CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

24RV063 Bijlage 3 Beheerplan landschappelijk groen Zeist

Ronde Tafel 24 september 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: Ronde Tafel Beheerplannen BOR13.602 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BEHEERPLAN LANDSCHAPPELIJK GROEN ZEIST

20.T0772 november 2023

BEHEERPLAN LANDSCHAPPELIJK GROEN ZEIST project Beheerplan landschappelijk groen Zeist projectnummer 20.T0772 datum november 2023 team Elbert van der Schaik Projectleider Gretha Steenstra Technisch Ontwerpster Ward Maaswinkel Landschapsarchitect

landschapsarchitecten 030 26 44 333 | www.copijn.nl

INHOUDSOPGAVE Inleiding

4

Context / analyse

5

Visie

11

Streefbeelden

17

binnenstedelijk type A

19

binnenstedelijk type B

21

binnenstedelijk type C

23

Buitengebied type A

25

Buitengebied type B

27

Bosperceel type D

29

Herstelbeheer

31

Colofon

33

Bijlagen

36

Landschappelijk groen in Zeist, bron: uit eigen beheer.

3

copijn landschapsarchitecten

INLEIDING

Den Dolder

De gemeente Zeist heeft Copijn Tuin- en Landschapsarchitecten opdracht gegeven om een plan te maken voor het beheer van het landschappelijk groen binnen de gemeente. In 2011 is het groenstructuurplan Zeist vastgesteld en hierin wordt aangegeven dat het opstellen van een beheerplan noodzakelijk is. De kloof tussen structuurplan en uitvoering is te groot. Wat ertoe leidt dat de potentie van het landschappelijk groen onderbelicht en onbenut blijft en achterstallig onderhoud kent.

Bilthoven

Het groenstructuurplan Zeist biedt veel informatie over leidende structuren, beelden, beheer en ecologie. Dit groenstructuurplan wordt als basis voor dit beheerplan gebruikt. In het programma Greenpoint en op de kaart hiernaast is zichtbaar welke gebieden door gemeente Zeist zijn gelabeld als ‘landschappelijk groen’.

Soesterberg

Binnen de gemeente is lange tijd onderscheid gemaakt tussen Landschappelijke beplanting en Landschappelijke structuur. In het veld heeft een inventarisatie plaatsgevonden, waarbij alle vakken zijn langsgelopen en beoordeeld. Hieruit is naar voren gekomen dat de streefbeelden en beheervormen van de Landschappelijke beplanting overeenkomen met die van de Landschappelijke structuur. Het is daarom logisch om beiden samen te voegen. De Landschappelijke beplanting en Landschappelijke structuur worden Landschappelijk Groen. Binnen het Lange termijn bomen beheerplan worden de landschappelijke structuur en de landschappelijke beplanting nog wel gehandhaafd.

Zeist

Doel Het beheerplan is opgesteld om een langdurige richting te geven aan de beeldkwaliteit van het landschappelijk groen en het daarbij horende beheer op hoofdlijnen te beschrijven. Het beheerplan heeft een abstratieniveau waardoor mee kan worden gegaan met ontwikkelingen in de tijd, zonder het plan aan te moeten passen. In het beheerplan is een visie op het landschappelijk groen binnen de gemeente Zeist beschreven. Hierbij is gekeken naar de landschappelijke en beleidsmatige context, de ruimtelijke opbouw, soortensamenstelling en bijbehorende ecologie en biodiversiteit. Vanuit deze visie zijn verschillende streefbeelden/categorieën gedefinieerd. Vervolgens zijn de beheercategorieën en de urgenties bepaald. De locaties van de verschillende streefbeelden, beheercategoriën en urgenties zijn grafisch verwerkt op kaarten. Op basis van het beheerplan kunnen (per deelgebied) verdere uitwerkingen, zoals werkpakketten en bestekken worden gemaakt.

Austerlitz

Bunnik

Driebergen Het Landschappelijk Groen van gemeente Zeist, bron: uit eigen beheer.

Het beheerplan is een coproductie van Copijn Landschapsarchitecten en de afdeling Beheer Openbare Ruimte van de Gemeente Zeist. copijn landschapsarchitecten

4

CONTEXT / ANALYSE Landschapstypen & ecologie Zeist kent grofweg drie landschapstypes: het lager gelegen natte kleigebied, het hoger gelegen droge zandgebied en de landgoederenzone op de overgang van nat naar droog. Het natte en droge landschap en de landgoederenzone hebben elk een eigen herkenbare en beleefbare sfeer met kenmerkende flora en fauna. Zie bijlage ‘Kaart ecologische aandachtsgebieden’, voor specifieke locaties van waargenomen doelsoorten binnen Zeist.

zand Droog en voedselarm. Grote eenheden natuur met vergelijkbare milieuomstandigheden. Vegetatietype: Heide, schraalgrasland, grove dennenbos, eikenberkenbos

overgangzone Matig vochtig en voedselrijk. Kleinere eenheden natuur, met verschillende milieuomstandigheden. Vegetatietype: Eiken-beukenbos, parkbos, soortenrijke graslanden

klei Vochtig en voedselrijk. Kleinere eenheden, met sterk verschillende milieuomstandigheden. Vegetatietype: Elzenbroekbos, essenhakhout, wilgengriend, populierenbos, vochtig eiken-beukenbos, nat hooiland

5

copijn landschapsarchitecten

plantensoorten

diersoorten

Algemeen: lijsterbes

Algemeen: eekhoorn

Tamelijk algemeen: heidesoorten, buntgras, hengel, grove den, berk, eik, vogelpootje, blauwe bosbes,

Tamelijk algemeen: ree, zwarte specht, havik, bosuil, boomvalk, zandblauwtje, vleermuizen

Zeldzaam / kwetsbaar / kritisch: salomonszegel, stijf havikskruid

Zeldzaam / kwetsbaar / kritisch: boommarter, zandhagedis, hazelworm

Algemeen: -

Algemeen: egel, vleermuizen

Tamelijk algemeen: hulst, taxus, kamperfoelie, beuk, eik, linde, iep

Tamelijk algemeen: bunzing, hermelijn, ree, vos, groene specht, torenvalk, ringslang

Zeldzaam / kwetsbaar / kritisch: koningsvaren, grasklokje, hemelsleutel, hazepootje, steenanjer, ijle zegge

Zeldzaam / kwetsbaar / kritisch: ijsvogel, das

Algemeen: -

Algemeen: vleermuizen

Tamelijk algemeen: fluitenkruid, brede wespenorchis, speenkruid, dotterbloem, glanshaver, wilg, populier, es, els, eik, iep

Tamelijk algemeen: ree, bunzing, hermelijn, vos, ringslang, groene specht, buizerd, grote bonte specht, steenuil

Zeldzaam / kwetsbaar / kritisch: aardaker, waterdrieblad, paarbladig fonteinkruid, waterviolier

Zeldzaam / kwetsbaar / kritisch: kamsalamander, heikikker

EHS

Zandgrond EHS EHS Landgoederenzone inding b r e v roen gische Ecolo appelijk g ch Lands

Zeist

EHS

Kleigrond

Kr om

me

Rij

n

Vereenvoudigde weergave van ecologisch netwerk gemeente Zeist

Habitattypen en verbindingen binnen-buiten bebouwde kom v.v. Uit: Groen (voor) Zeist, Groenstructuurplan Zeist 2011-2020 (2010).

De groenstructuur van de gemeente Zeist. Uit: Groen (voor) Zeist, Groenstructuurplan Zeist 2011-2020 (2010).

copijn landschapsarchitecten

6

CONTEXT / ANALYSE Groenstructuurkaart Het landschappelijk groen ligt verspreid door de hele gemeente en valt grotendeels samen met de groenstructuurkaart. Ze maakt onderdeel uit van bijna alle verschillende categorieën binnen de groenstructuren. Bijvoorbeeld: landschappelijke restanten, (restant) buitenplaats, langs het cultuurhistorisch lanenpatroon, langs water, langs plantsoenen en parken en rondom sportvelden. Dit bevestigt het diverse karakter van het landschappelijk groen en de behoefte aan een meer specifiek beheerplan.

Voordat deze plekken regulier beheerd kunnen worden is het noodzakelijk eerst de ruimtelijke essentie vast te stellen. Dit voorkomt dat ‘het kind met het badwater wordt weggegooid’. Bepaalde beheerprincipes uit dit beheerplan voor landschappelijk groen kunnen conflicteren met het herstellen van specifieke ruimtelijke composities van oude parken in engelse landschapsstijl.

Cultuurhistorie Kenmerkend voor Zeist is de overgangszone tussen het zand- en kleilandschap, bestaande uit historische parken, landgoederen en buitenplaatsen. Verschillende deelgebieden landschappelijk groen maken hiervan onderdeel uit, namelijk Slot Zeist, De Brink, Blookerpark en Pestersbosje. Voor deze locaties dienen aparte renovatie- en beheerplannen te worden opgesteld. Het opstellen van deze aparte renovatie- en beheerplannen valt buiten het kader van dit beheerplan voor landschappelijk groen. Echter in grote lijnen zullen enkele streefbeelden (verderop toegelicht) uit dit beheerplan ook van toepassing zijn op het landschappelijk groen binnen deze cultuurhistorische plekken.

Kaart Slot Zeist rond 1900, bron: De topografische dienst(het Kadaster).

overgangszone

3

Op hoofdlijnen kenmerkt deze overgangszone zich door: • sterk architectonisch vormgegeven natuur: oude opstanden, erg structuurrijk • zeer hoge soortenrijkdom door gelaagdheid, ouderdom, gradiëntensituatie Kenmerkende doelsoorten zijn: beuk, linde, eik, taxus, hulst eekhoorn, pad, bunzing, vos, vleermuis grasklokje, bosbes, klimop, kamperfoelie De sterk architectonische vormgegeven natuur houdt in dat er aan deze locaties een ruimtelijk concept ten grondslag ligt. Veel van deze plekken zijn volgens de principes van de engelse landschapsstijl vormgegeven. De routing en enscenering door het park is zorgvuldig gecomponeerd, waarbij de menselijke beleving centraal stond.

• • •

7

copijn landschapsarchitecten

4

2 1

1. 2. 3. 4.

Slot Zeist De Brink Pestersbosje Blookerpark

Kaart overgangszone tussen zand- en kleilandschap, bron: uit eigen beheer.

Huidige situatie, bron: uit eigen beheer

CONTEXT / ANALYSE

Kaart De Brink rond 1900, bron: De topografische dienst(het Kadaster).

Kaart Pestersbosje rond 1930, bron: De topografische dienst(het Kadaster).

Kaart Blookerpark rond 1930, bron: De topografische dienst(het Kadaster).

Huidige situatie, bron: uit eigen beheer.

Huidige situatie, bron: uit eigen beheer.

Huidige situatie, bron: uit eigen beheer.

copijn landschapsarchitecten

8

CONTEXT / ANALYSE Ecologisch netwerk

Ruimtelijke opbouw

Zeist is vanwege de grote diversiteit aan landschapstypes ecologisch gezien van zeer hoge kwaliteit. Het lage kleilandschap, de hoge zandgronden en de tussengelegen landgoederenzone hebben elk hun eigen karakteristieken en bijbehorende doelsoorten, waardoor de biodiversiteit binnen Zeist hoog is.

Voor het landschappelijk groen in Zeist zijn de uitgangspunten van het Groenstructuurplan Zeist uit 2011 ook van toepassing, namelijk:

Het landschappelijk groen binnen Zeist vormt een groene verbinding tussen de klei- en zandgronden. Deze verbinding volgt de rondweg rondom Zeist (o.a. Weteringlaan - Kromme Rijnlaan - De Dreef Dijnselburgerlaan). Het is dus met name strookvormige wegbegeleidende beplanting. Langs deze verbinding liggen vaak vertakkingen richting naastgelegen (restanten van) buitenplaatsen en ander buurtgroen.

Infrastructureel netwerk Het stedelijk ecologisch netwerk hangt nauw samen met het infrastructureel netwerk, aangezien het landschappelijk groen met name uit wegbegeleidend groen bestaat. De grotere verbindingswegen hebben een breed profiel bestaande uit een grasrand, welke overgaat in een struik- en boslaag. Het groen langs de woonstraten is vaak wat smaller van opzet, waarbij het landschappelijk groen snel te groot en te breed wordt. Van een gras- of kruidlaag is vaak ook amper sprake. De wegen met landschappelijk groen op de hogere zandgronden doorsnijden het bos, waarbij er meestal sprake is van een smalle wegberm bestaande uit een kruidrand met hier en daar een struik, waarna het bos meteen begint. Verder valt op dat de bospercelen op de hogere zandgronden zich vaak tussen wijken bevinden met een fijnmazig netwerk van smalle woonstraten.

•

•

•

De landschappelijke kenmerken van de omgeving: De verschillen in landschapstypen zichtbaar houden in het groen en bevorderen dat de landschappelijke structuren doorlopen in de directe woonomgeving van mensen. De kenmerkende cultuurhistorische waarden van de groenstructuur: Het koesteren, zichtbaar houden en versterken van de groene samenhang binnen het cultuurhistorisch raamwerk als geheel, inclusief laanpatronen en lopen van oude (water)wegen. De karakteristieke inrichting van de buurt: De landschappelijke kenmerken en kenmerkende cultuurhistorische waarden leveren een belangrijke bijdrage aan de karakteristieke inrichting van de buurten. De geheel eigen inrichting van het buurtgroen ondersteunt de karakteristieke kwaliteit van de buurten.

•

Identiteit en beeldkwaliteit van de leefomgeving: Groen levert een bijdrage aan een functionele en aangename verblijfs- en gebruiksruimte, die zoveel mogelijk kenmerkend is voor die plek.

•

De gebruiksmogelijkheden van de omgeving: Optimaal ruimte bieden voor recreatief medegebruik van het groen in de woonomgeving, in een grote verscheidenheid aan gebruiksmogelijkheden.

•

Natuurwaarde: De landschappelijke kenmerken, inclusief de bijbehorende natuurwaarden en soorten, krijgen de ruimte in het stedelijk groen, rekening houdend met de acceptatiegraad door omwonenden.

Blauw netwerk

•

Vanzelfsprekend bevat het lager gelegen kleigebied meer waterlopen dan de hoger gelegen zandgronden. In het kleigebied is sprake van een waterstelsel, op de zandgronden vinden we met name in de parken vijvers, vennetjes en af en toe een sloot. De waterlopen liggen vooral parallel aan wegen, en maken vaak deel uit van het landschappelijk groen in het kleigebied.

De leefbaarheid en welbevinden: De invloed van groen op de leefbaarheid van de buurten en het welbevinden van de bewoners is meer een afgeleide van bovenstaande punten.

•

De gezondheid en milieukwaliteit: De bijdrage die groen levert aan de gezondheid van de inwoners van Zeist en de chemische en fysische kwaliteit van de leefomgeving is meer een afgeleide van bovenstaande punten.

9

copijn landschapsarchitecten

Bomenverordening De bomenverordening van de gemeente Zeist bepaald dat bomen niet zonder een omgevingsvergunning van het college mogen worden geveld (artikel 3 lid 1). Een uitzondering geldt voor velling van gemeentelijke bomen indien sprake is van werkzaamheden in het kader van een beheerplan (artikel 3 lid 2). Als beheermaatregelen beschreven in dit beheerplan het vellen van bomen noodzakelijk maakt, dan kunnen de velwerkzaamheden zonder vergunning worden uitgevoerd. Voor een aantal structuren is wel een vergunning nodig voor ingrepen anders dan normaal beheer van houtopstanden. Bij beplantingen die zijn aangemerkt als monument, is in het geval van een omvorming een vergunning nodig.

Conclusie •

•

•

Het landschappelijk groen speelt een belangrijke verbindende rol in het totale ecologische netwerk van Zeist en verbindt verschillende kerngebieden (waaronder veel cultuur-historisch groen) met elkaar. Met name langs belangrijke rondwegen wordt een verbinding tussen klei- en zandgrond gemaakt. Deze verbindende functie kan nog verder versterkt worden, wat ook ten gunste van de doelsoorten en de biodiversiteit zal komen. Het landschappelijk groen is in grote lijnen overal hetzelfde maar kent door de telkens verschillende context verschillende verschijningsvormen, die met name in de ruimtelijke opbouw zitten en minder in de soortensamenstelling Het landschappelijk groen kan een belangrijke rol spelen bij het verhogen van de kwaliteit van de woonomgeving, en een belangrijke recreatieve functie vervullen (speelgroen/wandelpaden).

CONTEXT / ANALYSE Bomen te dicht op elkaar, opschot

knelpunten huidige situatie landschappelijk groen Het landschappelijk groen in Zeist bestaat voornamelijk uit randbeplanting langs wegen, al dan niet met achterliggend bosperceel. Deze stroken landschappelijk groen zijn grofweg 10 meter breed en bestaan uit een brede gras/kruidrand, gevolgd door een struik- en boomlaag. Het landschappelijke groen kent momenteel achterstallig onderhoud. In de boomlaag uit zich dit onder andere in veel opschot waarbij de oudere, meer aantrekkelijke bomen, langzaam verdrongen worden.

Groene ‘muur’ Doorgeschoten struiken

Ontbrekende kruidlaag

In de struiklaag zien we veel doorgeschoten overhangende struiken, welke langs de wegzijde vaak geschoren worden. Hierdoor ontstaat een dichte groene muur. In de kruidlaag zien we veel hardnekkig opschot van o.a .braam. Doordat in veel gevallen de struiklaag te breed is geworden, is er vaak geen sprake meer van een kruidlaag. De bijzondere ecologisch waardevolle plantsoorten krijgen zo geen kans zich (verder) te ontwikkelen. In het algemeen staan de stroken landschappelijk groen dus te vol en vormen ze een dichte muur, waarbij aantrekkelijke doorzichten naar achterliggende bospercelen zijn verdwenen. Veel bomen zijn in slechte staat en zijn daardoor gevaarlijk voor wandelaars en fietsers.

Kleigrond, smal profiel

Schematische weergave van de huidige situatie op kleigrond, bron: uit eigen beheer.

Bomen te dicht op elkaar, opschot

Doorgeschoten struiken in kruidrand

Foto van een doorgeschoten struiklaag in gemeente Zeist, bron: uit eigen beheer.

Zandgrond, breed profiel Schematische weergave van de huidige situatie op zandgrond, bron: uit eigen beheer. copijn landschapsarchitecten

10

VISIE Visie landschappelijk groen Zeist Onze visie op het landschappelijk groen in Zeist, gebaseerd op de voorgaande analyse en het Groenstructuurplan Zeist, wordt in de onderstaande punten samengevat. •

•

•

•

Binnenstedelijk ecologisch netwerk versterken Het landschappelijk groen binnen het stedelijk gebied in Zeist vormt een groene verbinding tussen de lager gelegen kleigronden en de hoger gelegen zandgronden; een binnenstedelijk ecologisch netwerk. Deze verbinding volgt de rondweg rondom Zeist. Langs deze verbinding liggen vertakkingen richting naastgelegen (restanten van) buitenplaatsen en ander buurtgroen. Dit netwerk moet zo veel mogelijk bewaard en versterkt worden. het verhogen van de biodiversiteit binnen Zeist is een belangrijk onderdeel van deze visie. Verschil in landschapstypes accentueren Het verschil tussen klei- en zandgrond is typerend voor Zeist en zou, door het te versterken, nog beter beleefbaar kunnen worden gemaakt. Landschappelijk groen ligt vooral langs wegen en is zeer zichtbaar. Het zal dus een belangrijke rol spelen bij het accentueren en beleefbaar maken van de verschillende landschapstypes. Multifunctioneel landschappelijk groen Vanuit functioneel oogpunt is landschappelijk groen met name belangrijk voor het bieden van privacy en het afschermen van drukke wegen van woonwijken. Het vormt een veilige ruimtelijke buffer tussen drukke verbindingswegen en naastgelegen voet- en fietspaden. De belangrijke ecologische functie die het in de loop der tijd heeft gekregen is een zeer waardevolle bijkomstigheid gebleken.

Op de hogere zandgronden zijn veel bosperceeltjes in woonwijken te vinden. Dit zijn vaak restgebieden van grotere bospercelen die destijds gekapt zijn ten behoeve van nieuwe woningbouw. Met name deze bospercelen hebben naast een ecologische functie ook een belangrijke recreatieve functie die beter gefaciliteerd kan worden.

Landschappelijk groen als stedelijk ecologisch verbindend netwerk tussen zand en klei

Zeist

Klei

Vereenvoudigde weergave van het ecologisch netwerk van gemeente Zeist, bron: uit eigen beheer.

Boomlaag (6-30m)

Struiklaag (1-5m)

Kruidlaag (0-1m)

15m

Landschappelijk randgroen Zeist

11

copijn landschapsarchitecten

2m 1m

eg W rm be as Gr ad tsp Fie d pa et Vo

Schematische weergave van Landschappelijk randgroen in Zeist, bron: uit eigen beheer.

2m

d ran ras

5m g of uid Kr

l te an rm n te e es om He et b m

5m

l te an rm te es He

5m

el ce er el) sp ne Bo ptio (o

Inheemse-, uitheemse- en invasieve soorten Voor het landschappelijk groen hebben inheemse soorten de voorkeur boven uitheemse soorten. Echter, vanuit een cultuurhistorisch perspectief en/of een maatschappelijk/sociaal perspectief zijn uitheemse soorten wel toegestaan en worden niet bestreden. Invasieve soorten vormen een bedreiging voor de gewenste beplanting en worden om die reden wel bestreden.

Zand

beoogde ruimtelijke opbouw Het landschappelijk groen in Zeist bestaat voornamelijk uit randbeplanting langs wegen (al dan niet met achterliggend bosperceel). Stroken landschappelijk groen zijn idealiter ca. 15 meter breed en bestaan uit een brede gras/kruidrand, gevolgd door een heestermantel, die vervolgens overgaat in bos. Wat de ruimtelijke opbouw betreft kan een algemeen profiel worden opgesteld (zie pagina 11).

Ruimtelijke opbouw (Principeprofielen), bron: uit eigen beheer.

Type A - brede gras-/kruidstrook

Als we de verschillende gebieden nader bekijken wordt duidelijk dat er binnen Zeist veel variaties op het algemene ‘ideale’ profiel zijn. Verschillende factoren spelen hierbij een rol namelijk:

• • • •

In welk landschapstype ligt het? Is het wijkgroen of buitengebied? Langs wat voor type infrastructuur ligt het? Hoe is de ruimtelijke opbouw?

Aan de hand van een foto-analyse per deelgebied is grof vastgesteld welke typen ruimtelijke opbouw er te vinden zijn. Deze zijn versimpeld naar een aantal principe profielen, welke allemaal varianten zijn op het algemene ‘ideale’ profiel van het landschappelijk groen. In totaal gaat het om vier profielen: type A t/m D. Deze 4 ruimtelijke profielen zijn medebepalend voor de streefbeelden welke verderop in dit document worden toegelicht.

Type B - smalle gras-/kruidstrook

Type C - geen gras-/kruidstrook

Type D - open bosrand - bos tot aan weg

copijn landschapsarchitecten

12

VISIE Sortiment per landschapstype De twee landschapstypes klei- en zandgronden kennen in de huidige situatie elk een eigen basis assortiment voor het landschappelijk groen. Deze eenduidigheid is enerzijds goed omdat het de herkenbaarheid en daarmee de beleefbaarheid van de verschillende landschapstypes versterkt. Anderzijds zien we dat de eenduidigheid te eentonig is, met name in het kleigebied.

huidig assortiment landschappelijk groen zandgrond

huidig assortiment landschappelijk groen kleigrond

Boomlaag De boomlaag bestaat uit een vrij diverse mix van een aantal herhalende boomsoorten. De beplanting staat in de groenstroken zeer dicht op elkaar. Er is veel opschot wat doorgeschoten smalle staken oplevert. Deze verdrukken langzaam de oudere, meer aantrekkelijke bomen.

Boomlaag De boomlaag in het kleigebied is vrij divers. In het algemeen zijn de groenstroken landschappelijk groen in het kleigebied smal. Dit in combinatie met de extreem hoge plantdichtheid maakt dat deze groenstroken lijken over te koken. De oudere meer aantrekkelijke bomen worden langzaam weggeconcurreerd.

In de boomlaag komen met name de soorten Quercus robur, Fagus sylvatica, Betula pendula, Acer campestre, Acer pseudoplatanus, Pinus sylvestris en Pinus nigra voor.

Hieronder benoemen we de soorten per landschapstype in het algemeen. Uit de inventarisatie blijkt dat voor alle deelgebieden op de zandgrond grotendeels dezelfde soortensamenstelling geldt. Hetzelfde geldt voor de deelgebieden op de kleigrond. In alle deelgebieden, zowel zandgrond als kleigrond, is ook min of meer sprake van dezelfde verwildering als gevolg van gebrekkig beheer.

Af en toe zien we ook Castanea sativa, Quercus rubra, Tilia europaea, Robinia pseudoacacia, Prunus serotina, Tsuga canadensis, Pseudotsuga menziesii, Abies grandis en Picea soorten.

Ondanks dat de kruidlaag niet onder landschappelijk groen valt, benoemen we deze toch, aangezien het onderdeel uitmaakt van de groenstrook als geheel en ecologisch een waardevolle toevoeging is.

Struiklaag In de struiklaag zien we ook veel opschot en doorgeschoten struiken. Er zijn veel boomvormers toegepast die ééns in de zoveel jaar teruggezet moeten worden, wat niet is gebeurd. Het gaat met name om de soorten Ilex, Taxus en Sorbus.

De bijbehorende doelsoorten wat flora en fauna betreft zijn in de voorgaande analyse al per landschapstype benoemd.

Met name de Acers en Prunus serotina zorgen voor veel opschot en ongewenste concurrentie.

Kruidlaag In de bredere profielen bestaat de kruidlaag uit schraal grasland met af en toe een bloeiend kruid, bijvoorbeeld achillea. Langs de wegen wordt één meter gemaaid. Op een aantal plekken komt braam op, dit vraagt aandacht. Ook komt er veel opschot van Acer doorheen. De smallere stroken hebben een kruidlaag van 1 meter breed, of helemaal geen kruidlaag. Vaak bestaat deze kruidstrook uit wild gras. Bij de randen van bospercelen zien we vaak dat de strooisellaag uit het bos tot aan de randen doorloopt, waarbij er dus geen sprake is van een kruidlaag.

13

copijn landschapsarchitecten

Het assortiment bestaat voornamelijk uit Alnus glutinosa, Fraxinus excelsior, Ulmus minor, Salix alba, Salix sepulcralis ‘Chrysocoma’, Quercrus robur, Populus canadensis, Acer campestre, Acer pseudoplatanus. De Populus, Fraxinus en Quercus komen het meest voor. De Salix en Alnus zien we vooral langs waterranden. De Acer en Ulmus komen overal in meer of mindere mate voor in de vorm van spontaan uitgezaaid opschot. Dit opschot zorgt voor een te hoge dichtheid aan bomen en ongewenste concurrentie. Struiklaag Voor de struiklaag geldt dat alles te dicht op elkaar staat en is doorgeschoten. Dit resulteert in geschoren groene muren langs wegen. De meest voorkomende soort in de struiklaag is Cornus sanguinea wat een monotoom beeld geeft. Er is opvallend veel braam aanwezig. Deze woekert langzaam tussen alle andere beplanting door. In veel mindere mate komt Ligustrum vulgare, Sambucus nigra en Corylus avellana voor. Kruidlaag De kruidlaag is in de groenstroken in geringe mate of niet aanwezig. De locaties waar eventueel wel ruimte zou zijn voor een kruidlaag, staan nu vol met woekerende struiken met hier en daar brandnetel. Volgens de Groenstructuurvisie biedt het kleigbebied de grootste diversiteit en afwisseling op het gebied van beplanting. Deze afwisseling zit grotendeels in de kruidlaag. Daarom is het jammer dat juist deze kruidlaag nu in de groenstroken ontbreekt.

beoogd assortiment landschappelijk groen zandgrond

Beoogd assortiment landschappelijk groen kleigrond

Boomlaag De soorten Quercus, Fagus, Pinus, Castanea en Tilia krijgen meer de ruimte, letterlijk en figuurlijk. Het aandeel Betula en Acer mag beperkt worden tot 15%. De Prunus serotina mag nagenoeg verdwijnen aangezien dit een invasieve soort is. Al het doorgeschoten en jonge opschot moet verwijderd worden, zodat de grotere meer aantrekkelijke bomen zich verder kunnen ontwikkelen.

Boomlaag De kernsoorten waaronden Populus, Alnus, Fraxinus, Salix en Quercus moeten versterkt te worden. Met name de Acer soorten dienen beperkt te worden tot 10%.

Struiklaag Qua assortiment is de struiklaag divers genoeg welke bestaat oa uit Amelanchier lamarckii, Corylus avellana, crataegus monogyna, Ilex aquifolium, Taxus baccata, Sorbus aucuparia, Coryllus avelana en Rhamnus frangula.

Struiklaag Op struikniveau zijn er grote delen waarin Cornus en Braam de overhand hebben. Met name de smalle groenstroken zijn aan het overkoken en moeten volledig worden teruggezet. Opschot van zowel bomen als struiken moet verwijderd worden.

Waar de struiklaag is doorgeschoten moet deze worden teruggezet. Het verschil tussen struik- en boomlaag moet duidelijk zichtbaar blijven. In de struiklaag zelf moet ook gedund worden, zodat de indivuele struiken meer ruimte krijgen zich te ontwikkelen en er een ruimtelijker beeld ontstaat. Tenzij de groenstrook een sterke afschermende functie heeft. Dan wordt er niet gedund.

Om de diversiteit in struiklaag te vergroten moeten sommige delen opnieuw ingeplant worden met onder andere Crataegus monogyna, Prunus spinosa, Ligustrum vulgare, Sambucus nigra en Corylus avellana.

In de smallere groenstroken is vaak niet voldoende ruimte om een struiklaag te laten ontwikkelen. Waar toch bosplantsoen is aangeplant zien we dat de beplanting inmiddels overlast veroorzaakt en moeilijk te onderhouden is. In deze smalle stroken moet de struiklaag dus óf regelmatig grondig worden teruggezet óf er moet helemaal geen struiklaag worden toegepast.

Door het oude en jonge opschot zo veel mogelijk te verwijderen ontstaat ruimte voor de grotere bomen om zich verder te blijven ontwikkelen.

Kruidlaag Waar ruimte is raden wij aan om een kruidrand te realiseren en daarvoor stukken struikbeplanting op te offeren. Dit zou de biodiversiteit aanzienlijk vergroten. Ook wordt zo de herkenbaarheid en beleefbaarheid van het kleigebied versterkt. Beoogde doelsoorten zijn gele lis, pinksterbloem, brede wespenorchis, fluitekruid en koekoeksbloem.

In woonwijken zou in plaats van eenvoudig bosplantsoen (wat vaak te groot wordt voor smalle groenvakken) meer robuuste laagblijvende heesters kunnen worden toegepast. De ruimte kan ook worden gebruikt voor het ontwikkelen van een open kruidlaag, met daarin bomen. Tenzij de groenstrook een belangrijke afschermende functie heeft en een dichte groene muur gewenst is. Kruidlaag In de bredere groenstroken is het belangrijk de aanwezige kruidlaag te waarborgen en ongewenste zaailingen, braam en opschot te verwijderen. Waar mogelijk dient er een kruidlaag ontwikkeld te worden ter bevordering van de biodiversiteit. Beoogde doelsoorten zijn oa bosbes, liggend walstro, hazepootje, zwarte toorts, salomonszegel.

copijn landschapsarchitecten

14

VISIE Beplantingsfeer zandgrond Smalle groenstroken

Bospercelen

Ontwikkelen kruidlaag Duidelijk onderscheid boom- en struiklaag Meer laagblijvende heesters toepassen in woongebied

Bos uitdunnen Struikrand transparanter Ontwikkeling kruidlaag stimuleren

Huidig beeld

Brede groenstroken

Beoogd beeld

Ontwikkelde kruidlaag Duidelijk onderscheid boom- en struiklaag Meer ‘lucht’ in de groenstroken

15

copijn landschapsarchitecten

Beplantingsfeer kleigrond Smalle groenstroken

Groenstroken langs water

Duidelijk onderscheid boom- en struiklaag Soortenrijkdom versterken Ontwikkeling kruidlaag stimuleren

Kruidlaag ipv bosplantsoen bij smalle groenstroken Duidelijk onderscheid boom- en struiklaag

Natte soorten in boom- en struiklaag Water zichtbaar en beleefbaar Oevervegetatie stimuleren

Beoogd beeld

Huidig beeld

Brede groenstroken

copijn landschapsarchitecten

16

STREEFBEELDEN Streefbeelden landschappelijk groen Zeist Binnen dit rapport beschouwen we een streefbeeld als een samenhangende beschrijving in woord en beeld van de gewenste verschijningsvorm van de desbetreffende categorie landschappelijk groen. Bij het onderverdelen van het landschappelijk groen in Zeist in verschillende categoriën met bijbehorende streefbeelden zijn de volgende factoren van belang (zoals beschreven in de visie op pag 9): •

Het landschapstype (zand- of kleigrond)

•

De locatie (binnenstedelijk of buitengebied)

•

Het type infrastructuur (ontsluitingsweg of straat)

•

Ruimtelijke opbouw (type A, B, C of D)

In totaal zijn er 6 streefbeelden opgesteld, waarbij er per streefbeeld een onderscheid qua sortiment tussen klei- en zandgrond is gemaakt. Daarnaast is er per streefbeeld vaak ook een ‘open’ en ‘gesloten’ versie opgesteld afhankelijk van de functie (privacy/afscherming of doorzichten bieden). De streefbeelden zijn opgebouwd uit de volgende elementen (niet elk element komt in elk streefbeeld voor): •

•

•

17

Algemene uitgangspunten: hier wordt een beknopte omschrijving gegeven van het gewenste beeld en worden aspecten als locatie, beoogde functies en gebruik, en het beoogde sortiment kort toegelicht Doorsnede: geeft inzicht in maatgevende breedtes van beheergroepen en laat zoveel mogelijk gewenste eindhoogtes van beplantingen in onderlinge verhouding zien. Veel aandacht is hier ook voor de mate van transparantie van de rand (beplanting al dan niet boven ooghoogte). Bovenaanzicht plantvak: laat zien of een rand eenduidig is of dat er afwisseling is van open en dicht. Ook is hier zichtbaar of een rand strak verloopt of bijvoorbeeld golvend. Door te werken met percentages van bijvoorbeeld open plekken kan een bandbreedte gegeven worden voor het beheer. Alle genoemde percentages per streefbeeld zijn indicatief en dienen per locatie nader afgestemd te worden tijdens werkzaamheden.

copijn landschapsarchitecten

•

Foto’s: worden ingezet om een streefbeeld concreter te maken en zijn vooral ondersteunend aan de uitwerkingen in schetsen en tekst.

•

De exacte onderverdeling en locatie van de deelgebieden binnen deze 6 categoriën/streefbeelden is te zien in bijlage beheerkaart 1 t/m 5. •

Maatwerk versus praktijk Een groot aantal factoren is van invloed op een streefbeeld voor een plantvak of een groep van plantvakken. Bijvoorbeeld: cultuurhistorische waarden, ecologie en beeldkwaliteit. Deze factoren hebben ook een sterke onderlinge afhankelijkheid wat het maken van keuzes complex maakt. Zo zal het verhogen van de ecologische waarde niet altijd leiden tot een betere beeldkwaliteit en andersom. Om recht te doen aan alle waarden die een plantvak herbergt, is het wenselijk om een groot aantal streefbeelden op te stellen met nuances die per vak een unieke aanpak in het beheer tot gevolg hebben. Echter er zijn dwingende factoren die het maken van keuzes en het versimpelen van de werkelijkheid noodzakelijk maken: •

•

Veiligheid en tijd: Het landschappelijk groen binnen Zeist heeft de laatste jaren minder aandacht gekregen in het beheer wat heeft geleidt tot achterstallig beheer in veel vakken. Om de veiligheid in die vakken te blijven garanderen is het noodzaak dit kalenderjaar een snoeibestek op de markt te zetten zodat er kan worden begonnen met snoeien. Budget: Vanaf 2021 is er een structureel budget van 325.000 euro beschikbaar voor het beheer van landschappelijk groen binnen Zeist. Ondanks dat dit een aanzienlijk bedrag is, zal het niet toerijkend zijn voor maatwerk per vak. Maatwerk per vak is een kostenverhogende aanpak die niet als realistisch wordt beschouwd op korte termijn.

Gezien bovenstaande overwegingen zijn de objecten die onder het landschappelijk groen vallen ingedeeld in een beperkt aantal categorieën. Deze vallen binnen eenzelfde streefbeeld en kunnen met een vergelijkbare aanpak worden beheerd.

•

In de toelichting bij een streefbeeld zal waar nodig extra informatie worden gegeven bij specifieke vakken op het gebied van ecologische waarden, doelsoorten, cultuurhistorie, etc. Deze informatie kan dan gebruikt worden om de in een beheerpakket beschreven inspanning zo gericht mogelijk in te zetten. Een instructie van de toezichthouder aan de aannemer per deelgebied voordat gesnoeid mag worden zal leiden tot meer maatwerk. In deze instructie kan een link gelegd worden tussen streefbeeld, beheerpakket en de actuele situatie buiten. Binnen de gemeente Zeist zijn meerdere groen- en bewonersgroepen actief. Deze worden te zijner tijd betrokken bij de uitvoering van het beheerplan.

De volgende 6 streefbeelden worden in het volgende hoofdstuk toegelicht:

• Streefbeeld binnenstedelijk type A • Streefbeeld binnenstedelijk type B • Streefbeeld binnenstedelijk type C • Streefbeeld buitengebied type A • Streefbeeld buitengebied type B • Streefbeeld bosperceel type D

copijn landschapsarchitecten

18

LANDSCHAPPELIJK GROEN; BINNENSTEDELIJK TYPE A

Algemene uitgangspunten Dit profiel bestaat uit een brede groenstrook aan weerszijden van een hoofdverbinding binnen bebouwd gebied. Het is ruim van opzet en bevat een brede grasstrook welke overgaat in een kruid/heesterzoom met daarachter een bosstrook. Doorgaans is er ook sprake van een laanstructuur, echter vallen lanen buiten het kader van ‘landschappelijk groen’. Onder de bomen in de boslaag is een strooisellaag of kruidlaag aanwezig, met daarin sporadisch een struik. Vanwege de brede grasstrook krijgt het geheel een parkachtig karakter; een zogenaamde ‘parkway’. Hierdoor is er in dit profiel sprake van recreatief medegebruik d.m.v. wandel- en/of fietspaden. Het gaat dan om het grasgedeelte aan de voorzijde en minder om de bosstrook. Deze is vaak te smal en te dicht begroeid voor recreatief medegebruik. ca. 15m

Doorgaans heeft het landschappelijk groen in deze categorie een belangrijke privacyfunctie, aangezien het een groene afscheiding tussen de drukke verbindingswegen en woongebied vormt.

ca. 10m

/ ls ve ka k ivé oo Pr sstr bo

l te an rm te en es om He et b m

copijn landschapsarchitecten

ca. 5m

l te an rm te es He

19

Sortiment kleigrond Momenteel bestaat de struiklaag voor het grootste deel uit Cornus Sanguinea. Deze moet drastisch worden teruggezet en vervangen door andere soorten. Enkele deelgebieden liggen langs het water en zijn onderdeel van een oever. In deze gevallen zien we af en toe ‘natte’ boom- en struiksoorten, met name wilgsoorten. Dit verschil zou nog versterkt kunnen worden door meer oeversoorten aan te planten zoals els, wilg en vestiging te stimuleren van gele lis, pinksterbloem, brede wespenorchis, fluitekruid en koekoeksbloem.

f -o uid nd Kr asra gr

Sortiment zandgrond De gebieden met dit profiel bieden de meeste ruimte voor het ontwikkelen van een interessante kruiden heesterlaag met hoge biodiversiteit. Beoogde doelsoorten zoals bosbes, liggend walstro, hazepootje, zwarte toorts, salomonszegel zijn in dit streefbeeld het best haalbaar. Het is belangrijk de balans tussen struik- en kruidbeplanting te waarborgen door tijdig en grondig in te grijpen indien nodig. Dit komt neer op het verwijderen van zaailingen en opschot, en de struiklaag regelmatig terugzetten. Bramen moeten grondig worden verwijderd.

ca. 5m

ur tu uc str an La

Deze deelgebieden zijn een belangrijk onderdeel van het ecologisch netwerk binnen Zeist. Om de ecologische functie en kwaliteiten te versterken moet hier rekening mee gehouden worden. Deels door een inheems beplantingssortiment na te streven en deels door het beheer op doelsoorten af te stemmen. Waar mogelijk zou een deel van de struiklaag plaats kunnen maken voor een meer diverse kruidrand.

Landschappelijk groen

Landschappelijk groen Binnenstedelijk type A - zandgrond ca. 70% verdicht waarvan:

Landschappelijk groen Binnenstedelijk type A - kleigrond Ca. 70% verdicht waarvan:

•

Ca. 40% loofbomen: Quercus robur, Fagus sylvatica • gevarieerde leeftijdsopbouw, met verjongingslaag • naast de hoofdsoorten kunnen diverse andere bomen voorkomen (als : Castanea sativa, Robinia pseudoacacia, Carpinus betulus, Betula soorten)

•

Ca. 60% loofbomen: Populus canadensis, Fraxinus excelsior, Quercus robur, Alnus glutinosa • gevarieerde leeftijdsopbouw, met verjongingslaag • naast de hoofdsoorten kunnen diverse andere bomen voorkomen (als : Ulmus minor, Salix alba, Salix sepulcralis ‘Chrysocoma’, Taxodium distichum, Metasequioa glyptostroboidus)

•

Ca. 40% struiklaag: Ilex aquifolium, Taxus baccata, Amelanchier lamarackii, Sorbus aucuparia, Crataegus monogyna, Viburnum opulus, Prunus spinosa, Coryllus avelana, Cornus sanguinea en Rhamnus frangula. • gevarieerde leeftijdsopbouw • Bovengenoemde soorten evenredig verdeeld

•

Ca. 40% struiklaag: Ligustrum vulgare, Sambucus nigra, Corylus avellana, Cornus sanguinea, Crataegus monogyna, Taxus baccata • gevarieerde leeftijdsopbouw • Bovengenoemde soorten evenredig verdeeld

•

Ca. 20 % naaldbomen: Pinus sylvestris, Tsuga canadensis, Pseudotsuga menziesii, Abies grandis, Pinus nigra

Ca. 30% open waarvan: • kruidlaag: gele lis, pinksterbloem, brede wespenorchis, fluitekruid en koekoeksbloem

Ca. 30% open waarvan: • kruid-/strooisellaag • slingert tussen struiken door

Streefbeeld Binnenstedelijk type A - zandgrond

Streefbeeld Binnenstedelijk type A - kleigrond

copijn landschapsarchitecten

20

LANDSCHAPPELIJK GROEN; BINNENSTEDELIJK TYPE B

Open groenstrook

Privacygroen

Algemene uitgangspunten Dit profiel bestaat uit een smalle groenstrook langs een straat binnen bebouwd gebied. Het is smal van opzet. De gras-/kruidrand is 1 meter breed en gaat snel 0ver in een heesterlaag met bomen. In veel gevallen ligt er een bosperceel achter de groenstrook (op de zandgronden). Het is belangrijk dat het verschil tussen heesters en bomen duidelijk zichtbaar blijft. Bij aanplant van bosplantsoen moeten boomvormers op tijd teruggesnoeid worden. Idealiter worden er lager blijvende struiken toegepast tot maximaal 2 meter hoog. Deze niet-inheemse cultivars kunnen nog steeds als belangrijke nectarbron voor insecten dienen. In het kleigebied is type B het meest voorkomende type en tegelijkertijd het meest problematische type. In alle gevallen is de struiklaag doorgeschoten en te breed geworden. Inmiddels zijn het geschoren groene muren, voornamelijk bestaande uit Cornus Sanguinea. Het is belangrijk dat de struik- en boomlaag weer duidelijk te onderscheiden zijn.

ca. 5m

ca. 1m

21

copijn landschapsarchitecten

Indien er een kruidlaag ontwikkeld wordt zijn onder andere gele lis, pinksterbloem, brede wespenorchis, fluitekruid en koekoeksbloem doelsoorten.

l ve ka ivé Pr

Ondanks dat de kruidrand vaak erg smal is, dient deze zoveel mogelijk te worden ontwikkeld. Op de smalste plekken zou de struiklaag plaats kunnen maken voor een kruidlaag. Zo wordt in dit streefbeeld ook de biodiversiteit zo veel mogelijk gestimuleerd.

Sortiment kleigrond Als een struiklaag (vanwege privacy) noodzakelijk is kan ook worden gekozen voor lagere heesters die aansluiten bij het meer vochtige karakter van het kleigebied. Bijvoorbeeld Clethra alnifolia, Viburnum opulus, Physocarpus opulifolius, Ligustrum vulgare ‘Lodense’ en cultivars van Cornus.

ca. 5m

nd rra te en es om d He t b ran e m ras fg -o uid Kr p oe St

Sortiment zandgrond I.v.m. beperkte ruimte kleinere cultivars van bijvoorbeeld Viburnum, Physocarpus, Forsythia, Euonymus en Weigela, naast inheems bosplantsoen toepassen.

ca. 1m

ur tu uc str an La

Deze deelgebieden vormen belangrijke vertakkingen van de ecologische hoofdstructuur binnen Zeist. Om de ecologische functie en kwaliteiten te versterken moet hier rekening mee gehouden worden. Deels door een inheems beplantingssortiment na te streven en deels door het beheer op doelsoorten af te stemmen.

Landschappelijk groen

ca. 5m

nd rra te en es om d He b t ran e m ras fg -o uid Kr p oe St ur tu uc str an La

Doorgaans heeft het landschappelijk groen in deze categorie een belangrijke privacyfunctie, aangezien het een groene afscheiding tussen de straatzijde en privétuinen vormt. In sommige gevallen wordt de beplanting als haag geschoren. Dit is gezien de privacyfunctie en beperkte ruimte begrijpelijk, maar voor het beeld is dit niet wenselijk.

ca. 5m

Landschappelijk groen

Landschappelijk groen Binnenstedelijk type B zandgrond 100% verdicht (bij privacygroen) waarvan: •

•

•

Ca. 40% loofbomen: Quercus robur, Fagus sylvatica • gevarieerde leeftijdsopbouw, met verjongingslaag • naast de hoofdsoorten kunnen diverse andere bomen voorkomen als : Castanea sativa, Robinia pseudoacacia, Carpinus betulus, Betula soorten Ca. 20 % naaldbomen: Pinus sylvestris, Tsuga canadensis, Pseudotsuga menziesii, Abies grandis, Pinus nigra Ca. 40% struiklaag: Taxus baccata, Amelanchier lamarackii, Crataegus monogyna, Viburnum plicatum, Viburnum opulus, Prunus spinosa, Coryllus avelana, Cornus sanguinea, Rhamnus frangula, Weigela, Euonymus alatus, Physocarpus opulifolius, Forsythia • gevarieerde leeftijdsopbouw • Bovengenoemde soorten evenredig verdeeld • Lage soorten vooraan

Landschappelijk groen Binnenstedelijk type B zandgrond Ca. 50% verdicht (bij open rand / bosrand) waarvan:

Landschappelijk groen Binnenstedelijk type B kleigrond Ca. 80% verdicht (bij privacygroen) waarvan: •

•

Ca. 40% loofbomen: Quercus robur, Fagus sylvatica • gevarieerde leeftijdsopbouw, met verjongingslaag • naast de hoofdsoorten kunnen diverse andere bomen voorkomen als : Castanea sativa, Robinia pseudoacacia, Carpinus betulus, Betula soorten

•

Ca. 20% naaldbomen: Pinus sylvestris, Tsuga canadensis, Pseudotsuga menziesii, Abies grandis, Pinus nigra

•

Ca. 40% struiklaag: Taxus baccata, Amelanchier lamarackii, Crataegus monogyna, Viburnum plicatum, Viburnum opulus, Prunus spinosa, Coryllus avelana, Cornus sanguinea, Rhamnus frangula, Weigela, Euonymus alatus, Physocarpus opulifolius, Forsythia • gevarieerde leeftijdsopbouw • Bovengenoemde soorten evenredig verdeeld • Lage soorten vooraan

•

•

Ca. 60% loofbomen: Populus canadensis, Fraxinus excelsior, Quercus robur, Alnus glutinosa • gevarieerde leeftijdsopbouw, met verjongingslaag • naast de hoofdsoorten kunnen diverse andere bomen voorkomen als : Ulmus minor, Salix alba Ca. 10% struiklaag: Ligustrum vulgare, Sambucus nigra, Corylus avellana, Cornus sanguinea, Crataegus monogyna, Taxus baccata Ca. 30% struiklaag laag: Clethra alnifolia, Viburnum opulus, Physocarpus opulifolius, Ligustrum vulgare ‘Lodense’ en Cornus cultivars • gevarieerde leeftijdsopbouw • Bovengenoemde soorten evenredig verdeeld • Lagere soorten vooraan

Ca. 20% open waarvan: kruidlaag: gele lis, pinksterbloem, brede wespenorchis, fluitekruid en koekoeksbloem

Ca. 50% open kruid-/strooisellaag (bij open rand): • slingert tussen struiken door

Streefbeeld Binnenstedelijk type B - zandgrond, bron: uit eigen beheer

Landschappelijk groen Binnenstedelijk type B kleigrond Ca. 60% verdicht (bij open rand / bosrand) waarvan: •

Ca. 60% loofbomen: Populus canadensis, Fraxinus excelsior, Quercus robur, Alnus glutinosa • gevarieerde leeftijdsopbouw, met verjongingslaag • naast de hoofdsoorten kunnen diverse andere bomen voorkomen als : Ulmus minor, Salix alba

•

Ca. 10% struiklaag: Ligustrum vulgare, Sambucus nigra, Corylus avellana, Cornus sanguinea, Crataegus monogyna, Taxus baccata

•

Ca. 30%struiklaag laag: Clethra alnifolia, Viburnum opulus, Physocarpus opulifolius, Ligustrum vulgare ‘Lodense’ en Cornus cultivars • gevarieerde leeftijdsopbouw • Bovengenoemde soorten evenredig verdeeld • Lagere soorten vooraan

Ca. 40% open waarvan: • kruidlaag: gele lis, pinksterbloem, brede wespenorchis, fluitekruid en koekoeksbloem

Streefbeeld Binnenstedelijk ype B - kleigrond, bron: uit eigen beheer.

copijn landschapsarchitecten

22

LANDSCHAPPELIJK GROEN; BINNENSTEDELIJK TYPE C

Bosrand

Privacygroen

Algemene uitgangspunten Het profiel type C is een variant op type B in de zin dat het nóg smaller is en de gras-/kruidrand ontbreekt. In dit profiel ligt de struiklaag direct langs de stoep/weg. Ook hier is het belangrijk dat de heesterlaag zich zichtbaar onderscheidt van de boomlaag. Als dit niet gebeurt ontstaat er een zeer dichte en hoge groene muur. Met name in deelgebieden waar de groene rand aan weerszijden van de straat ligt geeft dit een benauwd gevoel. Het is belangrijk dat men tussen/over de heesters kan kijken. Doorgaans heeft het landschappelijk groen in deze categorie een belangrijke privacyfunctie, aangezien het een groene afscheiding tussen de straatzijde en privétuinen vormt. In sommige gevallen wordt de beplanting als haag geschoren. Dit is gezien de privacyfunctie en beperkte ruimte begrijpelijk, maar voor het beeld is dit niet wenselijk.

ca. 5m

Aangezien de kruidlaag ontbreekt is de ecologische waarde wat betreft kruidachtige doelsoorten beperkt.

ca. 5m

Landschappelijk groen ca. 5m

Bosperceel

Woning/tuin

l te an rm te en es om He et b m

p oe St

eg W

l te an rm te en es om He et b m

p oe St

eg W

Dit type profiel komt niet voor op kleigrond.

ca. 5m

Landschappelijk groen

Sortiment zandgrond Gezien de beperkte ruimte raden wij aan lager blijvende struiken toe te passen. Kleinere cultivars van bijvoorbeeld Viburnum, Physocarpus, Forsythia, Euonymus en Weigela nemen minder ruimte in beslag, behoeven geen snoei en de hogere sierwaarde zou in woonwijken niet misplaatst zijn. Op de smalste plekken zou de struiklaag plaats kunnen maken voor de kruidlaag, zodat ook in dit streefbeeld een kruidlaag aanwezig is. Dit zal het beheer beperken en de ecoligische waarde vergroten.

23

copijn landschapsarchitecten

Laagblijvende (sier)heesters

Laagblijvende (sier)heesters Doorzichten bos

Hoge struikbeplanting

Landschappelijk groen Binnenstedelijk type C - zandgrond bosrand Ca. 70% verdicht waarvan:

Landschappelijk groen Binnenstedelijk type C - zandgrond privacyrand 100% verdicht waarvan:

•

Ca. 40% loofbomen: Quercus robur, Fagus sylvatica • gevarieerde leeftijdsopbouw, met verjongingslaag • naast de hoofdsoorten kunnen diverse andere bomen voorkomen (als : Castanea sativa, Robinia pseudoacacia, Carpinus betulus, Betula soorten)

•

Ca. 40% loofbomen: Quercus robur, Fagus sylvatica • gevarieerde leeftijdsopbouw, met verjongingslaag • naast de hoofdsoorten kunnen diverse andere bomen voorkomen (als : Castanea sativa, Robinia pseudoacacia, Carpinus betulus, Betula soorten)

•

Ca. 20 % naaldbomen: Pinus sylvestris, Tsuga canadensis, Pseudotsuga menziesii, Abies grandis, Pinus nigra

•

Ca. 20 % naaldbomen: Pinus sylvestris, Tsuga canadensis, Pseudotsuga menziesii, Abies grandis, Pinus nigra, inheemse Picea soorten

•

Ca. 40% struiklaag: Viburnum plicatum, Viburnum opulus, Prunus spinosa, Coryllus avelana, Cornus sanguinea, Weigela, Euonymus alatus, Physocarpus opulifolius, Forsythia • gevarieerde leeftijdsopbouw • Bovengenoemde soorten evenredig verdeeld • Lage soorten vooraan

•

Ca. 40% struiklaag: Taxus baccata, Amelanchier lamarackii, Crataegus monogyna, Viburnum plicatum, Viburnum opulus, Prunus spinosa, Coryllus avelana, Cornus sanguinea, Weigela, Euonymus alatus, Physocarpus opulifolius, Forsythia • gevarieerde leeftijdsopbouw • Bovengenoemde soorten evenredig verdeeld • Lage soorten vooraan

Ca. 30% open kruid-/strooisellaag • slingert tussen struiken door

Streefbeeld Binnenstedelijk type C - zandgrond, bron: uit eigen beheer.

copijn landschapsarchitecten

24

LANDSCHAPPELIJK GROEN; BUITENGEBIED TYPE A

Algemene uitgangspunten Dit type maakt regelmatig onderdeel uit van een laan en is vrij breed opgezet. De kruid-/grasrand is een paar meter breed met daarachter een struik- en boomlaag. Deze groenstroken liggen langs kleine wegen in het buitengebied. Vaak zijn het wegen met aan één of twee kanten bosvilla’s met ruime percelen. De groenstroken met landschappelijk groen gaan vaak vrij subtiel over in de privékavels. Veel tuinen worden omgrensd met bos en struikranden, wat bestaat uit hetzelfde type beplanting als de beheergroep ‘landschappelijk groen’.

copijn landschapsarchitecten

el/ ce er el sp av Bo ivék pr

25

ca. 5m

l te an rm te en es om He et b m

Sortiment zandgrond In dit streefbeeld wordt alleen sober bosplantsoen toegepast, passend bij het bossige karakter. Op geschikte plekken zou de ontwikkeling van grotere vlakken met Vaccinium myrtillus (bosbes) kunnen worden gestimuleerd.

ca. 5m

l te an g rm laa te es ruid He et k m

Dit profiel komt niet voor op kleigrond.

ca. 10m Landschappelijk groen

d ran as gr

De groenstroken hebben een gemaaide grasrand. Een kruidlaag langs de wegen is dus niet aanwezig. Iets wat gezien het meer formele karakter van de lanen ook niet wenselijk is. Iets verder de groenstrook in tussen de stuiklaag is er af en toe wel sprake van een ontwikkelde kruidlaag.

ca. 3m

eg W

Rondom de bosvilla’s mogen de randen vrij dicht blijven, om zo privacy te waarborgen. Het onderscheid tussen struik- en boomlaag moet wel zichtbaar blijven. Dit betekent niet een massieve groene muur; er zullen nog steeds open plekken in de groenstrook met hier en daar kruidige vegetatie. De groenstroken met daarachter bospercelen mogen een meer open rand hebben, zodat er het bos in gekeken kan worden.

Landschappelijk groen buitengebied type A- zandgrond Ca. 70% verdicht waarvan: •

Ca. 40% loofbomen: Quercus robur, Fagus sylvatica • gevarieerde leeftijdsopbouw, met verjongingslaag • naast de hoofdsoorten kunnen diverse andere bomen voorkomen (als : Castanea sativa, Robinia pseudoacacia, Carpinus betulus, Betula soorten)

•

Ca. 20 % naaldbomen: Pinus sylvestris, Tsuga canadensis, Pseudotsuga menziesii, Abies grandis, Pinus nigra

•

Ca. 40% struiklaag: Ilex aquifolium, Taxus baccata, Amelanchier lamarackii, Sorbus aucuparia, Crataegus monogyna, Coryllus avelana • gevarieerde leeftijdsopbouw • Bovengenoemde soorten evenredig verdeeld

Ca. 30% open waarvan: • kruid-/strooisellaag • slingert tussen struiken door • Vaccinium myrtillus groepen stimuleren

Streefbeeld buitengebied type A - zandgrond

copijn landschapsarchitecten

26

LANDSCHAPPELIJK GROEN; BUITENGEBIED TYPE B

Algemene uitgangspunten Dit type geldt voor verbindingswegen door bosgebied met aan weerszijden een groenstook met landschappelijk groen en daarachter bospercelen. De ruimtelijke opbouw van dit type groenstrook is vergeleken met die in het stedelijk gebied transparanter van opzet en heeft een lagere beplantingsdichtheid. Het verschil zit ook in een ander struikassortiment en het beheer. In het buitengebied zijn verschillende wegen die meer ingericht zijn als recreatieve route, de auto is hierbij te gast. Op de kleigronden bieden deze wegen veelal uitzicht over een sloot en weilanden. Bij enkele deelgebieden is de struiklaat dusdanig doorgeschoten dat zicht op de omgeving ontbreekt. Hier is het een kwestie van terugzetten van de struiklaag en verwijderen van zaailingen. De stroken landschappelijk groen vormen een overgang tussen de bospercelen (zandgrond) of de sloot (kleigrond) en de weg. Het maakt deel uit van de bospercelen en heeft dus ook een belangrijke ecologische functie. Tussen de struiken door kijkt men het bos in / de sloot over. Het is belangrijk om de heester- en de boomlaag gescheiden te houden.

d an eil W

nd rra te en es m nd o He t b ra e m ras fg -o uid Kr

copijn landschapsarchitecten

eg W

27

Sortiment kleigrond Wat struiken betreft wordt er sober bosplantsoen toegepast, waaronder Sambucus nigra, Corylus avellana, Crataegus monogyna en Ligustrum vulgare. De kruidlaag bestaat voornamelijk uit doelsoorten als gele lis, pinksterbloem, brede wespenorchis, fluitekruid en koekoeksbloem.

ca. 1m ca. 5m

s Bo

Sortiment zandgrond In dit streefbeeld wordt alleen sober bosplantsoen toegepast. De plantdichtheid van de struiklaag is laag. Hierdoor blijft er meer ruimte over voor de kruid-/strooisellaag. Op geschikte plekken zou de ontwikkeling van grotere vlakken met Vaccinium myrtillus (bosbes) kunnen worden gestimuleerd.

ca. 5m Landschappelijk groen

ca. 7m

l te an rm te en es m o He et b m d ran ras fg -o uid Kr p oe St

Daar waar de smalle groenstrook als afscheiding dient naar een achterliggend privékavel dient de privacyfunctie behouden te blijvenen en mag de struiklaag wat hoger en dichter groeien.

ca. 1m

eg W

Langs de recreatieve routes zijn de groenstroken vrij transparant van karakter waardoor er ruimte is voor een kruidlaag om zich te ontwikkelen. De randen worden hier niet of nauwelijks gemaaid vanwege dit recreatieve karakter.

ca. 7m Landschappelijk groen

Landschappelijk groen buitengebied type B - zandgrond Ca. 70% verdicht waarvan:

Landschappelijk groen buitengebied type B - kleigrond Ca. 70% verdicht waarvan:

•

Ca. 40% loofbomen: Quercus robur, Fagus sylvatica • gevarieerde leeftijdsopbouw, met verjongingslaag • naast de hoofdsoorten kunnen diverse andere bomen voorkomen (als : Castanea sativa, Robinia pseudoacacia, Carpinus betulus, Betula soorten)

•

Ca. 60% loofbomen: Populus canadensis, Fraxinus excelsior, Quercus robur, Alnus glutinosa • gevarieerde leeftijdsopbouw, met verjongingslaag • naast de hoofdsoorten kunnen diverse andere bomen voorkomen (als : Ulmus minor, Salix alba, Salix sepulcralis ‘Chrysocoma’, Taxodium distichum, Metasequioa glyptostroboidus)

•

Ca. 20 % naaldbomen: Pinus sylvestris, Tsuga canadensis, Pseudotsuga menziesii, Abies grandis, Pinus nigra

•

Ca. 40% struiklaag: Ligustrum vulgare, Sambucus nigra, Corylus avellana, Cornus sanguinea, Crataegus monogyna, Taxus baccata • gevarieerde leeftijdsopbouw • Bovengenoemde soorten evenredig verdeeld

•

Ca. 40% struiklaag: Ilex aquifolium, Taxus baccata, Amelanchier lamarackii, Sorbus aucuparia, Crataegus monogyna, Coryllus avelana • gevarieerde leeftijdsopbouw • Bovengenoemde soorten evenredig verdeeld

Ca. 30% open waarvan: • kruid-/strooisellaag • slingert tussen struiken door • Vaccinium myrtillus groepen stimuleren

Streefbeeld buitengebied type B - zandgrond, bron: uit eigen beheer.

Ca. 30% open waarvan: • kruidlaag: gele lis, pinksterbloem, brede wespenorchis, fluitekruid en koekoeksbloem

Streefbeeld buitengebied type B - kleigrond, bron: uit eigen beheer.

copijn landschapsarchitecten

28

LANDSCHAPPELIJK GROEN; BOSPERCELEN TYPE D

Algemene uitgangspunten Dit type omvat het groot aantal bospercelen dat binnen bebouwd gebied ligt. Het zijn doorgaans restanten van voorheen grotere bospercelen. Naast een ecologische functie vervullen ze ook een belangrijke recreatieve functie. Momenteel zijn de randen van dit soort bospercelen vaak dichtgegroeid met doorgeschoten struiken. De boomlaag zelf is aan de randen vaak ook te dicht. Door de rand weer open te maken worden de percelen toegankelijker en bruikbaarder. Ook zal er meer zicht het bos in zijn, wat meer sociale controle betekent. Door de randen opener te maken zal er meer ruimte ontstaan voor de ontwikkeling van een kruidlaag. >25m Landschappelijk groen

copijn landschapsarchitecten

ca. 15m

et m el ce er s sp ter bo es en he Op kele en

29

p oe St

eg W

Sortiment zandgrond In dit streefbeeld wordt alleen sober bosplantsoen toegepast, passend bij het bossige karakter. Op geschikte plekken zou de ontwikkeling van grotere vlakken met Vaccinium myrtillus (bosbes) kunnen worden gestimuleerd.

ca. 10m

et m nd s sra ter bo es en he Op kele en

Dit type komt niet voor op kleigrond.

Landschappelijke bospercelen type D Ca. 60% verdicht waarvan: •

Ca. 40% loofbomen: Quercus robur, Fagus sylvatica • gevarieerde leeftijdsopbouw, met verjongingslaag • naast de hoofdsoorten kunnen diverse andere bomen voorkomen (als : Castanea sativa, Robinia pseudoacacia, Carpinus betulus, Betula soorten)

•

Ca. 20 % naaldbomen: Pinus sylvestris, Tsuga canadensis, Pseudotsuga menziesii, Abies grandis, Pinus nigra

•

Ca. 40% struiklaag: Ilex aquifolium, Taxus baccata, Amelanchier lamarackii, Sorbus aucuparia, Crataegus monogyna, Coryllus avelana en • gevarieerde leeftijdsopbouw • Bovengenoemde soorten evenredig verdeeld

Ca. 40% open waarvan: • kruid-/strooisellaag • slingert tussen struiken door • Vaccinium myrtillus groepen stimuleren

Streefbeeld bospercelen type D - zandgrond, bron: Buchenwald bei Lich in der Wetterau (Löß), Hessen, am 04.05.2006 Bron Eigen werk) copijn landschapsarchitecten

30

HERSTELBEHEER Verschil in prioriteit Binnen het totale oppervlak aan landschappelijk groen binnen Zeist hebben sommige deelgebieden hogere prioriteit dan andere. Dit verschil in prioriteit hangt af van de staat van het deelgebied, de locatie en gebruikersintensiteit.

De inventarisatie van zowel omvormingsklasses als urgentieniveaus per deelgebieden landschappelijk groen binnen zeist is op de onderstaande kaart inzichtelijk gemaakt (zie A0 omvormingskaarten 1 t/m 5 in de bijlage voor gedetailleerder beeld).

Herstelbeheerklasses Om de staat van een deelgebied te kunnen duiden hebben we alle deelgebieden geinventariseerd en ingedeeld in 3 klasses:

Conclusies herstelbeheer inventarisatie In grote lijnen valt op dat het landschappelijk groen in het noordwestelijke deel van Zeist zowel in slechte staat als urgent is. Hetzelfde geldt voor delen in het zuidwesten.

Klasse 1 (rood): Verwilderd en mogelijk gevaarlijk, éénmalig consolidatiebeheer. Hierna wordt regulier beheer toegepast volgens één van de streefbeelden. Klasse 2 (geel): Achterstallig, maar niet gevaarlijk. Het streefbeeld wordt bereikt door meerjarig herstelbeheer, waarbij er in eerste instantie grondig ingegrepen wordt. Klasse 3 (groen): Het huidige beeld komt al in hoofdlijnen overeen met het streefbeeld. Door middel van regulier beheer kan het streefbeeld volledig bereikt worden en makkelijk in stand worden gehouden. Urgentieniveaus Om de urgentie van een deelgebied te kunnen duiden hebben we alle deelgebieden geïnventariseerd en ingedeeld in 3 urgentieniveaus: Niveau 1 (rood): Deelgebieden die langs belangrijke ontsluitingswegen liggen of veelvuldig worden gebruikt als openbaar (speel)groen door omwonenden in stedelijk gebied. Indien de staat van het groen ook slecht is kunnen er onveilige en/of onoverzichtelijk situaties ontstaan. Niveau 2 (geel): Deelgebieden met gebruikersgroen in stedelijk gebied, voornamelijk in woonwijken of kleine hofjes. Ze liggen minder prominent in het zicht maar dienen wel veilig te zijn. Niveau 3 (groen): Deelgebieden in overige groenstroken voornamelijk in het buitengebied, maar soms ook smalle strookjes restgroen binnen stedelijk gebied. In alle gevallen is de gebruikerswaarde laag.

31

copijn landschapsarchitecten

De historische parken zoals Blookerpark, De Brink en Pestersbosje vormen ook aandachtspunten. Niet alleen vanuit cultuurhistorisch oogpunt maar ook qua veiligheid. Den Dolder kent ook naar verhouding opvallend veel deelgebieden met landschappelijk groen in slechte staat. Verspreid door heel Zeist liggen verscholen hofjes en kleine bosperceeltje, die juist vanwege hun verscholen karakter makkelijker vergeten kunnen worden. Dit is dan in de meeste gevallen ook duidelijk zichtbaar aan de slechte verwilderde staat van het groen. Indien deze plekken worden aangepakt zal dit veel impact hebben op het woon- en leefklimaat van omwonenden. Wat dat betreft liggen de kansen voor het oprapen binnen de gemeente Zeist. Aanbesteding, uitvoering & communicatie De beheerwerkzaamheden worden aanbesteed aan een aannemer middels contractdocumenten. In deze contractdocumenten worden de werkzaamheden en kwaliteitseisen die daaraan worden gesteld beschreven. Tijdens de aanbesteding wordt van de aannemer een kwaliteitsplan, werkplan en communicatieplan verlangd. In deze plannen beschrijft de aannemer hoe de gevraagde werkzaamheden en kwaliteitseisen uit de contractdocumenten worden gerealiseerd. Het contractdocument, de plannen en een deskundige toezichthouder vanuit de gemeente borgen een goede uitvoering van de werkzaamheden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14522398/1