24RV001-Bijlage 1 Implementatie Omgevingswet 2024-2032
Tekst van het document
Plan van aanpak Implementatie Omgevingswet 2024-2032 Inleiding Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Een belangrijke wet die het in Nederland vereenvoudigt om onze leefomgeving te ontwikkelen en beschermen met de nadruk op meer kwaliteit, oog voor samenhang en meer samenwerking met inwoners. De gemeente Zeist heeft al een flink aantal stappen gezet in de voorbereiding naar 1 januari 2024, waaronder het opstellen van de Eerste Zeister Omgevingsvisie (EZO) en het Handvat Participatie voor gemeentelijke projecten. Dit plan van aanpak gaat in op de periode 2024 t/m 2032. In deze periode werken we aan in elk geval drie instrumenten: 1. De Omgevingsvisie Zeist 2050. De omgevingsvisie Zeist 2050 is een visie met strategische hoofdkeuzen van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. Deze tweede omgevingsvisie is een doorontwikkeling van de EZO. 2. Het definitieve omgevingsplan. Dit is het definitieve plan met alle regels voor de fysieke leefomgeving, als opvolger van het tijdelijke omgevingsplan. 3. Het Handvat Participatie voor inwoners en initiatiefnemers. Dit handvat is voor alle participatie bij ruimtelijke projecten waarbij de gemeente niet zelf initiatiefnemer is.
In dit overkoepelende plan van aanpak staan 12 uitgangspunten die we bij de implementatie van de Omgevingswet in de periode 2024-2032 hanteren. De (deel)plannen van aanpak van de drie instrumenten zijn in de bijlagen te vinden. Door via dit overkoepelende plan van aanpak duidelijke uitgangspunten af te spreken geeft dit comfort en overzicht voor alle partijen. De raad ontvangt jaarlijks een raadsvoorstel om over de voortgang van het plan van aanpak en de implementatie van de Omgevingswet in zijn geheel te besluiten en om indien nodig de uitgangspunten bij te stellen.
Kansen en samenhang van de instrumenten De Omgevingswet gaat uit van een dynamisch systeem. Geen vastomlijnde visies en plannen meer met een vaste doorlooptijd zoals we gewend waren, maar denken in een beleidscyclus. Deze cyclus zorgt ervoor dat we steeds aansluiten bij de wensen en uitdagingen van dat moment. De figuur laat zien hoe de verschillende instrumenten van de Omgevingswet met elkaar samenhangen. De beleidscyclus start ideaal gezien met de kaders en ambities in een omgevingsvisie. Door de leefomgeving samenhangend te benaderen, ontstaan er kansen om slimme combinaties te vinden voor de 1
aanpak van meerdere maatschappelijke opgaven. De omgevingsvisie kan vervolgens worden vertaald naar omgevingsprogramma’s, het omgevingsplan en uiteindelijk in de vergunningverlening. Door tussentijds te monitoren, te evalueren en dan onze keuzes bij te stellen, ontstaat een beleidscyclus. De snelheid waarmee de cyclus draait is afhankelijk van de snelheid van de (maatschappelijke) ontwikkelingen of de bestuurlijke visie op de ontwikkelingen. Lopende projecten en (deel)beleidsvisies gaan tegelijkertijd gewoon door, waarbij we blijven afstemmen op inhoud en proces. Met andere woorden: ‘tijdens de verbouwing blijft de winkel open’. Bijeenkomsten bereiden we waar mogelijk samen voor. In ieder geval voorkomen we dat we twee keer dezelfde gesprekken voeren met de samenleving.
Uitgangspunt 1: Een goede aansluiting tussen visie en plan is belangrijk om de uitvoerbaarheid van de visie te garanderen. Hiervoor maken we de visie voldoende concreet en werken we bijvoorbeeld met kaarten en spelregels.
De relatie tussen de omgevingsvisie en het omgevingsplan is belangrijk om de uitvoerbaarheid en de vertaling van de visie naar het plan te garanderen. Het is hiervoor belangrijk dat we de Omgevingsvisie Zeist 2050 voldoende concreet maken. De visie en de keuzes die we gaan maken willen we bijvoorbeeld voorzien van heldere kaartbeelden en een koers per deelgebied, gebaseerd op de waarden per gebied. Aan het eind van de omgevingsvisie komen spelregels te staan om te beoordelen of een nieuw initiatief voldoende bijdraagt aan de gewenste koers voor Zeist. In het omgevingsplan werken we de keuzes uit de omgevingsvisie verder uit in doelen en regels. Waar nodig maken we gebruik van programma's om gewenste doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Het plan regelt dat er een evenwicht is tussen het gebruik maken van een bepaald gebied en het beschermen ervan.
Uitgangspunt 2: Het opstellen van het eerste deel van het definitieve omgevingsplan loopt parallel aan het opstellen van de Omgevingsvisie Zeist 2050.
Met het opbouwen van het definitieve omgevingsplan wachten we niet tot de Omgevingsvisie Zeist 2050 is vastgesteld. We hebben onze tijd hard nodig. Zolang de Omgevingsvisie Zeist 2050 niet is vastgesteld gebruiken we daarom de EZO. Het definitieve omgevingsplan wordt in delen opgesteld. In de volgorde houden we er rekening mee dat het afwegingskader in de EZO nog weinig concreet is. Parallel aan het opstellen van de omgevingsplannen voeren we periodiek overleg met de projectgroep omgevingsvisie om samen tot een goede samenhang tussen de twee instrumenten te komen. Uitgangspunt 3: Uit de Omgevingsvisie Zeist 2050 en het definitieve omgevingsplan volgt of en zo ja met welke omgevingsprogramma’s de gemeente Zeist gaat werken.
Via omgevingsprogramma’s kan uitvoering worden gegeven aan het gemeentelijke beleid om de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving zoals beschreven in de omgevingsvisie, te bereiken. 2
Deze kwaliteit moet objectief vast te stellen en meetbaar zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om waarden voor de luchtkwaliteit of de waterkwaliteit. In het definitieve omgevingsplan wordt een hoofdstuk opgenomen over deze omgevingswaarden. In omgevingsprogramma’s kunnen concrete maatregelen worden opgenomen om de kwaliteit te bereiken. Het instrument omgevingsprogramma kan ook kansen bieden voor de effectieve aanpak van grote thema’s zoals duurzaamheid of wonen of juist voor een bepaald gebied. Dit hangt o.a. af van de prioriteiten van de Omgevingsvisie Zeist 2050. We kunnen als gemeente zijnde zelf kiezen of en zo ja hoe we omgevingsprogramma's inzetten. Hoe we hier uitvoering aan geven volgt uit de Omgevingsvisie Zeist 2050 en het definitieve omgevingsplan.
Inhoudelijke uitgangspunten Uitgangspunt 4: We werken gebiedsgericht en thematisch.
De omgevingsvisie wordt via zowel een thematische als gebiedsgerichte aanpak vormgegeven. We starten met een thematische aanpak: hoe geven we invulling aan ons Goede Leven in Zeist? Hierbij is onder andere de koppeling tussen het thema gezondheid en de fysieke leefomgeving van belang. Een leefomgeving die uitnodigt om te bewegen, te sporten en om elkaar te ontmoeten kan namelijk positief bijdragen aan onze gezondheid. En hoe gaan wij om met uitdagingen op het gebied van klimaatverandering, natuurversterking, een gezond bodem en watersysteem, energietransitie en woningbouw? Het is belangrijk om Zeist te bezien vanuit de verschillende thema’s die er spelen. De gebiedsgerichte aanpak biedt vervolgens de mogelijkheid om vanuit kwaliteiten en waarden van gebieden naar de toekomst te kijken en de belangrijkste kansen en opgaven voor de fysieke leefomgeving te benoemen. Zo kan per gebied meer maatwerk worden geleverd. Ook het definitieve omgevingsplan wordt zowel thematisch als gebiedsgericht vormgegeven. In de basis gaan we het definitieve omgevingsplan gebiedsgericht opbouwen. Dat betekent dat we de omzetting van het tijdelijke naar het definitieve plan, per deelgebied gaan oppakken. In de transitiestrategie bepalen we het aantal gebieden, de precieze begrenzing daarvan en de prioritering van de gebieden.
Op welke wijze we invulling geven aan het themagericht werken komt ook terug in de transitiestrategie. Overigens geldt voor zowel de omgevingsvisie als het omgevingsplan dat de gebiedsgerichte aanpak en uitwerking mogelijk niet altijd overeenkomt met de wijkindeling die logisch is voor bewoners. Voor het omgevingsplan heeft dit vooral met praktische redenen te maken, zoals de begrenzing van de huidige geldende ruimtelijke plannen. De precieze begrenzing komt in de transitiestrategie te staan. Voor de omgevingsvisie geldt dat dit onder meer afhangt van doelen en opgaven per gebied en van het gebiedstype (woongebied, werkgebied, recreatiegebied, etc.).
Uitgangspunt 5: Bestaand beleid waarover al is geparticipeerd en bestaande regelgeving vormen ons vertrekpunt. We maken samenhangende, inhoudelijke dilemma’s en keuzes inzichtelijk en bespreekbaar.
In de omgevingsvisie komen alle beleidsambities van de gemeente Zeist voor de fysieke leefomgeving samen. In de bijlage bij dit plan van aanpak is een overzicht opgenomen van al het geldende gemeentelijke beleid in de fysieke leefomgeving. Het beleid op dit overzicht blijft ook ná de 3
inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden. De beleidsdocumenten zijn inhoudelijk in lijn met de EZO. Dit overzicht wordt hier als bijlage aan toegevoegd. In de lijst is opgenomen wanneer verschillende documenten worden geactualiseerd. Bij het opstellen van de tweede omgevingsvisie bouwen wij verder op het bestaande beleid. Daar waar mogelijk, maken we hierbij een concretiseringsslag. Voor het opstellen van de tweede Omgevingsvisie gebruiken we daarnaast ook vastgesteld regionaal beleid en de Zeister inbreng voor regionale trajecten, zoals de Regionale Energie Strategie (RES), het Landschapsontwikkelingsplan voor het Kromme Rijngebied en de Gebiedssamenwerking van A tot Z over het vastgoed van het ministerie van Defensie in onze regio. Tot slot zijn er ook nog plannen en verordeningen met een beleidsmatige component, zoals het Lange Termijn Bomenbeheerplan, het Groenstructuurplan en het Mobiliteitsplan. Aangezien deze documenten grotendeels uitvoerend van aard zijn, zijn deze niet opgenomen in het overzicht in de bijlage. Deze plannen blijven ook gewoon geldig. De bestaande regels uit de ruimtelijke plannen, de lokale verordeningen en de bruidsschat1 vormen het vertrekpunt bij het gefaseerd opbouwen van het definitieve omgevingsplan.
Inhoudelijke keuzes inzichtelijk en bespreekbaar maken Het opstellen van de tweede omgevingsvisie biedt kansen om beleidsthema’s die bij de gemeente Zeist om actualisatie vragen of momenteel geactualiseerd worden, zoals het economische beleid, de cultuurvisie en het parkeerbeleid, in het totaal mee te nemen. Er zal hierbij soms sprake zijn van overlap, soms tegenstrijdigheden en ook veel overeenkomsten. Er zal waarschijnlijk ook blijken dat we keuzes moeten maken. Een voorbeeld hiervan is dat het groen in Zeist tot op zekere hoogte onder druk staat door ambities op het gebied van bijvoorbeeld recreatie en het voorzien in passend woningaanbod. We maken deze inhoudelijk keuzes inzichtelijk en raadplegen de samenleving hierover. Hierbij is het van belang om ook na te denken over onze regionale positie en onze Zeister zienswijze op regionale opgaven. Uiteindelijk is het aan de raad om een weloverwogen besluit te nemen.
Samenspel Uitgangspunt 6: De gemeente is initiatiefnemer bij de implementatie van de Omgevingswetinstrumenten en voert regie op het proces en het samenspel. We kiezen voor het participatieniveau ‘raadplegen’.
We zijn als gemeente zelf initiatiefnemer als het gaat om het opbouwen van het definitieve omgevingsplan, de tweede omgevingsvisie en het Handvat Participatie voor inwoners en initiatiefnemers. Het is belangrijk dat we hierbij duidelijkheid geven over het participatieproces: de planning, wat we exact vragen en wat hier vervolgens mee wordt gedaan. We volgen hierbij het Handvat Participatie voor projecten waarbij de gemeente initiatiefnemer is. In dit handvat is vastgelegd hoe we in samenspel werken aan een goed leven in Zeist. Aangezien de gemeente Zeist voor belangrijke keuzes staat over de omgeving waarin we wonen, werken en onze vrije tijd doorbrengen, stellen we het participatieniveau ‘raadplegen’ voor:
1
Onder de Omgevingswet verhuist een aantal regels van het Rijk naar gemeenten en waterschappen. Dit heet de ‘bruidsschat’.
4
• • •
Rol van de raad: de raad is kaderstellend, vraagt om de mening van de verschillende participanten en neemt uiteindelijk een weloverwogen besluit. Rol van het college: uitvoerend, bereidt besluitvorming voor en adviseert de raad. Rol van de participanten: de verschillende participanten laten weten wat zij ervan vinden en zij luisteren ook naar de mening van anderen.
De uitkomst van het samenspel biedt inzicht in hoe over een bepaald onderwerp wordt gedacht. De kennis, ervaring en betrokkenheid uit de samenleving is essentieel. Het is onze ambitie om tot instrumenten te komen die worden gedragen door de samenleving en die inspireren, verbinden en uitnodigend zijn voor nieuwe ontwikkelingen.
Zienswijzen Los van het samenspel met de samenleving blijft de verplichte voorbereidingsprocedure uit de Algemene wet bestuursrecht bestaan. Dat betekent dat een (ontwerp)wijziging van het omgevingsplan en de omgevingsvisie zes weken ter inzage ligt en iedereen zijn of haar zienswijze kan geven op die wijziging. De raad betrekt de ingediende zienswijzen bij haar besluit over de vaststelling van de wijziging. Uitgangspunt 7: We streven bij het samenspel naar een zo goed mogelijke weerspiegeling van de pluriforme samenleving.
Het samenspel varieert per instrument. Uit de evaluatie van de EZO door de raad is gebleken dat het belangrijk is om in het vervolgtraject meer aandacht te hebben voor de pluriformiteit van de samenleving. Bij het samenspel spelen deze participanten in ieder geval een rol: • Inwoners • Ondernemers • Buurt- en belangenverenigingen • Maatschappelijke partners • Samenwerkingspartners/ketenpartners • Buurgemeenten en regionale partners We streven bij de participatie naar een zo goed mogelijke weerspiegeling van de samenleving en dat inwoners van verschillende leeftijden en uit verschillende wijken en (dorps)kernen van Zeist participeren. Ontmoetingen en gesprekken vinden plaats op basis van gelijkwaardigheid. We besteden indien nodig extra aandacht om inwoners te bereiken, waarbij we uit ervaring weten dat deze vaak moeilijker te bereiken zijn. Hierbij kan gedacht worden aan jongeren en inwoners met een migratieachtergrond. De verwachting is dat er naast een groep inwoners en stakeholders die intensief willen meedenken ook een groep inwoners bestaat die op een meer toegankelijke en laagdrempelige wijze wil meedenken. Om deze groep te bedienen willen we bijvoorbeeld met medewerkers van de gemeente de straat op gaan en het gesprek aangaan over de toekomst van Zeist.
Dit werken we voor de tweede Omgevingsvisie Zeist 2050 uit in een participatieplan, dat we begin 2025 aan de raad aanbieden.
5
Communicatie Uitgangspunt 8: We communiceren duidelijk: we geven aan hoe het proces eruit ziet, wat er met inbreng wordt gedaan en leggen keuzes en begrippen uit waar nodig.
Het is uiteraard belangrijk om duidelijk te communiceren. Hieronder verstaan we het volgende: • Tijdens het participatietraject geven we steeds duidelijk aan wat er met de inbreng wordt gedaan. We benoemen dilemma’s en leggen keuzes uit waar nodig. • Van elk participatiemoment wordt een verslag en/of de resultaten op de website geplaatst. • We proberen vakjargon te vermijden en leggen begrippen uit waar nodig. • We werken waar mogelijk met beeld. Te denken valt aan infographics, getekende verslagen, kaarten en video’s. Visueel communiceren heeft onder andere als voordeel dat complexe informatie eenvoudiger kan worden gemaakt en dat het kan zorgen voor meer creativiteit en betrokkenheid. • We zorgen ervoor dat alle beelden en teksten digitaal toegankelijk worden gemaakt, zodat iedereen in Zeist deze informatie tot zich kan nemen en mee kan doen. De communicatie over de totstandkoming van de nieuwe instrumenten van de Omgevingswet verloopt primair via zeist.nl. De participatie en informatie over de participatieprocessen loopt via het participatieplatform OmZeist.nl. De informatie op Ruimtekaartzeist.nl blijft ongewijzigd totdat er een nieuwe omgevingsvisie is die daarop gezet kan worden. Tot die tijd verwijzen we op dit kanaal voor het proces naar zeist.nl.
Rol van de raad Uitgangspunt 9: De raad ontvangt jaarlijks een raadsvoorstel om over de voortgang van het plan van aanpak en de implementatie van de Omgevingswet in zijn geheel te besluiten en om indien nodig de uitgangspunten bij te stellen.
De vaststelling van dit plan van aanpak markeert tegelijkertijd de start van een meerjarige samenwerking tussen het college en de raad t.a.v. de implementatie van de Omgevingswet. Het geheel van uitgangspunten in dit plan van aanpak is kaderstellend voor de instrumenten die voor de implementatie van de Omgevingswet worden ontwikkeld. Het is de bedoeling om met deze werkwijze voor alle partijen comfort te bieden. Jaarlijks wordt de raad in het tweede kwartaal geïnformeerd over de voortgang. De toetsing aan de kaders is hier een onderdeel van. We informeren de raad dan tegelijkertijd over de voortgang van de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 (de basis op orde). We stellen voor dat het Goede Gesprek over de voortgang in het tweede kwartaal wordt besproken, zodat er voldoende tijd is om eventuele wijzigingen op te nemen bij de behandeling van de kadernota. Voor het college biedt deze werkwijze ruimte om binnen deze kaders aan de uitvoering te werken. De raad ontvangt jaarlijks een raadsvoorstel om over de voortgang van het plan van aanpak en de implementatie van de Omgevingswet in zijn geheel te besluiten en om indien nodig de uitgangspunten bij te stellen. Naast deze jaarlijkse besluiten over de voortgang, volgen er ook losse besluitvormingstrajecten over de drie verschillende instrumenten.
6
Uitgangspunt 10: Aanvullend op de formele procedures organiseren we wanneer nodig informele momenten met de raad om raadsleden te informeren en om hen vooraf inbreng te laten geven.
We hebben te maken met (deels) nieuwe instrumenten en een complexe materie. We vinden het belangrijk dat raadsleden de mogelijkheid krijgen om zich deze materie eigen te maken. Daarnaast vinden we het belangrijk dat zij de ruimte krijgen om hun kennis en expertise in te brengen, zodat wij dit aan de voorkant kunnen meenemen. Het gaat er ook om dat we de kans krijgen om informeel met de raad opgaven en mogelijke oplossingen te verkennen en om met elkaar tot inzichten te komen. Indien de raad dit wenselijk vindt, kan ervoor worden gekozen om op een meer informele wijze periodiek met een kleine groep geïnteresseerde raadsleden bij te praten, bijvoorbeeld in de vorm van een werkgroep en/of klankbordgroep. Er kan ook worden gekozen voor inspiratiesessies voor de gehele raad.
Planning en organisatie Uitgangspunt 11: We voldoen met de planning aan de wettelijke termijnen.
Een aantal instrumenten hoeft bij inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 nog niet volledig te voldoen aan alle nieuwe eisen van het stelsel. Hiervoor geldt een stapsgewijze aanpak: • Gemeenten krijgen een overgangstermijn tot 1 januari 2027 om een omgevingsvisie op te stellen. Uiteraard heeft de gemeente Zeist al een omgevingsvisie. Hiermee voldoen we al aan deze wettelijke eis. Het is de planning dat de tweede omgevingsvisie ook voor deze termijn gereed is. • Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het tijdelijke deel van het omgevingsplan en andere regels over de fysieke leefomgeving om te bouwen naar het definitieve omgevingsplan. De gemeente Zeist voldoet met het voorliggende plan van aanpak aan de wettelijk gestelde termijnen. Hiervoor leggen we een ambitieuze planning neer:
7
Voor de eerste jaren (2024 en 2025) kunnen we specifieker zijn. Zie hiervoor de tijdlijn op de laatste pagina van dit plan van aanpak. Voor de details bij de planning, verwijzen we naar de (deel)plannen van aanpak in de bijlagen.
Uitgangspunt 12: Kwaliteit gaat boven snelheid. We bewegen organisch mee wanneer opgaven daarom vragen en we nemen voldoende tijd voor participatie. Waar mogelijk werken we met vaste medewerkers aan de instrumenten van de Omgevingswet, zodat onze organisatie leert en groeit. We besteden werkzaamheden alleen uit als dit een meerwaarde geeft die we niet binnen onze eigen organisatie kunnen realiseren.
We starten in 2024 met drie instrumenten, die alle drie een andere doorlooptijd hebben. Voor alle instrumenten geldt dat er voldoende tijd nodig is om te participeren. Voor het Handvat Participatie geldt bijvoorbeeld dat het de voorkeur heeft dat de eerdere ervaringen met participatie bij omgevingsinitiatieven hierbij worden gebruikt. Hiervoor is tijd ingeruimd. Het definitieve omgevingsplan is de komende jaren een van de grootste projecten voor de gemeente in het ruimtelijke domein met als deadline 2032. Het is de ambitie om per jaar in 1 à 2 deelgebieden te starten. De fasering komt in de transitiestrategie te staan. Het plan van aanpak beslaat meerdere jaren en is niet ‘in beton gegoten’. Binnen de ambitieuze planning die we voorstellen, werken we volgens het uitgangspunt ‘Kwaliteit gaat boven snelheid’. In het proces kan voortschrijdend inzicht ontstaan waarbij meer tijd genomen moet worden om de kwaliteit voor de toekomst van Zeist hoog te houden. We bewegen organisch mee wanneer opgaven daarom vragen. Waar nodig wordt de planning bijgesteld.
Lerende organisatie Vanuit de overheid moet de houding ten opzichte van initiatiefnemers bij toepassing van de nieuwe Omgevingswet veranderen van 'nee, tenzij' naar 'ja, mits'. Dat betekent dat de overheid wordt uitgedaagd om te denken in mogelijkheden, in plaats van onmogelijkheden die bijvoorbeeld bepaalde regels ons opleggen. Ook vraagt het om een benadering van de leefomgeving, waarin eenieder wordt uitgedaagd om niet alleen te denken vanuit een bepaalde vakdiscipline of opgave, maar vanuit het totale gewenste maatschappelijke effect. Deze gewenste cultuuromslag wordt door velen gezien als een van de grootste kansen die de Omgevingswet biedt. We werken daarom in Zeist waar mogelijk met vaste medewerkers van de gemeente aan de instrumenten van de Omgevingswet. We besteden werkzaamheden alleen uit, wanneer dit een duidelijke meerwaarde heeft. We leren en groeien hiermee als organisatie. Dit vraagt inzet van diverse teams. We reserveren hiervoor voldoende capaciteit. Indien deze ontoereikend blijkt vullen we die aan. Indien bestaande budgetten hiervoor niet toereikend zijn leggen we dit aan de raad voor.
8
Tijdlijn 2024 en 2025 implementatie Omgevingswet, gemeente Zeist
9