CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

24R057 Bijlage 1b Zienswijze Landgoed Dijnselburg

Ronde Tafel 26 september 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: Ronde Tafel Gebiedsvisie Dijnselburg1.979 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2 – 383245 – Landgoed Dijnselburg Geachte leden van de raad, Zonder te overdrijven kunnen we stellen dat het proces te komen tot een gebiedsvisie voor Dijnselburg goed vergelijkbaar is met haar eigen haar bewogen, bijzondere en lange geschiedenis. De weg naar deze gebiedsvisie was er één van vele bochten, doodlopende wegen en oneindige rotondes. Als we nu kijken waar we staan ten opzichte van waar we begonnen in 2018, zien we dat we eigenlijk weer terug zijn waar we zijn gestart. Voor het landgoed is er niets veranderd in mogelijkheden. Sterker nog ten opzichte van de bestaande mogelijkheden zijn er minder mogelijkheden. Hiermee ligt een duurzaam herstel met een maatschappelijke meerwaarde voor de toekomst verder weg dan ooit. De titel gebiedsvisie voor Dijnselburg is dan ook misplaatst. Voor u ligt een document dat het noodzakelijke beleidsmatig excuus is om woningbouw op het campingterrein mogelijk te maken. Het zou dus eigenlijk ‘Visie transformatie camping Dijnselburg’ moeten heten. Is het dan ook niet zinvoller om de gebiedsvisie te beperken tot dit gebied. Voor ons als landgoed ligt er nog geen haalbare en realistische visie. Afscheiding en opsplitsing In dit document wordt het (historische) landgoed met haar cultuurhistorische bebouwing en structuren op de voorgrond gezet als kwaliteitsdrager. Het landgoed is de spil en de drager van kwaliteit voor het gehele gebied.

In de uitwerking die nu voorligt wordt vol ingezet op woningbouwontwikkeling op 4 hectare campingterrein. De historische banden met het landgoed en het herstel van cultuurhistorische en natuurlijke waarden op het campingterrein en sporthoek zijn ondergeschikt gemaakt aan de beoogde grondexploitatie. Het streven naar eenheid en balans voor het gehele gebied, ook wel Groot Dijnselburg genoemd, zien wij niet terug. Voor wat betreft het lokaliseren van waarden wordt teveel gedacht in eigendomsgrenzen, terwijl de waarden geen eigendomsgrenzen kennen. Aan de open onbebouwde gedeeltes van camping Dijnselburg wordt geen waarde toegekend en aan een zandafgraving wel. Naar ons idee biedt het campingterrein meer mogelijkheden tot het terugbrengen en versterken van cultuurhistorie en maatschappelijke ontmoeting dan nu uit de visie blijkt. Zeker als je dat afzet tegen de veronderstelde waarden van maïsakkers en of (ecologisch) gedegenereerde bospercelen op het landgoed. Er wordt naar onze mening te veel in hokjes gedacht, in plaats van dat er gekeken wordt naar het grotere geheel, wat het algemeen belang meer behartigt. Clustering van bebouwing komt de leefbaarheid, ecologie en cultuurhistorie niet altijd ten goede. Hiermee wordt niet een beweging ingezet van verbinden van gebieden, maar naar afscheiding en opsplitsing.

Wij geloven in een park-inclusieve opzet waarbij rood en groen samen leiden tot een kwalitatieve meerwaarde. In de voorliggende visie is de balans daartussen zoek. Campingvisie i.p.v. gebiedsvisie Woningbouw en grondexploitatie is het uitgangspunt voor deze ‘Campingvisie’ waarbij een deel van de winsten (€2,6 miljoen) bij aankoop van 2 hectare campingterrein door BPD al vergeven zijn aan de vorige eigenaar de Achterberg Groep. De openbare koopovereenkomst ingeschreven bij het kadaster is hier heel duidelijk in. Daar komt nog bij dat de gemeente ook nog 3 jaar lang voor €1,1 miljoen per jaar via de Achterberggroep de camping huurt voor de huisvesting van Oekraïense vluchtelingen. Met dit in het achterhoofd en afgezet tegen de eerste mondelinge indicatie voor compensatie aangeboden aan het landgoed voor de kwaliteitsinvesteringen is er gaandeweg in het proces iets goed scheefgegroeid. Is het niet beter om vooraf te bepalen welk deel van de opbrengst van de woningbouw in de kwaliteitsverbetering van het gehele gebied moet vloeien. Dan is het meteen duidelijk hoe de verhouding ligt tussen de delen van het gebied die geld generen en delen die geld kosten. Wij vragen ons namelijk af hoe nu geborgd wordt dat de woningbouwontwikkeling op het campingterrein ook leidt tot kwaliteitsverbetering voor het hele gebied.

Dynamiek van een landgoed Inhoudelijk zet de voorliggende visie in op behoud van wat er nu is en is sterk conserverend van aard. Hiermee wordt de cultuurhistorische en natuurlijke dynamiek van het landgoed doorsneden. Het

2 – 383245 – Landgoed Dijnselburg landgoed is altijd in beweging geweest en kent verschillende perioden waarin nieuwe tijdslagen, passend bij het op dat moment passende gebruik, zijn toegevoegd. De voorliggende visie breekt met deze historische lijn en maakt het toevoegen van een nieuwe tijdslaag met ruimte voor (door)ontwikkeling slechts beperkt mogelijk. Daardoor blijven kansen onbenut om in samenspraak te komen tot een nieuwe toekomst voor het landgoed en een daadwerkelijke realisatie van de maatschappelijke, duurzame, cultuurhistorische en ecologische doelen die in de kadernota zijn gesteld. De reden waarom wij als landgoed om deze nieuwe tijdslaag met ontwikkelruimte vragen is heel eenvoudig. De omgeving, de overheid en ook wij zien de meerwaarde van het landgoed en de potentie die erin besloten ligt. Maar we zien ook het achterstallig onderhoud van met name de groene waarden. Het duurzaam in stand houden, het herstellen van de waarden en verzilveren van de aanwezige potentie kost geld. Dit geld bestaat naast eenmalige investeringen ook uit geld benodigd voor de jaarlijkse instandhouding. Ter vergelijking: de aanleg van openbare ruimte van een nieuwe woonwijk zit in de projectkosten opgenomen. Het onderhoud ervan wordt door de gemeenschap gedragen en gefinancierd door de extra WOZ-waarde die dit oplevert.

Ook het landgoed heeft een dergelijke economische drager nodig om een duurzaam herstel te kunnen borgen. Gemeentegrond onderhands verzegd Uitgangspunt was om de gebieden waar opbrengsten worden gegenereerd bij te laten dragen aan de gebieden waar dit niet het geval zou zijn. Het gemeentelijk deel van de camping (2 ha.) zou daarbij als ‘smeermiddel’ kunnen dienen. Uit de overleggen eind 2023 en begin 2024 bleek dat er al een intentieovereenkomst tot verkoop is gesloten met de eigenaar van de camping. In het raadsvoorstel voor de huisvesting van de Oekraïners zoals eerder hierboven benoemd, wordt hierover met geen woord gerept. Het volgende wordt hierover in het raadvoorstel aangegeven. “BPD is bereid om het opstalrecht met de exploitant met 3 jaar te verlengen. Dit onder voorwaarde dat er met elkaar wordt samengewerkt om te komen tot integrale planontwikkeling en realisatie van permanente woningen op zowel de grond van de gemeente als van BPD”. Mondeling is aangegeven dat de beoogde verkoop een relatie had met de opvang van Oekraïners. Echter met de verkoop wordt het ‘smeermiddel’ en opbrengstendrager verkocht aan een projectontwikkelaar, waarbij een eenmalige beperkte bijdrage is voorgesteld voor kwaliteitsinvesteringen op het landgoed.

Deze gang van zaken doorkruist het gebiedsvisieproces en versterkt het gevoel dat gedurende het proces de woningbouwontwikkeling op het campingterrein leidend is geworden en de kwaliteitsverbetering secundair. Deze visie is daar dan ook een resultante van. Het belang is ergens anders komen te liggen en wijkt daarmee af van de opdracht van de raad zoals weergegeven in de uitgangspuntennotitie. Een kwaliteitsverbetering voor het totale gebied. Met het afwijzen van substantiële bebouwingsmogelijkheden op het landgoed, hebben wij als alternatief aangegeven het campingdeel (ook 2 ha.) van de gemeente te willen kopen. Door dit perceel dan samen met BPD te ontwikkelen, kunnen de revenuen van de ontwikkeling rechtstreeks in het herstel en versterking van het landgoed gestoken worden. Alleen op die manier zien wij de noodzakelijke aansluiting bij het provinciaal beleid voor ons. De Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en de Provinciale Ruimtelijke Verordening vragen om een kernrandzonevisie om de kwaliteit van de kernranden te verbeteren. Deze visie kan alleen op deze manier ruimte bieden voor (kleinschalige?) rode ontwikkelingen om zo een kostendrager voor de gewenste kwaliteitsverbetering te genereren. De gebiedsvisie zoals die op dit moment voorligt transformeert de camping (deels bebouwd/deels onbebouwd) tot woongebied.

De kwaliteitsontwikkeling voor het campinggebied beperkt zich tot behoud van de bestaande bossen en lanen. Wij vragen ons dan ook af waar de beoogde kwaliteitsverbetering van natuur, recreatie, landschap en cultuurhistorie dan wel terecht komt.

2 – 383245 – Landgoed Dijnselburg Samenvattende vragen Wij zouden samenvattend ieder lid van de gemeenteraad en gedeputeerde staten de volgende vragen willen meegeven: • Waarom wordt de samenhang van het plangebied niet versterkt met de gebiedsvisie? • Waarom instemmen met de beoogde woningbouwontwikkeling op het campingterrein (2 ha. BPD + 2 hectare gemeentegrond) zonder dat er wat verbetert op het landgoed? • Waarom is een intentieovereenkomst voor verkoop gesloten, onder het mom van de opvang van Oekraïners, zonder de raad hiervan in kennis te stellen en andere betrokken partijen hiertoe gelegenheid tot inspraak te geven? Wetende dat het aangaan van deze overeenkomst het proces en de doelen van de gebiedsvisie ondermijnt. • Hoe wordt voorzien in een substantiële duurzame drager voor de beoogde kwaliteitsinvesteringen op het landgoed? • Hoe wordt geborgd dat de opbrengsten uit de ontwikkeling van de camping ook ten goede komen aan kwaliteitsinvestering voor het gehele plangebied? Inhoudelijke opmerkingen Bovenstaande ziet vooral toe op de wijze waarop deze visie tot stand is gekomen en de keuzes die daarbij zijn gemaakt. Inhoudelijk is er ook nog wel wat aan te merken op de visie. Het is merkbaar dat al veel verschillende mensen bij het proces betrokken zijn geweest, hierdoor is de feitelijke kennis van het gebied en de stukken weggelekt.

Wij hebben één paragraaf als voorbeeld beoordeeld (zie bijlage brief) het ontbreekt ons aan tijd en wij achten het niet als onze taak om de gehele gebiedsvisie te corrigeren, aan te vullen en te verbeteren. Wij raden aan deze inhoudelijk nog een keer goed na te kijken en vooral bestaand en visie goed van elkaar te scheiden.

2 – 383245 – Landgoed Dijnselburg

Bijlage: Gedeeltelijke inhoudelijke reactie 3.4 Ecologische waarde De stukjes heide bevinden zich niet in het centrale deel maar juist in het westelijk deel van het plangebied. De dassenburcht ligt niet centraal in het gebied. Deze ligt dichter bij de toekomstige ontwikkeling Huis ter Heide west dan het hoofdgebouw van het landgoed. Zie ook de opmerking over de positie van de burcht bij het kaartbeeld. Ook hiervoor geld dat het voorkomen van vleermuizen en vogels nog niet is vastgesteld in de gebouwen, vooral het voorkomen van vogels is nog allerminst zeker. Het onderzoek waarnaar verwezen wordt is een oriënterend onderzoek naar het mogelijk voorkomen. Het door Ecogroen in opdracht van de gemeente uitgevoerde onderzoek naar de Dassenclan op Dijnselburg is niet betrokken bij het opstellen van de visie. De resultaten hiervan missen in deze visie. Wat in de onderzoeken ook duidelijk naar voren komt is de barrièrewerking van de grote infrastructuur met name de A28 en de Amersfoortseweg een grote invloed heeft op de mogelijkheden voor een verbinding. Kaartbeeld De kaart laat een menging zien van aanwezige, mogelijke en gewenste waarden. Dit werkt verwarrend, want uit de bijschriften en legenda is dit niet overal duidelijk. Afgezien van een onderzoek naar de Das is er nog geen ecologisch onderzoek gedaan naar beschermde soorten.

Er kan dus nog geen uitspraak gedaan worden over de daadwerkelijke waarde, maar hoogstens een vermoedelijke waarde. 1. Er worden 4 monumentale bomen aangeduid. Deze bomen zijn karakteristiek, maar niet monumentaal. Daarnaast zegt dat niets over de ecologische waarde maar is het meer een landschappelijke waarde. 2. Het foerageergebied van de Das is veel groter dan indicatief aangegeven. Het door Ecogroen uitgevoerde onderzoek geeft ook aan dat bij de sporthoek en op het campingterrein periodiek en permanent gefoerageerd wordt. Ook mist een opmerking dat er sprake is van uitwisseling tussen de dassenclan van Vollenhove en die van Dijnselburg. 3. Op de kaart staat “Bosranden en kleine heidepercelen als kwaliteit…” Er zijn op het landgoeddeel geen heidepercelen aanwezig. Daarnaast worden soorten en waarden genoemd die aanwezig kunnen zijn. 4. Op de als akkers aangeduide percelen wordt op dit moment geen maïs geteeld maar zijn ze omgezet naar grasland. 5. Op de kaart staat “Bestaande natuurwaarden in natuurlijke bossen” het betreffen hier geen natuurlijke bossen, het zijn productiebossen met verschillende vakken van bijvoorbeeld gewone beuk, Douglasspar en Amerikaanse eik. Dit kun je niet een natuurlijk bos noemen. De vervolgens genoemde soorten kunnen aanwezig zijn, vooral voor de boommarter en hazelworm is dat nog niet zeker.

Dit geldt ook voor het hoofdgebouw, er is een potentie uitgesproken maar nog geen onderzoek 6. De locatie van de hoofdburcht is niet correct weergegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14474031/1