A25.022 (verworpen) Amendement (VVD, NDZ, Seyst.nu) Geen lastenverhoging – wél grip op 2027
Tekst van het document
Amendement Dit amendement hoort bij het voorstel RV25.054 Programmabegroting 2026 Nummer: A25.022 Amendement A25.022 wordt verworpen: 9 voor / 22 tegen (voor: [VVD, NDZ, Seyst.nu] / tegen: [GL, D66, ChristenUnie-SGP, CDA, PvdA, SP, ZB, Osinga, Fiscalini].
Onderwerp: Geen lastenverhoging – wél grip op 2027 De gemeenteraad in vergadering bijeen op 11 november 2025. In behandeling het raadsvoorstel Programmabegroting 2026.
Besluit Beslispunt 2d te schrappen en een nieuw beslispunt 2d toe te volgen met de volgende tekst: “2d. Akkoord te gaan om een bedrag van EUR 358.000 te onttrekken uit de algemene reserve als dekkingsmiddel in het meerjarenperspectief voor 2027.” De fractie van VVD Marco Huijben
De fractie van NieuwDemocratischZeist Jan Bredius
De fractie van Seyst.nu Tijmen Visser
Toelichting Indieners begrijpen dat het huidige college een vlotte start wil bieden aan het aanstaande college door 2027 sluitend te presenteren in het meerjarenperspectief. Indieners vinden het echter niet wenselijk als inwoners van Zeist zich daardoor de komende drie jaar geconfronteerd zien met een lastenverhoging en zien alternatieven. Daarom stellen indieners voor om het tekort in 2027 van EUR 358.000 eenmalig te dekken uit de algemene reserve. Gemeenten hebben deze mogelijkheid conform het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtskader (GFT) en de voorgestelde dekking past ook binnen genoemd kader.1 Als aanvullend argument geldt nog dat de gemeente Zeist afgelopen jaren een overschot op de jaarrekening laat zien – door incidentele meevallers – waar een lastenverhoging zich lastig mee laat rijmen. Het GFT komt gemeenten hier deels in tegemoet. Ten aanzien van de jaren 2028 en 2029 menen indieners dat de ozb-verhoging geschrapt dient te worden. De voorgestelde ozb-verhoging heft het tekort in het meerjarenperspectief over 2028 en 2029 immers niet op. Daar komt bij dat de VNG gemeenten heeft opgeroepen om rijksbeleid af te wachten alvorens ingrijpende keuzes te maken voor de jaren 2028 en verder.
Mocht er onverhoopt een noodzaak komen om tot aanvullende ombuigingen te besluiten, vinden indieners dat dat aan het volgend college is en dat de samenleving daarover geraadpleegd dient te worden, zoals in 2021 middels het IAC gebeurd is.
1
In het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK) is een regeling opgenomen voor de inzet van een surplus binnen de algemene reserve. Het surplus van de algemene reserve is dat deel dat niet nodig is voor het afdekken van risico’s (weerstandscapaciteit). Van dit vrij besteedbare deel (surplus) kan een gemeente jaarlijks maximaal 10% inzetten voor het dekken van structurele lasten. Met de voorwaarde dat de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is en blijft. De inzet van het surplus algemene reserve (= vrije reserve) wordt door dit gebruik als structurele baat bestempeld. Het weerstandsvermogen moet naar het oordeel van de toezichthouder voldoende zijn. Dit betekent dat het moet zijn gebaseerd op een adequate risico-inventarisatie.