24RV023 - Bijlage 12.5 archeologisch bureauonderzoek X
Tekst van het document
Laagland Archeologie Rapport 625
Archeologisch bureauonderzoek
Nooitgedacht 16-26 en 3438, Zeist, gemeente Zeist (UT).
november 2022 Versie 2 (definitief)
In opdracht van: BJZ.nu
7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 625
Archeologisch bureauonderzoek Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist (UT)
In opdracht van: BJZ.nu
Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie
Status rapport: definitief
Controle: Autorisatie:
ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo
E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 60294418
© Laagland Archeologie BV, Almelo, november 2022 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
v2.4
Samenvatting Laagland Archeologie heeft in maart 2021 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom geplande bouw van nieuwe woningen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Zeist. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, Omgevingsdienst regio Utrecht (info@odru.nl). Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).
Samenvatting ___________________________________________________ 3 1 Inleiding ____________________________________________________ 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
Aanleiding onderzoek______________________________________________ 5 Afbakening plan- en onderzoeksgebied ________________________________ 5 Administratieve gegevens __________________________________________ 6 Huidige situatie en toekomstig gebruik ________________________________ 8 Geplande verstoring _____________________________________________ 10 Gemeentelijk beleid ______________________________________________ 10 Onderzoeksdoel _________________________________________________ 11
2 Inventarisatie ________________________________________________ 12 2.1 2.2 2.3
Inleiding_______________________________________________________ 12 Landschappelijke ontwikkeling _____________________________________ 12 Archeologie ____________________________________________________ 13
2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.4
Bekende archeologische waarden _________________________________ 13 Waarnemingen _______________________________________________ 13 AMK-terreinen ________________________________________________ 14 Gemeentelijke verwachtingskaart _________________________________ 14 Eerder archeologisch onderzoek __________________________________ 14
Historie _______________________________________________________ 15
3 Conclusie en verwachtingsmodel _________________________________ 20 3.1 3.2
Conclusie ______________________________________________________ 20 Verwachtingsmodel ______________________________________________ 20
4 Selectieadvies _______________________________________________ 22 literatuur _____________________________________________________ 23 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus __________________________________________ 24 BIJLAGE 2 Archeologische perioden________________________________ 25 BIJLAGE 3 Geomorfologische kaart ________________________________ 26 BIJLAGE 4 Actueel Hoogtebestand Nederland ________________________ 27 BIJLAGE 5 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ____________ 28 BIJLAGE 6 Bodemkaart _________________________________________ 29 BIJLAGE 7 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen ______ 30 BIJLAGE 8 Tekeningen milieuonderzoeken __________________________ 31 BIJLAGE 9 Bouwtekeningen ______________________________________ 33
HOOFDSTUK
Archeologisch bureauonderzoek Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
1I
NLEIDING
1.1 AANLEIDING ONDERZOEK
De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van nieuwe woningen aan de Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist (UT). Hiertoe is een bestemmingsplanwijziging vereist. De gemeente Zeist heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.
1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED Het plangebied betreft de Nooitgedacht 16-26 en 34-38 in Zeist, gemeente Zeist (UT), zie onderstaande afbeelding.
5
Archeologisch bureauonderzoek Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden. Deelgebied A met de huisnummers 16 – 26 en deelgebied B met de huisnummers 34-38. Het plangebied heeft een omvang van in totaal 4520 m2. De oppervlakte van deelgebied A is ca. 3190 m2 en deelgebied B is ca. 1330 m2. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 200 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.
1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS
1
Provincie
Utrecht
Gemeente
Zeist
Plaats
Zeist
Beheerder/eigenaar grond
Onbekend
Toponiem
Nooitgedacht 16-26 en 34-38
Kadastrale perceelnummer(s)1
Gemeente Zeist, Sectie L, nrs. 1032, 749, 753, 1010, 1011
kadastralekaart.com 6
Archeologisch bureauonderzoek Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
Laagland Archeologie projectnummer
ZENO211
Datum conceptrapportage
5-5-2021
Datum definitief rapport
25-11-2022
XY-coördinaten
NW 145042/454896 NO 145143/454945 ZO 145164/454897 ZW 145062/454840
Kaartblad
32C
Oppervlakte/lengte Plangebied Datering
Ca. 4520 m2
Complextype
Bewoning (incl. verdediging)
Onderzoeksmeldingsnr.
4995703100
AMK-terrein
n.v.t.
Vondstmeldingsnr.
n.v.t.
Type onderzoek
Archeologisch bureauonderzoek
Datum begin veldonderzoek
n.v.t.
Datum eind veldonderzoek
n.v.t.
Opdrachtgever
BJZ.nu
Goedkeuring bevoegde overheid Bevoegde overheid
25-11-2022
Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie
Omgevingsdienst regio Utrecht info@odru.nl E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 40 61 85 50
2
Uitvoerder
Laat-Paleolithicum tot Nieuwe tijd
gemeente Zeist
Projectleider/opsteller onderzoek
Tabel 1. Objectgegevens.
2
www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 7
Archeologisch bureauonderzoek Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden. Deelgebied A met de huisnummers 16 – 26 en deelgebied B met de huisnummers 34-38. Beide deelgebieden zijn vrijwel geheel bebouwd en verhard. Om die reden is extra aandacht besteed aan gegevens uit milieu-hygiënische bodemonderzoeken en zijn bij de gemeente Zeist, Publiekszaken (bouwarchief) bouwtekeningen aangevraagd om een beeld te krijgen van de aanwezige funderingen en/of onderkeldering (voor een algemeen beeld zie Bijlage 9). Voor de adressen Nooitgedacht 16 en 18 waren geen gegevens beschikbaar uit het bouwarchief. Voor de overige adressen (Nooitgedacht 20 t/m 26 en 34 t/m 38 was deze informatie wel beschikbaar.
Afbeelding 2. Huidige situatie.
Het terrein van deelgebied A en B bevat(te) voor een deel brandstoftanks (zie afbeelding 3). Verder is er sprake van een smeerput op deellocatie B. In het kader van milieuonderzoek zijn proefsleuven gegraven rondom brandstoftanks en een ander verdacht punt op de locatie. Op Nooitgedacht 20-22 is in 1972 een autostalling met bovenwoning opgericht. Normale fundering op staal, bestaande uit funderingsstroken. Verder zijn er vier gemetselde schrobputten van 44 x 400 cm en een van 44 x 600 cm aangelegd. Op Nooitgedacht 24-26 was er in 1963 een verbouwing van een bedrijfsruimte en woning naar een bedrijfsruimte met twee bovenwoningen. Deze bebouwing heeft een fundering op staal zonder onderkeldering. Op Nooitgedacht 34, 34A en 34B is op 7 juli 1959 een bouwvergunning afgegeven voor de bouw van een garage en twee bovenwoningen. Deze bebouwing heeft een fundering op staal en geen
8
Archeologisch bureauonderzoek Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
onderkeldering. Verder volgden uitbreidingen in 1962 en 1964 achter de bestaande bebouwing, zonder afwijkende funderingen. Op Nooitgedacht 38 zijn in de periode 1917 tot 1961 verschillende vergunningen verstrekt voor de uitbreiding van bebouwing en verbouwingen aan gevels. In 1974 is er een vergunning voor de oprichting van een autostalling afgegeven. Er is een strookfundering aangelegd op ca. 120 cm -mv. Zover bekend is de bodem tussen de funderingen niet geroerd. Het terrein bevat verder voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.3
Afbeelding 3. Bekende verstoringen In deelgebied A zijn 15 rijwoningen voorzien verdeeld over vier rijen. De rijwoningen zullen uit twee woonlagen bestaan voorzien van een kap. In deelgebied B is een appartementengebouw met bergingen, 20 parkeerplaatsen en een groen ingerichte zone voorzien. Het appartementengebouw zal uit drie woonlagen bestaan en gaat 12 appartementen huisvesten. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium niet bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie.
3
bron: gemeentelijke monumentenlijst 9
Archeologisch bureauonderzoek Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
Afbeelding 4. Nieuwe situatie.
1.5 GEPLANDE VERSTORING De rijhuizen en het appartementengebouw worden niet onderkelderd. Omdat de geplande woonhuizen op een te saneren terrein liggen, is nog onzeker welk type fundering zal moeten worden toegepast. Deellocatie A zal ter hoogte van nr. 28 (oostzijde deelgebied A) voor de sanering afgegraven moeten worden tot een diepte tussen 3 en 5 m -mv. De fundering van het appartementengebouw zal, als dat mogelijk is, waarschijnlijk bestaan uit een strokenfundering met een aanlegdiepte van ca. 1,0 -mv. De ingrepen vinden plaats binnen het plangebied. Rioleringsbuizen kunnen mogelijk dieper dan 1,0 m -mv worden aangelegd.
1.6 GEMEENTELIJK BELEID In het bestemmingsplan Zeist-Centrum e.o. ligt het plangebied in een zone met dubbelbestemming waarde archeologie 2. Archeologisch onderzoek is vereist indien de omvang van de geplande bodemingrepen groter is dan 1.000 m² en meer dan 30 cm diep zijn. De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven.
10
Archeologisch bureauonderzoek Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
1.7 ONDERZOEKSDOEL Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.
11
HOOFDSTUK
Archeologisch bureauonderzoek Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
2I
NVENTARISATIE
2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.
2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING Het plan- en onderzoeksgebied ligt in het Utrechts-Gelders zandgebied, op de overgang tussen de hoge Utrechtse heuvelrug in het noordoosten en het lage Kromme Rijngebied in het zuidwesten. Dit gebied wordt gekenmerkt door stuwwallen en daartussen laaggelegen zacht glooiende dekzandgebieden. Het Utrechts-Gelders zandgebied is gedurende de voorlaatste ijstijd (Saalien) en de laatste ijstijd (Weichselien) ontstaan. Tegen het einde van het Saalien bereikte het landijs zijn maximale uitbreiding.4 De stuwwallen, waaruit de Utrechtse Heuvelrug is opgebouwd zijn toen ontstaan, omdat oudere afzettingen van de voorloper van de Rijn (klei, zand, grind), door de gletsjers werden weggedrukt. Ten zuiden van deze stuwwallen zijn uitgebreide smeltwaterwaaiers (sandr) ontstaan. De afzettingen zijn afkomstig van de stuwwallen, werden door het ijssmeltwater getransporteerd en werd op de sandr afgezet. Gedurende het Weichselien heerste er een permafrostklimaat en werden dekzanden afgezet. Tegen de flanken van de stuwwallen en op de sandr werden gordeldekzandwelvingen gevormd. Op de geomorfologische kaart (Bijlage 3) is het plangebied niet gekarteerd, omdat het in de bebouwde kom van Zeist ligt. In het uiterst oostelijk deel van het onderzoeksgebied zijn landduinen met bijbehorende vlakten en laagten (11L54) aanwezig.
Kijkend naar het historisch kaartmateriaal en het algemene kaartbeeld van de geomorfologische kaart moet het plangebied echter op gordeldekzandwelvingen (3L52yc) liggen. Gordeldekzandwelvingen zijn windafzettingen. Deze windafzettingen komen vaak voor in zwak golvende dekzandlandschappen en ze zijn kenmerkend door hun flauwe helling. Gordeldekzandwelvingen, die als gordel om stuwwallen liggen, onderscheiden zich door de aaneenschakeling van welvingen. Op 200 à 300 m ten zuidwesten ligt waarschijnlijk een restgeul behorend tot het Kromme Rijngebied. Restgeulen betreffen verlaten rivierbeddingen. Dit kunnen verlaten beddingen zijn van vlechtende en meanderende rivieren, die op natuurlijke wijze of door de mens zijn afgesneden van het riviersysteem. Restgeulen kunnen geheel of gedeeltelijk zijn verzand of dichtgeslibd, verland en opgevuld zijn met veen. Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), zie bijlage 4 is te zien dat het plangebied op de overgang
4
Berendsen, 2008; Botman en Benjamins, 2008. 12
Archeologisch bureauonderzoek Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
van relatief hooggelegen gordeldekzandwelvingen noordoostelijk naar de lager zuidwestelijk gelegen restgeulen ligt. Het plangebied ligt op het AHN op een gemiddelde hoogte 4,5 à 5,0 meter +NAP. Bodem Bodemkundig (bijlage 7) ligt het gebied in niet-gekarteerd gebied. In het onderzoeksgebied komen hoge zwarte enkeerdgronden van leemarm en zwak lemig fijn zand (zEZ21). Verder zijn er op ca. 425 m ten noordoosten duinvaaggronden bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand (Zd21) aanwezig. In het Kromme Rijngebied waar het onderzoeksgebied net wel of net niet deel vanuit maakt komen kalkloze nesvaaggronden; zavel en lichte klei (Ro60C) en wat verder naar het zuidwesten zijn kalkloze ooivaaggronden bestaande uit zware zavel en lichte klei (Rd90C) aanwezig. Afgaande op de bodemkaart liggen er waarschijnlijk enkeerdgronden binnen het plangebied als onverstoord bodemtype. Enkeerdgronden (zEZ21) zijn zandgronden met een plaggendek van tenminste 50 cm dik. Dit plaggendek is vanaf de Late Middeleeuwen ontstaan door het periodiek opbrengen van met mest vermengde plaggen op de akker. Doel hiervan was de bodemvruchtbaarheid op peil te houden of te verbeteren. Enkeerdgronden zijn voor wat betreft archeologie om twee redenen relevant. De oudste enkeerdgronden zijn meestal ontstaan op locaties die ook vóór het in zwang komen van plaggenbemesting al als akker in gebruik waren.
Dat waren meestal relatief hooggelegen, goed ontwaterde zandgronden die redelijk goed met de toenmalige landbouwtechnieken konden worden bewerkt. Door deze eigenschappen zijn deze gronden vaak al heel vroeg – soms als vanaf het middenNeolithicum – in gebruik genomen als landbouwgrond. Resten van bewoning uit deze perioden wordt daarom vaak onder een plaggendek aangetroffen. Daarnaast fungeert het plaggendek in meer moderne tijden als een dikke beschermende laag, waardoor eventueel aanwezige resten niet of in mindere mate zijn aangetast door allerlei bodemingrepen.
2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 7 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied.
2.3.2 WAARNEMINGEN In het onderzoeksgebied zijn diverse waarnemingen bekend: Zaakid. nr. 3110386100 – ca. 100 m ten noorden – zijn in 1845 op het toenmalige terrein van de burgemeester van Bern potten en een viertal munten gevonden uit de Romeinse tijd bij niet archeologisch graafwerk – archeologische periode – complextype – niet te bepalen. In de directe buurt van voorgaande waarneming zijn in 1859 in de toenmalige Tuin van de Brouwerij moppen van een keiweg op een zandhoop gevonden, uit de Late Middeleeuwen -complextype – weg (Zaakid. nr. 2843921100). Zaakid. nr. 2853747100 – ca. 100 m ten zuidwesten is aan de huidige Jufferstraat is bij archeologisch graafwerk alleen subrecent materiaal aangetroffen, mogelijk omdat alleen het bovenste gedeelte is uitgegraven - complextype – niet te bepalen.
13
Archeologisch bureauonderzoek Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
Zaakid. nr. 2853739100 – ca. 165 m ten zuidwesten werden tijdens de bouw van een hotel met parkeergelegenheid aan de Dorpsstraat werden in 1992, 1993 en 1994 waarnemingen uitgevoerd. Tijdens het uitgraven van de kelders nabij de 2de Dorpsstraat werd verscheidene malen de oever van de voormalige Kromme Rijnloop waargenomen. Het materiaal bestande uit aardewerkfragmenten uit de Vroege Middeleeuwen D tot Nieuwe tijd geeft de indruk dat vanaf de 13de eeuw de oever ter plaatse vaak bezocht is door mensen, en later ook zeker bewoond - complextype – niet te bepalen. Zaakid. nr. – ca. 165 m ten zuidwesten vond de AWN-werkgroep bij de afbraak op twee percelen aan de Tweede Dorpsstraat 53-59 aan de trottoirzijde in een zwarte humeuze leemlaag bewoningsafval bestaande uit aardewerk (vroeg-steengoed, proto-steengoed en kogelpot) en bouwmateriaal. Het bouwmateriaal bestond uit stukken tufsteen, huttenleem en kloostermoppen. Elders op het terrein lag aan het oppervlak aardewerk uit de 10de-16de eeuw – complextype - Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald.
2.3.3 AMK-TERREINEN AMK-terreinen ( = Archeologische Monumentenkaart) zijn terreinen waarvan bekend is dat zich archeologische resten in de grond bevinden. Het archeologisch belang daarvan is bovendien gewaardeerd. Zo zijn er AMK-terreinen van archeologisch belang, hoog, zeer hoog archeologisch belang en wettelijk beschermde AMKterreinen van zeer hoog archeologisch belang). Binnen het onderzoeksgebied is onderstaand AMK-terrein geregistreerd: AMK-terrein 12212 betreft een complextype ‘nederzetting onbepaald’ uit de Vroege Middeleeuwen – Nieuwe Tijd met een hoge archeologische waarde op ca. 65 m ten zuidwesten. Het terrein bevat sporen van bewoning die tot de dorpskern van Zeist behoren. Waarschijnlijk heeft er een bisschoppelijke curtis gelegen. De locatie daarvan is niet bekend. Mogelijk moet deze buiten de huidige dorpskern gezocht worden. Zeist ontstond op de sandr, die hier bedekt is met stuifzand. Op de locatie is diverse keren archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het gaat hier met name om (veld)karteringen uit de tweede helft van de 20e eeuw. Deze onderzoeken hebben geresulteerd in diversen vondsten en complextypen uit met name de Romeinse tijd en Middeleeuwen. Archeologische resten uit eerder perioden (vanaf het Neolithicum) komen echter ook voor. Hoogstwaarschijnlijk zijn de resultaten van deze onderzoeken aanleiding geweest om het AMK-terrein als dusdanig aan te wijzen.
2.3.4 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 5) ligt het plangebied in een zone met een middelhoge archeologische verwachting voor alle perioden (Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd).
2.3.5 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 7. Zaakid. nr. 2039980100: op ca. 100 m ten noorden is in 2003 een archeologische begeleiding uitgevoerd door Archeomedia. Behalve de aanleiding, losse vondsten uit de IJzertijd tot Late Middeleeuwen A, wordt niets over de onderzoeksresultaten gerept.
14
Archeologisch bureauonderzoek Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
Zaakid. nr. 2209594100: op 165 m ten zuidwesten zijn in 2008 door ADC Archeoprojecten tijdens een proefsleufonderzoek bewoningsresten uit de 19e en 20e eeuw teruggevonden. Deze uiten zich in de vorm van huisfundamenten en twee waterputten in een proefsleuf op de hoek Kerkweg - Maurikstraat. Deze structuren houden hoogstwaarschijnlijk verband met de voormalige bebouwing op het terrein. Zaakid. nr. 2322061100: op ca. 165 m ten noordwesten zijn tijdens een proefsleuvenonderzoek archeologische resten uit zowel de Middeleeuwen als de Nieuwe tijd aangetroffen. Het aardewerk dateert grotendeels uit de 17e t/m 18e eeuw, maar ook zijn scherven uit de Late Middeleeuwen en de 16e eeuw gevonden. In het noorden van het plangebied is een spoor aangetroffen dat op menselijke activiteit in de prehistorie lijkt te duiden. Het spoor doet sterk denken aan een haardkuil en bevindt zich op de dekzandrug die in dit deel van het plangebied is waargenomen. De vindplaatsen zijn behoudenswaardig zodat er uitgegaan wordt van behoud in situ, of indien dit niet mogelijk is, van behoud ex situ in de vorm van een opgraving.
2.4 HISTORIE Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)5 is het plangebied en haar omgeving nog onbebouwd (zie onderstaande afbeelding). Het terrein, bestaande uit meerdere kleine smalle percelen, is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) meerdere keren aangeduid als huis, dan wel tuin. Het plangebied maakte deel uit van een klein wijkje bestaande uit vrijstaande huizen, dat aan de zuidzijde van de huidige weg ‘Nooitgedacht’ lag. Afgaande op het kaartbeeld liggen in de omgeving van het plangebied meerdere landhuizen in een parkachtig landschap. Afgaande op de inrichting gaat het om grote tuinen in landschapsstijl.
5
bron: hisgis.nl 15
Archeologisch bureauonderzoek Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
Afbeelding 5. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. Geel: hooiland, beige: bouwland, lichtgroen: weideland, donkergroen: bos, paars: pleziertuin, plaats van vermaak, oranje: (onverharde) weg, lichtpaars: tuin; rood met grijs: bebouwing met erf. Bron: hisgis.nl. Op de topografische kaart van 1873 (zie afbeelding 6) is deze situatie niet wezenlijk veranderd. Langs de zuidzijde van de huidige 'Nooitgedacht' staan overal vrijstaande huizen langs elkaar. Deze huizen met tuin staan op smalle kleine percelen. Een aantal van deze huizen hebben een schuurtje op het perceel. Aan de overzijde (noordzijde) van de weg is geen bebouwing aanwezig, maar is het terrein in gebruik als bouwland.
16
Archeologisch bureauonderzoek Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
Afbeelding 6. Uitsnede uit de topografische kaart van 1873. Bron: topotijdreis.nl. Vanaf de jaren '80/jaren '90 van de 19e eeuw verschijnen er enkele verspreid staande huizen aan de overkant van de weg (zie onderstaande). Gaandeweg wordt ook het terrein aan de overkant van de weg steeds meer een onderdeel van de woonwijk. Volgens een aanvraag/bouwvergunning van 7 augustus 1901 zijn er vier woonhuizen aan de Nooitgedacht 34 t/m 40 gebouwd (zie Bijlage 9). Verder is in 1917 een schuur uitgebreid en in 1920 een schuur gebouwd aan de Nooitgedacht 38.
17
Archeologisch bureauonderzoek Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
Afbeelding 7. Uitsnede uit de topografische kaart van 1932. Bron: topotijdreis.nl. Op de percelen ter hoogte van het plangebied komen enkele schuurtjes, maar verder veranderd de situatie qua bebouwing niet wezenlijk tot eind jaren '50/begin jaren '60 van de vorige eeuw. Vanaf die tijd wordt ook het terrein behoorlijk volgebouwd met grote, aan de bebouwing vast gebouwde, bedrijfsgebouwen. Zo is er op 7 juli 1959 een bouwvergunning afgegeven voor de bouw van een garage en twee bovenwoningen aan de Nooitgedacht 34, 34A en 34B. Verder volgden uitbreidingen in 1962 en 1964 achter de bestaande bebouwing. De bebouwing heeft eind jaren '70/begin jaren '80 de maximale omvang.
18
Archeologisch bureauonderzoek Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
Afbeelding 8. Uitsnede uit de topografische kaart van 1973. Bron: topotijdreis.nl. Eind 'jaren '80/begin jaren '90 wordt aan de westzijde van deelgebied A bebouwing gesloopt en wordt de beschikbare ruimte voornamelijk in gebruik genomen als parkeerplaats. Vanaf die tijd is de situatie binnen het plangebied zoals de huidige (zie onderstaande afbeelding).
Afbeelding 9. Uitsnede uit de topografische kaart van 2015. Bron: topotijdreis.nl. 19
HOOFDSTUK
Archeologisch bureauonderzoek Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
3C
ONCLUSIE EN
VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE Het onderzoek is uitgevoerd conform het protocol SIKB KNA 4002. Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Landschappelijk ligt het plangebied waarschijnlijk binnen gordeldekzandwelvingen met waarschijnlijk hoge zwarte enkeerdgronden als bodemtype, op de overgang van een hoger en droger gebied (Pleistocene zandgebied) naar een lager gelegen natter gebied (rivierengebied). Het plangebied ligt in een strook met vindplaatsen vanaf de IJzertijd tot Nieuwe tijd. Resten uit deze periode kunnen ook in het plangebied worden verwacht. In historische tijden (vanaf circa 1832) bestond de weg ‘Nooitgedacht’ en was aan de zuidzijde, waar ook het plangebied is gelegen, al bebouwd met langs elkaar gelegen vrijstaande huizen. Achter de huizenrij lagen smalle, langgerekte tuinen. Het bodemprofiel is deels verstoord. Dit blijkt uit de (voormalige) aanwezigheid van brandstoftanks en een smeerput. Verder zijn er proefsleuven gegraven op verdachte punten zoals de brandstoftanks in het kader van milieukundig bodemonderzoek. Volgens de beschikbare gegevens uit het bouwarchief is zover bekend de bebouwing gefundeerd op staal en is niet onderkelderd. De fundering bestaat voornamelijk uit strookfunderingen met een aanlegdiepte van 90 à 110 cm -mv (100 tot 120 cm Peil). Tussen de funderingen kan het archeologisch niveau bewaard zijn gebleven.
Verder op zijn bepaalde delen onbebouwd en is de bodemopbouw mogelijk nog onverstoord. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten vanaf Neolithicum tot subrecente tijd bekend. Resten uit deze periode kunnen ook in het plangebied worden verwacht.
3.2 VERWACHTINGSMODEL
Op basis van het bureauonderzoek geldt een middelhoge verwachting voor de perioden laat-Paleolithicum tot en met de Bronstijd. Voor de perioden vanaf de IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd geldt een hoge archeologische verwachting. De verwachting voor de perioden vanaf het Paleolithicum tot en met de Bronstijd is gebaseerd op ligging in een overgangsgebied van hoge gordeldekzanden naar een lagergelegen gebied, dat onderdeel uitmaakt van het Nederlandse rivierengebied. Deze gronden zijn aantrekkelijk genoeg voor de bewoning in de prehistorie (LaatPaleolithicum tot en met Bronstijd). Verdere directe aanwijzing voor archeologische resten uit deze perioden zijn binnen het plan- en omgevingsgebied echter niet gevonden. De hoge verwachting voor de perioden vanaf de IJzertijd tot en met de Nieuwe Tijd is gebaseerd op grond van de bekende archeologische resten in de 20
Archeologisch bureauonderzoek Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
directe omgeving van het plan- en onderzoeksgebied. Op basis van historisch kaartmateriaal is tevens geconstateerd dat het plangebied begin 19e eeuw al onderdeel van de bebouwing was. Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant). Nederzettingen uit de periode bronstijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp).6 Het plangebied bestaat uit twee grotendeels overbouwde en verharde deelgebieden, maar is zover bekend niet onderkelderd. Omdat de bodemopbouw mogelijk niet geroerd is tussen de funderingen, kunnen eventuele archeologische resten bewaard zijn gebleven. Deze resten liggen in de top van de natuurlijke ondergrond, mogelijk dicht onder het maaiveld onder een bouwvoor of eventueel plaggendek. De natuurlijke bodem wordt hier gevormd door dekzand waarin zich mogelijk een podzol heeft ontwikkeld. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk Neolithicum, in mindere mate bronstijd en ijzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Vanaf ongeveer de 17e eeuw is ook baksteen te verwachten. Deze vondstcategorieën bevinden zich aan of in het pleistocene zand, direct onder een bouwvoor. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht.
Het gaat daarbij overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken. Onderstaande tabel geeft in het kort de archeologische verwachting weer:
PERIODE
COMPLEXTYPE
DIEPTELIGGING
KENMERKEN
Nieuwe tijd – Late Middeleeuwen
Nederzetting
circa 20-50 cm –mv
resten van bewoning, baksteen, paalkuilen, aardewerk, verbrande leem
vroege middeleeuwen -ijzertijd
nederzetting
20-50 cm –mv
(paal)kuilen, sporen van erfinrichting, aardewerk, bewerkt steen, verbrande leem e.d..
BronstijdMiddenNeolithicum
nederzetting
50-100 cm –mv
(paal)kuilen, sporen van erfinrichting, aardewerk, bewerkt steen, verbrande leem e.d..
LaatPaleolithicum – VroegNeolithicum
extractiekamp
50-100 cm –mv.
vuursteen- en houtskoolconcentraties, ondiepe haardkuilen
Tabel 2. Gespecificeerde archeologische verwachting. Rood: hoge verwachting; oranje: matige verwachting.
6 bron: Tol e.a., 2006.
21
HOOFDSTUK
Archeologisch bureauonderzoek Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
4S
ELECTIEADVIES
Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden archeologische resten verwacht. Het terrein is grotendeels bebouwd. Omdat deze bebouwing niet onderkelderd is kunnen eventuele archeologische resten bewaard zijn gebleven. Hetzelfde geldt voor de onbebouwde delen. De geplande bodemingrepen zullen deze resten zeer waarschijnlijk aantasten. We adviseren daarom vervolgonderzoek conform protocol 4003 IVO (landbodems) aan in de vorm van een verkennend booronderzoek. Hierbij worden verspreid over de toegankelijke delen van het plangebied in totaal acht grondboringen gezet (vier per deellocatie). De boringen hebben tot doel het archeologische verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Met dit booronderzoek wordt de bodemopbouw in kaart gebracht. Aangezien de daadwerkelijke bodemopbouw in het plangebied niet precies bekend is, vormt een verkennend booronderzoek de aangewezen onderzoeksmethode. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kunnen kansrijke delen worden geselecteerd voor eventueel vervolgonderzoek, terwijl delen met geen of weinig kansrijke delen van vervolgonderzoek kunnen worden uitgesloten. Omdat het terrein grotendeels bebouwd en verhard is moet ook inpandig geboord worden en zal moeten worden voorgeboord door een betonboorbedrijf.
Mocht het om praktische/plannings-technische redenen niet mogelijk zijn om een verkennend booronderzoek te laten uitvoeren, wordt geadviseerd om een (archeologische) sloopbegeleiding (IVO-P variant begeleiding) uit te voeren. Voordat een dergelijke sloopbegeleiding kan worden uitgevoerd, dient er een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld. Omdat een archeologische begeleiding (IVO-P variant begeleiding) bij hoge uitzondering kan worden uitgevoerd, dient deze werkwijze uitdrukkelijk in het PvE te worden gemotiveerd. De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Zeist, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de Omgevingsdienst regio Utrecht (info@odru.nl).
22
Archeologisch bureauonderzoek Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
literatuur
Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB
Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com
Gebruikte kaarten Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 22-3-2021 Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 22-3-2021 Archeologische Verwachtingskaart. Bron: gemeente Zeist. Geraadpleegd op 22-3-2021 Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 22-32021 Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 22-3-2021 Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 26-3-2021
23
BIJLAGE 1AMZ-CYCLUS
24
BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN
25
BIJLAGE 3 GEOMORFOLOGISCHE KAART
geomkaart
26
BIJLAGE 4 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND
AHN
kaart
27
BIJLAGE 5 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART
wk
28
BIJLAGE 6 BODEMKAART
bodem
29
BIJLAGE 7 WAARNEMINGEN, AMKTERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN
archis
30
BIJLAGE 8 TEKENINGEN MILIEUONDERZOEKEN
31
32
BIJLAGE 9 BOUWTEKENINGEN Nooitgedacht 20-22 Situatie nieuwbouw autostalling met bovenwoning. Bouwvergunning 1974.
33
Tevens met schrobput in doorsnede
34
Nooitgedacht 24-26 Bouwvergunning verbouwing en uitbreiding 1963
Uitbreiding 1968
35
Nooitgedacht 34 tot 40 (bouwtekening 1901)
36
Nooitgedacht 34, 34A en 34B Situatie na bouwen garagebedrijf en twee bovenwoningen in 1959 en twee uitbreidingen in 1960 en 1962
37
Nooitgedacht 38
38
Bouw schuur achter woning Nooitgedacht 38 in 1920
39
40
Oprichting autostalling in 1974
41
42
Laagland Archeologie Rapport 671
Inventariserend veldonderzoek verkennende fase
Nooitgedacht 16-26 en 3438, Zeist, gemeente Zeist (UT).
november 2022 Versie 1.1 (definitief)
In opdracht van: BJZ.nu
7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 671
Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist (UT) Auteur:
In opdracht van: BJZ.nu
Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie
Status rapport: definitief
ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo
E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 60294418
© Laagland Archeologie BV, Almelo, november 2022 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
v3
Samenvatting Laagland Archeologie heeft in juli 2021 een Inventariserend veldonderzoek verkennende fase uitgevoerd aan de Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom Het onderzoek is uitgevoerd conform het protocol SIKB KNA 4003. Op basis van het voorgaande bureauonderzoek geldt een middelhoge verwachting voor de perioden laat-Paleolithicum tot en met de Bronstijd. Voor de perioden vanaf de IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd geldt een hoge archeologische verwachting. De verwachting voor de perioden vanaf het Paleolithicum tot en met de Late IJzertijd is gebaseerd op ligging in een overgangsgebied van hoge gordeldekzanden naar een lagergelegen gebied, dat onderdeel uitmaakt van het Nederlandse rivierengebied. Het plangebied bestaat uit twee grotendeels overbouwde en verharde deelgebieden, maar is zover bekend niet onderkelderd. Omdat de bodemopbouw mogelijk niet geroerd is tussen de funderingen, kunnen eventuele archeologische resten bewaard zijn gebleven. Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet.
In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Er zijn in het plangebied archeologische sporen aangetroffen. Waarschijnlijk hangen deze samen met het voormalige landbouwkundige gebruik voor begin 19e eeuw. Verder is in een boring in deelgebied A een cultuurlaag/spoor aangetroffen uit de periode Neolithicum tot Late Middeleeuwen. Algemeen kan de middelhoge archeologische verwachting vanaf de Bronstijd en de hoge archeologische verwachting vanaf de IJzertijd voor het plangebied worden gehandhaafd. Omdat een eventuele vindplaats goed beschermd is door opgebrachte lagen en een (rest) van een esdek is behoud insitu mogelijk. Dit is mogelijk zo lang de bodemingrepen niet dieper dan het niveau van 3,87 m +NAP (deellocatie A) en 4,21 m +NAP (deellocatie B) zijn. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems) als de bodemingrepen dieper dan deze niveaus zijn voorzien.
Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).1 De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Zeist, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de Omgevingsdienst regio Utrecht. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan
1
Borsboom e.a., 2012
bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.
Samenvatting ___________________________________________________ 3 1 Inleiding ____________________________________________________ 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
Aanleiding onderzoek______________________________________________ 6 Afbakening plan- en onderzoeksgebied ________________________________ 6 Administratieve gegevens __________________________________________ 7 Huidige situatie en toekomstig gebruik ________________________________ 9 Geplande verstoring _____________________________________________ 11 Gemeentelijk beleid ______________________________________________ 11 Onderzoeksdoel _________________________________________________ 12
2 Voorgaand onderzoek _________________________________________ 13 3 Veldonderzoek _______________________________________________ 14 3.1 3.2 3.3
Beschrijving onderzoeksmethodiek __________________________________ 14 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling ________________ 14 Resultaten: archeologie ___________________________________________ 15
4 Conclusie en verwachting ______________________________________ 17 5 Selectieadvies _______________________________________________ 18 literatuur _____________________________________________________ 19 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus __________________________________________ 20 BIJLAGE 2 Archeologische perioden________________________________ 21 BIJLAGE 3 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ____________ 22 BIJLAGE 4 Boorpuntenkaart veldonderzoek _________________________ 23 BIJLAGE 5 Boorstaten veldonderzoek ______________________________ 24
HOOFDSTUK
Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
1I
NLEIDING
1.1 AANLEIDING ONDERZOEK
De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van nieuwe woningen aan de Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist (UT). Hiertoe is een bestemmingsplanwijziging vereist. De gemeente Zeist heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.
1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED
Het plangebied betreft de Nooitgedacht 16-26 en 34-38 in Zeist, gemeente Zeist (UT), zie onderstaande afbeelding.
6
Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
Afbeelding 1. Ligging van het plangebied. Het plangebied heeft een omvang van ca. 4520 m2 en bestaat uit twee deelgebieden, deelgebied A en B.
1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS
2
Provincie
Utrecht
Gemeente
Zeist
Plaats
Zeist
Beheerder/eigenaar grond
Onbekend
Toponiem
Nooitgedacht 16-26 en 34-38
Kadastrale perceelnummer(s)2
Gemeente Zeist, Sectie L, nrs. 1032, 749, 753, 1010, 1011
Laagland Archeologie projectnummer
ZENO212
Datum conceptrapportage
8-9-2021
Datum definitief rapport
25-11-2022
XY-coördinaten
NW 145042/454896
kadastralekaart.com 7
Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
NO 145143/454945 ZO 145164/454897 ZW 145062/454840 Kaartblad
32C
Oppervlakte/lengte Plangebied Datering
Ca. 4520 m2
Complextype
Nietopgehoogde nederzetting zonder stedelijk karakter
Onderzoeksmeldingsnr
5078963100
AMK-terrein
n.v.t.
Vondstmeldingsnr.
n.v.t.
Type onderzoek
Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase
Datum begin veldonderzoek
11-6-2021
Datum eind veldonderzoek
11-6-2021
Opdrachtgever
BJZ.nu
Goedkeuring bevoegde overheid Bevoegde overheid
25-11-2022
Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie
Omgevingsdienst regio Utrecht info@odru.nl Archeologisch depot Utrecht E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 40 61 85 50
3
Uitvoerder
Laat-Paleolithicum tot Nieuwe tijd
gemeente Zeist
Projectleider/opsteller onderzoek
Tabel 1. Objectgegevens.
3
www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 8
Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden. Deelgebied A met de huisnummers 16 – 26 en deelgebied B met de huisnummers 34-38. Beide deelgebieden zijn vrijwel geheel bebouwd en verhard. Om die reden is extra aandacht besteed aan gegevens uit milieu-hygiënische bodemonderzoeken en zijn bij de gemeente Zeist, Publiekszaken (bouwarchief) bouwtekeningen aangevraagd om een beeld te krijgen van de aanwezige funderingen en/of onderkeldering.4 Voor de adressen Nooitgedacht 16 en 18 waren geen gegevens beschikbaar uit het bouwarchief. Voor de overige adressen (Nooitgedacht 20 t/m 26 en 34 t/m 38 was deze informatie wel beschikbaar.
Afbeelding 2. Huidige situatie. Het terrein van deelgebied A en B bevat(te) voor een deel brandstoftanks (zie afbeelding 3). Verder is er sprake van een smeerput op deellocatie B. In het kader van milieuonderzoek zijn proefsleuven gegraven rondom brandstoftanks en een ander verdacht punt op de locatie. Op Nooitgedacht 20-22 is in 1972 een autostalling met bovenwoning opgericht. De fundering bestond uit een normale fundering op staal, bestaande uit funderingsstroken. Verder zijn er vier gemetselde schrobputten van 44 x 400 cm en een van 44 x 600 cm aangelegd. Op Nooitgedacht 24-26 was in 1963 een verbouwing van een bedrijfsruimte en woning, naar een bedrijfsruimte met twee
4
Wijnen, 2021a. 9
Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
bovenwoningen. Deze bebouwing heeft een fundering op staal zonder onderkeldering. Op Nooitgedacht 34, 34A en 34B is op 7 juli 1959 een bouwvergunning afgegeven voor de bouw van een garage en twee bovenwoningen. Deze bebouwing heeft een fundering op staal en geen onderkeldering. Verder volgden in 1962 en 1964 uitbreidingen achter de bestaande bebouwing, zonder afwijkende funderingen. Op Nooitgedacht 38 zijn in de periode 1917 tot 1961 verschillende vergunningen verstrekt voor de uitbreiding van bebouwing en verbouwingen aan gevels. In 1974 is er een vergunning voor de oprichting van een autostalling afgegeven. Er is een strookfundering aangelegd op ca. 120 cm -mv. Zover bekend is de bodem tussen de funderingen niet geroerd. Het terrein bevat verder voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.5
Afbeelding 3. Bekende verstoringen In deelgebied A zijn 15 rijwoningen voorzien, verdeeld over vier rijen. De rijwoningen zullen uit twee woonlagen bestaan voorzien van een kap. In deelgebied B is een appartementengebouw met bergingen, 20 parkeerplaatsen en een groen ingerichte zone voorzien. Het appartementengebouw zal uit drie woonlagen bestaan en gaat 12 appartementen huisvesten. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium niet bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie.
5
bron: gemeentelijke monumentenlijst 10
Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
Afbeelding 4. Nieuwe situatie.
1.5 GEPLANDE VERSTORING
De rijhuizen en het appartementengebouw worden niet onderkelderd. Omdat de geplande woonhuizen op een te saneren terrein liggen, is nog onzeker welk type fundering zal moeten worden toegepast. Deellocatie A zal ter hoogte van nr. 28 (oostzijde deelgebied A) voor de sanering afgegraven moeten worden tot een diepte tussen 3 en 5 m -mv. De fundering van het appartementengebouw zal, als dat mogelijk is, waarschijnlijk bestaan uit een strokenfundering met een aanlegdiepte van ca. 1,0 -mv. De ingrepen vinden plaats binnen het plangebied. Rioleringsbuizen kunnen mogelijk dieper dan 1,0 m -mv worden aangelegd.
1.6 GEMEENTELIJK BELEID
In het bestemmingsplan Zeist-Centrum e.o. ligt het plangebied in een zone met dubbelbestemming waarde archeologie 2. Archeologisch onderzoek is vereist indien de omvang van de geplande bodemingrepen groter is dan 1.000 m² en meer dan 30 cm diep zijn. De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven.
11
Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
1.7 ONDERZOEKSDOEL Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de tweede fase in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. In voorgaand bureauonderzoek is aan de hand van bestaande bronnen een verwachtingsmodel opgesteld. Hierbij is het plangebied in aanmerking gekomen voor vervolgonderzoek. In het huidige vervolgonderzoek wordt het gestelde verwachtingsmodel getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.
12
HOOFDSTUK
Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
2V
OORGAAND ONDERZOEK
Op basis van het bureauonderzoek geldt een middelhoge verwachting voor de perioden laat-Paleolithicum tot en met de Bronstijd.6 Voor de perioden vanaf de IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd geldt een hoge archeologische verwachting. De verwachting voor de perioden vanaf het Paleolithicum tot en met de Bronstijd is gebaseerd op ligging in een overgangsgebied van hoge gordeldekzanden naar een lagergelegen gebied, dat onderdeel uitmaakt van het Nederlandse rivierengebied. Deze gronden zijn aantrekkelijk genoeg voor de bewoning in de prehistorie (LaatPaleolithicum tot en met Bronstijd). Verdere directe aanwijzing voor archeologische resten uit deze perioden zijn binnen het plan- en omgevingsgebied echter niet gevonden. De hoge verwachting voor de perioden vanaf de IJzertijd tot en met de Nieuwe Tijd is gebaseerd op grond van de bekende archeologische resten in de directe omgeving van het plan- en onderzoeksgebied. Op basis van historisch kaartmateriaal is tevens geconstateerd dat begin 19e eeuw de weg ‘Nooitgedacht’ al bestond. Aan de zuidzijde van de weg, waar ook het plangebied is gelegen, was toen al bebouwd met langs elkaar gelegen vrijstaande huizen. Achter de huizenrij lagen smalle, langgerekte tuinen. Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant).
Nederzettingen uit de periode bronstijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp).7 Het plangebied bestaat uit twee grotendeels overbouwde en verharde deelgebieden, maar is zover bekend niet onderkelderd. Omdat de bodemopbouw mogelijk niet geroerd is tussen de funderingen, kunnen eventuele archeologische resten bewaard zijn gebleven. Deze resten liggen in de top van de natuurlijke ondergrond, mogelijk dicht onder het maaiveld onder een bouwvoor of eventueel plaggendek. De natuurlijke bodem wordt hier gevormd door dekzand waarin zich mogelijk een podzol heeft ontwikkeld. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk Neolithicum, in mindere mate bronstijd en ijzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Vanaf ongeveer de 17e eeuw is ook baksteen te verwachten. Deze vondstcategorieën bevinden zich aan of in het pleistocene zand, direct onder een bouwvoor. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht. Het gaat daarbij overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken.
6
Wijnen, 2021a.
7
Tol e.a., 2006. 13
HOOFDSTUK
Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
3V
ELDONDERZOEK
3.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK
Het veldonderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verkrijgen in de fysische situatie in het plangebied. Het dient de in het plangebied aanwezige bodems, de mate van verstoring en de aanwezigheid van potentiële archeologische niveaus in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan er voor het plangebied een gespecificeerd verwachtingsmodel worden opgesteld dat gedetailleerder en nauwkeuriger is dan een verwachtingsmodel dat louter gebaseerd is op bronnen en globalere bodem- en geomorfologische kaarten. Het hele plangebied was toegankelijk voor archeologisch booronderzoek. Voor aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld8 en gedeponeerd in Archis3. Het veldonderzoek bestond uit het zetten van 8 verkennende boringen. Verkennend booronderzoek is een snelle en kostenefficiënte onderzoeksmethode om de archeologische potentie van een plangebied in kaart te brengen. Aangezien de specifieke bodemopbouw in het plangebied niet bekend is, is verkennend onderzoek in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode. De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boorkernen zijn visueel geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren. De boringen zijn gemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 3 m. Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB.
De NAPmaaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 5. De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in bijlage 4.
3.2 RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING
In deelgebied A is onder een klinkerverharding en ophoogzand een afgedekte Ahorizont aanwezig vanaf 20 à 50 cm -mv tot 70 à 110 cm -mv. De A-horizont bestaat uit twee subhorizonten, afgezien in boring 2 waar de A-horizont bovenin verstoord is. De twee subhorizonten verschillen in kleur (bovenin donker grijsbruin en onder donkerbruin, bruin, grijsbruin of net lichter donker grijsbruin) en in een aantal gevallen komt in de bovenste subhorizont kolengruis voor en in de onderste
8
Wijnen, 2021b. 14
Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
subhorizont ontbreekt kolengruis. Vervolgens is tot 130 cm -mv een verstoorde ondergrond aanwezig in boring 1. In boring 2 is een oude cultuurlaag/spoor aanwezig onder de twee subhorizonten vanaf 90 tot 110 cm -mv in boring 2. Vanaf 70 cm -mv is in boring 3 een opgebrachte laag, een demping en een slootbodem aanwezig tot 160 cm -mv en in boring 4 ligt de dekzandondergrond op 110 cm -mv, direct onder de afgedekte A-horizont. De dekzandondergrond bestaande uit lichtgeel, zwak siltig, matig fijn zand is in deelgebied A aangetroffen op 110 à 160 cm -mv (3,01 à 3,61 m +NAP). De onverstoorde bodemopbouw en het archeologische niveau is in deelgebied A aangetroffen op 90 à 130 cm -mv (3,34 à 3,67 m +NAP). In deelgebied B is onder een 20 cm dikke betonvloer of onder een 30 cm dikke laag ophoogzand, al dan niet betegeld, een A-horizont aangetroffen tot 60 a 100 cm -mv. De A-horizont bestaat uit twee subhorizonten, afgezien in boring 6. De twee subhorizonten verschillen in kleur (bovenin donker grijsbruin en onder bruin of grijsbruin) en in een aantal gevallen komt in de bovenste subhorizont kolengruis voor en in de onderste subhorizont ontbreekt kolengruis. Vervolgens is een opgebrachte laag aanwezig tot 80 cm -mv in boring 5 en 6, met daaronder een verstoorde grondlaag tot 130 cm -mv in boring 6.
In boring 8 bevindt zich een dergelijke verstoorde grondlaag onder de afgedekte A-horizont tot 140 cm mv. In boring 5 en 6 bevindt zich onder een opgebrachte en/of verstoorde grondlaag een afgedekte A-horizont. Deze dekt in boring 6 de dekzandondergrond af, terwijl in boring 5 een spoor, bestaande uit gevlekt dekzandmateriaal met een humeuze bodem, aanwezig is tot 110 cm -mv. In boring 8 is een dergelijk spoor aanwezig tot 190 cm -mv bestaande uit een humeus laagje onderin en bovenin. In het schone tussenlaagje is een enkel baksteenfragment aangetroffen. In boring 7 is onder de Ahorizont vanaf 80 tot 130 cm -mv een dempingslaag aanwezig met daaronder een slootbodem op 130 tot 150 cm -mv. In deelgebied B bevindt zich de dekzandondergrond zich op 110 à 190 cm -mv (3,07 à 3,81 m +NAP). Het archeologisch niveau bestaande uit sporen (boring 5 en 8), een slootdemping en slootbodem (boring 7) en de dekzandondergrond (boring 6) bevindt zich op 90 à 150 cm -mv (3,41 à 4,01 m +NAP).
3.3 RESULTATEN: ARCHEOLOGIE Onder ophogingszand en klinkers of stoeptegels (boring 1 t/m 4, boring 7 en 8) of een betonvloer (boring 5 en 6) is een A-horizont aanwezig, bestaande uit twee subhorizonten, afgezien van boring 2 en 6. Karakteristiek voor de bovenste subhorizont is dat in een groot aantal gevallen kolengruis is aangetroffen, terwijl in de onderste subhorizont kolengruis ontbreekt. In een verstoring in boring 2 op 50 tot 80 cm -mv is eveneens kolengruis aangetroffen. Verder is in de bovenste subhorizont of de enkele subhorizont, onder het ophoogzand of betonvloer, eveneens baksteen aangetroffen als potentiële archeologische indicator. In de onderste subhorizont in boring 1, 4, en 7 op 60 à 90 tot 80 à 110 cm -mv is wat baksteen en houtskoolspikkels aangetroffen als archeologische indicator. In deelgebied A dekt de matig dikke tot dikke A-horizont een verstoorde ondergrond af in boring 1, een oude cultuurlaag/spoor in boring 2 en een opgebrachte laag, een demping en slootbodem in boring 3. Door de dikte van de afdekkende A-horizont kunnen de aangetroffen profielen in de meeste gevallen worden geclassificeerd als hoge zwarte enkeerdgronden.
In de bovenste 50 à 90 cm is de akkerlaag/verstoorde bovengrond op basis van de aanwezigheid van kolengruis bewerkt/vergraven en/of opgehoogd rond eind 19e eeuw tot nu, terwijl de afgedekte sloot met slootbodem (boring 3) waarschijnlijk dateert in de Nieuwe tijd omdat de daarin aanwezige demping geen vervaging van de kleuren zichtbaar zijn. De afgedekte
15
Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
cultuurlaag/spoor in boring 2 dateert waarschijnlijk ergens in de periode Neolithicum tot Late Middeleeuwen, omdat deze een vervaagde kleur heeft. In deelgebied B is sprake van een afgedekte A-horizont in boring 5, waaronder een gevlekte horizont met onderin een humeus laagje is aangetroffen. Deze horizont, op 90 tot 110 cm -mv, representeert waarschijnlijk een spoor uit de Nieuwe tijd. Het humeuze laagje is nog niet vervaagd. In boring 7 is onder een dikke A-horizont bestaande uit twee subhorizonten een verstoorde bodemopbouw met daaronder een waterbodem (matig humeus, zwak siltig, matig fijn zand met plantenresten) aangetroffen. De gevlekte en verstoorde laag op 80 tot 130 cm -mv representeert waarschijnlijk een slootdemping en de humeuze bodem representeert een slootbodem. Deze sloot dateert vanwege de weinig vervaagde grondkleuren waarschijnlijk uit de Nieuwe tijd. Verder is in boring 8 onder een A-horizont bestaande uit twee subhorizonten en een verstoorde opgebrachte laag met daarin een humeus laagje onderin en bovenin, met een schone tussenlaag met baksteen aangetroffen op 140 tot 190 cm -mv. Deze gelaagde afzetting representeert waarschijnlijk een spoor uit de Nieuwe tijd. In de verstoorde opgebrachte laag onder de A-horizont is eveneens baksteen aangetroffen als archeologische indicator.
16
HOOFDSTUK
Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Nooitgedacht 16-26 en 34-38 te Zeist, gemeente Zeist, Utrecht
4C
ONCLUSIE EN
VERWACHTING Onder verhardingen en/of ophoogzand en een matig dikke tot dikke A-horizont (esdek) zijn verstoringen (boring 1), afgedekte sloten (boring 3 en 7) uit waarschijnlijk de Nieuwe tijd, sporen met een of twee humeuze lagen (boring 5 en 8) waarschijnlijk daterend in de Nieuwe tijd en een spoor/oude cultuurlaag ergens daterend in de periode Neolithicum tot Late Middeleeuwen (boring 2) aangetroffen. Archeologische indicatoren in de vorm van kolengruis, houtskool en baksteen zijn in het esdek aangetroffen. Omdat deze mogelijk van elders afkomstig zijn (bemesting, huisvuil), zijn deze minder relevant als archeologische indicator. Wel is onder de Ahorizont baksteen aangetroffen in een opgebrachte/verstoorde laag en in een spoor met humeuze laagjes aangetroffen (boring 8). Vanwege het baksteen en het spoor met duidelijke, niet vervaagde humeuze laagjes is het spoor in de Nieuwe tijd gedateerd. Op deellocatie A zijn voornamelijk onder een esdek sporen aangetroffen uit de Nieuwe tijd (sloot in boring 3) en vroegere perioden, mogelijk vanaf het Neolithicum (boring 2). Waarbij dient te worden opgemerkt dat het spoor net zo goed een oude cultuurlaag kan zijn. Het archeologisch niveau is in deelgebied A aangetroffen op 90 à 130 cm -mv (3,34 à 3,67 m +NAP).