CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

24RV043 Beleidskader Financiële bestaanszekerheid - bijlage 6

Raad 8 oktober 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: Beleidskader Financiële Bestaanszekerheid3.827 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Focusgroep bestaanszekerheid Zeist - Resultaten

Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1. Inleiding ..................................................................................................... 3 2. Doel en methode ........................................................................................ 4 2.1 Doel en onderzoeksvragen ................................................................. 4 Doel ......................................................................................................... 4 Onderzoeksvragen ..................................................................................... 4

2.2 Methode.......................................................................................... 4 Werving .................................................................................................... 4 Gesprekshandleiding .................................................................................. 4 Focusgroep ............................................................................................... 5

3. Resultaten .................................................................................................. 6 3.1 Meedoen en belemmeringen om mee te doen........................................ 6 3.2 Invloed op (mentaal) welbevinden....................................................... 7 3.3 Toekomstperspectief ......................................................................... 8 3.4 Minimaregelingen ............................................................................. 9 3.5 Bieden lokale regelingen inkomensondersteuning? ............................... 10 3.6 Huidige beleid en participatie in de samenleving .................................. 11 3.7 De belangrijkste bevindingen............................................................ 12 3.8 Ideeën van deelnemers ................................................................... 13

Pagina 2

1. Inleiding Op 23 oktober 2023 is de GGDrU met zeven inwoners in gesprek gegaan over ‘hoe het is om rond te komen met weinig geld’. Het was een emotioneel en openhartig gesprek waarin inwoners hun verhaal hebben kunnen doen. Ze gaven aan het enorm te waarderen dat er naar hen werd geluisterd (ze hadden dit enorm gemist). Het grote persoonlijke leed dat achter armoede schuilt werd pijnlijk zichtbaar. De strijdlustigheid die deze mensen hebben is onvoorstelbaar! Het was prachtig om te zien hoe zij elkaar steunden: een arm om iemands schouder leggen/het aanrijken van een zakdoekje toen iemand emotioneel werd tot zelfs het geven van geld zodat de ander de maand kon doorkomen. De behoefte/energie die er was om met elkaar tips uit te wisselen was enorm! Deze inwoners hebben gegevens met elkaar uitgewisseld en willen met elkaar in contact blijven: om elkaar te steunen en verder te helpen. Sterker nog: ze wensen dit meer mensen toe.

Pagina 3

2. Doel en methode 2.1 Doel en onderzoeksvragen Doel Onderzoeksvragen - Hebben inwoners het gevoel dat ze mee kunnen doen? Wat zijn eventuele belemmeringen om mee te kunnen doen? - Wat doet dit met hun (mentaal) welbevinden? - Hoe kijken inwoners die bestaansonzekerheid ervaren tegen hun toekomstperspectief aan? - Maken de inwoners gebruik van minimaregelingen? - In hoeverre bieden de lokale regelingen voor volwassenen daadwerkelijk inkomensondersteuning? - In hoeverre biedt het bestaanszekerheidsbeleid mogelijkheden voor volwassenen om te participeren in de samenleving?

2.2 Methode Deze focusgroep is een onderdeel van het evaluatieonderzoek dat GGDrU voor gemeente Zeist heeft uitgevoerd. Het volledige evaluatieonderzoek bestaat uit de volgende onderdelen: - Evaluatie beleidskader Gezondheid, Sport en bewegen, gemeente Zeist. - Rapportage Kwantitatieve analyse t.b.v. evaluatie beleidskader Gezondheid, Sport en bewegen en Bestaanszekerheid. - Panelonderzoek inwoners gemeente Zeist oktober 2023. Werving Voor de werving is een korte, eenvoudige flyer ontwikkeld waarin is opgeroepen mee te praten over rondkomen van een laag inkomen. De flyer is op diverse plaatsen neergelegd, zoals bij de voedselkasten, wijkservicepunten van MeanderOmnium, sociaal raadslieden, de gemeente en de wegwijscafé’s. Daarnaast hebben een aantal professionals (waaronder wijkambassadeurs) potentiële deelnemers gemotiveerd deel te nemen. Als dank voor hun tijd en verhaal hebben de deelnemers een gezamenlijke gratis lunch aangeboden gekregen – voorafgaand aan de focusgroep – en een cadeaubon van 20 euro achteraf. Deelnemers konden zich online aanmelden. De URL was te bereiken via een QR-code of URL in de flyer. Alle deelnemers die zich aanmelden via de mail hebben een bevestigingsmail ontvangen.

Op de dag van de focusgroep ontvingen zij nog een sms waarin men herinnert werd aan de afspraak en daarnaast meteen een telefoonnummer hadden voor het geval ze de locatie niet konden vinden. Gesprekshandleiding Een semigestructureerde gesprekshandleiding is ontwikkeld. De kernvragen zijn opgesteld zodat deze de onderzoeksvragen kunnen beantwoorden. De gesprekshandleiding is voorgelegd aan de ervaringsdeskundige armoede binnen de GGDrU, zodat de juiste vragen en toon zou worden gebruikt. De ambtenaar van de gemeente Zeist heeft ook meegelezen en gedacht.

Pagina 4

Focusgroep Het gesprek is gevoerd door 1 gespreksleider en 1 procesbegeleider. Daarnaast heeft iemand het gesprek vastgelegd. Het gesprek is opgenomen. Na afronding van het verslag wordt de geluidsband vernietigd. Deelnemers hebben voorafgaand aan de focusgroep toestemmingsformulieren ingevuld, waarin ook uitgelegd wordt hoe met hun privacy omgegaan wordt.

Pagina 5

3. Resultaten De resultaten zijn per onderzoeksvraag uitgewerkt (3.1-3.6). Gevolgd door de belangrijkste bevindingen (3.7) en tips en ideeën van de deelnemers (3.8).

3.1 Meedoen en belemmeringen om mee te doen Onzekere huisvesting wordt herhaaldelijk genoemd als groot obstakel om volledig mee te doen in de samenleving: - Het probleem zit volgens deelnemers deels in de huisvesting. Deelnemers geven aan dat mensen in armoede vaak bij elkaar worden gezet in gebouwen/buurten, en dat het daardoor vaak ook een armoedige buurt wordt met slechte woningen en veel problematiek. Dit zorgt vervolgens er weer voor dat deze mensen met veel andere problematieken te maken krijgen (naast al hun eigen uitdagingen in het leven). Voorbeeld: enkele deelnemers geven aan te wonen naast mensen met drugsproblematiek en/of zware psychische problemen. Wanneer iemand zelf ook last heeft gehad van zulke problematiek in het verleden, kan dit extra zwaar zijn. - Deelnemers suggereerden eveneens dat er behoefte is aan een centraal klachtenpunt om problemen met lokale diensten op te lossen, waaronder woongoed Zeist. Zo goed als alle deelnemers beschreven schrijnende gevallen waarin een nalatige dienstverlening van desbetreffende partij doorklonk. Liesbeth: “Ik had schimmel in mijn huis, dus ik kwam in dat huis wonen, schimmel, lekkage.

Dat hoorde ik van meer mensen dat dat gebeurde, dus ik gelijk bellen […] Dit is het derde jaar dat ik daar woon, het is pas afgelopen zomer in orde gemaakt.” Deelnemers geven aan dat hun financiële zorgen in de weg staan om ontspanning te ervaren en sociale activiteiten te ondernemen. - Een van de deelnemers geeft aan ‘het geld niet uit te kunnen geven voor een tweede kopje koffie bij activiteiten buiten de deur’. Annelies: “Maar dat kopje koffie. Weet je, ik ga dan naar de schilderclub en dan een kopje koffie, dan moet je ook opletten. Je gaat niet 2 bakjes koffie nemen.” - Deelnemers geven aan dat er qua financiële regelingen met name aandacht is voor kinderen (leuke dingen/activiteiten voor hen) maar dat er weinig financiële mogelijkheden voor volwassenen zijn om te ontspannen. - Een andere deelnemers gaf aan al jaren niet meer op het terras te kunnen zitten. Een ander ‘lost dat juist weer op’ doordat ze vrijwilligerswerk doet waarbij mevrouw voor haar altijd het kopje koffie betaald. Op die manier kan zij toch nog af en toe op het terras zitten waar ze zo enorm van geniet. - Verschillende deelnemers gaven aan te willen sporten, maar hier niet het geld voor te hebben. Dit brengt problemen mee voor zowel fysieke gezondheid, mentale gezondheid, en sociale contacten. Annelies: “Ja sporten ook, en vroeger sportte ik ook veel, dat geeft je ook weer beetje positiviteit.”

Pagina 6

Een ander aspect waar de deelnemers tegenaanlopen is het negatieve stigma rondom geldzorgen. Deelnemers geven aan ervaringen te hebben waarbij er een negatieve kijk is op mensen die ‘niet werken’ of ‘geldzorgen hebben’. Vaak ervaren zij problemen die van buitenaf niet te zien zijn, zoals chronische ziekten. - Een deelnemer gaf aan hier ook negatieve ervaringen mee te hebben bij de gemeente. Daar werd gedaan alsof ze wel kon werken ondanks haar chronische ziekte, omdat van buiten niet zichtbaar was wat er aan de hand was: Sylvia: “Bij de gemeente werd gezegd “Als ik jou zo zie, en je pakt morgen de bus naar Hoog Catharijne, heb jij morgen een baan” […] Maar je wil niet weten wat ik allemaal mankeer. Ik durfde toentertijd helemaal niet met de bus, nu nog niet, maar toen ook niet.” - Verschillende deelnemers gaven aan dat het beleid nu gericht is op wantrouwen richting mensen met geldproblemen, omdat er angst is dat mensen onterecht gebruik maken van regelingen. Dit punt bracht het gesprek onderling op gang over ‘over hoeveel mensen daadwerkelijk misbruik maakt van regelingen’. Samen kwamen ze tot de conclusie: Merle: “Er zullen altijd rotte appels tussen zitten, maar ik vind niet dan anderen niet geen geld hebben daar de dupe van moeten worden. […]. Je kan dat nooit dichttimmeren. Dat kan gewoon niet. Dat moet je accepteren.

Dan is de vraag: kost al die wantrouwen niet veel meer geld dan die mensen opmaken?”

3.2 Invloed op (mentaal) welbevinden Deelnemers geven aan dat financiële stress en de constante onzekerheid of ze wel rond kunnen komen een aanzienlijke negatieve invloed heeft op hun welbevinden. Sylvia: "Ik vind het wel overleven in plaats van leven." Een belangrijk punt wat de deelnemers aansnijden is dat zij zich niet gezien voelen door de gemeente en vergeten worden, en dat dit ook hun gevoel van eigenwaarde beïnvloedt: Merle: “de mensen die chronisch ziek zijn, die worden continu vergeten, continu in alles. Gaat het over gezinnen. Het gaat altijd over gezinnen. Maar Degene die ik denk, in stilte heel veel lijden, zijn de chronisch zieken. […] Dan zit je ook met je extra medische kosten, heel veel dingen die niet vergoed worden. De menselijke maat mist.” Sylvia: “Ik denk dat het ook vele van ons heel klein heeft gemaakt.” Deelnemers geven aan dat de financiële zorgen ook veel stress en mentale problematiek kunnen veroorzaken of versterken: - Er wordt een vicieuze cirkel benoemd waarbij geldzorgen zorgen voor stress en fysieke klachten, die er dan weer voor zorgen dat mensen thuisblijven en niet kunnen werken, wat ook weer bijdraagt aan geldzorgen. Merle: “Gewoon geen geldzorgen meer hebben, dat is mijn droom. Dat ik niet iedere dag stress hoef te hebben, naar mijn rekening hoef te kijken, of ik überhaupt een onderbroek kan kopen.

Dat is echt, gewoon dat ik kan leven zonder die stress en zorgen.”

Pagina 7

Een deelnemer gaf aan te wonen in een erg slecht geïsoleerd huis, en uit angst voor een hoge energierekening de verwarming nooit aan te zetten. Dit geeft veel stress en onrust. Christine: “Bij mij thuis is het niet warmer dan 16 graden. [..] Mijn kinderen liggen in de winter de hele dag in bed. Dat is lekker warm.” Christine: “Ik denk dat ik wel 35 keer per dag kijk op de Greenchoice app hoeveel energie. Ik denk wel 35 keer, ja. En ik denk ook wel dat ik misschien wel 6 keer per dag kijk hoeveel geld er op mijn rekening staat.”

3.3 Toekomstperspectief Deelnemers geven aan te hopen op een betere financiële situatie in de toekomst, voornamelijk om de stress rondom de financiën te verminderen. Qua toekomstperspectief richten deelnemers zich voornamelijk op stabiliteit en een leven zonder stress door geldzorgen. Het gaat hierbij voornamelijk om het beter leefbaar maken van hun situatie, bijvoorbeeld door te verhuizen. Hierbij werd bijvoorbeeld genoemd: Angelique: “Verhuizen, wat echt op mijn lijstje staat is verhuizen. [..] Van mij part zetten ze me in Soest of in Amersfoort, maar laat me in vredesnaam verhuizen.” Gonny: “Al zet je me in Timboektoe, het interesseert me niet.” […] “Nou ja, verhuizen, dat is 1.” Ook werd genoemd dat mensen in de toekomst geen groot huis hoeven of ‘veel’ geld, maar voornamelijk genoeg om rond te komen en voor hunzelf en hun gezin te kunnen zorgen. Een van de deelnemers gaf tevens aan in de toekomst op te willen staan voor de groep mensen met geldzorgen, ook alleenstaanden en chronisch zieken. Dit kan zijn in een rol van ervaringsdeskundige of door het praten met de gemeente over zulke thema’s en mogelijke oplossingen.

Pagina 8

3.4 Minimaregelingen Deelnemers maken gebruik van verschillende minimaregelingen, dit verschilt echter wel per persoon en per situatie. Regelingen die o.a. genoemd zijn: - Landelijke regelingen: zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderbijslag, energietoeslag - Gemeentelijke regelingen: collectieve zorgverzekering vanuit de gemeente, extra geld in de zomervakantie om iets met de kinderen te doen, lokale voedselbanken - Particuliere organisaties/ initiatieven: online gemeenschappen en sociale media (zoals facebookgroepen waarin tips worden gedeeld), buurtkastjes/weggeefkastjes, weggeefwinkel, individuele initiatieven waarbij iemand vrijwillig hulp/spullen regelt voor mensen met geldzorgen - Er is veel beschikbaar voor mensen met geldzorgen, ook particuliere aanpakken, maar niet iedereen weet dit te vinden. Veel inwoners zijn mogelijk niet volledig op de hoogte van de beschikbare ondersteuning. Er is behoefte aan een beter overzicht van alle beschikbare regelingen. o Merle: “Het is heel gedecentraliseerd, alle informatie is heel erg gedecentraliseerd. Er is niet één punt waar je die informatie kan vinden. Dus, hoe ik het vind is omdat ik bijvoorbeeld Alice of Jantje vind. Via die facebookgroepen wordt dat dan gedeeld en kom je erachter.

Maar er is niet alsof er een plek waar dat allemaal duidelijk is.” o Christine: “Maar misschien loop ik wel allemaal dingen mis? Dat weet ik dus niet.” o Sylvia: “Het lijkt mij een goed idee dat de gemeente een grote advertentie in het gratis Zeist krantje, wekelijks eigenlijk doet, op kosten van de gemeente, met alle regelingen die er zijn. […] dat krijgt iedereen in de bus als het goed is.” Behalve de vindbaarheid van alle regelingen, is het voor de deelnemers ook soms onduidelijk wat alle regelingen precies inhouden, bijvoorbeeld binnen de gemeentepolis. Tijdens de focusgroep hadden deelnemers een discussie over wat wel / niet vergoed wordt binnen de gemeentepolis, en daar leken verschillen in te zijn. Ook gaf een deelnemer aan dat het cognitief te veel is om dit allemaal te vinden en te regelen. Het is moeilijk zelf helder te zien waar je moet beginnen. Deze deelnemers zou er graag hulp voor ontvangen. Annelies: “Ik denk toch ook wel het internet sowieso en het nieuwsblad. […] Maar, dat weet ik dit, dan heb ik ook alweer moeite met het opzoeken. Cognitief gaat het hier ook niet altijd goed.” Een andere deelnemer noemt dat ze hiervoor terecht kan bij de RSD en Humanitas en is daar erg positief over: Sylvia: “Ik wil wel even zeggen ,de RSD heeft een formulieren brigade. Daar kan je naartoe bellen. Ik heb geen computer, alleen een telefoon.

Bijstand aanvragen, dat lukt voor geen meter. Toen heb ik gebeld. Het enige wat je mee moet nemen is je DigiD, ze kunnen dan voor jou en met jou inloggen overal. […] Ik ben prima geholpen.”

Pagina 9

3.5 Bieden lokale regelingen inkomensondersteuning? Deelnemers geven aan dat de huidige lokale regelingen voor volwassenen niet altijd voldoende inkomensondersteuning bieden. Het lijkt te ondersteunen in de kosten van de basisbehoeften, maar is niet altijd voldoende om de maand door te komen. Daarnaast is er voor andere dingen zoals kleding en sporten vaak geen geld over. Merle: “En het gaat niet alleen om eten. Als je dan je basisbehoeften van eten hebt, dan moet je ook nog kunnen leven. En dat kan hier niet. […] Ik kan niet naar de bioscoop, ik kan niet gewoon even gaan sporten; ik kan het gewoon allemaal niet, want er is geen geld. En dat is heel belangrijk voor je mentale gezondheid.” Deelnemers geven ook aan dat de huidige extra’s in bv de zomer eigenlijk onvoldoende zijn om daadwerkelijk iets mee te doen. Ook werd er genoemd dat het fijn is als je bv ergens gratis (toegangs)kaartjes voor krijgt, maar daar moet je ook nog naartoe zien te komen (wat ook weer geld kost – daar wordt dan niet over nagedacht en heb je alsnog niet veel aan het kaartje). Inwoners ervaren verschillende drempels bij het regelen of aanvragen van de regelingen voor inkomensondersteuning: - Mogelijk terugbetalen van toeslagen, zoals tijdens de toeslagenaffaire, heeft gezorgd voor angst. Deelnemers geven aan liever het geld achteraf pas te krijgen, dan ineens veel terug te moeten betalen.

Gonny: “Ik heb vroeger heel lang de zorgtoeslag stopgezegd en dan kreeg ik het liever eind van het jaar in een keer, dat ik zeker wist dat het oké was.” - De formulieren, vooral op papier, zijn een drempel. Merle: “Er gebeurt nog heel veel via papier, dat je moet scannen en niet online een handtekening kunt zetten. En dan denk ik, mensen met een laag inkomen hebben misschien niet eens een printer of scanner.” [..] “Dat is een van de dingen die bij mij een van de grootste stress geeft, is de papierhandel waar je mee te maken hebt.” -

Het taalgebruik is een drempel Merle: “Als je een afwijzing terugkrijgt (van RSD). Nou, ik denk niet dat iemand die begrijpt. Echt. Ik heb een kopie van een brief, en dan noemen ze allemaal artikelen. […] Het wordt zo onmenselijk daarmee. […] Dan ben je alleen maar een nummertje. Je bent alleen je BSN, meer ben je niet.” Sylvia: “Je wil Jip en Janneke taal.”

Ook zien de deelnemers graag dat het aanvragen van de regelingen makkelijker wordt gemaakt. - Voor iedere regeling moeten aparte formulieren ingevuld worden, en moeten opnieuw de gegevens, zoals het inkomen, ingevuld worden. - De termijn waarin soms iets opgestuurd moet worden is kort. Soms moeten inwoners de nodige papieren nog regelen, waar ze weken mee bezig zijn. Dan is de termijn al voorbij. Zij geven aan dat het zou helpen als duidelijk beschreven staat welke documenten er nodig zijn om de aanvraag te kunnen doen: benoem dit vóórdat iemand het aanvraagproces ingaat in plaats van gedurende het aanvraagproces. Zo kunnen inwoners ervoor zorgdragen dat zij alle benodigde documenten op tijd hebben.

Pagina 10

3.6 Huidige beleid en participatie in de samenleving Het beleid lijkt zeker veel mogelijkheden en regelingen te bieden, maar in de totstandkoming en uitvoering van het beleid zien deelnemers nog verbetering. Deelnemers benadrukten de noodzaak van meer menselijkheid en begrip in het beleid en stelde: Merle: "Ik denk dat Gemeente Zeist enorm veel zou hebben aan het toevoegen van menselijkheid.” Dit pleit voor het belang van de betrokkenheid van ervaringsdeskundigen bij beleidsvorming om daadwerkelijke verbetering te realiseren. Ook wordt benadrukt dat medewerkers die werken met/voor mensen met een lager inkomen voornamelijk vanachter het bureau hun werk doen. Deelnemers ervaren het alsof medewerkers geen enkele ervaring hebben met daadwerkelijke armoede. Hierdoor wordt inlevingsvermogen gemist en wordt regelmatig de plank volledig misgeslagen volgens de deelnemers. - Deelnemers adviseren dringend om deze medewerkers (met name van uitvoeringsinstanties alsook beleidsmedewerkers) ‘verplicht’ een keer te laten praten met iemand in armoede: faciliteer bijeenkomsten waar ervaringsdeskundigen aan het woord komen om hun perspectief/ ervaringsverhalen te delen. Merle: “Ga eens naar mensen toe, met ze in gesprek. Die afstand, die kloof is zo groot.

[…] Alle ambtenaren die met armoedebeleid te maken hebben, zouden een keer in gesprek moeten met iemand die in armoede zit, om te ervaren hoe dat is.” Deelnemers geven ook aan veel steun te vinden bij andere mensen met geldzorgen. Deelnemers geven aan dit gevoel van steun en begrip eerder te voelen bij mensen in vergelijkbare situaties, dan bij de mensen zonder geldzorgen (en die dat nooit hebben gehad). Ook hebben deelnemers behoefte aan een U-pas. Met name voor onder andere OV, kapper, sport, ondergoed (tweedehands is dat niet zo prettig) en kleding worden als zeer essentieel voor de U-pas ervaren. Nu krijgen inwoners bv van de gemeente voor in de zomervakantie een bon om met de kinderen naar het zwembad of een park te gaan. Maar dit is gericht op de kinderen, niet op de volwassenen/ alleenstaanden, en voelt voor deze laatste groep niet eerlijk. Merle: “Dat merk ik als alleenstaande helemaal. Ik heb geen kinderen. En dan is er nog veel minder. En dan is het van: je zoekt het maar uit.”

Pagina 11

3.7 De belangrijkste bevindingen 1. Belemmeringen voor maatschappelijke participatie:  Financiële problemen en onzekere huisvesting belemmeren inwoners om volledig deel te nemen aan de samenleving.  Negatieve woonomstandigheden, inclusief nabijheid van mensen met verslavings- of psychische problemen, vormen ook een bedreiging. 2. Impact op welbevinden:  Financiële stress en onzekerheid hebben aanzienlijke negatieve gevolgen voor het welbevinden van de inwoners.  Inwoners voelen zich vaak niet gezien of gewaardeerd door de gemeente, wat hun gevoel van eigenwaarde aantast.  Weinig geld veroorzaakt stress en kan leiden tot mentale problemen, wat resulteert in een vicieuze cirkel.  Negatieve woonomstandigheden, problemen met verhuurder/nalatigheid verhuurder hebben een grote impact op het welbevinden. 3. Toekomstperspectief:  Inwoners hopen op een betere financiële situatie om de stress te verminderen, maar hun dromen zijn bescheiden en gaan vooral over het verbeteren van hun huidige levensomstandigheden.  Sommige deelnemers willen zich inzetten voor mensen met financiële zorgen in de toekomst, bijvoorbeeld als ervaringsdeskundigen. 4. Gebruik van minimaregelingen:  Inwoners maken gebruik van verschillende minimaregelingen, maar er is verwarring over de bekendheid, voorwaarden en inhoud van deze regelingen.

 Er is behoefte aan een beter overzicht van beschikbare ondersteuning en hulp (bij aanvragen). 5. Effectiviteit van lokale regelingen:  Lokale regelingen bieden onvoldoende inkomensondersteuning, met beperkte mogelijkheden voor ontspanning, sport en sociale activiteiten.  Terugbetaling van toeslagen, complexe taal en complexe aanvraagprocedures zijn drempels voor inwoners om regelingen aan te vragen. 6. Beleid voor maatschappelijke participatie:  Het huidige beleid lijkt op sommige punten tekort te schieten in het bieden van voldoende mogelijkheden voor volwassenen met geldzorgen om deel te nemen aan de samenleving.  Er is behoefte aan meer menselijkheid, begrip en betrokkenheid van ervaringsdeskundigen bij het beleid.  Inwoners benadrukken het belang van contact tussen ambtenaren en mensen in armoede.

Pagina 12

3.8 Ideeën van deelnemers 1. Kwalitatief goede kledingbank  Deelnemer had ervaring met kledingbank in Amersfoort, die gratis en kwalitatieve kleding, schoenen, ondergoed en soms ook beddengoed aanbood. Had een ‘winkelgevoel’, wat positief is voor het zelfbeeld.  Zou graag zien dat Zeist een vergelijkbare kledingbank heeft om mensen in armoede van kwalitatieve kleding te voorzien. Dit kan mensen helpen om zich waardig te kleden en zich beter te voelen. Eén van de deelnemers gaf zelfs aan zich hier persoonlijk hard voor te willen maken om dit te realiseren. 2. Centrale informatiebron  Deelnemers benadrukken gebrek aan een centraal punt met informatie over gemeentelijke diensten, voedselbanken en ook particuliere initiatieven. o Een centrale informatiebron zoals een website of pagina op een gemeentelijke website waar inwoners informatie kunnen vinden over beschikbare diensten en hulpbronnen o Verspreiding via een lokaal nieuwsblad voor mensen die geen internet hebben, werd hier ook genoemd  Een centraal klachtenpunt om problemen met lokale diensten op te lossen, waaronder woongoed Zeist. 3. Ervaringsdeskundigen betrekken  Betrek ervaringsdeskundigen bij beleidsvorming en het realiseren van daadwerkelijke verbetering. “Wij kunnen zo heel veel punten aangeven die verbeterd kunnen worden".

 Ook is benoemd om professionals die werken met thema armoede te laten luisteren naar ervaringsverhalen en in gesprek te laten gaan met ervaringsdeskundigen. Eén of twee deelnemers gaven aan graag hun verhaal te willen doen voor een groep mensen zodat zij beter doorkrijgen wat er daadwerkelijk nodig is. 4. U-pas of soortgelijke voorziening  Deelnemers noemen regelmatig de U-pas als voorziening waar behoefte aan is (of vergelijkbaar). Deze pas zou toegang kunnen bieden tot kortingen of diensten op gebied van OV, kapper, kleding, sport, medische kosten en andere uitgaven. 5. Vereenvoudigen/ondersteuning bieden bij het aanvragen van regelingen  Het aanvragen van regelingen is complex en vereist regelmatig een printer, laptop, of kennis van specifieke zaken, die lang niet iedereen heeft. Verschillende mogelijkheden om dit aan te pakken zijn genoemd: o Alle documenten online kunnen invullen met digitale handtekening, zodat printen niet nodig is (uiteraard moet het ook mogelijk blijven om het op papier in te vullen voor hen die niet digivaardig zijn). o Het meer centraliseren van de regelingen, zodat niet alle gegevens tig keer hoeven worden ingevuld voor verschillende regelingen. o Bekendheid van hulp voor het invullen van formulieren, zoals de formulierenbrigade.

Pagina 13

GGD regio Utrecht Postbus 51 3700 AB Zeist T 030 608 608 6 E info@ggdru.nl I www.ggdru.nl Uitgave © GGD regio Utrecht Team Onderzoek November 2023

Titel document GGD regio Utrecht- Pagina 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14456240/1