CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

24RV038 Bijlage Kadernota 2025

Raad 9 juli 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: Kadernota 202519.632 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het Rijk indexeert vanaf 2027 met een nieuwe rekensystematiek. In de voorjaarsnota 2024 is gemeld dat deze systematiek naar voren wordt getrokken en de systematiek geldt nu vanaf 2024. De indexering wordt niet meer gebaseerd op Centraal Economisch Plan (CEP) ontwikkelingen maar op basis van ontwikkelingen van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Het BBP is een maat voor de omvang van de economie en gelijk aan de totale toegevoegde waarde van alle in een land geproduceerde goederen en diensten. Hierbij is berekend dat het nieuwe index cijfer voor 2025 staat op 2,3%. We stellen u voor de methodiek van bepalen van het prijsindexcijfer te baseren op deze berekening. We verwachten dat de Algemene uitkering ook in 2025 met 2,3% wordt geïndexeerd. Het dakpannensysteem berekenen op basis van indexcijfers die uiteindelijk niet worden toegepast op de begroting lijkt ons niet reëel. De correctiecijfers op basis van terugkijken geven een vertekend beeld. Voordeel van het toepassen van indexering conform de indexering op de Algemene uitkering is het effect dat de lasten op dezelfde wijze worden geïndexeerd als alle baten inclusief de Algemene uitkering. Bovengenoemde prijsindex is niet van toepassing op bepaalde kostensoorten: 1. Kapitaallasten 2. Overeenkomsten met betrekking tot jeugdhulp en Wmo waar de OVA (overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling) van toepassing is. 3.

Gemeenschappelijke regelingen 4. Lonen (zie B) B. Loonindex Tot nu toe is de loonindex berekend op basis van het CEP-kerngegeven “Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers”, zoals het CPB dat eind maart publiceert. De berekeningssystematiek was ook gebaseerd op de zgn. dakpannensystematiek. Ook hier willen we voorstellen om de systematiek te wijzigen. We willen de loonkosten zuiver indexeren op basis van de laatst bekende CAO ontwikkelingen zonder correcties. Hiermee is de prognose loonkosten direct te relateren aan de CAO. De huidige CAO is geldig tot en met maart 2025. Voor de periode van april tot en met december 2025 volgen we de prognose van de loonvoet voor de sector overheid zoals gepresenteerd in de Voorjaarsnota van het Rijk. We stellen voor om de indexering vast te stellen op 4,4% voor de periode van april tot en met december 2025. Voor heel 2025 komt dit dan neer op 3,3%.

43 Kadernota 2025

C. Overhead In het kader van een robuust gemeentelijk financieel beleid worden de lasten van de overhead op een éénduidige, transparante wijze en met een vast percentage doorbelast in de berekening externe tarieven en de grondexploitaties. De sleutel voor het berekenen van het percentage is ‘directe salariskosten’ en het percentage wordt jaarlijks geactualiseerd bij het opstellen van de programmabegroting. De financiële uitwerking volgt bij het opstellen van de Begroting 2025. Dit kan gevolgen hebben voor de hoogte van de tarieven. D. Rekenrente In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat niet mag worden gewerkt met een vooraf gekozen rekenrente, maar dat de berekende omslagrente moet worden gehanteerd. Deze omslagrente wordt berekend door de werkelijk betaalde (minus ontvangen) rente op onze leningen toe te rekenen aan de taakvelden, door het rentebedrag te delen door de boekwaarde van de vaste activa. Alleen als voor investeringen specifieke leningen zijn aangetrokken (partiële financiering), mag de rente van deze financiering ook worden gebruikt voor de berekening van de rentelasten van deze investering. In gemeente Zeist werken we niet met partiële financiering. De omslagrente wordt in deze systematiek bij de Begroting 2025 opnieuw berekend. E.

Tariefontwikkeling Op basis van de hierboven voorgestelde prijsindex van 2.3% zullen ook de gemeentelijke tarieven in beginsel met 2,3% worden aangepast. Dit geldt voor de volgende tarieven: - Toeristenbelasting - Precariobelasting - Leges (indien niet wettelijk bepaald en indien niet 100% kostendekkend) - Parkeerbelasting - Privaatrechtelijke tarieven - OZB De hoogte van de reclamebelasting voor 2025 wordt bepaald in samenspraak met de Stichting Centrummanagement. Vooralsnog wordt hier geen bijzondere tariefontwikkeling verwacht. Een aantal gemeentelijke tarieven wordt berekend vanuit het (wettelijk verplichte) uitgangspunt 100% kostendekkendheid. Bij het opstellen van de Begroting 2025 zullen deze tarieven opnieuw worden berekend op basis van de actuele kostenontwikkeling. Deze kosten kunnen zich anders ontwikkelen dan de geprognosticeerde 2,3 %. Bijvoorbeeld kapitaallasten en loonkosten worden in de gemeentelijke begroting zo exact mogelijk berekend. En voor de tarieven van de afvalstoffenheffing is de kostenontwikkeling bij de RMN bepalend (100% kostendekkendheid). Daarnaast spelen de hierboven vermelde wijzingen omtrent de rekenrente hierin ook een rol. Op het moment van opstellen van deze kadernota zijn niet alle gegevens bekend om hier een goede doorrekening van te kunnen maken.

De volgende tarieven worden herrekend bij de Begroting 2025 en kunnen dus afwijken van de index van 2,3 %: - Rioolrecht - Afvalstoffenheffing - Markttarieven - Legestarieven met 100% kostendekkendheid De leges van de begraaf- en crematierechten zullen naast de standaard indexatie voor 2025 verder worden uitgewerkt. Dit hangt samen met de nieuw op te stellen beheerverordening van de begraafplaats & crematorium waarbij o.a. aandacht zal zijn voor natuurbegraven, etc. Tijdens het proces zal er participatie plaatsvinden met inwoners, ondernemers en de raad. F. Rioolrecht In december 2021 is een nieuw verbreed Gemeentelijk Riool Plan vastgesteld.) Het Gemeentelijk Riool Plan dateert uit 2021. Hierin is meerjarig besloten het rioolheffingstarief te stabiliseren (exclusief inflatie). De inflatie (indexering) wordt met deze kadernota vastgesteld op 2,3%. Per saldo betekent dit dat het tarief 2025 zal stijgen met 2,3%. Het uitgangspunt van het vGRP in Zeist is 100% kostendekkendheid. Dit wordt bereikt door middel van verrekening met de egalisatievoorziening riolering. Mogelijk dat dit nog tot een aanpassing van het beoogde percentage leidt. Bij de Begroting 2025 worden de definitieve tarieven gepresenteerd.

44 Kadernota 2025

G. Afvalstoffenheffing De kosten van inzameling en verwerking van huishoudelijk afval worden in Zeist in rekening gebracht via een afvalstoffenheffing, waarbij het tarief afhangt van de omvang van het huishouden. De opbrengst van de afvalstoffenheffing behoort niet tot de algemene middelen, maar moet worden gebruikt om de kosten te dekken van de afvalinzameling en -verwerking. Het uitgangspunt hierbij is dat de tarieven voor 100% kostendekkend zijn. De kosten van afvalinzameling blijven stijgen. De RMN berekent deze kosten door aan gemeenten. Op dit moment is de concept begroting 2025 van RMN nog in behandeling en heeft nog geen verkenning plaatsgevonden voor het tarief afvalstoffenheffing 2025. In de begroting 2025 zal inzichtelijk worden wat de exacte tarief-ontwikkeling zal worden. H. Markttarieven Ten tijde van het vaststellen van de Kadernota 2025 wordt er nog een raadsbesluit genomen inzake wijziging op de marktgeldverordening 2024. Voor 2025 zal deze nogmaals worden aangepast. Daarna worden verschillende kostenbesparingen (BghU en personele lasten) voor de markt doorgevoerd. In de begroting 2025 zal de begroting voor de markt geheel herzien worden. Dan zal ook blijken dat de taakstelling van 34 k gehaald wordt en wordt het markttarief 2025 berekend. Deze stukken worden in mei of juli aan de Raad aangeboden.

Voor zolang de Raad geen besluit heeft genomen geldt de huidige afspraak en wordt het Markttarief verhoogd met de indexatie van 2025.

45 Kadernota 2025

3.6 Cashflow Zoals gebruikelijk informeren wij u bij de Kadernota / Bestuursrapportage ook over de cashflow. Daarbij wordt ingegaan op het verwachte financieringssaldo in de komende periode. Financieringssaldo Het financieringssaldo geeft aan of de vaste financieringsmiddelen (de som van het eigen vermogen en het lang vreemd vermogen) toereikend zijn om de investeringen (in vaste activa) te financieren. Een negatief saldo betekent dat de investeringen deels betaald moeten worden uit tijdelijke liquiditeitssaldi of door het aantrekken van (kasgeld)leningen. Zie ook hierna onder “Kasgeldlimiet”. Dit financieringssaldo is dus een heel ander saldo dan het begrotingssaldo dat het verschil tussen de jaarlijkse lasten (inclusief de rente en afschrijving op investeringen) en de jaarlijkse baten aangeeft. In de prognose van de vorige Kadernota was sprake van een verwacht negatief financieringssaldo van € 8,7 mln. per eind 2023, waarbij dat saldo naar verwachting negatief zou blijven voor de jaren daarna. De onderstaande tabel met de geactualiseerde prognose geeft aan dat in werkelijkheid per eind 2023 sprake was van een positief financieringssaldo van € 40,2 mln. Het hogere liquiditeitssaldo per eind 2023 ten opzichte van de verwachting in de Kadernota 2024, is vooral veroorzaakt doordat de uitgaven op de geprognosticeerde investeringen in 2023 achterbleven bij de verwachtingen.

Op basis van de geactualiseerde cijfers zal het financieringssaldo naar verwachting eind 2024 negatief worden. De liquiditeitsbehoefte kan dan naar verwachting nog met kasgeldleningen worden opgelost. Uitgaande van de thans bekende investeringen en daarvoor nu verwachte uitgavenplanning, ontstaat er eind 2024 een negatief financieringssaldo (zie onderstaande tabel). Het negatieve saldo loopt in 2025 en latere jaren verder op. De reden hiervan is vooral de relatief forse omvang van de in de planning meegenomen onderwijs-investeringen en specifiek de investering van € 25,3 mln. voor de aanpassing van het gebouw en de sporthal bij De Breul. Volgens de huidige planning zal deze investering vanaf het 3e kwartaal 2024 worden uitgevoerd. Het mag duidelijk zijn dat als de uitvoering van de (grote) investeringen vertraging oploopt, het financieringstekort minder snel stijgt dan geschetst. Van het financieringstekort mag tot een bedrag van € 19,1 mln. gefinancierd worden met kort geld (kasgeldleningen). Dit is normaliter financieel (qua rentelast) ook het meest aantrekkelijk. Komt het saldo boven de kasgeldlimiet (zie hierna) en gaat de liquiditeitsbehoefte inderdaad langer duren, dan moet worden overgegaan tot consolidatie, dat wil zeggen tot het aantrekken van een langlopende lening.

Het moment waarop daadwerkelijk tot deze actie zal worden overgegaan, is afhankelijk van de werkelijke financieringssituatie en van de (verwachte) renteontwikkeling. Financieringspositie x € 1.000 Kadernota

2023 40.223

2024 -3.747

2025 -47.450

2026 -83.999

2027 -90.262

De financieringspositie 2023 in deze tabel betreft de werkelijke stand, de standen bij de latere jaren zijn ramingen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido) als norm gesteld voor het maximumbedrag waarmee de gemeente haar activiteiten met kortlopend geld (< 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet voor onze gemeente bedraagt op basis van het begrotingstotaal van de begroting 2024, € 19,1 miljoen. Renterisiconorm De renterisiconorm geeft het kader aan voor de spreiding van looptijden in de (langlopende) leningenportefeuille. De norm houdt in dat het bedrag dat nodig is voor de verplichte aflossingen en de renteherzieningen in een jaar niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal (inclusief reservemutaties). De renterisiconorm is op basis van de begroting 2024 ongeveer € 45 miljoen. Renteherzieningen komen overigens in onze leningenportefeuille niet voor. Vanuit de leningenportefeuille bedraagt de aflossing in 2024 € 3,3 miljoen. De ruimte onder de renterisiconorm komt daarmee uit op € 42,0 miljoen.

46 Kadernota 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14211861/1