CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

24RV057 - 3f- 20240313 Aanvullend advies-v3 op Addendum van N. Manschot

Ronde Tafel 26 september 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: Ronde Tafel Gebiedsvisie Dijnselburg1.644 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullend advies 13 maart 2024 Reflec�e op Addendum Omgaan met cultuurhistorische waarden Groot Dijnselburg, N. Manschot (Lopik, 11 mei 2020). Auteur Patricia Debie Inleiding Ten behoeve van de gebiedsontwikkeling Dijnselburg hee� de gemeente Zeist bureau Debie&Verkuijl gevraagd aanvullend een historische-ruimtelijke analyse op te stellen. Tevens is verzocht een reac�e op het opgestelde Addendum van Nelleke Manschot op te stellen. Dit advies is hierna volgend met onze analysebevindingen gemo�veerd. De paragraaf aanduiding volgt de benaming die Manschot hanteerde. In cursief wordt haar voorstel samengevat en aansluitend volgt in bold mijn reac�e. Opgave 1. Manschot stelt drie elementen en schaalniveaus voor waar herstel van verdwenen structuren zinvol kan zijn. Ad 1. ‘(…) Het herstellen van een dubbele entree aan de Amersfoortsche weg (er was rond 1900 meer symmetrie aanwezig in de parkaanleg door een tweede entree richting het landhuis) (…)’.

De ‘dubbele entree’ is op de kadastrale minuut uit 1847 als een rondlopende toegangslaan afgebeeld. Mogelijk was er sprake van een in- en uitgang. Restanten van deze rondlopende toegangslaan zijn in de decennia erna veelvuldig omgevormd. In 1901 is de toegangslaan gewijzigd met een rechte aanslui�ng naast de westelijke ronding. Deze is nog niet op de Amersfoortseweg aangesloten. Rond 1910 hee� de rechtstand een aanslui�ng op de Amersfoortseweg, zodat de entree circa vij�ig meter westelijker ligt. Deze ingang is heden ten dage nog aanwezig. De huidige open ruimte aan de noordzijde is slechts een vaag restant van de eerste rondlopende entree. De rondlopende toegangslaan aan de voorzijde en het slingerpad aan de achterzijde van 1847 zijn kenmerkend voor de landschapss�jl die in deze periode werden toegepast. Voor het nieuwe landhuis (1883) en de toegenomen ac�viteiten in de moestuin (1910) was een beter toegankelijke toegangslaan van belang. Tot 1945 blij� de oude toegangslaan als wandelpad onderdeel van de aanleg, weliswaar in enigszins gewijzigde vorm totdat deze in de 80er jaren geheel is verdwenen. (zie bovenstaande fasekaarten.) Herstel van de dubbele toegangslaan kan op prak�sche bezwaren stuiten. Enerzijds zullen twee aanslui�ngen op de Amersfoortseweg niet gewenst zijn en anderzijds is de huidige toegangslaan vij�ig meter westelijk gelegd.

Advies: Herstel van de ronde structuur als ‘wandelpad’ kan wel een interessante toevoeging zijn die meerwaarde biedt aan de beleving van het park.

Ad 2. ‘(…) het ‘sterrenbos’ als structuur herintroduceren om meer eenheid en structuur in het westelijk deel van het plangebied toe te voegen(…)’.

1910

1 9 45

1 979

2 024

Er is bij Dijnselburg geen sprake van een compleet sterrenbos zoals we dat kennen uit klassieke tuintraktaten (zie ook publicatie P. Debie). Het ‘sterrenbos’ van Dijnselburg kent meerdere verschijningsvormen; we zien tussen 1910 en 1945 een ganzenvoet (pate d'oie) die op het noorden (Amersfoortseweg) is georiënteerd. In de 80er jaren is de oriënta�e van de ganzenvoet van het noorden naar het oosten gewijzigd, rich�ng het hoofdhuis. De middenas, uitgelijnd op het hoofdhuis, vormt een constante factor in het lanenstelsel. Deze middenas markeert de ‘zuidelijke begrenzing’ van de ten dele uitgevoerde sor�esvakken bij Dijnselburg. Voor de vakken van Dijnselburg zijn wel aan de minimale verplich�ngen voldaan, zijnde; de Amersfoortseweg zelf met begeleidende wal en beplan�ng en de wallen en beplan�ng langs de (halve) huidige Panweg en (halve) huidige Prins Alexanderweg. Daarnaast bevat het bos oude zichtlanen die in noord-zuidrich�ng lopen. De uniciteit van het lanenstelsel van Dijnselburg wordt voornamelijk bepaald door de inzet van een pate d’oie die scharniert rondom de middenas. Begin 20e eeuw kan als hoogtepunt van het landgoedpark beschouwd worden; het nieuwe landhuis, de landschappelijke omvorming van het park en aanleg van lanenstelsels zijn de structurerende onderdelen die cultuurhistorisch waardevol zijn.

De uitbreiding van Dijnselburg als religieus opleidingsins�tuut vormen een bijzonder bouwkundig onderdeel, die minder impact op het parklandschap hadden. Zij zijn zorgvuldig landschappelijk ingepast binnen de bestaande structuren. Advies: Reconstruc�e van een ‘gaaf’ sterrenbos doet geen recht aan de bijzondere se�ng van deze plek. Het brengt geforceerd een regelma�gheid aan die er niet was. Een eventuele toekoms�ge transforma�e dient op een vanzelfsprekende wijze aan te sluiten op de historische onderlaag, zonder deze te overvleugelen. Ad 3. ‘(…) Het boskarakter als ambitie benoemen in de Gebiedsvisie en nieuwe functies in te passen binnen het ‘boskarakter’ voor eenheid in identiteit(…)’. Dijnselburg hee� over de eeuwen heen een gevarieerd landschap gekend waarin open akkers, boomgaarden, graslanden met bos werden afgewisseld. Begin 20ste eeuw had het plangebied in de zuidwestzijde een boskern die heden ten dage nog aanwezig is. Het zijn echter ook de open ruimten en laanstructuren die van belang zijn voor de cultuurhistorische belevingswaarde. Zij doorsnijden de verschillende zones en zorgen voor samenhang en eenheid binnen het plangebied. Advies: Ontwikkelingen dienen binnen deze bestaande structuren ingepast te worden. Van belang is dat het landgoedensemble gerespecteerd wordt in hoogte en massa.

Een heldere stedenbouwkundige opzet die gerelateerd is aan bestaande structuren bevordert de ‘landschappelijke en cultuurhistorische leesbaarheid’.

Opgave 2. Tijdlagen bewaren ‘(…) Richtinggevend advies: om de geschiedenis van Dijnselburg afleesbaar te houden is het minimaal nodig om relicten uit verschillende tijdslagen te behouden. (…)’. Manschot kiest ‘(…) voor een herstelplan voor relicten uit de tijdsperiode ‘Aan de Wegh der Weegen’ in samenhang met de tijdsperiode ‘Buitenplaats in late landschapsstijl’, waarbij de nadruk op deze laatste tijdslaag ligt (…)’. Manschot wil met deze twee �jdslagen de iden�teit van deze unieke plek beter belee�aar maken. Met deze stelling gaat zij echter voorbij aan het feit dat Dijnselburg een ensemble is waar vele transforma�es hebben plaatsgevonden. Zoals ze terecht benoemt, bevat het plangebied meerdere �jdsperioden met relicten die behoudens waardig zijn. Zij vertellen de wordingsgeschiedenis van de plek. Het belang van behoudens waardige relicten wordt met de cultuurhistorische waardestelling onderbouwd. De landschappelijke inpassing van deze relicten is relevant, omdat deze iets vertelt over de ontginning van het landschap, wat over lange perioden hee� plaatsgevonden. Daaruit zijn de herkenbare structuren ontstaan. Behoud kernwaarde 1. + Versterk raamwerk Wegh der Weegen. Advies: • Vakbegrenzingen van de sor�esvakken die niet aangelegd zijn, kunnen niet hersteld of gereconstrueerd worden.

• De beukenlaan die een zichtlaan met Oud-Zandbergen vormde is een belangrijke structuur die behoudenswaardig is. • De zichtrela�e met de Amersfoortseweg is op 19e-eeuwse kaarten goed zichtbaar en past bij de karakteris�ek van de Wegh der Weegen. (zie a�eelding hieronder)

1 847 - Open zicht vanaf Amersfoortseweg op het huis. De begeleidende dubbele bomenrij langs de Wegh der Weegen is duidelijk zichtbaar. Het later vernieuwde landhuis (1883) werd vóór het oude huis, dichterbij de Amersfoortseweg gebouwd met de ingang aan de zuidzijde (achterzijde). De voorzijde presenteert een sta�g verhoogd huis met een doorgetrokken erker, bekroond met trapgevel. Doordat de entree aan de achterzijde ligt is de symmetrische voorgevel in haar pracht en praal niet verstoord met een ingangstrappar�j. De achtergevel gee� namelijk een onrus�ger beeld. De sta�ge aanblik vanaf de Amersfoortseweg werd zo benadrukt. (zie a�) Advies: De zichtrela�e vanaf de Amersfoortseweg naar het landhuis is weldegelijk van belang en verdient onbelemmerd vrij zicht.

Voorgevel

Achtergevel

Behoud kernwaarde 2. Buitenplaatsbiotoop en late landschapsstijl. Manschot gaat uit van de parkaanleg in 1854 als hoogtepunt van de buitenplaats. Dit is incorrect, evenals haar typering van de late landschapss�jl. In tegenstelling tot wat Manschot benoemt (beslotenheid) is een belangrijke karakteris�ek van de late landschapss�jl de doorzichten van en naar het hoofdhuis, gebouwen en omgeving, die met (slinger)paden wordt gestuurd. Doorzichten naar buiten zijn dus zeker mogelijk in de landschapss�jl. Bij Dijnselburg is de situa�e echter anders. Er is sprake van een aanleg in gemengde s�jl die rond 1910 aanwezig was, waardoor formele onderdelen (rechte lanenstelsels) gecombineerd zijn met landschappelijke elementen (slingerpaden en ferme ornée). Tevens nivelleert Manschot de goed doordachte landschappelijke inpassing van het Philosophicum als religieus opleidingscentrum. Deze periode vormt namelijk ook een belangrijke iden�teitsdrager en herinnert aan haar 20ste-eeuws gebruik als religieuze instelling. En dit refereert indirect tevens aan haar oudste ontstaansgeschiedenis als 13-eeuwse uithof van Vrouwenklooster. Manschot benoemt drie kansen: • Herstel van een robuuste structuur als drager van nieuwe ontwikkelingen Het plangebied bevat veel aanleidingen die als ondergrond kunnen dienen voor inpassing van nieuwbouw.

Advies: Allereerst is er de landschappelijke ondergrond (bodem en geomorfologie) die al�jd de basis vormen voor ontwikkeling. Bodem- en water gestuurd ontwerpen zijn het credo voor duurzame toekoms�ge ontwikkelingen. Ten tweede zorgt behoud/herstel van de eeuwenoude lanenstructuur voor een passend en robuust raamwerk waarbinnen nieuwe ontwikkelingen kunnen worden ingepast. Een laanherstelplan is een goede sugges�e. Ten derde is behoud van open ruimtes van belang voor de beleving van het gebied en de cultuurhistorie. Zoals uit de analyse is gebleken is er een sterke samenhang tussen het bebouwingsensemble met de rondom liggende open ruimtes. • Nieuwe bebouwing als decorstukken. Terecht gee� Manschot aan dat korrel (maat en schaal) van nieuwbouw in balans moet zijn met het bestaande buitenplaatsensemble. Advies: Kansen voor nieuwbouw liggen in het westelijk deelgebied waar de sport- en zwemvoorzieningen en de recrea�ehuisjes zijn gesitueerd maar a�reuk doen aan de buitenplaatsbiotoop. De schaal, korrelgroote en oriënta�e van de recrea�evoorzieningen en het huisjesterrein zijn niet passend binnen de historische structuren. Bebouwing toevoegen als «decorstukken»past enkel op kleine schaal in een buitenplaats. Bij grotere stedenbouwkundige invullingen is een robuustere structuur nodig die samenhang behoudt met haar cultuurhistorische ondergrond. • Ontwikkel een eigen identiteit.

Een «eigen identiteit’ ontwikkelen’ is van belang om samenhang tussen de verschillende onderdelen te behouden. Dit dient aan te sluiten op en met respect voor de aanwezige iden�teit. Dit gaat dan ook verder dan enkel een huiss�jl van een logo of de keuze voor terreinmeubilair, hekwerken en bestra�ngen. Nieuwbouw bepaalt namelijk ook sterk de iden�teit van de plek. Advies: Nieuwe bebouwing op landgoed Dijnselburg dient dan ook zorgvuldig ingepast te worden binnen de karakteris�ek van een landgoedbiotoop én haar karakteris�ek als voormalige religieuze instelling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14585654/1