24RV057 - 3c- 3 Notitie natuurwaarden Groot Dijnselburg v2
Tekst van het document
Gemeente Zeist T.a.v. dhr. A. J. Hillema Het Rond 1 3701 HS Zeist
Kenmerk
BE/2020/395/n/2
Onderwerp
Notitie natuurwaarden Groot Dijnselburg
Datum
29 mei 2020
Auteurs
ir. T.W.D. Schrader ing. G. Fairhurst
Aanleiding Vanuit de gebiedsvisie Groot Dijnselburg bestaat er een grote vraag naar de toegevoegde waarde van planologische ontwikkelingen op bestaande en te ontwikkelen natuurwaarden. De ambitie vanuit de gebiedsvisie is het versterken van de ecologische structuur van Zeist als geheel en het realiseren van een zo natuurlijk mogelijk boscomplex. Middels deze notitie wordt een voorzet gegeven op de doelsoorten, ontwikkelingen en locaties waar een kwalitatieve meerwaarde te vinden kan zijn voor natuurontwikkeling en natuurbeleving.
Aanwezig habitat en beperkingen Groot Dijnselburg valt voornamelijk onder het beheertype N16.03 (Droog bos met productie) en op de randen bij de A28 het beheertype N07.01 (Droge heide). Het beheertype Droog bos met productie typeert zich door veelal verschillende aangeplante bosopstanden bestaande uit den, (winter)eik, beuk, Douglas spar, lariks en fijnspar. Dit type gevarieerd bos komt voornamelijk voor op zandige, voedselarme, enigszins zure bodems. Als dit soort type bos verder verouderen kunnen ze een hoge natuurwaarde krijgen. Dit doordat er een gelaagdheid ontstaat van jong, oud, ontwikkelde bosranden en dood hout. Hier komen dan weer meer verschillende soorten op af zoals broedvogels, insecten en zoogdieren. Momenteel bestaat bosgebied Groot Dijnselburg voornamelijk uit een combinatie van een eiken-beuken bos met lokaal een abundantie van grove den en of Douglas spar. Er is dus sprake van een climaxvegetatie met weinig ondergroei en gedeelten zijn aangeplant als productiebos. Het bos kent achterstallig onderhoud en beheer. Groot Dijnselburg heeft voor verschillende soorten een belangrijke functie. Hoofdfuncties zijn onder andere: voortplantingsplaatsen, foerageergebieden, migratieroutes, rustgebieden, dekking- en schuilgebieden.
Echter doordat Groot Dijnselburg omringd is door drukke wegen als de A28, Panweg en Amersfoorteweg is er momenteel een slechte verbinding met om de omliggende (natuur) gebieden binnen het Natuurnetwerk Nederland (figuur 1). Hierdoor zijn er slechts beperkt migratieroutes aanwezig waardoor dispersie van grondgebonden soorten moeilijk is en het Landgoed op zichzelf staand voor sommige soorten een te kleine oppervlakte bevat. Hierdoor is het plangebied onder andere niet optimaal als voortplantingsplaats of territorium voor bijvoorbeeld boommarter. Gezien het huidige habitat, cultuurhistorie en de ligging is een functie met oppervlaktewater en/of waterberging niet wenselijk, en zonder mechanische aanpassingen haalbaar.
Kenmerkende soorten voor de aanwezige habitats waarvan het voorkomen vastgesteld is (NDFF, 2010-2020) binnen de grenzen van Groot Dijnselburg zijn: Soortgroep
Momenteel aanwezige soorten
Zoogdieren
bosmuis bunzing das konijn ree rode eekhoorn gewone dwergvleermuis rosse vleermuis
Vogels
appelvink boomklever bosuil buizerd gaai grote bonte specht havik houtduif koolmees merel pimpelmees roodborst sperwer vink
Amfibieën
-
Reptielen
hazelworm
Insecten
bont zandoogje citroenvlinder dagpauwoog eikenpage gehakkelde aurelia paardenbijter vuurjuffer
Vaatplanten
adelaarsvaren blauwe bosbes brem geel nagelkruid hengel, klimop Lelietje-van-dalen mannetjesvaren schaduwgras betonie bosaardbei grondster stekelbrem
rode lijst:
Figuur 1
Kaart van barrières in de vorm van wegen (rode lijnen) en bebouwing (rode vlakken).
Doelsoorten en potentie Op basis van gegevens van het bekende habitat, verspredingsgegevens in de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF, 2010-2020) en de Verspreidingsatlas is een lijst opgesteld van soorten waarvan de aanwezigheid in de omgeving van Groot Dijnselburg bekend is of mogelijk is. Op basis van de volgende voorwaarden is vervolgens tot de doelsoorten gekomen: • van de soort is de aanwezigheid bekend in de directe omgeving, of migratie richting Groot Dijnselburg is mogelijk; • de soort prefereert een habitat waarvan deze aanwezig is, mogelijk verbeterd of gerealiseerd kan worden, ook al is de haalbaarheid mogelijk niet aanwezig; • gezien oppervlaktewater niet wenselijk/haalbaar is worden amfibieën en vissen niet als doelsoorten benoemd; • de soort is ‘wenselijk’ en geen exoot. De doelsoorten zijn in de volgende categorieën geplaatst: A. de soort is al aanwezig en de instandhouding van de populatie komt aannemelijk niet in het geding indien er (beperkte) aantasting is van het leefgebied; B. de soort is al aanwezig, is habitat-kritisch en binnen ontwikkelingen is het mogelijk maatregelen getroffen worden ten gunste van de soort; C. de soort is al aanwezig, is habitat-kritisch en de instandhouding komt in het geding bij significante aantasting van het leefgebied; D.
de soort is nog niet aanwezig, de komst van de soort is haalbaar en het is realistisch dat er leefgebied voor de soort gerealiseerd kan worden; E. de soort is nog niet aanwezig, de komst van de soort is alleen haalbaar indien er substantiële maatregelen worden getroffen; F. de soort is momenteel niet aanwezig en gezien beperkingen wordt de komst van deze soort niet haalbaar geacht.
Soortgroep
Doelsoorten
Zoogdieren
boommarter bunzing das rode eekhoorn vos gewone dwergvleermuis gewone grootoorvleermuis rosse vleermuis ruige dwergvleermuis watervleermuis
Vogels
Amfibieën
appelvink boomleeuwerik bosuil buizerd goudhaan huismus huiszwaluw kleine bonte specht kruisbek ransuil sperwer zwarte specht -
Momenteel aanwezig ja ja ja ja ja ja
ja ja ja ja ja ja
ja
Categorie E A C A A A D B D E A B B A A B D D D D A F
Momenteel aanwezig
Categorie
ja
B F F
bosmieren boswitje bosparelmoervlinder bruine eikenpage grote vos vliegend hert
ja
A F E E D F
betonie glad biggenkruid hondsviooltje jeneverbes korenbloem kruipbrem
ja
B D E E D D
Soortgroep
Doelsoorten
Reptielen
hazelworm levendbarende hagedis zandhagedis
Vissen
-
Insecten
Vaatplanten rode lijst:
Maatregelen in de openbare ruimte Doelsoort Alle grondgebonden zoogdieren
Locatie Knelpunten migratie
Maatregel Faunapassage(s) aanleggen. In figuur 2 worden de meest kansrijke passages aangegeven. Hoe dikker de pijl, hoe belangrijker de migratie en/of hoe beter de kans van slagen.
Das
Foerageergebied
Verbeteren foerageergebied door aanbrengen van afwisselend landschap met kruidenrijk grasland en houtwallen.
Boombewonende vleermuizen
Bosgebied
Realiseren van nieuwe verblijfplaatsen door ophangen van vleermuiskasten, zowel platte als bolle kasten.
Vleermuizen algemeen
Foerageergebied en vliegroute
Verbeteren foerageergebied door meer gevarieerde ondergroei en openheid te creëren. Het opstellen van een lichtplan voor vleermuizen zal ten gunste komen van alle lichtgevoelige fauna, maar is essentieel voor het behouden en verbeteren van leefgebied voor vleermuizen.
Vogels algemeen
Foerageergebied
Verbeteren foerageergebied door meer gevarieerde ondergroei en openheid te creëren. Aanplanten van variatie aan streekeigen kruiden, struiken en bomen met verschillende bloeitijden, zaden en vruchten.
Reptielen
Open plaatsen
Realiseren van geschikt habitat voor hagedissen. Verruigde stukken gras en heide afgewisseld met struiken en open zandige plaatsen. Versterken van het habitattype Droge heide aan de zuidkant.
Rode lijst betonie, glad biggenkruid, hondsviooltje, jeneverbes, korenbloem en kruipbrem
Zonnige groeiplaatsen creëren
Deze soorten groeien op zonnige open plaatsen. Het creëren van meer open plaatsen waar de zon tot op de bodem reikt en waar sprake is van relatief voedselarme omstandigheden zijn geschikte groeiplaatsen voor deze soorten.
Insecten algemeen
Voortplantingsplaats en foerageergebied
Eerste insteek is de natuurlijke uitbreiding en kolonisatie van bestaande vaatplanten. Indien dit niet haalbaar is door barrières of beperkingen in de aanwezige zaadbank kan gekozen worden om geschikte en streekeigen mengsels van grassen en kruiden in te zaaien. Beheer aanpassen om ervoor te zorgen dat ten alle tijden voldoende
voortplantingsplaatsen en foerageergebied aanwezig is. Begrazing met kleine grazers is hierbij een optie. Vanuit maaibeheer is sinusbeheer een goede maatregel om variatie in tijd en ruimte aan te brengen. Liefhebbers van dood hout
Figuur 2
Voortplantingsplaats en foerageergebied in oud bosgebied
Een variatie aan zoogdieren, vogels, reptielen en insecten hebben verschillende stadia van dood hout nodig. Laat, waar mogelijk, dood hout liggen.
Kaart van verbindingen die gelegd kunnen worden (groene pijlen) met nabijgelegen bosen natuurgebieden. Dikkere pijlen hebben een grotere kans van slagen.
Natuurinclusief bouwen Voor de volgende soorten is het haalbaar om in de nieuwbouw voorzieningen te treffen waarmee nestlocaties en verblijfplaatsen gecreëerd worden: vogels: vleermuizen:
gierzwaluw, huismus, huiszwaluw gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis
Voorbeelden van eenvoudige en haalbare voorzieningen in de bebouwing betreffen: • dakruimte toegankelijk maken voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen; • luchtspouw toegankelijk maken voor vleermuizen; • gevelbetimmering aanbrengen waar vleermuizen verblijfplaatsen achter kunnen vinden; • overstekken (wit) aanbrengen waar huiszwaluwen nestkommetjes kunnen maken; • aanbrengen van kasten in of aan de gevel voor verschillende vogel- en vleermuissoorten. De inrichting van de tuinen en de openbare buitenruimte is minstens net zo belangrijk voor het functioneren van eventuele voortplantingsplaatsen of rustplaatsen als de voorzieningen zelf. Als er te weinig foerageergebied of dekking aanwezig is zullen gerealiseerde voorzieningen niet of in slechts beperkte mate functioneren. Het is nog onduidelijk waar in het traject voorwaarden gesteld kunnen worden aan de inrichting van de uit te geven percelen of dat dit mogelijk direct in het bouwtraject meegenomen kan worden.
Conclusie De belangrijkste meerwaarde die binnen Groot Dijnselburg op de natuurwaarden gecreëerd kan worden ligt in het aanbrengen van variatie in een groot deel van het aangelegde productiebos. Essentiële kansen in de ontwikkeling betreffen: • • • • •
Verbinding leggen tussen Groot Dijnselburg en de omliggende (natuur)gebieden; Meer openheid creëren met kansen voor kruiden, grassen en struiken; Behouden van bestaande natuurwaarden in natuurlijke bossen (rust en donkerte); Achterstallig beheer bijwerken; Natuurinclusief bouwen.
We hopen u met dit schrijven voldoende te hebben geïnformeerd. We verblijven in afwachting van uw reactie. Met vriendelijke groet,
Blom Ecologie B.V., ir. T.W.D. Schrader
Blom Ecologie B.V., ing. G. Fairhurst
BLOM ECOLOGIE B.V. ZANDWEG 46A - 4181 PM WAARDENBURG Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld. Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V.