periode 100% kostendekkend blijft: inwoners betalen niet meer en niet minder dan nodig is voor de riolering. In 2025 waren de opbrengsten uit de rioolheffing hoger dan verwacht. Daarnaast is het positieve resultaat van RMN over 2024 aan de voorziening toegevoegd. Daardoor waren de totale opbrengsten hoger dan de totale kosten en is het overschot toegevoegd aan deze egalisatievoorziening. In 2025 leidde dit tot een overschot, maar in andere jaren zijn er ook tekorten geweest. De egalisatievoorziening wordt gebruikt om deze verschillen tussen jaren op te vangen en blijft onderdeel van de berekeningen voor de toekomstige rioolheffing. Vragen Jan Bredius (Zeist Lokaal) 5 juni 2026 2

Vragen over afval: 3. Op pagina 60 van de Jaarrekening 2024 wordt toegezegd bij de Beleidsindicatoren: "De komende jaren zal deze set verder uitgebreid worden met beleidsindicatoren uit de ‘Monitor energiebesparing en duurzame energie’. Waarom is dat voor 2025 niet gebeurd? Om een consistente lijn tussen stukken (Begroting en Jaarstukken) is dit niet tussentijds gedaan. Wij zullen bij de Begroting 2027 enkele indicatoren rondom duurzaamheid toevoegen. 4. De beleidsindicator kilo's restafval laat sinds 2022 150 kilo zien; ook in 2024: waarom is dat beeld niet veranderd in 2025? We zien na een flinke daling in 2022 en 2023 sinds 2024 weer een lichte stijging van het ingezamelde restafval per inwoner: in 2024 149 kg en in 2025 151 kg. De daling in 2022-2023 kan worden toegeschreven aan de invoering van ‘Afval scheiden; de volgende stap’, waarmee bewoners van de laagbouw een kliko voor PMD ontvingen en de frequentie van inzamelen van restafval werd verlaagd. Echter, we zien (landelijk) dat de hoeveelheid restafval ook afhangt van bijv. de economische situatie, die weer van invloed is op koopgedrag. 5. Overigens ontbreken de cijfers 2025: Op pagina 206 van de jaarstukken 2024 wordt gemeld: "Inwoners van Zeist gooien steeds minder afval weg: in 2021 produceerde een inwoner van Zeist gemiddeld nog 176kg restafval, in 2022 was dat 155kg en in 2023 146kg.

De hoeveelheid in 2024 wordt later in 2025 bekend gemaakt door het Reinigingsbedrijf Midden-Nederland (RMN) en Afval Verwijdering Utrecht (AVU)". Wat zijn de cijfers 2024 precies? Welke cijfers zijn er over 2025 beschikbaar en staan die niet in de Jaarstukken 2025? Kan de raad alle cijfers over 2025 ontvangen met betrekking tot Papier, Glas, PMD, Grofvuil en Restafval. Is het ingezette beleid effectief gebleken en welke wijziging daarin voorziet het college? Kunnen de Jaarstukken in het vervolg een consistente lijn bevatten over de cijfers rond afval? Deze cijfers zijn gebaseerd op de jaarcijfers die wij van RMN ontvangen. Bij het opstellen van de P&C documenten waren de meest recente jaarcijfers nog niet beschikbaar. Intussen zijn de jaarcijfers van RMN over 2025 ontvangen. Via de Jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling Afval Verwijdering Utrecht bent u overigens ook over de volumes van het in onze gemeente ingezamelde (RMN) en verwerkte (AVU) afval en grondstoffen geïnformeerd, zie RIB26.062. Het beleid van Zeist is tot nu toe gericht geweest op verleiden (service bieden en via communicatie afvalscheiding stimuleren) en dus sinds 2022 op meer service op afvalscheiding, minder op restafval. Ervaringen bij andere gemeenten leren dat dit tot meer afvalscheiding leidt, maar dat daarmee niet de doelstelling van 100kg restafval per inwoner wordt gehaald.

Komend jaar wordt een nieuw grondstoffenplan opgesteld en ter besluitvorming aan uw gemeenteraad voorgelegd. Daarin wordt geschetst welke maatregelen nog mogelijk zijn om afvalscheiding verder te verhogen en de hoeveelheid restafval te verlagen. 6. De pilot budget buurtcoaches liep augustus 2025 af. Hoe is de pilot geëvalueerd? en betekent de zin pagina 5: Dit deden we onder andere met de inzet van jobcoaches,... dat de pilot niet structureel wordt voorgezet? Ervan uitgaande dat hiermee de pilot jobcoaches ofwel Jobhunter@AZC wordt bedoeld, is deze samen met gemeente Utrechtse Heuvelrug en de RSD/RDWI geëvalueerd op basis van ervaringen in de uitvoering gedurende de pilotfase. Daaruit bleek dat de uitdaging vooral zit in duurzame plaatsing van kandidaten en het versterken van de relaties met werkgevers in de regio. Naar aanleiding hiervan is er momenteel een jobhunter werkzaam op het AZC met een contract tot en met december 2026. Met de aangenomen motie M25.018 Motie behoud inzet jobhunter bij AZC Zeist heeft de raad uitgesproken dat deze inzet structureel wordt voortgezet, met de focus op goede matching en het versterken van de binding tussen kandidaten en werkgevers in de regio. 7. Kwijtschelding Afvalstoffen heffing, OZB, en Individuele Inkomenstoeslag wordt automatisch toegekend.

Voor alle andere financiële ondersteuning van inwoners met een laag inkomen zou dit worden onderzocht. Wat is de actuele stand van zaken? 3

Op dit moment is de enige minimaregeling die in aanmerking komt voor (gedeeltelijke) ambtshalve toekenning de Geld Terug Regeling. De stand van zaken is dat de verkenning hiervan dit najaar op de planning staat. Dit is onderdeel van het uitvoeringsplan behorende bij het beleidskader Financiële Bestaanszekerheid 2024-2027. Voor de overige minimaregelingen is ambtshalve toekenning niet mogelijk omdat er sprake is van maatwerk (Bijzondere Bijstand), het om een zorgverzekering gaat waarvoor de inwoner zelf moet kiezen (Collectieve aanvullende zorgverzekering) of omdat de vergoeding niet naar de inwoner maar naar een andere instantie wordt overgemaakt (sport-of cultuuraanbieder of school). Wel werken we eraan om inwoners zo proactief mogelijk op hun (mogelijke) recht op deze regelingen te wijzen. Dit doen we al door inwoners proactief brieven te sturen dat ze in aanmerking komen voor de Collectieve Aanvullende Zorgverzekering en de OVkortingsregeling die we voor de Provincie Utrecht uitvoeren. De Wet Proactieve Dienstverlening die naar verwachting 1 januari 2027 ingaat, gaat ons daar nog meer mogelijkheden voor bieden. Dit pakken we samen op met o.a. Regionale Dienst Werk & Inkomen (RDWI).

4

Vragen Jan Bredius (Zeist Lokaal) 8 juni 2026 deze post kent een 17,5 % lagere uitkomst dan begroot:

8. Is daar een verklaring voor omdat het aantal ondernemers en waar zij gevestigd zijn vast staat? De lagere realisatie ten opzichte van de begroting wordt deels verklaard doordat circa €10.000 aan reclamebelasting oninbaar is gebleken. Daarnaast zien we dat de daadwerkelijke opbrengsten structureel lager uitvallen dan de raming. In 2024 was bijvoorbeeld €200.000 begroot, terwijl circa €175.000 is gerealiseerd. Dit wijst op een terugkerend verschil tussen begrote en feitelijke inkomsten, onder andere door leegstand, mutaties in het bestand en inningseffecten. Wij nemen deze structurele afwijking mee bij het opstellen van de begroting, zodat de ramingen beter aansluiten bij de werkelijke opbrengsten. Dit zal onder andere worden verwerkt in de voorbereiding van de begroting 2027. 9.

"en nog veel meer". Kan de Raad een detailopgave krijgen van de uitgaven?

Met “nog veel meer” wordt in 2025 met name gedoeld op citydressing en sfeermaatregelen (zoals verlichting en aankleding), organisatie- en uitvoeringskosten, kosten voor de inning van de reclamebelasting en diverse kleinere activiteiten voor ondernemers. Daarbij valt op dat in 2024 een substantieel deel van de middelen (circa de helft) is besteed aan centrummanagement. 10. Waaruit bestaat de subsidieverstrekking aan de ondernemersvereniging, is dat in deze post opgenomen, zo nee, waar wel en hebben zij over de afgelopen jaren verantwoording afgelegd over de verstrekte subsidie cq jaarrekeningen verstrekt? De subsidieverstrekking aan de ondernemersvereniging bestaat uit twee onderdelen. Vanuit deze post wordt in 2025 een bedrag beschikbaar gesteld dat afkomstig is uit de reclamebelasting (€165.000). Daarnaast wordt separaat een subsidie van €50.000 verstrekt, specifiek voor de inzet van centrummanagement. De gemeente volgt bij de subsidieverstrekking de Algemene Subsidieverordening (ASV), zoals vastgesteld door de raad. De ASV schrijft voor dat bij de verantwoording zowel een inhoudelijk verslag van de activiteiten als een accountantsverklaring moet worden aangeleverd. Op dit moment heeft de ondernemersvereniging de verantwoording en accountantsverklaring nog niet aangeleverd. De gemeente is hierover met de vereniging in gesprek.

Na ontvangst van deze stukken zal de beoordeling en subsidievaststelling plaatsvinden. 11. Per 31 december 2023 is de Stichting Hart voor Zeist ontbonden: Kan de raad de controleverklaring van de accountant ontvangen? Is de verantwoording over de jaarlijkse subsidie ontvangen? Welke kosten heeft de ontbinding met zich meegebracht en heeft dat gevolgen voor de Jaarrekening 2025? In de stichting Hart voor Zeist namen naast de gemeente Zeist ook de ondernemers deel. Eind 2023 is de stichting geliquideerd. De raad is hiervan destijds op de hoogte gebracht middels RIB 23.128. De jaarrekening is door de stichting vastgesteld en het eigen vermogen dat na liquidatie overbleef is verdeeld. Met het vaststellen van de jaarrekening is ook de verantwoording over de activiteiten vastgesteld. De liquidatie heeft niet tot extra externe kosten geleid. Natuurlijk heeft dit wel ambtelijke capaciteit gekost. 5

Vragen van Martine Hoogsteen (VVD) 8 juni 2026 Betreft: Factsheet Jeugd en WMO 2026 (Bijlage 2 bij RV26.029) Inleiding De VVD-fractie heeft de Factsheet Jeugd en WMO 2026 bestudeerd. Wij waarderen de transparante rapportage en zien positieve ontwikkelingen, zoals de daling van mantelzorgoverbelasting en de groei van Welzijn op Recept. Tegelijkertijd roept de factsheet vanuit een aantal serieuze vragen op over doelmatigheid van publiek geld en de voortgang van de beoogde beweging naar lichtere zorg. Thema 1: Budget: 73% kosten voor 9% inwoners De factsheet laat zien dat 80% van de inwoners eigen oplossingen vindt, maar dat desondanks 73% van het totale budget (€46,4 miljoen) naar aanvullende (zwaardere) zorg gaat. De beoogde verschuiving naar lichtere vormen van ondersteuning is volgens de factsheet nog niet zichtbaar in de percentages. 12. Wanneer verwacht het college dat de beoogde verschuiving naar lichtere zorgvormen wél zichtbaar wordt in de budgetverdeling? Welke concrete tussentijdse mijlpalen hanteert het college om dit te monitoren vóór de volgende P&C-cyclus? Het college verwacht dat de verschuiving naar lichtere zorgvormen geleidelijk zichtbaar wordt. Er is geen sprake van één op één substitutie. Wel wordt op basis van verschillende indicatoren actief bijgestuurd op de inzet van zorg.

Als indicatoren hanteert het college onder meer de ontwikkeling van zorggebruik en -kosten; minder instroom; instroom in lichtere trajecten vanuit zwaardere trajecten. Ook worden periodiek realisatiecijfers, zorgzwaarte, zorgstapeling en de 10 duurste cliënten gemonitord. Het college monitort de effecten van het ingezette beleid via de verschillende dashboards die in het sociaal domein zijn ontwikkeld. Op basis van deze data wordt bijgestuurd. Bij de inzet op de verschuiving naar lichtere zorgvormen moet rekening worden gehouden met verschillende factoren die van invloed zijn op de inzet van ondersteuning. Denk aan demografische ontwikkelingen (bijvoorbeeld vergrijzing), de beschikbaarheid van passende alternatieven en een andere manier van denken over de inzet van voorzieningen. In verschillende beleidskaders is opgenomen hoe wij actief inzetten op de beoogde verschuiving. 13. De doelstelling is -20% instroom tweedelijnszorg in 2027 en -50% in 2030. Op welke wijze stuurt het college actief op deze doelen en welke beleidsinstrumenten worden hiervoor ingezet? In verschillende beleidskaders is opgenomen hoe het college inzet op preventie, vroegtijdige signalering en op het vergroten van zelfredzaamheid van individuele inwoners en samenredzaamheid van de gemeenschap (dit noemen we de beweging naar de voorkant).

Zodat inwoners daar waar mogelijk voor zichzelf en, binnen wijken en buurten, voor elkaar kunnen zorgen. Zodat problemen worden aangepakt voordat ze verergeren en leiden tot complexere en duurdere hulpvragen. Een sterke sociale basis is randvoorwaardelijk om de gewenste beweging naar de voorkant te laten slagen (Beleidskader sociale basis (2023) en Beleidskader Jeugd Zeist 2026-2030 (2026)). De gemeentelijke visie sociaal domein is door de Raad in november 2025 vastgesteld. Hierin staan de beweging en de relevante bouwstenen en randvoorwaarden beschreven. Momenteel werken we met de sociale partners en inwoners aan een breed gedragen sociale visie voor Zeist en hoe de doorvertaling hiervan in onze beleidskaders en uitvoeringsplannen plaats gaat vinden. Daarnaast wordt ingezet op het versterken van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) en het Sociaal Team (ST) waardoor de consulenten meer zelf ondersteuning kunnen bieden, onder andere met behulp van E-health modules, meer verwijzen naar de ondersteuningsmogelijkheden in de sociale basis en werken met een aanmeldoverleg waarin verschillende disciplines vertegenwoordigd zijn. Zo wordt direct verwezen naar de best passende ondersteuning. Met als uitgangspunt zo licht, dichtbij en kort mogelijk. Waar ondersteuning vanuit de 2e lijn nodig is vanuit de Jeugdwet of Wmo, wordt deze zo licht, dichtbij en kort mogelijk ingezet.

We sturen actief op zorggebruik en kosten. Zo zien we al een lichte verschuiving naar reguliere ambulante hulp en ondersteuning i.p.v. specialistisch. En stijgt de eigen 6

begeleiding door CJG en ST langzaam door ten opzichte van de zorgaanbieders. Circa 20% van de hulp komt uit eigen begeleiding. Vanuit de landelijke Hervormingsagenda Jeugd en het project “Gericht kiezen/doorontwikkeling CJG” worden maatregelen genomen voor kostenbeheersing en het terugbrengen van het aantal jeugdigen in jeugdhulp. Zo sturen we op minder instroom, instroom in lichtere trajecten vanuit zwaardere trajecten en het beperken van zorgzwaarte en duur. Ook werken we samen met aanbieders van specialistische zorg, om instroom naar zeer dure zorgvormen te beperken en uitstroom naar minder specialistische zorg te bevorderen. Tot slot gaan per 1 januari 2027 de nieuwe zorgcontracten voor Jeugdzorg & Wmo begeleiding & dagbesteding in. Wij zijn van plan om dit najaar een voorstel voor de afbakening van deze hulp aan u als raad voor te leggen via de Verordening Sociaal Domein. Hierin kunt u als raad de zorg afbakenen op duur, frequentie en intensiteit. 14. Wat zijn de financiële consequenties als de -20% doelstelling in 2027 niet wordt gehaald? Is hier budgettaire ruimte voor voorzien in de meerjarenraming? De ambitie is om in 2027 20% minder instroom van cliënten naar de tweedelijnsvoorzieningen te hebben. Een 20% lagere instroom resulteert niet per definitie in een kostenbesparing van 20%. Het financiële effect is onzeker.

Omdat de doelstelling (nog) geen inzicht geeft op een verlaging van de kosten en omdat de gemeente realistisch moet begroten, is de begroting hier niet op aangepast. Er is daarom geen financiële consequentie als de doelstelling in 2027 niet behaald wordt. 15. Het project Doorontwikkeling CJG/ST is in maart 2025 gestart. Wat zijn tot nu toe de meetbare resultaten van dit project op het terrein van normaliseren en voorkomen van onnodige verwijzingen? In de doorontwikkeling CJG/ST heeft een stevig triageteam (contactpunt) centraal gestaan, waar zorgvuldig wordt beoordeeld waar de hulpvraag van de inwoner het beste kan worden belegd. Deze scherpere triage draagt bij aan het beleggen van de juiste zorg op de juiste plek. Tegelijkertijd zien we dat consulenten vaker zelf ondersteuning bieden en minder snel een beschikking afgeven voor 2e lijnszorg. Deze beweging resulteert in een toename van verwijzingen naar de sociale basis en in meer inzet van eigen ondersteuning door consulenten. Ten derde zien we minder verwijzingen vanuit huisartsen, met wie we in gesprek zijn over normaliseren. De komende periode wordt het contactpunt verder doorontwikkeld, met als doel te komen tot een robuust team dat een scherpe en consistente selectie aan de poort realiseert. Hierdoor verwachten we dat nog meer inwoners passend gebruikmaken van de sociale basis.

Daarnaast wordt kritisch gekeken naar de inzet en duur van ondersteuning en de afbakening van hulpvragen. Thema 2: Wachttijden Uit de factsheet blijkt dat 30% van de cliënten bij het CJG langer dan 12 weken op de wachtlijst staat. Bij het Sociaal Team wacht een deel eveneens 12-20 weken of langer. Voor kwetsbare gezinnen en inwoners zijn dit lange periodes. 16. Hoe beoordeelt het college de huidige situatie waarbij 30% van de CJG-cliënten langer dan 12 weken wacht? Wat is de norm die het college hiervoor hanteert en wordt die norm gehaald? Het college ziet de hoogte van de wachttijden als zorgwekkend. Sinds november steeg het aantal wachtenden bij het CJG. Het college monitort de ontwikkeling van de wachttijden nauwgezet. En zet zich er voor in om de wachttijden voor onze inwoners, met name bij het CJG, in lengte terug te brengen. Er is momenteel geen norm voor de lengte van de wachttijd in onze regelgeving vastgelegd. Per situatie wordt gekeken wat de urgentie is van de hulpvraag en of het voor de betrokkenen haalbaar is om te wachten. De hulpvragen waar spoed achter zit en/of waarbij er problematiek speelt die niet kan wachten, zoals bijvoorbeeld in het geval van onveiligheid, worden met voorrang opgepakt. Zo zorgen we dat de impact van het wachten voor de inwoners beperkt blijft. De wachtlijst is sinds het eerste kwartaal 2026 gestabiliseerd rond de 160 wachtenden.

7

17. Welke concrete maatregelen zijn of worden genomen om de wachttijden bij het CJG te verkorten, en wat is het verwachte effect hiervan op de doorlooptijden? Er wordt op dit moment groepsaanbod ingekocht dat aansluit bij de hulpvragen van inwoners die op de wachtlijst staan. De verwachting is dat er door passend groepsaanbod in te zetten in korte tijd meer en sneller inwoners geholpen kunnen worden. Ook wordt er kritisch gekeken naar de inhoud van de hulpvragen. Zorgmeldingen /veiligheidscasussen worden met prioriteit opgepakt. De gedragswetenschappers beoordelen samen met de consulent welke casussen met urgentie moeten worden opgepakt. 18. In hoeverre worden inwoners op de wachtlijst actief begeleid of doorverwezen naar het voorliggende veld (sociale basis, Welzijn op Recept), zodat problematiek niet verergert? Tijdens het aanmeld proces worden inwoners actief gewezen op de sociale basis. Voordat een inwoner op de wachtlijst komt wordt de hulpvraag in het aanmeldoverleg besproken waar samenwerkingspartners (GGD, Welzijn op recept, RSD) meedenken of de hulpvraag in het voorliggende veld kan worden opgelost. Thema 3: GGZ-druk op gemeente De factsheet meldt dat de stijging van zorg- en overlastmeldingen bij het Sociaal Team mede verklaard wordt door lange GGZ-wachttijden en bezuinigingen in de GGZ.

Dit leidt tot meer escalaties en complexere problematiek die de gemeente moet opvangen. 19. Hoe groot is de financiële en capaciteitsimpact van de afwenteling van GGZ-taken op de gemeente Zeist? Is dit in beeld gebracht? De financiële en capaciteitsimpact van de GGZ-afwenteling op de gemeente Zeist is op dit moment niet volledig gekwantificeerd. In de huidige registratie van het Sociaal Team worden meldingen bijgehouden op aard, ernst en melder, maar niet uitgesplitst naar verwijsroute of onderliggende oorzaak in de zorgketen. Daarmee is wel het totaalvolume van 404 zorg- en overlastmeldingen zichtbaar, maar niet welk deel hiervan direct of indirect verband houdt met GGZ-wachttijden of uitval uit de GGZ. Wat de capaciteitsimpact betreft, is wel een kwalitatief beeld te geven van de effecten op de inzet van de consulent. In de praktijk gaat een grotere behandelnood vaak samen met een grotere ondersteuningsbehoefte in het dagelijks functioneren. Naar de ernst van de situatie zie je vaak verminderde zelfregie, problemen op het gebied van wonen, financiën en dagstructuur, moeite met het nakomen van afspraken en verminderd zelfinzicht over de ziekte.

Bij escalaties en complexe problematiek neemt de regierol van de consulent toe: dit omvat onder meer afstemming via overleggen met ketenpartners, contact met betrokkenen, en het opstellen van een plan en het toeleiden naar de juiste zorg. Deze toename in regiewerk is op dit moment niet apart geregistreerd of uitgedrukt in uren of fte, maar wordt door de uitvoering wel als duidelijk merkbaar ervaren. 20. Op welke wijze treedt het college op richting de regio en/of het Rijk om te voorkomen dat de gemeente structureel opdraait voor de gevolgen van rijksbezuinigingen op de GGZ? Zeist neemt deel aan Mentaal Gezond Midden Nederland (MGMN), waarin de gemeente Zeist samenwerkt met GGZ-zorgverleners, huisartsen, zorgverzekeraar Zilveren Kruis, zelfregie- en herstelcentra en beschermd wonen-voorzieningen. Binnen dit netwerk wordt concreet gewerkt aan het verwezenlijken van de doelstellingen van het Integrale Zorg Akkoord. Dit wordt bereikt door versterking van de lokale en regionale basisinfrastructuur voor mentale gezondheid, bijvoorbeeld door consultatiemogelijkheden tussen de partijen te formaliseren, preventie en zelfhulp in de regio U16 te vergroten en door nauwere samenwerking binnen de eerstelijnszorg. Over de inzet en bekostiging van de gemeentelijke bijdrage aan deze samenwerking zijn financieringsafspraken gemaakt.

In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) worden deze afspraken nogmaals bevestigd en structureel verankerd. De VNG heeft middels ledenraadpleging ingestemd met de afspraken van zowel het IZA als het AZWA.

8

21. Heeft het college zicht op hoeveel van de 404 zorg- en overlastmeldingen bij het Sociaal Team rechtstreeks voortvloeien uit GGZ-wachttijden? Zo nee, wordt dit bijgehouden? Nee, dat zicht is er op dit moment niet. Daarbij speelt ook mee dat het effect van GGZ-wachttijden zich niet beperkt tot zorgmeldingen alleen. Inwoners kunnen ondersteuning van het Sociaal Team nodig hebben voorafgaand aan, tijdens en na de behandeling, en dit komt zowel terug in zorgmeldingen als in reguliere meldingen. De registratie van het Sociaal Team biedt geen uitsplitsing naar aanleiding of herkomst van een melding in relatie tot de GGZ-keten. De aanname zoals benoemd in de factsheets is gebaseerd op de ervaring van de professionals. Het streven is om de registratiedruk voor professionals zo laag mogelijk te houden. Thema 4: Thuiszitters Het aantal thuiszitters in Zeist stijgt licht en sluit aan bij de landelijke trend. Tegelijk wordt gesignaleerd dat de huidige definitie een onderschatting geeft van de werkelijkheid. Er is onvoldoende dekkend aanbod en kinderen vallen tussen wal en schip. 22. Hoeveel kinderen zitten in Zeist feitelijk thuis (breder dan de officiële definitie) en welke inspanningen levert de gemeente om dit volledigere beeld te krijgen? Volgens de officiële definitie telde Zeist in schooljaar 2024/2025 in totaal 11 thuiszitters.

Het ging om leerlingen die langer dan vier weken zonder geldige reden thuiszaten en bij het samenwerkingsverband geregistreerd stonden. Tegelijkertijd constateren gemeente, leerplicht en samenwerkingsverband dat deze wettelijke definitie een te beperkt beeld geeft van de daadwerkelijke problematiek. Het gaat hierbij om leerlingen met een structurele lage afwezigheid, leerlingen met complexe zorgvragen die tijdelijk geen passend aanbod hebben en/of leerlingen met vrijstellingen of verblijf in jeugdhulptrajecten die beperkt of geen onderwijs volgen. De gemeente zet daarom nadrukkelijk in op het verkrijgen van een vollediger beeld van feitelijke onderwijsafwezigheid. Daarbij kijken we breder dan de wettelijke definitie van thuiszitters. In het primair onderwijs worden zogenoemde schoolmissers beter in beeld gebracht: leerlingen die wel staan ingeschreven, maar structureel weinig of geen onderwijs volgen. In het voortgezet onderwijs gaat het om verzuimleerlingen: leerlingen met oplopend, frequent of langdurig verzuim die een verhoogd risico hebben op uitval.

Om dit bredere beeld goed zichtbaar te maken werken gemeente, scholen, samenwerkingsverbanden en leerplicht aan:  gezamenlijke definities en betere registratie;  vroegsignalering op basis van schoolaanwezigheid;  structurele bespreking van signalen in Zorg- en Adviesteam (ZAT-), Commissie van Begeleiding (CVB-) en multidisciplinaire overleggen;  betere monitoring van leerlingen met langdurig ziekteverzuim, complexe zorgvragen of beperkte onderwijsdeelname. In het OOGO (op overeenstemming gericht overleg) van najaar 2026 willen gemeenten, scholen en samenwerkingsverbanden gezamenlijk sturen op een breder beeld van thuiszitten. Daarbij kijken we niet alleen naar de officiële thuiszitters, maar ook naar schoolmissers en verzuimleerlingen. Op basis van deze gezamenlijke analyse werken we toe naar een regionaal thuiszitterspact, met afspraken over vroegsignalering, registratie, samenwerking en het terugdringen van onderwijsuitval.

9

23. Wat is het concrete plan van aanpak om het aanbod voor thuiszitters op korte termijn te vergroten? Welke samenwerking met scholen en zorgaanbieders is hiervoor voorzien in 2026? Antwoord sluit aan bij beantwoording vraag 22. Ook binnen het OOGO willen gemeenten, onderwijs en zorgpartners in 2026 nadrukkelijk aandacht besteden aan het versterken van een regionaal dekkend netwerk voor thuiszitters en leerlingen die dreigen uit te vallen. Om het aanbod op korte termijn te vergroten, wordt in 2026 gestart met het beter inzichtelijk maken van het regionale dekkende netwerk. Hiervoor worden onder andere cijfers vanuit leerplicht, jeugdhulp en samenwerkingsverbanden gecombineerd en geanalyseerd. Doel hiervan is om scherper in beeld te krijgen:  welke groepen leerlingen momenteel tussen wal en schip vallen;  welke ondersteuningsbehoeften deze leerlingen hebben;  welke hiaten bestaan in het huidige onderwijs- en zorgaanbod;  waar wachtlijsten en capaciteitsproblemen ontstaan. Deze analyse moet bijdragen aan een meer gerichte samenwerking tussen gemeenten, scholen, samenwerkingsverbanden, leerplicht en zorgaanbieders, zodat sneller passend onderwijs- en zorgaanbod kan worden georganiseerd voor leerlingen die momenteel onvoldoende worden bereikt door het bestaande systeem. Thema 5: Monitoring en effectmeting De VVD hecht aan transparante verantwoording en meetbare resultaten.

De factsheet constateert zelf dat er bij Welzijn op Recept nog verbetering nodig is in de monitoring om het effect en de duurzame inzet te volgen. 24. Wanneer is de verbeterde monitoring van Welzijn op Recept gereed en op welke wijze wordt de raad geïnformeerd over de kosteneffectiviteit van dit instrument ten opzichte van reguliere zorg? In de factsheet is opgenomen dat de monitoring van Welzijn op Recept (WOR) verder wordt verbeterd om het effect van WOR en de duurzame inzet beter te kunnen volgen. De gegevens over Welzijn op Recept zijn afkomstig uit periodieke rapportages van welzijnspartner MeanderOmnium. De doorontwikkeling zal dan ook in gezamenlijkheid worden aangevlogen en meegaan in de nieuwe subsidieverstrekking vanaf 2027. Deze doorontwikkeling sluit aan bij de bredere inzet op datagedreven werken binnen het sociaal domein. In de jaarstukken is opgenomen dat de ontwikkelde dashboards en de doorontwikkelde factsheet worden gebruikt voor beleidsvorming, evaluatie en monitoring. De raad wordt hierover geïnformeerd via de reguliere P&C-documenten, de factsheet Jeugd en Wmo en de dashboards sociaal domein. Daarbij wordt onder andere gekeken naar het gebruik van Welzijn op Recept, verwijzingen vanuit huisartsen, Sociaal Team en CJG en de verhouding tussen lichte ondersteuning en aanvullende zorg.

Het college merkt daarbij op dat Welzijn op Recept primair een preventieve interventie is. Het vaststellen van kosteneffectiviteit ten opzichte van reguliere zorg vraagt daarom meerjarige monitoring en zorgvuldige interpretatie van gegevens, omdat effecten vaak samenhangen met meerdere maatschappelijke factoren. Landelijke inzichten rondom Welzijn op Recept laten daarbij zien dat welzijnsinterventies kunnen bijdragen aan vermindering van zorggebruik en een betere ervaren gezondheid.

10

25. Op welke termijn verwacht het college zichtbaar te maken in hoeverre de inzet van de sociale basis daadwerkelijk leidt tot minder instroom in duurdere tweedelijnszorg? Welke indicatoren worden daarvoor ontwikkeld? In de factsheet is opgenomen dat de gemeente inzet op de beweging naar de voorkant: het versterken van preventie, investeren in de sociale basis en het voorkomen van zwaardere problematiek. Daarbij zijn als doelen opgenomen: 20% minder instroom in tweedelijnszorg in 2027 en 50% minder instroom in 2030. De factsheet vermeldt ook dat er op dit moment nog geen verschuiving zichtbaar is in de verhouding tussen lichte ondersteuning en aanvullende zorg. In de komende jaren wordt gevolgd of de beoogde verschuiving naar lichte vormen van ondersteuning gerealiseerd wordt. Voor deze monitoring worden onder andere gegevens gebruikt over:  het gebruik van Welzijn op Recept;  het aantal cliënten binnen basiszorg en aanvullende zorg;  verwijzingen vanuit huisartsen, CJG en Sociaal Team;  de verhouding tussen basisbegeleiding en specialistische begeleiding;  het aantal cliënten binnen ambulante jeugdhulp en Wmo;  zorggebruik en financiële realisatiecijfers. Het college merkt daarbij op dat effecten van de sociale basis niet altijd direct of één-op-één meetbaar zijn in indicatoren of afname van tweedelijnszorg.

Ontwikkelingen in zorggebruik worden namelijk ook beïnvloed door factoren zoals demografische ontwikkelingen, maatschappelijke problematiek, wachttijden in de zorg en landelijke trends. Daarom wordt de factsheet gebruikt als “thermometer” om ontwikkelingen en trends binnen het sociaal domein over meerdere jaren te volgen.

11

Vragen van Martine Folkersma (PRO) 8 juni 2026 Programma 1: Gemeente in verbinding 26. P.13: Hoeveel jaarlijkse unieke bezoekers kent OMZeist? Kunt u dit uitsplitsen tussen bezoekers van binnen en buiten de organisatie? Op welke wijze wordt bij het toepassen van dit platform rekening gehouden met de wisselende digitale vaardigheden van doelgroepen? Bezoekersaantallen en herkomst Het aantal unieke bezoekers per jaar verschilt per periode en is moeilijk als vast gemiddelde te geven. Dit hangt sterk samen met de projecten die in een jaar worden aangeboden voor participatie. Bij projecten met een groot bereik of veel publiciteit zien we een duidelijke stijging in het aantal bezoekers. Als we kijken naar het jaar 2025, dan hadden we vorig jaar ongeveer 9.500 unieke bezoekers. Bij het meten van bezoekers maken we onderscheid tussen intern en extern verkeer. Het IP-adres van kantoor wordt standaard uitgesloten van de metingen. Daarmee filteren we een groot deel van het interne gebruik eruit. Het is echter niet mogelijk om volledig onderscheid te maken tussen interne en externe bezoekers. Medewerkers die vanuit huis werken en de website bezoeken, worden in de statistieken namelijk als externe bezoekers geregistreerd.

Omgaan met verschillende digitale vaardigheden Bij het toepassen van dit platform houden we op meerdere manieren rekening met verschillen in digitale vaardigheden:  Toegankelijkheid platform. De website is overzichtelijk ingericht, met duidelijke knoppen, korte teksten en een logische structuur. We schrijven op B1-niveau en vermijden vaktaal.  Ondersteuning via andere kanalen. Digitale participatie staat niet op zichzelf. We combineren het vaak met andere vormen, zoals bijeenkomsten of ondersteuning via het klantcontactcentrum. Zo blijft deelname mogelijk voor inwoners die minder digitaal vaardig zijn. Op deze manier zorgen we ervoor dat het platform voor een brede doelgroep toegankelijk is en dat zoveel mogelijk inwoners kunnen deelnemen. Programma 2, Volwaardig meedoen aan de samenleving 27. P.22: Op welke wijze wordt de effectiviteit van het project Samen Opgroeien gemeten? Wat geven de resultaten aan op het gebied van ontwikkelkansen en veerkracht? 'Samen opgroeien in Vollenhove' is een actieprogramma en buurtaanpak van de gemeente Zeist gericht op het versterken van de pedagogische basis, gezondheid en leefbaarheid in de wijk Vollenhove. Het richt zich op het creëren van een veilige, groene en verbindende omgeving voor ouders en kinderen van 0 tot 12 jaar. Directe resultaten meten en vooral zien over een relatief korte periode is lastig.

Verder zijn andere invloeden bepalend. Beide basisscholen in Vollenhove nemen steeds meer zijinstromers op (kinderen van statushouders en Oekraïners). De scholen doen heel goed werk. Vanuit Samen Opgroeien is er voor Vollenhove een specifiek programma voor de basisscholen gemaakt. Met de betrokken partners, waaronder ook MeanderOmnium werken we aan het opzetten van familiescholen. Hierbij staat de ouderbetrokkenheid (bij hun kinderen) ook centraal met als doel waar nodig de ouders ook verder te helpen. Dat heeft dan weer positieve invloed op de ontwikkeling van de kinderen. Verder is er aandacht voor de omgeving, deze is meer ingericht op ontmoeten, spelen en sporten. Er spelen nu meer kinderen in het Bospark dan een paar jaar geleden. Bij activiteiten zijn en blijven ook steeds meer ouders betrokken.

12

28. P.23: Hoe zet de gemeente in op verbeterde dienstverlening van het aangepast taxivervoer? Het Wmo-vervoer is onderdeel van een brede aanbesteding met 22 gemeenten in de provincie. De kwaliteitsnormen van het vervoer door Connexxion wordt gemonitord door een contractmanagementbureau. Zij hebben wekelijkse gesprekken met de vervoerder en bespreken de uitkomsten van wederkerende klanttevredenheidsonderzoeken. We signaleren dat stiptheid sterk is verbeterd afgelopen half jaar, maar dat alsnog de kwaliteit fluctueert. Is de stiptheid, data-aanlevering en klanttevredenheid percentueel te laag, dan wordt de vervoerder beboet met een malus. Deze malus wordt maandelijks direct in mindering gebracht op de facturering. Daarbij wordt gestuurd op betere klachtenafhandeling en communicatie richting gebruikers. Helaas blijft ook regiotaxi last houden van aanhoudend chauffeurstekort en ziekteverzuim. We blijven samen met het contractmanagementbureau veelvuldig in gesprek met de vervoerder om de kwaliteit te verbeteren. Er hebben ook meerdere gesprekken hierover plaatsgevonden met vertegenwoordigende wethouders van de regio en directie Transdev. Naast het blijven sturen op betere kwaliteit in het Wmo-vervoer, herleiden we het aangepast vervoer naar de inzet van vrijwilligersvervoer, zoals Belbus, Automaatje, Gouden Koets en Austerlitz Rijdt.

Bewoners krijgen daarmee daadwerkelijk een maatje als chauffeur en meer vervoer op maat. Dit vermindert de druk op de ritten van het Wmo-vervoer. 29. P.23: Leerlingenvervoer. Er is een daling van 20% (of is het nu 10%?) van leerlingen in het taxivervoer. Wat betekent dit precies, wat zijn hier de consequenties van? Bij de meest recente stand van zaken (januari 2026) blijkt sprake van een daling van 18% van het aantal leerlingen dat gebruikmaakt van taxivervoer. Tegelijkertijd zien we een stijging in het aantal aanvragen voor OV-vergoedingen en kilometervergoedingen. Dit betekent dat meer leerlingen op een andere wijze naar school reizen dan via aangepast taxivervoer. Consulenten hebben afgelopen jaren goed ingezet op zelfredzaamheid van ouders/leerlingen. In sommige gevallen sluit dit beter aan bij de zelfstandigheid en mogelijkheden van leerlingen en gezinnen. Daarnaast kan dit bijdragen aan een efficiëntere inzet van het leerlingenvervoer. Wel blijft het belangrijk om te monitoren of deze alternatieve vormen van vervoer passend en haalbaar blijven voor leerlingen en ouders. 30. De kwaliteit blijkt ook achteruit te zijn gegaan voor wat betreft ritduur en betrouwbaarheid. Toch staat op p.37 dat er een overschot is van ongeveer 160.000 euro op het leerlingenvervoer.

Hoe verhoudt dit overschot zich met de achterblijvende kwaliteit en daling van aantal vervoerde leerlingen? Met een gezamenlijke brede aanbesteding met 22 gemeenten in provincie Utrecht zijn met een vaste vervoerder vooraf vaste ritprijzen afgesproken. Deze tarieven liggen lager dan de meer flexibele en hogere tarieven die in het voorgaande jaar noodzakelijk waren. In combinatie met de daling van het aantal leerlingen in het taxivervoer heeft dit geleid tot een financieel overschot van circa €160.000. Tegelijkertijd constateren wij dat de kwaliteit van het vervoer, met name op het gebied van ritduur en betrouwbaarheid, onder druk staat. Dit is een landelijk probleem door o.a. chauffeurstekort en meer vraag naar specialistisch solovervoer. Dit blijft dan ook een belangrijk aandachtspunt. De gemeente blijft hierover intensief in gesprek met de vervoerder en monitort de uitvoering nauwgezet. Waar nodig worden verbeterafspraken gemaakt om de kwaliteit en continuïteit van het vervoer voor leerlingen te verbeteren. 31. P.26: Op welke wijze sluit het strategisch gehalte van de huidige inzet onvoldoende aan bij de wens van de gemeente? De gemeente Zeist kiest voor een preventief, gebiedsgericht en veiligheidsbewust jongerenwerk, waarin ongelijk investeren voor gelijke kansen de norm is. In deze opgave werkt het jongerenwerk nauw samen met veiligheid en de partners op dit gebied.

Jongerenwerk wordt daarbij nadrukkelijk gepositioneerd als eerste lijn voor signalering, relatieopbouw en informele de-escalatie, maar altijd vanuit het karakter van jongerenwerk. We spelen in op incidenten, maar werken er vooral aan om die te voorkomen, door jongerengroepen in beeld te hebben en te kennen. En het jongerenwerk is nadrukkelijker aanwezig op plekken waar kwetsbare jongeren zijn. Met deze aanpak willen we het

13

jongerenwerk strategischer en gerichter inzetten en tegelijkertijd een duidelijker rol geven in de aanpak rondom veiligheid. 32. P.29: hoeveel laaggeletterde inwoners zijn er daadwerkelijk bereikt? We hebben nog niet alle cijfers over het bereik van de taalcursussen over 2025 binnen. Deze worden momenteel verzameld bij de verschillende taalaanbieders en deze zomer in de evaluatie van de Taalaanpak Zeist verwerkt. Dan hebben we het totale bereik van de gehele periode van de Taalaanpak in zicht. Wel weten we al dat de doelstelling van 2.000 deelnemers is bereikt. Wat we over 2025 tot nu in beeld hebben is dat er 74 inwoners formeel taalaanbod bij Sagènn hebben gevolgd in 2025. Het Open Leercentrum van het Taalhuis is in 2025 2395 keer bezocht. Daarnaast waren er 518 deelnemers aan hun groepsaanbod. 33. P.32: Bij welke betrokken partners was onvoldoende aansluiting? 

 

In Vollenhove is er door de buurtaanpak een directe samenwerking en aansluiting van RSD en o.a. het team Voor L-Kaar. Een RSD-collega is daar wekelijks aanwezig. Daarnaast is er een verbinder actief in Vollenhove die, in samenwerking met de partners, mensen individueel toeleidt naar participatie en zo mogelijk werk. Deze korte lijn in samenwerking is er niet in Zeist West, vandaar dat de directe aansluiting miste en de vraag naar geschikte kandidaten voor deze verbinder onvoldoende op gang kwam. Tegelijkertijd zijn we bezig met het programma Integraal Kader Buurten en Wijken op basis waarvan we bezig zijn met een buurt pilot in de wijken West en Centrum. Doel is om te komen tot wijkplannen aansluitend op de specifieke behoefte in die buurten. Daarin wordt deze behoefte ook meegenomen.

34. P.59: is er een beeld te geven van hoeveel statushouders wachten op een woning en hoe groot de achterstand is? Hetzelfde voor uitstroom uit maatschappelijke opvang en bescherm wonen: om hoeveel mensen gaat het? Hoe groot is de druk op de sociale huursector? Op peildatum 11 juni 2026 wachten 42 aan de gemeente Zeist gekoppelde statushouders. Voor de eerste helft van 2026 had Zeist een taakstelling van 56 personen. Daarnaast stond nog een achterstand van 20 personen uit voorgaande perioden open. De totale opgave voor de eerste helft van 2026 bedroeg daarmee 76 personen. Inmiddels zijn 49 personen formeel gehuisvest. Daarnaast zijn nog 24 personen gekoppeld aan een woning waarvoor de formele afhandeling nog plaatsvindt. Daarmee ligt de gemeente op koers om zowel de taakstelling als de achterstand in 2026 in te lopen. De uitstroom Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MOBW) wordt maandelijks gemonitord door Gemeente Utrecht en inzichtelijk gemaakt via de Monitor Huisvesting Kwetsbare Doelgroepen. Momenteel zijn er 18 wachtenden uitstroom MOBW met als eerste woonkeuze Zeist, opgevolgd met 56 wachtenden met Zeist als tweede keuze. Met de woningcorporaties Woongroen en Nabijwonen zijn prestatieafspraken gemaakt om in totaal jaarlijks 50 mensen te huisvesten. In de praktijk zien we dat dit aantal jaarlijks niet wordt gehaald.

Doorgaans worden er maar 10 – 12 uitstromers jaarlijks gehuisvest. Een van de redenen is dat er weinig mutaties zijn bij de woningcorporaties. Daarnaast geeft de taakstelling van het plaatsen van statushouders druk op de uitstroom MOBW. Als Zeist sturen we samen met de andere ZOU gemeenten aan op verbeteringen in dit U16 brede uitstroomproces via Beter Wonen, Woningnet en de corporaties. Onder andere door te kijken naar gemeenten waar dit veel beter gaat, zoals Nieuwegein.

14

35. P.124, Stelpost Taakmutaties. Kan hier worden aangegeven om wat voor specifieke taken het hier gaat, welke taakvelden? Kan er ook worden aangegeven waarom deze gelden niet rechtsreeks worden overgemaakt naar het desbetreffende taakveld? Wat kunnen consequenties zijn van het niet overmaken van de gelden naar de taakvelden? Taakmutaties zijn mutaties in het gemeentefonds met betrekking tot een specifieke taak van gemeenten. Hoewel de middelen beschikbaar zijn gesteld voor een bepaald doel, zijn het vrij besteedbare middelen. In Zeist hebben we afgesproken dat we de middelen één jaar op een stelpost begroten zodat er een bestedingsplan kan worden gemaakt. Dat wil niet zeggen dat de werkzaamheden niet zijn verricht, maar dat de extra middelen niet nodig zijn geweest. Onderstaand een overzicht van de ‘vrijgevallen’ taakmutaties. In de jaarstukken 2025 zijn een tweetwal taakmutaties ‘vrijgevallen’, te weten: IBO Problematische schulden & Vervroegde 2e Kamerverkiezingen. Voor deze laatste was via de 2 e Bestuursrapportage al budget beschikbaar gesteld waardoor deze vrij kon vallen. De taakmutaties “Kinderopvang pleegouders” & “Implementatie Participatiewet in balans” schuiven door naar 2026. Taakmutatie IBO Problematische schulden Vervroegde 2e Kamerverkiezingen Kinderopvang pleegouders Implementatie Participatiewet in balans TOTAAL

Bedrag € 56.120 € 219.833 € 10.072 € 109.814 € 395.839

Mee naar 2026? Nee Nee Ja Ja

36. P.128, afvalstoffenheffing. Aantal eenpersoonshuishoudens groeit evenals kwijtscheldingen: wat betekent dit voor de toekomst? Is daar iets over te zeggen?

het

aandeel

De afvalstoffenheffing is een kostendekkende heffing. Dit betekent dat de totale opbrengsten worden afgestemd op de totale kosten. Er is op dit moment niet bekend wat de geconstateerde ontwikkelingen betekenen voor de toekomst en of er een verband is tussen de groei van het aantal eenpersoonshuishoudens en het aantal kwijtscheldingen. Aan de BghU is gevraagd of zij een verband zien tussen beiden, het antwoord hierop is nog niet ontvangen en zal daarom met u worden gedeeld bij de beantwoording van de tweede vragenronde.

15

37. P.134, Belastingdruk. In deze tabel zijn voorbeelden te zien van de stijging van kosten voor ‘veel voorkomende gezinssituaties’. Bij gezinnen in een huurwoning is de stijging meer dan 10% geweest. Voor woningeigenaren loopt deze stijging uiteen van circa 2% tot maximaal 6% (afhankelijk van WOZ-waarde). Hoe moeten we dit interpreteren? In de tabel op pagina 134 zijn per abuis voor de afvalstoffenheffing de tarieven van 2026 opgenomen. We zullen deze tabel in de definitieve versie van de jaarstukken corrigeren. Onderstaand de juiste tabel. Voorbeelden van belastingdruk WOZ waarde woning 1-1-'23 Gezin, 200.000 2 personen 400.000 huurwoning 600.000 800.000

2023 werkelijk 324,00 324,00 324,00 324,00

2024 werkelijk 353,40 353,40 353,40 353,40

bedragen in euro's 2025 Stijging werkelijk '24-25 371,40 5,09% 371,40 5,09% 371,40 5,09% 371,40 5,09%

Gezin, 4 personen, huurwoning

200.000 400.000 600.000 800.000

409,80 409,80 409,80 409,80

446,40 446,40 446,40 446,40

470,00 470,00 470,00 470,00

5,29% 5,29% 5,29% 5,29%

Gezin, 2 personen, eigen woning

200.000 400.000 600.000 800.000

615,80 731,20 846,60 962,00

669,80 796,60 923,40 1.050,20

688,40 811,00 933,60 1.056,20

2,78% 1,81% 1,10% 0,57%

Gezin, 4 personen, eigen woning

200.000 400.000 600.000 800.000

701,60 817,00 932,40 1.047,80

762,80 889,60 1.016,40 1.143,20

787,00 909,60 1.032,20 1.154,80

3,17% 2,25% 1,55% 1,01%

Het verschil tussen de kostenstijging voor gezinnen in een huurwoning en die in een koopwoning is te verklaren door de OZB-component. Doordat het OZB tarief voor woningen in 2025 is gedaald ten opzichte van 2024 (0,0613% versus 0,0634%) heeft dit bij hogere WOZ een drukkend effect op te totale lastenstijging. 38. De stijging van de belastingdruk loopt bij koopwoningen met een hogere waarde af, bij huurwoningen is dit niet het geval (ongeacht de woningwaarde blijft de stijging 10,19%). Wat is de grondslag of redenering hierachter? Zie antwoord onder vraag 37. Programma 3: doorpakken voor natuur en klimaat 39. Waarom is in het groene kader ‘Programma in het kort’ de Stichting Energie Zeist niet als verbonden partij genoemd? In het groene kader worden alleen de verbonden partijen genoemd zoals die zijn opgenomen in de paragraaf verbonden partijen in de jaarlijkse begroting. Het kader geeft geen uitputtende lijst weer van al onze partners.

16

40. Openbaar groen en openluchtrecreatie: hoe stelt de gemeente vast in hoeverre de openbare ruimte voldoet aan het beeldkwaliteitsniveau? Dat loopt langs twee lijnen, te weten:  We hebben een eigen toezichthouder die tijdens zijn schouw de openbare ruimte en het werk van RMN beoordeeld en daarbij aan RMN signaleert over bijvoorbeeld onkruid/onderhoud en afval in de openbare ruimte. Daarbij verzoekt deze indien gewenst RMN om tot actie over te gaan. Daarbij worden de in de dienstverleningsovereenkomst RMN-Zeist overeengekomen beeldkwaliteitsniveaus (beeldmeetlatten A, B, C volgens de landelijke CROW methodiek) gehanteerd.  RMN heeft zelf een onafhankelijk extern bedrijf in de arm die maandelijks random het werk van RMN en een specifiek gedeelte van de openbare ruimte van Zeist keurt. Rapportage met afkeur- c.q. verbeterpunten wordt gedeeld met RMN en is desgewenst ook ambtelijk voor ons ter inzage. Afkeur- c.q. verbeterlocaties worden vervolgens dan door RMN opgepakt en nagelopen. Ook hier gelden de in de dienstverleningsovereenkomst RMN-Zeist overeengekomen beeldkwaliteitsniveaus (beeldmeetlatten A, B, C volgens de landelijke CROW methodiek). Overigens geldt hierbij dat het tijdens het onkruidseizoen echt onmogelijk is om alles tegelijkertijd op orde (= conform beeldkwaliteit) te hebben.

Waarbij komt dat zoals wij ook in eerdere berichten hebben aangegeven het groeiseizoen als gevolg van de klimaatverandering eerder aanvangt en later (of bijna niet meer) stopt. Hetgeen uitdagingen met zich meebrengt (ook financieel). 41. Potentiële warmtebronnen/Remia: welke concrete acties zijn er ondernomen richting welke organisaties en bewonersinitiatieven in Den Dolder in het kader van het op te stellen buurtuitvoeringsplan Den Dolder? In 2019 is een eerste haalbaarheidsonderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de restwarmte van de Remiafabriek in te zetten als bron voor een warmtenet. Door minder capaciteit bij betrokkenen en andere wettelijke prioriteiten is hier destijds geen opvolging aan gegeven. In 2026/2027 wordt dit weer opgepakt door verder te onderzoeken wat de potentie is van de restwarmte van Remia als mogelijke bron voor een warmtenet. Op het moment dat er meer duidelijk is over dit onderzoek en het vervolg, naar verwachting in 2027, betrekken we de inwoners en bedrijven in Den Dolder bij het vervolg en het buurtuitvoeringsplan. 42.

Ontzorgen bewoners bij energietransitie/onderzoek en pilots: welke onderzoeken en pilots hebben in dit kader in 2025 plaatsgevonden? Bewoners zijn op verschillende manieren ontzorgd en er zijn verschillende onderzoeken en pilots uitgevoerd, zoals: Ontzorgen:  Energiemaatje: hierbij gaan vrijwilligers uit de gemeente Zeist langs bij huishoudens (met energiearmoede) om tips over energiebesparend gedrag te geven. Inmiddels zijn er meer dan 850 huishoudens bezocht. Deze bezoeken worden waar nodig opgevolgd door de FIXbrigade, waarbij klussers energiebesparende maatregelen aanbrengen. In 2026 is tevens een witgoedregeling gestart om oude witgoedapparaten te vervangen voor nieuwe zuinige apparaten.  Structurele isolatieaanpak: met woningcorporaties zijn prestatieafspraken gemaakt om het energielabel van woningen te verbeteren naar gemiddeld label A, ten voordele van de huurders. Richting 2030 wordt hier naar verwachting een reductie van 4 kton CO2 mee behaald. Daarnaast heeft Zeist invulling gegeven aan de Nationale Isolatie Aanpak (NIP) en in de periode 2024-2026 hebben bijna 252 woningen isolatiesubsidie ontvangen en er is ruimte om in totaal 1.584 huizen isolatiesubsidie te verlenen. Daarnaast hebben 90 inwoners gebruik gemaakt van een isolatie subsidie van de provincie Utrecht voor inwoners met een kleine beurs.

17

In Het Regionaal Energie Centrum zijn veel van onze partners ondergebracht die mensen adviseren over en ontzorgen in de energietransitie, met daarin: o Stichting Energie Zeist, met Mijn Groene Huis, Mijn Groene Bedrijf, Mijn Groene VvE en Mijn Groene Monument voor ondersteuning per doelgroep o Technisch onafhankelijk advies voor warmteoplossingen in huis door Grijs naar Groen (op doorverwijzing van Mijn Groene Huis) o Verduurzamen in Zeist-West, vanuit Mijn Groene Huis, waarbij bewoners worden ontzorgd met het verduurzamen van hun woning, o.a. door isolatie en asbestsanering en dakrenovatie.

Onderzoeken/pilots:  Er is een haalbaarheidsonderzoek gedaan naar mogelijkheden voor een warmtenet vanuit rioolwaterzuivering Zeist-West. Uit het onderzoek blijkt dat er potentieel tussen de 1.600 en 7.500 gebouwen met de restwarmte verwarmd kunnen worden. Maar als er een warmtenet komt, duurt het nog jaren voordat het klaar is. Dat is misschien pas ergens tussen 2035 en 2040. Die tijd is nodig voor verder onderzoek, overleg met bewoners en andere gebouweigenaren, het nemen van een besluit en de uitvoering.  Financiering en facilitering van pilot mini-warmtenetten: in Zeist-West is op drie locaties een pilot gestart voor het realiseren van mini-warmtenetten. 43. P.44: Hoeveel extra budget is nodig om de reconstructie Willem Pijperplein en omgeving te voltooien? Is dit de €788.305 zoals benoemd in de Bestuursrapportage op pagina 59? Dat klopt: de meerkosten bedragen € 788.305. (uit de reserve SFI-VIS € 365.634 en uit het rioolfonds € 422.671. Programma 7: Mobiliteit brengt ons verder 44. Wat verklaart de vertraging in groot onderhoud aan diverse wegen? (verkeer & wegen, 2e bullet) Per project wordt vertraging veroorzaakt doordat er veel gebeurt in de gemeente en het moet passen binnen al de andere activiteiten die plaatsvinden.

Daarnaast zijn er ook technische beperkingen of is het niet of later beschikbaar zijn van menskracht (in onze interne organisatie of bij externe partijen aannemers/adviesbureaus-) of materiaal een reden voor vertraging. Voor de genoemde projecten die nu nog niet gerealiseerd zijn is de reden van vertraging:  Dijnselburgerlaan - Huis ter Heideweg Zuid is vertraagd door de bouw van de gemeentewerf en vlak daarna de calamiteit van de riolering noordzijde van de Prins Alexanderweg. Waarbij deze eerstgenoemde twee wegen beschikbaar moesten blijven om het verkeer uit/naar Huis ter Heide te kunnen ontsluiten.  Lageweg is vertraagd door de werkzaamheden op de Laan van Beek en Royen en doordat de werkzaamheden van Rijkswaterstaat aan de A12 extra druk op het onderliggend wegennet veroorzaakte waardoor de Lageweg niet kon worden afgesloten in dezelfde periode.  De Laan van Beek en Royen is bijna afgerond en de Embranchementsweg is inmiddels voorbereid en wordt zoals opgenomen op de projectpagina op www.zeist.nl uitgevoerd (zie link hiervoor). 45. Waarom zijn sloop en nieuwbouw bushalte 1e Hogeweg uitgesteld? De beoogde locatie voor de te verplaatsen halte ligt tegenover het voormalige V&D-gebouw. Dat gebouw wordt gesloopt om plaats te maken voor circa 180 woningen.

Wij hebben besloten de bushalte pas te verplaatsen na afloop van de sloop en nieuwbouwwerkzaamheden, om zo de smalle doorgang niet extra te belasten en de wachtende buspassagiers niet bloot te stellen aan bijvoorbeeld geluid en stof vanaf de bouwplaats.

18

Programma 9: Samen zorgen voor veiligheid 46. P.111: Welke buurtbijeenkomsten rond veiligheidsthema’s in de wijk zijn georganiseerd? Om welke thema’s ging dit per wijk? Samen met de belangenverenigingen , ondernemers en veiligheidswerkgroepen in de buurten werken de afdeling veiligheid en wijkzaken nauw samen om de veiligheid in de buurten te verbeteren. Bewustwording, vergroten van preventiemaatregelen en themagerichte voorlichtingsbijeenkomsten dragen bij aan het verbeteren van veiligheid(sgevoel). Buurten Austerlitz

Veiligheidsteam Voorlichting, weerbaarheid risico’s bosbranden Informatie over bewustwording over digitale criminaliteit.

Kerckebosch

Voorlichting, vergroten bewustwording over risico’s van mogelijke bosbranden. Bijeenkomst over gevolgen van afgelopen jaarwisseling.

Bosch en Duin

Voorlichting, weerbaarheid risico’s bosbranden Informatie over nepagenten en voorkomen van woninginbraken (flyeractie wie veiligheid Whatsappgroepen.

Huis ter Heide

Voorlichting nepagenten

Den Dolder

Voorlichting over digitale criminaliteit en nepagenten specifiek voor de oudere groepen

West

Vorig jaar hebben we in West kleine bijeenkomsten georganiseerd zoals de maandelijkse buurtbezoeken in steeds een andere buurt. Hiervoor worden alle bewoners in de buurt uitgenodigd. Tijdens de gesprekken komt het onderwerp Veiligheid aan bod. Daarnaast nodigen we de WhatsApp en Waaks deelnemers apart uit om met ons in gesprek te gaan over het gevoel van veiligheid in de buurt wanneer we op buurtbezoek gaan.

over

digitale

criminaliteit

en

Als er incidenten zijn met een grote impact in de buurt, organiseren we op buurtniveau bijeenkomsten om hierover met de buurt in gesprek te gaan en hen te informeren en op te halen waar de buurt behoefte aan heeft. Al naar gelang het thema van het incident, nodigen we betrokken partners uit hieraan deel te nemen. Op deze manier willen we nabij zijn. Regulier hebben we wekelijks spreekuur waar inwoners terecht kunnen met hun vragen, hebben we iedere 4 weken met partners een veiligheidsoverleg waarin we met verschillende 19

Buurten

Centrum/Carre

Noord

Veiligheidsteam partners het beeld ophalen van de buurten, kijken we naar de cijfers en “duiden” deze met elkaar. Mocht een aanpak nodig zijn, stellen we die met elkaar op. Steynlaan pop-up spreekuur veiligheid en leefbaarheid. Vorig jaar hebben we in het winkelcentrum van Vollenhove een bewonersbijeenkomst georganiseerd. Daarnaast hebben we buurtvisites gehouden in de Verzetswijk, Pedagogenbuurt en Vollenhove, waarbij inwoners de gelegenheid kregen om aandachtspunten en zorgen uit de wijk met ons te delen. Ook het thema veiligheid heeft nadrukkelijk aandacht gekregen binnen het traject Vollenhove Denkt Vooruit (groep bewoners die meedenkt over de buurtaanpak). Samen met bewoners en partners is gesproken over de toekomst van de wijk en de belangrijkste opgaven die daar spelen, waaronder het thema (on)veiligheid(sgevoel). Op basis hiervan is o.a. een veiligheidsonderzoek gedaan naar mogelijkheden om de parkeerdekken beter te beveiligen en ook het onveiligheidsgevoel te verminderen. Daarnaast is veiligheid een terugkerend onderwerp tijdens het spreekuur, waar bewoners hun signalen, vragen en zorgen met ons kunnen bespreken.

Bijlage 2, factsheet WMO en Jeugd 47. Wat zijn de actuele wachttijden bij het CJG en hoe verhouden deze zich tot dezelfde periode in 2025? Hieronder ziet u de wachttijden van cliënten op de wachtlijst bij het CJG op 1 juni 2026 ten opzichte van 1 juni 2025. Duidelijk is dat er meer cliënten wachten en ook dat cliënten langer wachten tot ze aan de beurt zijn. Sinds november steeg het aantal wachtenden bij het CJG waardoor de wachttijd ook opliep, de wachtlijst is sinds het eerste kwartaal 2026 gestabiliseerd rond de 160 wachtenden. De langere wachttijden komen door meer instroom bij het CJG, o.a. doordat huisartsen in 2025 minder zelf zijn gaan verwijzen en inwoners in plaats daarvan vaker naar het CJG verwijzen. (zie ook de toelichting in de factsheet hierover). Daarnaast is het belangrijk om te vermelden dat er een zorgvuldige afweging wordt gemaakt bij de aanmeldingen. De hulpvragen waar spoed achter zit of als er problematiek speelt die niet kan wachten, zoals bijvoorbeeld in het geval van onveiligheid, worden met voorrang opgepakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17102093/2