CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

24RV057 - 3d- 20240124 Waardering Dijnselburg

Ronde Tafel 26 september 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: Ronde Tafel Gebiedsvisie Dijnselburg1.086 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

landgoed Dijnselburg Naam landgoed Dijnselburg CHW-code CC104 Thema Landgoederen en buitenplaatsen Cluster buitenplaatszone Wegh der Weegen Adres Amersfoortseweg 10 Status gemeentelijk monument, nr. 0355/6 Iden�teit Landgoed Dijnselburg maakt onderdeel uit van de buitenplaatszone Wegh der Weegen. De voormalige buitenplaats hee� een geschiedenis die teruggaat tot 1027 toen het goed Dinslo of Dinslerbosch in de landstreek Flehite vermeld werd. Voor Zeist hee� Dijnselburg een bijzondere betekenis. In de Middeleeuwen was de hofstede met landerijen in gebruik door het Biltse Vrouwenklooster. Na de aanleg van de Wegh der Weegen in 1653 werd de herenboerderij samengevoegd met de naastgelegen buitenplaats Zandbergen en de er tegenover liggende herberg Huijs ter Heide. Vanaf 1792 komen de terreinen in bezit van de familie Nepveu waarna hun zoon Laurent Dijnselburg in 1854 als buitenplaats verfraaid met een nieuw witgepleisterde hofstede en landschappelijke aanleg. De hofstede wordt echter al in 1883 gesloopt voor een nieuw landhuis van de Schalkwijker architect E.G. Wen�ck (18431911) ontworpen voor jhr. C.F.H. Roëll. Het westelijke bouwland werd omgevormd tot park en de moestuin diende als kwekerij. Na 1951 werd het terrein een grootseminarie voor het Aartsbisdom. Bijzondere toevoeging aan het ensemble is het Phylosophicum met kapel in Del�se Schools�jl door de architecten A.

Vosman en J. Startmans, verwerkt in de vorm van een La�jns kruis. Vanaf de zeven�ger jaren zijn het westelijk en oostelijk terrein omgevormd met spor�aciliteiten. Tevens zijn er enkele bungalows, een binnenbad en camping gerealiseerd. Stedenbouwkundige ingrepen zoals de aanleg van de spoorlijn en de Rijksweg A28, de sport- en recrea�evoorzieningen hebben delen van het oude landgoed doorsneden en versnipperd. In het resterende park zijn erfenissen te vinden uit meerdere ontwerplagen. Een vroeg twin�geeuws formeel lanenstelsel met enkele slingerpaden in Gemengde s�jl omsluit het bebouwingsensemble. Structuren en paden van haar 19e -eeuwse aanleg zijn nog deels aanwezig. Welke tuinarchitecten hier hun bijdrage aan leverden is niet bekend. De aangelegde laanstructuren lijken op parkontwerpen van de landschapsarchitect Hugo Poortman, zie kasteel Weldam, kasteel Doorn, kasteel Amerongen.

Karaktereigenschappen De structuren, ruimten en objecten die de geschiedenis op deze plek herkenbaar en afleesbaar maken zijn: •

De geografische situering van het ensemble op de noordwestelijke helling van de Utrechtse Heuvelrug aan de Amersfoortseweg als kenmerkend onderdeel van de buitenplaatszone de Wegh der Weegen;

•

Het terrein als groene enclave in Zeist als voormalig onderdeel van het Biltse Vrouwenklooster dat enige �jd samengevoegd was met de naastgelegen buitenplaats Zandbergen en de aan overzijde gelegen herberg/hofstede Huijs ter Heide;

•

De zichtbare aanwezigheid van relicten a�oms�g uit de ontwikkelingsgeschiedenis van Dijnselburg (middeleeuwse uithof, 18e -eeuwse buitenplaats Dinseleburg, 19e -eeuwse landhuis, 20e -eeuws religieus opleidingsins�tuut en stedelijke sport- en recrea�eterrein);

•

Het gaaf bewaard gebleven hoofdgebouw met koetshuis en arbeiderswoning (Gemeentelijk monument) in neorenaissances�jl naar ontwerp van de Schalkwijkse architect E.G. Wen�ck met haar aangebouwd Phylosophycum en kapel in Del�se School van de Deventerse architecten A. Vosman en J. Startmans. Gezamenlijk bepalen zij een gelaagd bebouwingsbeeld. Het hoofdhuis hee� een sta�ge aanblik door haar verhoogde posi�onering van de begane grond. Echter is het pand tegenwoordig nauwelijks zichtbaar vanaf de Amersfoortseweg.;

•

Het terrein ligt in een sterk verstedelijkt gebied omgeven door de spoorlijn, Rijksweg en stedenbouwkundige uitbreidingen. Daarnaast is in het terrein een hekwerk dat weliswaar transparant is, maar een sterke scheiding tussen openbaar en privé markeert;

•

De moestuin met tuinmuur vormt een integraal onderdeel van het historische ensemble;

•

De herkenbare samenhang tussen hoofdgebouw en parkaanleg wordt door de aangebouwde kruisvormige plategrond als overgangselement naar de open ruimtes benadrukt en stuurt de zichtassen vanaf het hoofdhuis. Het voormalige open zicht vanuit de Amersfoortseweg is heden ten dage niet meer belee�aar;

•

De parkaanleg als amalgaan van structuren en bomen, a�oms�g van de aanpassingen die op het terrein plaats vonden, zoals enkele behouden monumentale lanen met zichtassen uit de vroeg twin�geeuwse parkaanleg én de behouden open ruimtes rondom het centrale ensemble, enkele resterende slingerpaden en haar toegangslaan aan de voorzijde.

Cultuurhistorische waarde Dijnselburg hee� een hoge cultuurhistorische betekenis voor Zeist als herinnering aan haar voormalige gebruik(ers) als uithof van het Biltse Vrouwenklooster, voornaam landhuis én religieus grootseminarie,

maar ook als sport- en recrea�ecomplex. In haar historische gelaagdheid is het terrein exemplarisch voor de transforma�es die landgoederen in voorgaande eeuwen doormaakten. Stedenbouwkundige – en ensemblewaarde Dijnselburg hee� stedenbouwkundige – en ensemblewaarde als essen�eel onderdeel van de serie (voormalige) landgoederen aan de Wegh der Weegen o�ewel de Amersfoortseweg die gerangschikt waren als sor�esvakken. Dijnselburg vormde aan de westzijde een uitzondering doordat zij als één breed vak van twee samengevoegde vakken bestond. Daarnaast is er een hoge ensemblewaarde tussen hoofdgebouw en parkaanleg vanwege de ondersteunende open ruimtes rondom het kruisvormig hoofdgebouw. Deze ruimtes zijn herleidbaar tot haar 18e -eeuwse oorsprong en nog steeds herkenbaar in de ruimtelijke parkstructuur. Architectuurhistorische – en typologische waarde Van hoge architectuurhistorische – en typologische waarde is het rela�ef gaaf bewaard gebleven hoofdgebouw (een gemeentelijk monument) en haar bijgebouwen in neorenaissances�jl naar ontwerp van de Schalkwijkse architect E.G. Wen�ck en de plek die het huis in diens oeuvre inneemt, maar ook de bijzondere kerkelijke architectuurvorm van een La�jns kruis waarin het Phylosophycum met kapel uit 1951 in Del�se School door de Deventerse architecten A. Vosman en J. Startmans is uitgevoerd.

De 70en�ger jaren bungalow is slechts van indifferente waarde en voegt aan het architectuurhistorisch ensemble weinig toe. Landschaps- en tuinhistorische waarde Van tuinhistorische waarde is de hechte samenhang tussen hoofdgebouw en parkaanleg, die bestaat uit relicten uit vijf verschillende fasen: zoals het restant van de oude slingerende verbindingsweg naar de voormalige herberg Huijs ter Heide, de monumentale zichtlanen uit de landschappelijke aanleg én de herkenbare laanstructuur parallel met de Wegh der Weegen die als zichtlaan tussen de buitenplaatsen Zandbergen en Vollenhoven liep, de voormalige moestuin met tuinmuur, enkele resterende slingerpaden, en de zandafgraving als reminiscen�e aan het voormalige landschapsaanleg op die plek. De herkenbare open ruimtes zijn van hoge waarde. Daar waar de ruimtes zijn dichtgegroeid, zoals aan de voorzijde of oostzijde zijn deze posi�ef gewaardeerd. Gebruikshistorische waarde De gebruikshistorische waarde komt tot ui�ng in het religieuze hoofdgebouw; het Phylosophicum met kapel, het landhuis als voornaam woonhuis, de bijgebouwen en de moestuin en bouwlanden als herinnering aan het uithof. De zeven�ger jaren wijzigingen naar sport- en recrea�efunc�es zijn een

weerspiegeling van het toenmalige �jdsbeeld waarbij buitenplaatsen een herbestemming kregen. Echter hee� de inpassing onvoldoende samenhang met de oude parkstructuren waardoor deze verstorend werken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14585652/1