24RV038 Bijlage Kadernota 2025
Tekst van het document
GEMEENTE ZEIST
Kadernota 2025
Inhoudsopgave 1. Leeswijzer ............................................................................................................................................ 2 2. Inleiding ............................................................................................................................................... 3 3. Financieel beeld .................................................................................................................................. 4 3.1 Meerjarenperspectief ......................................................................................................................... 4 3.1.1 Beschikbare middelen ................................................................................................................ 4 3.1.2 Bestuursrapportage I 2024 ......................................................................................................... 4 3.2 Financiële doorkijk Begroting 2025 ................................................................................................... 5 3.2.1 Ontwikkelingen gemeentefonds ................................................................................................. 5 3.2.2 Scenario’s...................................................................................................................................
6 3.2.3 Sociaal in balans ........................................................................................................................ 7 3.2.3 Gemeenschappelijke regelingen ................................................................................................ 8 3.3 Inventarisatie Kadernota 2025 .......................................................................................................... 9 3.3.1 ‘Wettelijke ontwikkelingen’ ......................................................................................................... 9 3.3.2 ‘Overige ontwikkelingen’ .......................................................................................................... 16 3.3.3 ‘Wensen nieuw beleid’ ............................................................................................................. 35 3.4 Inventarisatie RIOZ .......................................................................................................................... 41 3.5 Uitgangspunten Begroting 2025 ...................................................................................................... 43 A. Prijsindex ...................................................................................................................................... 43 B.
Loonindex ..................................................................................................................................... 43 C. Overhead ...................................................................................................................................... 44 D. Rekenrente ................................................................................................................................... 44 E. Tariefontwikkeling ......................................................................................................................... 44 F. Rioolrecht ...................................................................................................................................... 44 G. Afvalstoffenheffing ........................................................................................................................ 45 H. Markttarieven ................................................................................................................................ 45 3.6 Cashflow .......................................................................................................................................... 46
1 Kadernota 2025
1. Leeswijzer De opbouw van dit document is als volgt:
Kadernota 2025 1. Leeswijzer
2. Inleiding
3. Financieel beeld 2025-2028
3.1 Meerjarenperspectief
3.4 Inventarisatie RIOZ
3.2 Doorkijk begroting 2025
3.5 Uitgangspunten Begroting 2025
3.3 Inventarisatie Kadernota 2025
3.6 Cashflow
Na deze inleiding en leeswijzer geven wij u in Hoofdstuk 3 inzicht in het financiële beeld voor de jaren 2025 tot en met 2028. Dit meerjarenperspectief is gebouwd uit diverse onderdelen. Ten eerste de beschikbare middelen, een berekening van het financiële vertrekpunt van deze kadernota. Vervolgens zijn de structurele effecten beschreven van de 1e Bestuursrapportage 2024. Aanvullend geven we dit jaar in onderdeel 3.2 van deze kadernota - informerend - een doorkijk naar de Begroting 2025 waarin onder andere aandacht wordt besteed aan de ontwikkelingen in het gemeentefonds en effecten van gemeenschappelijke regelingen. Ook zijn verschillende scenario’s richting de Begroting 2025 beschreven. Daarnaast worden in onderdeel 3.3 de resultaten van een inventarisatie op de onderdelen ‘Wettelijke ontwikkeling’, ‘Overige ontwikkelingen’ en ‘Wensen nieuw beleid’ gedeeld. Door het onzekere meerjarenperspectief is ook dit onderdeel informerend van aard en zal de besluitvorming bij de Begroting 2025 plaatsvinden. Wel wordt doormiddel van deze presentatie de gemeenteraad uitgenodigd om inventariserend het gesprek over deze meldingen te voeren. Tot slot wordt in onderdeel 3.4 een overzicht gepresenteerd van thema’s waarvoor (mogelijk) in de toekomst mogelijk aanspraak gemaakt wordt op de Reserve Integrale Ontwikkeling Zeist (RIOZ).
Het financiële beeld van de toekomst is afhankelijk van diverse uitgangspunten, waaronder de prijs- en loonindex en de tarieven. Deze cijfers zijn de basis voor berekeningen in de Begroting 2025 en daarom moeten deze door de gemeenteraad vastgesteld worden. In Paragraaf 3.5 worden deze uitgangspunten behandeld. Tot slot wordt in onderdeel 3.6 aandacht besteed aan de cashflow. De cashflow is een belangrijk onderdeel als het gaat om de financiële positief van de gemeente. Wanneer de cashflow negatief wordt, zal de gemeente vreemd vermogen aan moeten trekken, wat tot een toename van de rentekosten leidt. In hoofdstuk 3.6 informeren wij u over de stand van het financieringssaldo en over het verwachte toekomstbeeld.
2 Kadernota 2025
2. Inleiding Voor u ligt de Kadernota 2025, een nota met verschillende gezichten. Het vertrekpunt voor deze Kadernota – de beschikbare middelen – laat ondanks de schommelingen in het gemeentefonds voor ieder jaar een positief beeld zien. Voor het meerjarenperspectief dat wij presenteren, is dat echt anders. In 2025 is het beeld nog voordelig, maar in de jaren 2026 t/m 2028 zien we vooralsnog tekorten. Structureel stijgende kosten Waar we vorig jaar vooral te maken hadden met stijgende kosten in het sociaal domein, zien we deze effecten nu breder terug in de gehele organisatie. De effecten van een nieuwe cao werken door in de lasten. Ook de stijgende kosten in het beheer van de openbare ruimte en het leerlingenvervoer spelen hierbij een rol. Al deze kosten zijn in de 1e Bestuursrapportage 2024 geduid, maar het structurele effect wordt in deze Kadernota goed zichtbaar. Het meerjarenperspectief laat dus weinig tot geen ruimte voor nieuwe ambities en ontwikkelingen. Om hierover toch het goede gesprek te kunnen voeren, zijn nieuwe ambities wel geïnventariseerd en opgenomen in dit document. Ontwikkelingen gemeentefonds Dit is nog niet het volledige verhaal. Onze grootste inkomstenpost, het gemeentefonds vertoont net als in 2024 veel schommelingen, wat het gevolg is van landelijk beleid.
Onlangs presenteerde het Rijk de voorjaarsnota waarin diverse maatregelen staan die voor gemeenten per jaar wisselende effecten hebben. Ook in het hoofdlijnenakkoord van de nieuwe landelijke coalitie staan maatregelen die de gemeentefinanciën raken. Deze maatregelen zijn nog niet meegenomen in de Meicirculaire 2024 waarmee de financiële betekenis hiervan pas later zichtbaar zal worden. De voortekenen van de Meicirculaire 2024 zijn voor 2025 minder gunstig, maar voor de jaren 2026 t/m 2028 voordeliger. Dit komt bijvoorbeeld door het definitief schrappen van de opschalingskorting in het gemeentefonds. In deze Kadernota presenteren we daarom naast een meerjarenperspectief ook een doorkijk naar de ontwikkeling van het gemeentefonds, en verschillende scenario’s om hiermee om te gaan. De uitkomsten van Meicirculaire proberen wij voor aanvang van de algemene beschouwingen met de Raad te delen. De omvang van de Meicirculaire 2024 speelt voor het meerjarenperspectief hiermee dus een belangrijke rol, maar dat is niet het enige onderdeel. Route naar de Begroting 2025 Door de nog onzekere uitkomsten van de Meicirculaire 2024 is de inventarisatie in deze kadernota op de onderdelen ‘Wettelijke ontwikkelingen’, ‘Overige ontwikkelingen’ en ‘Wensen nieuw beleid’ uitsluitend informerend van aard. Het is op dit moment nog te vroeg om keuzes te maken die financiële gevolgen hebben.
Daarmee lopen we het risico op een later moment te moeten besparen. Bij de Begroting 2025 nemen wij daarom ook de uitkomsten van de meicirculaire mee en schetsen wij u een financieel perspectief voor de jaren 2025 t/m 2028. Regie in eigen handen Als gemeente kijken wij niet alleen maar afwachtend naar wat het Rijk ons voorschrijft. Wij willen ook zelf regie houden op de lokale uitwerking. Dit past ook in de beweging die in het coalitieakkoord ‘Samen bouwen aan een mooi en duurzaam Zeist’ is beschreven. Bij te maken afwegingen zullen wij dan ook stilstaan bij diverse landelijke ontwikkelingen, zoals de Omgevingswet en woningbouwopgave, welke vragen om capaciteit en inzet, zowel voor beleid als uitvoering. Ook op gemeentelijk niveau willen wij afgewogen keuzes maken en die keuzes vastleggen in eigen beleid. Dat geeft helderheid richting de samenleving en initiatiefnemers. Lokaal kunnen zo accenten worden gelegd in de uitwerking. Kenmerkend voor onze gemeente is bijvoorbeeld het groene karakter. Bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving zullen wij ook steeds zoeken naar mogelijkheden om het groen en de natuur in onze gemeente te versterken. En we blijven doorgaan met het programma ‘Sociaal in Balans’ en de ingezette transformatie continu van brandstof voorzien. Als college en raad hebben wij hierbij steeds een brede afweging van verschillende belangen te maken.
3 Kadernota 2025
3. Financieel beeld 3.1 Meerjarenperspectief Onderstaande tabel geeft inzicht in het financiële beeld van de aankomende 4 jaar. In dit meerjarenperspectief zijn alle ontwikkelingen verzameld om de financiële impact daarvan scherp te krijgen. We zijn hier zo volledig mogelijk geweest om een goed beeld te geven. In deze kadernota is er geen nieuw beleid wat ter besluitvorming wordt voorgelegd. Onderdeel (Bedragen x € 1.000) 3.1.1 Beschikbare middelen 3.1.2 Bestuursrapportage I 2024 Saldo Kadernota 2025
€ € €
2025 790 616 1.406
2026 € 1.300 € -1.735 € -436
2027 € 237 € -1.865 € -1.628
2028 € 1.824 € -1.868 € -43
Het meerjarenperspectief laat initieel een positief beeld zien in 2025, maar vervolgens overwegend een nadelig beeld zien. Dit wordt vooral veroorzaakt wordt door de 1e Bestuursrapportage 2024. In hoofdstuk. 3.2 “Financiële doorkijk Begroting 2025” wordt geduid hoe wij richting de Begroting 2025 met dit negatieve saldo om zullen gaan. In de komende paragrafen behandelen we alle onderdelen van het meerjarenperspectief zoals hierboven weergegeven. 3.1.1 Beschikbare middelen Binnen de beschikbare middelen laten alle vier de jaren een positief saldo zien, variërend van € 237.000 in 2027 tot € 1,9 mln. in 2028. In deze saldo’s zijn de effecten van de september- en decembercirculaire verwerkt waarover de raad reeds is geïnformeerd (RIB 23.108 & RIB 24.034). De saldo’s zijn bijgewerkt tot en met de financiële effecten van de technische begrotingswijziging van april 2024 (24RV027#). Onderdeel (Bedragen x € 1.000) Begrotingssaldo primitief Begrotingsmutaties 2024 Structurele effecten 2e Berap 2023 Saldo begroting na besluitvorming Septembercirculaire 2023 Decembercirculaire 2023 Overige besluiten OZB Tarieven 2024 Beschikbare middelen
2025 € -7.089 € 6.182 € 905 € -2 € 2.232 € -1.104 € -511 € 175 € 790
2026 € -6.117 € 5.248 € 957 € 88 € 2.181 € -991 € -153 € 175 € 1.300
2027 € -6.303 € 2.595 € 879 € -2.829 € 4.753 € -1.003 € -858 € 175 € 237
€ € € € € € € € €
2028 -7.331 2.785 880 -3.667 7.619 -1.009 -1.293 175 1.824
3.1.2 Bestuursrapportage I 2024 De aangeboden 1e Bestuursrapportage 2024 beschrijft effecten die impact hebben op de jaren 2025 tot en met 2028. Deze zijn in onderstaande tabel weergegeven. Alle aanmeldingen in de 1e Bestuursrapportage 2024 zijn getoetst aan de 3 O’s van de gemeentefinanciën (Onvoorzien/Onoplosbaar, Onuitstelbaar en Onontkoombaar). Voor een toelichting op deze cijfers wordt naar de 1e bestuursrapportage 2024 zelf verwezen. Onderdeel (Bedragen x € 1.000) Structurele effecten 1e Berap 2024 Meldingen IAC/Heroverweging/Beleidskeuze Structureel tekort stelpost prijsstijgingen Bestuursrapportage I 2024
€ € € €
2025 795 -179 616
2026 € -1.605 € € -130 € -1.735
2027 € -1.614 € € -251 € -1.865
2028 € -1.617 € € -251 € -1.868
4 Kadernota 2025
3.2 Financiële doorkijk Begroting 2025 Het negatieve beeld uit de het hierboven gepresenteerde meerjarenperspectief voor de jaren 2026 tot en met 2028 geeft noodzaak om in de financiële doorkijk richting de begroting 2025 enkele scenario’s te presenteren. Voornaamste variabele is het gemeentefonds welke de afgelopen jaren een erg wisselend beeld heeft gegeven. Waar de septembercirculaire in 2023 heel positief was, was de decembercirculaire 2023 juist weer negatief. De voortekenen voor de meicirculaire 2024 zijn voor de jaren 2026 t/m 2028 daarentegen juist weer positief (zie ook paragraaf 3.2.1 Ontwikkeling gemeentefonds). Dit leidt tot de volgende scenario’s: 1) Effecten meicirculaire 2024 zijn dermate positief dat het meerjarenperspectief gerepareerd zal worden 2) Effecten meicirculaire 2024 zijn niet toereikend, waarbij richting de begroting 2025 (financiële) maatregelen nodig zullen zijn om tot een sluitend meerjarenperspectief te komen. Onderstaand worden eerst de ontwikkelingen binnen het gemeentefonds ten aanzien van de meicirculaire 2024 besproken waarna ook bovenstaande scenario’s verder geduid worden. Vervolgens wordt stilgestaan bij de autonome ontwikkelingen van de Gemeenschappelijke regelingen van de Gemeente Zeist. 3.2.1 Ontwikkelingen gemeentefonds Ook dit jaar is er weer een Voorjaarsnota opgesteld door de (demissionaire) Minister van Financiën.
De Voorjaarsnota bevat de (bijgestelde) begrotingsplannen van het demissionaire kabinet. De plannen uit de Voorjaarsnota worden, indien vastgesteld en op tijd haalbaar, opgenomen in de meicirculaire 2024. De belangrijkste punten uit de Voorjaarsnota voor gemeenten zijn: • De nieuwe financieringssystematiek van gemeenten is vervroegd van 2027 naar 2024. Het betekent dat het volume accres vanaf 2024 wordt gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Het toepassen van de ontwikkeling van het bbp vanaf 2024 heeft een negatief effect voor de gemeenten. • Het loon en prijs accres is eerst geactualiseerd op basis van de macro-economische cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2024. Vervolgens is de indexatie vanaf 2024 gebaseerd op de prijs bbp. Ook dit heeft een negatief effect voor de gemeenten. Er wordt wel een incidentele compensatie tegenovergesteld. • Opschalingskorting: Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds, die oploopt tot € 975 miljoen in 2026. Deze korting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. Sinds 2019 is een stand van de opschalingskorting bereikt van € 300 miljoen en op deze stand bevroren tot en met 2025.
In de Voorjaarsnota 2024 is de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026, een structurele uitname van € 675 miljoen, geschrapt. • De geraamde extra besparing van het Rijk van € 500 miljoen uit de Hervormingsagenda jeugd komt voor 2025 te vervallen. Het vervallen van de extra korting heeft geen budgettair effect. Het verloopt budgettair neutraal, omdat gemeenten in de begroting voor jeugdhulp rekening mochten houden met de voorgenomen besparing en een lagere raming van de uitgaven. • Rijk en gemeenten werken aan de beheersbaarheid van de uitgaven van gemeenten en de wettelijke zorgtaken Wmo. De verwachting is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van de) Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Hiervoor wordt gekeken naar de opties van een Bijzondere Fonds Uitkering of een constructie als de BUIG (bijstand). • Vooruitlopend op de gekozen bekostigingsvorm wordt onderzoek gedaan naar een passende geobjectiveerde indexering, die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Het Rijk heeft in de Voorjaarsnota alvast een reservering opgenomen voor een aanvullende indexering voor demografie bovenop de bbp-systematiek. Vanaf 2026 is een reservering opgenomen van € 75 miljoen oplopend tot € 300 miljoen in 2029. Het streven is dat er met ingang van 2026 nadere afspraken zijn.
In de meicirculaire 2024 wordt deze reservering nog niet verwerkt.
5 Kadernota 2025
3.2.2 Scenario’s De uitkomsten van de meicirculaire bepalen (voornamelijk) in welke van de twee scenario’s wij uitkomen in aanloop naar de Begroting 2025. Wanneer de uitkomsten voldoende zijn zouden onderstaande items uit de inventarisatie van wettelijke ontwikkelingen, overige ontwikkelingen (knelpunten) en wensen nieuw beleid nadrukkelijker behandeld kunnen worden richting de besluitvorming van de Begroting 2025. Wanneer dit niet het geval is moeten in de komende maanden (financiële) maatregelen worden opgesteld voor besluitvorming bij de Begroting 2025. De afgelopen jaren hebben de heroverwegingen (Begroting 2021) en de IAC voorstellen (Kadernota 2022) eerdere financiële tekorten voor zo’n 9 miljoen euro opgelost. Om de begroting sluitend te maken zijn we vervolgens met financieel technische maatregelen gekomen en zijn er daarnaast ook enkele beleidskeuzes vastgesteld om de laatste, noodzakelijke stap te zetten. Hiervoor heeft destijds het model rechts hiervan als basis gediend en is destijds de 3 e fase niet noodzakelijk gebleken. Dit model vindt zijn oorsprong in de nota stabiliteitscriteria 2021-2024 (RIB 20.170). Hierin zijn spelregels opgenomen hoe tot een sluitende meerjarenbegroting te komen. Deze spelregels bestaan uit een aantal stappen beschreven die in onderstaande volgorde genomen moeten worden: 1) We nemen, waar mogelijk, financieel technische maatregelen.
2) Door verdere innovatie gaan we na of efficiency mogelijk is (hier staat veelal eerst een incidentele investering tegenover) 3) We gaan beleid heroverwegen. 4) We schrappen formatie als: a. er taken geschrapt worden, b. efficiency wordt doorgevoerd, c. werkzaamheden worden ondergebracht in samenwerkingsverbanden, d. taken worden uitbesteed. 5) De laatste stap om tot een sluitend meerjarenperspectief te komen is lastenverzwaring. Mochten de uitkomsten van de meicirculaire niet afdoende zijn, zullen we conform de bovenstaande spelregels met een dekkingsvoorstel bij de Begroting 2025 komen. Belangrijk is onafhankelijk van de uitkomsten van de meicirculaire 2024 de Zeister behoedzaamheid voor de gemeentefinanciën centraal te laten staan. De inventarisatie rondom de thema’s ‘Wettelijke ontwikkelingen’, ‘Overige ontwikkelingen’ en ‘Wensen nieuw beleid’ als opgenomen in hoofdstuk 3.3 van deze kadernota zijn dan ook expliciet informerend van aard. Richting de Begroting 2025 moet een zorgvuldige afweging plaatsvinden tussen de beschikbare middelen n.a.v. de meicirculaire 2024, de kosten van het bestaande beleid, de kosten van de geïnventariseerde ontwikkelingen en de kosten van de wensen voor het nieuwe beleid. Dat onderdelen nu in de inventarisatie staan wil daarmee niet zeggen dat deze ook direct 1-op-1 onderdeel worden van de Begroting 2025.
Hierin zullen nog keuzes moeten worden gemaakt.
6 Kadernota 2025
3.2.3 Sociaal in balans Sociaal in Balans staat voor de transformatie van het sociaal domein op de volgende punten: • Balans tussen begrote inkomsten en uitgaven en de werkelijke inkomsten en uitgaven; • Balans tussen wat kan een inwoner zelf doen en waar moet de gemeente bijspringen; • Balans wat kan niet zonder indicatie en wat kan het voorliggend veld of de gemeente zelf Deze transformatie geven we vorm vanuit de lijnorganisatie. En daarnaast draagt het programma Sociaal in Balans bij aan deze transformatie door middel van de volgende projecten: 1. Normaliseren (project doorontwikkeling CJG/ST) • Eerste resultaten: Welzijn op recept wordt steeds vaker als passende oplossing gezien. Er is ingezet op afstemming met huisartsen en praktijkondersteuners en op de samenwerking met partners zoals de RSD en woningcorporaties. We zien dit terug in het gebruik van begeleiding: begeleiding specialistische zorg neemt iets af en de begeleiding basis zorg neemt toe. Dit is een minder intensieve vorm van begeleiding met een lager tarief. • Bij de kadernota 2024 is een vierde project aan het programma toegevoegd namelijk ‘Gericht kiezen’. Doel om op basis van een onderzoek inzichtelijk te maken welke maatregelen kunnen bijdragen aan grip op de kosten WMO en Jeugd. De volgende stap is om in kaart te brengen welke maatregelen positief bijdragen aan grip op de kosten en kwaliteit.
We werken toe naar een voorstel richting organisatie en bestuur welke samenhangende maatregelen we in gang gaan zetten voor doorontwikkeling CJG/ST. 2. Voorkomen (project sociale basis en preventie) • Het overkoepelende doel van dit project is een sterke sociale basis. Om dit te bereiken zullen we binnen dit project het beleidskader sociale basis verder vorm moeten geven door middel van de drie deelprojecten: o Sturen op resultaten en samenwerking in de sociale basis: het subsidiekader is in juni gereed. De gemeente is in staat om via een subsidiekader te sturen op de 8 thema’s en 3 ontwikkelonderwerpen uit het beleid sociale basis. o Betere samenwerking sociaal domein en sociale basis (informeel-formeel) door beter inzicht in en bekendheid met de sociale basis: Gestart is met het in kaart brengen van het bestaande aanbod en een plan van aanpak om de samenwerking te verbeteren. o Indicatoren die het maatschappelijk effect van de sociale basis zichtbaar maken: Gestart met gesprekken hoe de sociale basis inzichtelijk te maken. 3. Innoveren/Data gedreven werken (project data gedreven werken) Doel van het project is om data te vertalen naar sturingsinformatie over het sociaal domein: de instrumenten die ons helpen richting te geven aan de transformatie van het sociaal domein.
Concreet betekent dit: • CJG/ST krijgt met aangepast werkproces en dashboard beter grip op werkprocessen om te kunnen sturen op doelen zoals doorlooptijden en verhouding basis vs. specialistische zorg • Beleidsmedewerkers gaan data beter integreren in beleidsvorming en continue evaluatie van beleid • Doorontwikkeling stuurmiddelen voor management en bestuur • Om dit te bereiken hebben we de afgelopen periode op een aantal zaken gefocust: • Basis op orde van datahuishouding • Inrichten dashboards voor verschillende gebruikersgroepen • Integreren datagedreven werken in werkprocessen van zowel beleidsmedewerkers als coördinatoren toegang (nog bezig) • Borging datarollen in organisatie (nog bezig) • Doorontwikkeling factsheet voor bestuur • De komende periode ligt de focus op: • Vervolg borging en integratie in werkprocessen • Vaststellen en meetbaar maken prestatie indicatoren vanuit visie sociaal domein • Vergroten inzicht door ontsluiten nieuwe databronnen
7 Kadernota 2025
3.2.3 Gemeenschappelijke regelingen In deze kadernota leggen we financieel-technische uitgangspunten vast. Voor de meeste gemeenschappelijke regelingen geldt dat de Begroting 2025 nog niet definitief is vastgesteld en dat de zienswijze procedure nog loopt. De financiële effecten in de verschillende begrotingen kunnen afwijken van de indexering die wij in deze kadernota vastleggen. Bij het opstellen van onze begroting worden deze afwijkingen opgenomen en we zullen deze onderdelen expliciet in kaart brengen. De afgelopen jaren hebben we gezien dat de benodigde bijdragen aan onze gemeenschappelijke regelingen vaak gestegen zijn terwijl bij de deelnemende gemeenten van deze regelingen juist de financiële huishouding onder druk staat. Richting de Kadernota 2026 van de gemeenschappelijke regelingen stellen wij samen met diverse gemeenten uit de regio een memo op om hier aandacht voor te vragen.
8 Kadernota 2025
3.3 Inventarisatie Kadernota 2025 In deze kadernota wordt informerend de inventarisatie van wettelijke ontwikkelingen, overige ontwikkelingen en wensen nieuw beleid gedeeld. In onderstaande tabel zijn de totalen van deze inventarisatie opgenomen. In de volgende paragrafen worden de individuele items per categorie verder toegelicht. De onderste twee regels geven het fictieve meerjarige beeld aan wanneer al deze voorstellen gehonoreerd zouden worden. Onderdeel (Bedragen x € 1.000) Wettelijke ontwikkelingen Overige ontwikkelingen Wensen nieuw beleid Totaal
2025 € -606 € -971 € -462 € -2.039
2026 € -201 € -1.022 € -305 € -1.528
2027 € -346 € -958 € -305 € -1.609
2028 € -198 € -973 € -285 € -1.456
Saldo Kadernota 2025
€ 1.406
€
-436
€ -1.628
€
Bijgewerkt saldo (na meldingen)
€
€ -1.964
€ -3.237
€ -1.499
-633
-43
3.3.1 ‘Wettelijke ontwikkelingen’ Alle in deze paragraaf opgenomen meldingen hebben een wettelijke ontwikkeling als oorsprong. Dit kan bijvoorbeeld een melding zijn die als gevolg van landelijk beleid meer middelen en inzet vraagt. Het kan ook een totaal nieuw onderdeel binnen onze dienstverlening betreffen, als gevolg van nieuwe wetgeving. Belangrijk is dat er een bepaalde mate van keuze in de uitvoering zit om in deze rapportage gemeld te worden. Wettelijke ontwikkelingen die geen vorm van keuze hebben worden in de bestuursrapportage als gevolg van de 3 O’s van de gemeentefinanciën (Onvoorzien/Onoplosbaar, Onuitstelbaar en Onontkoombaar) gepresenteerd. Onderstaand zijn de aanmeldingen weergegeven waarna deze individueel verder worden toegelicht. Onderdeel (Bedragen x € 1.000) 1. Uitvoeringsprogramma Woonzorgvisie 2. Woonvisie 3. Voorziening onderhoud kapitaalgoederen 4. Kadernota informatieveiligheid 5. Toename SPUKS 6. Nieuwe regelgeving rond Wonen (5x) 7. Werkzaamheden fysieke leefomgeving 8. Implementatie Omgevingswet 9. Inzet ODRU t.b.v. Omgevingswet Totaal 'Wettelijke ontwikkeling'
€
€ € € € €
2025 PM -40 PM PM -55 -98 PM -270 -143 -606
€
€ € € € €
2026 PM PM PM -55 -98 PM 95 -143 -201
€ €
€ € € € €
2027 PM PM -55 -98 PM -50 -143 -346
€ €
€ € € € €
2028 PM PM -55 PM -143 -198
9 Kadernota 2025
1. Uitvoeringsprogramma woonzorgvisie Inhoudelijke toelichting: Het is wettelijk verplicht om een woonzorgvisie op te stellen. Deze woonzorgvisie wordt eind 2024 vastgesteld. Onderdeel van de woonzorgvisie is een uitvoeringsprogramma. Voor de uitvoering hiervan is inzet nodig, die niet past binnen de reguliere uren van de adviseurs wonen en zorg. We verwachten er extra capaciteit nodig is om vanaf 2025 met het uitvoeringsprogramma aan de slag te gaan. Begin 2025 wordt hiervoor een voorstel aan de gemeenteraad gedaan. Maatschappelijk effect: De woonzorgvisie en het uitvoeringsprogramma zijn erop gericht om de opgave van wonen in relatie tot zorg voor verschillende aandacht groepen in te vullen. Uiteindelijk gaat het erom dat de inwoners met een zorgbehoefte zolang mogelijk thuis/ in hun eigen buurt kunnen blijven wonen. Financiële toelichting: Omdat de woonzorgvisie nog niet is opgesteld, is er nu nog geen zicht het budget dat nodig is voor het implementeren van het uitvoeringsprogramma. Risico’s bij niet honoreren: Zonder budget komt er geen uitvoeringsprogramma. (Bedragen x € 1.000) Totaal
2025 PM
2026 PM
2027 0
2028 0
2. Nieuwe woonvisie Inhoudelijke toelichting: De huidige woonvisie loopt tot en met 2025. In verband met nieuwe wetgeving (Wet Versterking regie Volkshuisvesting) is het verplicht om uiterlijk 1 januari 2026 een volkshuisvestelijk programma te hebben (woonvisie nieuwe stijl). Om dit te kunnen doen is budget van €40.000 nodig (rand voorwaardelijk). Maatschappelijk effect: Concretiseren van de woonopgave zodat we voor de lange termijn kunnen zorgen voor voldoende woningen voor onze doelgroepen. Financiële toelichting: Het betreft budget voor extern onderzoek en/of externe begeleiding. NB. De woonvisie en woonzorgvisie zijn twee verschillende visies. Voor de woonzorgvisie is een melding gedaan in het kader van de Berap 2024. Voor de woonvisie nu een melding gedaan in het kader van de kadernota. NB: In verband met nieuwe wetgeving zullen we langer over een woonvisie spreken maar over een volkshuisvestelijk programma. Risico’s bij niet honoreren: Zonder budget kan er geen volkshuisvestelijk programma gerealiseerd worden. (Bedragen x € 1.000) Totaal
2025 - 40
2026 0
2027 0
2028 0
10 Kadernota 2025
3. Voorziening onderhoud kapitaalgoederen Inhoudelijke toelichting: Om de lasten van onderhoud te egaliseren, maken we in gemeente Zeist gebruik van de Reserve Onderhoud Kapitaalgoederen. Hoewel we de schommelingen in het begrotingssaldo hiermee kunnen dekken, mag deze reserve volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) niet als structurele dekking worden aangemerkt. Dit mag wel als een 'groot onderhoud' voorziening wordt ingesteld. Op dit moment worden de onderhoudsplannen geactualiseerd en in 2024 zal een voorstel volgen om een voorziening voor groot onderhoud in te stellen. Het doel is om de voorziening in te stellen per 1-1-2025. De overgang van de reserve naar de voorziening zal financiële (technische) consequenties hebben. Daarnaast wordt het benodigde onderhoudsniveau bijgesteld als de actualisatie daar aanleiding toe geeft. Maatschappelijk effect: Onze panden, als zijnde kapitaalgoederen, dienen aan het gestelde onderhoudsniveau te voldoen. Hiermee zorgen we voor veilige, gezonde en bruikbare accommodaties voor de lange termijn. De te vormen voorziening (als alternatief voor de reserve) biedt meerjarig dekking om het meerjarige onderhoud uit te voeren. Financiële toelichting: De uiteindelijke uitwerking van deze melding kent twee financiële consequenties. Enerzijds is er sprake van een technische wijziging.
Bij een voorziening wordt jaarlijks een bedrag toegevoegd aan de voorziening. De lasten voor groot onderhoud worden vervolgens rechtstreeks uit deze voorziening gedekt. De 'dagelijkse' onderhoudslasten worden dan structureel in de begroting geraamd. Dat wijkt af van de huidige reservesystematiek. Dit heeft over de gehele looptijd van de meerjarige onderhoudsplanning (MJOP) geen consequenties voor de werkelijke uitgaven, maar kan wel resultaatseffect hebben in de komende jaren. Anderzijds kan het actualiseren leiden tot een bijstelling van de benodigde onderhoudsuitgaven binnen het MJOP. Dat kan ook betekenen dat er gedurende de looptijd van het MJOP meer of minder dekking nodig is. Risico’s bij niet honoreren: Bij het niet honoreren van het verzoek blijven we op een manier werken die niet voldoet aan wet- en regelgeving (BBV). (Bedragen x € 1.000) Totaal 4. Kadernota informatieveiligheid
2025 PM
2026 PM
2027 PM
2028 PM
Inhoudelijke toelichting: Met de ‘Network and Information Security Directive’ (NIS2) is in 2023 een Europese richtlijn vastgesteld met als doel de cyberbeveiliging en de weerbaarheid van essentiële diensten in EU-lidstaten te verbeteren. Landelijke overheden hebben tot eind 2024 de tijd om de Europese wetgeving om te zetten naar landelijke wetgeving. Hoewel de invulling hiervan nog niet exact bekend is, betekent dit dat eind 2024 de gemeente Zeist aan deze wetgeving zal moeten voldoen. Niet voldoen aan de richtlijnen kan op termijn tot hoge boetes leiden voor de gemeente. Maatschappelijk effect: Financiële toelichting: Onze landelijke overheid heeft nog geen wetgeving vastgesteld. De financiële consequenties voor 2025 en verder zijn daarmee nog niet bekend. Daarnaast zal qua dekking op dit punt bij de nadere uitwerking moeten blijken in hoeverre het huidige beleid heroverwogen kan worden, als het eventueel door het Rijk beschikbaar te stellen budget onvoldoende blijkt (voorwaarde uit Nota Financiële stabiliteitscriteria 2021-2024). Mogelijk ontstaan in 2024 al kosten in aanloop naar deze wet. Deze lasten zullen worden voorgefinancierd uit de ICT reserve en op een later moment verrekend wanneer er middelen vanuit het rijk beschikbaar komen. Risico’s bij niet honoreren: Niet voldoen aan de gesteld Europese (landelijk nog vorm te geven) richtlijnen/wetgeving.
(Bedragen x € 1.000) Totaal
2025 PM
2026 PM
2027 PM
2028 PM
11 Kadernota 2025
5. Toename specifieke uitkeringen (SPUKS) Inhoudelijke toelichting: Het gemeentefonds vormt de grootste inkomstenbron van de gemeente. De afgelopen jaren heeft het Rijk ervoor gekozen om steeds meer uitkeringen buiten het gemeentefonds beschikbaar te stellen. Het gaat hier om specifieke uitkeringen (SPUK). Het aantal SPUK-regelingen voor Zeist is fors toegenomen. Zo waren er in 2019 in totaal negen SPUK regelingen die voor onze gemeente van toepassing waren. In 2023 is het aantal opgelopen tot 39 regelingen. Naast een inperking van de beleidsvrijheid van decentrale overheden, betekent de komst van SPUKregelingen het ook een forse toename aan verantwoordings- en administratielasten. Aan iedere SPUKregeling zijn voorwaarden verbonden (zoals een subsidie). Deze voorwaarden geven bijvoorbeeld aan waar de SPUK-gelden aan mogen worden besteed (en waar niet), hoe de SPUK (jaarlijks) verantwoord moet worden en hoe er moet worden afgerekend. Jaarlijks controleert de accountant alle SPUK-regelingen van onze gemeente. De controle vindt plaats bij de jaarrekening via de SISA-verantwoording. Dit is wettelijk verplicht. Van iedere SPUK-regeling wordt intern een dossier opgebouwd waarin - naast de inhoudelijke documentatie - ook een financiële verantwoording wordt toegevoegd.
Hierbij kan gedacht worden aan overzichten van uitgaven, aansluitingen met het financiële systeem, facturen enzovoorts. Het team financiën ondersteunt de manager of beleidsmedewerker bij het ‘vullen’ van het financiële deel van het dossier. Control voert een toets op rechtmatigheid en getrouwheid uit, waarna de dossiers worden doorgezet naar de accountant. Door de forse toename van het aantal regelingen en de noodzakelijke verantwoording- en controlewerkzaamheden is de belasting van de ambtelijke organisatie enorm toegenomen. Maatschappelijk effect: Financiële toelichting: De uitbreiding van de formatie met 0,5 fte brengt € 55.000 aan structurele kosten met zich mee. Het is niet mogelijk deze kosten onder te brengen binnen de SPUK-regelingen. Risico’s bij niet honoreren: Het lukt financiën en control niet meer om de benodigde werkzaamheden met de bestaande capaciteit uit te voeren. Daarom wordt 0,5 fte gevraagd voor de uitvoering van SPUK-regelingen. Deze 0,5 fte zal worden ingezet om het proces rondom de SPUKS te verbeteren met betere dossieropbouw (inrichting conform SPUK-voorwaarden en juiste documentatie), tussentijdse monitoring en jaarlijkse verantwoording inclusief (rechtmatigheids-)controle. (Bedragen x € 1.000) Totaal
2025 - 55
2026 - 55
2027 - 55
2028 - 55
12 Kadernota 2025
6. Nieuwe regelgeving rond Wonen (5x) Inhoudelijke toelichting: Vanuit het Rijk komen er vijf nieuwe wetten naar ons toe rondom Wonen. Om deze wetten goed te kunnen implementeren is tijdelijk extra inzet nodig. Wij verwachten dat we dit in 2027 kunnen afronden, waarmee er een einde aan de tijdelijke extra inzet komt. Wel is het mogelijk dat er permanente uitvoeringskosten aanwezig blijven. Dit wordt gemonitord en in de P&C-cyclus meegenomen. Het betreft de volgende wetten: • Nieuwe huisvestingswet • Wet Goed verhuurderschap • Wet Regie volkshuisvesting • Wet Betaalbare huur • Wet Lokaal verbod tijdelijke verhuur Maatschappelijk effect: Voldoende middelen dragen bij aan een goede implementatie van de wetten. Hierdoor kunnen wij zorgen voor een goede dienstverlening voor onze inwoners en verbetering van de volkshuisvesting zoals bedoeld in de wetten (denk aan de toegankelijkheid van woningen voor iedereen). Financiële toelichting: De middelen zijn ten behoeve van een extra adviseur Wonen (€ 110.000) en zijn er extra uitvoeringswerkzaamheden (€ 10.000). Wij ontvangen structureel € 32.000 van het Rijk voor de Wet Goed Verhuurderschap. 10K zetten we in voor het externe Huurteam Zeist, € 22.000 hiervan kunnen we aanwenden voor de implementatie woonwetten.
Daarmee resteert een tekort van € 98.000 in de jaren 2025-26-27.Indien er aanvullende middelen vanuit het Rijk komen voor de nieuwe Woonwetten, kunnen deze in mindering worden gebracht op de hier benoemde bedragen. Risico’s bij niet honoreren: Implementatie van deze wetten is een wettelijke verplichting. Kosten zijn onvermijdelijk, waardoor deze ten koste zullen gaan van het jaarresultaat als we ze niet opnemen. (Bedragen x € 1.000) Totaal
2025 -98
2026 -98
2027 -98
2028 0
13 Kadernota 2025
7. Toename werkzaamheden fysieke leefomgeving Inhoudelijke toelichting: Wij constateren een autonome toename van werkzaamheden binnen het domein fysieke leefomgeving, zoals wij eerder al hebben aangegeven in de bestuursrapportage 2023. Deze komen enerzijds voort uit toenemende vraag vanuit de samenleving, anderzijds uit nieuwe wetgeving. De toenemende vraag uit de samenleving uit zich in stijgende aantallen complexe(re) ruimtelijke (gebieds-)ontwikkelingen. Behandeling hiervan is een wettelijke verplichting, en bovendien noodzakelijk om invulling te geven aan de vele opgaven in onze ruimte: denk onder meer aan woningbouw, groen & biodiversiteit, en maatschappelijke voorzieningen voor onze inwoners. Vanuit wetgeving brengen de implementatie van de Omgevingswet (aparte maar gerelateerde melding in de kadernota) en Wet natuurbescherming werkzaamheden met zich mee waarvoor veelal dezelfde medewerkers nodig zijn. Wij spelen op deze toenemende werkzaamheden in door te sturen op de kwaliteit en (kosten)efficiëntie van onze dienstverlening en werkprocessen. Zo is in 2023 een nieuw ruimtelijk vooroverleg gestart en is titel 2 van de legesverordening geheel vernieuwd. Niettemin neemt de druk op de organisatie toe.
In het raadsbesluit PvA implementatie Omgevingswet heeft uw raad besloten om de organisatie te laten leren en groeien om goed op onze ruimtelijke opgaven in relatie tot de implementatie Omgevingswet te kunnen inspelen, en daarom waar mogelijk met vaste medewerkers te werken. De komende periode brengen wij in beeld wat er nodig is en waar mogelijke combinaties met bestaande opgaven liggen, bijvoorbeeld vanuit het UVP. Hier komen wij in de begroting bij u op terug. Maatschappelijk effect: Uitvoering van de taken is een wettelijke verplichting. Beleidsruimte is beperkt. Succesvol oppakken van onze ruimtelijke opgaven draagt bij aan het goede leven in Zeist voor al onze inwoners. Financiële toelichting: n.v.t. Risico’s bij niet honoreren: (Bedragen x € 1.000) Totaal
2025 PM
2026 PM
2027 PM
2028 PM
14 Kadernota 2025
8. Implementatie Omgevingswet Inhoudelijke toelichting: De Omgevingswet en de Wkb (Wet kwaliteitsborging bouw) zijn per 1-1-2024 in werking getreden. In maart 2024 heeft de raad het Plan van aanpak voor de implementatie van de Omgevingswet tot 2032 vastgesteld. De komende jaren ligt er nog veel werk rond de Omgevingswet. Wij voorzien hierbij momenteel een tekort aan middelen voor de implementatie (ons reguliere budget hiervoor is niet toereikend). Maatschappelijk effect: Voldoende middelen dragen bij aan een goede implementatie van de wet. Hierdoor kunnen wij zorgen voor een goede dienstverlening voor onze inwoners. Daarnaast draagt dit bij aan de vorming van passend ruimtelijk beleid in o.a. omgevingsvisie en omgevingsplan. Financiële toelichting: Naar mate de implementatie vordert kunnen deze inzichten wijzigen, niettemin achten wij het verstandig de huidige inzichten al op te nemen in de kadernota. Indien er aanvullende middelen vanuit het Rijk komen voor de Omgevingswet, kunnen deze in mindering worden gebracht op de hier benoemde bedragen. Risico’s bij niet honoreren: Implementatie Omgevingswet is een wettelijke verplichting. Kosten zijn onvermijdelijk, waardoor deze ten koste zullen gaan van het jaarresultaat.
Voor zo ver er wel keuzen te maken zijn, zijn deze deel van het PvA implementatie Omgevingswet (vastgesteld raad maart 2024) en komt dit jaarlijks bij de raad langs in het voorjaar (conform PvA implementatie Omgevingswet). (Bedragen x € 1.000) Totaal
2025 -270
2026 -95
2027 -50
2028 0
9. Inzet Omgevingsdienst Utrecht (ODRU) t.b.v. Omgevingswet Inhoudelijke toelichting: De invoering van de omgevingswet heeft op diverse plekken niet alleen binnen, maar ook buiten onze organisatie, tot extra werkzaamheden geleid. Ook de Omgevingsdienst Utrecht (ODRU) heeft te maken met aanvullende werkzaamheden om hun taken goed uit te kunnen voeren. In 2024 is dit in het uitvoeringsprogramma (UVP) van de ODRU voor de gemeente Zeist ingeschat op 1.160 uur. In 2024 is dit bedrag incidenteel betaald vanuit het implementatie budget van de omgevingswet. Voorgesteld wordt, omdat het voor de verantwoordingsinformatie van de IV3 (landelijke richtlijnen) beter is, vanaf 2025 deze meerkosten bij de overige kosten van de ODRU te laten landen. Maatschappelijk effect: De ODRU is in staat de juiste rol in het kader van de omgevingswet waardoor inwoners en ondernemers op een juiste manier worden geadviseerd. Financiële toelichting: In het UVP zijn voor 2024 1.160 aan uren opgenomen voor aanvullende werkzaamheden van de ODRU als gevolg van de invoering van de omgevingswet. Uitgaande van het uurtarief van 2025 (€ 123 per uur) komt dit uit op een effect van € 142.680,00 vanaf 2025. Risico’s bij niet honoreren: (Bedragen x € 1.000) Totaal
2025 -143
2026 -143
2027 -143
2028 -143
15 Kadernota 2025
3.3.2 ‘Overige ontwikkelingen’ Alle in deze paragraaf opgenomen meldingen hebben een andere dan een wettelijke oorsprong. Het kunnen autonome ontwikkelingen in aantallen betreffen, maar bijvoorbeeld ook stelselwijzigingen in het uitvoeren van gemeentelijke taken. Ook kan deze categorie meldingen betreffen die eerder als ‘knelpunten’ werden gepresenteerd. Belangrijk is dat er een bepaalde mate van keuze aanwezig of mogelijk is in de uitvoering zit om in deze rapportage gemeld te worden. Ontwikkelingen die geen vorm van keuze hebben worden in de bestuursrapportage als gevolg van de 3 O’s van de gemeentefinanciën (Onvoorzien/Onoplosbaar, Onuitstelbaar en Onontkoombaar) gepresenteerd. Onderstaand worden de aanmeldingen weergegeven waarna deze individueel verder worden toegelicht. Onderdeel (Bedragen x € 1.000) 10. Citymarketing 11. Coörd. gezondheid, sport en preventie 12. Duurzame invulling sportpark Blikkenburg 13. Omvorming natuurgras naar kunstgras 14. Gebiedsvisie Vollenhove 15. Nieuwe regiodeal (cofinanciering) 16. Taalaanpak 17. Preventie-en Handhavingsplan Alcohol 18. Verruimen openingstijden Recyclingstation 19. Infrastructurele diensten datacenter 20. IT Budgetten algemeen 21. Uitvoering gasloos fase 3 22. WMO budgetten 23. Individuele inkomenstoeslag (IIT) 24. Uitvoering sport & bewegen 25. (Sociale) centrumaanpak 26. Ontsluiting Huis ter Heide 27. Vervanging Groen 28.
Uitbreiding recruitment capaciteit 29. Zorg ontzorgt Totaal 'Overige ontwikkelingen'
€ € € € € € € € € € € € € € € € € € €
2025 -75 -50 -50 -39 -154 -463 PM -68 -72 PM -38 -971
2026 -75 -50 -39 -154 -463 PM € -35 € € -68 € -123 € € € -15 PM € -38 € -1.022 € € € € € € € € € €
€ € € € € € € € € € € € € € € € € €
2027 -75 -154 -463 PM -35 PM -68 -123 -10 -30 PM -958
€ € € € € € € € € € € € € € € € € €
2028 -75 -154 -463 PM -35 PM -68 -123 -10 -45 PM -973
16 Kadernota 2025
10. Opvolging Actieprogramma Recreatie & Toerisme (Citymarketing) Inhoudelijke toelichting: In 2019 heeft een taskforce met deelnemers uit het brede speelveld van recreatie en toerisme in gemeente Zeist een advies opgesteld aan het college van B&W en de gemeenteraad om de recreatie en toeristische sector binnen Zeist beter op de kaart te zetten. De gemeenteraad heeft dit actieprogramma recreatie en toerisme vastgesteld. Daarbij is een budget van € 90.000 voor uitvoering beschikbaar gesteld. Door COVID-19 heeft de uitvoering enige jaren stilgelegen. Recent is dit budget ingezet om een bureau aan te trekken. Dit bureau heeft in samenspel met diverse stakeholders een look en feel (beeldmerk) ontwikkeld en een online platform waarop verhalen uit gemeente Zeist gedeeld kunnen worden. Ook heeft het bureau de gemeente geadviseerd over de marketingstrategie, het beheer en gebruik van het platform. Bij het vaststellen van het actieprogramma is geen rekening gehouden met het vervolg. Voor de instandhouding van het platform en om dit voortdurend te kunnen vullen met actuele content is budget rand voorwaardelijk. Maatschappelijk effect: Het platform dient om meer bekendheid te genereren voor Zeist, voor een beter gebruik van de recreatieve voorzieningen door bezoekers van buiten en door eigen inwoners.
Het maakt de gemeente Zeist aantrekkelijk als woonplaats en is goed voor de werkgelegenheid. Financiële toelichting: De gevraagde financiële bijdrage zorgt ervoor dat het platform draaiende gehouden kan worden en dat deze van actuele content kan worden voorzien. Ook wordt de bijdrage ingezet voor diverse on- en offlinecampagnes. Risico’s bij niet honoreren: Het project is klaar en gelanceerd. Niet voortzetten betekent stopzetten van het platform, verlies van eerder beschikbaar gestelde, substantiële financiële en personele bijdrage, verlies van vertrouwen van stakeholders in de gemeente en het project als geheel. (Bedragen x € 1.000) Totaal
2025 - 75
2026 - 75
2027 - 75
2028 - 75
17 Kadernota 2025
11. Coördineren gezondheid, sport en preventie Inhoudelijke toelichting: De afgelopen periode is gewerkt aan actueel beleid op het gebied van gezondheid, sport en bewegen en een bijbehorend Preventie- en handhavingsplan alcohol. Dit beleid wordt in het najaar van 2024 aan de gemeenteraad voorgelegd. Het is een wettelijke verplichting om dit periodiek te laten vaststellen. Het nieuwe beleidskader gezondheid, sport en bewegen bevat een integrale aanpak op deze veelomvattende thema’s voor de komende jaren. Daarnaast zijn er een aantal landelijke ontwikkelingen zoals het GALA akkoord, waarin gemeenten gevraagd worden om aan nieuwe thema’s te werken. Deze zijn opgenomen in het nieuwe beleid. Om uitvoering te kunnen geven aan dit beleidskader is capaciteit nodig in de vorm van een coördinator. Dat geldt ook voor het uitvoeren van de taken die van gemeenten gevraagd worden in het kader van het GALA, en om de regierol van de gemeente te versterken (aanbeveling uit de evaluatie). Deze werkzaamheden zijn niet uitvoerbaar met de huidige capaciteit. In het verleden is de rol van coördinator er ook geweest voor het Sport- en preventieakkoord Zeist (voorloper van het nieuwe gezondheids- en sportbeleid) en zeer waardevol gebleken. Dit akkoord werd toen gefinancierd vanuit incidentele Rijksmiddelen.
Maatschappelijk effect: De coördinator zal zich toeleggen op het vervullen van de regierol van de gemeente in sport en gezondheid, twee grote beleidsterreinen. De regierol omvat het opstellen van uitvoeringsplannen n.a.v. het nieuwe beleid, het initiëren van nieuwe projecten en het versterken van samenwerkingsverbanden met onze partners. Taken omvatten onder andere het organiseren van overlegstructuren met partners, het faciliteren van netwerkbijeenkomsten en nauwe samenwerking met andere coördinatoren ter bevordering van integraal beleid, zoals de coördinatoren bestaanszekerheid, taal en zorg, en eerste lijn. Financiële toelichting: Voor deze rol is gedeeltelijk cofinanciering mogelijk vanuit andere middelen, zoals het gezondheidsbeleid en sportbeleid. Daarnaast is er incidentele cofinanciering mogelijk vanuit de brede SPUK-regeling sport, gezondheid, sociale basis en cultuur. Deze incidentele middelen zijn beschikbaar tot en met 2026. Het is op dit moment onbekend of de SPUK-regeling vanuit het Rijk wordt verlengd. We dienen daarom in eerste instantie alleen een melding in voor de middelen die we nu voorzien. We zullen de coördinatiefunctie na een periode van twee jaar evalueren en een voorstel indienen voor het vervolg (beleidsplan is 4 jaar).
Risico’s bij niet honoreren: Het niet honoreren heeft gevolgen voor de uitvoerbaarheid van het nieuwe beleidskader gezondheid, sport en bewegen en het bijbehorende Preventie- en handhavingsplan alcohol. Wanneer de aanvraag niet toegekend wordt, kunnen de activiteiten uit het kader niet uitgevoerd worden zoals voorgesteld en is het noodzakelijk om de ambities en activiteiten naar beneden bij te stellen. Het heeft ook gevolgen voor de uitvoerbaarheid van taken die van ons vanuit het Rijk gevraagd worden in het kader van het GALA. (Bedragen x € 1.000) Totaal
2025 - 50
2026 - 50
2027 0
2028 0
18 Kadernota 2025
12. Duurzame invulling sportpark Blikkenburg West Inhoudelijke toelichting: Het deelproject Blikkenburg West heeft de ambitie om het plangebied duurzaam te ontwikkelen. Dit doen we op basis van de vier pijlers van de Brede Milieuvisie Zeist: klimaat en energie, circulariteit, natuur en leefomgeving. Bij de vertaling hiervan naar concrete maatregelen voor het paviljoen, is uitgegaan van het Duurzaam bouwen beleid zoals dat in Zeist is vastgesteld. Voor de duurzame ontwikkeling van het gehele gebied van Blikkenburg West is gebruik gemaakt van het zogenaamde Terreinlabel. Het Terreinlabel is een methodiek waarmee de mate van duurzaamheid van het gebied meetbaar wordt gemaakt en vergelijkbaar met andere sportparken. Duurzaamheid wordt door Terreinlabel breed ingestoken. Voor elk thema zijn er lijsten van mogelijke duurzame maatregelen. Allereerst is aan de hand van het Terreinlabel gekeken welke ambitie maximaal mogelijk is. Welke duurzame maatregelen zouden denkbaar zijn voor Blikkenburg West? Uit de resultaten bleek dat de startsituatie een Terreinlabel ‘E’ te verbeteren is naar een Terreinlabel ‘A’ of ‘B’. De lijst van mogelijke duurzame maatregelen voor Blikkenburg West is vervolgens gecheckt op toepasbaarheid.
Past de maatregel binnen de kaders van het gebied? Is deze te combineren met de plannen van andere deelprojecten? Hiervoor zijn meerdere sessies met de andere deelprojecten georganiseerd. Tijdens deze check bleek dat veel duurzame maatregelen al gepland waren of zonder extra kosten meegenomen kunnen worden. Ook bleek dat enkele maatregen niet uitvoerbaar zijn vanwege de kenmerken van Blikkenburg West of door al eerder genomen besluiten. Voor de aanvullende duurzaamheidsmaatregelen zijn de kosten inzichtelijk gemaakt. Hierbij is zowel gekeken naar de nodige investeringen, als het effect van de maatregelen op de jaarlijkse beheerskosten. Uitgaande van alle uitvoerbare duurzame maatregelen is bepaald dat met aanvullende maatregelen voor Blikkenburg West een Terreinlabel A of B haalbaar is. Maatschappelijk effect: In gemeente Zeist willen we ook toekomstige generaties een fijne leefomgeving kunnen meegeven. Dit vraagt om het maken van keuzes en een systeemtransformatie waarbij duurzaamheid aan de basis van de planvorming staat. De herinrichting van sportpark Blikkenburg-West biedt kansen om hierop in te spelen door het toepassen van duurzaamheidsmaatregelen. Het resultaat dat wordt nagestreefd is een Blikkenburg West dat klimaat adaptief is ingericht, waardoor zoveel mogelijk hemelwater in het gebied wordt vastgehouden.
Een sportpark waar ook maximaal is ingezet op het versterken van het groen met bijvoorbeeld het vervangen van hekken door hagen en een park dat aansluit bij duurzame mobiliteitsdoelen. In het park wordt gebruik gemaakt van circulaire materialen, het gehele gebied inclusief paviljoen is energieneutraal en de biodiversiteit wordt versterkt. In het kort een mooi toekomstbestendig, duurzaam Blikkenburg West. En niet te vergeten, een sportpark dat in samenspel met gebruikers en omwonenden tot stand is gekomen. Financiële toelichting: De set aan maatregelen is financieel uitgewerkt. Allereerst is gekeken naar mogelijkheden van subsidie en/of externe financiering. Daarna naar cofinanciering vanuit andere beleidsvelden of programma’s. Hiermee is echt een coproductie ontstaan, niet alleen voor gewenste inhoudelijke input, maar dus óók voor wat betreft de dekking (financiering) van de maatregelen. Dekking van buiten het programma Masterplan buitensport komt niet helemaal rond, maar het restant van circa € 85.000 kan nog net gedekt worden vanuit het restant/overtollig saldo uit de incidentele reserve, dat is ontstaan door het tot op heden efficiënte werken. Dit vraagt echter wel formeel een kadernota melding, zij het dus budgetneutraal.
Risico’s bij niet honoreren: Het zou een gemiste kans zijn om bij dit grote sport-gerelateerde herinrichtingsproject, niet direct ook in te spelen op bredere gemeentelijke beleidsdoelstellingen en zodoende op een efficiënte manier werk met werk te maken. Het toepassen van deze set aan duurzaamheidsmaatregelen geeft bovendien invulling aan onze voorbeeldfunctie. (Bedragen x € 1.000) Totaal
2025 0
2026 0
2027 0
2028 0
19 Kadernota 2025
13. Omvorming natuurgras- naar kunstgrasveld Inhoudelijke toelichting: Waar er ten tijde van de vaststelling van het Masterplan Buitensport nog sprake was van twee kleine verenigingen met overcapaciteit op sportpark Blikkenburg-Oost, is er inmiddels sprake van een behoorlijke druk op de capaciteit van het park. De huidige capaciteit is één kunstgrasveld en één natuurgrasveld. Sinds de vaststelling van het masterplan is de gezamenlijke behoefte van de verenigingen bijna verdubbeld. Op zaterdag, de speeldag van beide verenigingen, is er inmiddels sprake van een gezamenlijke veldbehoefte van 2,7 speelvelden. De kwaliteit en de bespeelbaarheid van het natuurgrasveld op sportpark Blikkenburg-Oost is al een aantal jaren een aandachtspunt. In het seizoen 2019/2020 leidde dit tot erg veel afgelastingen, waarna er is gekeken naar renovatie van de toplaag van het veld. Hierbij is gekozen voor een constructie die beter bestand is tegen veel regenval en ook meer bespelingsuren aan kan dan een traditioneel natuurgrasveld. Dit was op dat moment een passende oplossing, een dergelijk veld komt echter qua bespelingsuren natuurlijk niet in de buurt van een kunstgrasveld. Ook op momenten dat er sprake is van veel neerslag neemt de bespeelbaarheid af. De behoefte aan trainingsvelden is inmiddels al 1,5 trainingsveld waardoor het natuurgrasveld (te) veel belast wordt.
Voor één vereniging kan het al lastig zijn om dit in een goed schema te krijgen, maar hier is het logischerwijs nog veel ingewikkelder. Het betreft hier immers een vrij complexe situatie met twee verenigingen die gebruik maken van dezelfde accommodatie en veelal dezelfde piekmomenten hebben doordat zij beide op zaterdag spelen. Ervaring heeft dan ook geleerd dat dit ten koste gaat van de bespeelbaarheid van het natuurgrasveld en dit extra afgelastingen oplevert. Zeker met de grote regenval tijdens het lopende seizoen is dat het geval en dit zet de samenwerking extra onder druk. Dit beeld herkennen we ook uit voorgaande jaren. Met het oog op de verandering van het klimaat met de bijbehorende extreme regenval lijkt hier voorlopig ook geen verandering in te komen. We kennen in ons land een behoorlijke druk op de ruimte en gemeente Zeist vormt hier op geen uitzondering. Voor wat betreft de sportaccommodaties moeten we het ook echt doen met de ruimte die we hebben. De druk op de bestaande sportlocaties is groot, waardoor we ook een flink aantal kunstgrasvelden in onze gemeente hebben om het maximale uit de beschikbare ruimte te kunnen halen.
Kijkend naar de gemeentelijke (buitensport) beleidskaders en de ontwikkeling van de veldbehoefte volgens de rekentool, kan onderbouwd worden waarom de verenigingen hier ‘recht’ hebben op een 2e kunstgrasveld, ter vervanging van het natuurgrasveld. Maatschappelijk effect: Een mooi sportpark met een mooi gebouw verdient ook goed bespeelbare velden. Kunstgras is de enige oplossing hiervoor. De aanleg van een tweede kunstgrasveld op sportpark Blikkenburg-Oost zal naar verwachting zorgen voor rust, duidelijkheid, (meer) toekomstbestendigheid en gelijkwaardigheid . Dit kan een betere basis vormen voor een harmonieuze samenwerking tussen de beide clubs. En uiteindelijk geldt hier simpelweg: de investering zorgt voor meer gebruiksmogelijkheden en meer Zeisteren die kunnen sporten en bewegen! Financiële toelichting: Kunstgras heeft erg veel voordelen voor verenigingen omdat dit bijna altijd bespeelbaar is. Een kunstgrasveld brengt echter ook een kostenplaatje met zich mee. De kosten voor het ombouwen van een natuurgrasveld naar een kunstgrasveld is onder normale omstandigheden ca. € 500.000. Uit bodemonderzoek in 2018 en 2019 is naar voren gekomen dat de voetbalvelden op sportpark Blikkenburg-Oost zijn vervuild met o.a. zware metalen en PAK . Voor de aanleg van kunstgras was destijds een onderbouw vereist, welke het nodige grondwerk vergde.
Ook de grondwallen die vervuild waren zijn gelijktijdig gesaneerd. Geschatte kosten voor de ombouw van het natuurgrasveld naar een kunstgrasveld worden op basis van de ervaring van de saneringswerkzaamheden en de aanleg van het kunstgrasveld in 2019 op dit moment geschat op ca. € 750.000, bestaande uit ca. € 500.000 voor de ombouw naar een kunstgrasveld en € 250.000 voor de sanering. Met betrekking tot de bodemsanering schrijft de wetgeving voor: kosten voor bodemsanering zijn geen investeringen. Deze kosten moeten behandeld worden als een verlies, ook als de kosten verbonden zijn aan investeringen (nieuwe bouwlocatie) of aan bestaande activa (vervuiling onder gemeentelijke gebouwen). Dit zou incidenteel bekostigd kunnen worden, bijvoorbeeld uit een reserve. De reserve van
20 Kadernota 2025
de buitensport kan dit nog dragen. Verder rest er ook nog een boekwaarde op het natuurgrasveld dat in 2020 is aangelegd. De boekwaarde van het veld is eind 2023 € 64.000. Wanneer we een nieuw veld op deze plek gaan leggen moeten we in één keer het resterende bedrag afwaarderen. Ook dit kan incidenteel gedekt worden. Risico’s bij niet honoreren: Voor FZO & Patria levert de huidige beperking problemen op voor het behouden van de jeugdteams en het mogelijk maken van de groei bij met name de jeugd. De samenwerking tussen de verenigingen met betrekking tot het gebruik van de velden verloopt - mede als gevolg van deze situatie - niet altijd even soepel. Het behoud van leden en de vitaliteit komt onder druk te staan. (Bedragen x € 1.000) Totaal
2025 0
2026 0
2027 0
2028 0
14. Gebiedsvisie Vollenhove en openbaar gebied Inhoudelijke toelichting: Op 27 maart 2024 heeft de gemeenteraad de Gebiedsvisie Vollenhove vastgesteld, met daarin onder andere forse ambities om te investeren in het openbaar gebied van de buurt. Hierin komt naar voren dat in Vollenhove het openbaar gebied voor veel inwoners ook letterlijk als achtertuin fungeert en daarmee dus belangrijker is dan wanneer je een (eigen) tuin hebt. Daarbij komt de relatief hoge bevolkingsdichtheid en de soms kwetsbare inwoners. Dit legt een extra grote druk op het openbaar gebied. Er liggen ook kansen om in het kader van een gezonde leefomgeving, investeringen in de fysieke ruimte en sociale investeringen hand in hand te laten gaan. In 2024 gaan we aan de slag met het uitwerken van plannen hiervoor, zoals in de gebiedsvisie is aangekondigd. Voor 2025 moet dit landen in een financieel voorstel. Maatschappelijk effect: Vollenhove heeft niet voor niets een buurtaanpak. De buurt kent vooral grote sociale achterstanden. In de oplossing sfeer speelt de openbare ruimte een hele belangrijke rol als tuin voor verblijven, ontmoeten, bewegen en sporten. Bij bewoners zijn terecht ook verwachtingen gewekt, vooral ook door de deelname aan het VAT, om de gebiedsvisie mee op te stellen . Door het vaststellen van de gebiedvisie heeft gebiedsontwikkeling een grotere prioriteit gekregen.