260611 Mevrouw Van den Boer - Bijlage bij inspreektekst over Bestemmingsplan WA-Hoeve
Tekst van het document
BIJLAGE 1. STATEMENTS RONDE TAFEL 11 JUNI 2026 Maria van den Boer, Vrienden van de WA Hoeve, 10 juni 2026
STATEMENT 1 — PROCEDUREEL EN FORMEEL De raad wordt gevraagd een bestemmingsplan vast te stellen waarvan een aantal onderliggende onderzoeken verouderd zijn — vijf jaar of ouder. Het ontwerpplan lag ter inzage in januari 2022. Sindsdien is de wereld veranderd: demografisch, ecologisch, juridisch en beleidsmatig. De gemeente heeft vier jaar lang de besluitvorming laten stilliggen vanwege de juridische strijd tussen Altrecht en BPD, en stelt nu een plan vast alsof er niets is veranderd. Daarnaast zijn er ook een aantal nieuwe documenten toegevoegd die wij in een hele korte tijd moeten beoordelen. Dat is ondoenlijk — niet alleen voor ons als insprekers, maar ook voor een nieuwe raad die dit dossier nog niet door en door kent. Bovendien noemt de gemeente zelf een aantal onzekerheden: • • • • •
Zorgkern invulling nog onduidelijk Mogelijke Provinciale veranderingen van NNN Hoger beroep procedure Altrecht-ABP loopt nog, vertrek Fivoor RVS procedure HMA Financiele kaders nog steeds niet duidelijk (pas na vaststelling BP) maar al wel is duidelijk dat een en ander niet financieel gehaald wordt door NOV ZOV alleen. …Hoe is dat met elkaar te rijmen?
Wij verzoeken de raad het plan niet vast te stellen totdat alle onderliggende onderzoeken zijn geactualiseerd, onzekerheden zijn weggenomen, naar de situatie van 2026.
STATEMENT 2 — ZORGKERN EERST, DAN PAS NOV/ZOV De gemeente stelt zelf in het raadsvoorstel dat de financiële relatie tussen de Zorgkern en de ontwikkelvelden pas later wordt onderzocht — nadat NOV/ZOV is vastgesteld. Daarmee ontbreekt een integrale afweging. Zolang niet duidelijk is welke bijdrage de Zorgkern kan leveren aan woningbouw en financiën, kan niet worden vastgesteld dat woningbouw in NOV en ZOV noodzakelijk is. De oorspronkelijke gebiedsvisie koppelde hogere woningdichtheden aan financiële noodzaak. De bovengrens van 15 miljoen euro voor Altrecht en 1,5 (1,2) mln. voor Hart van de Heuvelrug) was daarin een expliciet kader. Nergens wordt nu inzichtelijk gemaakt hoeveel NOV oplevert, hoeveel ZOV oplevert, hoeveel de Zorgkern zou opleveren, en of de oorspronkelijke financiële uitgangspunten nog actueel zijn. Inhoudelijk: het alternatieve plan van de Werkgroep Vrienden van de WA Hoeve1 gaat uit van ontwikkeling binnen de ecologische draagkracht van het gebied, met de Zorgkern als woningbouwlocatie, zodat NOV en ZOV als ecologische corridors gespaard blijven. Het WUR-onderzoek2 en het VU-rapport3 onderbouwen dit. Er moet ecologisch en objectief worden onderzocht welke ontwikkelvelden de voorkeur verdienen vanuit natuur en klimaat: ZOV, NOV of Zorgkern.
Wij verzoeken de raad eerst de financiële en ruimtelijke rol van de Zorgkern integraal te laten doorrekenen alvorens over NOV/ZOV te besluiten.
1
https://www.vriendenvandewahoeve.nl/nieuws/alternatief https://www.vriendenvandewahoeve.nl/nieuws/documenten 3 idem 2
1
STATEMENT 3 — UITVOERBAARHEID: ALTRECHT EN FIVOOR Een bestemmingsplan moet bij vaststelling uitvoerbaar zijn. Dat vereist niet alleen dat het plan planologisch aanvaardbaar is, maar ook dat de feitelijke realisatie binnen de planperiode redelijkerwijs te verwachten is. Aan die eis is hier niet voldaan. De gemeente stelt dit bestemmingsplan vast op verzoek van BPD (zienswijze 2.2.4 BDD). Maar de planologische onderbouwing — goede ruimtelijke ordening — moet centraal staan, niet de contractuele belangen van een private partij. De vraag of dit plan een goede ruimtelijke ordening vertegenwoordigt moet los staan van de vraag of BPD een contractuele positie heeft. Altrecht is bovendien in hoger beroep gegaan tegen de afwijzing van de gedeeltelijke ontbinding van de koop-ontwikkelovereenkomst. De gemeente erkent dit risico zelf in het raadsvoorstel. Ernstiger is de positie van Fivoor. De hele gebiedsontwikkeling rust op de aanname dat Fivoor de WA-Hoeve verlaat. Fivoor is een TBS-instelling. Er is geen enkele gemeente in Nederland die een TBS-instelling wil ontvangen, terwijl de vraag naar TBS-capaciteit toeneemt. De zogenoemde verstervingsconstructie — waarbij Fivoor niet actief vertrekt maar geleidelijk uitsterft — is planologisch en juridisch niet geborgd.
Een bestemmingsplan dat woningbouw mogelijk maakt op gronden waar een TBS-instelling zit die niet aantoonbaar zal vertrekken, heeft een uitvoerbaarheidsprobleem. Wij verzoeken de raad de uitvoerbaarheid te laten toetsen en als harde voorwaarde voor vaststelling een juridisch geborgde vertrekregeling voor Fivoor te eisen.
STATEMENT 4 — LADDER DUURZAME VERSTEDELIJKING, De laddertoets is opgesteld door Stec Groep in oktober 2022 — inmiddels bijna vier jaar geleden — in opdracht van BPD, dus verouderd.
De aanbodkant ontbreekt: de verstervingsgolf De laddertoets behandelt woningvraag als een netto grootheid zonder correctie voor de samenstelling van de vrijkomende voorraad. ABN AMRO heeft recent aangetoond dat als gevolg van de verstervingsgolf van de babyboomgeneratie tussen nu en 2050 minstens 900.000 eengezinswoningen op de markt komen. Voor een gemeente als Zeist — met een bovengemiddeld aandeel oudere eigenaar-bewoners in eengezinswoningen op de Heuvelrug — is dit effect structureel en al zichtbaar in de periode 2025-2035. De WA-Hoeve biedt grondgebonden woningen in bosrijke omgeving: precies het segment dat direct concurreert met die vrijkomende eengezinswoningen. De netto behoefte aan dit type nieuwbouw is structureel lager dan de Stec-toets suggereert. De ladderonderbouwing is daarmee onvolledig. Bovendien is de vaste plancapaciteit is Zeist veel hoger dan in het Stec-rapport staat.
Actualisatie nodig Het NOV bestaat grotendeels uit villa's en boswoningen. Het ZOV bestaat grotendeels uit eengezinswoningen. Dat zijn per definitie woningen in het dure segment, op een geïsoleerde boslocatie ver van dagelijkse voorzieningen. De woonvisie Zeist 2016-2020 zegt echter het tegendeel. Zij noemt als prioriteit: kleine betaalbare woningen voor starters en alleenstaanden, appartementen, levensloopbestendige woningen en woningen nabij voorzieningen voor ouderen. De WAHoeve voldoet aan geen van deze criteria. 2
De woonvisie schrijft bovendien voor dat alle projecten met meer dan 30 woningen moeten voldoen aan een verplichte differentiatie: 25 tot 35 procent goedkoop, 35 tot 45 procent middelduur, 20 tot 30 procent duur. Nergens in het raadsvoorstel of de toelichting wordt aangetoond dat hieraan wordt voldaan, noch wordt een raadsbesluit tot afwijking gemotiveerd. Dit is een zelfstandig gebrek. Wij verzoeken de raad de laddertoets te laten actualiseren, de differentiatie-onderbouwing openbaar te maken, en te motiveren waarom de juridisch van toepassing zijnde woonvisie een deugdelijke grondslag biedt voor dit besluit.
STATEMENT 5 — DRAAGKRACHT VAN DE NATUUR In alle discussie over 175, 275 of 450 woningen ontbreekt de meest fundamentele vraag: hoeveel woningen, bewoners, parkeerplaatsen, recreatiedruk, verlichting en infrastructuur kan dit NNN-gebied ecologisch dragen zonder dat de rust- en verbindingsfunctie structureel wordt aangetast? Die vraag is nooit gesteld, laat staan beantwoord. De planvorming begint bij een financiële en ruimtelijke opgave en werkt dan terug naar wat ecologisch nog volgens wet- en regelgeving acceptabel is. Dat is de verkeerde volgorde. De juiste volgorde is: eerst de ecologische draagkracht bepalen, dan pas de omvang van de ontwikkeling vaststellen. Niet door de gemeente opgesteld maar wel opgemaakt: Het WUR-rapport, de EcoNaturacontra-expertise en het VU-rapport signaleren dat de draagkracht van het gebied de voorgenomen ontwikkeling niet aankan. De gemeente heeft deze rapporten niet betrokken en niet weersproken. Rapporten die beschikbaar zijn en gemotiveerd andere conclusies trekken dan de gemeentelijke onderzoeken, moeten worden beoordeeld en weerlegd — niet genegeerd. Wij verzoeken de raad een onafhankelijk onderzoek naar de ecologische draagkracht te laten uitvoeren als voorwaarde voor vaststelling, waarbij de WUR, EcoNatura en VUanalyses worden betrokken.
STATEMENT 6 — NNN-COMPENSATIE EN ALTERNATIEVEN ONTSLUITINGSWEG De provincie heeft in haar zienswijze uit 2022 vastgesteld dat de verantwoording van de NNN-aantasting ontoereikend was. De gemeente heeft dit vervolgens bilateraal met de provincie opgelost. Maar een bilateraal akkoord is geen openbaar toetsbare ecologische onderbouwing. De kwaliteit van de compensatie — 2.441 m² heide en droog schraalgrasland binnen drie jaar — is niet onafhankelijk getoetst. Dit getal staat in de planregel van artikel 7.3.1, afgeleid uit de nota van zienswijzen. Maar de compensatielocatie betreft deels al bestaande natuur. Zowel de Natuur en Milieufederatie Utrecht (zienswijze 13) als Stichting Milieuzorg (zienswijze 5, nummers 29 en 54) hebben dit gemotiveerd gesteld. De gemeente verwijst naar de aangepaste compensatielocatie — erven en verhardingen ten noorden van het ZOV — maar onderbouwt niet of die locatie ecologisch kwalitatief gelijkwaardig is. Een onafhankelijk ecologisch oordeel ontbreekt. Wij verzoeken de raad een onafhankelijke toets op de NNN-compensatie te laten uitvoeren voordat wordt vastgesteld.
STATEMENT 7 — VORMVRIJE M.E.R. EN GEEN INTEGRALE BEOORDELING 3
De aanmeldnotitie voor de vormvrije m.e.r. stelt dat het plangebied geen directe relatie heeft met beschermde gebieden. Dat is aantoonbaar onjuist: het plangebied grenst aan NNN, bevat NNN binnen de plangrens, en ligt in de nabijheid van Natura 2000-gebieden waarvoor stikstofberekeningen zijn uitgevoerd. Ernstiger is dat de cumulatieve effecten van HMA, NOV/ZOV en de toekomstige Zorgkern — die de gemeente zelf al als voornemen benoemt — nooit integraal zijn beoordeeld. Bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling vereist uitdrukkelijk dat cumulatieve effecten worden beschouwd. Dat is niet gebeurd. De totale milieudruk bestaat uit: horeca, verkeerstoename, lichtemissie, recreatiedruk, huisdieren, 531 parkeerplaatsen, en boskap van in totaal meer dan 7 hectare. Al deze effecten tezamen zijn nooit als systeem beoordeeld. Veel rapporten beschrijven maatregelen: tunnels, beheer, aanlijnen van honden, lichtbeperking, compensatie en monitoring. Maar nergens is aangetoond dat deze maatregelen voldoende zijn om de extra milieudruk van honderden woningen daadwerkelijk te compenseren. En dan spreken we nog lang niet over versterking van de natuur Wij verzoeken de raad een volledige m.e.r.-procedure te gelasten die alle deelplannen en cumulatieve effecten integraal beoordeelt.
STATEMENT 8 — BIODIVERSITEITSPLAN EN ZELFBINDEND BELEID De gemeente Zeist heeft een Biodiversiteitsplan vastgesteld waarin staat dat alle ruimtelijke projecten daaraan worden getoetst. In dat plan worden versnippering van natuur, het behoud van oude bossen en ecologische verbindingen voor gidssoorten als prioriteiten benoemd. De WA-Hoeve wordt daarin expliciet als natuurparel aangemerkt. Nergens in het raadsvoorstel, de toelichting of de nota van zienswijzen wordt aangetoond dat dit bestemmingsplan aan het Biodiversiteitsplan is getoetst. De gemeente kan niet enerzijds een biodiversiteitsplan vaststellen als bindend toetsingskader en anderzijds een bestemmingsplan vaststellen dat de WA-Hoeve bebouwt zonder die toetsing te verantwoorden. Concreet: het Biodiversiteitsplan noemt bosbehoud en versnippering als kernproblemen. Hoe heeft de raad vastgesteld dat de toevoeging van circa 400 huishoudens in dit gebied leidt tot minder versnippering en betere verbindingen? Hoe is bosbehoud te rijmen met 7 hectare boskap? Die onderbouwing ontbreekt volledig. Een biodiversiteitsplan dat niet wordt toegepast op de grootste ruimtelijke ingreep in de gemeente is geen beleid, maar een beleidsbelofte. Wij verzoeken de raad een expliciete toetsing aan het eigen Biodiversiteitsplan als voorwaarde te stellen voor vaststelling.
STATEMENT 9 — CULTUURHISTORISCHE WAARDEN NOV EN ZOV In de discussie over de WA-Hoeve gaat de cultuurhistorische aandacht vrijwel uitsluitend naar de Historische Middenas. Maar ook het NOV en ZOV behoren tot het cultuurhistorisch erfgoed van de WA-Hoeve. De lanen en de gebouwen Campert, Wilhelmina, Antonia en Boerhaave zijn onderdeel van het historische ensemble. Hetzelfde geldt voor de vloeivelden. Het oorspronkelijke ontwerpconcept van Poggenbeek — waarbij gebouwen als eilanden in een groen landschap liggen, verbonden door lanen en omringd door bos — wordt door bebouwing van NOV en ZOV structureel aangetast. Het bestemmingsplan 2008 was op dit punt zorgvuldiger. Het huidige plan offert de cultuurhistorische samenhang van het gehele complex op voor woningbouw in de ontwikkelvelden. 4
Wij verzoeken de raad ook de cultuurhistorische waarden van NOV en ZOV als zelfstandig toetsingspunt mee te wegen bij de besluitvorming.
STATEMENT 10 — ECOLOGISCHE VERBINDINGEN EN GIDSSOORTEN Het Gebiedsperspectief A-Z van de provincie beschrijft de ecologische verbinding tussen Soesterberg en de westelijke plassen als cruciaal voor de Heuvelrug. Het NOV ligt precies in deze corridor. Opvallend is dat in het bestemmingsplan Coxkwartier dit gebied wel degelijk als natuur is aangemerkt en geborgd als hard uitgangspunt. Het NOV is weliswaar uit het NNN gehaald, maar is feitelijk bos — zoals ook het WURrapport bevestigt. De gemeente reduceert de ecologische bufferzone tot 50 meter. Voor de das en de boommarter geldt een minimale corridorbreedte van 150 tot 300 meter als gangbare ecologische norm. Een corridor van 50 meter tussen woonbebouwing is voor deze soorten functioneel onbruikbaar, en zal aan beide zijden zwaar worden verstoord door kinderen en huisdieren.(zeker voor de marter) Op de ecotafel van 3 juni 2026, georganiseerd door BPD zelf, bleek dat de ecologische visie van BPD geen analyse bevat van hoe breed de corridors nu zijn en straks worden, welke soorten welke breedte nodig hebben, hoeveel randwerking optreedt, en of 50 meter voldoende is. In diezelfde vergadering werd vastgesteld dat vleermuiskasten geen effect hebben en leeg blijven, dat handhaving op aanlijning van honden ontbreekt, en dat er geen hard beleid is voor de verhouding tussen natuur en privétuinen.
Wij verzoeken de raad de huidige corridors te behouden i.v.m. het grotere perspectief van de ecologische verbindingszones.
STATEMENT 11 — BOSKAP, COMPENSATIE EN KLIMAAT In totaal verdwijnt door dit plan meer dan 7 hectare bestaand bos: ruim 6 hectare op NOV/ZOV (en Zorgkern) en 1,1 hectare op de HMA, deels in de ecologische corridor, deels voor parkeerplaatsen. Een concreet, openbaar verifieerbaar compensatieplan voor deze boskap is niet terug te vinden in de vastgestelde stukken. Oud bos is geen grondeenheid. Het is een ecosysteem van samenhangende flora en fauna dat zich over decennia heeft ontwikkeld. De compensatie is op drie zelfstandige gronden ondeugdelijk. Ten eerste is zij niet planologisch geborgd. Voor de NNN-compensatie van 2.441 m² is wel een planregel opgenomen in artikel 7.3.1. Maar voor de bredere boskap ontbreekt een vergelijkbare afdwingbare verplichting. De verwijzing naar de bomenbalans Hart van de Heuvelrug is geen planologisch afdwingbare verplichting maar een administratief bijhoudsysteem. Ten tweede is de compensatielocatie kwalitatief niet gelijkwaardig. Kamp van Zeist wordt ingericht als heide en open landschap, niet als boscompensatie. Bos compenseren met heide is geen ecologisch equivalente uitruil. Bosecologisch onderzoek toont aan dat aaneengesloten eiken-beukenbos op zandgrond een herstelperiode heeft van minimaal 40 tot 80 jaar. Jonge aanplant is geen compensatie voor oud bos. Het is uitstel van verlies met een generatielange horizon.
Bovendien zal als de Asiellocatie Kamp van Zeist voorlopig blijft bestaan, zoals ook in het Zeister coalitieakkoord 2026-2030 staat, zal de compensatie aldaar niet volledig plaatsvinden. 5
Ten derde is de kap klimatologisch onverantwoord voor Den Dolder specifiek. Aaneengesloten bos vervult een directe koelende functie voor de directe omgeving via verdamping, schaduwwerking en het bufferen van extreme neerslag. Door meer dan 7 hectare bos te kappen en tegelijkertijd zo’n 1200 bewoners toe te voegen met bijbehorende verharding en bebouwing, wordt Den Dolder structureel kwetsbaarder voor hittestress. De compensatie op Kamp van Zeist heeft voor de directe klimaatbuffering van Den Dolder geen enkele functie. Bovendien: de EU-Natuurherstelverordening is in 2024 in werking getreden. De richting is onomkeerbaar: ecosystemen mogen niet verder verslechteren en moeten actief worden hersteld. De Heuvelrug-habitats vallen onder de herstelverplichtingen. De gemeente heeft dit kader niet betrokken in de toelichting. Het is een teken van gebrek aan toekomstbestendigheid. De juridische en beleidsmatige druk op deze habitats zal de komende jaren alleen maar toenemen. Wij verzoeken de raad een planologisch afdwingbaar compensatieplan voor de volledige boskap op te nemen als bindende voorwaarde, en een klimatologische effectbeoordeling te laten uitvoeren voor de directe omgeving van Den Dolder.
STATEMENT 12 — RECHTBANKUITSPRAAK: HET IS BOS conform de Bebouwde Kom Wet Natuurbescherming Rechtbank Midden-Nederland heeft geoordeeld dat de WA-Hoeve voor de toepassing van de Wet natuurbescherming niet als bebouwde kom kan worden aangemerkt. Het is buitengebied. Het is bos de Bebouwde Kom Wet Natuurbescherming (Wnb). En het blijft bos totdat dit bestemmingsplan is vastgesteld en de provincie het bos compenseert of de verantwoordelijkheid daarvoor overdraagt aan de gemeente. Dit oordeel heeft consequenties die in het raadsvoorstel en de toelichting volledig ontbreken. De aanmeldnotitie voor de vormvrije m.e.r. stelt dat het plangebied geen directe relatie heeft met beschermde gebieden. Die stelling is na deze uitspraak onhoudbaar. De laddertoets concludeert dat de ontwikkelvelden thans binnen de bebouwde kom wnb liggen, op grond van de vigerende bestemmingen. Maar de rechtbank heeft een zelfstandig oordeel geveld over de feitelijke aard op basis van de ligging binnen de Bebouwde Kom Wnb. Als het gebied feitelijk buitengebied is, had de ladder de volledige buitenstedelijke motiveringstoets moeten doorlopen: waarom kan niet binnen bestaand stedelijk gebied in de behoefte worden voorzien? Er is hier bovendien een fundamentele tegenstrijdigheid. De gemeente stelt dat het gebied stedelijk genoeg is om de buitenstedelijke motiveringsplicht te ontlopen.
Tegelijkertijd vraagt zij Wnb-ontheffingen aan die alleen nodig zijn omdat het gebied feitelijk buitengebied is. Die twee posities zijn niet verenigbaar. Zolang dit bestemmingsplan niet vastgesteld is, geldt de volledige bescherming van de Wet natuurbescherming. Alle Wnb-ontheffingen moeten zijn verleend en in rechte vaststaan voordat de bouw kan beginnen.
STATEMENT 13 — REPTIELEN EN LEVENSVATBAARHEID POPULATIES De hazelworm, ringslang, en levendbarende hagedis zijn beschermde soorten waarvoor een ontheffing Wet natuurbescherming vereist is. Maar de vraag is niet alleen of een ontheffing juridisch verleend kán worden. De vraag is of de populaties na de ingreep levensvatbaar blijven. 6
Uit onderzoek blijkt dat het leefsysteem voor hazelworm en ringslang na de voorziene ingrepen waarschijnlijk niet meer levensvatbaar is, maw uit zal sterven. Er zijn inmiddels 4 hazelwormen dood aangetroffen in het gebied door werkzaamheden. Er zijn inmiddels enkele levendbarende hagedissen gevonden, waarvan het leefgebied eveneens ernstig zal worden aangetast, omdat er op die plek gebouwd gaat worden.. Als de populatie niet levensvatbaar blijft, kan geen rechtsgeldige ontheffing worden verleend en is het plan in zoverre niet uitvoerbaar. De rechtbank Midden-Nederland behandelt op dit moment een zaak over de hazelwormvergunning. De uitkomst daarvan is direct relevant voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Het is opmerkelijk dat de gemeente een bestemmingsplan vaststelt terwijl de vergunningstatus voor een beschermde soort nog in rechte wordt betwist. De vraag is gerechtvaardigd: moet de gemeente niet wachten op die uitkomst?
STATEMENT 14 — VIER JAAR STILGEZETEN: LESSEN NIET GELEERD Tussen de zienswijzeprocedure in 2022 en de vaststelling in 2026 zijn vier jaar verstreken. In die vier jaar had de gemeente kunnen leren van ervaringen met de HMA-ontwikkeling, van de onderzoeken van WUR en VU, van het alternatieve plan van de Werkgroep Vrienden van de WA Hoeve, en van de petitie die meer dan 5.000 keer is ondertekend. Op geen van deze signalen hebben wij een inhoudelijke reactie gezien. In diezelfde vier jaar zijn vleermuiskasten leeg gebleven en zijn reptielen verdwenen. De ecologische situatie is verslechterd terwijl de gemeente stilzat. Dit zijn concrete empirische signalen dat de aannames over mitigatie en het z.g. natuurinclusief bouwen in de praktijk niet werken. Vier jaar niet monitoren, niet bijsturen en niet leren is in strijd met de zorgvuldigheid die van een overheid mag worden verwacht bij ontwikkeling in ecologisch gevoelig gebied. De ecologische visie van BPD/Haskoning beschrijft uitsluitend hóé de ontwikkeling uitvoerbaar gemaakt kan worden binnen de wettelijke kaders. De vraag óf de ontwikkeling ecologisch verantwoord is op deze locatie wordt niet gesteld en niet beantwoord. Tot slot over geluid: wij bouwen op een van de meest kwetsbare plekken van de WA-Hoeve.
Daarvoor kappen we bos, leggen we wegen aan, verstoren we ecologische verbindingen — én vervolgens moeten voor een deel van de woningen ook nog hogere geluidswaarden worden toegestaan. Dat mag toch de vraag oproepen of dit wel de meest logische plek is om woningen te bouwen.
STATEMENT 15 — NATUURINCLUSIEF BOUWEN IS EEN ONTWERPPRINCIPE In de nota van zienswijzen, het beeldkwaliteitsplan en het raadsvoorstel wordt herhaaldelijk het begrip 'natuurinclusief bouwen' gebruikt. Maar nergens wordt uitgewerkt wat dit concreet betekent, hoe het wordt gerealiseerd, wie het toetst en hoe het wordt geborgd. De term fungeert als geruststellende slagzin zonder inhoudelijke of juridische verankering. Natuurinclusief bouwen is niet een checklist van materialen of een aantal nestkasten aan een gevel. Het is een integraal ontwerpprincipe dat van toepassing is op het schaalniveau van het hele gebied. Het betekent dat de verkaveling, de oriëntatie van bebouwing, de ligging van wegen en parkeerplaatsen, de waterhuishouding, de verlichting, de openbare ruimte en de overgangen naar het omliggende bos van meet af aan worden ontworpen vanuit de vraag wat de natuur nodig heeft. 7
Concreet betekent dat: geen verlichting in de bosranden na zonsondergang, geen harde erfscheidingen die fauna-passages blokkeren, geen parkeerplaatsen in de bosrand, waterretentie in plaats van afvoer, beplanting die aansluit op het bestaande bosecosysteem, een verkavelingsstructuur die de ecologische corridorfunctie niet doorsnijdt maar versterkt, beperking van huisdieren in bepaalde zones, en actief beheer van overgangszones tussen bebouwing en natuur. Juist omdat de woningen worden gebouwd in of nabij NNN-gebied met ecologische verbindingszones zal de invloed van bewoning op dat natuurgebied groot zijn. Het effect van 24/7-bewoning is veel groter dan van een GGZ-instelling waarbij de cliënten en bewoners grotendeels binnen verblijven. Daar zijn alle stakeholders het over eens: BPD, ontwerpers, ecologen, maatschappelijke organisaties en Utrecht Landschap. Dat bleek ook tijdens Ecologische Tafel van BPD. Daar werd door ons geopperd om bij welke nieuwbouw dan ook uit te gaan van wat de natuur nodig heeft om voort te kunnen bestaan als leidend principe zodat de natuur vooral ook preventief kan worden beschermd i.p.v. alleen door mitigerende maatregelen te nemen. Het beeldkwaliteitsplan bevat esthetische uitgangspunten — welstandseisen, geen ecologische ontwerpprincipes.
De planregels bevatten geen enkele meetbare eis op het gebied van lichtemissie, geluidsbeperking, fauna-doorlaatbaarheid of ecologische inrichtingseisen. In vier jaar tijd is geen enkel concreet document opgesteld over hoe natuurinclusief ontwerpen op gebiedsniveau wordt geoperationaliseerd. De verantwoordelijkheid voor de ecologische kwaliteit is volledig bij de ontwikkelaar gelegd, zonder dat de gemeente bindende kaders heeft gesteld. Wij verzoeken de raad als harde voorwaarde voor vaststelling te eisen dat een integraal natuurinclusief ontwerpkader wordt opgesteld voor het gehele plangebied, met meetbare ecologische doelstellingen, een monitoringsverplichting, een handhavingsmechanisme en een stopknop als populaties van beschermde soorten aantoonbaar achteruitgaan. Een dergelijk keuze klopt ook met de integrale gebiedsvisie in 2017 is vastgesteld voor de WA Hoeve.
STATEMENT 16 — ACTUALISATIE GEBIEDSVISIE: DE WERELD VAN 2026 IS NIET DE WERELD VAN 2016 De gemeente gebruikt de Gebiedsvisie WA-Hoeve uit 2016 als een onaantastbaar kader dat iedere actuele afweging overrulet. Bij elke kritische vraag — over natuur, ecologie, woningmix, financiën, cumulatieve effecten — is het antwoord hetzelfde: de Gebiedsvisie voorziet hierin. Maar een gebiedsvisie is geen wet. Het is een beleidsdocument dat periodiek moet worden herijkt.
Wat er sinds 2016 is veranderd De stikstofcrisis heeft de juridische en ecologische randvoorwaarden voor bouwen nabij NNN en Natura 2000 ingrijpend veranderd. De biodiversiteitscrisis is erkend in de EUNatuurherstelverordening. Klimaatadaptatie is van wens tot verplichting geworden. Nieuwe demografische inzichten — de verstervingsgolf, de verschuiving naar kleinere huishoudens — maken de woningmix achterhaald. De onzekerheid rond Fivoor en de landelijke TBSschaarste was in 2016 niet voorzien. Nieuwe ecologische kennis uit EcoNatura, STAB en de rechtbankuitspraak heeft het ecologische beeld ingrijpend veranderd. En de ervaringen met de HMA-ontwikkeling — lege vleermuiskasten, verdwenen reptielen — hebben laten zien dat de aannames over natuurinclusief bouwen in de praktijk niet worden waargemaakt.
De spanning in de gemeentelijke redenering
8
Opmerkelijk is dat de gemeente de gebiedsvisie selectief gebruikt. Wanneer het gaat om woningbouw en financiële opbrengst voor Altrecht, is de gebiedsvisie heilig en onaantastbaar. Maar wanneer het gaat om de financiële uitgangspunten van diezelfde visie — de 15 miljoen euro-grens, de relatie tussen NOV/ZOV en Zorgkern, de rood-groenbalans — stelt de gemeente dat dit 'later wordt bekeken.' De raad wordt gevraagd vast te houden aan de woningbouwonderdelen van een tien jaar oude visie, terwijl de financiële en ecologische onderdelen nog niet zijn doorgerekend. Dit is bestuurlijk inconsistent. Als we vandaag opnieuw zouden beginnen met de kennis van 2026 — zouden we dan dezelfde gebiedsvisie vaststellen? Dezelfde woningmix? Dezelfde omvang? Dezelfde volgorde waarbij eerst bos wordt bebouwd en pas daarna de Zorgkern wordt beoordeeld? Het antwoord op die vraag is voor iedereen in deze zaal evident. Een verwijzing naar 'de Gebiedsvisie voorziet hierin' is geen motivering. Het is een cirkelredenering.
STATEMENT 17 — DE RAAD EN HET BESLUIT De raad wordt gevraagd in te stemmen met een bestemmingsplan dat rust op verouderde onderzoeken, een verlopen woonvisie, een eenzijdige laddertoets, een niet-geactualiseerde m.e.r.-beoordeling, een ongeborgde uitvoerbaarheid voor wat betreft Fivoor, en een ecologische onderbouwing die de centrale vraag niet beantwoordt. Tegelijkertijd loopt er een hoger beroep van Altrecht, een beroepsprocedure bij de Raad van State over de HMA, en een rechtbankprocedure over de hazelworm. De Europese Natuurherstelverordening is in werking getreden en niet betrokken. De rechtbank heeft vastgesteld dat het bos volgens de bebouwde Kom Wet natuurbescherming bos is. Dit is niet een plan met enkele technische gebreken. Dit is een plan waarbij de gemeente vier jaar lang heeft gewacht op een privaatrechtelijke uitkomst en intussen heeft nagelaten alle benodigde actualiseringen door te voeren. De natuur heeft in die vier jaar niet gewacht: de ecologische toestand is verslechterd, en de wetenschappelijke kennis over de draagkracht van dit gebied wijst in één richting. De raad heeft drie mogelijkheden. Ten eerste: het plan niet vaststellen en terugsturen voor actualisering van alle verouderde onderzoeken, een onafhankelijke integrale ecologische beoordeling, en een doorrekening van de financiële en ruimtelijke rol van de Zorgkern.
Ten tweede: het plan uitstellen totdat de uitkomsten bekend zijn van het hoger beroep van Altrecht, de RvS-procedure over de HMA, en de rechtbankprocedure over de hazelworm. Ten derde: een alternatief plan aannemen dat de natuur beter borgt — waarbij alleen de Zorgkern (of ZOV afhankelijk van onafhankelijk ecologisch onderzoek) wordt ontwikkeld, NOV en ZOV worden gespaard als ecologische corridors, en de financiële haalbaarheid integraal wordt beoordeeld. De raad handelt zorgvuldiger door nu te wachten dan later te worden teruggestuurd. Onomkeerbare schade aan een uniek natuur- en cultuurhistorisch gebied kan niet worden hersteld met een nieuw besluit. Het kan alleen worden voorkomen door nu de juiste vragen te stellen. Met vriendelijke groet Maria vd Boer, Vrienden van de WA Hoeve
9