24RV045 BP HtH toelichting Bijlage 1.8 Natuurtoets
Tekst van het document
natuurtoets Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’ Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving
mRO
concept
Barchman Wuytierslaan 10 3818 LH Amersfoort T 0384236464 E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’ Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving
20-336
6 november 2020
concept
S.A.M. (Bas) Peeters & M. (Mark) Hoksberg
D. (David) Sietses
mRO
© Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. S.A.M. Peeters & M. Hoksberg (2020). Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’. Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving. Rapport 20-336. Ecogroen bv Zwolle.
Inhoud Samenvatting
1
1.
Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Huidige situatie en voorgenomen plan
4 4 4
2.
Kader en methode 2.1 Wettelijk kader 2.2 Onderzoeksmethode
6 6 7
3.
Gebiedsbescherming 3.1 Natura 2000 3.2 Natuurnetwerk Nederland
10 10 10
4.
Soortbescherming 4.1 Flora 4.2 Zoogdieren 4.3 Broedvogels 4.4 Reptielen 4.5 Amfibieën 4.6 Insecten 4.7 Overige soortgroepen
12 12 13 17 18 20 20 21
5.
Houtopstanden
22
6.
Geraadpleegde bronnen
23
Samenvatting Inleiding De gemeente Zeist wil woningbouw uitvoeren ten westen van Huis ter Heide. Het project heet ‘Huis ter Heide West’. In totaal worden waarschijnlijk 80 woningen gebouwd in het plangebied noordelijk van de A28 en westelijk van Huis ter Heide. Dit plan gaat mogelijk gepaard met negatieve effecten op beschermde natuurwaarden. Wet- en regelgeving voor bescherming van natuur verplichten vooraf te toetsen of uitvoering van het plan conflicteert met vigerend natuurbeschermingsrecht. In het voorliggende onderzoek heeft Ecogroen in opdracht van mRO beoordeeld of het plan conflicterend is met de wettelijke bescherming van natuurwaarden.
Gebiedsbescherming • Ten noordwesten van het plangebied bevindt zich op 10 kilometer afstand Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen (Vogel- en Habitatrichtlijngebied). Vanwege deze afstand en tussenliggende infrastructuur en bebouwing is direct negatief effect door het initiatief op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen en andere Natura 2000-gebieden op voorhand met zekerheid uitgesloten. Een mogelijk effect als gevolg van een toename van stikstofdepositie is echter niet op voorhand uit te sluiten. • Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt op 225 meter afstand van het plangebied. Omdat het plangebied ligt ingeklemd tussen drukke verkeerswegen en stedelijke omgeving zijn geen negatieve effecten te verwachten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN-gebied Utrechtse heuvelrug. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.
Soortbescherming • Net buiten aan de zuidgrens van het plangebied is de invasieve plantensoort reuzenberenklauw aangetroffen. • In het plangebied zijn bomen met potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen. Deze bomen blijven behouden en de functionaliteit van verblijfplaatsen is niet in het geding. In het gebied zijn mogelijk vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen aanwezig. Ten gevolge van het plan verdwijnen geen onmisbare foerageergebieden en vliegroutes. Verblijfplaatsen, foerageergebieden of vliegroutes kunnen tijdens de realisatie- en de gebruiksfase wel worden verstoord door kunstmatige lichtbronnen. • In het plangebied zijn sporen van boommarter of steenmarter aangetroffen. Door uitvoering van het voorgenomen plan worden echter geen verblijfplaatsen of foerageergebied van boommarter of steenmarter geschaad. Vervolgstappen ten aanzien van boom- en steenmarter zijn niet aan de orde. • In het plangebied zijn nationaal beschermde zoogdieren met provinciale vrijstelling (huisspitsmuis, rosse woelmuis) aangetroffen en te verwachten.
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
01
• In het plangebied en binnen de invloedsfeer van het plan zijn geen nesten van vogels met jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Vervolgstappen ten aanzien van jaarrond beschermde zijn nesten niet aan de orde. • Het plangebied is geschikt broedbiotoop voor bos-, struweel- en tuinvogels zoals koolmees, merel, grote bonte specht, boomkruiper en vink. • In het plangebied is geschikt leefgebied voor hazelworm aanwezig. Tijdens gericht aanvullend onderzoek is één hazelworm waargenomen. Door de inrichtingswerkzaamheden (kappen, vergraven, grond aanbrengen, et cetera) kunnen exemplaren van hazelworm verstoord worden, gewond raken of omkomen. Bovendien verdwijnen bij uitvoering van het plan leefgebied en overwinteringslocaties. • In het plangebied zijn geen wettelijk beschermde amfibieën aangetroffen of te verwachten, met uitzondering van soorten waarvoor in de provincie Utrecht in voorliggende situatie vrijstelling geldt van ontheffingsplicht. Vervolgstappen ten aanzien van amfibieën zijn niet aan de orde. • In het plangebied zijn geen standplaatsen van beschermde flora of leefgebied van beschermde vissen en ongewervelden aangetroffen.
Houtopstanden • Uitvoering van het plan behelst het kappen van bomen en struiken. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom Boswet en valt niet onder bescherming houtopstanden van de Wet natuurbescherming. In deze situatie is de Bomenverordening van de gemeente Zeist van toepassing omdat het plangebied deels valt in het beschermde Groene gebied van de Groene kaart van Zeist.
Advies en vervolgstappen • Met een AERIUS-berekening kunnen mogelijke effecten als gevolg van stikstofdepositie in Natura 2000gebied tijdens de aanleg- en gebruiksfase uitgesloten of aangetoond worden. Wij adviseren een AERIUS-berekening uit te laten voeren, zodra te realiseren typen en aantallen woningen en de werkwijze bekend is. • Wij adviseren de reuzenberenklauw te verwijderen en hergroei te monitoren. • Voor uitvoering van het plan dient een ontheffing voor hazelworm te worden aangevraagd en zijn mitigerende en compenserende maatregelen ten aanzien van hazelworm noodzakelijk. • We adviseren om bij de realisatie- en gebruiksfase van het plan rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen door te werken volgens een EWP en door toepassing van vleermuisvriendelijke verlichting. • In het kader van het soortmanagementplan van de gemeente Zeist dient bij de ontwikkeling van de nieuwbouw in de gemeente natuurinclusief te worden gebouwd. Vanwege de ligging van het plangebied zijn maatregelen ten aanzien van vleermuizen bij dit project het meest zinvol. We adviseren om hierover met de gemeente in overleg te treden en hier bij de ontwikkeling invulling aan te geven. • Werkzaamheden die broedende vogels wezenlijk verstoren of hun nesten of eieren beschadigen dienen altijd te worden voorkomen.
Dit is voor de meeste soorten mogelijk door te werken buiten de periode van half maart tot eind juli of door het onderzoeksgebied voor de werkzaamheden te controleren op
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
02
broedende vogels en nesten binnen de invloedsfeer van het plan. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd. Het is van belang dat er geen wezenlijke verstoring plaatsvindt of nesten of eieren van broedvogels worden beschadigd of vernield, ongeacht de datum. • De zorgplicht (Wnb artikel 1.11) waarin is vastgelegd dat nadelige gevolgen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving zoveel mogelijk worden voorkomen geldt altijd. • Omdat het plangebied deels valt binnen het gebied dat in bomenverordening is beschermd is voor het vellen van bomen een omgevingsvergunning noodzakelijk. We adviseren om hierover met de gemeente in overleg te treden.
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
03
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling De gemeente Zeist wil ten westen van Huis ter Heide de ontwikkeling van woningbouwplan ‘Huis ter Heide West’ mogelijk maken. In totaal worden waarschijnlijk 80 woningen gebouwd in het plangebied noordelijk van de A28 en westelijk van Huis ter Heide. Uitvoering van het voorgenomen plan gaat mogelijk gepaard met effecten op beschermde natuurwaarden. Wet- en regelgeving voor bescherming van natuur verplichten vooraf te toetsen of uitvoering van het plan conflicteert met beschermde natuurwaarden. De voorbereidingen voor dit plan wordt door mRO gedaan. mRO heeft Ecogroen opdracht gegeven om een natuurtoets uit te voeren. De natuurtoets is gestart met een quickscan die is bedoeld om inzicht te krijgen in aanwezige, beschermde natuurwaarden en mogelijke effecten hierop door uitvoering van het voorgenomen plan. Omdat tijdens de quickscan is vastgesteld dat in het plangebied mogelijk geschikt leefgebied voor hazelworm aanwezig is, is naar deze soort aanvullend onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het uitgevoerde onderzoek zijn in de voorliggende rapportage beschreven.
1.2 Huidige situatie en voorgenomen plan Het plangebied ligt ten noorden van de A28 en ten westen van Huis ter Heide. Het plangebied bestaat momenteel uit bos, struweel, sportvelden, ruig grasland en een volkstuinencomplex. Zie voor de ligging van het plangebied figuur 1.1 en figuur 1.2.
Figuur 1.1 In de rode cirkel ligt het plangebied. Bron achtergrond: PDOK.
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
04
Figuur 1.2 Plangebied (omkaderd met zwarte stippen) en geplande inrichting. Bron: mRO.
Het voorgenomen plan bestaat uit de bouw van woningen in de geel gemarkeerde woongebieden (WG) in figuur 1.2. Het type woningen, de hoeveelheid en exacte locatie van de nieuwbouw is nog niet vastgesteld en wordt mede bepaald door de resultaten van dit onderzoek. Bomen en struweel in de bosgebieden gemarkeerd met BO blijven bestaan.
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
05
2. Kader en methode 2.1 Wettelijk kader Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstanden. Dit rapport gaat in op de gebieds- en soortbescherming. Voor de volledige wettekst van de Wet natuurbescherming verwijzen wij naar: http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/. In onderstaand kader 2.1 geven we een samenvatting van de relevante wetteksten. Kader 2.1 Wet natuurbescherming Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet eist van iedereen zorgplicht voor de natuur. Zorgplicht is altijd van kracht, ook ten aanzien van niet beschermde natuur. Artikel 1.11 schrijft voor dat niemand moedwillig natuurgebieden of in het wild levende dieren of planten of hun directe leefomgeving mag verstoren, schaden of doden. Dit kan door het achterwege laten van een handeling of door het treffen van maatregelen ter voorkoming van schade of -als zelfs dat niet kan- de ontstane schade zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Een voorbeeld van voorzorg is het werken in de minst kwetsbare periode van soorten. Natura 2000 (hoofdstuk 2) Hoofdstuk 2 regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Habitatrichtlijngebieden (HR) en Vogelrichtlijngebieden (VR). Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor de bescherming van natuurlijke habitats, habitats van soorten en leefgebieden van vogels.
Artikelen 2.1 tot en met 2.11 van de Wet regelen de bescherming van (de doelen voor) Natura 2000-gebieden. Artikel 2.7 verplicht om vooraf te beoordelen of plannen, projecten en activiteiten in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden geformuleerde doelen. Als uit de beoordeling blijkt dat geen effecten optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significant) negatieve effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling nodig. Artikel 2.8 bevat de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor het vaststellen van een plan of het verlenen van een vergunning. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of handeling plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Soorten (hoofdstuk 3) Hoofdstuk 3 regelt de bescherming van soorten. De bescherming van soorten is verdeeld over de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10. Het betreft de bescherming van: • Vogels zoals genoemd in de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), in de praktijk vaak onderverdeeld in: – Vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, gierzwaluw en buizerd. – Overige vogels, waarvan nesten alleen tijdens het broedseizoen zijn beschermd (periode van nestbouw, ei-leg, broeden en voeren van de jongen op het nest).
• Soorten (exclusief vogels) van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I), zoals bedoeld in artikel 3.5. • Andere soorten (artikel 3.10), onderverdeeld in: – Soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. – Soorten waarvoor -op basis van de betreffende provinciale verordening- vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt. Indien effecten niet zijn uit te sluiten moet -voorafgaand aan het vaststellen van een plan- zijn beoordeeld of er uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing. Als er aantoonbaar uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing dan kan het plan worden vastgesteld. Als bij ruimtelijke ingrepen verbodsbepalingen worden overtreden dan is het noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen bij het bevoegd gezag, tenzij gewerkt kan worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of activiteit plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Voor het verkrijgen van een ontheffing moet zijn beschreven hoe de initiatiefnemer er voor zorgt dat schade aan beschermde soorten tot een
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
06
minimum beperkt blijft, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn, dat alternatieven ontbreken en aan welk wettelijk belang wordt voldaan. Houtopstanden (hoofdstuk 4) Hoofdstuk 4 regelt de bescherming van houtopstanden. Een bij Wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend buiten de bebouwde kom, die een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt meld- (artikel 4.2) en herplantplicht (artikel 4.3). Er geldt een verbod op de kap als het voornemen daartoe niet (maximaal een jaar en minimaal een maand) vooraf is gemeld bij bevoegd gezag. Binnen drie jaar moet dezelfde grond op bosbouwkundig verantwoorde wijze zijn herbeplant. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming vast. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep plaatsvindt, so ms is dat het Rijk. Provinciale staten kunnen in de provinciale verordening regels opnemen over de melding en de herplant, zoals herplant op andere gronden dan waar de (deels) gevelde opstand stond.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro: Stb 2016 nr. 351) en uitgewerkt in provinciale verordeningen en bestemmingsplannen. De bescherming van het NNN staat geheel los van de Wet natuurbescherming. Indien voor een ontwikkeling niet hoeft worden afgeweken van het bestemmingsplan, is geen NNN-toets noodzakelijk. De waarden blijven dan immers geborgd. In het Barro is geregeld dat bij provinciale verordening gebieden moeten worden aangewezen die het Natuurnetwerk Nederland vormen. De ligging van die gebieden wordt geometrisch vastgelegd. Bij provinciale verordening worden in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee, tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet toegestaan is. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen.
2.2 Onderzoeksmethode Quickscan natuurtoets Gestart is met een quickscan natuurtoets. Deze is gebaseerd op literatuur- en veldonderzoek. Het literatuuronderzoek bestaat uit een raadpleging (31 maart 2020) van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF 2020). Bij raadpleging van de NDFF is gekeken naar verspreidingsgegevens van de afgelopen vijf jaar. Ook is bepaald of het plangebied in de nabijheid van Natura 2000-gebieden ligt (Gebiedendatabase Natura 2000). Het veldbezoek is uitgevoerd op 1 april 2020 (droog, helder, weinig wind en 5 °C). Het plangebied en de directe omgeving zijn onderzocht door een ecoloog van Ecogroen. Tijdens het veldbezoek is aandacht besteed aan alle (mogelijk) aanwezige beschermde soorten binnen de Wet natuurbescherming. Hierbij heeft
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
07
de nadruk gelegen op mogelijke verblijfplaatsen van beschermde zoogdieren en broedvogels met jaarrond beschermde nesten.
Aanvullend soortgericht onderzoek naar hazelworm De hazelworm heeft een voorkeur voor enigszins vochtige, met dichte vegetatie bedekte plaatsen: bossen, bosranden, heide, houtwallen, struwelen, spoor- en wegbermen, kalkgraslanden, vestingwerken, steenhopen, ruderale plaatsen en tuinen. Ze worden het vaakst aangetroffen op (zonbeschenen) overgang- en randzones (incl. open plekken in dichte bossen). Geschikte biotopen kunnen liggen in zowel natuurgebieden als in agrarisch gebied en steden of dorpen, veelal op zandgronden maar ook wel op kalken leemgronden en een enkele keer op kleigronden. Overdag leven de hazelwormen verborgen in mospakketten en dikke strooisellagen, onder stenen en hout en in composthopen. (NGB 2017). Tijdens de literatuurstudie is geconstateerd dat de soort in de omgeving voorkomt. Tijdens het veldbezoek op 1 april 2020 is vastgesteld dat vooral in het noordelijk deel van het plangebied in bos, struweel, ruig grasland en het volkstuinencomplex mogelijk leefgebied van de hazelworm aanwezig is (zie figuur 2.1). Daarom is aanvullend soortgericht onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van hazelworm.
Figuur 2.1 Geschikt hazelwormbiotoop met een herpetoplaatje naast de moestuin (foto Ecogroen)
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
08
Het aanvullend onderzoek naar hazelworm is uitgevoerd conform het soortinventarisatieprotocol (NGB 2017) dat door het Netwerk Groene Bureaus in overleg met RAVON (de soortenorganisatie voor reptielen, amfibieën en vissen) is opgesteld. In het gebied zijn 25 herpetoplaatjes (tapijttegels, zie figuur 2.1) waaronder de hazelworm zich graag schuilhoudt) geplaatst op potentieel geschikte locaties (tien platen rondom de moestuinen, tien platen in het zuidelijk gedeelte van het plangebied en vijf platen in het oostelijk gedeelte van het plangebied). Deze zijn vervolgens vier keer gecontroleerd. Tijdens alle bezoeken (ook bij het plaatsen van de plaatjes) zijn tevens in het terrein aanwezige geschikte schuilplekken zoals stukken schors en boomstammen gecontroleerd. Het plaatsen van de plaatjes en de eerste drie controles zijn, uitgevoerd onder geschikte omstandigheden (tussen 17 en 25˚C, weinig wind en geen regen). De vierde controle (inclusief verwijderen van de plaatjes) vond plaats buiten de optimale periode onder minder geschikte omstandigheden. De data en de omstandigheden van de veldbezoeken zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1: Data van uitgevoerd reptielenonderzoek
Datum 10-6-2020 11-07-2020 6-8-2020 15-9-2020 12-10-2020
Tijd 10.45-14.30 9.00-12.00 7.30-9.00 7.45-9.30 11.00-13.00
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
Soort bezoek Plaatsen plaatjes 1e controle plaatjes 2e controle plaatjes 3e controle plaatjes 4e controle, ophalen plaatjes
Weersomstandigheden Droog, half bewolkt, windstil, 18°C Droog, half bewolkt, windstil, 17°C Droog, helder, windstil, 21°C Droog, helder, windstil, 17°C Droog, half bewolkt, windstil, 12°C
09
3. Gebiedsbescherming 3.1 Natura 2000 Ten noordwesten van het plangebied bevindt zich op 10 kilometer afstand Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen (Vogel- en Habitatrichtlijngebied). Vanwege deze afstand en tussenliggende barrières als infrastructuur en bebouwing is een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000gebied Oostelijke Vechtplassen en andere Natura 2000-gebieden op voorhand met zekerheid uitgesloten, met uitzondering van stikstofdepositie. Mogelijk is er tijdens de aanlegfase en gebruiksfase wel sprake van een negatief effect op Natura 2000gebieden als gevolg van stikstofdepositie. Stikstofdepositie kan op vele kilometers afstand van de bron negatieve effecten hebben op hiervoor gevoelige habitats en leefgebieden van soorten. Hoewel wij gezien de afstand geen toename van stikstofdepositie verwachten, kan dit alleen met 100% zekerheid worden vastgesteld met behulp van een berekening. We adviseren dan ook om eventuele stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden te berekenen met de AERIUS-calculator. Aan de hand van de uitkomst van de berekening kan vervolgens worden bepaald of vervolgstappen noodzakelijk zijn.
3.2 Natuurnetwerk Nederland De provinciale regels van de provincie Utrecht over het NNN gelden voor ruimtelijke ontwikkelingen waarbij wordt afgeweken van het vigerende bestemmingsplan. Bij wijziging van het bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning om af te mogen wijken van het bestemmingsplan moet worden nagegaan of het voorgenomen plan negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN heeft (zie ook het wettelijk kader voor NNN in 2.1).
Figuur 3.1 Ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van het NNN (gearceerde vlak). Bron achtergrond: PDOK.
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
10
Uit de interactieve kaarten van de provincie Utrecht (Provincie Utrecht 2020) blijkt dat het plangebied op ongeveer 225 meter van het meest nabijgelegen deel van het NNN ligt (zie figuur 3.1). Dit betreft de Utrechtse Heuvelrug. Omdat het plangebied niet in het NNN ligt is er geen sprake van effecten zoals oppervlakteverlies of versnippering. Het plangebied ligt ingeklemd tussen de A28, de N237 en de bebouwing van het dorp Huis ter Heide. Vanwege de ligging tussen infrastructurele werken en de stedelijke omgeving leidt het plan leidt niet tot significante aantasting van de wezenlijk kenmerken en waarden van het NNN. Vervolgstappen zijn niet aan de orde.
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
11
4. Soortbescherming 4.1 Flora Tijdens het veldbezoek zijn geen in de Wnb beschermde plantensoorten aangetroffen. Op basis van de aangetroffen soortensamenstelling, de terreingesteldheid en bekende verspreidingsgegevens (o.a. NDFF 2020) worden deze soorten ook niet verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van flora zijn niet aan de orde.
Invasieve exoten Net buiten het plangebied is één groeiplaats van reuzenberenklauw, een invasieve exotische plantensoorten, aangetroffen (zie figuur 4.1). Het sap van reuzenberenklauw kan bij aanraking ernstige brandwonden opleveren. Deze soort verspreidt zich invasief door de enorme zaadzetting. Wij bevelen aan om deze groeiplaats zo spoedig mogelijk geheel te verwijderen en de locatie te monitoren om te voorkomen dat de soort zich over het plangebied verspreidt als het terrein lang braak ligt.
Figuur 4.1 Locatie van de groeiplaats van de invasieve plantensoort reuzenberenklauw (gele stip). Bron achtergrond: PDOK.
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
12
4.2 Zoogdieren Zoogdieren van de Habitatrichtlijn en Verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5) Vleermuizen Vleermuizen zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (art. 3.5 Wnb). Het leefgebied van vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden (zie ook kader 4.1). Hieronder worden deze onderdelen nader beschreven en op welke wijze ze beschermd zijn. Kader 4.1 Vleermuizen Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen kunnen zich bevinden in donkere en voor vleermuizen bereikbare ruimten in bomen, huizen, kelders et cetera en kunnen aanwezig zijn in de vorm van kraamverblijven / zomerverblijven, baltslocaties / paarverblijven en winterverblijven. Verstoring, beschadiging, vernietiging of het verwijderen van deze verblijfplaatsen is verboden. Vliegroutes Voor oriëntatie tijdens de trek van en naar hun verblijfplaatsen en foerageergebieden gebruiken vleermuizen veelal jarenlang dezelfde structuren. Vanwege dit traditiegetrouwe gedrag van vleermuizen vormen bepaalde lijnvormige structuren (bijvoorbeeld rijen woningen, watergangen en bomenrijen) een belangrijk onderdeel van een vliegroute. Wanneer alternatieve structuren ontbreken zijn dergelijke structuren ‘onmisbaar’ en zodoende beschermd.
Foerageergebieden Locaties waar insecten aanwezig zijn, bijvoorbeeld langs randen van bossen, bomenrijen of boven water zijn van belang als foerageergebied voor vleermuizen. Foerageergebied van vleermuizen geniet binnen de Wet natuurbescherming echter geen juridische bescherming, tenzij het onmisbaar is voor het voortbestaan van een populatie.
Verblijfplaatsen Tijdens het veldbezoek op 1 april 2020 zijn bomen met gaten en holen en loszittende schors aangetroffen in het plangebied (figuur 4.2). Met name de beuken langs het wandelpad (beukenlaan) aan de noordwestzijde van het plangebied hebben veel gaten en holen. In de dode berk in het midden van het plangebied bevindt zich een spechtengat. Deze bomen bieden potentiële verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuizen, zoals gewone grootoorvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. Gewone grootoorvleermuis en rosse vleermuis zijn in het verleden waargenomen in de omgeving van het plangebied (NDFF 2020). Indien deze bomen met potentiele verblijfplaatsen verloren gaan worden mogelijk verbodsbepalingen uit de Wnb overtreden. Aanvullend onderzoek is dan noodzakelijk om vast te stellen of daadwerkelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in het plangebied. Het plan voorziet echter in het behoud van het bos en het groen waar deze bomen deel van uitmaken (zie figuur 1.2). Hoewel bomen met potentiële vleermuisholten gespaard blijven, dient rekening gehouden te worden met verstoring door lichtbronnen, zowel tijdens de realisatiefase als de gebruiksfase. Dit wordt voorkomen door te werken met een ecologisch werkprotocol en een vleermuisvriendelijk lichtplan op te stellen.
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
13
Figuur 4.2 De beukenlaan met vele holtes in bomen (foto Ecogroen)
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
14
Figuur 4.2 Locaties van bomen met holten, gaten en loszittende schors (groene stippen). Bron achtergrond: PDOK.
Foerageergebieden en vliegroutes In het plangebied vormen de bosranden, luwe hoekjes en beschutte graslanden potentieel foerageergebied voor vleermuizen. Bij uitvoering van het plan worden bomen gekapt en verdwijnt een deel van de bosranden en het beschutte grasland. In de omgeving van het plangebied is echter voldoende alternatieve foerageergebied in de vorm van bosranden en beschut grasland aanwezig. Na realisatie van het plan ontstaan bovendien nieuwe bosranden en luwe hoekjes. Vleermuizen gebruiken bosranden en groenstroken In het plangebied mogelijk gebruikt als vliegroute. Door uitvoering van het voorgenomen plan blijven -na kap van de bomen- lijnvormige structuren aanwezig in het landschap. De groenstrook in het midden van het plangebied blijft als lijnvormige groenelement behouden. Foerageergebieden en vliegroutes kunnen worden verstoord door kunstmatige lichtbronnen, zowel tijdens de realisatiefase als de gebruiksfase. Dit wordt voorkomen door te werken met een ecologisch werkprotocol en een vleermuisvriendelijk lichtplan op te stellen. Voorzieningen in het kader van het Soortmanagementplan Zeist Gemeente Zeist heeft een Soortmanagementplan (SMP) (Zeist 2020) vastgesteld ten aanzien van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en enkele vogelsoorten.
In het SMP zijn voorwaarden opgenomen op basis waarvan een generieke ontheffing voor renovatiewerkzaamheden, onderhoud en
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
15
herontwikkeling bebouwing is verstrekt. Onderdeel van deze voorwaarden is dat ontwikkeling van nieuwbouw in de gemeente natuurinclusief plaatsvindt. Dit houdt in dat in nieuwbouw op hiervoor geschikte locaties nest- en verblijfplaatsen voor in het SMP opgenomen soorten worden gerealiseerd. Locatie Huis ter Heide is geschikt voor vleermuizen. Ecogroen adviseert om met de gemeente in overleg te treden over de invulling van de voorwaarden uit het SMP. Overige zoogdieren van de Habitatrichtlijn en Verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5) Overige beschermde soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn op basis van het veldbezoek en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2020) niet te verwachten. Vervolgstappen ten aanzien van deze soorten zijn niet aan de orde.
Andere zoogdieren (Wnb art. 3.10, niet vrijgesteld in de provincie Utrecht) Boommarter/steenmarter Tijdens het veldbezoek is langs de beukenlaan een uitwerpsel aangetroffen van een marterachtige. Het uitwerpsel was niet op soortniveau te determineren. Gezien de omgeving betreft het waarschijnlijk een boommarter, maar ook een steenmarter is mogelijk. In de NDFF (NDFF 2020) zijn twee waarnemingen van boommarter bekend op anderhalve kilometer westelijk van het plangebied, en drie waarnemingen op anderhalve kilometer oostelijk van het plangebied. In de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van steenmarter binnen een straal van twee kilometer rondom plangebied. De holtes in de bomen aan de beukenlaan vormen geschikte rust- en nestplaatsen van boommarter en steenmarter. In de bomen zijn echter geen latrines waargenomen die kunnen wijzen op verblijfplaatsen. De beukenlaan en omgeving zijn bovendien erg druk met wandelaars, vaak met honden. Enkele honderden meters westelijk ligt een veel rustiger, afgesloten bosgebied dat aantrekkelijker is als locatie voor verblijfplaatsen. Er worden derhalve geen rust- en verblijfplaatsen van boommarter en steenmarter in het plangebied verwacht. Bovendien blijven de bomen met holtes behouden. Het plangebied kan daarnaast een functie hebben als foerageergebied. In de omgeving is in ruime mate geschikt foerageergebied aanwezig.
Gezien de omvang van een territorium (boommarter 1000 hectare en steenmarter in het buitengebied tot 700 hectare) en de grote afstanden die ’s nachts worden afgelegd (zoogdierenvereniging.nl) is er geen sprake van onmisbaar foerageergebied. Vervolgstappen ten aanzien verblijfplaatsen en foerageergebied van boommarter zijn daarom niet aan de orde. Overige andere zoogdieren zonder provinciale vrijstelling Overige soorten (zoals das en eekhoorn) uit de categorie ‘andere zoogdieren, niet vrijgesteld in de provincie Utrecht’ zijn op basis van het veldbezoek en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2020) niet te verwachten in het plangebied. Vervolgstappen ten aanzien van deze soorten zijn niet aan de orde.
Andere zoogdieren (Wnb art. 3.10, vrijgesteld in de provincie Utrecht) In het onderzoeksgebied zijn vaste verblijfplaatsen van algemene zoogdiersoorten aangetroffen en/of te verwachten. Dit zijn onder andere huisspitsmuis en rosse woelmuis.
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
16
Bij de voorgenomen activiteiten kunnen enkele exemplaren van deze zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt in de provincie Utrecht vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is. Echter geldt te allen tijde de zorgplicht (Wnb artikel 1.11, zie ook 2.1).
4.3 Broedvogels Van veel broedvogels zijn nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd. Nestlocaties kunnen dan buiten het broedseizoen zonder overtreding van de Wet natuurbescherming verwijderd worden. Voor een aantal broedvogelsoorten geldt echter dat de nestlocaties inclusief de functionele omgeving jaarrond beschermd zijn (zie kader 4.2). Kader 4.2 Broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen Onder jaarrond beschermde nesten van broedvogels wordt verstaan: in functie zijnde nesten van de ooievaar, boomvalk, buizerd, havik, ransuil, roek, wespendief, zwarte wouw, slechtvalk, sperwer, steenuil, kerkuil, oehoe, gierzwaluw, grote gele kwikstaart en huismus. Voor sommige andere soorten geldt dat de nesten jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.
Broedvogels met jaarrond beschermde nesten Tijdens het eerste veldbezoek is een rondcirkelende buizerd waargenomen. In het plangebied is geen buizerdhorst aanwezig. Ook kraaiennesten die de buizerd zou kunnen gebruiken om zijn horst op te bouwen zijn niet aangetroffen. Gezien het nestindicerend gedrag van de buizerd enkele honderden meters naar het westen wordt verwacht dat de horst zich daar bevindt. Dit bosgebied met geschikte, grote naaldbomen is niet toegankelijk. Het plangebied maakt mogelijk deel uit van het veel grotere foerageergebied van buizerd. De kort gemaaide sportvelden zijn echter veel minder geschikt als foerageergebied dan de ruigere velden westelijk van het plangebied. Nestplaatsen van andere broedvogels waarvan de nestplaats jaarrond beschermd is zoals gierzwaluw, huismus, uilen en roofvogels, worden op basis van de veldbezoeken en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2020) niet in het plangebied verwacht. Negatieve effecten op broedvogels met jaarrond beschermde nesten zijn derhalve niet te verwachten. Het nemen van vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming voor broedvogels met jaarrond beschermde nesten in het onderzoeksgebied zijn dan ook niet aan de orde.
Overige broedvogels Het plangebied is geschikt als broedbiotoop voor bos-, struweel- en tuinvogels, zoals koolmees, merel, grote bonte specht, boomkruiper, vink, houtduif en Turkse tortel. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
17
het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. Voor de meeste soorten kan de periode tussen half maart en half juli worden aangehouden als broedseizoen. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen echter geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Van soorten als houtduif en Turkse tortel kunnen tot laat in het najaar bewoonde nesten aanwezig zijn. We adviseren daarom om bij uitvoering van het plan in de periode tussen half maart en half oktober eerst een broedvogelcheck uit te voeren. Indien bij uitvoering van het plan in gebruik zijnde nesten van broedvogels worden aangetroffen dienen de werkzaamheden direct te worden gestaakt. Vervolgens wordt in overleg met de uitvoerder en een ecologisch toezichthouder bepaald hoe de werkzaamheden op een zorgvuldige wijze binnen de kaders van de Wet natuurbescherming kunnen worden uitgevoerd.
4.4 Reptielen Reptielen van de Habitatrichtlijn en Verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5) Beschermde reptielen van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn op basis van het veldbezoek en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2020) niet te verwachten. Vervolgstappen ten aanzien van deze soorten zijn niet aan de orde.
Andere reptielen (Wnb art. 3.10) Hazelworm In de NDFF (2020) is een waarneming bekend van hazelworm in het plangebied (het grasland ten zuiden van de moestuinen). Hazelwormen worden zelden gezien omdat ze een verborgen leven leiden onder vegetatie en dood hout of in holen. De hazelworm komt voor in open bossen, bosranden, heide, houtwallen, struwelen, spoor- en wegbermen, kalkgraslanden, vestingwerken, steenhopen, ruderale plaatsen en tuinen. De soort wordt het meeste waargenomen in bos- en heideterreinen (Ravon.nl). Tijdens het quickscan-veldbezoek is geconstateerd dat het plangebied geschikt is voor hazelworm door de aanwezigheid van beschutte plekken om te kunnen zonnen en foerageren in open ruigte en bos- en struweelranden. Vooral in het noordelijk gedeelte van het plangebied zijn deze biotopen aanwezig. In het gebied is ook overwinteringsbiotoop aanwezig zoals holen en ruimtes onder boomstronken. Om de aan- of afwezigheid van hazelworm aan te tonen, is daarom aanvullend onderzoek uitgevoerd naar hazelworm conform het soortinventarisatieprotocol (NGB 2017). Tijdens het aanvullend onderzoek is bij de veldcontrole op 6-8-2020 één exemplaar van hazelworm aangetroffen onder dood hout. Deze locatie van deze waarneming is in figuur 4.4 op een kaart weergegeven.
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
18
Figuur 4.3 De waargenomen hazelworm (foto Ecogroen).
Figuur 4.4 Locatie van de reptielenplaatjes (oranje driehoekjes) en de aangetroffen hazelworm (blauwe stip). Bron achtergrond: PDOK
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
19
Vanwege de aard van het plangebied (sportvelden, ruderaal terrein, volkstuin, bosranden en hoog bos) biedt slechts een deel van het terrein geschikt habitat voor hazelworm. Ondersteund door het aantreffen van slechts één exemplaar tijdens het onderzoek wordt de soort maar in beperkte dichtheid verwacht (maximaal circa 10 exemplaren per hectare) (Sluijs 2009). Toch kunnen door de inrichtingswerkzaamheden (kappen, vergraven, grond aanbrengen, et cetera) exemplaren van hazelworm verstoord worden, gewond raken of omkomen. Bovendien verdwijnen bij uitvoering van het plan foerageergebied, plekken om te zonnen en geschikte voortplantings- en overwinteringslocaties. Er is daarom kans op het overtreden van verbodsbepalingen. De hazelworm is beschermd volgens de Wet natuurbescherming. Vanwege het negatieve effect is voor uitvoering van het plan een ontheffing voor hazelworm nodig. Tevens dienen compenserende en mitigerende maatregelen te worden genomen. Deze kunnen bestaan uit het ontwikkelen van hoogwaardig leefgebied binnen of in de nabijheid van het plangebied, het verwijderen van schuilplaatsen binnen het plangebied en het verplaatsen van exemplaren van hazelworm die hierbij worden aangetroffen.
Overige andere reptielen Overige reptielen (zoals ringslang en levendbarende hagedis) uit de categorie ‘andere soorten’ zijn op basis van het veldbezoek en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2020) niet te verwachten. Vervolgstappen ten aanzien van deze soorten zijn niet aan de orde.
4.5 Amfibieën Op basis van het veldbezoek, terreinkenmerken (ontbreken van permanent oppervlaktewater) en verspreidingsgegevens (NDFF 2020) wordt voortplanting en overwintering van amfibieën die zijn opgenomen zijn in de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en amfibieën die nationaal beschermd zijn niet verwacht. Bij de geplande ingrepen kunnen wel enkele exemplaren van algemene amfibieën geschaad worden. Dit zijn bijvoorbeeld gewone pad en bruine kikker. In voorliggende situatie geldt automatisch vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming voor deze soorten, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze amfibieën niet aan de orde is. De zorgplicht geldt echter altijd (Wnb artikel 1.11, zie ook 2.1).
4.6 Insecten Insecten van de Habitatrichtlijn en Verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5) Beschermde insecten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn op basis van het veldbezoek en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2020) niet te verwachten. Vervolgstappen ten aanzien van deze soorten zijn niet aan de orde.
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
20
Andere insecten (Wnb art. 3.10) Grote vos In bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2020) is een waarneming van grote vos bekend (2018) in het midden van het plangebied. Grote vos gebruikt bij voorkeur solitaire hoge iepen, waar de vrouwtjes op jonge loten eitjes afzetten. Naast iepen gebruikt de grote vos ook zoete kers en sommige wilgensoorten als waardplant. De grote vos is een zwerflustige vlinder (Vlinderstichting.nl). Tijdens het veldbezoek zijn geen boomsoorten geïnventariseerd. Het is daarom niet bekend of in het plangebied iepen of andere waardbomen aanwezig zijn. Bij het voorgenomen plan worden echter geen solitaire bomen gekapt, alleen een bosstrook. Aangezien grote vos gebruik maakt van solitaire bomen, zijn negatieve effecten op grote vos door uitvoering van het voorgenomen plan niet te verwachten. Vervolgstappen ten aanzien van grote vos zijn niet aan de orde. Overige soorten andere insecten Overige insecten (zoals kommavlinder en gevlekte glanslibel) uit de categorie ‘andere soorten’ zijn op basis van het veldbezoek en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2020) niet te verwachten. Vervolgstappen ten aanzien van deze soorten zijn niet aan de orde.
4.7 Overige soortgroepen Op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2020) wordt in het onderzoeksgebied en in de directe omgeving daarvan geen voortplanting of vaste verblijfplaatsen verwacht van overige beschermde soorten uit de Wet natuurbescherming. Het nemen van vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde voor overige soortgroepen (vissen en ongewervelden).
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
21
5. Houtopstanden Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom Boswet van gemeente Zeist (https://www.zeist.nl/afvalgroen-en-water/bomen-en-beplanting/groene-kaart). Daarom is in deze situatie de regelgeving voor houtopstanden in de Wnb (zie ook Kader 2.1) niet van toepassing maar gelden gemeentelijke regels. In Zeist is een bomenverordening van kracht (Zeist 2016). De gemeentelijke bomenverordening verbiedt om zonder omgevingsvergunning gemeentelijke bomen te vellen (bomen die eigendom zijn van gemeente Zeist) of bomen te vellen die in groene gebieden staan. De groene gebieden zijn aangegeven op de Groene kaart van gemeente Zeist. Het plangebied (ook het woongebied daarin, zoals aangegeven in figuur 1.2) valt gedeeltelijk in Groene gebied (figuur 5.1). In deze situatie dient de kap van bomen in een deel van het plangebied te worden aangevraagd door middel van een omgevingsvergunning. Ecogroen adviseert om met de gemeente in overleg te reden over de exacte regels die van toepassing zijn op het kappen van bomen en het verwijderen van struweel.
Figuur 5.1 Ligging van het plangebied (gelegen in de rode cirkel) ten opzichte van het groene gebied van gemeente Zeist. Bron: Groene kaart gemeente Zeist.
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
22
6. Geraadpleegde bronnen Literatuur Bij12 (2017a). Gewone grootoorvleermuis Plecotus auritus Versie 1.0, juli 2017. Bij 12 (2017b). Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii Versie 1.0, juli 2017. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017). Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl. Provincie Utrecht (2016). Beleidskader Wet natuurbescherming provincie Utrecht, natuurlijk waardevol. Vastgesteld door Provinciale Staten op 12 december 2016. NGB (2017). Netwerk Groene Bureaus, werkgroep ‘Standaarden en protocollen’ (2017) Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming. Netwerk Groene Bureaus, versie juli 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl Sluijs (2009). Sluijs, Spitzen-van der & Creemers 2009. In; Nederlandse fauna 9: 248-256. Zeist (2016). Bomenverordening Zeist 2016. Vastgesteld door de gemeenteraad op 5 juli 2016. Kenmerk 16RV026 en 16cv.00298. Zeist (2020). Steen, W.A. & Hoksberg, M. (2020). Soortmanagementplan Gemeente Zeist. Mitigatieplan huismus, gierzwaluw en gebouwbewonende vleermuizen voor renovatie, onderhoud en herontwikkeling bebouwing gemeente Zeist. Rapport 19-086. Ecogroen bv Zwolle & Ecologisch Adviesbureau Viridis, Culemborg.
Internet De vlinderstichting (https://www.vlinderstichting.nl/). Gebiedendatabase Natura 2000 (http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000). NDFF (2020). NDFF uitvoerportaal (https://ndff-ecogrid.nl) geraadpleegd op 31 maart 2020. Provincie Utrecht (Webkaart Provincie Utrecht https://webkaart.provincie-utrecht.nl/). SOVON.nl (website met soortinformatie over vogels). Zoogdierenvereniging.nl. (Website met soortinformatie over de Nederlandse zoogdieren). Groene kaart Zeist (https://www.zeist.nl/afval-groen-en-water/bomen-en-beplanting/groene-kaart).
Natuurtoets woningbouw ‘Huis ter Heide West’
23