CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

24RV023 - Bijlage 12.8 nader onderzoek vleermuis X

Raad 23 april 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: VVGB Nooitgedacht6.137 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

N[Titel van document] | H Bouw

Nader onderzoek Vleermuis ‘Nooitgedacht’ te Zeist

Blad 2 van 20

Colofon Titel Subtitel

Nader onderzoek vleermuis Nooitgedacht, te Zeist

Opdrachtgever

BJZ.nu Twentepoort Oost 16 7609 RG Almelo

Projectnummer Datum Status Veldonderzoek

78NO01-21 11 november 2021 Concept

Flora- en fauna controleur Flora- en fauna inspecteur Werkvoorbereider Wet natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling niveau 3

Intern traineeship veldonderzoeker

Werkvoorbereider Wet natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling niveau 3 Planvormer Wet natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling niveau 4 European Tree Worker (ETW) European Tree Technician (ETT) Boom technisch adviseur, Norminstituut handboek bomen HBO Minor bomen en stedelijke omgeving Gecertificeerd Boom Veiligheid Controleur

Auteur(s):

Kwaliteitscontrole

BSc Wiskunde en Toepassingen, Universiteit Utrecht Oud-vrijwilliger IVN Nijkerk bij Landschapsbeheer en Weidevogelbescherming Gecertificeerd Imker

Ecologisch adviseur Planvormer Wet natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling niveau 4 Flora- en fauna controleur Specialisatie mitigeren met vleermuiskasten

De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden Copyright © 2021 FF Solutions. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Blad 3 van 20

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 Huidig situering projectlocatie 1.2 Voorgenomen werkzaamheden 1.3 Planning

4 4 4 4

2

Wetgeving 2.1 Ontheffing 2.2 Erkend belang

5 5 7

3

Ecologie van soorten 3.1 Vleermuizen

8 8

4

Onderzoek methodiek 4.1 Vleermuissoorten

10 10

5

Resultaten 5.1 Vleermuizen 5.2 Overige soorten 5.3 Samenvatting

11 11 14 16

6

Samenvatting en conclusie 6.1 Eindconclusie

17 18

7

Bijlage 7.1 Bijlage 1 bronnen 7.2 Bijlage 2 Kaart

19 19 20

Blad 4 van 20

1

Inleiding FF Solutions heeft van opdracht gekregen nader onderzoek naar de vleermuis uit te voeren binnen de ontwikkeling ‘Nooitgedacht’, te Zeist. Tijdens de veldbezoeken is gelet op de aanwezigheid van bovengenoemde soort. Binnen de voorgenomen ontwikkeling bestaat het voornemen om bestaande bebouwing te slopen, zodat er ruimte ontstaat voor een nieuwe ontwikkeling van enkele woningen. De voorgenomen ontwikkeling betreft een mogelijke functiewijziging binnen de projectlocatie. Na realisatie van het project zal de functionaliteit van de projectlocatie mogelijk gewijzigd zijn. Er is een Quickscan1 (hierna genoemd Quickscan) uitgevoerd, hierin komt naar voren dat de vleermuis mogelijk verblijft in aanwezige bebouwing op de projectlocatie. Nader onderzoek kan vaststellen of dan wel welke populaties de projectlocatie en de directe omgeving benutten en welke functionaliteiten deze heeft voor de soorten. Ook kan beoordeeld worden of en welke maatregelen passend zijn binnen deze voorgenomen ontwikkeling. Tijdens het uitvoeren van het nader onderzoek naar de vleermuis is een nestelend koppel gierzwaluwen vastgesteld binnen de projectlocatie. Hierdoor zijn er extra veldbezoeken toegevoegd, om de hoeveelheid nestplaatsen van gierzwaluwen en populatie vast te stellen.

Doordat in basis de opdracht beperkt was voor het onderzoek naar de vleermuis, is de gierzwaluwen opgenomen als overige soort in hoofdstuk 5.2.

1.1

Huidig situering projectlocatie De planlocatie (zie Figuur 1.0) is gelegen in het zuidelijke deel van Zeist binnen de bebouwde kom. Binnen de projectlocatie zijn twee panden aanwezig.

Fig. 1.0 Projectlocatie, groen omrand is de projectlocatie (bron: www.pdok.nl)

1.2

Voorgenomen werkzaamheden Binnen de voorgenomen ontwikkeling bestaat het voornemen om aan Nooitgedacht te Zeist twee panden af te breken om er ter plaatse nieuwbouw met bijbehorende tuinen, opstallen en infra te kunnen realiseren. Hierbij zullen de woningen een beter energielabel krijgen. Technische oplossingen om te verduurzamen zijn veel duurder, terwijl het rendement (als gevolg van de lage haalbare isolatiegraad) nog altijd laag is. In combinatie met andere argumenten (bodemvervuiling, betonrot, kleine woningen en ongezond binnenklimaat) wordt soms besloten tot herontwikkeling op de bestaande of andere locaties.

1.3

Planning Ons is onbekend wanneer de werkzaamheden starten en zijn afgerond.

1

Quickscan Flora & Fauna door Alcedo Natuurprojecten (25 maart 2021) projectcode 2021 - 024

Blad 5 van 20

2

Wetgeving De vleermuis wordt binnen de Wet natuurbescherming beschermd als habitatrichtlijnsoorten. Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn wettelijk strikt beschermd. Wetgeving Wnb Vleermuizen zijn strikt beschermd in de habitatrichtlijn. Werkzaamheden rondom of aan verblijfplaatsen mogen deze niet beschadigen of opheffen. - Art. 3.5.1, Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. - Art. 3.5.2, het is verboden specifiek beschermde soorten opzettelijk te verstoren. - Art. 3.5.4, het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen, vernielen of wegnemen.

2.1

Ontheffing In sommige situaties en onder bepaalde voorwaarden mag u verboden uit de Wet natuurbescherming wel overtreden. U heeft dan een vrijstelling of ontheffing nodig. Tevens kan er gebruik gemaakt van het Soortmanagementplan van de gemeente Zeist2 (hierna genoemd SMP). Het verschil tussen een vrijstelling en ontheffing: . Een vrijstelling is een uitzondering op een verbod. Deze geldt voor iedereen die aan de voorwaarden van de vrijstelling voldoet. . Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt door de provincie of de RVO. Het traject waarin er beoordeeld wordt of er een ontheffing voor de Wet natuurbescherming nodig is, of er gebruik gemaakt kan worden van een vrijstelling bestaat uit vier stappen. 1. Zijn er beschermde soorten aanwezig Een ecologisch deskundige stelt vast of er beschermde flora en fauna binnen of in de directe omgeving van de projectlocatie aanwezig zijn. Zijn er geen beschermde soorten, dan is een ontheffing aanvragen niet nodig. 2. Veroorzaakt u schade Heeft de voorgenomen ontwikkeling negatieve invloed op beschermde dieren en-/ of planten. Dan is een vervolgonderzoek door een deskundige noodzakelijk. Zijn de voorgenomen werkzaamheden niet schadelijk, dan is een ontheffing aanvragen niet nodig. 3.

Probeer schade te voorkomen Vaak kunnen schadelijke effecten door mitigerende maatregelen voorkomen worden. Het gaat vooral om maatregelen die de negatieve gevolgen voor beschermde soorten voorkomen of verzachten. Denk aan het ontzien van voortplantingsplaatsen of vaste rust- of verblijfplaatsen. Een ecologisch deskundige helpt, adviseert en begeleidt u bij het realiseren van de maatregelen. Voorkomt u hiermee alle schadelijke effecten? Dan hoeft u geen ontheffing voor de Wet natuurbescherming aan te vragen. Wordt een beschermde soort toch verstoord ondanks de preventieve maatregelen? De soort moet bijvoorbeeld op zoek naar een andere verblijfplaats. Dan heeft u wel een ontheffing voor de Wet natuurbescherming nodig.

2

https://www.zeist.nl/energie-en-milieu/duurzaamheid/soortmanagementplan

Blad 6 van 20

4. Maak gebruik van een gedragscode Naast de algemeen vrijgestelde soorten zijn er ook andere soorten waarvoor een vrijstelling mogelijk is. Dit is als er gebruik gemaakt wordt van een goedgekeurde gedragscode. Diverse gemeenten en brancheverenigingen hebben zo'n gedragscode opgesteld en door het RVO laten goedkeuren. De ontheffing verkrijgen kan uitsluitend door toekenning van bevoegd gezag vanuit de provincie of het werken met een goedgekeurde gedragscode vanuit de rijksoverheid (RVO). Leiden de stappen niet tot vrijstelling? Dan is er voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden alsnog een ontheffing nodig. 2.1.1 Soortmanagementplan Gemeente Zeist Het SMP beschrijft hoe de staat van instandhouding van soorten wordt gewaarborgd door tijdig maatregelen te nemen ten gunste van deze soorten. Het SMP dient ter onderbouwing van een generieke ontheffing van de verbodsartikelen uit de Wnb. De provincie Utrecht heeft op basis van het SMP-ontheffing verleent van enkele verboden voor de huismus, gierzwaluw, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Voor de huismus en gierzwaluw: artikel 3.1, lid 2 en 4 Lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

Lid 4: Het is verboden van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn opzettelijk te storen. Voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger: artikel 3.5 lid 1,2 en 4. Lid 1: Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Lid 2: Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. In het SMP wordt onderscheid gemaakt in vier categorieën voor maatregelen. Deze vallen onder; mitigatie middels planning en zorgvuldig werken, mitigatie en compensatie middels vervangende nest- en verblijfplaatsen, uitbreiden nest- en verblijfplaatsen (plus creëren), behoud en verbetering leefgebied vogels en vleermuizen. Verdere details over afspraken en regels omtrent maatregelen zijn te vinden in het Soortmanagementplan van de gemeente Zeist. Dit SMP is opgesteld in opdracht van de gemeente Zeist, RKWBV en Woongoed.

De gemeente heeft de beide woningcorporaties gemachtigd om gebruik te maken van de generieke ontheffing bij de genoemde werkzaamheden. De gemeente kan ook derde partijen machtigen om gebruik te maken van de generieke ontheffing, mits beide woningcorporaties hiermee instemmen én mits de voorschriften uit de generieke ontheffing én de ruimtelijke afbakening van het onderzoeksgebied dit toestaan. Het gaat bijvoorbeeld om projectontwikkelaars, woningverhuurbedrijven, beleggers, aannemers, VvE’s en particulieren.

Blad 7 van 20

2.2 Erkend belang De Wet natuurbescherming biedt mogelijkheden handelingen te doen aan of rondom nest en-/ of rustplaatsen van beschermde soorten indien een algemeen erkend belang kan worden gekoppeld aan de voorgenomen ontwikkeling. Om handelingen te doen, moeten maatregelen de schade aan beschermde soorten voorkomen, beperken of te niet doen, volgens de eisen die de Wet natuurbescherming stelt. De huidige bebouwing dateert uit 1950 en 1959, mogelijk bevindt er zich asbest in de gebouwen. Ons is onbekend welk energielabel beide gebouwen toebehoort. Gezien de bouwperiode van de gebouwen en staat van onderhoud wordt een hoog energielabel verwacht. Het verduurzamen van de woningen en gebouwen in de gemeente Zeist is een onmisbaar onderdeel van de voorgenomen energietransitie. De overstap op hernieuwbare energie is alleen mogelijk als de energiebehoefte voor verwarming drastisch lager wordt. Tegelijkertijd zijn duurzamere verwarmingsmethoden zoals warmtepompen alleen inzetbaar in optimaal geïsoleerde gebouwen. Hiervoor moeten woningen dus véél beter geïsoleerd worden dan nu het geval is. Het gaat daarbij om nieuw te bouwen én bestaande woningen. Het energiezuiniger maken van de woningvoorraad en andere bebouwing is een belangrijk actiepunt uit het Energieakkoord van de Rijksoverheid.

Een belangrijk doel van het Energieakkoord is het tegengaan van het broeikaseffect, dat leidt tot klimaatverandering. Klimaatverandering kan leiden tot belangrijke gevaren als gevolg van: • zeespiegelstijging met risico op overstromingen; • vergroting weersextremen (extreme regenval en langere droogteperiodes); • beperkingen in zoetwatervoorzieningen; • toenemend risico op (infectie)ziekten en plagen; • bedreiging van de energievoorziening. Door verspilling van fossiele brandstoffen te beperken en duurzamere verwarmingstechnieken mogelijk te maken draagt de energietransitie bij aan het voorkomen of vertragen van klimaatverandering, luchtverontreiniging en de daarmee gepaard gaande gevolgen voor volksgezondheid en openbare veiligheid. Het enige alternatief voor de energietransitie is nietsdoen, of een tussenvorm ‘minder doen’. In alle gevallen zullen echter ook bij tijd en wijle renovaties plaats moeten vinden om woningen en gebouwen leefbaar te houden en te laten voldoen aan de eisen van deze tijd. Om deze reden draagt de ontwikkeling bij aan de volksgezondheid en openbare veiligheid. Bijkomend kan er asbest aanwezig zijn in de bestaande gebouwen. Asbest is gevaarlijk voor de volksgezondheid en dient verwijderd te worden. Deze erkende belangen zijn inzetbaar voor de vleermuis en gierzwaluw (Art. 3.8 lid5, b3 en Art. 3.3 lid4, b1).

Blad 8 van 20

3

Ecologie van soorten De levenswijze van ieder dier – en plantgroep stelt specifieke eigenschappen aan de habitat waarin zij zich bevinden. De habitat van een beschermde soort moet voldoen aan deze eigenschappen zodat deze soort kan overleven, groeien en voortplanten. Binnen dit hoofdstuk wordt kort in beeld gebracht welke levenswijze het te onderzoeken beschermde soort geniet.

3.1

Vleermuizen Elke vleermuissoort stelt specifieke eisen waaraan een leefgebied moet voldoen. Verblijfplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes zijn essentiële leefgebieden van de vleermuis. Deze worden afzonderlijk van elkaar behandeld.

3.1.1 Verblijfplaats Vleermuizen zijn nacht-actieve vliegende zoogdieren, levendbarend, houden een winterslaap en de vrouwtjes brengen een jong groot. De meeste zoogdieren verlangen een beschermde ruimte om te slapen, baren en hun jongen in groot te brengen, zo ook vleermuizen. Dit is de zogenaamde vaste rust en-/ of verblijfplaats. Vleermuizen kunnen zelf geen nest maken, gat in de boom maken of een hol graven. Vleermuizen zijn daardoor voor hun verblijfplaatsen helemaal aangewezen op al bestaande omstandigheden. Vleermuizen bezitten door het jaar heen een groot scala aan verschillende soorten verblijfplaatsen om aan de in bovengenoemde behoefte te voorzien en zijn daarbij erg kieskeurig. Er wordt voor deze diergroep in het algemeen onderscheid gemaakt tussen kraamverblijfplaats-en, zomerverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen. In de kraam-verblijfplaats worden de jongen (één per vrouwtje) gebaard en gezoogd. In dergelijke verblijfplaatsen scholen meerdere vrouwtjes (met jongen) bij elkaar. De omvang van een dergelijke kolonie verschilt per locatie en per soort. Zomer- of kraamverblijfplaats De vrouwtjes wonen in de zomer in kraamverblijfplaatsen. Hier brengen ze hun jongen groot meestal.

Meestal leven ze hierbij in groepen (kolonies) Zomer- of kraamverblijfplaats De mannetjes wonen in de zomer soms solitair, soms in groepen, maar altijd op een andere plaats dan de vrouwtjes van hun soort. Tijdelijke of paarverblijfplaats vaak kennen vleermuizen ook tussenkwartieren, waar ze slechts kort verblijven tijdens de reis van hun winter- naar zomerkolonie. Zo trekken de mannetjes en vrouwtjes aan het eind van de zomer naar speciale paarkwartieren, waar ze kort verblijven. Winterverblijfplaats Vleermuizen overwinteren in gebouwen, bunkers, ijskelders, groeven en boomholtes.

3.1.2 Vliegroutes Om in het donker de weg te kunnen vinden en voedsel te kunnen zoeken zendt een vleermuis een signaal uit dat weerkaats op voorwerpen in de omgeving. De weerkaatsing (echo) vangt de vleermuis op met zijn oren en daardoor kan hij de plaats en vorm van die voorwerpen bepalen. Deze techniek wordt echolocatie genoemd. De vleermuis moet vanuit hun verblijfplaats hun weg kunnen vinden op zoek naar voedsel. Met behulp van echolocatie moeten ze wegwijs worden in de omgeving russen verblijfplaats en foerageergebied. Lijnvormige elementen als een bomenrij of watergang met opgaande begroeiing is hierbij vaak belangrijk voor hun oriëntatie. 3.1.3 Foerageergebied Elke vleermuissoort vindt voedsel op zijn specifieke manier. Wel zoeken alle vleermuissoorten beschutting van de wind. Dit vanwege de hoeveelheid insecten en om energie te besparen.

Blad 9 van 20

3.1.4 Vastgestelde soorten Naam: Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Voorkomen in Nederland: Status: Habitatrichtlijn/ BIJ12 Rode lijst 2020: Thans niet bedreigd Trend laatste 12 jaar: Stabiel of toegenomen Zeldzaamheid: Algemeen Staat v. instandhouding: Onbekend (Bron: verspreidingsatlas, basisrapport Rode Lijst Zoogdieren 2020)

Naam: Laatvlieger (Eptesicus serotinus) Voorkomen in Nederland: Status: Habitatrichtlijn Rode lijst 2020: Kwetsbaar Trend laatste 12 jaar: Matig afgenomen Zeldzaamheid: Algemeen Staat v. instandhouding: Matig ongunstig (Bron: verspreidingsatlas, basisrapport Rode Lijst Zoogdieren 2020)

Naam: Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) Voorkomen in Nederland: Status: Habitatrichtlijn/ BIJ12 Rode lijst 2020: Niet beschouwd Trend laatste 12 jaar: Onbekend Zeldzaamheid: Algemeen Staat v. instandhouding: Matig ongunstig (Bron: verspreidingsatlas, basisrapport Rode Lijst Zoogdieren 2020)

Blad 10 van 20

4 Onderzoek methodiek Ieder dier – en plantengroep verlangt zijn eigen methode van inventarisatie om een zo goed mogelijk in kaart te brengen welke betekenis de projectlocatie betekend voor de betreffende soort. De resultaten vanuit het veldonderzoek zijn te vinden in hoofdstuk 5.

4.1

Vleermuissoorten Er zijn veldonderzoeken uitgevoerd, tussen alle veldbezoeken zit minimaal 20 dagen. Ook verschillen de momenten waarop het veldbezoek zijn uitgevoerd, dit omdat in-uitvliegtijden per vleermuissoort kan verschillen. Gedurende een veldonderzoek is de projectlocatie minimaal twee uur lang onderzocht. Er is gebruik gemaakt van het NGB-vleermuisprotocol 2021 en BIJ12 kennisdocumenten. De inventarisaties met betrekking tot vleermuizen zijn met behulp van een zogenaamde batdetector uitgevoerd; Batbox Baton XD en de SSF Bat3 detector. Een batdetector is een apparaat dat de onhoorbare ultrasone geluiden van vleermuizen opvangt en vertaalt in voor mensen hoorbare geluiden. Door interpretaties van ritme, klank en hoogte van het door het apparaat uitgezonden geluid kunnen de meeste soorten vleermuizen worden onderscheiden en op naam worden gebracht. Het onderzoek naar vleermuizen is sterk gebonden aan weersomstandigheden. Bij te lage temperaturen (<8-10°C), te veel wind (> 3-4 bft.) of te veel neerslag (> motregen) zijn sommige soorten minder actief of afwezig waardoor waarnemingen onvolledig kunnen zijn.

Blad 11 van 20

5

Resultaten Onderstaand tabel zijn alle veldbezoeken inclusief omstandigheden vermeld. Binnen dit hoofdstuk bevinden zich de vaststellingen naar aanleiding van het nader onderzoek. Onderstaand tabel zijn de weersomstandigheden ten tijde van het veldonderzoek weergegeven. Per soort worden de vaststellingen genoemd, welk zijn gedaan tijdens de veldbezoeken.

Tab. 5.0, Verzameltabel gegevens veldbezoeken (Bron: FF Solutions)

Datum 1 2 3 4 5 6 7 8

23-062021 24-062021 03-072021 13-072021 14-072021 11-082021 07-092021 28-092021

Periode Vleermuis Gierzwaluw Gierzwaluw Gierzwaluw Vleermuis Vleermuis Vleermuis Vleermuis

Tijd 22:0000:30 20:00 22:15 20:0022:15 19:4522:00 02:3005:35 03:1506:20 21:0000:30 20:1500:30

Zon op

Zon onder

Min. temp.

Max. temp

Wind BFT

05:18

22:06

-

14

2-3

05:19

22:06

-

14

1-2

05:24

22:04

-

16

0-1

05:36

21:55

15

16

0-1

05:36

21:56

8

11

1-2

06:17

21:11

12

07:03

20:10

-

17

1-2

07:37

19:23

12

14

1-2

0-1

Neerslag Licht bewolkt, droog Licht bewolkt, droog Licht bewolkt, droog Onbewolkt, droog Licht bewolkt, droog Onbewolkt, droog Onbewolkt, droog Licht bewolkt, droog

Deskundige 3 2 2 2 3 3 3 3

Tijdens de veldonderzoeken zijn ook waarnemingen gedaan van overige soorten. Deze waarnemingen worden vermeld in Hoofdstuk 5.2 Overige soorten.

5.1

Vleermuizen

5.1.1 Waarnemingen Veldbezoek 23 juni 2021 Er zijn tijdens dit veldbezoek waarnemingen gedaan van de gewone dwergvleermuis (2). Er zijn rond 23:00 twee gewone dwergvleermuizen waargenomen. Deze individuen foerageren boven de open plek tussen Nooitgedacht nr. 38 en nr. 40. Ze zijn hierbij voor langere tijd aanwezig om hierna richting de weg te verdwijnen. Er zijn geen in-/uitvliegende vleermuizen waargenomen binnen de projectlocatie. Veldbezoek 14 juli 2021 Tijdens dit veldbezoek zijn waarnemingen gedaan van de gewone dwergvleermuis (4-6) en de laatvlieger (1-2). Er zijn drie tot vier gewone dwergvleermuizen waargenomen bij Nooitgedacht nr. 31 en nr. 33 (buiten de projectlocatie, overzijde van de straat). Deze individuen zijn gedurende het gehele veldonderzoek aanwezig bij de zojuist genoemde gebouwen. Hierbij vliegen ze meermaals naar de dakrand of hangen aan de muur. Ze vliegen cirkelend tussen de gebouwen door en foerageren nabij nr. 31 en nr. 33. Het is aannemelijk dat deze gebouwen in gebruik zijn als verblijfplaats (hierna genoemd verblijfplaats 1). Er is tevens een laatvlieger waargenomen die kort waargenomen is terwijl deze over Nooitgedacht heen vloog. Ten westen van de projectlocatie (boven de parkeerplaats) en boven Nooitgedacht zijn daarnaast twee gewone dwergvleermuizen en een laatvlieger waargenomen die foeragerend gedrag vertonen. Naast gebouw met nr.

20-22-24-26 is eveneens een foeragerende gewone dwergvleermuis waargenomen. Er zijn geen in-/uitvliegende vleermuizen waargenomen binnen de projectlocatie.

Blad 12 van 20

Veldbezoek 11 augustus 2021 Tijdens dit veldbezoek zijn waarnemingen gedaan van de gewone dwergvleermuis (1-2) en de laatvlieger (1-2). Boven de parkeerplaats ten westen van de projectlocatie zijn een foeragerende laatvlieger en gewone dwergvleermuis gezien. Boven Nooitgedacht zijn eveneens zowel een foeragerende dwergvleermuis als een laatvlieger gezien. Deze waarnemingen zijn afzonderlijk van elkaar gedaan. Iedere waargenomen individu is kort aanwezig om te foerageren. Er zijn geen in-/uitvliegende vleermuizen waargenomen binnen de projectlocatie. Veldbezoek 7 september 2021 Tijdens dit veldbezoek zijn waarnemingen gedaan van de gewone dwergvleermuis (3-4), de ruige dwergvleermuis (1) en de laatvlieger (1). Boven de parkeerplaats ten westen van de projectlocatie zijn een foeragerende gewone dwergvleermuis en laatvlieger gezien die afwisselend tussen het jagen door een baltsroep laten horen. Boven Nooitgedacht (voor gebouw nr. 20 t/m 26) en op de open plek ten oosten van gebouw nr. 20 t/m 26 zijn eveneens op iedere plek één foeragerende gewone dwergvleermuis die af en toe een baltsroep laat horen. Ten oosten van Nooitgedacht nr. 34 zijn onafhankelijk van elkaar een gewone dwergvleermuis en een ruige dwergvleermuis gezien. Deze individuen keren gedurende het onderzoek grofweg ieder half uur terug om te foerageren en te verdwijnen richting Nooitgedacht.

Hierbij wordt incidenteel een baltsroep gehoord. Er is een korte waarneming gedaan van een laatvlieger, de locatie van deze laatvlieger is onbekend. Er zijn geen in-/uitvliegende vleermuizen waargenomen binnen de projectlocatie. Veldbezoek 28 september 2021 Tijdens dit veldonderzoek zijn waarnemingen gedaan van de gewone dwergvleermuis (3) en de ruige dwergvleermuis (2). Zowel boven de parkeerplaats ten westen van de projectlocatie als boven Nooitgedacht is een gewone dwergvleermuis waargenomen die baltsend gedrag vertonen. Op de open plek ten westen van gebouw nr. 20 t/m 26 is ditmaal een baltsende ruige dwergvleermuis gezien die hier vaker op de avond gescand wordt. Ten noorden en oosten van Nooitgedacht nr. 34 zijn een gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis gezien. De gewone dwergvleermuis vliegt herhaaldelijk heen en weer bij nr. 34 en gaat incidenteel naar de dakrand aan de oostzijde van nr. 34, er is een baltsroep te horen. Het is aannemelijk dat de gewone dwergvleermuis verblijft in gebouw nr. 34 (hierna genoemd verblijfplaats 2). De ruige dwergvleermuis vliegt regelmatig kort voorbij en verdwijnt. Vaststellingen Er zijn vleermuisverblijfplaatsen waargenomen, waarvan één binnen de projectlocatie (verblijfplaats 2) en één buiten de projectlocatie (verblijfplaats 1). Verblijfplaats 1 wordt door drie tot vier gewone dwergvleermuizen gebruikt.

Omdat deze verblijfplaats buiten de projectlocatie valt, wordt er niet in detail gesproken over deze verblijfplaats. Mogelijk wordt hij in gebruik genomen als zomer, kraam, paar en winterverblijfplaats. Verblijfplaats 2 wordt in gebruik genomen door minstens één gewone dwergvleermuis. De verblijfplaats bevindt zich binnen het paarterritorium van de gewone dwergvleermuis. Een massa-winterverblijf en kraamverblijf wordt uitgesloten op basis van het aantal waargenomen individuen. Wel bestaat de mogelijkheid dat vleermuizen gebruik maken van deze verblijfplaats als zomer- en paarverblijfplaats, ook kan een individuele winterverblijfplaats niet uitgesloten worden. Er zijn tijdens de veldonderzoeken waarnemingen gedaan van foeragerende en baltsende vleermuizen binnen en buiten de projectlocatie. Het gaat hierbij om individuen van de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis en de laatvlieger. Details omtrent de waarnemingen zijn te zien in Fig. 5.1. De aanwezige vleermuizen foerageren zowel binnen als buiten de

Blad 13 van 20

projectlocatie (zie Fig. 5.1). Door de korte duur van foerageren, en ruime aanbod soortgelijk foerageergebied in de omgeving is er binnen de projectlocatie geen sprake van een essentieel foerageergebied. De aanwezige vleermuizen maken al gebruik van locatie buiten de projectlocatie. Er zijn geen lijnvormige landschapselementen aanwezig binnen de projectlocatie, welk in verbinding staan met andere lijnvormige elementen. Er zijn geen vliegroutes binnen de projectlocatie vastgesteld. Projectlocatie Lamp Gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis en laatvlieger Laatvlieger Foerageergedrag Verblijfplaats 1 Verblijfplaats 2 Paarterritorium gewone dwergvleermuis en/of ruige dwergvleermuis Paarterritorium gewone dwergvleermuis en/of laatvlieger Fig. 5.1, Vleermuizen waarnemingen in kaart (bron: www.pdok.nl) Tab. 5.2, vaststellingen vleermuizen , - = niet aanwezig, ? = mogelijk aanwezig (niet uit te sluiten), X = aanwezig

Verblijfplaats Soort Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Ruige dwergvleermuis

Verblijfplaats 2

Projectlocatie maakt onderdeel uit van het leefgebied voor

Aantal 1

Winter ?

Zomer X

Kraam -

Paar X

4-6 individuen, niet essentieel foerageergebied, deel van paarterritoria

-

-

-

-

-

1-2 individuen, niet essentieel foerageergebied, deel van paarterritoria 2 individuen, niet essentieel foerageergebied, deel van paarterritoria

5.1.2 Effecten beoordeling Er is één zomer-/ paar-/ individuele winterverblijfplaatsen waargenomen binnen de projectlocatie. Tijdens de sloop van de aanwezige bebouwing bestaat het risico op het vernielen van de verblijfplaatsen, doden van soorten en het opzettelijk verstoren van soorten. Er dienen maatregelen getroffen te worden als alternatieve tijdelijke en/of permanente verblijfplaatsen, werken buiten kwetsbare periode of gefaseerd werken om schade te voorkomen dan wel te beperken. Maatregelen kunnen schade beperken maar niet voorkomen, er zal een ontheffing aangevraagd moeten worden of er moet gebruik gemaakt worden van het Soortenmanagementplan (SMP) van de gemeente Zeist. Foerageergebied De projectlocatie wordt niet in gebruik genomen als essentieel foerageergebied, wel maakt hij onderdeel uit van het totale areaal foerageergebieden voor deze vleermuizen. Zowel tijdens als na de voorgenomen ontwikkeling zal er voldoende foerageergebieden beschikbaar zijn voor de vleermuizen in de directe omgeving. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen ontwikkeling schade brengt aan de vleermuis met betrekking tot hun afname van voedselaanbod.

Blad 14 van 20

Vliegroute Er zijn geen vliegroutes vastgesteld binnen de projectlocatie. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen ontwikkeling schade brengt aan de vleermuis met betrekking tot hun vliegroutes.

5.2 Overige soorten Tijdens de Quickscan worden diverse soorten verwacht. Tijdens alle veldbezoeken is aandacht besteed van aanwezigheid en vestiging plaatsen van fauna. Tab. 5.3, Verzameltabel overige waarnemingen veldbezoeken (Bron: FF Solutions)

Soort

Waarneming

Wat

Aantal

Waar

Conclusie

Gierzwaluw Houtduif

Visueel

Nestelend

4 (2 ouders en 2 jongen)

Projectlocatie (nr. 34)

Leefgebied

Visueel en auditief

Rustend

1

Projectlocatie

Leefgebied

Tijdens het onderzoek is een nest van de gierzwaluw aangetroffen bij de dakrand aan de oostkant van gebouw nr. 34. De uitgevoerde Quickscan binnen de projectlocatie noteert tegenstrijdige berichten omtrent de gierzwaluw. Er wordt bij de resultaten benoemd dat er nader onderzoek nodig is om vast te stellen of de gierzwaluw aanwezig is, terwijl de conclusie geen nader onderzoek als noodzakelijk acht. Hierom zijn tijdens dit nader onderzoek extra bezoeken aan de projectlocatie ingepland na het vaststellen van de gierzwaluw op 24 juni 2021, 3 juli 2021 en 13 juli 2021. Tijdens alle veldbezoeken zijn de aanwezige gierzwaluwen nogmaals vastgesteld. Hierbij zijn twee in-/ uitvliegende gierzwaluwen gezien en 2 jongen. Er gieren zwaluwen hoog boven de projectlocatie, echter zijn er geen laagvliegende soorten anders dan de reeds genoemde soorten waargenomen. Ook is één houtduif waargenomen binnen de projectlocatie, er is geen nestplaats vastgesteld binnen de projectlocatie. Hij broedt doorgaans in bomen, deze zijn niet aanwezig binnen de projectlocatie. Echter bestaat de mogelijkheid dat algemene broedvogels nestelen binnen de projectlocatie. Vaststellingen De houtduif is incidenteel aanwezig binnen de projectlocatie. Het kan voorkomen dat algemene broedvogels nestelen binnen de projectlocatie in de aanwezige bebouwing.

Tevens is één gierzwaluwnest vastgesteld in het projectgebouw met nr. 34 (zie Fig. 5.4). Projectlocatie Gierzwaluwnest

Fig. 5.4, Gierzwaluwnest in kaart (bron: www.pdok.nl)

Blad 15 van 20

5.2.1 Effecten beoordeling Beschermde vogelsoorten worden onderscheiden in drie categorieën. Er wordt onderscheid gemaakt in hoeverre soorten het nest benutten, koloniebroeders zijn en in hoeverre zij in staat zijn een nest (opnieuw) op te bouwen. Broedvogels met vaste rust- en voortplantingsplaatsen jaarrond in gebruik, dit zijn soorten met een vaste nestplaats en bijbehorende biotoop waar die gedurende het hele jaar verblijft (jaarrond beschermd). Broedvogels met vaste rust- en voortplantingsplaatsen tijdelijk in gebruik, dit zijn soorten met een vaste nestplaats en bijbehorende biotoop waar die jaarlijks naar terugkeert (jaarrond beschermd). Broedvogels met tijdelijke rust- en voortplantingsplaatsen, dit zijn soorten met een eenmalig nest waar die gedurende de broedperiode bij verblijft (algemene broedvogel). Wetgeving Wnb Rust- en voortplantingsplaatsen zijn strikt beschermd binnen de Wnb volgens Europese bescherming van de vogelrichtlijn. Onderstaand de artikelen die kunnen worden overtreden door de voorgenomen ontwikkeling zijn; - Art. 3.1.1, specifieke beschermde soorten te doden of te vangen - Art. 3.1.2, de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen, vernielen of wegnemen. - Art. 3.1.3, eieren te beschadigen, rapen of bezitten - Art. 3.1.4, specifieke beschermde soorten verstoren

Nestplaatsen jaarrond beschermde broedvogels De gierzwaluw is een in Nederland broedende broedvogel welk overwinterd in Afrika, maar afhankelijk is van zijn nestplaats (aanbod). Hij behoort tot een broedvogel met vaste rust- en voortplantingsplaats tijdelijk in gebruik. Hierdoor is zijn vaste nestplaats en bijbehorend biotoop jaarrond beschermd. Tijdens het slopen van bebouwing waarin de nestplaats zich bevindt bestaat er kans op het vernietigen van een jaarrond beschermde nestplaats, doden van soorten, beschadigen van eieren en opzettelijk verstoren van soorten. Door onder andere te handelen buiten deze kwetsbare periode kan het doden van soorten worden voorkomen. Maatregelen kunnen schade beperken maar niet voorkomen, er zal een ontheffing aangevraagd moeten worden of er moet gebruik gemaakt worden van het SMP van de gemeente Zeist, net zoals bij de eerder beschreven vleermuizen. Nestplaatsen algemene broedvogels De houtduif is een broedvogels met tijdelijke rust- en voorplantingsplaatsen, hij maakt slordige nesten die geregeld uit een boom waaien. Hij is in staat meerdere nesten per jaar te maken. Diverse algemene broedvogelsoorten krijgen de mogelijkheid of nestelen binnen de projectlocatie. Het slopen van bebouwing, realisatie nieuwbouw brengt risico met zich mee; Werkzaamheden rondom of aan functionele nest of rustplaatsen mogen deze niet beschadigen of opheffen.

Een nestplaats is functioneel tijdens het broedseizoen, en actief bij aanwezigheid van broedvogel. Werkzaamheden tijdens het broedseizoen kunnen leiden tot verstoring van broedende vogels en hun nesten. Zo kunnen vogels hun nest verlaten door geluid of visuele verstoring en kan het legsel verloren gaan.

Blad 16 van 20

Voor een begrip als ‘broedseizoen’ is geen standaardperiode te benoemen. Afhankelijk van de soort en weersomstandigheden in een bepaald jaar kunnen soorten veel eerder of juist veel later broeden dan normaal het geval zou zijn. Dit kan zelfs per regio verschillen. Voor de wet is van belang of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. De vaak geciteerde periode 15 maart t/m 15 augustus is slechts een indicatie. De periode januari tot begin oktober kan theoretisch door broedvogels nog gebruikt worden als een broedperiode, het schouwen dient dan ook tijdens deze periode uitgevoerd te worden. Voorafgaand werkzaamheden dient de aanwezigheid van een actieve nestplaats binnen en in de directe omgeving van de werkzaamheden te worden uitgesloten. De werkzaamheden zullen verstoring met zich meebrengen. Indien het nest tijdens broedt of grootbrengen van de jongen te lang verstoord en verlaten wordt, raken eieren/ jongen onderkoeld of verhongeren. Om schade te voorkomen kan gekozen worden uit onderstaande maatregelen; Specifieke maatregelen algemene broedvogels -

Handelen buiten broedseizoen of; Deskundige schouwt locatie op aanwezige actieve nestplaatsen voorafgaand werkzaamheden;

5.3 Samenvatting Gegevens van de vaststellingen zijn opgesteld in tabel en in kaart. In Fig. 5.1 zijn reeds de verzamelgegevens van de vleermuizen te zien in de kaart. In Fig. 5.4 is de locatie van het gierzwaluwnest weergegeven. 5.3.1 Verzameltabel Tab. 5.5, vaststellingen vleermuizen , - = niet aanwezig, ? = mogelijk aanwezig (niet uit te sluiten), X = aanwezig

Projectlocatie maakt onderdeel uit van het leefgebied voor

Verblijf-/ nestplaats Soort

Aantal

Winter

Zomer

Kraam

Paar

1

?

X

-

X

-

-

-

-

-

Ruige dwergvleermuis

-

-

-

-

-

Overige soorten

Enkele waarnemingen, zie Hoofdstuk 5.3

Gewone dwergvleermuis Laatvlieger

Verblijfplaats 2

4-6 individuen, niet essentieel foerageergebied, deel van paarterritoria 1-2 individuen, niet essentieel foerageergebied, deel van paarterritoria 1-2 individuen, niet essentieel foerageergebied, deel van paarterritoria 1x gierzwaluwnest (1 koppel met 2 jongen) 1x houtduif

Blad 17 van 20

6

Samenvatting en conclusie In opdracht van is door FF Solutions een nader onderzoek uitgevoerd naar de vleermuis ter plaatse van ‘Nooitgedacht’, te Zeist. Binnen de voorgenomen ontwikkeling bestaat het voornemen om bestaande bebouwing te slopen, zodat er ruimte ontstaat voor een nieuwe ontwikkeling van enkele woningen. De voorgenomen ontwikkeling betreft een mogelijke functiewijziging binnen de projectlocatie. Na realisatie van het project zal de functionaliteit van de projectlocatie mogelijk gewijzigd zijn. De Wet natuurbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van soorten in hun natuurlijke leefgebied. Niet alleen de instandhouding van verblijfplaatsen is van belang, maar ook de instandhouding van het leefgebied. De zorgplicht houdt in dat negatieve gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk voorkomen moet worden. De zorgplicht dient te allen tijde in acht genomen te worden en geldt voor alle flora en fauna ongeacht status van bescherming. De vaststellingen van het nader onderzoek worden weergegeven in onderstaand tabel.

Tab. 6.0, vaststellingen , - = niet aanwezig, ? = mogelijk aanwezig (niet uit te sluiten), X = aanwezig

Projectlocatie maakt onderdeel uit van het leefgebied voor

Verblijf-/ nestplaats Soort

Winter

Zomer

Kraam

Paar

Gewone dwergvleermuis

?

X

-

X

Laatvlieger

Ruige dwergvleermuis Overige soorten

4-6 individuen, niet essentieel foerageergebied, deel van paarterritoria Verblijfplaats 2: vestiging van 1 gewone dwergvleermuis 1-2 individuen, niet essentieel foerageergebied, deel van paarterritoria 1-2 individuen, niet essentieel foerageergebied, deel van paarterritoria Enkele waarneming, zie Hoofdstuk 5.3 Diverse soorten, waaronder 1 gierzwaluwnest

Risico’s

3.5.1, 3.5.4

3.5.2,

Ingreep verstorend

Actie

Ja, beperken

Maatregelen Ontheffing/ SMP Erkend belang 3.8.5, b3

Geen

-

-

Geen

-

-

3.1.1, 3.1.2, 3.1.3, 3.1.4

Ja, beperken

Maatregelen Ontheffing /SMP Erkend belang 3.3.4, b1

Er dient een plan van aanpak opgesteld te worden door een deskundige waarin maatregelen opgenomen worden passend binnen de voorgenomen ontwikkeling. Er dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de Provincie Utrecht voor Art. 3.5.1, 3.5.2 en 3.5.4 voor de gewone dwergvleermuis en Art. 3.1.1, 3.1.2, 3.1.3 en 3.1.4 voor de gierzwaluw. Of er dient gebruik gemaakt te worden van het SMP van de gemeente Zeist. Het verduurzamen van woningen en gebouwen in gemeente Zeist is een onmisbaar onderdeel van de voorgenomen energietransitie. Ook bestaat de kans op aanwezigheid van asbest, welk om veiligheidsreden verwijderd dient te worden. Om deze reden draagt de ontwikkeling bij aan de volksgezondheid en openbare veiligheid. Deze erkende belangen zijn inzetbaar voor vleermuis en gierzwaluw (Art. 3.8 lid5, b3 en Art. 3.3 lid4, b1). Er dient een werkprotocol opgesteld te worden door een deskundige waarbij de maatregelen afkomstig uit het plan van aanpak en ontheffing opgenomen zijn, of een werkprotocol op basis van het SMP. De maatregelen zijn leidend tijdens uitvoering van de werkzaamheden.

Blad 18 van 20

6.1 Eindconclusie Dit Ruimtelijke Ontwikkeling project resulteert in het opheffen van vaste rust- en verblijfplaatsen maar zal door het nemen van maatregelen geen wezenlijke invloed hebben op de gunstige instandhouding van beschermde soorten. Binnen de voorgenomen ontwikkeling bestaat het voornemen om bestaande bebouwing te slopen, zodat er ruimte ontstaat voor een nieuwe ontwikkeling van enkele woningen. De voorgenomen ontwikkeling betreft een mogelijke functiewijziging binnen de projectlocatie. Na realisatie van het project zal de functionaliteit van de projectlocatie mogelijk gewijzigd zijn. Binnen de projectlocatie zijn vastgesteld; . 1x zomer-/ paar-/ individuele winterverblijfplaats gewone dwergvleermuis (1 individu); . Deel leefgebied houtduif; . Deel leefgebied vleermuis; . 1x nestplaats gierzwaluw; . Deel leefgebied gierzwaluw; Buiten de projectlocatie . Leefgebied diverse broedvogels; . Leefgebied vleermuis; . 1x zomer-/ kraam-/ paar en winterverblijfplaats gewone dwergvleermuis (3-4 individuen) Schade kan beperkt of voorkomen worden met het in acht nemen van specifieke maatregelen, echter blijft het aanvragen van een ontheffing van toepassing, of het gebruiken van het SMP. Een ecologisch deskundige helpt, adviseert en begeleidt bij het realiseren van de maatregelen en begeleiden aanvraag traject of gebruik name gedragscode.

De maatregelen dienen te worden opgesteld in een ecologisch werkprotocol om de kwaliteit van zorgvuldig handelen te waarborgen. Schade kan niet volledig worden voorkomen. Er dient een ontheffing aangevraagd te worden voor de gewone dwergvleermuis en de gierzwaluw waarbij verblijfplaatsen opgeheven en/of soorten verstoord kunnen worden. Of er dient gebruik gemaakt te worden van het SMP. Met toepassing van een erkend belang kan ontheffing aangevraagd worden. De ontheffing verkrijgen kan uitsluitend door toekenning van bevoegd gezag vanuit de provincie of het werken met een goedgekeurde gedragscode vanuit de rijksoverheid (RVO). De noodzaak waarom wordt gevraagd ontheffing te verlenen, is doordat het verduurzamen van woningen en gebouwen in gemeente Zeist een onmisbaar onderdeel is van de voorgenomen energietransitie. Ook kan er asbest aanwezig zijn in bestaande gebouwen, welk verwijderd dient te worden. Om deze reden draagt de ontwikkeling bij aan de volksgezondheid en openbare veiligheid. Deze erkende belangen zijn inzetbaar voor vleermuis en gierzwaluw (Art. 3.8 lid5, b3 en Art. 3.3 lid4, b1). De algemene zorgplicht blijft van kracht. Bij calamiteiten zal opnieuw moeten worden beoordeeld welke maatregelen passend zijn.

Nijkerk, 11 november 2021

Blad 19 van 20

7

Bijlage

7.1

Bijlage 1 bronnen

Literatuur

Ministerie van I&M (2012). Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Ministerie van LNV (2004). Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit TRCJZ/2004/57, houdende vaststelling van rode lijsten flora en fauna. Ministerie van LNV (2009). Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 28 augustus 2009, 25344, houdende vaststelling van geactualiseerde Rode lijsten flora en fauna. BIJ12 kennisdocument gierzwaluw (juli 2017) BIJ12 kennisdocument gewone dwergvleermuis (juli 2017) BIJ12 kennisdocument ruige dwergvleermuis (juli 2017) Soortmanagementplan Gemeente Zeist (10 maart 2020) projectcode 19-086 Vleermuisprotocol Netwerk Groene Bureaus (2021) Soorteninventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming Netwerk Groene Bureaus (juli 2017)

Internet Soortinformatie

www.zoogdierenvereniging.nl www.vleermuisnet.nl www.vogelbescherming.nl www.sovon.nl www.vleermuizenindestad.nl

Bijbehorende (leidende) documenten Quickscan Flora & Fauna door Alcedo Natuurprojecten (25 maart 2021) projectcode 2021 – 024

Blad 20 van 20

7.2 Bijlage 2 Kaart

Kaart 1:124000, rood omcirkeld projectlocatie (bron: www.pdok.nl)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13903068/2