CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

24RV052 Bijlage 1 Nota Revolverend Fonds verduurzaming sport en cultuur

Raad 8 oktober 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: Revolverend fonds verduurzaming Sport en Cultuur4.878 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Revolverend fonds verduurzaming Sport en Cultuur.

SFI BELEIDSKADER 2024-2027

Control 2024

Revolverend fonds verduurzaming maatschappelijke instellingen

1

Inleiding. Als gemeente hebben we flinke ambities als het gaat om duurzaamheid. In het Uitvoeringsprogramma 2022-2026 zijn onze ambities als volgt verwoord: ‘In Zeist nemen we onze verantwoordelijkheid en werken we aan het aanpakken van de oorzaken en het beperken van de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Zeist energieneutraal, waar mogelijk energieleverend en van het aardgas af. We vergroten de ecologische diversiteit en gaan de teruggang tegen. We versterken groen, zetten in op schonere lucht, schoon water en schone grond. We maken Zeist klimaatbestendig. We werken aan een circulaire economie in Zeist. We zetten in op isoleren, zon-op-dak en het bestrijden van energiearmoede.’ Om deze doelen te bereiken worden onder andere via het Uitvoeringsplan (Uvp )extra impulsen gegeven. Eén van deze impulsen heeft betrekking op het stimuleren van inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven om duurzaamheidsmaatregelen te nemen. Deze nota gaat in op de verduurzaming van sport- en cultuurorganisaties waarvoor we een nieuw financieel instrument hebben ontwikkeld, namelijk een ‘revolverend fonds verduurzaming Sport en Cultuur’. Vanuit de portefeuille SFI (Strategisch Financieel Instrumentarium) is dit onderwerp opgepakt. Deze nota biedt kaders om onze sportclubs en cultuurorganisaties te ondersteunen bij de gewenste verduurzaming.

Revolverend fonds verduurzaming maatschappelijke instellingen

2

Inhoudsopgave Inleiding. ............................................................................................................................................. 2 1.

Aanleiding. .................................................................................................................................. 4

2.

Revolverend fonds ...................................................................................................................... 6

2.1 WERKING REVOLVEREND FONDS . ...................................................................................................... 6 2.2 JURIDISCHE INBEDDING . ................................................................................................................... 7 2.3 VERDUURZAMEN ACCOMMODATIES . ................................................................................................. 7 2.4 OMVANG VAN HET REVOLVERENDE FONDS ......................................................................................... 7 2.5 RISICO’S .......................................................................................................................................... 9 3.

Kaders........................................................................................................................................ 10

3.1 EISEN EN UITGANGSPUNTEN VERTREKKEN LENING . ............................................................................ 10 3.2 BEOORDELING MAATSCHAPPELIJKE INSTELLING . ............................................................................... 11 3.3 PRAKTISCHE ZAKEN ........................................................................................................................ 12 3.4 VERANTWOORDING . ...................................................................................................................... 12 3.5 EVALUATIE . ................................................................................................................................... 13

Revolverend fonds verduurzaming maatschappelijke instellingen

3

1. Aanleiding. Sporten, bewegen en cultuur zijn belangrijke speerpunten van onze gemeente. We willen sport en cultuur stimuleren daar waar dit mogelijk is, omdat we overtuigd zijn van de positieve effecten op het welzijn en plezier van onze inwoners. De laatste tijd zien we dat veel sportverenigingen en cultuurinstellingen met eigen vastgoed het financieel lastig hebben. De fors gestegen energielasten en hogere inkoopkosten vormen voor hen een groot punt van zorg. Ze zijn genoodzaakt kosten te besparen of extra inkomsten te genereren om het hoofd boven water te houden. Structureel extra inkomsten genereren is vaak moeilijk zonder daarbij de contributie te verhogen. Eén van de andere opties is het kostenniveau van de vereniging of instelling te verlagen door bijvoorbeeld het verduurzamen van hun accommodatie of hun gebouw. Door bijvoorbeeld het nemen van zonnepanelen, het isoleren van muren of de installatie van een warmtepomp kan het energieverbruik teruggebracht worden. Het lagere energieverbruik leidt tot lagere kosten waardoor er sprake is van een financiële verbetering van de financiële exploitatie. Toch is het daadwerkelijk verduurzamen in praktijk geen eenvoudige opgave, omdat de businesscase om tot een sluitende investeringsbegroting te komen, moeilijk te realiseren is. Veelal zullen sport- en cultuurinstellingen moeten lenen voor dergelijke grote investeringen.

Ze komen niet in aanmerking voor de duurzaamheidsleningen waar particulieren wel gebruik van kunnen maken. We zien dat de laatste tijd de financieringskosten sterk zijn toegenomen. De rente voor het aangaan van leningen is sinds 2020 fors gestegen (zie onderstaande grafiek). De hogere rentelasten zorgen ervoor dat het langer duurt dat de investeringen ‘terugverdiend’ zijn, waardoor het financieel minder aantrekkelijk is om te verduurzamen.

Bron: Stichting Waarborgfonds Sport

Stichting Waarborgfonds Sport herkent dit probleem en schrijft het volgende op hun website: Financieringskosten fors gestegen Als bij sportverenigingen wordt gesproken over ‘grote financiële uitdagingen’ wordt vaak gerefereerd aan de stijging van de inkoopkosten, energielasten en kosten van personeel. Aan dit rijtje kunnen volgens Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) ook de gestegen financieringskosten worden toegevoegd. SWS maakt zich voor sportverenigingen met name zorgen over de verslechterde financieringsvoorwaarden. Rente stijgt drastisch De rente is sinds het begin van 2022 aanzienlijk gestegen, hetgeen mede is veroorzaakt door renteverhogingen die door de centrale banken zijn doorgevoerd met als doel de inflatie in te perken. Dit heeft ook geleid tot hogere rentetarieven op leningen voor sportorganisaties. Volgens SWS is de rente waartegen sportorganisaties met een borgstelling van SWS en gemeentegarantie kunnen lenen, in de afgelopen twee jaar gemiddeld met ongeveer 4% gestegen. Rente struikelblok bij investeringen Terwijl overheden, NOC*NSF en sportbonden sportclubs aanmoedigen te investeren, ziet SWS de stijgende financieringsrente als een struikelblok voor clubs om tot een goede businesscase te komen. Plannen moeten hierdoor worden versoberd, uitgesteld of blijken niet langer financieel haalbaar voor de betreffende club.

Dat levert een potentieel gevaar op waar het gaat om het in stand houden van de kwalitatief hoogwaardige sportinfrastructuur die wij in Nederland kennen. Revolverend fonds als oplossing Een oplossing om tot goede financieringsvoorwaarden en lage rentes te komen is volgens SWS het creëren van een revolverend fonds. Als partners voor kapitaal met een lage rente kunnen zorgen is er de mogelijkheid om sportclubs ook tegen lage rentes te laten lenen. Revolverend fonds instellingen 4 Bij een dergelijk fondsverduurzaming kunnen de geldenmaatschappelijke die, door terugbetaling van de sportclubs, terugvloeien in het fonds opnieuw worden uitgezet. Dat zorgt ervoor dat met dezelfde euro meer kan worden gedaan en het fonds een structureel karakter krijgt.

Ook binnen onze gemeente herkennen we dit. Zo heeft voetbalvereniging Saestum in 2022 een investeringsplan opgesteld voor de vernieuwbouw en verduurzaming van hun clubgebouw. Als gemeente stonden wij (net als SWS) garant voor de lening die Saestum zou aangaan. Door de gestegen bouwkosten en eveneens gestegen rente bleek het oorspronkelijke plan niet langer realiseerbaar. Dit heeft geleid tot aanpassing van het investeringsplan waarbij het oorspronkelijk te investeren bedrag van € 1,2 mln. is toegenomen tot € 1,7 mln. Naast de garantstelling heeft de gemeente een renteloze lening verstrekt om de verduurzaming verder vorm te geven waardoor de energielasten teruggebracht worden en ook met de extra exploitatielasten, als gevolg van de investering, een sluitende begroting mogelijk blijft. "Zonder de hulp van de gemeente zou Saestum niet in staat zijn geweest te investeren in verduurzaming. De gestegen reguliere bouw- en rentekosten maakten een sluitende business-case voor een vernieuwd clubhuis al uitdagend genoeg, laat staan dat er ruimte was voor extra investeringen voor verduurzaming. Immers, deze extra investeringen komen bovenop de investeringen die al nodig zijn voor de “reguliere” bouwkosten. Deze ruimte is er simpelweg niet, wanneer Saestum dit helemaal zelf moet oplossen. Anderzijds bleek verduurzaming een must.

Ook Saestum werd (en wordt) geconfronteerd met een forse stijging van de energiekosten. Zelfs in die mate dat de toekomst van Saestum in gevaar is. De energiekosten in het 40-jaar oude, zeer energie onvriendelijk pand, zijn zo hoog dat dit de vereniging bij de huidige energieprijzen structureel verlieslatend maakt. Tenzij de contributie zo stijgt dat voetballen bij Saestum voor veel leden financieel onbereikbaar zal worden, tot het punt dat er helemaal geen leden meer zijn. Met ander woorden: niets doen is ook geen optie. Door het ter beschikking stellen van het revolverende fonds tegen 0% rente door de gemeente is Saestum wél in staat deze duurzame investering te doen. En kan er een nieuw - duurzaam en energievriendelijk - clubhuis gebouwd worden, dat bovendien leidt tot lagere exploitatiekosten. Door te investeren in zonnepanelen, warmtepomp en een batterij zal Saestum grotendeels zelfvoorzienend zijn en minder afhankelijk van de energieprijzen. Hierdoor kan niet alleen een bijdrage geleverd worden aan de verduurzamingsdoelstelllingen, maar is ook de bestaanszekerheid van de vereniging gewaarborgd, waardoor de inwoners van Zeist -West en -Noord kunnen blijven voetballen”. Henk Lesschen: penningmeester SV Saestum

De wens om sportverenigingen en cultuurinstellingen te verduurzamen heeft de gemeenteraad ook onderkend. Bij motie1 is het college gevraagd met een voorstel te komen waarbij het financiële instrument ‘revolverend fonds’ als middel kan fungeren om de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed te stimuleren. In deze nota wordt het revolverend fonds ‘verduurzaming sport- en cultuur’ nader uitgewerkt.

1

Motie Revolverend fonds, aangenomen in de gemeenteraadsvergadering van 29 juni 2023, bij behandeling van het raadsvoorstel Aardgasvrij maken gemeentelijk vastgoed fase 3 (23RV035).

Revolverend fonds verduurzaming maatschappelijke instellingen

5

2. Revolverend fonds Net als subsidies zijn revolverende middelen financiële instrumenten die overheden inzetten om andere partijen te stimuleren bepaalde activiteiten uit te voeren die het publieke belang dienen. Bij revolverende middelen is de gedachte dat de verstrekte middelen (meestal in de vorm van een lening) weer terugvloeien naar de verstrekker om daarna opnieuw ingezet (te kunnen) worden.

2.1 WERKING REVOLVEREND FONDS . Voordat we ingaan op het revolverende fonds verduurzamen sport en cultuur staan we als eerste stil bij wat een revolverend fonds nu eigenlijk is en hoe werkt het? Een revolverend fonds is een financiële constructie (financieel instrument) waarbij een vereniging of stichting geld kan lenen tegen zeer gunstige voorwaarden om in dit geval hun (maatschappelijk) vastgoed te verduurzamen waardoor zij minder of geen energielasten meer betalen. In de exploitatie van de vereniging of stichting nemen de kosten voor energie af hetgeen een financieel voordeel oplevert. Dit financiële voordeel wordt gebruikt om het geleende bedrag in termijnen af te lossen. Het afgeloste bedrag komt bij de gemeente weer beschikbaar voor nieuwe aanvragen van andere verenigingen en/of stichtingen. Het idee van een revolverend fonds is dat de financiële middelen niet eenmalig aan ‘projecten’ worden besteed, maar dat het geld meerdere keren (revolverend) kan worden ingezet. Dat vereist echter dat alleen projecten die een positieve businesscase hebben en dus op de lange termijn levensvatbaar zijn, in aanmerking komen voor financiering uit het revolverend fonds en dat de verenigingen en stichtingen financieel gezond moeten zijn om de lening terug te kunnen betalen.

Zodra de sportvereniging of cultuurinstelling de lening volledig heeft afgelost ontstaat er een blijvend voordeel voor hun exploitatie doordat de energielasten structureel lager zijn en er niets meer hoeft te worden afgelost. Dit heeft een positief effect op de exploitatie en dus op de financiële ‘gezondheid’ van de organisatie.

Door het instellen van een revolverend fonds stimuleert de gemeente Zeist sport en cultuur (verenigingen en stichtingen) bij het realiseren van energiebesparende maatregelen.

Revolverend fonds verduurzaming maatschappelijke instellingen

6

2.2 JURIDISCHE INBEDDING . Er bestaat geen specifieke wet- of regelgeving die beschrijft hoe revolverende fondsen juridisch vorm moeten worden gegeven en wat hiervan de consequenties zijn. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) titel 4.2 Subsidies is van toepassing. In artikel 4.21 lid 1 is het volgende opgenomen: ‘onder subsidie wordt verstaan: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten’. Dit heeft de volgende gevolgen: • Het fonds is gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur; • De Wet Open Overheid (WOO) is van toepassing op het fonds; • De Wet Normering Topinkomens (WNT) is van toepassing op het fonds; • Rechtsbescherming bij de bestuursrechter staat open.

2.3 VERDUURZAMEN ACCOMMODATIES . Om in aanmerking te komen voor een renteloze lening uit het revolverende fonds dient de vereniging of stichting investeringen te plegen met het doel de accommodatie te verduurzamen. De investeringen moeten direct gericht zijn op het terugdringen van het energieverbruik en/of het opwekken van duurzame energie. Het gaat hier om investeringen die een substantiële bijdrage leveren aan het verduurzamen van de accommodaties. Voorbeelden die voor ondersteuning in aanmerking komen zijn: • Plaatsen van zonnepanelen; • Isoleren muren en vloeren; • Warmtepomp plaatsen; • Energieopslag van warmte of elektriciteit; • Zonneboilers (warmte) of PVT panelen; • Energiezuinige pompen/motoren. Voor alle mogelijkheden wordt verwezen naar de lijst die het ministerie hanteert voor de BOSA subsidie (https://www.dus-i.nl/subsidies/stimulering-bouw-en-onderhoudsportaccommodaties/documenten/publicaties/2022/12/19/bijlage-aanvullende-subsidie-bosa-2023). NB. het betreft dan alleen de maatregelen energiebesparingen

Aangetoond moet worden wat de verwachte energiebesparingen zijn. Sportverenigingen kunnen hierbij gebruik maken één van de zes energiecoaches die partner zijn van SportNLGroen. De energiecoach maakt een scan van de sportclub en laat zien op welke manieren de club kan worden verduurzaamd. Vervolgens kan de energiecoach assisteren bij het implementeren van de voorgestelde verduurzamings-maatregelen om de sportclub daadwerkelijk te verduurzamen.

2.4 OMVANG VAN HET REVOLVERENDE FONDS Het fonds heeft een bepaalde omvang in geld nodig waaruit leningen kunnen worden verstrekt. Met een bedrag van € 1,5 mln. zijn we in staat het revolverende karakter vorm te geven. Daarbij hanteren we als voorwaarde dat iedere lening maximaal € 250.000 bedraagt. Hierdoor kunnen we in eerste instantie minimaal 6 leningen verstrekken. Dit aantal zal waarschijnlijk hoger liggen omdat we verwachten dat niet iedere aanvraag uit het fonds om het maximale bedrag zal gaan. Door de fors gestegen rente van de afgelopen tijd is het steeds minder rendabel om geld te lenen voor verduurzaming van de accommodatie. Om de verduurzaming te stimuleren gaan we renteloze leningen verstrekken. Dat wil zeggen dat het rentetarief voor de maatschappelijke instellingen nul procent zal bedragen. Hierdoor stimuleren we het nemen van energiebesparende maatregelen.

Revolverend fonds verduurzaming maatschappelijke instellingen

7

Na het verkrijgen van de lening wordt er door de vereniging of stichting jaarlijks afgelost. De aflossing start in het jaar na investering. De ontvangen aflossingen voegen we toe aan het revolverend fonds waardoor er weer nieuwe leningen verstrekt kunnen worden. Hierdoor neemt het aantal mogelijk te verstrekken leningen toe. Hieronder is een fictief cijfermatig voorbeeld opgesteld om inzicht te geven in de werking van het revolverende fonds. jaar

bedrag lening

looptijd in jaren

jaarlijkse aflossing T

T

T+1

T+2

T+3

T+4

T+5

T+6

250.000

20

12.500

12.500

12.500

12.500

12.500

12.500

200.000

10

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

150.000

15

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

T+1

250.000

20

12.500

12.500

12.500

12.500

12.500

T+2

150.000

15

10.000

10.000

10.000

10.000

T+3

250.000

20

12.500

12.500

12.500

250.000

20

12.500

12.500

12.500

T+4 T+5

100.000

10

10.000

Enz. totaal

1.600.000

-

42.500

55.000

65.000

90.000

90.000

100.000

Tabel 1 fictief voorbeeld werking fonds

Toelichting: In dit voorbeeld worden in jaar T drie leningen verstrekt voor in totaal € 600.000 (€250.000 + €200.000 + €150.000). In het jaar van verstrekking wordt nog niets afgelost. De aflossing start in het jaar T+1. De aflossing is bepaald door het geleende bedrag te delen door de levensduur van de (duurzaamheids)investering. In jaar T+1 wordt er in totaal € 42.500 afgelost. In datzelfde jaar wordt een nieuwe lening verstrekt van € 250.000 waarvan de eerste aflossing in jaar T+2 plaatsvindt. Het saldo van de totale aflossingen in jaar T+2 wordt daarmee € 55.000. Enzovoort. Als we naar de ontwikkeling van het saldo van het revolverend fonds kijken ontstaat het volgende beeld. Het saldo aan het eind van een boekjaar van het revolverende fonds wordt bepaald door de beginstand van het fonds minus de verstrekte leningen in dat jaar vermeerderd met de in dat jaar ontvangen aflossingen. Door de aflossingen kunnen per saldo meer leningen worden verstrekt dan het initiële startbedrag van € 1,5 mln. In dit voorbeeld wordt voor € 1,6 mln. aan leningen verstrekt terwijl er nog een saldo resteert van € 342.500 waarvoor nog nieuwe aanvragen kunnen worden behandeld. In de tabel 2 is het verloop van het revolverende fonds (gebaseerd op het fictieve voorbeeld van tabel 1) weergegeven. Jaar

begin saldo rev.fonds

verstrekte leningen

jaar T

1.500.000

600.000

aflossingen -

900.000

Jaar T+1

900.000

250.000

42.500

692.500

Jaar T+2

692.500

150.000

55.000

597.500

Jaar T+3

597.500

500.000

65.000

162.500

Jaar T+4

162.500

90.000

252.500

Jaar T+5

252.500

90.000

242.500

Jaar T+6

242.500

100.000

342.500

100.000 -

eindsaldo rev.fonds

enz. totaal

1.600.000

Tabel 2 fictieve ontwikkeling saldo revolverend fonds.

Revolverend fonds verduurzaming maatschappelijke instellingen

8

2.5 RISICO’S Het verstrekken van financiële middelen uit het Revolverend Fonds aan projecten (investeringen) die normaliter geen of onvoldoende financiering kunnen aantrekken uit de markt is in beginsel risicovol. Het belangrijkste risico voor de gemeente is het niet terugkrijgen van de verstrekte lening. Verenigingen en stichtingen zijn over het algemeen financieel minder robuust en hebben weinig tot geen reserves. Ook is de exploitatie volatiel vanwege de afhankelijkheid van onder andere sponsoren. Waarom dan toch geldleningen verstrekken? We zien dat het voor verenigingen en stichtingen bijna niet mogelijk is om te verduurzamen. Veelal hebben ze te weinig eigen middelen om dergelijke investeringen te betalen terwijl de energielasten hoog zijn. Geld lenen is een dure optie en maakt dat de terugverdientijd van de energiebesparende maatregelen veel langer op zich laat wachten waardoor er van de investering afgezien wordt. Om invulling te geven aan de motie van de raad en om de verduurzaming te stimuleren ontkomen we niet aan het nemen van extra risico’s. Deze risico’s gaan we zo goed mogelijk beheersen door allerlei maatregelen te treffen die het risicoprofiel verlagen. Daar waar dit niet mogelijk is zullen we de restant risico’s toevoegen aan ons risicoprofiel en brengen we eventuele financiële gevolgen ten laste van ons weerstandsvermogen.

Het effect op de weerstandsratio zal beperkt zijn. Beheersmaatregelen Om de risico’s beheersbaar te houden treffen we onder andere de volgende maatregelen (in paragraaf 3.2 zijn deze nader uitgewerkt). • Een aanvraag voor een lening moet voorzien worden van een businesscase waaruit blijkt dat de verduurzamingsmaatregelen financieel renderen (de besparingen op gas en elektra zijn hoger dan de kosten voor aflossing, onderhoud etc.). • Vooraf vindt er een financiële beoordeling (inclusief risico analyse) van de vereniging of stichting plaats, waarbij inzicht wordt verkregen of de investering financieel gedragen kan worden. In het kader van risico afweging maken we onderscheid in de diepgang van de financiële toets. Soort vereniging, instelling Sport Sport Kunst/cultuur

• • • •

Geldlening € 25.000 - € 50.000 € 50.000 - € 250.000 € 25.000 - € 250.000

Financiële scan Lichte toets Uitgebreide toets Uitgebreide toets

Uitgevoerd door SWS SWS Gemeente

SWS beoordeeld de financiële haalbaarheid van de businesscases bij sportverenigingen. Voorwaarde is dat de vereniging is aangesloten bij NOC*NSF. SWS maakt gebruik van kengetallen en hun jarenlange ervaring waardoor zij vrij snel een scherp beeld hebben van de haalbaarheid van de aanvraag. Hier zijn kosten aan verbonden: - lichte toets kost circa € 600 per verzoek - uitgebreide toets kost circa € 3.000 per verzoek. Voor kunst en cultuurinstellingen is er geen organisatie die een dergelijke toets kan doen waardoor we dit intern beleggen. We stellen strakke kaders aan het verstrekken van een lening (zie hoofdstuk 3). Daar waar mogelijk gaan we over tot het stellen van extra zekerheidsstelling (bijv. pandrecht). Voor de leningen aan sportclubs kan Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) garant staan. Hiervoor moet de sportclub een aanvraag doen bij SWS. Minimaal één keer per jaar monitoren we de verenigingen of stichtingen met als doel het risicoprofiel te actualiseren en de financiële positie (exploitatie) te beoordelen.

Revolverend fonds verduurzaming maatschappelijke instellingen

9

3. Kaders. 3.1 EISEN EN UITGANGSPUNTEN VERTREKKEN LENING . Aan het verstrekken van leningen uit het revolverend fonds stellen we een aantal eisen. Deze eisen hebben als doel helderheid te creëren in waar een maatschappelijke instelling aan moet voldoen om voor de regeling in aanmerking te komen. Daarnaast hebben de regels tot doel ons risicoprofiel tot een minimum te beperken. We hanteren de volgende eisen en uitgangspunten. 1. Alleen Zeister sportclubs en instellingen zonder winstoogmerk uit de kunst- en cultuur sector (beperkt tot stichtingen en verenigingen) met rechtspersoonlijkheid en met maatschappelijke impact voor de Zeister samenleving komen in aanmerking voor een lening. 2. Voordat een beroep kan worden gedaan op het revolverend fonds moeten eerst andere subsidiebronnen (Europees, landelijk, provinciaal, ed.) benut worden. Bij de aanvraag moet dit aangetoond worden (door toekenningen cq afwijzingen van andere aanvragen) 3. Bij het aanvragen van een lening wordt een risicoanalyse opgesteld. Als de uitkomst van deze analyse is dat het risicoprofiel voor de gemeente te hoog is kan dit een reden zijn om de lening niet te verstrekken. 4. De algemene ledenvergadering heeft ingestemd met de verduurzamingsinvestering en het aangaan van de lening. Waarbij nooit meer geleend kan worden dan wat er nodig is aan investering. 5.

De eigenaar van het vastgoed voorziet in de aanvraag (huurders kunnen geen aanvraag doen, zij kunnen wel stimuleren dat er een aanvraag door de eigenaar ingediend wordt). 6. De sport- of cultuurorganisatie voert het plan maximaal binnen 2 jaar uit vanaf het besluitmoment van de gemeente. 7. Per sport- of cultuurorganisatie kan slechts 1 lening uit het revolverende fonds worden verstrekt. Deze kan wel uit meerdere delen bestaan (verschillende verduurzamingsmaatregelen) en daardoor uit meerdere betaalmomenten bij ons als gemeente. 8. Als een organisatie uit meerdere entiteiten bestaat hanteren het uitgangspunt dat beheerorganisaties en uitvoeringsorganisaties als één organisatie wordt gezien. 9. Reeds gedane investeringen kunnen niet meer onder deze regeling gebracht worden. 10. Een aanvraag voor een lening uit het revolverende fonds bestaat uit: • Een bespaar- en opwekplan. In dit plan wordt uiteengezet welke duurzaamheidsambities de sport- of cultuurorganisatie heeft. Hierin staat de verduurzamingsroute en een gedetailleerd plan van aanpak. • Een businesscase. De businesscase bestaat uit een investeringsoverzicht (inclusief de levensduur van de investeringen), een dekkingsplan, financiering, subsidie(s), vergunningen en risico’s. • Voor sportorganisaties is een advies nodig van één van de zes energiecoaches die partner zijn van SportNLGroen.

Zij toetsen de inhoudelijke verduurzaming als ook het businessplan. In dit advies staat een oordeel over de verduurzamingsmaatregelen, de uitvoerbaarheid en de financiële gevolgen. Daarnaast moet de toekenning van een borgstellingverklaring van SWS2 worden aangeleverd. • Cultuurinstellingen leveren het bespaar- en opwekplan inclusief de businesscase bij de gemeente aan waar de inhoud beoordeeld wordt. 2

Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) is een onafhankelijke stichting met als belangrijkste doel het stimuleren van bezit van kwalitatief goede accommodaties door sportorganisaties. SWS doet dit door borgstellingen te verstrekken aan banken en gemeenten.

Revolverend fonds verduurzaming maatschappelijke instellingen

10

11. Alleen materiaalkosten, arbeid en installatiekosten van de investering komen in aanmerking. Alle kosten moeten middels facturen overlegd worden als verantwoording (eigen arbeid van leden ed. worden niet vergoed). 12. De gemeente verstrekt leningen uit het revolverende fonds tot een maximum € 250.000 per sport of cultuurinstelling of zoveel minder als voor de investering nodig is. Als minimum bedrag wordt € 25.000 gehanteerd (vanwege de administratieve lasten). 13. De gemeente hanteert een rentepercentage van 0% voor het uit te lenen bedrag. 14. Jaarlijks moet door de sport- of cultuurinstelling conform de looptijd, een deel van de lening afgelost. Hierdoor wordt het revolverende karakter van het fonds in tact gehouden. 15. De hoogte van de jaarlijkse aflossing wordt bepaald met behulp van de componentenmethode. Daarbij wordt per deel investering het geïnvesteerde bedrag gedeeld door de geldende afschrijvingstermijn van deze investering. De som van alle afschrijvingslasten samen bepalen de hoogte van de jaarlijkse aflossing. De afschrijvingstermijn per duurzaamheidsinvestering verschillen, waarbij we een maximale afschrijvingstermijn van 20 jaren hanteren. Dit betekent dus dat de lening in maximaal 20 jaar volledig wordt afgelost. Voor de componentenmethode hanteren we de volgende afschrijvingstermijnen: a. Zonnepanelen: 10 jaar b. Isoleren muren en vloeren: 20 jaar c.

Plaatsen van een warmtepomp: 15 jaar d. Energieopslag van warmte of elektriciteit: 10 jaar e. Zonneboilers (warmte) of PVT panelen: 15 jaar f. Energiezuinige pompen/motoren: 10 jaar Voor investeringen die in de lijst van de BOSA subsidie staan maar hierboven nog niet genoemd worden, zal op een later tijdstip de afschrijvingstermijn bepaald worden. 16. De lening uit het revolverende fonds geldt voor zowel ‘losse’ investeringen alsmede voor de ver(nieuw)bouw van de accommodatie. 17. De aflossing start in het jaar na verstrekking van de lening. 18. Om de administratieve lasten te beperken worden de aflossingen één keer per jaar, zijnde de maand november, aan de gemeente betaald. 19. Jaarlijks kan extra afgelost worden op de lening. Hiervoor worden geen boetes of kosten in rekening gebracht. Om de administratieve lasten te beperken wordt deze mogelijkheid beperkt tot één keer per jaar. De maatschappelijk instelling zal daarvoor het initiatief nemen. 20. De gemeente vestigt ter zekerheidsstelling het pandrecht op de duurzaamheidsinvesteringen voor zover het roerende zaken betreft. Daar waar het gaat om onroerende zaken wordt onderzocht of het vestigen van het hypotheekrecht mogelijk is. Indien de maatschappelijke instelling niet meer aan haar financiële verplichtingen kan voldoen of wordt geliquideerd heeft de gemeente voorrang ten opzichte van andere schuldeisers.

Zij kan de investeringen eventueel verkopen of in gebruik geven bij andere instellingen. 21. We hanteren een hardheidsclausule. Dit is een clausule op grond waarvan een bepaling uit deze kaders geheel of gedeeltelijk buiten toepassing kan worden gelaten als de toepassing ervan zou leiden tot uitzonderlijk onbillijke of onredelijke gevolgen.

3.2 BEOORDELING MAATSCHAPPELIJKE INSTELLING . Het verstrekken van leningen aan een maatschappelijke organisaties (stichting of vereniging) is in beginsel erg risicovol. Met name als het gaat om de financiële positie en de continuïteit zijn de risico’s het grootst. Vaak hebben deze instellingen beperkte inkomstbronnen en zijn ze afhankelijk van subsidies en sponsoring.

Revolverend fonds verduurzaming maatschappelijke instellingen

11

Om de risico’s zoveel als mogelijk tot een minimum te beperken gaan we bij iedere aanvraag een gedegen risicoanalyse uitvoeren. Pas na de beoordeling van het risicoprofiel wordt de aanvraag verder in behandeling genomen. Ook na het verstrekken van de lening gaan we de maatschappelijke instelling financieel volgen. Jaarlijks zal informatie opgevraagd en beoordeeld worden. Mocht hieruit blijken dat het risicoprofiel zich negatief ontwikkeld zal met het bestuur gesproken worden om aanvullende maatregelen te treffen om het risicoprofiel te verbeteren. Dit alles moet de kans op het mogelijk niet terugbetalen van de lening verkleinen. Bij de risicoanalyse beoordelen we harde maar ook zachte criteria. We kijken bij de harde criteria naar onder andere: • De ontwikkeling van het aantal leden (voor zover van toepassing) en het historisch verloop hiervan. • De financiële positie. Financieel wordt gekeken naar de onderstaande gegeven van de meest recente boekjaren (standaard is 3 jaren): o Balans o Liquiditeit: geeft inzicht in hoe snel schulden met een korte looptijd voldaan kunnen worden. o Solvabiliteit: geeft de mate van afhankelijkheid van extern geld aan. o Jaarrekeningen van de afgelopen 3 jaar en een vastgestelde meerjarenbegroting met een scope van minimaal 3 begrotingsjaren. Hierin zijn de uitgaven en de inkomsten opgenomen.

o Investeringsplanning voor de komende jaren o De mate van afhankelijkheid van grote inkomstenbronnen. We kijken naar de looptijd van bijvoorbeeld grotere sponsorcontracten, verhuurcontracten, enz. Bij de zachtere criteria wordt onder andere gekeken naar de governance (zijn alle bestuursfuncties bezet), bestendigheid bestuur, extern publiek beeld (veel/weinig negatieve berichtgeving, enz.). Borgstelling SWS sportclubs. SWS heeft aangegeven dat zij borg gaat staan voor de lening die gemeente aan sportclubs verstrekt. Hiervoor moet de club een aanvraag indienen bij SWS die deze vervolgens beoordeeld. Daarbij kijkt SWS naar veel van de bovenstaande punten en wegen zij het risico. Indien het risico dreigt dat een sportclub niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen zal SWS de vereniging of stichting helpen om maatregelen te treffen die de financiële positie doen verbeteren. Mocht de club uiteindelijk toch failliet gaan dan zal SWS de financiële verplichtingen van de vereniging of stichting aan gemeente overnemen tot het bedrag van de borgstelling. Aan het aanvragen van een borgstelling zijn kosten verbonden. Via een aparte subsidieregeling zullen we de kosten die de aanvrager maakt vergoeden.

3.3 PRAKTISCHE ZAKEN Op de website van de gemeente zal een aanvraagformulier geplaatst worden om een beroep te doen op het revolverende fonds. Het formulier maakt inzichtelijk welke informatie de verenigingen/organisaties moeten aanleveren en invullen. Zodra het gehele formulier is ingevuld en de benodigde informatie verkregen is kan de aanvraag in behandeling worden genomen.

3.4 VERANTWOORDING. Door vaststelling van deze nota krijgt het college de ruimte om binnen deze kaders leningen uit het revolverend fonds te verstrekken.

Revolverend fonds verduurzaming maatschappelijke instellingen

12

Het college zal de raad actief informeren als ze afwijkt van de kaders door middel van een verantwoording in de planning- en controlcyclus of een aparte raadsinformatiebrief. Het moet dan gaan om relatief kleine afwijkingen met een gering effect. Als sprake is van afwijkingen die fundamenteel van aard zijn zal het college de raad expliciet een raadsvoorstel ter besluitvorming voorleggen. Gedacht kan worden aan afwijken van het bedrag bij een zeer hoog risicoprofiel of afwijken van andere kaders Jaarlijks wordt in de planning- en controlcyclus verantwoording afgelegd over het aantal verstrekte leningen, de ontvangen aflossingen en het eindsaldo van het revolverende fonds ultimo het boekjaar.

3.5 EVALUATIE. Dit revolverende fonds is voor onze gemeente een nieuw financieel instrument. Het is daarom belangrijk de werking ervan tussentijds goed te evalueren. We stellen daarom voor om in de auditcommissie van volgend najaar (Q4 2025) tussentijds te evalueren. We willen samen met de raadsleden het gesprek voeren over de volgende zaken: • Doelstellingen van het fonds. Bereiken we het doel dat we met dit revolverend fonds voor ogen hebben. • Het risicoprofiel van de gemeente. Zijn de aannames die we in deze nota maken in de praktijk juist en werken de beheersmaatregelen. • De werking van het revolverende fonds. Werkt het in de praktijk zoals we verwachten of zijn aanpassingen/aanscherpingen gewenst. • Wordt voldoende invulling gegeven aan de controlerende rol van de raad. Informeert het college tijdig en op de afgesproken wijze.

Revolverend fonds verduurzaming maatschappelijke instellingen

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14395782/1