CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

24RV004 en 24RV007 Q&A ronde tafel 8 februari 2024

Raad 26 maart 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: Delegatie Omgevingsplan2.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NB Griffie: Deze Q&A staat bij beide raadsvoorstellen

Q&A Ronde Tafel Datum Ronde Tafel: donderdag 8 februari 2024 Onderwerp: adviesrecht Bopa’s en delegatie Omgevingsplan Inleiding Bij de voorbereiding op de Omgevingswet is eind 2021, begin 2022 gekeken naar de rolverdeling tussen het college en de raad. Na voorbereidende gesprekken met de raadswerkgroep Omgevingswet heeft het college een voorstel gedaan aan de raad voor de categorieën van Buitenplanse Omgevingsplanactiviteiten (Bopa’s) waarop de raad het bindend adviesrecht heeft. Onderdeel van dit voorstel is de Categorie 3 over flora en fauna. De doelstelling bij het bepalen van de categorieën is dat het aantal initiatieven dat voorgelegd moet worden aan de raad in de nieuwe situatie (onder de Omgevingswet) ongeveer gelijk is aan de op dat moment bestaande situatie (onder de Wabo). Bij de verdere uitwerking van het proces en de afspraken rond de Bopa en het adviesrecht van de raad zijn deze categorieën geanalyseerd. Uit deze analyse volgt de inschatting dat met name categorie 3 zal zorgen voor een grote toename in het aantal initiatieven dat voorgelegd moet worden aan de raad. Tijdens de ronde tafel van 8 februari 2024 over de raadsvoorstellen voor het aanpassen van categorie 3 van het adviesrecht voor de Bopa’s en delegatie zijn vragen gesteld. Deze vragen zijn later aangevuld.

Veel van de vragen zijn er vanwege de complexiteit van de onderwerpen: het gaat over verschillende instrumenten, bevoegdheden en rolverdelingen. Ook de vergelijkingen tussen wat onder de vorige wetgeving gold en wat nu geldt maakt de discussie complex. Afgesproken is dat een Q&A wordt opgesteld voorafgaand aan het raadsdebat op 29 februari 2024. Uit de vragen is een aantal thema’s te destilleren welke eerst hieronder in algemene zin beantwoord worden: − − − − −

verdeling bevoegdheden; aantallen; meetbaarheid; participatie; waarom de voorstellen.

Na deze algemene beantwoording volgen de antwoorden op de overige vragen.

Algemene vragen Verdeling bevoegdheden In algemene zin is het goed om op te merken dat deze voorstellen gaan over de verdeling van bevoegdheden tussen raad en college. Deze voorstellen hebben geen impact op de wijze van toetsing van initiatieven. Alle initiatieven worden getoetst op basis van een “Evenwichtige Toedeling van Functie Aan Locaties (ETFAL)” waarbij alle gemeentelijk beleid toetsingskader is. De vraag die bij toepassing van het adviesrecht en delegatie voor ligt gaat enkel over wie deze toetsing uiteindelijk doet waarbij de inzet is om het aantal initiatieven dat bij de raad terecht komt behapbaar te houden

1

NB Griffie: Deze Q&A staat bij beide raadsvoorstellen Aantallen Onderstaand schema geeft, ten aanzien van de afwijkvergunning het verschil tussen het oude regime (Wabo) en het nieuwe regime (Omgevingswet, Bopa)

In de afbeelding ziet u hoe de binnenplanse, kleine en grote buitenplanse afwijkvergunningen zich verhouden tot de Bopa. Ook is hier schematisch aangegeven in welke situatie het college dan wel de raad de laatste stem heeft. Het is lastig om een vergelijking van de aantallen te maken. Uit het schema is af te lezen dat onder de Wabo alleen de grote afwijkingen bij de raad terecht kwamen. Dit waren er zo’n 5 tot 10 per jaar. De grote buitenplanse afwijkingen in het kader van de versnellingsopgave woningbouw zijn in het verleden gebundeld aan de raad aangeboden. Daar is een algemene VVGB (verklaring van geen bedenkingen) voor afgegeven. Deze grote buitenplanse afwijkingen kwamen dus ook niet meer separaat bij de raad. Alle binnenplanse en kleine buitenplanse afwijkingen werden afgehandeld door het college. Dat was wettelijk geregeld. Verschil met de Omgevingswet is dat bij alle Bopa’s (voorheen onder de Wabo dus de kleine en grote buitenplanse afwijkingen) een keuze is te maken welke wel en niet voor advies naar de raad moeten. Onze inschatting is dat dit er voor 2024 zo’n 100 zullen zijn. Doel van het voorstel is het aantal afwijkingen dat naar de raad gaat gelijk te houden aan de afgelopen jaren, dus tussen de 5 en 10 per jaar.

Meetbaarheid In de vraagstelling met betrekking categorie 3 wordt ten aanzien van de meetbaarheid gerefereerd aan de term significant. De term kent een juridische betekenis en een betekenis in het algemeen spraakgebruik. Bij de juridische betekenis is deze term relevant bij de natuurwetgeving. De Wet natuurbescherming hanteert deze term ten aanzien van de soorten- en gebiedsbescherming. Bij soortenbescherming wordt bedoeld de bescherming van soorten die op de zogenaamde ‘rode lijst’ staan. Bij gebiedsbescherming gaat het om Natura 2000-gebieden.

2

NB Griffie: Deze Q&A staat bij beide raadsvoorstellen Ook bij de bescherming van het Nationaal NatuurNetwerk (NNN, valt ook onder gebiedsbescherming) wordt in de provinciale Omgevingsverordening de term ‘significant’ gebruikt. Om te bepalen of bij een initiatief sprake kan zijn van significante effecten is specifiek ecologisch onderzoek nodig van een specialistisch bureau. Wanneer sprake is van significante effecten dan is de provincie bevoegd gezag. Hiermee vallen deze initiatieven onder categorie 4 van het adviesrecht. Een dergelijk initiatief moet dus altijd voor advies voorgelegd worden aan de raad. De juridische betekenis van ‘significant’ is vanwege de verankering in wetgeving helder gedefinieerd. Zoals de term ‘significant’ in de huidige categorie 3 nu is geformuleerd, is ook de betekenis in het algemeen spraakgebruik van toepassing. Deze geeft geen juridische grondslag om in andere gebieden de impact te bepalen. Daarmee is significant geen absolute term die gebruikt kan worden voor de bepaling van de impact op groenwaarden in andere gebieden. Het is in deze betekenis dus een subjectief begrip. Wat voor de één significant is hoeft dit voor een ander niet te zijn. Daarnaast gaat het in categorie 3 niet alleen om het woord significant.

Ook bijvoorbeeld de zinsneden “beschermingswaardig” en “kunnen aantasten” zijn onvoldoende begrensd en maken dat deze categorie subjectief in te vullen is. Bij het opstellen van de nieuwe categorie 3 is gezocht naar een formulering die concreter is en beter meetbaar is. Dat dit nog steeds geen optimaal en exact meetbare categorie is daar is het college zich van bewust. Wel denkt het college dat met de nieuwe categorie een stap in de goede richting gezet wordt. Doordat de huidige categorie 3 ruimte laat voor interpretatie lopen we hier ook een risico voor wat betreft bezwaar en beroep. Als we als gemeente beoordelen dat een Bopa niet onder het adviesrecht valt, dan kan een belanghebbende met een andere interpretatie van categorie 3 aanvoeren dat er een procedurefout gemaakt is en bezwaar en of beroep aantekenen. Participatie Uiteraard is participatie van belang. De Omgevingswet is hier ook duidelijk over. Bij iedere aanvraag voor een initiatief dat niet binnen het Omgevingsplan past is participatie verplicht. Dus ook voor de initiatieven die in de voorgestelde categorie 3 of onder het voorgesteld delegatiebesluit vallen. De voorliggende voorstellen gaan niet over concrete initiatieven maar over de samenwerking en rolverdeling tussen college en raad.

De vragen en opmerkingen van de insprekers tijdens de ronde tafel over participatie gaan ervan uit dat er meer bevoegdheden naar het college gaan en dus minder initiatieven op de tafel van de raad komen. Bij het bepalen van de categorieën voor het adviesrecht van de raad is het doel geweest om het aantal initiatieven dat voorgelegd wordt aan de raad onder de oude en de nieuwe wetgeving ongeveer gelijk te houden. Het geschetste beeld, dat er minder initiatieven aan de raad voorgelegd worden herkennen wij niet. De categorieën worden jaarlijks geëvalueerd. In het geval de gemeente initiatiefnemer is komen alle aanpassingen Omgevingsplan die invloed hebben op het bestaand ruimtelijk beleid bij de gemeenteraad. Voor initiatieven van inwoners en bedrijven geldt dat deze naar de raad komen tenzij een Bopa mogelijk is en deze niet valt onder de categorieën bij adviesrecht. Inschatting is dat het aantal aanvragen dat voor advies naar de raad gaat ongeveer gelijk is aan het aantal VVGB’s onder het oude regime.

3

NB Griffie: Deze Q&A staat bij beide raadsvoorstellen Daarnaast legt de Omgevingswet meer nadruk op de participatie aan de voorkant. Voordat een aanvraag voor de aanpassing van het Omgevingsplan of een Bopa ingediend wordt moet de initiatiefnemer aan participatie gedaan hebben. Hiervan moeten bewijsstukken overlegd worden. De burger krijgt voor het indienen van de aanvraag meer ruimte tot inspraak. Indien de initiatiefnemers niet of te weinig aan participatie gedaan heeft kan het college besluiten de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren of de aanvraag niet ontvankelijk te verklaren. In het besluitvormingstraject blijft deze invloed hetzelfde indien een voorstel voorgelegd wordt aan de raad. De verwachting is dat dit in aantallen niet wezenlijk af zal wijken. Waarom deze voorstellen De Omgevingswet heeft als doelstelling snellere en betere dienstverlening. Daarom zijn de termijnen van bijvoorbeeld de buitenplanse afwijkingen ingekort en is de bevoegdheid hiervoor nadrukkelijker bij het college belegd. Om de raad in staat te stellen om advies te geven op initiatieven van enige omvang is het adviesrecht van de raad geïntroduceerd. Onze inschatting is dat de huidige categorie 3 ervoor zorgt dat meer buitenplanse initiatieven naar de raad gaan dan onder het oude regime (Wabo) het geval was.

De mogelijkheid tot een algemeen delegatiebesluit is nieuw onder de Omgevingswet. Omdat er de komende jaren in de transitie van tijdelijk naar definitief omgevingsplan veel omzettingen met nauwelijks tot geen impact op de omgeving voorzien zijn is het efficiënt om de bevoegdheden in die gevallen bij het college te leggen. Vraagstellers voeren aan dat: 1) er nog geen of te weinig kaders zijn om een afweging aan het college over te laten; 2) de raad haar controlerende rol moet kunnen uitvoeren; 3) inwoners inbreng moeten kunnen hebben in het politieke debat. Ad. 1 Alle initiatieven worden getoetst aan het huidige beleid. Daarmee verandert met de inwerkingtreding van de Omgevingswet niets. Wanneer nieuw beleid wordt opgesteld bepaalt de raad in hoeverre zij ruimte geeft aan het college om het omgevingsplan aan te passen of af te wijken van dit beleid. De raad bepaalt hiermee net als onder het oude regime de uitvoeringsruimte van het college. Deze voorstellen worden nu voorgelegd omdat de winkel open moet blijven. Met deze voorstellen wil het college een werkbare situatie creëren waarbij zowel college als raad hun rol goed uit kunnen voeren en dat er ruimte is voor een zorgvuldige besluitvorming. Ad. 2 De raad wordt bij iedere wijziging die in delegatie besloten wordt geïnformeerd middels een RIB.

Dit geeft de raad de mogelijkheid om de correctheid van de verwerking te controleren. Tevens geldt ook bij Omgevingsplannen die in delegatie door het college vastgesteld worden de participatievereiste en de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Hier is dus ook voor besluitvorming zienswijze op mogelijk. Ad. 3 De participatie wordt onder de Omgevingswet vooral voor het indienen van de formele aanvraag geëist. Op dit moment ligt het “Afwegings- en Toetsingskader Participatie” voor aan de raad ter besluitvorming. Dit afwegings- en toetsingskader wordt gebruikt om bij nieuwe initiatieven te toetsen of er voldoende participatie is geweest. De resultaten van deze participatie zullen onderdeel zijn van

4

NB Griffie: Deze Q&A staat bij beide raadsvoorstellen de besluitvorming. Indien bij een Bopa het oordeel is dat de participatie onvoldoende is geweest, dan kan het college besluiten hier een uitgebreide procedure van te maken zodat er voldoende ruimte is voor zienswijzen van belanghebbenden. In het geval de aanvraag ziet op een wijziging Omgevingsplan is de uitgebreide procedure standaard van toepassing.

Concrete vragen Vragen CDA: Q A Q A

Hoe vaak heeft het college afgelopen 2 jaar tijdelijke aanpassing bestemmingsplan afgegeven? Het College heeft de afgelopen 2 jaar 50 verzoeken ontvangen voor het tijdelijk afwijken van het geldende bestemmingsplan. Daarvan zijn er 33 verzoeken verleend. Hoe reflecteert het college op haar rol bij het verlenen van tijdelijke aanpassingen bestemmingsplannen? Deze bevoegdheid was onder de Wabo gedelegeerd aan het College. Onder de Omgevingswet verandert dit niet. Deze bevoegdheid wil het College graag behouden. Het stelt haar in de gelegenheid sneller te anticiperen op specifieke situaties zoals de bouw van noodlokalen voor scholen, tijdelijke opvanglocaties voor asielzoekers of de bouw van bijvoorbeeld tijdelijke zorgunits.

Vragen NDZ Q A

Q

A

Q

Worden daardoor meer bezwaar- en beroepsprocedures verwacht die de uitvoering van BOPA’s juist zullen vertragen? Met een verplichte participatie vooraf is het de verwachting dat er sprake zal zijn van minder bezwaar- en beroepsprocedures. Bij het in stand laten van de categorie 3 wordt juist een risico op het vergroten van het aantal bezwaar en beroepszaken gezien. Overigens geldt dat, net als nu het geval is, het aantal bezwaar- beroepsprocedures zich lastig laat voorspellen. Bindend advies van raad bij ‘politieke gevoeligheid’ of ‘impact op de samenleving’. In raadsbesluit 22RV002 staat: “Aanvullend op de categorieënlijst wordt adviesrecht van de raad uitgebreid met een facultatief deel. Op initiatief van het college of raad kan een omgevingsplanactiviteit voor bindend advies aan de raad worden voorgelegd, bijvoorbeeld vanwege de te verwachten politieke gevoeligheid of impact in de samenleving”. Daarnaast stelde de wethouder tijdens de Ronde Tafel dat bij (beleids)gevoelige zaken de raad wordt betrokken. Waarom wordt in voorstel 24RV007 niet verwezen naar bovenstaande zinsneden over het facultatieve adviesrecht uit raadsbesluit 22RV002? In het raadsvoorstel 24RV007 wordt enkel een voorstel gedaan om de categorie 3 aan te passen. Het voorstel 22RV002 blijft verder volledig intact.

Om een compleet overzicht te geven van alle categorieën waarop het adviesrecht van toepassing is zijn de overige categorieën ter informatie opgenomen in dit voorstel. Het facultatieve deel is geen ‘harde’ categorie. Via welk proces en met welke timing kunnen belanghebbenden de raad verzoeken om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor afweging en bindend advies te laten behandelen door de raad?

5

NB Griffie: Deze Q&A staat bij beide raadsvoorstellen A

Q

A

Q

A

Q

A

Met onderliggend voorstel worden de gevallen waarbij het adviesrecht geldt, vastgelegd. Belanghebbenden kunnen de raad niet verzoeken om facultatief advies uit te brengen over een initiatief. Deze inschatting wordt door het college gemaakt. De raad staat het vrij om onderwerpen te agenderen via moties of amendementen. Evaluatie en jaarlijkse bijstelling beleid. De voorgestelde delegatie aan het college van voorbereidingsbesluiten en wijzigingen van het Omgevingsplan wordt vooral onderbouwd om redenen van efficiëntie en snelheid van besluitvorming. In de loop der tijd wordt dan ervaring opgedaan met de delegatie. Is de wethouder bereid om in het kader van de afgesproken jaarlijkse evaluatie (22RV002) het adviesrecht en de participatiekaders indien door de raad gewenst jaarlijks bij te stellen? Aangezien de instrumenten nieuw zijn, vindt een evaluatie plaats van de nieuwe werkwijze. Getoetst wordt dan of de ingezette koers voldoende comfort biedt aan B&W en raad. Indien de uitkomst van de evaluatie bij het college of de raad aanleiding geeft om de categorieën voor het adviesrecht of de kaders voor participatie aan te passen dan wordt hier een voorstel op gedaan.

Betekent de nieuwe omschrijving van Categorie 3 dat (vrijwel) iedere aanvraag voor een (buitenplans) initiatief van 499 m2 of minder bebouwd oppervlak op een perceel van 1000 m2 wordt gehonoreerd? Wordt in zo’n geval geen rekening gehouden met verharding voor vergunningvrije bouw, ontsluitingswegen/uitritten, parkeerplaatsen en terrassen? Nee, omstandigheden kunnen maken dat een initiatief niet past binnen het gemeentelijk beleid, bijvoorbeeld wanneer niet voldaan kan worden aan parkeernormen of wanneer sprake is van aantasting van NNN. Het gemeentelijk beleid blijft onverkort gelden. De wijze van toetsing van initiatieven wijzigt niet. Voorstel onderwerpen delegatie aanpassen In het raadsvoorstel 24RV004 wordt op pagina 3-4 per onderwerp uitleg gegeven over de delegatie. In de inspraakreactie van Stichting Milieuzorg Zeist e.o. wordt daarop gereageerd en voorgesteld de onderwerpen 3 t/m/ 9 van de bijlage juist niet te delegeren. Is de wethouder het per onderwerp 3 t/m 9 eens met de reactie? Zo nee, waarom? Nee, de beschreven onderwerpen brengen geen extra rechtsgevolgen met zich mee (zoals het verwerken van instructieregels), dan wel de raad bepaalt per besluit de ruimte waarbinnen het college het Omgevingsplan wijzigt.

Vragen GroenLinks Q

A

Q

A

Wethouder verwees tijdens RT naar advies van de commissie AML. Is handhaving van de bestaande categorie 3 niet veeleer voor de hand liggend met waar nodig gebruikmaking van specifiek een (onafhankelijke) ecologische adviescommissie (adviescommissie met daarin geborgde ecologische expertise) - dus niet Cie AML - in geval zodanig advies voor College en Raad incidenteel wel nodig zou zijn om vast te stellen of bij bepaalde plannen sprake zou zijn van significante aantasting? Het ambtelijk apparaat beschikt over voldoende expertise op het gebied van groen. Een extra adviescommissie voor het thema groen ziet het college niet als nuttige toevoeging hierop. Graag inhoudelijke reactie vanuit het College op de aangedragen punten in de ingestuurde reacties van WG-NZW, Schaafsma cs en SMZ eo waarom vervanging van huidige categorie 3 door nieuw voorgestelde categorie ongewenst en onwerkbaar, Tijdens de Ronde Tafel op 8 februari 2024 heeft de wethouder hier namens het college uitgebreid op gereageerd In aanvulling hierop nog een antwoord op de opmerking van Schaafsma cs. Deze is toegezegd tijdens de Ronde tafel:

6

NB Griffie: Deze Q&A staat bij beide raadsvoorstellen Q A

Wilt u het college verzoeken toe te lichten waarom raadsvoorstel 24RV007 de raad tot drie maal toe incorrect informeert over de vigerende categorie 3? Dit is een omissie geweest, bij het overtypen van de categorie is een deel van de zin vergeten waarna dit binnen het voorstel 2 maal gekopieerd is.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13852613/1