24RV023 - Bijlage 12.2 asbestinventarisatie X
Tekst van het document
L.1.100320.006527
Situatie Bevestiging
Los
Binnen / buiten
Buiten
Beschadiging
Ernstig
Verweerdheid
Ernstig
Verwijdering Handeling
Los asbesthoudend materiaal direct verpakken
Risicoclassificatie Risicoklasse
2
Gebruikte versie classificatiemodel
SMART 2.4 03032020 (ingangsdatum 03-03-2020)
Werkplanelementen Openlucht RK2 Het werkgebied dient afgezet/gemarkeerd te worden. Het gecertificeerde asbestverwijderingsbedrijf dat de asbestverwijderingswerkzaamheden uitvoert, dient de best bestaande technieken toe te passen. Er dienen bronmaatregelen genomen te worden om vezelemissie te voorkomen. Deze maatregelen dienen in een werkplan, opgesteld conform het certificatieschema, te worden opgenomen. Er dient een eindcontrole door een RvA geaccrediteerde (ISO 17020) inspectie-instelling volgens NEN 2990, onderdeel visuele inspectie, te worden uitgevoerd.
(1635419)
SMART Risicoclassificatie Aangemaakt op 16 maart 2020 om 16h02 (1635421) Adviesbureau Flamant BV
SCA-code: 07-D070124.01
Deze risicoclassificatie maakt onverbrekelijk onderdeel uit van het asbestinventarisatierapport [07-D070124.01-AS 208367].
Identificatie Adres
Nooitgedacht 20-22, 24, 26, 34 en 36-38, Zeist
Projectcode
AS 208367
Projectnaam
-
Broncode
bron 12
Bronnaam
Verwarmingstoestellen en warmteblokken
Feiten Productspecificatie
Asbestkoord
Hechtgebondenheid
Niet-hechtgebonden
Hoeveelheid asbest
3 stuks
Percentage Chrysotiel
Geen analyse
Percentage Amfibool asbest
Geen analyse
Analysecertificaatnummer
-
Situatie Bevestiging
Asbesthoudend materiaal geheel omsloten
Binnen / buiten
Binnen
Beschadiging
Licht
Verweerdheid
Licht
Extra vragen Vraag:
Het betreft een gecontroleerde verwijdering zonder beschadiging en/of breuk van het asbesthoudende materiaal.
Antwoord:
Ja
Vraag:
De toepassing (materiaal, object, constructie, installatie) wordt als geheel verwijderd waarbij geen bewerkingen aan het asbesthoudende materiaal nodig zijn. Ja
Antwoord:
Verwijdering Handeling
Geheel omsloten asbesthoudend materiaal direct verpakken
Risicoclassificatie Risicoklasse
1
Gebruikte versie classificatiemodel
SMART 2.4 03032020 (ingangsdatum 03-03-2020)
Werkplanelementen Risicoklasse 1 Het werkgebied dient afgezet/gemarkeerd te worden. Het bedrijf dat de asbestverwijderingswerkzaamheden uitvoert, dient de best bestaande technieken toe te passen. Er dienen bronmaatregelen genomen te worden om vezelemissie te voorkomen. De te nemen bronmaatregelen en te gebruiken persoonlijke beschermingsmiddelen dienen vastgelegd te zijn in een Risico Inventarisatie Evaluatie (RI&E). Er dient een visuele inspectie conform NEN2990 hoofdstuk 'Visuele Inspectie' te worden uitgevoerd van het gehele werkgebied.
(1635421)
SMART Risicoclassificatie Aangemaakt op 16 maart 2020 om 16h02 (1635422) Adviesbureau Flamant BV
SCA-code: 07-D070124.01
Deze risicoclassificatie maakt onverbrekelijk onderdeel uit van het asbestinventarisatierapport [07-D070124.01-AS 208367].
Identificatie Adres
Nooitgedacht 20-22, 24, 26, 34 en 36-38, Zeist
Projectcode
AS 208367
Projectnaam
-
Broncode
bron 13
Bronnaam
Isolatie in deuren, panelen en wanden
Feiten Productspecificatie
Isolatiemateriaal
Hechtgebondenheid
Niet-hechtgebonden
Hoeveelheid asbest
1 stuks
Percentage Chrysotiel
Geen analyse
Percentage Amfibool asbest
Geen analyse
Analysecertificaatnummer
-
Situatie Bevestiging
Asbesthoudend materiaal geheel omsloten
Binnen / buiten
Binnen
Beschadiging
Licht
Verweerdheid
Licht
Extra vragen Vraag:
Het betreft een gecontroleerde verwijdering zonder beschadiging en/of breuk van het asbesthoudende materiaal.
Antwoord:
Ja
Vraag:
De toepassing (materiaal, object, constructie, installatie) wordt als geheel verwijderd waarbij geen bewerkingen aan het asbesthoudende materiaal nodig zijn. Ja
Antwoord:
Verwijdering Handeling
Geheel omsloten asbesthoudend materiaal direct verpakken
Risicoclassificatie Risicoklasse
1
Gebruikte versie classificatiemodel
SMART 2.4 03032020 (ingangsdatum 03-03-2020)
Werkplanelementen Risicoklasse 1 Het werkgebied dient afgezet/gemarkeerd te worden. Het bedrijf dat de asbestverwijderingswerkzaamheden uitvoert, dient de best bestaande technieken toe te passen. Er dienen bronmaatregelen genomen te worden om vezelemissie te voorkomen. De te nemen bronmaatregelen en te gebruiken persoonlijke beschermingsmiddelen dienen vastgelegd te zijn in een Risico Inventarisatie Evaluatie (RI&E). Er dient een visuele inspectie conform NEN2990 hoofdstuk 'Visuele Inspectie' te worden uitgevoerd van het gehele werkgebied.
(1635422)
Bijlage 5 Algemene Voorwaarden Flamant
projectnummer AS 208367 Nooitgedacht 20-22, 24, 26, 34 en 36-38 te Zeist 16 maart 2020
91/92
1 Algemeen 1.1 In deze algemene voorwaarden wordt verstaan onder: Opdrachtgever: een partij welke enige dienst van de opdrachtnemer afneemt. Opdrachtnemer:*Flamant Laboratory BV, Flamant Analyse BV en Adviesbureau Flamant BV *(hierna Flamant) Flamant is gevestigd aan de Paardeweide 24B, 4824 EH te Breda. Partijen: Opdrachtgever en Opdrachtnemer of hun vertegenwoordigers De Algemene Voorwaarden van de Opdrachtgever gelden niet en worden hierbij uitdrukkelijk van de hand gewezen, behalve wanneer deze nadrukkelijk en schriftelijk door Flamant zijn aanvaard. Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op alle geaccrediteerde en gecertificeerde diensten van Flamant. 2. Offertes en totstandkoming overeenkomst 2.1 De door Flamant gemaakte offertes zijn altijd vrijblijvend en hebben een geldigheidsduur van 30 dagen. 2.2 Overeenkomsten met Flamant komen in beginsel tot stand door een bevestiging. Echter ook indien door Partijen uitvoering wordt gegeven aan de overeenkomst, zoals het insturen van monsters of opstarten van een project of inspectie, wordt beschouwd als het tot stand komen van een overeenkomst met de Opdrachtnemer onder toepassing van deze algemene voorwaarden. 3. Uitvoering 3.1 Flamant zal de werkzaamheden naar beste vermogen uitvoeren. Flamant kan evenwel niet instaan voor het bereiken van enig beoogd resultaat.
3.2 Flamant is slechts gehouden tot (verdere) uitvoering van de opdracht indien de Opdrachtgever tijdig alle door Flamant gewenste gegevens juist en op de manier zoals gewenst door Flamant aanlevert. 3.3 Als de Opdrachtgever niet tijdig, onjuiste en/of onvolledige gegevens, bescheiden of locaties beschikbaar stelt aan Flamant, is hij daarvoor aansprakelijk jegens Flamant en gehouden Flamant, onverminderd artikel 5.3, integraal te vrijwaren, voor alle schade die Flamant of enige derde daardoor direct of indirect lijdt. 3.4 Als de Opdrachtgever enige beperking aanbrengt in de beschikbaarheid van de gegevens, bescheiden of locaties die van belang zijn voor de uitvoering van de opdracht, dan meldt hij dat uitdrukkelijk aan Flamant. Flamant kan alsdan, naar eigen inzicht, bepalen de opdracht niet uit te voeren, te beperken of terug te geven, zonder dat zij alsdan op enige wijze gehouden is tot vergoeding van enige directe of indirecte schade. Voor zover de opdracht door Flamant wordt uitgevoerd is haar verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid, onverminderd artikel 5, in ieder geval beperkt tot de uitvoering van de opdracht conform de gegevens, bescheiden en locaties die zij tot haar beschikking had bij de uitvoering van de opdracht.
3.5 Opdrachtgever is gehouden Flamant onverwijld te informeren omtrent feiten en omstandigheden die in verband met de uitvoering van de opdracht van belang kunnen zijn. 3.6 Monsters welke ter analyse worden aangeboden dienen door Opdrachtgever deugdelijk dubbel en luchtdicht verpakt, en voorzien van een eenduidige inhoudsopgave, met inachtneming van de toepasselijke normen en voorschriften, te worden aangeleverd. 3.7 Het staat Opdrachtnemer vrij om bij de uitvoering van werkzaamheden gebruik te maken van diensten van derden. 3.8 Geaccrediteerde en gecertificeerde werkzaamheden worden alleen uitbesteed aan een derde die over de voor die werkzaamheden vereiste accreditatie/certificatie beschikt. 3.9 Termijnen waarbinnen de werkzaamheden dienen te zijn voltooid, ook wanneer deze zijn overeengekomen, gelden als indicatie en niet als fatale termijnen. 3.10 De overeenkomst kan door Opdrachtgever niet wegens termijnoverschrijding worden ontbonden, tenzij Flamant ook na deugdelijke ingebrekestelling waarbij redelijke termijn is gegund de verplichtingen uit de overeenkomst alsnog na te komen, nalatig blijft. Dit geldt niet als uitvoering van de overeenkomst blijvend onmogelijk is. 4.
Werknemers en geheimhouding 4.1 Behoudens schriftelijke toestemming van Flamant zal Opdrachtgever zich onthouden van het in dienst nemen van personen die direct dan wel indirect werkzaam zijn voor Flamant, of de laatste 2 jaren voorafgaand aan het in dienst treden bij Opdrachtgever in dienst zijn geweest bij Flamant. 4.2 Bij overtreding van artikel 4.1 verbeurt Opdrachtgever ten behoeven van Flamant een direct opeisbare boete van vijftigduizend euro (€ 50.000,-) per medewerker met wie Opdrachtgever een arbeidsovereenkomst aangaat, dan wel per medewerker die anderszins buiten Flamant om, direct dan wel indirect, te werk wordt gesteld, onverminderd het recht van Flamant om nakoming van het in artikel 4.1 .gestelde verbod te eisen en of vergoeding van schade te vorderen. 4.3 Flamant zal zonder schriftelijk toestemming van de Opdrachtgever geen analyseresultaten, rapportages of andere kwaliteitsdocumenten beschikbaar stellen aan derden, tenzij deze derde dit kan vorderen op basis van bevoegdheid. 5 Aansprakelijkheid 5.1 Flamant is uitsluitend aansprakelijk jegens de Opdrachtgever voor opgetreden schade, indien het ontstaan daarvan te wijten is aan haar opzet, grove schuld of bewuste roekeloosheid en de schade het directe gevolg is van haar werkzaamheden, met inbegrip van werkzaamheden verricht door Flamant ingeschakelde derden.
Aansprakelijkheid van Flamant voor indirecte schade, zoals vervolgschade, bestaat in geen geval. 5.2 In alle gevallen is aansprakelijkheid van Flamant beperkt tot een bedrag gelijk aan de overeengekomen prijs voor de opdracht, met een maximum van € 12.500. 5.3 De Opdrachtgever vrijwaart Flamant voor alle aanspraken van derden tot vergoeding van elke schade die het directe of indirecte gevolg is van haar werkzaamheden, met inbegrip van werkzaamheden verricht door Flamant ingeschakelde derden, tenzij sprake is van opzet, grove schuld of bewuste roekeloosheid, in welke vorm en op grond van welke juridische grondslag dan ook. Ook door Flamant gemaakte kosten van verweer tegen dergelijke aanspraken van derden komen voor rekening van de Opdrachtgever. 5.4 Aanspraken tot schadevergoeding vervallen indien deze niet binnen één jaar na ontdekking van de schade bij de bevoegde rechter aanhangig zijn gemaakt. 6 Betaling, rente en kosten 6.1 De Opdrachtgever voldoet facturen van Flamant binnen 14 dagen na de factuurdatum. Bezwaren en reclamaties van de Opdrachtgever dienen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 14 dagen na datum van de betreffende declaratie schriftelijk en gemotiveerd aan Flamant kenbaar te worden gemaakt, onder betaling van het niet betwiste deel van de declaratie.
6.2 Indien betaling niet binnen die termijn heeft plaatsgevonden, is de Opdrachtgever een rente van 1½ % per (gedeelte van een) maand verschuldigd over het nog openstaande bedrag. Alle kosten die Flamant als gevolg van niet tijdige betaling moet maken, zowel in als buiten rechte, komen integraal voor rekening van de Opdrachtgever. 7 Reclames / Klachten 7.1 Een reclame met betrekking tot verrichte werkzaamheden dient op straffe van verval van alle aanspraken binnen dertig dagen na de verzenddatum van de stukken of informatie waarover Opdrachtgever reclameert, dan wel, indien Opdrachtgever aantoont dat hij het gebrek redelijkerwijs niet eerder kon ontdekken, binnen dertig dagen na de ontdekking van het gebrek, schriftelijk aan Flamant te worden kenbaar gemaakt. 7.2 Een reclame schort de betalingsverplichting van Opdrachtgever niet op, behoudens in het geval Flamant uitdrukkelijk schriftelijk aan Opdrachtgever te kennen heeft gegeven dat hij de reclame gegrond acht. 7.3 In geval van een terecht uitgebrachte reclame heeft Flamant de keuze tussen aanpassing van het in rekening gebrachte honorarium, het kosteloos verbeteren of opnieuw verrichten van de desbetreffende werkzaamheden of het geheel of-gedeeltelijk niet (meer) uitvoeren van de opdracht tegen een restitutie van door Opdrachtgever reeds betaald honorarium naar evenredigheid.
7.4 Klachten van Opdrachtgever jegens Flamant dienen schriftelijk ingediend te worden bij Flamant, ter attentie van de kwaliteitscoördinator. De klachten worden beoordeeld conform het kwaliteitssysteem van Flamant. Uiterlijk na 3 weken of zoveel eerder als mogelijk na het indienen van de klacht zal Flamant op de klacht reageren. 8 Vervaltermijn 8.1 Voor zover in deze algemene voorwaarden niet anders is bepaald, vervallen vorderingsrechten van Opdrachtgever uit welke hoofde ook jegens Flamant in verband met het verrichten van werkzaamheden door Flamant in ieder geval na één jaar na het moment waarop Opdrachtgever bekend werd of redelijkerwijs bekend kon zijn met het bestaan van deze rechten. 9 Toepasselijk recht en bevoegde rechter 9.1 Op alle overeenkomsten van opdracht aan Flamant is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. 9.2 De Rechtbank te Breda is bij uitsluiting bevoegd om over geschillen omtrent of voortvloeiende uit dergelijke overeenkomsten te beslissen.
Algemene Voorwaarden Flamant versie 01 revisie 0 d.d. 10-04-2017
Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)
Actualisatie bodemonderzoek aan de Nooitgedacht 22-26A te Zeist
Opdrachtgever
:
Smink Vastgoed BV Galvanistraat 31 3861 NJ Nijkerk
Contactpersoon : Tel : Projectnummer Datum
: :
BO20033-001 16 maart 2020
Milieutechniek ZVS Eemnes BV Noordersingel 22 3755 EZ EEMNES Tel : 035-5387986 E-mail : info@zvs.nl Website : www.zvs.nl
BO20033-001
Milieutechniek ZVS Eemnes BV
ACTUALISATIE BODEMONDERZOEK
Projectnummer
:
BO20033-001
Locatie
:
Nooitgedacht 22-26A 3701 AN ZEIST
Opgesteld door
:
Milieutechniek ZVS Eemnes BV Noordersingel 22 3755 EZ EEMNES
Rapportstatus
Definitief Naam
Functie
Handtekening
Datum
Opgesteld
Projectleider
16-03-2020
Gecontroleerd
Projectleider
16-03-2020
Vrijgegeven
Bedrijfsleider
16-03-2020
16 maart 2020
2
BO20033-001
INHOUD
Milieutechniek ZVS Eemnes BV
bladzijde
1
INLEIDING
4
2
VOORONDERZOEK 2.1 Locatiebeschrijving 2.2 Bodeminformatie 2.3 Bodeminformatie omgeving 2.4 Geohydrologische situatie 2.5 Conclusie vooronderzoek
5 5 5 7 8 8
3
ONDERZOEKSOPZET
9
4
ONDERZOEKSMETHODE 4.1 Veldwerk 4.2 Chemisch laboratoriumonderzoek
10 10 11
5
RESULTATEN 5.1 Toetsingswaarden algemene stoffen 5.2 Zintuiglijk 5.3 Grond 5.4 Grondwater
11 11 12 13 16
6
MILIEUHYGIENISCHE KWALITEIT VAN DE BODEM
17
7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
18
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5.
Onderzoekslocatie Meetpunten Bodemprofielen Toetsingen Analysecertificaten
16 maart 2020
3
BO20033-001
1
Milieutechniek ZVS Eemnes BV
INLEIDING In opdracht van Ovilé, namens Smink Vastgoed BV, heeft Milieutechniek ZVS Eemnes BV in februari 2020 zorggedragen voor de uitvoering van een actualisatie bodemonderzoek aan het Nooitgedacht 22-26a te Zeist. Dit onderzoek is uitgevoerd in verband met de aankoop van de onderzoekslocatie en de mogelijk hierop volgende ontwikkeling van het perceel. Doel van het onderzoek is de grond- en grondwaterkwaliteit op de onderzoekslocatie vast te leggen, teneinde inzicht te verkrijgen of er sprake is van bodemverontreiniging en zo ja, met welke parameters grond en grondwater zijn verontreinigd en of dit een belemmering vormt voor de voorgenomen onroerendgoedtransactie en in een later stadium de afgifte van een omgevingsvergunning. In tabel 1 is aangegeven welk bedrijf heeft zorggedragen voor de opzet en uitvoering van het onderzoek conform de normen. Tabel 1:
Bedrijf opzet en uitvoering
Norm
Bedrijf opzet
Protocol
Bedrijf uitvoering (gecertificeerd en erkend )
NEN 57401
Milieutechniek ZVS Eemnes BV
2001 / 2002
Marvin BV Milieutechniek
NEN 57072
Marvin BV milieutechniek
2018
Vervallen
1
NEN 5740, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (april 2016);
2
NEN 5707, Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond (december 2017).
De chemische analyses zijn uitgevoerd in het, door de Raad van Accreditatie geaccrediteerde, milieulaboratorium van Eurofins Analytico BV te Barneveld. Interpretatie van de chemische analyses is gedaan aan de hand van de Wet Bodembescherming, Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en de Regeling bodemkwaliteit (1 januari 2015). Getoetst is aan de hand van de Bodem Toets en Validatieservice (kortweg: BoToVa). De gehalten aan PFAS worden getoetst aan de voorlopige toepassingsnormen zoals weergegeven in het tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Daarnaast is gestreefd naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek, het blijft echter toch mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Zowel Milieutechniek ZVS Eemnes BV als Marvin BV Milieutechniek verklaart dat de werkzaamheden volledig onafhankelijk zijn uitgevoerd. Zij hebben geen enkel belang bij de uitslag van het bodemonderzoek. In het navolgende hoofdstuk worden ten aanzien van voornoemde locatie de gegevens van het vooronderzoek beschreven. Hoofdstuk 3 omvat de hypothese van het onderzoek. De hieruit volgende bemonsteringsstrategie wordt in hoofdstuk 4 nader toegelicht.
In hoofdstuk 5 worden de analyseresultaten gepresenteerd, welke in het navolgende hoofdstuk worden besproken. Aan de hand van de voorgaande hoofdstukken worden in hoofdstuk 7 uiteindelijk de conclusie(s) en aanbevelingen gegeven omtrent de onderzochte locatie.
16 maart 2020
4
BO20033-001
2
Milieutechniek ZVS Eemnes BV
VOORONDERZOEK 2.1
Locatiebeschrijving
De onderzoekslocatie aan het Nooitgedacht 20, 22, 22A, 22B, 22C, 24, 24A, 24B, 24C en 26 is kadastraal bekend in Zeist onder sectie L en nummer 1032. De regionale situatie is weergegeven in bijlage 1. Het perceel heeft een oppervlak van 2.689 m² en is omschreven als ‘wonen - parkeren’. Er is voor het perceel een aantekening ‘bestuursdwangbesluit of dwangsombesluit, Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht’. Op het perceel is in 1966 een Hinderwetvergunning verleend voor de opslag van benzine in een 6.000 liter ondergrondse opslagtank en wordt de werkplaats van A.J. Kraan uitgebreid. In 1970 wordt aan dezelfde firma een vergunning verleend voor het oprichten van een loodgietersbedrijf alsmede de installatie van een drietal ondergrondse brandstoftanks voor huisbrandolie met elk een opslagcapaciteit van 3.000 liter alsmede een benzine tank. Eén van de HBO-tanks schijnt feitelijk op het zuidelijk perceel aan de Laan van Beek en Rooyen 7a gelegen te zijn. In 2012 zijn op de voorzijde van het perceel tanks met behulp van een metaaldetector aangetoond. Hierbij zijn twee locaties opgespoord waar tanks liggen. In 2013 zijn door Wenau een tweetal 3.000 liter HBO/schuim tank alsmede een 3.000 liter benzine/schuim onder certificaat verwijderd. Op het perceel bevindt zich bedrijfsbebouwing van omstreeks 1950 met naast gelegen parkeerterrein.
De bedrijfsbebouwing is opgedeeld in een drietal ruimten en twee daarvan zijn voorzien van een betonvloer en waren tot voor kort in gebruik als opslagruimte voor restaurantketen la Place. De meeste oostelijke hal is voorzien van (stoep)tegels en was in gebruik door bouwbedrijf Kühne. Het onbebouwde voor- en parkeerterrein is verhard met klinkers. De omgeving waar de onderzoekslocatie is gelegen is rond 1900 al bebouwd (geweest). De opdrachtgever is voornemens om de bestaande bedrijfsbebouwing met de daarboven gelegen appartementen te slopen en om hier een zestiental woningen met tuin te realiseren. 2.2
Bodeminformatie
Bodemfunctie en bodemkwaliteit Volgens de notie bodembeheer regio Zuidoost-Utrecht is de locatie gelegen in: - bodemfunctieklasse ‘wonen’; - ontgravingsklasse wonen (met gebied specifiek beleid PCB’s) voor de bovengrond; - ontgravingsklasse ‘landbouw/natuur’ voor de ondergrond; - bodemkwaliteitszone ‘wonen I’ voor de bovengrond en zandgrond voor de ondergrond.
16 maart 2020
5
BO20033-001
Milieutechniek ZVS Eemnes BV
Bodemloket Het voormalige tankstation aan de (straat) noordzijde van het pand is op www.bodemloket.nl geregistreerd (UT035500166). Vermeld is voor de Nooitgedacht 20-26a een oriënterend onderzoek van Hopman en Peters uit 1996. Dit deel van het perceel heeft de status ‘voldoende onderzocht’. Aan de oost- en zuidzijde van het perceel is de Nooitgedacht 28 vermeld (UT035500009). Voor dit deel van het perceel zijn onderzoeken geregistreerd van Grondslag (2012), Grontmij (2001) en Tauw (1989). Dit deel van de locatie dient nader te worden onderzocht. Ook het zuidelijk belendende perceel aan de Laan van Beek en Royen 7a is vermeld (UT035500277). Hier is een oriënterend onderzoek van Hopman en Peters uit 1996 genoteerd. Dit deel van het perceel heeft de status ‘voldoende onderzocht’. Bodematlas Volgens de bodematlas van de ODRU is over het perceel geen tracé van gedempte sloten gelegen. Ook is geen sprake (geweest) van boomgaarden. Volgens het historisch bestand is wel sprake geweest van activiteiten van een smederij, transport- en autoverhuurbedrijf en ondergrondse opslagtanks. Voormalige bodemonderzoeken Nooitgedacht 14, 20-20a, 34 en 38 Op de locatie aan de Nooitgedacht 14, 20-20a, 34 en 38 is in 1999 een verkennend en aanvullend bodemonderzoek (MG-9906) uitgevoerd door Milieu Techniek Eemland.
De percelen zijn gezien de historie van bedrijfsmatige activiteiten als verdacht beschouwd en als zodanig onderzocht. Gedurende het onderzoek is ter hoogte van de boringen 6.1, 6.5 en 6.8 in de bedrijfshal licht verhoogd gehalten aan zware metalen en PAK in de bovengrond aangetroffen. Daarentegen zijn ter hoogte van boringen 6.2, 6.4 en 6.4 naast lichte verhogingen van enkele metalen en PAK ook sterk verhoogde gehalten aan minerale olie en lood aangetroffen. Uit de separate analyses blijkt dat lood enkel in deelmonster 6.4 sterk verhoogd voorkomt. In de ondergrond van boringen 6.2, 6.3 en 6.5 zijn geen verontreinigingen vastgesteld. In het grondwater bemonsterd uit peilbuizen 6.4 en 6.5 zijn lichte verhogingen aan zware metalen, vluchtige aromaten en gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie aangetoond. In boring 6.4 werd van 2,50 - 4,85 m-mv een aromatische geur waargenomen en in boring 6.6 werd van 2,6 - 4,93 m-mv een matige benzinegeur opgemerkt, welke analytisch sterk verontreinigd bleek met minerale olie (1.100 mg/kgds) en vluchtige aromaten. Sterke verhogingen werden in peilbuis 6.4 en 6.5 niet vastgesteld. Aangenomen werd dat deze verontreiniging afkomstig is van het naburige perceel Nooitgedacht 28 en de verspreiding op de perceel nummer 26 beperkt was.
Uit de boringen verricht op de parkeerplaats tussen 14, 24-26a blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met zware metalen, PAK en minerale olie. Ter hoogte van de boringen 7.5, 7.7. en 7.8 zijn in het traject 0,5-1,0 m-mv matige verhogingen met zink en PAK én een sterk verhoogd gehalte aan lood aangetroffen. Het traject van 0,5 tot 2,0 m-mv ter hoogte van boringen 7.2, 7.3 en 7.8 is matig verontreinigd met zink én licht met enkele andere zware metalen en minerale olie. Monstermateriaal van boring 7.2 blijkt geen deel uit te maken van het gehalte in het mengmonster. Als gevolg van de verhogingen in het traject 1,0-2,0 m-mv van de boringen 7.3 en 7.8 is geraamd dat 75 m³ grond ter hoogte van boringen 7.3 en 7.8 sterk verontreinigd is met zink. In het grondwater bemonsterd uit peilbuis 7.12 komt zink matig verhoogd voor en zijn enkele andere zware metalen en VOCL in lichte mate vastgesteld. Middels herbemonstering is de matige verhoging aan zink niet meer bevestigd. In peilbuis 7.13 zijn cadmium en tetrachlooretheen licht verhoogd aangetroffen.
16 maart 2020
6
BO20033-001
Milieutechniek ZVS Eemnes BV
Nooitgedacht 14 Op het perceel van het westelijk belendende woning (nummer 14) zijn in een mengmonster eveneens sterk verhoogde gehalten aan koper en zink aangetoond. Daarnaast kwamen lichte verhogingen aan enkele andere zware metalen en minerale olie voor. Bij individuele analyses blijkt met name boring 8.1 aan deze verhoging bij te dragen. In een mengmonster van puinhoudende grond op dit perceel blijken lood, zink en PAK matig verhoogd voor te komen. Nooitgedacht 20-28 Op de locatie aan de Nooitgedacht 20-28 is in 2012 een verkennend en aanvullend bodemonderzoek (18365-2) uitgevoerd door Grondslag. Dit onderzoek omvatte onderhavige onderzoekslocatie alsmede het oostelijk belende perceel. Onderzocht is: - De locatie van de tanks aan de voorzijde van het perceel. Hierbij zijn in grond en grondwater geen brandstofverontreinigingen aangetoond; - De olieverontreiniging afkomstig van de opslagactiviteiten aan de Nooitgedacht 28. Deze verontreiniging met minerale olie en aromaten is op Nooitgedacht 26-28 gemiddeld aanwezig vanaf en diepte van 2,4 tot 4,0 m-mv en werd in totaliteit geraamd op 300 tot 480 m³ sterk verontreinigde grond (300 m² bij een laagdikte van 1,6 meter). De contour van grondwater werd gelijk geschaald aan die van de grond en werd daardoor geraamd op 280 tot 350 m³ sterk verontreinigd grondwater. - Het gehele terrein van de Nooitgedacht 28.
De bovengrond blijkt licht tot sterk verontreinigd met zware metalen. De verontreiniging (circa 500 m³ heterogeen voorkomend) werd toegeschreven aan de bijmenging met een laagdikte van 1,2 m-mv, voorkomende op driekwart van het perceel. Lokaal werd zink in het grondwater matig verhoogd aangetroffen. Voor laatst genoemde verontreinigingen werd uitgegaan van het feit dat deze zijn ontstaan voor 1987 en daarmee historisch van aard zijn. De verontreinigingssituatie is in juli 2019 geactualiseerd (Grondslag, 18365-2). Hieruit blijkt dat de olieverontreiniging zich heeft verspreid richting huisnummer 26. De omvang van de olieverontreiniging in de grond wordt geschat op 450 tot 600 m³. Tevens is sprake van een separate vlek met een omvang van 20 m³ sterk verontreinigde grond. De hoeveelheid grondwater welke is sterk is verontreinigd met brandstof bedraagt circa 250-320 m³. Het perceel blijkt tevens heterogeen licht tot sterk verontreinigd met lood en zink. De verhogingen worden toegeschreven aan bijmenging als baksteen en aardewerk. De conclusie ten aanzien van de hoeveelheid van 500 m³ grond licht tot sterk verontreinigd met zware metalen is niet gewijzigd. Lokaal blijkt ook het grondwater sterk verontreinigd met zink. 2.3
Bodeminformatie omgeving
Op het perceel Nooitgedacht 28 hebben in het verleden diverse onderzoeken plaatsgevonden. Op het perceel blijkt in de periode van vóór 1940 tot 1981 een oliehandel actief te zijn geweest. Er werd hierbij gehandeld in (huisbrand)olie, benzine en ‘white spirit’. Voor de opslag waren een zevental ondergrondse tanks aanwezig. Omstreeks 1981 is dit perceel door de gemeente aangekocht en zijn de tanks na lediging volgestort met zand. Uit onderzoeken blijkt de grond sterk verontreinigd met minerale olie en matig met vluchtige aromaten. In het grondwater werden sterk verhoogde gehalten aan chloorkoolwaterstoffen, aromaten, minerale olie en nikkel aangetoond, mogelijk afkomstig van bovenstrooms (noordoostelijk) voormalige bedrijfsactiviteiten.
16 maart 2020
7
BO20033-001
2.4
Milieutechniek ZVS Eemnes BV
Geohydrologische situatie
De gegevens omtrent de ondergrond zijn verkregen uit eerder uitgevoerde onderzoeken en de Grondwaterkaart van Nederland van de Dienst Grondwater van TNO. De locatie ligt op circa 4,6 meter boven NAP. De schematische voorstelling van de bodemopbouw is weergegeven in tabel 2. Tabel 2:
Schematische voorstelling van de regionale bodemopbouw
Pakket
Diepte (m - NAP)
Samenstelling
Deklaag
Ontbreekt
-
1e watervoerende pakket
32
Uiterst grof tot middel grof zand, lokaal grindhoudend tot 22 m-NAP
1e scheidende laag
35
Leem
2e watervoerende pakket
80
Matig grof tot matig fijn zand, lokaal sterk grindhoudend
Het grondwater ligt op circa 3,7 m-mv. De stromingsrichting van het freatische grondwater is vermoedelijk zuidwestelijk gericht. De locatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. 2.5
Conclusie vooronderzoek
Aan de hand van voorgaande onderzoeken worden op de locatie over het algemeen lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK en minerale olie in de bovengrond verwacht. Lokaal blijkt sprake van sterk verhoogde gehalten aan lood of zink. In 1999 werd geconcludeerd dat deze sterke verhogingen naar verwachting beperkt van omvang zijn. Ter hoogte van boring 6.4 werd een sterk verhoging aan lood in de grond onder een betonvloer aangetroffen en was er vanwege het ontbreken van contactrisico’s alsmede ongewijzigd gebruik van het perceel geen aanleiding voor verder onderzoek. In de bodemlaag van 0,5-1,0 m-mv van boringen 7.5+7.7+7.8 werd lood eveneens sterk verhoogd aangetoond en kwamen zink en PAK matig verhoogd voor. Het traject 1,0-2,0 m-mv ter hoogte van boring 7.3 bleek eveneens matig verontreinigd met zink. Bij de projectie van de boringen en het aantal analyses wordt rekening gehouden met deze bevindingen en zullen de gehalten worden geverifieerd. In het grondwater zijn in het verleden lichte verhogingen aan zware metalen, vluchtige aromaten en gechloreerde koolwaterstoffen en/of minerale olie vastgesteld. Gezien voorgaande en de diversiteit aan bedrijfsmatigheden is bij de aanvang van het onderzoek de locatie als ‘heterogeen verdacht’ aangemerkt en voor de NEN 5740 als zodanig onderzocht. Een drietal tanks zijn in 2013 gesaneerd.
Aangenomen wordt dat dit de tanks zijn, welke aan de voorzijde gesitueerd zijn geweest. Bovendien werd gedurende het onderzoek in 2012 ter plaatse geen brandstof verontreiniging aangetroffen. Om die redenen zijn de voormalige tanks geen verdachte deellocatie(s) meer. Op de Nooitgedacht 26 is sprake van een uitloper van een brandstofverontreiniging afkomstig van het oostelijk belendende perceel. Deze verontreiniging is in 2019 afgebakend door een andere partij. Wij verwijzen derhalve hiervoor naar de rapportage van Grondslag. Deze verontreiniging komt bovendien vanaf 2,4 meter diepte voor. Een verontreiniging met asbest wordt niet verwacht. Indien bijmenging met bodemvreemd materiaal wordt aangetroffen welke de bodem asbestverdacht maakt zal een onderzoek naar asbest in de bodem conform de NEN 5707 met strategie ‘onverdacht’ worden uitgevoerd.
16 maart 2020
8