CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

260623 Beantwoording technische vragen (ZeistLokaal) bij voorstel Wijziging omgevingsplan Zeist, Verlengde Slotlaan 71

Raad 9 juli 2026, gemeente ZeistBij agendapunt: Wijziging Omgevingsplan Zeist (Verlengde Slotlaan 71)834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen Zeist Lokaal n.a.v. Ronde Tafel Verlengde Slotlaan 71 In 2020 nam het college het standpunt in dat het geldende servituut een 'evidente privaatrechtelijke belemmering' vormde voor extra planologische ontwikkelingen op deze locatie. Op basis van die kwalificatie heeft de gemeenteraad destijds besluit 20RV014 genomen. Dit wordt zo in het Biedboek aan kandidaat-kopers in beide notities vermeld. In de recente Nota van Zienswijzen stelt het college plotseling het tegenovergestelde, namelijk dat er géén sprake is van een evidente privaatrechtelijke beperking. Dit roept vragen op over de motivering van deze koerswijziging, de verhouding tot eerdere raadsbesluiten, de gelijke kansen bij de grondverkoop in 2021 en de financiële gevolgen voor de gemeente. Hierover stellen wij de volgende vragen: 1. Waarom beoordeelt het college de status van het servituut nu wezenlijk anders dan in 2020? Welke nieuwe feiten of gewijzigde wetgeving hebben geleid tot deze verandering van standpunt?

2. Hoe verhoudt het huidige plan zich tot het nog altijd geldende raadsbesluit 20RV014? 3. Is het college van mening dat de invoering van de Omgevingswet een specifiek lokaal

raadsbesluit automatisch buitenspel zet? Zo nee, waarom is de raad niet vooraf gevraagd om de kaders van raadsbesluit 20RV014 te herzien?

4. Bestond bij het college of de ambtelijke organisatie vóór of tijdens de openbare verkoop door het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) in 2021 al de intentie of de verwachting dat de gemeente in de toekomst planologisch zou willen afwijken van het servituut?

 Antwoord op vragen 1 t/m 4: Van begin af aan heeft de gemeente aangegeven dat het bij de boordeling van de plannen gaat om ‘goede ruimtelijke ordening’ of zoals dat onder de Omgevingswet is gaan heten, ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. In dat kader speelt vooral de verhouding tussen groen en rood een belangrijke rol, dat was bij de besluitvorming in 2020 het geval en dat geldt nog steeds. De privaatrechtelijke belemmering waar in 2020 wel rekening mee moest worden gehouden, gold voor het verkooptraject wat het Rijksvastgoedbedrijf op dat moment doorliep. Het Rijksvastgoedbedrijf moest in de verkoop óók een scenario meenemen dat binnen het servituut past, zij hadden als overheidspartij en eigenaar van de grond te maken met deze privaatrechtelijke belemmering. Het college en de raad zagen, ook toen, geen evident privaatrechtelijke belemmering, want boden ook ruimte voor scenario 2 (wat toen ook al niet binnen het servituut paste) en ook zagen we toen al vanuit planologisch perspectief, ruimte voor verdere verdichting. Eén en ander is toen ook nadrukkelijk in de correspondentie met het Rijksvastgoedbedrijf aan de orde geweest en door het Rijksvastgoedbedrijf in de verkoopvoorwaarden meegegeven. Er is daarmee dus geen sprake van een koerswijziging

5. Welke informatie of adviezen heeft de gemeente voorafgaand aan de verkoop in 2021 aan het 6.

RVB verstrekt over haar bereidheid om van het servituut af te wijken, en op welke data heeft dit contact plaatsgevonden?  Alleen de door de raad geamendeerde brief. Daaraan voorafgaand was de inhoud van de brief ook onze inbreng tijdens het participatietraject, waarbij wij hebben aangegeven dat de Woonvisie ook in acht moet worden genomen; de Woonvisie wijkt per definitie af van het servituut. Voorafgaand aan het eerste participatietraject is de raad meegenomen in de gemeentelijke insteek voor het participatietraject, dat is al in 2018 geweest. Dit is ook terug te vinden in het raadsvoorstel uit 2020 20RV014.

7. Het Biedboek is bij de gemeente niet bekend: Hoe heeft de gemeente zich er destijds van

vergewist dat deze planologische informatie voor alle potentiële gegadigden op gelijke wijze beschikbaar was, met het oog op het Didam-arrest?

 Het informeren van de potentiële gegadigden is in dit geval een verantwoordelijkheid van het Rijksvastgoedbedrijf, als verkopende-overheidspartij; zij hebben daar een draaiboek voor liggen, met waarborgen en juridische checks. Het Rijksvastgoedbedrijf had dat al op orde, voordat überhaupt de Didam-arresten waren uitgesproken.

8. Is er door of in opdracht van de gemeente onderzoek gedaan naar de waardesprong van de grond die ontstaat als er planologisch meer wordt toegestaan dan de uitgangspunten bij de verkoop in 2021? Zo ja, wat waren de resultaten? Zo nee, waarom is dit niet onderzocht?

 Nee, dit is voor de planologische beoordeling geen toetsgrond.

9. Indien de bereidheid om af te wijken van het servituut in 2021 al bestond, waarom is toen niet

ingegrepen op basis van een waardering die uitging van wel datzelfde servituut en ter voorkoming van de huidige discussie?  Het Rijksvastgoedbedrijf heeft dit in hun beoordeling wel degelijk mee laten wegen.

10.

Indien die bereidheid er in 2021 nog niet was, welke nieuwe feiten rechtvaardigen dan de huidige afwijking, waarmee de gemeente een forse waardesprong voor een private partij faciliteert cq speculatie mogelijk heeft gemaakt? Klopt het dat de huidige bereidheid een waardesprong van 15 miljoen met zich meebrengt. Klopt het ook dat kandidaten op basis van de beide notities in het Biedboek de waardering aanzienlijk hebben gematigd?

 De gemeente legt alleen planologisch vast wat de ontwikkelaar wenst, uiteraard wordt dit

getoetst aan planologische kaders. Een (mogelijke) waardesprong is voor onze planologische beoordeling niet relevant.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17117634/3