CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

24RV023 - Bijlage 12.10 Ecologsich werkprotocol SMP Zeist

Raad 23 april 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: VVGB Nooitgedacht4.120 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ecologisch werkprotocol SMP Zeist ‘Nooitgedacht 20, 22, 24, 26 en 34’ te Zeist

Pagina 2 van 18

Colofon Titel Subtitel

Ecologisch werkprotocol SMP Zeist Nooitgedacht 20, 22, 24, 26 en 34, te Zeist

Opdrachtgever

Smink Infra B.V. Galvanistraat 31 3861 NJ Nijkerk

Projectlocatie Projectnummer

Nooitgedacht 20, 22, 24, 26 en 34, te Zeist 78EB01A-21

Datum Status

3 november 2022 Concept

Auteur(s)

BSc Wiskunde en Toepassingen, Universiteit Utrecht Oud-vrijwilliger IVN Nijkerk bij Landschapsbeheer en Weidevogelbescherming Gecertificeerd Imker

Kwaliteitscontrole

Werkvoorbereider Wet natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling niveau 3 Planvormer Wet natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling niveau 4 European Tree Worker (ETW) European Tree Technician (ETT) Boom technisch adviseur, Norminstituut handboek bomen HBO Minor bomen en stedelijke omgeving Gecertificeerd Boom Veiligheid Controleur

Copyright © 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Pagina 3 van 18

Kennismaken met FF Solutions FF Solutions ‘Wet natuurbescherming’ FF Solutions is een adviesbureau die zich heeft toegelegd op het in kaart brengen van voorkomende ecologische vraagstukken die bij ruimtelijke ontwikkelingen en beheersmaatregelen zich kunnen voordoen. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling en-/of beheersmaatregel zal er rekening moeten worden gehouden met eventuele beschermde soorten, gebieden en-/of houtopstanden. Onze ecologen brengen de risico’s van de voorgenomen activiteit in kaart en bieden een passende oplossing ten aanzien van de te beschermen soorten, gebieden en-/of houtopstanden. Ons uitgangspunt is de natuur respecteren, zorgvuldig handelen en de ruimte te zoeken om het voorgenomen project doorgang te laten vinden. FF Solutions ‘Boomtechniek’ FF Solutions is een adviesbureau die zich heeft toegelegd op het onder andere in kaart brengen van voorkomende boomvraagstukken die bij ruimtelijke ontwikkelingen zich kunnen voordoen. FF Solutions is voorzien van de laatste kennis op het gebied van boomtechniek met betrekking tot weten regelgeving en groeiomstandigheden van de boom. De kennis is getoetst onder Europees toezicht, het EAC. Middels een puntensysteem wordt de kennis en kwaliteit van de kennis op pijl gehouden en geborgd. FF Solutions onderhoudt de vereiste kwalificaties, waardoor de certificering geborgd blijft.

FF Solutions ‘Landschappelijke inpassingen’ FF Solutions is een adviesbureau die zich heeft toegelegd op het o.a. in kaart brengen en tekenen van landschappelijke inrichtingsplannen die bij ruimtelijke ontwikkelingen toegepast kunnen worden. FF Solutions is voorzien van kennis op het gebied van landschappelijke inpassingen met betrekking tot het in kaart brengen van gebied eigen natuurwaarden. FF Solutions onderhoudt de benodigde kennis door continu zich te blijven verdiepen in natuur- en cultuurwaarden die gesteld worden aan bepaalde gebieden. FF Solutions onderhoudt dan ook diverse kwalificaties die aan dit onderwerp zijn gerelateerd.

Pagina 4 van 18

Inhoudsopgave 1 Projectgegevens 1.1 Plangebied

5 5

1.2 Voorgenomen werkzaamheden

6

1.3 Soorten binnen het projectgebied, GIS-viewer

6

2 Verantwoordelijkheden 2.1 Projectleider

8 8

2.2 Begeleidend ecoloog

8

2.3 Aannemer

8

3 Natuurvriendelijk werken 3.1 Mogelijke effecten

9 9

3.2 Periode van werken

9

3.3 Natuurvrij maken

10

3.4 Mitigatietaakstelling

11

3.4.1

Omgevingscheck

11

3.4.2

Basis-taakstelling, permanente mitigatie

11

3.4.3

Ecologische plus, permanente mitigatie

13

3.5 Borging kwaliteit 4 Acties en afspraken (beknopt) 4.1 Maatregelen voorafgaand aan de werkzaamheden

15 16 16

4.2 Maatregelen natuurvrij maken

16

4.3 Maatregelen natuurinclusief werken

16

4.4 Contactgegevens partijen

16

5 Bijlagen 5.1 Bijlage A; Voorgenomen plannen

17 17

5.2 Bijlage B; Ecologisch logboek

18

Pagina 5 van 18

1

Projectgegevens De in dit ecologisch werkprotocol beschreven werkzaamheden voor project ‘ontwikkeling Nooitgedacht 20, 22, 24, 26 en 34, te Zeist’ worden conform de richtlijnen van het Soortmanagementplan Zeist uitgevoerd. De projectgegevens van het project staan onderstaand samengevat.

Projectgegevens algemeen Projectnaam Werkzaamheden (beknopt)

Ontwikkeling Nooitgedacht 20, 22, 24, 26 en 34, te Zeist Het slopen van twee gebouwen; Realiseren van nieuwbouw.

Planning uitvoering Opdrachtgever

Vanaf september 2023 tot nader te bepalen datum Smink Infra B.V.

1.1

Plangebied Het plangebied (zie Fig. 1.0, adres: Nooitgedacht, te Zeist) ligt in Zeist in een stedelijke omgeving, welke valt binnen het plangebied waarvoor het SMP geldt (zie Hoofdstuk 2, Plangebied, uit Soortenmanagementplan Gemeente Zeist).

Fig. 1.0 Topografische aanduiding projectgebouwen (rood omrand) (achtergrondbron: www.pdok.nl)

De projectlocatie is op te delen in twee delen. Het meest westelijke deel bestaat uit het appartementencomplex met de nummers 20, 22 (A t/m C), 24 (A t/m C), 26 en 26 A. Dit gebouw stamt uit 1950 en heeft drie bouwlagen. De begane grond bestaat uit garages/werkplaatsen, terwijl de twee lagen daarboven woonlagen betreffen. Het gebouw is in het bezit van spouw gebouwde bakstenen muren en is voorzien van platte daken. Het oostelijke deel bestaat uit een wooncomplex met twee bouwlagen uit het jaar 1959, hier zijn de nummer 34, 34A en 34B gevestigd. De beneden verdieping bestaat uit garages/werkplaatsen en hierboven zijn woonlagen aanwezig. Het gebouw is in het bezit van spouw gebouwde bakstenen muren en is, naast een deel plat dak, voorzien van een met golvende pannen bedekt zadeldak.

Pagina 6 van 18

1.2

Voorgenomen werkzaamheden Tijdens de voorgenomen werkzaamheden zullen de twee aanwezige panden worden gesloopt ten behoeve van nieuwbouw woningen. In totaal voorziet het plan in de realisatie van 17 woningen en 10 appartementen. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd ten behoeve van de realisatie van energiezuinige nieuwbouw. De uitvoering van deze werkzaamheden zal worden afgestemd op mogelijk aanwezige gebouwbewonende soorten (fauna). Enkele bouwkundige tekeningen en beelden van de nieuwe situatie zijn opgenomen in bijlage A. De voorgenomen werkzaamheden vallen binnen de afbakeningen van werkzaamheden beschreven in het SMP (zie Hfd. 1.3.4, Afbakening werkzaamheden, uit Soortenmanagementplan Gemeente Zeist). Tijdens de voorgenomen ontwikkeling hebben de volgende werkzaamheden invloed op beschermde soorten:

Werkzaamheden

Toelichting

Natuurvrij maken

Bij het natuurvrij maken zullen mogelijk vaste rust- en-/of verblijfplaatsen worden opgeheven en-/of soorten worden verstoord.

Bouwwerkzaamheden

Voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden (dit betreft alle werkzaamheden) zullen de gehele gebouwen natuurvrij worden gemaakt zodat tijdens alle werkzaamheden geen soorten te verwachten zijn, de bouwwerkzaamheden hebben hiermee direct invloed op beschermde soorten doordat beschermde soorten moeten wijken uit het gebouw.

Plaatsing permanente voorzieningen

Het plaatsen van permanente voorzieningen kan pas na het natuurvrij maken en tijdens de werkzaamheden plaats vinden.

1.3

Soorten binnen het projectgebied, GIS-viewer Uit de GIS-viewer1 is gebleken dat er geen vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten als de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis zijn vastgesteld binnen de projectlocatie (zie Fig. 1.1). Het ontbreekt hier namelijk aan ingetekende symbolen binnen de projectlocatie.

Fig. 1.1 Aanwezigheid gebouwbewonende soorten (achtergrondbron: GIS-viewer)

1

https://www.zeist.nl/energie-en-milieu/duurzaamheid/soortmanagementplan

Pagina 7 van 18 Wel is er de verwachting dat de volgende soorten en verblijfplaatsen aanwezig kunnen zijn (afgebeeld met de groene omranding in de GIS-Viewer): o o o o o

Gewone dwergvleermuis: Laatvlieger: Ruige dwergvleermuis: Huismus: Gierzwaluw:

Zomer- en paarverblijfplaats; Zomerverblijfplaats; Zomer- en paarverblijfplaats; Nestplaats; Nestplaats.

Pagina 8 van 18

2

Verantwoordelijkheden

2.1

Projectleider De projectleider is verantwoordelijk voor het succesvol volbrengen van zijn project binnen de voorwaarden die gesteld zijn in het SMP. Om dit te kunnen doen is het afstemmen binnen het project met de begeleidend ecoloog en aannemer van groot belang. De projectleider heeft de volgende verantwoordelijkheden: o o o o o o

2.2

Ruim voor aanvang van de werkzaamheden opdracht verstrekken aan begeleidend ecoloog en aannemer; Begeleidend ecoloog tijdig2 en volledig informeren over de voorgenomen werkzaamheden en planning; In contact brengen van aannemer en begeleidend ecoloog; Afstemmen met begeleidend ecoloog en aannemer gedurende het project; Eventuele wijzigingen afstemmen met begeleidend ecoloog en aannemer; Project tot een goed eind brengen binnen de voorwaarden van het SMP Zeist.

Begeleidend ecoloog De begeleidend ecoloog verzorgt de ecologische begeleiding gedurende het project. De begeleidend ecoloog heeft de volgende taken: o

Adviseren van projectleider en aannemer over de verplichte voorwaarden vanuit de generieke ontheffing en het SMP; o Opstellen onderhavig ecologisch werkprotocol; o Met aannemer en projectleider (en eventueel architect/ontwerper) de typen mitigerende maatregelen bepalen; o Begeleiden van de uitvoering van maatregelen welke genomen worden ten behoeve van aanwezige soorten; o Bijhouden logboek (zie Bijlage B). Om zijn taken goed te kunnen uitvoeren, is tijdige afstemming met projectleider en aannemer van groot belang. Alleen op deze manier kan ervoor gezorgd worden dat het project correct conform het SMP wordt uitgevoerd.

2.3

Aannemer De aannemer is verantwoordelijk voor de uitvoering in de werkzaamheden op de bouwplaats. Hierbij heeft de aannemer de volgende verantwoordelijkheden: o o o o o

2

Afstemmen benodigde maatregelen met begeleidend ecoloog voor het natuurvrij maken en natuurinclusief ontwerp; Natuurvrij maken van gebouwen onder aanwijzing van de begeleidend ecoloog; Informeren van de begeleidend ecoloog en projectleider bij onvoorziene omstandigheden of calamiteiten; Realiseren natuurinclusieve ontwerp binnen de door begeleidend ecoloog aangegeven kaders van het SMP; Begeleidend ecoloog betrekken bij de uitvoering van de werkzaamheden en eventuele benodigde wijzigingen in het veld aanbrengen.

Sommige maatregelen kunnen maar op bepaalde periode van het jaar uitgevoerd worden, zoals het natuurvrij maken van gebouwen. Hierdoor kan het zijn dat al maanden voorafgaand aan de werkzaamheden maatregelen getroffen moeten worden. Om onnodige vertraging te voorkomen is het aan te raden om de ecoloog al mee te nemen in het planningsproces, zodat maatregelen tijdig ingepland en in gang gezet kunnen worden.

Pagina 9 van 18

3

Natuurvriendelijk werken

3.1

Mogelijke effecten Vanuit de GIS-viewer wordt duidelijk dat er een kans is op aanwezigheid van gebouwbewonende soorten. Onderstaand per soort(groep) een beschrijving van effecten. Huismus: Bij werkzaamheden, vooral aan het dak van nr. 34, 34A en 34B, bestaat het risico op het opheffen van vaste rust- en verblijfplaatsen. Daarnaast kan, indien nestplaatsen aanwezig, er sprake zijn van verstoring in het broedseizoen door werkzaamheden. In de zeer directe omgeving van de projectlocatie zijn reeds diverse elementen aanwezig welke habitat vormen voor de huismus, deze elementen zullen behouden blijven. Ook woningen in de omgeving kunnen nestplaatsen bieden voor de huismus, deze blijven eveneens behouden. Gierzwaluw: Bij werkzaamheden, vooral aan het dak van nr. 34, 34A en 34B, bestaat het risico op het opheffen van vaste rust- en verblijfplaatsen. Daarnaast kan, indien nestplaatsen aanwezig, er sprake zijn van verstoring in het broedseizoen door werkzaamheden. Woningen in de omgeving kunnen nestplaatsen bieden voor de gierzwaluw, deze blijven behouden. Vleermuizen (gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger): Gebouwbewonende vleermuizen als de gewone en ruige dwergvleermuis en laatvlieger kunnen de panden gebruiken om te vestigen bij ruimten onder de aanwezige dakpannen, in spouwmuren en achter gevelplaten bij onder andere dakoverstekken.

Werkzaamheden welk van invloed zijn op deze ruimten, hebben negatieve effecten op vleermuizen omdat vaste rust- en verblijfplaatsen kunnen worden opgeheven of verstoord. Woningen in de omgeving kunnen ook verblijfplaatsen bieden voor gebouwbewonende vleermuizen, deze blijven echter behouden.

3.2

Periode van werken De in dit onderdeel opgenomen planning is een koppeling met de officiële projectplanning. Wijzigingen in de projectplanning hebben direct impact op wijzigingen in het ecologisch werkprotocol. De opdrachtgever heeft nog geen volledige planning beschikbaar gesteld aan FF Solutions en hierom zal binnen dit document enkel een concept planning worden gegeven met data waar mogelijk (zie ook Tab. 3.0). Natuurvrij maken zal conform SMP gebeuren buiten de broedperiode van de huismussen en gierzwaluwen, maar ook buiten kwetsbare perioden van vleermuizen. Concreet zal in de periode 16 augustus t/m 31 oktober gehandeld worden omtrent het natuurvrij maken van de panden. Het natuurvrij maken zal hierbij tevens plaatsvinden wanneer de avondtemperaturen voor twee dagen aaneengesloten hoger zijn dan 10⁰C. (meer details over de uitvoering in Hfd. 3.3). Bouwwerkzaamheden welke plaats zullen vinden, zullen opgepakt worden na het natuurvrij maken van het pand. Tijdens de bouwwerkzaamheden zal geïnvesteerd worden in permanente mitigatie voor gebouwbewonende soorten.

Pagina 10 van 18 Tab. 3.0 Concept planning, leidend in officiële projectplanning

Natuurvrij maken:

Bouwwerkzaamheden:

3.3

Datum/periode In periode 16 aug. – 31 okt. 2023 (datum A)

Handeling Ongeschikt maken van panden door verwijdering (kant)pannen, tocht creëren in spouw en demonterend slopen

Wachttijd van minimaal twee dagen na datum A

Wachten op vertrek van gebouwbewonende soorten

Aansluitend op wachttijd

Overige dakpannen verwijderen sloopwerkzaamheden uitvoeren

Na natuurvrij maken

Bouwwerkzaamheden, hieronder valt ook het realiseren van permanente mitigatie

en

verdere

Natuurvrij maken Om de periode waarin gewerkt kan worden te maximaliseren, dient een projectgebied natuurvrij gemaakt te worden. Dit betekent niks minder dan het voor vogels en zoogdieren ongeschikt maken van bebouwing en werkgebied. Door dit op de juiste manier te doen, wordt voorkomen dat er dieren gedood, verwond of onnodig verstoord worden in de meest kritische perioden van het seizoen. Binnen de huidig voorgenomen ontwikkeling dienen de aanwezige panden ongeschikt gemaakt te worden bij het hellend dakvlak van het oostelijke gebouw, bij gevelplaten rond dakoverstekken en bij spouwmuren. In de periode 16 augustus t/m 31 oktober (2023) zullen de werkzaamheden omtrent het ongeschikt maken van de panden worden uitgevoerd, in een periode waarin de avondtemperaturen voor twee dagen aaneengesloten hoger zijn dan 10⁰C. Het ongeschikt maken zal op onderstaande wijze worden uitgevoerd: o

o

o

Het hellend dakvlak van het oostelijke gebouw wordt ongeschikt gemaakt door allereerst kantpannen van het dak te verwijderen om hiermee tocht te creëren onder het dakoppervlak. Tevens zullen verspreid over het dakvlak ook enkele dakpannen worden verwijderd om tochtcreatie te optimaliseren. Hierna zal minimaal twee dagen gewacht worden. Na deze wachttijd worden alle dakpannen van het dak verwijderd. Gevelplaten rond dakoverstekken zullen demonterend gesloopt worden. Door deze werkzaamheden rustig en gecontroleerd uit te voeren, krijgen vleermuizen welke mogelijk aanwezig zijn de kans om eigenhandig te vertrekken. Spouwmuren zullen ongeschikt gemaakt worden door allereerst over de volledige hoogte en breedte van de aanwezige muren (of verdiepingen) openingen te creëren om hiermee tocht en licht in de spouwmuur teweeg te brengen. Dit zal worden gedaan door stenen uit de muur te verwijderen om zo openingen van ongeveer 30 x 30 à 50 x 50 centimeter te creëren. Hierbij zullen in ieder geval aan de onder- en bovenzijde van muren (verdiepingen) gaten gecreëerd worden, om hiermee een ‘schoorsteen’ te creëren waardoor tocht gewaarborgd wordt.

Natuurvrij maken zal plaatsvinden onder begeleiding van een ecoloog. Pas na het natuurvrij verklaren van de projectgebouwen, zullen vervolgwerkzaamheden opgepakt worden.

Pagina 11 van 18

3.4

Mitigatietaakstelling

3.4.1 Omgevingscheck Ten behoeve van de ontwikkeling is door de begeleidend ecoloog aan de hand van een omgevingscheck bepaald of er voldoende uitwijkmogelijkheden zijn voor (mogelijk) aanwezige beschermde soorten in de directe omgeving van de projectlocatie om naar uit te wijken tijdens de ontwikkeling. Hieronder zal per soortgroep een korte samenvatting worden gegeven: Huismus: Rond de projectlocatie is voldoende habitat voor de huismus aanwezig in de vorm van groenelementen als (groenblijvende) hagen, bomen en struiken. Deze elementen zijn bijvoorbeeld aanwezig bij woningen welke ten noorden van de projectlocatie liggen. Deze woningen zijn tevens geschikt als vestigingsplaats voor huismussen door aanwezigheid van toegankelijk daken welke in het bezit zijn van golvende dakpannen. In de directe omgeving van de projectlocatie zijn voldoende uitwijkmogelijkheden voor huismussen aanwezig. Tijdelijke mitigatie is hiermee niet aan de orde conform SMP. Gierzwaluw: Rond de projectlocatie zijn diverse woningen aanwezig welke met (golvende) dakpannen bedekt zijn en welke in gebruik genomen kunnen worden door gierzwaluwen. Zo hebben bijvoorbeeld noordelijk gelegen woningen pannendaken waar openingen tussen pannen zichtbaar zijn op voldoende hoogte (> 3 meter) met vrije in- en uitvliegmogelijkheden.

Tevens zijn er ook woningen aanwezig met kopgevels waar in de nok ruimte onder de nokvorst zichtbaar is. Ook hier bevinden zich geschikte uitwijkmogelijkheden. Er zijn voldoende uitwijkmogelijkheden voor gierzwaluwen aanwezig in de omgeving, waardoor tijdelijke mitigatie, conform SMP, niet noodzakelijk is. Vleermuizen (gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger): Net als voor de gierzwaluw, zijn er om dezelfde redenen voldoende uitwijkmogelijkheden aanwezig in de directe omgeving van de projectlocatie voor gebouwbewonende vleermuizen. Er is hierom geen noodzaak, conform SMP, om tijdelijke mitigatie te realiseren. 3.4.2 Basis-taakstelling, permanente mitigatie Tijdens de ontwikkeling dient geïnvesteerd te worden in permanente mitigatie. Door te zorgen voor voldoende aantal kwalitatieve verblijfplaatsen, wordt voorkomen dat beschikbaarheid van verblijfplaatsen een beperkende factor wordt voor huismus, gierzwaluw en gebouwbewonende vleermuizen. Bij de realisatie van permanente mitigatie maakt gemeente Zeist onderscheidt tussen een ‘basis-taakststelling’ en een taakstelling gerelateerd aan een verplichte ecologische plus welke gecreëerd dient te worden.

Voor de hoeveelheid te realiseren permanente mitigatie, horend bij de ‘basis-taakstelling’ geldt in deze situatie het volgende voor ieder soort (zie Hoofdstuk 5.2.2 Mitigatie en compensatie middels vervangende nest- en verblijfplaatsen, uit Soortenmanagementplan Gemeente Zeist), hierbij is uitgegaan van nieuwbouw (geen renovatie): Huismus: o In alle vervangende grondgebonden nieuwbouwwoningen die in de gemeente Zeist worden gebouwd, wordt per adres tenminste één voorziening voor huismus ingebouwd. Gierzwaluw: o Bij vervangende nieuwbouw worden per verloren nestplaats minimaal vier vervangende nestplaatsen in de nieuwe bebouwing en/of de directe omgeving gerealiseerd.

Pagina 12 van 18 Gebouwbewonende vleermuizen: o Bij nieuwbouw worden -indien aanwezig- in ieder geval de spouwen van kopgevels, blinde gevels en trappenhuizen toegankelijk gemaakt voor vleermuizen via open stootvoegen (20 -30 mm bij 40 mm), dakrand of toegangspaneel. o Bij nieuwbouw en renovatie worden -indien aanwezig- ruimtes achter daklijsten en betimmeringen of beplatingen, loze ruimtes in daken, et cetera geschikt gemaakt als vleermuisverblijfplaatsen. Bovenstaand geschetste taakstelling omtrent mitigatie betreft de ‘basistaakstelling’. Samenvattend dient voor dit project voldaan te worden aan de realisatie van onderstaande hoeveelheid (basis) permanente mitigatie: Soort

Basistaakstelling permanente mitigatie

Huismus

o

Per nieuwbouw-adres, wordt minimaal één huismusnest gerealiseerd. In totaal dienen dus 27 huismusvoorzieningen te worden ingebouwd.

Gierzwaluw

o

Er zijn vanuit de GIS-viewer geen gierzwaluwnesten bekend binnen de projectlocatie, hierom is er geen vervangende (basis) mitigatie noodzakelijk.

Gebouwbewonende vleermuizen

o

Spouwen van kopgevels, blinde gevels en trappenhuizen worden toegankelijk gemaakt.

Voor de basis-taakstelling voor de huismus zullen geclusterd inbouwstenen voor de huismus worden aangeboden, dit omdat huismussen koloniebroeders zijn. Deze clusters zullen bestaan uit drie maal vijf inbouwstenen en tweemaal zes inbouwstenen van type NK MU 07 Inbouwsteen Mus, Vivara pro. De inbouwstenen worden geplaatst op de volgende wijze: o o o

Op een minimale hoogte van drie meter; Op noord-/oostgevels; Invliegopeningen komen minimaal 50 centimeter uit elkaar te liggen.

Aan het eind van Hoofdstuk 3.4 zijn figuren ingevoegd waarin aangegeven is waar de inbouwstenen voor huismussen worden ingebouwd. Voor de basis-taakstelling van gebouwbewonende vleermuizen zullen kopgevels, blinde gevels en trappenhuizen toegankelijk gemaakt worden. Dit zal worden gedaan door open stootvoegen in muren te creëren en hier geen stootvoegroosters toe te passen. De luchtspouw heeft bij alle woningen en appartementen een breedte van 4 cm, wat voldoende is voor vleermuizen (minimale eis 1,5 tot 2 centimeter breedte). Spouwruimten dienen echter wel opgeruwd te worden voor vleermuizen. Ruimten in de betreffende gevels worden dus geschikt gemaakt door: o o o o

o

Open stootvoegen aan te brengen over de gehele hoogte en breedte van betreffende gevels; Open stootvoegen zijn minimaal 2 centimeter breed (hoogte min. 4 cm); De luchtspouw blijft minimaal 1,5 tot 2 centimeter breed (in ontwerp reeds 4 cm opgenomen); Bij gevels waar isolatieplaten in de spouw worden gebruikt, worden deze platen opgeruwd door stevig kunststof gaas met een maaswijdte van 3 tot 10 millimeter aan te brengen (of door gripgaas (GG2, van Unitura) aan te brengen, waarbij dit gripgaas direct schade door soorten aan isolatie voorkomt); Bij gevels waar glaswol (en dergelijke) als isolatie wordt gebruikt, worden dunne ruwe platen tegen het isolatiemateriaal aan gebracht, bijvoorbeeld houtwolcement.

Pagina 13 van 18 Aan het eind van Hoofdstuk 3.4 zijn figuren ingevoegd waarin aangegeven is welke gevels voor vleermuizen geschikt gemaakt zullen worden. 3.4.3 Ecologische plus, permanente mitigatie Naast de realisatie van de ‘basistaakstelling’ aan permanente mitigatie zoals bovenstaand geschetst, dient ook geïnvesteerd te worden in een ecologische plus. Gemeente Zeist heeft als uitgangspunt dat, waar dat mogelijk is, voor ieder soort een ecologische plus wordt gecreëerd. Binnen deze voorgenomen ontwikkeling zal worden geïnvesteerd in de realisatie van de in onderstaande tabel weergegeven ecologische plus: Soort

Ecologische plus

Huismus

o

Gierzwaluw

o

Gebouwbewonende vleermuizen

o

Aanwezige dakoppervlakken zullen beschikbaar gehouden worden voor de huismus. Dit zal worden gedaan door vogelschroot niet toe te passen, of door vogelschroot omhoog te leggen en pas aan te brengen vanaf de vierde rij pannen zodat de eerste drie rijen pannen toegankelijk zijn. Er zullen vijf gierzwaluw neststenen (geclusterd) ingebouwd worden in het ontwerp, bestaande uit IB GZ 05 Inbouwsteen Gierzwaluw van Vivara pro. De maatregelen genomen voor de huismus komen ook ten goede aan vleermuizen.

Aan het eind van Hoofdstuk 3.4 zijn figuren ingevoegd waarin aangegeven is waar inbouwstenen voor gierzwaluwen worden ingebouwd. Dakoppervlakken welke geschikt gemaakt worden voor de huismus en gebouwbewonende vleermuizen, worden niet aangegeven omdat dit vrijwel alle dakoppervlakken betreft.

Fig. 3.1, Kaart met locaties te realiseren mitigatie. Tevens worden alle dakvlakken beschikbaar gehouden voor huismus en vleermuizen door weglaten of omhoog leggen van vogelschroot (niet ingetekend) (achtergrondbron: aangeleverd door opdrachtgever)

Pagina 14 van 18

Zijgevel woning A1

Fig. 3.2, Inbouwstenen huismus in woning A1 (achtergrondbron: aangeleverd door opdrachtgever)

Zijgevel woning A13

Fig. 3.4, Inbouwstenen huismus in woning A13 (achtergrondbron: aangeleverd door opdrachtgever)

Zijgevel woning A6

Fig. 3.3, Inbouwstenen huismus in woning A6 (achtergrondbron: aangeleverd door opdrachtgever)

Zijgevel woning A17

Fig. 3.5, Inbouwstenen huismus in woning A17 (achtergrondbron: aangeleverd door opdrachtgever)

Zijgevel appartementen plandeel B

Fig. 3.6, Inbouwstenen huismus en gierzwaluw in plandeel B (appartementen) (achtergrondbron: aangeleverd door opdrachtgever)

Pagina 15 van 18

3.5 Borging kwaliteit De opdrachtgever is verantwoordelijk voor het uitvoeren van voorliggend ecologisch werkprotocol. De opdrachtgever draagt de verantwoording dat alle personen die werkzaam zijn binnen de opdracht van het werkbestek op de hoogte zijn van voorliggend ecologisch werkprotocol en de maatregelen ter harte nemen. Het dient aanwezig te zijn op de werkplek en de genoemde werkzaamheden zijn leidend tijdens uitvoeren werkzaamheden, afwijken van het ecologisch werkprotocol kan in strijd zijn met de Wet natuurbescherming. Om deze reden moet voorliggend ecologisch werkprotocol altijd aanwezig zijn in het werkgebied, zodat controlerende instanties en alle betrokkenen het ecologisch werkprotocol tijdens hun werkzaamheden kunnen raadplegen. Het is mogelijk dat tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden calamiteiten ontstaan omtrent voorkomende beschermde soorten. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen indien beschermde soorten (of andere dan reeds besproken) onverhoopt aanwezig zijn binnen het plangebied, zij het na het natuurvrij maken van het werkgebied. In overleg met een ecologisch deskundige kan het werk hierop aangepast worden indien nodig. Wat dit ecologisch werkprotocol tot een levend document maakt. Er dient een ecologisch logboek bijgehouden worden.

In dit logboek wordt vastgelegd wanneer en waar ingrepen hebben plaats gevonden, welke (mitigerende) maatregelen zijn getroffen en waar deze maatregelen zijn uitgevoerd. Uit de gegevens moet duidelijk blijken om wat voor soort verblijfplaats het gaat en welke soorten het betreft.

Pagina 16 van 18

4

Acties en afspraken (beknopt)

4.1

Maatregelen voorafgaand aan de werkzaamheden De volgende maatregelen zijn nodig voorafgaand aan de werkzaamheden: o o o o

4.2

Afstemmen over natuurvrij maken met opdrachtgever; Natuurinclusief ontwerp maken door opdrachtgever, in overleg met ecoloog; Ter beoordeling leggen van ecologisch werkprotocol bij gemeente Zeist; Definitieve planning opstellen.

Maatregelen natuurvrij maken Ongeschikt maken panden (in gunstige periode en onder begeleiding van ecoloog): o Tocht creëren op hellend dakvlak (woningen in oosten plangebied); o Gevelplaten rond dakoverstekken verwijderen; o Spouwmuren ongeschikt maken. Wachtperiode: o Periode van minimaal twee dagen aansluitend op ongeschikt maken waarin gebouwbewonende soorten de kans krijgen het gebouw te verlaten. Rekening houdend met minimale temperatuur. Definitief ongeschikt maken: o Overige dakpannen verwijderen op hellend dakvlak. Natuurvrij verklaring o Check door ecoloog naar aanleiding van maatregelen welke genomen zijn ten behoeve van het natuurvrij maken van panden. Indien panden natuurvrij zijn, zal een natuurvrij verklaring worden afgegeven.

4.3

Maatregelen natuurinclusief werken o o

4.4

Er worden conform hoofdstuk 3.4 permanente verblijfplaatsen gecreëerd; Er zal een ecologisch logboek bijgehouden worden waarin ondernomen acties uiteengezet worden, zoals het natuurvrij maken, natuurvrij verklaren en het opnemen van permanente verblijfplaatsen tijdens de bouw (zie Bijlage B).

Contactgegevens partijen Opdrachtgever Smink Infra B.V.

Adviserend ecoloog (bureau) FF Solutions info@ri-buitenbouw.nl -

Pagina 17 van 18

5

Bijlagen

5.1

Bijlage A; Voorgenomen plannen Onderstaand een situatieoverzicht van de voorgenomen plannen (verdere detailgegevens zijn op te vragen bij de initiatiefnemer);

Fig. 5.0, Nieuwe situatie (achtergrondbron: aangeleverd door opdrachtgever)

Fig. 5.1, Nieuwe situatie (achtergrondbron: aangeleverd door opdrachtgever)

Pagina 18 van 18

5.2

Bijlage B; Ecologisch logboek Logboek (en definitief uitvoeringsplan) dient op de bouwplaats aanwezig te zijn (mag ook digitaal) en inzichtelijk indien daar door een bevoegd gezag om wordt gevraagd.

Datum

Handeling

Door

Beschrijving

03-112022

Aanleveren concept werkprotocol aan opdrachtgever

FF Solutions

Op 3 nov. 22 heeft FF Solutions het concept werkprotocol voor de ontwikkeling binnen Nooitgedacht te Zeist aangeleverd aan de opdrachtgever (kenmerk 78EB01A-21, d.d. 03-11-2022)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13903062/2