24RV023 - Bijlage 12.9 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling X
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Nooitgedacht, Zeist
November 2022
Status: definitief
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Nooitgedacht, Zeist’
AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING ‘NOOITGEDACHT, ZEIST’
Naam:
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Nooitgedacht, Zeist’
Datum:
November 2022
Versie:
Definitief
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Nooitgedacht, Zeist’
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................... 3 HOOFDSTUK 2 KENMERKEN VAN HET VOORNEMEN ................................................... 6 HOOFDSTUK 3 BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN .............................................. 9 HOOFDSTUK 4 CONCLUSIE ................................................................................ 16
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Nooitgedacht, Zeist’
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Het voornemen bestaat om een tweetal locaties aan de Nooitgedacht in Zeist te herontwikkelen tot woningbouw. Het gaat om de percelen Nooitgedacht 20-28 en 34-38. Op dit moment is op deze locaties voormalige, leegstaande, bedrijfsbebouwing aanwezig. Initiatiefnemer is voornemens deze bebouwing te slopen en te vervangen door woningbouw ten behoeve van 17 woningen (plandeel A) en een appartementengebouw met 10 appartementen (plandeel B). Op basis van het geldende bestemmingsplan “Zeist Centrum e.o.” is het projectgebied bestemd tot ‘Gemengd’. Het voorliggende initiatief is echter niet in overeenstemming met de regels van dit bestemmingsplan, omdat de juiste bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de beoogde woningen ontbreken. Het plan is dan ook in strijd met het geldende bestemmingsplan. De gemeente is in principe bereid medewerking aan deze ontwikkeling te verlenen middels een uitgebreide omgevingsvergunningsprocedure, conform artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 30 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), waarbij van het geldende bestemmingsplan kan worden afgeweken. Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’.
Vanuit het ruimtelijke spoor is daarom een vormvrije toets aan het Besluit Milieueffectrapportage noodzakelijk. In dit document worden de milieueffecten van deze ontwikkeling beschouwd. Eerst wordt een nadere toelichting op de M.e.r.-beoordeling gegeven. De locatie van het projectgebied ligt in de kern Zeist (gemeente Zeist) en binnen het grondgebied van de gemeente Zeist. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Zeist, sectie L, nummers 1556 en 749 (Plandeel A) & 1554, 755 en 756 (Plandeel B). De ligging van het projectgebied in Zeist en ten opzichte van de directe omgeving is weergegeven in afbeelding 1.1 met respectievelijk de rode ster en de rode omlijning.
Afbeelding 1.1
Ligging van het projectgebied (Bron: PDOK)
M.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in de integrale ruimtelijke afweging te geven. Een ruimtelijk plan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •
•
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3);
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Nooitgedacht, Zeist’
•
Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. In voorliggend geval gaat het om directe eindbestemmingen en is sprake van een besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd.
Voorliggende ontwikkeling is niet als activiteit opgenomen in de C-lijst van het Besluit MER. In de D-lijst de volgende activiteit opgenomen: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De sloop van de bestaande bebouwing en de realisatie van 27 woningen op deze locatie is als een stedelijk ontwikkelingsproject aan te merken, waardoor toetsing aan de drempelwaarden dient plaats te vinden. De drempelwaarden zijn ten aanzien van de hiervoor genoemde activiteit als volgt: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. In voorliggend geval is geen sprake van de ontwikkeling van een gebied van 100 hectare of meer, of van een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat. Van een directe m.e.r.-plicht is dan ook geen sprake. Desalniettemin dient, gelet op de aard en omvang van het project, wel een vormvrije m.e.r.beoordeling te worden uitgevoerd. Voorliggende aanmeldnotitie voorziet hierin. Inhoud en doel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling Inhoudelijk gaat de vormvrije m.e.r.-beoordeling in op de mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief.
Deze belangrijke nadelige gevolgen worden beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria opgesomd in Bijlage III van de EEG-richtlijn Milieueffectbeoordeling, die drie hoofdthema’s noemt: • • •
De kenmerken van de activiteit; De plaats van de activiteit (ligging en samenhang met andere activiteiten (cumulatie); De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben.
Het doel van de notitie is om op objectieve wijze informatie over mogelijke, relevante milieugevolgen van het project te verzamelen en te presenteren. Betrokken partijen Bij het project zijn de gemeente Zeist en ontwikkelende partijen betrokken. Voor het vaststellen van het bestemmingsplan is de gemeenteraad van de gemeente Zeist het bevoegd gezag. Daarnaast worden de provincie Utrecht, het hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en eventueel andere vooroverlegpartners gedurende het proces bij het project betrokken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Nooitgedacht, Zeist’
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het voornemen beschreven. Daarbij komen aanleiding, achtergronden en uitgangspunten aan bod. Hoofdstuk 3 gaat in op de mogelijke milieueffecten van het project. In hoofdstuk 4 wordt bij wijze van samenvatting de beoordeling gedaan van de omstandigheden van het voornemen. Hierin wordt tevens de conclusie van de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Nooitgedacht, Zeist’
HOOFDSTUK 2
KENMERKEN VAN HET VOORNEMEN
Dit hoofdstuk gaat in op de voorgenomen ontwikkeling, de projectlocatie en eventuele (samenhangende) ontwikkelingen in de omgeving waarmee rekening dient te worden gehouden. Voorgenomen ontwikkeling en omvang van het project Het concrete voornemen is om een tweetal locaties aan Nooitgedacht in Zeist te herontwikkelen tot woningbouw. Het gaat om de percelen Nooitgedacht 20-28 en 34-38. De bestaande bebouwing in het projectgebied wordt hierbij gesloopt. In totaal gaat het om de sloop van leegstaande voormalige bedrijfsbebouwing met een oppervlakte van circa 2.500 m2. Op het perceel 20-28 voorziet het plan in de realisatie van 17 woningen (plandeel A). Het gaat hierbij om 15 grondgebonden woningen en twee woningen op de verdieping. Op het perceel 34-38 wordt een appartementengebouw opgericht van 10 appartementen (plandeel B). De woningen in plandeel A worden gerealiseerd in 2 korte rijen van 2 bouwlagen met een kap, gesitueerd aan de Nooitgedacht. Tussen de rijen is een opening naar achteren waarin 2 haaks liggende rijen woningen van één bouwlaag met kap een klein binnenhof vormen. De maat van de bouwblokken sluit aan bij de differentiatie van de straat, waar een afwisseling voor komt van vrijstaande, 2-onder-1 kapwoningen en korte rijen van 3- 4 woningen uit verschillende tijdsperioden en een overwegende bouwhoogte van 1 of 2 lagen met kap.
Er is aansluiting gezocht bij de rooilijn van de rest van de straat. Door afwisseling in de kapvorm wordt in maat en schaal een passende overgang gezocht naar de 1- en 2 laagse bebouwing met kap in de omgeving. Het parkeren wordt gerealiseerd door een insteekhaven vanaf de Nooitgedacht, waardoor dit zoveel als mogelijk uit het zicht van het doorgaande straat is gehaald. De huidige situatie ter plaatse van het projectgebied (rode omlijning) wordt in afbeelding 2.1 met een luchtfoto weergegeven. In afbeelding 2.2 is een uitsnede van het indicatieve inrichtingsplan weergegeven. Deze inrichting kan mogelijk nog in beperkte mate worden gewijzigd.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto ligging projectgebied (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Nooitgedacht, Zeist’
Afbeelding 2.2
Indicatief Inrichtingsplan (Initiatiefnemer)
Locatiekenmerken De ligging van het projectgebied in Zeist en ten opzichte van de directe omgeving wordt in afbeelding 1.1 weergegeven. De rode ster en de rode omlijning geven respectievelijk de locatie en indicatieve begrenzing van het projectgebied weer. De omgeving van het projectgebied wordt overwegend bepaald door woonfuncties. Wel zijn aan de Nooitgedacht verscheidene andere (bedrijfs- en gemengde) functies aanwezig. In de wijdere omgeving bevinden zich de woonwijken van Zeist. Het projectgebied zelf (zowel plandeel A en plandeel B, zie de desbetreffende percelen in afbeelding 2.1) betreft een gemengd gebied, zowel in gebruik voor bedrijvigheid als voor wonen. Het projectgebied (zowel A als B) wordt aan de westzijde begrensd door een gemengde bestemming, aan de noordzijde door de straat Nooitgedacht met aan de overkant van de straat woningen en aan de oost- en zuidzijde door woningen. In het projectgebied staat op dit moment verouderde bebouwing, gebouwd in de jaren 50 van de vorige eeuw. Een deel van het projectgebied ligt braak, een deel is op de begane grond bedrijfsruimte / garage met een aantal bovenwoningen, een deel is onbebouwd en in gebruik als parkeerterrein. Op de planlocatie B is momenteel deels gestapelde bebouwing in de vorm van 2 en 3 bouwlagen, waarbij de begane grond gebruikt wordt als garage/bedrijfsruimte, aanwezig.
De huidige bebouwing op de percelen van plandeel A wijkt in maat, schaal en vormgeving sterk af van haar omgeving. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de sloop van de bestaande bebouwing en de realisatie van de nieuwe woningen zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van natuurlijke hulpbronnen in de aanlegfase. Tijdens het bouw- en woonrijp maken is grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zullen elektriciteit en water nodig zijn. De woningen zullen gasloos gebouwd worden, conform de Wet Voortgang Energietransitie. De productie van afvalstoffen betreffen voor de beoogde woningen uitsluitend de huishoudelijke afvalstoffen. Deze worden zoveel mogelijk gescheiden om nuttige afvalstoffen op eenvoudige wijze te kunnen inzamelen en
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Nooitgedacht, Zeist’
vervolgens verwerken/recyclen. Er is geen sprake van de productie van gevaarlijk afval. De afvalstoffen zullen conform de daarvoor van toepassing zijnde regelementen worden afgevoerd. Verontreiniging en hinder In de aanlegfase (sloop- en bouwfase) kan sprake zijn van tijdelijke verkeers- en geluidhinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op locatie. Het gaat dan om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Vanwege de ligging, de omvang van de ontwikkeling en de geschatte tijdsduur, is er geen noodzaak om verkeer tijdelijk om te leiden, met de daarbij behorende effecten. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. Het aspect tijdelijke hinder leidt niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen. In de gebruiksfase zullen ten gevolge van de woonfuncties geen nadelige effecten op het milieu en de omgeving plaatsvinden. In de gebruiksfase zullen ten gevolge van het woongebruik geen belangrijke nadelige effecten op het milieu en de omgeving plaatsvinden. Er is sprake van voldoende afstand tot omliggende (milieugevoelige) woonpercelen. Zoals in hoofdstuk 3 wordt geconstateerd is er geen sprake van een onevenredige aantasting van beschermende natuurgebieden en/of het woon- en leefklimaat ter plaatse.
Risico op ongevallen, specifiek met gevaarlijke stoffen of technologieën De beoogde ontwikkeling zorgt niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden geen gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd. Door de realisatie van een nieuwe en passende ontsluitingsroute, zal van verkeersonveiligheid geen sprake zijn.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Nooitgedacht, Zeist’
HOOFDSTUK 3
BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN
Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn de mogelijk negatieve milieueffecten van het voornemen relevant. Zoals in het vorige hoofdstuk is aangegeven, gaat het om de ontwikkeling van de 27 woningen met bijbehorende voorzieningen. Relevante milieuaspecten zijn verkeer, geluid, luchtkwaliteit, water, bodem, externe veiligheid en ecologie waaronder ook specifiek de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In dit hoofdstuk worden de te verwachten (tijdelijke) effecten per aspect beschreven. Verder wordt ingegaan op tijdelijke hinder als gevolg van de ontwikkeling. Voor een aantal van deze aspecten zijn onderzoeken uitgevoerd. De conclusies van deze onderzoeken zijn samengevat in onderstaande alinea’s. Verkeer Het projectgebied wordt en blijft ontsloten op de Nooitgedacht. In dit geval worden wel nieuwe in- en uitritten aangelegd. Deze ontsluitingen worden op verkeersveilige wijze ingericht. Het omliggende wegennetwerk is daarnaast van voldoende capaciteit om de relatief beperkte extra verkeersgeneratie op een veilige wijze af te kunnen wikkelen. De gemeentelijke parkeernota noemt geen cijfers ten aanzien van verkeersgeneratie. Hiertoe worden berekeningen gemaakt op basis van de CROW-publicatie ‘toekomstbestendig parkeren’ (december 2018). In de CROW-publicatie wordt uitgegaan van een minimum en maximum generatie. Dit is de bandbreedte.
In dit geval wordt van het gemiddelde uitgegaan. De te realiseren appartementen en woningen brengen een bepaald aantal verkeersbewegingen met zich mee. Het aantal verkeersbewegingen moet in ogenschouw worden genomen. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’. De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: • •
Verstedelijkingsgraad: sterk stedelijk / gemeente Zeist (Bron: CBS Statline) Stedelijke zone: rest bebouwde kom
In de CROW-publicatie wordt de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. In voorliggend geval wordt voor de appartementen in het projectgebied uitgegaan van de functie ‘Koop, appartement, duur´. Voor de 17 woningen wordt de functie ‘Koop, huis, tussen/hoek’ gehanteerd. Daarnaast wordt in de CROW-publicatie een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen aangegeven. In voorliggend geval is van het gemiddelde uitgegaan. Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie het volgende beeld: Verkeersgeneratie plandeel A Functie Verkeersgeneratie per woning Koop, huis, tussen/hoek 7,1 Totaal
Aantal te realiseren woningen 17
Totale verkeersgeneratie 120,7 121
De totale verkeersgeneratie voor de te realiseren woningen komt neer op afgerond 121 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Verkeersgeneratie plandeel B Functie Verkeersgeneratie per woning Koop, appartement, duur 7,1 Totaal
Aantal te realiseren woningen 10
Totale verkeersgeneratie 71 71
De totale verkeersgeneratie voor de te realiseren appartementen komt neer op afgerond 71 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Gesteld wordt dat de toename van het aantal verkeersbewegingen van respectievelijk 121 en 71 op de Nooitgedacht en omliggende infrastructuur niet voor verkeerstechnische problemen zorgt en dat de Nooitgedacht en omliggende infrastructuur van voldoende capaciteit om de toekomstige toename aan verkeersbewegingen op een adequate manier te kunnen verwerken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Nooitgedacht, Zeist’
Tevens dient te worden ingegaan op het aantal verkeersbewegingen in relatie tot eventuele toename van de stikstofdepositie. Op de mogelijke milieugevolgen hiervan wordt nader ingegaan bij het thema ‘ecologie’ in het vervolg van deze aanmeldnotitie. De verkeerssituatie leidt niet tot mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen. Geluid Appartementen zijn in beginsel niet aan te merken zijn als milieubelastende objecten. Echter zal wel sprake zijn van enig geluid als gevolg van de woonfuncties (leefgeluiden), hiervoor gelden overigens geen normen. Het projectgebied is gelegen in het stedelijk gebied aan de Nooitgedacht in Zeist. Dit betreft een weg waar een 30 km/uur regime geldt. Ook overige omliggende wegen betreffen wegen waar een 30 km/uur regime geldt. Volgens jurisprudentie blijkt een 30 km/uur weg in de beoordeling te moeten worden meegenomen, indien vooraf aangenomen had kunnen worden dat deze weg een geluidbelasting veroorzaakt die hoger ligt dan de voorkeurswaarde (48 dB). De toetsing moet worden uitgevoerd in verband met een belangenafweging in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Deze belangenafweging moet worden gemaakt bij het wijzigen of afwijken van een bestemmingsplan.
Gemeentelijk geluidbeleid In het gemeentelijk geluidbeleid is opgenomen dat voor 30 km/uur-wegen dient te worden aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat. Voor de beoordeling wordt aangesloten bij de Wet geluidhinder en de in het geluidbeleid gestelde randvoorwaarden voor een gezoneerde weg. Overeenkomstig het gemeentelijk beleid dient de initiatiefnemer de nadelen van een hoog geluidsniveau te compenseren door het treffen van maatregelen bij de ontvanger. De voorwaarden zijn in het geluidbeleid geformuleerd als eis of als inspanningsverplichting. De gestelde randvoorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid worden gerespecteerd. In dit geval is door BJZ.nu een akoestisch onderzoek wegverkeer uitgevoerd. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 1 van de toelichting van de ruimtelijke onderbouwing, waar deze aanmeldnotitie eveneens onderdeel vanuit maakt. Projectgebied De te realiseren woningen en appartementen liggen binnen de wettelijke geluidszone van de Slotlaan, 2e Hogeweg, Laan van Beek en Royen en de 2e Dorpsstraat. Daarnaast ligt het projectgebied nabij de 30 km/uur weg Nooitgedacht, die in het kader van een goede ruimtelijke ordening in het onderzoek is meegenomen.
De geluidsbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai van deze wegen bedraagt hoogstens 46 dB, waarmee voor alle wegen aan de voorkeurswaarde wordt voldaan. Er is daarmee sprake van een aanvaardbaar woon en leefklimaat wat betreft het aspect wegverkeerslawaai. Conclusie •
Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat ter plaatse van het projectgebied sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
•
Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op ruime afstand van het projectgebied ligt.
•
In de omgeving van het projectgebied is verder ook geen gezoneerd bedrijventerrein aanwezig.
Het voornemen leidt dan ook niet tot mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen op het gebied van geluid. Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Nooitgedacht, Zeist’
• •
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
Besluit niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. Beoordeling In het kader van een goede ruimtelijke ordening is gekeken naar de bestaande luchtkwaliteit binnen het plangebied. De NSL - monitoringstool geeft inzicht in de bestaande luchtkwaliteit binnen Nederland. Afbeelding 3.1 geeft een uitsnede van de NSL - monitoringstool weer, het plangebied is hierin middels de rode ster indicatief weergegeven. In de huidige situatie is er sprake van een goede luchtkwaliteit, dat zal met de beoogde ontwikkeling niet negatief worden beïnvloed, dit gelet op de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals hiervoor is beschreven. Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging.
Tevens wordt opgemerkt dat de functie (wonen) niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen.
Afbeelding 3.1
Uitsnede NSL - monitoringstool luchtkwaliteit d.d. november 2022 ( bron: NSL-monitoringstool)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Nooitgedacht, Zeist’
•
Uit de berekening blijkt dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Vervolgonderzoek naar de effecten op de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.
•
Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen'.
Het aspect luchtkwaliteit leidt niet tot mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen. Water In het kader van de ruimtelijke procedure (zie de ruimtelijke onderbouwing, waar deze aanmeldnotitie eveneens onderdeel vanuit maakt) is een watertoets worden uitgevoerd, waarbij de plannen met het hoogheemraadschap zijn besproken. Hieronder volgt aanvullend een beknopte toelichting van de relevante waterhuishoudkundige aspecten. Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl). De beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat er sprake is van de normale procedure. Uit de digitale analyse blijkt dat er geen grote waterbelangen zijn. De ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de belangrijkste minimale voorwaarde: ‘het standstill beginsel’. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat. Het voornemen heeft geen groot effect heeft op water. De ontwikkelingen die door het plan mogelijk worden gemaakt, hebben een geringe invloed op de waterhuishouding en de afvalwaterketen. Het voornemen heeft weinig tot geen gevolgen voor het huidige watersysteem. Op de betreffende locatie is geen oppervlaktewater aanwezig en er zijn geen waterkeringen aanwezig. Het verhard oppervlak neemt gering toe ten opzichte van de huidige bestaande situatie.
Deze geringe toename van verhard oppervlak heeft weinig gevolgen voor het watersysteem. Het bestaande watersysteem kan tijdens een hevige regenbui al het hemelwater vanaf dit oppervlak verwerken en bergen. Water wordt niet buiten het projectgebied geborgen. Tevens vindt er geen lozing plaats van verontreinigingen en/of verontreinigd water naar oppervlaktewater. Het projectgebied ligt niet op of nabij een waterkering of belangrijke watergang of een rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) of rioolpersleiding. Om wateroverlast te voorkomen heeft de gemeente Zeist aanvullende eisen opgesteld bij nieuwbouw. Voor nieuwbouw geldt dat er een klimaatrobuuste(re) inrichting gerealiseerd kan worden door het toepassen van slimme maatregelen. Zeist hanteert de volgende eisen: 1. Schade aan woningen bij extreme neerslag wordt voorkomen. Door middel van een modelmatige doorrekening wordt aangetoond dat er bij 90mm neerslag in één uur geen water de woningen in stroomt. Water op straat is in deze situatie acceptabel. 2. Ieder perceel kan 45mm neerslag bergen, waarbij geldt dat ten minste 35,7mm in 45 minuten, dat valt op de daken, direct in de bodem kan infiltreren of geborgen kan worden. Het waterschap adviseert dit met de gemeente af te stemmen.
De percelen kunnen deze 45 mm bergen, het kan deels middels infiltratie en deels middels berging op eigen perceel door gebruik te maken van infiltratiekratten. Dit zou in de praktijk neerkomen, met inachtneming van bovenstaande eisen, dat er per perceel gemiddeld 2 a 3 infiltratiekratten worden aangelegd. De ontwikkeling leidt niet tot mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen in het kader van het aspect ‘water’. Bodemkwaliteit Binnen het voornemen worden geen functies gerealiseerd die negatieve effecten kunnen hebben op de bodemkwaliteit. De voorgenomen ontwikkeling leidt ten aanzien van bodemkwaliteit dan ook niet tot mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen. Externe veiligheid Binnen het projectgebied wordt geen gebruik gemaakt van gevaarlijke stoffen. Het voornemen voorzien niet in het toevoegen van een risicovolle inrichting. Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Nooitgedacht, Zeist’
Uit de inventarisatie blijkt dat het projectgebied: • • • • •
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Er zich geen hoogspanningsmasten in het projectgebied bevinden.
Beoordeling planvoornemen door de Veiligheidsregio Vanuit het oogpunt omgevingsveiligheid ziet de Veiligheidsregio Utrecht geen aanleiding nader te adviseren betreffende het planvoornemen en kan dan ook goedkeuring verlenen. Het voornemen heeft ten aanzien van de externe veiligheid geen mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen. Ecologie Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Natuurbeschermingswet en het Nederlands Natuurnetwerk. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het projectgebied is niet gelegen binnen of op korte afstand van een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Oostelijke Vechtplassen’ ligt op een afstand van circa 11,6 kilometer van het projectgebied.
Ondanks de grote afstand tussen het projectgebied en de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden dient het effect van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in ogenschouw te worden genomen. Hierbij dient te worden gekeken naar zowel de aanleg- alsook de gebruiksfase. Hiertoe is door BJZ.nu een stikstofberekening (opgenomen in bijlage 3 van de ruimtelijke onderbouwing) uitgevoerd. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. Tot slot wordt opgemerkt dat, vanwege de ruime afstand van het projectgebied tot Natura 2000-gebieden, op voorhand wordt geconcludeerd dat het voornemen door geluid, licht of trillingen geen negatieve effecten veroorzaakt voor Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ - principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten.
Het projectgebied bevindt zich op circa 500 meter afstand van gebied dat is aangewezen als NNN. Gezien de aard en omvang van het voornemen (wonen) wordt geconcludeerd dat er met de voorgenomen ontwikkeling geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Nooitgedacht, Zeist’
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht (artikel 1.11). Die vereist dat eenieder voldoende zorg in acht neemt voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorgplicht houdt in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is: • • •
dergelijke handelingen achterwege te laten, dan wel, indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden verlangd, de noodzakelijke maatregelen te treffen om die gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.
Naast de algemene zorgplicht zijn in de Wet natuurbescherming verschillende verboden opgenomen. Zo is het bijvoorbeeld verboden om bepaalde planten en bloemen te plukken, beschermde dieren te verontrusten of doden, hun nesten te verstoren. In sommige situaties en onder bepaalde voorwaarden mag dit wel wanneer men in het bezit is van een vrijstelling of ontheffing. Onderzoeksresultaten natuurwaardenonderzoek In voorliggend geval is door Alcedo een Quickscan Natuurwaardenonderzoek uitgevoerd voor het projectgebied. Het volledige onderzoek is bijgesloten in bijlage 4 bij de ruimtelijke onderbouwing. Hieronder worden de onderzoeksresultaten weergegeven. Op basis van deze quickscan kan het volgende worden geconcludeerd: • • •
Op de onderzochte locatie kan worden uitgesloten dat er beschermde nestplaatsen van huismus of gierzwaluw aanwezig zijn; Op de onderzochte locatie kan niet worden uitgesloten dat er vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn; Ten aanzien van de voorgenomen plannen is het noodzakelijk aanvullend onderzoek uit te laten voeren volgens het vleermuisprotocol 2021. Het gaat daarbij om de volgende soorten: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger.
Op basis van deze quickscan wordt het volgende geadviseerd: •
Laat voor de onderzochte locatie aanvullend onderzoek uitvoeren op basis van het vleermuisprotocol 2021 naar het voorkomen van vaste verblijfplaatsen, zomer- en paarverblijfplaatsen en massawinterverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger.
Daartoe is een nader onderzoek ecologie uitgevoerd, door FF Solutions, en is opgenomen in bijlage 8 bij de ruimtelijke onderbouwing. Dit project resulteert in het opheffen van vaste rust- en verblijfplaatsen maar zal door het nemen van maatregelen geen wezenlijke invloed hebben op de gunstige instandhouding van beschermde soorten. Binnen de voorgenomen ontwikkeling bestaat het voornemen om bestaande bebouwing te slopen, zodat er ruimte ontstaat voor een nieuwe ontwikkeling van enkele woningen. Binnen de projectlocatie zijn vastgesteld; • • • • •
. 1x zomer-/ paar-/ individuele winterverblijfplaats gewone dwergvleermuis (1 individu); . Deel leefgebied houtduif; . Deel leefgebied vleermuis; . 1x nestplaats gierzwaluw; . Deel leefgebied gierzwaluw;
Buiten de projectlocatie; • • •
. Leefgebied diverse broedvogels; . Leefgebied vleermuis; . 1x zomer-/ kraam-/ paar en winterverblijfplaats gewone dwergvleermuis (3-4 individuen)
Schade kan beperkt of voorkomen worden met het in acht nemen van specifieke maatregelen, echter blijft het aanvragen van een ontheffing van toepassing, of het gebruiken van het SMP. Deze laatste is opgesteld, het betreft het ‘Ecologisch werkprotocol SMP Zeist’ en is opgenomen in bijlage 10 van de ruimtelijke
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Nooitgedacht, Zeist’
onderbouwing. De maatregelen zijn opgesteld in een ecologisch werkprotocol om de kwaliteit van zorgvuldig handelen te waarborgen. De algemene zorgplicht blijft daarbij ook van kracht. Bij calamiteiten zal opnieuw moeten worden beoordeeld welke maatregelen passend zijn. Het aspect ecologie vormt - met inachtname van het Ecologisch werkprotocol SMP Zeist - geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling. Tijdelijke hinder Met een ruimtelijke ontwikkeling kan ook tijdelijke hinder als gevolg van sloop- en bouwwerkzaamheden gepaard gaan. In voorliggend geval zal gedurende de ontwikkeling van het projectgebied enige hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden gaan plaatsvinden. Het gaat dan om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Vanwege de ligging is er geen noodzaak om verkeer tijdelijke om te leiden, met de daarbij behorende effecten. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. Het aspect ‘tijdelijke hinder’ leidt niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen. Cumulatie Cumulatie van effecten treedt op wanneer werkzaamheden in direct omliggende gebieden vergelijkbare effecten veroorzaken met de hierboven beschreven effecten en in dezelfde periode worden uitgevoerd.
Er zijn geen ontwikkelingen in direct omliggende gebieden bekend waarbij sprake is van vergelijkbare effecten die in dezelfde periode uitgevoerd zullen worden. Cumulatie is daarom niet aan de orde.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Nooitgedacht, Zeist’
HOOFDSTUK 4
CONCLUSIE
Dit hoofdstuk dient als samenvatting van de conclusies van de hoofdstukken 2 en 3. In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen activiteit aan onderstaande criteria getoetst en een eindafweging gemaakt. 1. 2. 3. 4.
De kenmerken van de activiteit; De plaats van de activiteit; De samenhang met andere activiteiten (cumulatie); De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben.
Kenmerken van de activiteit Het voornemen voorziet in de realisatie van woningbouw ten behoeve van 17 woningen (plandeel A) en een appartementengebouw met 10 appartementen (plandeel B). Verder worden in het projectgebied tuinen, parkeerplaatsen, groenvoorzieningen en ontsluitingswegen aangelegd. Bij de kenmerken van de activiteit dient in het bijzonder in overweging te worden genoemd: • •
De omvang van het project; hinder.
Omvang De ontwikkeling is relatief gering van omvang. Het gaat om herontwikkeling van een bebouwde locatie. Het voornemen past in de stedelijke structuur van Zeist. Het voornemen past in het streven naar passende vervolgfuncties, behoud van de vitaliteit en sociaaleconomische kwaliteit en de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van Zeist. Geconcludeerd wordt dat dit project ver beneden de drempelwaarden van de m.e.r.beoordelingsplicht blijft. Plaats van de activiteit De projectlocatie ligt geheel binnen grondgebied van de gemeente Zeist, op een bestaande locatie met een stedelijke functie (reeds bestemd voor o.a. woonfuncties). De voorgenomen activiteit vindt niet plaats in beschermd gebied natuur en water. Samenhang met andere activiteiten ter plaatse Er vinden in de directe omgeving van het projectgebied geen andere (grootschalige) ontwikkelingen plaats waarmee rekening dient te worden gehouden. Kenmerken van de belangrijke nadelige milieugevolgen Voor de beoordeling van eventuele belangrijke nadelige milieugevolgen van de voorgenomen activiteit moet, daar waar opportuun, rekenschap worden gegeven aan de volgende zaken: • • • •
Het bereik van het effect (geografische zone en de grootte van de getroffen bevolking); Het grensoverschrijdende karakter van het effect; De waarschijnlijkheid van het effect; De duur, frequentie en de onomkeerbaarheid van het effect.
Uit hoofdstuk 3 is gebleken dat de ontwikkeling op de relevante milieuaspecten verkeer, geluid, luchtkwaliteit, water, bodem, externe veiligheid en ecologie (waaronder stikstof) geen belangrijke structurele nadelige en onomkeerbare milieugevolgen met zich meebrengt. De ontwikkeling gaat wel gepaard met tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden, maar deze zullen na afronding volledig vervallen. Conclusie vormvrije m.e.r.-beoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling maakt duidelijk dat de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beperkt zijn en dat er vanwege het ontbreken van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, geen milieueffectrapport hoeft worden opgesteld.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16