23VRAAG024 Beantwoording (11-05) raadsvragen SP over toekennen woonurgentie
Tekst van het document
Nummer vraag Datum vraag Datum beantwoording Datum raad
: : :
23VRAAG024 06 april 2023 11 mei 2023 23 mei 2023
Zaaknummer 184564
FORMULIER (BEANTWOORDING) RAADSVRAGEN
Soort Vragensteller Onderwerp
: : :
Schriftelijk te beantwoorden David Tompot (SP) Toekennen woonurgentie
Geacht college, Sinds begin van dit jaar hebben al diverse mensen die dakloos dreigden te raken of dat feitelijk al waren contact gezocht met de SP-raadsfractie in hun wanhopige zoektocht naar een woning in onze gemeente en woonregio. In de gevallen die het betreft, waar de achterliggende oorzaken overigens heel uiteenlopend zijn, heeft de gemeente Zeist het verzoek tot urgentie afgewezen en bij een dossier, waar mogelijk een dezer dagen uitsluitsel over komt, is het ook nog maar zeer de vraag of de aangevraagde woonurgentie zal worden toegewezen. Omdat deze vragen openbaar zijn, kan de SP hier verder geen details geven om de zaken waar het hier om gaat. Maar de commissie die namens de burgemeester de aanvragen voor woonurgentie behandelt, zal bekend zijn met de dossiers op dit onderwerp die voor de SP nu aanleiding vormen tot het stellen van de volgende vragen. 1.
Kan het college aangeven hoeveel aanvragen voor woonurgentie in de periode 2019 tot en met 2022 zijn gedaan?
Reactie: Over de periode 2019 t/m 2022 zijn er 193 aanvragen ingediend. Dit komt neer op ongeveer 48 aanvragen per jaar. 2.
Hoeveel van deze aanvragen zijn afgewezen, en welk aantal heeft geleid tot het toekennen van urgentie voor het zoeken naar een huurwoning?
Reactie: Er zijn over deze periode 79 woonurgenties toegekend. Dit zijn ongeveer 20 toekenningen per jaar. Daarmee is ongeveer 41% van de aanvragen gehonoreerd. Er zijn over deze periode 97 aanvragen afgewezen op inhoudelijke gronden. Dit zijn gemiddeld 24 afwijzingen per jaar. Ongeveer 50% van de aanvragen is dus afgewezen. Daarnaast werden aanvragen op formele gronden afgewezen omdat er bijvoorbeeld uiteindelijk onvoldoende informatie werd aangeleverd voor een behandeling of een verkeerde aanvraag was ingediend. In sommige gevallen verviel de aanvraag omdat de aanvrager ondertussen zelf een woning had gevonden. Over de gevraagde periode ging het in deze categorie om 17 aanvragen, ongeveer 4 aanvragen per jaar. 3.
Wordt de termijn (van acht weken) waarbinnen op een aanvraag voor woonurgentie moet worden beslist, ook altijd gehaald? Zo nee, wat zouden hier dan mogelijke oorzaken van het niet halen van de beslistermijn kunnen zijn en welke verbeteringen zouden dan mogelijk zijn?
Reactie: Over het algemeen werden aanvragen binnen 8 weken afgehandeld. Soms was deze termijn verlengd omdat bijvoorbeeld nader (medisch) onderzoek nodig was of omdat de aanvrager nog aanvullende informatie moest aanleveren.
4.
Kan het college nader specificeren welke gronden doorslaggevend zijn geweest bij de toekenning van woonurgentie? Of worden alle inhoudelijke voorwaarden waaraan bij een aanvraag voor woonurgentie voldaan moet worden, even zwaar gewogen?
Reactie: Het merendeel van toekenningen voor woonurgentie is gebeurd op medische gronden. Overige gronden kwamen ongeveer even veel voor. In het algemeen worden alle inhoudelijke voorwaarden even zwaar gewogen.
5.
Doorgaand op vraag 4: kan het college de over de jaren 2019 tot en met 2022 toegekende aanvragen voor woonurgentie ook uitsplitsen naar de gronden waarop geïndiceerd kan worden, zoals deze zijn omschreven in artikel 2.5.1. van de Huisvestingsverordening?
Reactie: De gronden van deze toekenningen worden wel geadministreerd, maar niet naar categoriëen in rapportages vastgelegd. In vraag 4 is het algemene beeld van de behandelaar weergegeven. 6.
Bij welk aantal aanvragen over 2019 – 2022 die op grond van een van of meer voorwaarden niet toegewezen had kunnen worden, is uiteindelijk met succes een beroep gedaan op de hardheidsclausule?
Reactie: In de periode 2019 tot en met 2022 zijn 8 woonurgenties toegekend op grond van de hardheidsclausule. Ongeveer 4% van het aantal aanvragen. 7.
Indien gebruik wordt gemaakt van de hardheidsclausule: geschiedt dit dan bij eerste aanvraag, zodra duidelijk is dat niet aan alle voorwaarden voldaan wordt, of kan dit pas gedaan worden zodra een beslissing is genomen op de aanvraag? En ligt het initiatief dan altijd bij de aanvrager zelf om gebruik te maken van de hardheidsclausule? Zo ja, wordt dit dan ook als nieuwe aanvraag beschouwd, en daarmee ook opnieuw het bedrag geïnd voor de behandeling van de aanvraag voor woonurgentie?
Reactie: Bij de beoordeling van een aanvraag wordt ook nagegaan of de hardheidsclausule eventueel van toepassing kan zijn als deze aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden. Het initiatief om toekenning op grond van de hardheidsclausule te adviseren ligt bij de urgentiecommissie.