23VRAAG037 Mogelijke vergunning discotheek 2e dorpsstraat
Tekst van het document
Nummer vraag Datum vraag Datum beantwoording Datum raad
: : :
23VRAAG037 7 juli 2023
Zaaknummer
FORMULIER (BEANTWOORDING) RAADSVRAGEN
Soort Vragensteller Onderwerp
: : :
Schriftelijk te beantwoorden David Tompot en Chimène van Lunteren (SP) Mogelijke vergunning discotheek 2e dorpsstraat
Geacht college, Op 25 mei jl. vond een informatiebijeenkomst plaats over de mogelijke komst van een discotheek in Zeist. Omwonenden van de locatie (2e Dorpsstraat 50) waar de discotheek straks mogelijk geopend zou worden, konden vragen stellen aan ambtenaren betrokken bij de procedure voor het beoordelen van de vergunningaanvraag van de ondernemers van de discotheek van Club Backstreet. Op een groot aantal vragen van omwonenden is op een later moment schriftelijk antwoord gegeven. Hiervan heeft de SP ook kennis genomen. Toch heeft de SP op ander vlak nog wel vragen over de mogelijke opening van deze discotheek in onze gemeente. 1. Om te beginnen met de laatste stand van zaken. De Zeist Centrum Stuurgroep had eerder verzocht om een gesprek met de burgemeester, waarvoor dan ook ondernemers van de discotheek zouden worden uitgenodigd. Heeft het college dit verzoek ook geaccepteerd, om met omwonenden en ondernemers van de discotheek het gesprek aan te gaan? En zo ja, heeft dit gesprek ook wat opgeleverd, of moet het nog plaatsvinden? Zo nee, waarom niet? 2.
Wat is de laatste stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van de vergunningaanvraag (en eventueel aanvullende documentatie/onderzoeken) zoals deze door de ondernemers van Club Backstreet eerder is ingediend? • Indien deze aanvraag is afgewezen: op welke grond(en) is dat dan geschied? Is de komst van deze discotheek, ook op een later moment, dan nog mogelijk of niet? • Indien de beoordeling van deze aanvraag nog niet is afgerond of de beslissing nog is uitgesteld: graag ook dan nadere toelichting. De volgende vragen (3 t/m 7) gaan uit van de situatie dat de gemeente Zeist positief zal beslissen (of reeds positief heeft beslist) op de hierboven aangehaalde vergunningaanvraag. 3. Wat is het maximum aantal bezoekers dat Club Backstreet straks mag ontvangen? Is dat vergelijkbaar met de maximum bezoekersaantallen van De Koets in het verleden? 4. Wordt de discotheek, bij opening en daarna, ook onderworpen aan een (periodieke) inspectie op het gebied van brandveiligheid? Zo nee, waarom niet? 5. In hoeverre voorziet de gemeente voor de bezoekers van Club Backstreet voor extra parkeergelegenheid en fietsrekken? Of wordt vooral ingezet op afbakening van zones langs en grenzend aan de 2e Dorpsstraat waar bezoekers (ook van andere gelegenheden) niet mogen parkeren? En indien dit laatste het geval is, wordt hier dan ook op gehandhaafd? 6.
Uit een vraag gesteld door de SP tijdens de Algemene Beschouwingen over de wenselijkheid om meer boa’s in te zetten voor het centrumgebied, in het bijzonder gedurende de late uren van openstelling en direct na sluitingstijd van de discotheek, bleek dat het college geen directe aanleiding ziet om specifiek voor deze nachthoreca meer boa’s in te zetten. Het college zou er voor kiezen om met de ondernemers tot specifieke afspraken te komen om de overlast van grote aantallen bezoekers na sluitingstijd te beperken. In hoeverre is het mogelijk om als gemeente voor bepaalde horecagelegenheden afspraken te maken die tot doel hebben het aantal inkomende en vertrekkende bezoekers vanaf een bepaald tijdstip in enige mate te 'reguleren'? Bijvoorbeeld om te vermijden dat op een drukke zaterdagnacht alle bezoekers na sluitingstijd gelijktijdig op straat komen?
7. In de gemeente Bunnik is lange tijd een discotheek gevestigd geweest op een bedrijventerrein aan de A12 snelweg. Uit de schriftelijke antwoorden op de vragen over Club Backstreet blijkt dat de gemeente Zeist maar één locatie heeft waar een horeca-gelegenheid van de zwaarste categorie (cat. 5) mogelijk is, namelijk de locatie waar Club Backstreet zich zou gaan vestigen. Hadden we in Zeist een discotheek ook niet beter plek kunnen geven op een bedrijventerrein, zoals andere gemeentes, als Bunnik, hebben gedaan? Is hier in het verleden wel eens onderzoek naar gedaan? 8. Kan de omzetting van bestaande bestemmingsplannen naar een groot Omgevingsplan, in de komende jaren, niet ook benut worden om opnieuw te kijken naar de geschiktheid van bestaande locaties van zware horeca (cat. 4 en 5) aan bepaalde straten/uitvalswegen, om voor deze zware horeca, waar dit tot grote overlast leidt, ruimte te bieden op bijvoorbeeld bedrijventerreinen? 9. Voor sommige categorieën van ondernemingen, zoals bankfilialen, is geen uitsterfbeleid nodig om ze te laten verdwijnen, waar voor andere een uitsterfbeleid niet een adequaat middel lijkt te zijn om het voortbestaan hiervan op bepaalde locaties op termijn te kunnen beëindigen.
Daarbij is onduidelijk om welke redenen de gemeente ooit heeft gekozen voor een uitsterfbeleid (zoals blijkt uit de antwoorden op de vragen die Zeist Centrum Stuurgroep hierover had gesteld), maar heeft dit beleid onder inwoners wel verwachtingen gewekt die niet kunnen worden ingelost. Moeten we als gemeente niet het uitsterfbeleid grondig tegen het licht houden, als ook de uitwerking van dit beleid voor zowel inwoners als ondernemers niet meer navolgbaar is? David Tompot en Chimène van Lunteren SP Zeist