23RV059 Bijlage 1 - RIB23.083 Rekenkamerrapport Energietransitie (inclusief bestuurlijke reactie)
Tekst van het document
Huiseigenaren Voor deze groep zijn de kosten en baten van het verduurzamen van een woning beide direct te voelen. Maatregelen die ‘onder de streep’ geld opleveren zijn daardoor aantrekkelijk voor deze doelgroep. Er bestaat geen grootschalige centrale coördinatie voor het verduurzamen van koopwoningen. Binnen deze groep vindt op kleinere schaal wel coördinatie plaats via bewonersinitiatieven en vve’s.
•
Sociale huurders (woningcorporatie) De woningen van sociale huurders worden centraal beheerd vanuit de woningcorporatie. Hierdoor is het mogelijk om met één partij afspraken te maken over de verduurzaming van honderden woningen. De huurder profiteert van deze verduurzaming via een lagere energierekening en meer wooncomfort. Medewerking van huurders kan echter niet voor lief worden genomen. Om deze doelgroep te bereiken en draagvlak te creëren zijn gerichte acties nodig.
•
Particuliere huurders Deze groep heeft een aantal eigenschappen die verduurzaming mogelijk bemoeilijken. Ten eerste zijn de kosten en baten van het verduurzamen van een woning verdeeld over huurder en verhuurder (het ‘split incentive dilemma’). Ten tweede is er geen centraal coördinerend orgaan aanwezig voor deze groep (zoals een woningcorporatie). Acties gericht op particuliere huurders zullen hiervoor een oplossing moeten bieden om effectief te zijn.
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
20
Tabel 3.1
Overzicht van acties en doelgroepen uit de actielijn Warme wijken in de Routekaart 2022
Actielijn Warme wijken Beschrijving actie
Doelgroep
Inzet op energiebesparing door Mijn Groene Huis (MGH) als
Inwoners algemeen
energieloket voor huiseigenaren en huurders MGH campagne 'Heel Zeist Isoleert': collectieve inkoop isolatie
Huiseigenaren
MGH campagne 'Omlaag die meter': tips en cadeaubonnen om energie
Inwoners algemeen
te besparen MGH campagne: 'CV op dieet': CV temperatuur omlaag zetten om
Inwoners algemeen
energie te besparen MGH campagne: 'Mijn Groene Vve': evalueren en ondersteunen van Vve
Huiseigenaren
plannen Opzetten van een ESCo17 d.m.v. een prestatiecontract: risico
Inwoners algemeen
verplaatsen naar collectieve instantie Met makelaars, architecten etc. integraal duurzaamheid in nieuwe
Makelaars, architecten,
(verbouwde) huizen aankaarten
installateurs, aannemers
Gericht isoleren van huizen met een slecht energielabel (E, F, G)
Inwoners met max inkomen tot 290% van sociaal minimum
Ondersteuning bieden aan allerlei inwonersinitiatieven
Inwonersinitiatieven
Organiseren van grotere buurtbrede projecten (zoals warmtenetten).
n.v.t.
Buurten Den Dolder en Vollenhove op korte termijn Restwarmte onderzoek uit Remia (Den Dolder) en RWZI (Zeist West)
n.v.t.
energiearmoede identificeren, voorkomen en gerichte maatregelen
Inwoners onder de
nemen om mensen te helpen
energiearmoedegrens
Gerichte hulp en subsidie (op meerkosten) voor verduurzaming van
Huiseigenaren van
panden met monumentstatus
monumentpanden
Faciliteren voor extra fondsen waar landelijke subsidies en leningen
Inwoners algemeen
tekort schieten. Bron: Ecorys
17
Energy Service Company
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
21
Tabel 3.2
Overzicht van acties en doelgroepen uit de actielijn Duurzame bronnen in de Routekaart 2022
Actielijn Duurzame bronnen Beschrijving actie
Target doelgroep
MGH campagne 'Zon op Zeist': collectieve inkoop zonnepanelen
Inwoners algemeen
Met woningcorporaties, projectontwikkelaars en bedrijven onderzoeken
Huiseigenaren (met geschikt
we wat nodig is om slim en maximaal gebruik te maken van daken,
dak)
zodat meer energie wordt opgewekt dan nodig is voor eigen verbruik ondersteunen van bewoners in het optimaal benutten van hun dak: voor
Huiseigenaren (met geschikt
groen, zon en isolatie
dak)
Zonnepanelen en wind op publieke grond (zon op overkapping A28,
n.v.t.
wind in omgeving A28) Vervolgonderzoek aardwarmte
Sociale huurders (woningcorporatie)
We leveren onze bijdrage aan RES 2.0 (2023) en RES 3.0 (2025)
n.v.t.
Aan de hand van enkele pilots wordt samen met de energiecoöperatie
Inwoners algemeen
18
DECZ een goede lokale aanpak voor financiële participatie opgezet Eerste stappen kleinschalige collectieve warmteopslag
Sociale huurders (woningcorporatie)
Monitoren van vernieuwingen en opkomende technologie als aanvulling
n.v.t.
voor toekomstige routekaarten Bron: Ecorys
Tabel 3.1 en 3.2 laten zien dat veel van de acties breed genoeg zijn opgezet om alle inwoners van Zeist eraan deel te kunnen laten nemen. Een groot deel van de acties is specifiek gericht op huiseigenaren. Enerzijds is dit logisch, aangezien het merendeel (52%) van de woningen in Zeist een koopwoning is. Anderzijds laat figuur 3.1 zien dat huiseigenaren gemiddeld over een hoger inkomen bezitten dan huurders, waardoor deze groep zonder hulp al meer zou kunnen doen aan verduurzaming dan huurders. Deze groep blijkt goed bereikbaar te zijn, mede door een merkbare drive voor verduurzaming. De actielijnen bevatten een aantal acties die specifiek zijn gericht op huurwoningen. Deze acties zijn op hun beurt weer voornamelijk gefocust op de hoogbouw in bezit van woningcorporaties, vanwege de schaalvoordelen die dit met zich meebrengt. In samenwerking met de woningcorporaties worden de huizen van sociale huurders bereikt. Dit is in potentie genoeg om de doelstellingen te halen. Om de huurders zelf te bereiken is een andere aanpak nodig dan nu in de actielijnen beschreven staat. Opvallend is een blinde vlek in de actielijnen voor particuliere huurders. Deze groep is in staat om deel te nemen aan het scala van algemene acties, maar er zijn geen acties specifiek gericht op deze doelgroep. Particuliere huurders blijken uit evaluaties van de vorige acties een lastig bereikbare groep.
18
De gemeente Zeist
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
22
3.5
Benodigde bijsturing als gevolg van de energiecrisis Als gevolg van de oorlog in Oekraïne zijn de energieprijzen vorig jaar sterk gestegen. In 2022 waren de prijzen voor een kuub aardgas of een kWh elektriciteit (exclusief opslagen) meer dan vier keer zo hoog als het jaar ervoor19. Hierdoor steeg de energierekening voor vele huishoudens met honderden euro’s per maand. Deze hoge energieprijzen werken daarnaast door in hogere prijzen voor andere goederen en diensten, zoals voedsel en brandstof. Veel huishoudens met een laag inkomen zijn daardoor in financiële problemen gekomen. Deze huishoudens wonen relatief vaak in oudere huizen met een lagere isolatiestandaard, waardoor ook hun energielasten relatief hoog zijn. Zij zouden dan ook gebaat zijn bij investeringen in isolatie en aardgasvrije warmtetechnieken om hun energierekening te verlagen. Zij beschikken zelf echter niet over de financiële middelen om dergelijke investeringen te doen. De Rijksoverheid stelt middelen beschikbaar (in de vorm van subsidies of leningen) om huishoudens bij het verduurzamen te ondersteunen. Het aantal aanvragen voor dergelijke ondersteuning is als gevolg van de energiecrisis ook sterk gestegen. Huishoudens met lage inkomens, die het meeste baat hebben bij verduurzaming, worden vaak echter niet bereikt met deze middelen.
Zij hebben onvoldoende spaargeld en leenruimte om investeringen te financieren of lopen aan tegen onhaalbare voorwaarden, zoals de verplichting om meerdere maatregelen tegelijk te nemen en de plicht om het investeringsbedrag zelf voor te schieten. De energiecrisis heeft dus een verschillend effect op verschillende groepen burgers. Voor huishoudens met voldoende middelen zijn de gestegen prijzen een extra stimulans om actie te ondernemen en hun woning te verduurzamen. Andere huishoudens komen juist klem te zitten: hun energierekening stijgt en verduurzaming is buiten bereik. Als de gemeente de negatieve gevolgen van de energiecrisis wil beperken, vraagt dit om bijsturing van het beleid. Daarvoor moeten huishoudens in de problemen geïdentificeerd worden en moet er contact met hen gelegd worden. Vervolgens zijn er financiële regelingen nodig die verduurzaming voor deze huishoudens financieel haalbaar maken. Tot slot moeten huishoudens beschikken over voldoende ‘doenvermogen’. Verduurzaming vraagt om tijd, kennis en regelvermogen van bewoners. Waar deze ontbreken, komt verduurzaming niet van de grond tenzij de gemeente een deel van het werk uit handen neemt.
De gemeente heeft via de Stichting Energie Zeist en haar gedifferentieerde communicatieaanpak een groot bereik onder haar inwoners en de ontzorgingsvisie die is ontwikkeld voor de actielijn Warme wijken is erop gericht om inwoners werk uit handen te nemen. De gemeente heeft dus al belangrijke stappen genomen om de gevolgen van de energiecrisis te beperken. Wat nog ontbreekt is een financiële regeling die verduurzaming voor alle huishoudens financieel binnen bereik brengt.
19
CBS (2023), gemiddelde energietarieven voor consumenten, link
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
23
4
Haalbaarheid van de ambities
4.1
Onderzoeksperspectief op haalbaarheid Of de gemeente Zeist haar doelstellingen voor 2030 en 2050 tijdig realiseert, heeft zij niet volledig in eigen hand. Zij is daarvoor deels afhankelijk van partijen waar zij mee samenwerkt en deels van maatschappelijke ontwikkelingen waar zij geen of weinig invloed op heeft. Een nuttig concept om dit onderscheid helder te maken zijn de cirkels van controle, invloed en betrokkenheid. De gemeente heeft volledige controle over het eigen beleid en de acties die zij op basis daarvan neemt. Zij heeft invloed op de partijen waarmee zij samenwerkt, zoals de Stichting Energie Zeist, woningcorporaties en op het gedrag van haar eigen inwoners. Tot slot is zij betrokken bij factoren die zij niet kan beïnvloeden, zoals de ontwikkeling van de energieprijzen en de aanwezigheid van natuurlijke hulpbronnen op haar grondgebied zoals aardwarmte.
Binnen de context van dit onderzoek beschouwen wij de doelstellingen van de gemeente als haalbaar wanneer zij zelf voldoende acties onderneemt met een reële kans van slagen, zij voldoende invloed uitoefent op andere partijen om hen ook voldoende kansrijke acties te laten ondernemen en er geen (niet beïnvloedbare) factoren aanwezig zijn of voorzien worden die realisatie van de doelstellingen blokkeren. Haalbare doelstellingen bieden dus geen garantie op succes en omgekeerd kunnen doelstellingen die op dit moment onhaalbaar lijken door onverwachte meevallers alsnog gerealiseerd worden. Veel acties van de gemeente bevinden zich op dit moment nog in een verkennend stadium. Als in de praktijk is gebleken wat werkt en wat niet, zullen sommige acties worden opgeschaald en andere beëindigd. Ook zullen er aanvullende acties genomen moeten worden. Het is op dit moment daarom niet mogelijk om op basis van de verwachte resultaten van individuele acties te kijken of de doelstellingen haalbaar zijn. Daarom kijken wij in dit onderzoek per actielijn naar het totaalpakket aan geformuleerde acties en analyseren wij 1) of deze als geheel voldoende potentieel hebben om de doelstellingen te behalen, 2) of het aannemelijk is dat dit potentieel tijdig gerealiseerd wordt en 3) welke barrières zich daarbij voordoen en in hoeverre de gemeente deze kan wegnemen.
Daarbij onderscheiden wij zaken waar de gemeente wel of geen controle over heeft, zoals hierboven besproken. Ook reflecteren wij op de formulering en uitwerking van de doelen zelf.
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
24
4.2
Haalbaarheid, actielijn Warme wijken
4.2.1 Bepaling passende subdoelstelling Huishoudens verbruiken hoofdzakelijk twee soorten energie: warmte (voornamelijk uit aardgas) en elektriciteit. Ongeveer 80% van het energieverbruik van huishoudens vindt plaats in de vorm van warmte en 20% in de vorm van elektriciteit. De actielijn Warme wijken focust zich volledig op energiebesparing. Een subdoelstelling voor duurzame opwek wordt buiten beschouwing gelaten. De Routekaart 2022 stelt dat 42% van het energieverbruik in Zeist uit huizen komt, waarvan het merendeel (~80%) uit (aardgas)verwarming. De benodigde acties zullen zich dus primair focussen op energievraag voor verwarming. Op basis hiervan is de sub-doelstelling berekend. De subdoelstelling warmteverbruik binnen de actielijn Warme wijken is een fractie van de totale doelstelling, op basis van het aandeel energieverbruik van woningen (42% van totaal) en het aandeel van verwarming in het totale energieverbruik (80% van energieverbruik woningen).20 De formule voor het berekenen van de subdoelstelling is als volgt. Subdoelstelling energieverbruik, verwarming woningenjaar X = Algemene doelstelling energieverbruikjaar x * 42% * 80% Elektriciteitsverbruik betreft zo’n 20% van het energieverbruik van huishoudens in Zeist 21. Elektriciteit krijgt minder aandacht in de actielijn.
Voor het bepalen van de haalbaarheid van de doelstelling is echter wel een prognose nodig van de ontwikkeling van het elektriciteitsverbruik door huishoudens. De routekaart bevat geen doelstelling voor de reductie van het elektriciteitsverbruik door huishoudens. Het is aannemelijk dat het elektriciteitsverbruik juist zal toenemen, omdat een deel van het aardgasverbruik wordt omgezet naar elektriciteitsverbruik. De subdoelstelling voor het elektriciteitsverbruik wordt in deze analyse daarom in eerste instantie op dezelfde manier als voor warmte. Daarna wordt bekeken of de totale doelstelling (voor warmte en elektriciteit samen) behaald wordt, rekening houdend met eventuele substitutie-effecten. In 2020 bedroeg het elektriciteitsverbruik van woningen in Zeist zo’n 80 GWh. Uit de onderstaande formule volgt dat in 2030 het elektriciteitsverbruik van huishoudens gedaald moet zijn naar 70 GWh per jaar, en in 2050 naar 51 GWh per jaar. Figuur 4.1 geeft een overzicht van de doelen die aan de actielijn Warme wijken zijn toegewezen. Sub-doelstelling energieverbruik, elektriciteitsverbruik woningen jaar X = Algemene doelstelling energieverbruikjaar x * 42% * 20%
20 21
Duurzaamheidsmonitor (2022), link Duurzaamheidsmonitor (2022), link
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
25
Figuur 4.1
Doelstellingen voor de actielijn Warme wijken
Bron: Ecorys, Routekaart 2022
Zeist van het aardgas af Naast de doelstellingen voor energieverbruik en energieopwekking is Zeist tegelijkertijd bezig om van het aardgas af te gaan. In 2050 moeten alle gebouwen in Zeist van het aardgas af zijn. Hiervoor is in de Transitievisie Warmte een uitvoeringsstrategie opgesteld. De verbruiksdoelstelling in de actielijn Warme wijken maakt echter geen onderscheid tussen soorten energie. Een huishouden dat omschakelt van aardgas naar (dezelfde) hoeveelheid elektriciteit heeft bijvoorbeeld geen effect op het behalen van de doelstellingen van de actielijn Warme wijken. Omdat de doelstelling van de actielijn Warme wijken geen onderscheid maakt tussen soorten energie, kan de transitie naar aardgasvrij niet als doel in de haalbaarheidsanalyse worden meegenomen. De analyse in dit rapport beperkt zich tot maatregelen die de absolute hoeveelheid energieverbruik kunnen verminderen. Uiteraard zullen deze maatregelen in de tijd tegelijk plaatsvinden met de aardgastransitie. Er zijn daardoor raakvlakken tussen maatregelen die het energieverbruik verminderen en maatregelen die worden ingezet om van het aardgas af te gaan. Een voorbeeld hiervan is het inzetten van een warmtepomp.
4.2.2 Potentieel van de acties Warmte Zoals eerder vernoemd zal de actielijn Warme wijken de doelen grotendeels moeten behalen met het verduurzamen van woningen. De acties zijn hoofdzakelijk gericht op het realiseren van deze verduurzaming. De Transitievisie Warmte Zeist (TVW) (2021) heeft reeds het economisch rendabele verduurzamingspotentieel voor het isoleren van bestaande woningen onderzocht, zie figuur 4.2. De TVW neemt zowel de huidige energielabels als het bouwjaar van de huizen mee. Voor huizen zonder energielabel is een inschatting gemaakt op basis van het bouwjaar. Het rapport concludeert dat woningen in Zeist gemiddeld hun verbruik kunnen reduceren met 29% door te isoleren (105 GWh reductie).
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
26
Naast isoleren kan het energieverbruik ook worden verminderd door efficiëntere warmtetechnieken toe te passen. De TVW stelt dat het installeren van hybride warmtepompen bij (60% van de) woningen de energievraag voor warmte met een additionele 30% kan reduceren.22 Deze warmtepompen kunnen alleen gebruikt worden in huizen die isoleren tot minimaal een label D. Figuur 4.2
Economisch rendabele labelstappen o.b.v. isolatie
Bron: Transitievisie Warmte 2021
Voor een overzicht van de concrete verduurzamingsmogelijkheden zijn de verduurzamingspotentiëlen uit de TVW gebruikt in combinatie met data van het huidige energieverbruik23. Figuur 4.3 geeft de resultaten hiervan weer. De figuur laat het opgesomde effect zien van de verduurzaming van alle woningen met een bepaald energielabel, te beginnen met de laagste labels. De linkerstaaf in de grafiek representeert de energiebesparing door enkel isolatiemaatregelen. Bij de rechterstaaf wordt voor de huizen met een voormalig label D t/m A naast isolatie ook een warmtepomp geïnstalleerd. De doelstellingen voor 2030 zijn potentieel haalbaar door enkel te isoleren. De doelen van 2050 zijn dat niet. Hiervoor zal ook ingezet moeten worden op het installeren van efficiënte warmtetechnieken zoals een warmtepomp. Figuur 4.3
Verduurzamingspotentieel van woningisolatie in Zeist tot 2050
Bron: Ecorys
22 23
Warmtepompen zijn alleen effectief in huizen die al goed geïsoleerd zijn CBS (2022), link
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
27
Elektriciteit Veel verschillende soorten apparaten gebruiken elektriciteit. Dit maakt het voorspellen van het gebruik lastig, aangezien het aanschaffen of wegdoen van één apparaat grote gevolgen kan hebben voor het elektriciteitsverbruik. Om deze reden is er gekozen voor een kwalitatieve analyse van de ontwikkeling van het elektriciteitsverbruik. Om een indruk te geven van de verduurzamingsopgave laat tabel 4.1 voor enkele apparaten het stroomverbruik zien. Op basis van de tabel zijn enkele observaties te maken voor het toekomstige elektriciteitsverbruik van woningen in Zeist. •
Huishoudelijke apparaten die (bijna) constant aanstaan zoals verlichting en koelkasten dragen significant bij aan het elektriciteitsverbruik. Mijn Groene Huis zet zich reeds in op het verduurzamen van deze categorie door bv. inwisselacties waarbij inwoners gloeilampen kunnen inruilen voor ledlampen.
•
Elektrificatie zal het elektriciteitsverbruik op het niveau van huishoudens laten stijgen. Elektrificatie laat het elektriciteitsverbruik van huishoudens op meerdere vlakken stijgen. Dit kan bijvoorbeeld komen door thuis opladen van elektrische auto’s. Dit verhoogt het verbruik van een huishouden met meer dan 50%. Een warmtepomp zorgt voor meer dan een verdubbeling van het elektriciteitsverbruik.
•
Elektrificatie zal het energieverbruik op het niveau van heel Zeist laten dalen. Als gevolg van elektrificatie zal het totale energieverbruik van de gemeente Zeist afnemen. Apparaten zoals elektrische auto’s en warmtepompen zijn namelijk efficiënter dan hun fossiele voorgangers. Hierdoor neemt het totale energieverbruik af. Zo zorgt een switch naar elektrisch vervoer ervoor dat de vermindering van de energievraag aan de benzinepomp groter is dan de toename van de energievraag aan de laadpalen.
•
Eigen elektriciteitsopwekking is gemiddeld groter dan het verbruik. De elektriciteitsopbrengst van de zonnepanelen op een gemiddeld dak is groter dan het gemiddelde verbruik van een woning. Het is daardoor aannemelijk dat een toenemend deel van de huizen op jaarbasis een negatief stroomverbruik heeft. De opgewekte stroom uit zonnepanelen wordt in de routekaart echter bij de actielijn Duurzame bronnen meegerekend. Hoewel de elektriciteitslevering door het elektriciteitsnet dus zal afnemen, neemt het bruto elektriciteitsverbruik van een woning juist toe. Deze toename is het gevolg van de opkomst van energieintensieve apparaten zoals elektrische auto’s en airco’s.
Tabel 4.1
Referentiewaardes van jaarlijks elektriciteitsverbruik 24 25 26 27 28 Jaarlijks verbruik (kWh/jaar)
24 25 26 27 28 29
Jaarlijkse opwek (kWh/jaar)
Gemiddeld huishouden
2.500
-
Koelkast + losse vriezer
520
-
Verlichting
390
-
Laptop / PC
150-300
-
Inductiekookplaat29
180
-
Airco, hele huis
500
-
CBS (2022), link Milieucentraal, link, link Vattenval (2021), link Innova energie (2022), link Consumentenbond (2022), link N.B. inductiekookplaten zijn significant efficiënter dan koken op aardgas. Een gaskookplaat verbruikt zo’n 360 KWh per jaar.
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
28
Jaarlijks verbruik (kWh/jaar)
Jaarlijkse opwek (kWh/jaar)
Thuisladen elektrische auto
1.500
-
Volledig elektrische warmtepomp31
3.200
-
10 Zonnepanelen (gemiddeld dak)
-
3.200
30
32
4.2.3 Tijdigheid van acties De snelheid van verduurzaming is de grootste factor van onzekerheid voor het behalen van het resultaat. Om het doel voor warmteverbruik van 2030 met isolatie te halen33 moeten aldus figuur 4.3 bijna alle woningen met een label C of lager worden verduurzaamd. Dit komt neer op zo’n 2.100 verduurzamingen per jaar in de periode 2020-2030. Door tijdens de verduurzaming bij bepaalde huizen een warmtepomp te installeren neemt de toegevoegde waarde per verduurzaming toe, waardoor het absolute aantal verduurzamingen daalt naar zo’n 1.500 per jaar. Afhankelijk van de mogelijkheden in de praktijk is de bandbreedte voor de benodigde snelheid dus 1.500 tot 2.100 woningen per jaar. N.B. de bandbreedte is de benodigde snelheid bij deze specifieke doorgerekende aanpak, op basis van verduurzamingen uit de TVW (aangevuld met warmtepompen), beginnend bij de slechtst geïsoleerde huizen. Dit benodigde tempo (1.500 tot 2.100 woningen per jaar) is relatief hoog. De TVW projecteert voor het afsluiten van huizen van het gasnet een maximumsnelheid van 1.400 woningen per jaar.34 Het geplande tempo ligt tot 2026 echter aanzienlijk lager, op 400 woningen per jaar. Het klimaatakkoord zet in op het verduurzamen van 300.000 woningen per jaar.
Verdeeld op basis van het aantal huizen35 komt dit in de gemeente Zeist neer op 1.100 verduurzamingen per jaar, wederom ruim lager dan de ondergrens van de bandbreedte.
4.2.4 Conclusie Warmte De verduurzamingsacties uit de TVW zijn in theorie voldoende om de doelstellingen voor de energievraag uit warmte te behalen. Uit de technische analyse is geconcludeerd dat het energieverbruik met betrekking tot warmte van huishoudens in Zeist zal krimpen in de periode tot 2030. De middelen om deze verduurzamingsacties uit te voeren zijn bekend (isoleren, warmtepompen etc.). Hierdoor is het qua technische opties duidelijk wat er gedaan moet worden voor 2030 en 2050. De TVW laat tevens economisch rendabele verduurzamingsopties zien. Door ook economisch onrendabele verduurzamingen uit te voeren is het technisch mogelijk om meer te energie te besparen met minder individuele verbouwingen, wat de haalbaarheid vergroot. De benodigde snelheid is waar de haalbaarheid vastloopt. De vastgestelde bandbreedte van 1.500 tot 2.100 huizen per jaar valt buiten de range van vergelijkbare verduurzamingsplannen. Zonder een ingrijpende versnelling ligt het behalen van de doelen voor 2030 daarom buiten bereik.
30 31
32 33
34 35
O.b.v. een gemiddeld verbruik van 15 kWh per 100 km en 10.000 km per jaar N.B. verwarming met een warmtepomp is significant efficiënter dan gasgebaseerde verwarming. Een gemiddelde woning met gasverwarming gebruikt gemiddeld 35 GJ (9.800 KWh) per jaar O.b.v. 10 panelen van 350Wp per stuk Gegeven het huizenbestand uit figuur 4.2 en de aanname dat de slechtst geïsoleerde huizen het eerst worden verduurzaamd TVW Zeist (2021), link In Zeist staan ongeveer 0.38% van de huizen in Nederland
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
29
Elektriciteit Het elektriciteitsverbruik van woningen staat aan het begin van een grote verandering. Door de populariteit van zonnepanelen zal een groot deel van de huizen in Zeist in de toekomst energieneutraal zijn of netto elektriciteit produceren. Tegelijkertijd zorgt de opkomst van elektrische auto’s en thuisladen voor een stijging van de elektriciteitsvraag van huizen. Ook zorgen gedragsveranderingen zoals thuiswerken voor een toename van het verbruik. Binnen de grenzen van de actielijn Warme wijken kan de opgewekte elektriciteit uit zonnepanelen niet meegenomen worden, aangezien deze in de actielijn Duurzame bronnen is meegenomen. Om deze reden is de verwachting dat het elektriciteitsverbruik (excl. warmte-opwekking) van huishoudens in Zeist zal stijgen in de periode tot 2030. Totaal Uit de analyse en de bovenstaande paragrafen wordt de doelstelling voor de actielijn Warme wijken voor 2030 als niet haalbaar ingeschat. Er zijn voldoende effectieve maatregelen beschikbaar, maar het benodigde tempo ligt te hoog. Ook om de doelstelling voor 2050 te behalen is dit hoge tempo noodzakelijk. Over een dergelijke tijdsspanne zijn er echter nog wel mogelijkheden om het tempo te verhogen.
4.2.5 Onderliggende aannames Bij de analyse van de haalbaarheid is het van belang om een aantal randvoorwaarden te benoemen die de berekening beïnvloeden. Het veranderen van deze randvoorwaarden kan de haalbaarheid van de doelen beïnvloeden: •
De analyse gaat uit van een evenredige vertaling van huidig energieverbruik naar reductietargets. Het gebruiken van andere doelstellingen voor woningen beïnvloedt de haalbaarheid aanzienlijk.
•
De energiereductie uit de TVW is vastgesteld op basis van economisch rendabele verduurzamingen. Het is mogelijk om additionele verduurzamingen toe te passen per woning, waardoor het aantal verbouwingen wat nodig is om dezelfde reductie te behalen daalt.
•
De analyse gaat uit van het reductiepotentieel van de hoeveelheid woningen zoals opgenomen in de TVW. Veranderingen in de totale woningvoorraad in Zeist zijn niet meegenomen. Het is echter de verwachting dat er alleen nieuwe woningen met een goed energielabel bijgebouwd zullen worden.
•
Er is geen rekening gehouden met energiereductie door gedragsverandering. Veranderingen in gewoontes door middel van voorlichting, besparingsdoelen stellen en feedback kunnen het gasverbruik met 3-14% verlagen.36 De recente energiecrisis heeft ook laten zien dat huishoudens op korte termijn in staat zijn hun energieverbruik aanzienlijk te verlagen als de energieprijs sterk stijgt.
4.3
Haalbaarheid, actielijn Duurzame bronnen
4.3.1 Doelstellingen De actielijn Duurzame bronnen bevat initiatieven gericht op het faciliteren en implementeren van groot- en kleinschalige opwekking van elektriciteit uit duurzame bronnen. In de routekaart zijn doelstellingen opgenomen voor 2030 en 2050, respectievelijk 175 en 525 GWh. Gezien de grote onzekerheid omtrent de ontwikkeling van duurzame bronnen na 2030 is ervoor gekozen om alleen
36
Ministerie van BZK (2010), Energiebesparing door gedragsverandering, link
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
30
de haalbaarheid van de doelstelling tot 2030 kwantitatief te analyseren. De haalbaarheid van de doelstelling tot 2050 is enkel kwalitatief beschouwd. In de routekaart wordt de realistische opwek uit duurzame bronnen in 2030 geschat op circa 142 GWh, waarvan 82 GWh afkomstig van zonnepanelen op daken, 19 GWh afkomstig van zonnevelden en 40 GWh afkomstig van restwarmte van de Remia fabriek en de RWZI in Zeist West. Volgens de routekaart bedraagt de theoretische potentiële duurzame opwekking in 2030 347 GWh.
4.3.2 Bepaling passende subdoelstelling De actielijn Duurzame bronnen is een verzamelpunt voor alle mogelijke vormen van duurzame opwek binnen Zeist. Zo wordt bijvoorbeeld elektriciteitsopwekking van zonnepanelen op huizen niet bij Warme wijken, maar bij duurzame bronnen vermeld. De actielijn Duurzame bronnen is daarmee de enige uit de actielijnen met het doel om energie op te wekken. Om deze reden is een passende sub-doelstelling voor Duurzame bronnen gelijk aan het volledige doel voor duurzame opwekking van de routekaart. Sub-doelstelling energieopwekking, actielijn Duurzame bronnen jaar x = Algemene doelstelling energieopwekking jaar x
4.3.3 Potentieel van de acties In de routekaart zijn de voornaamste middelen t.b.v. de doelstellingen omtrent duurzame elektriciteitsopwekking uitgelicht; zonne-energie, d.m.v. zonnepanelen op daken en zonnevelden, windenergie en duurzame warmte (waarvan restwarmte van de Remia fabriek en de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) het grootste deel vormen). Windenergie Voor het installeren van windturbines is nog geen beleidsvisie of kader opgesteld. De gemeente staat wel open voor initiatiefnemers en sluit (private) projecten dan ook niet uit. Uit eerdere onderzoeken door Bosch & Van Rijn (2020, 2021) zijn twee gebieden als kansrijk voor windturbines geïdentificeerd: het gebied tussen de A12 en spoorzone en Kamp Zeist. Gezien de lange voorbereidingstijd van windprojecten en het feit dat een gebiedsvisie voor het gebied tussen A12 en de spoorzone niet eerder dan 2025 opgesteld zal worden, is het echter niet waarschijnlijk dat in 2030 windmolens een bijdrage aan de energievoorziening van Zeist kunnen leveren. De routekaart zelf ondersteunt deze conclusie met een realistisch potentieel van wind van 0 GWh in 2030. Warmte In de TVW wordt er onderscheid gemaakt tussen ruim inzetbare en lokale middelen voor de duurzame opwekking van warmte. Onder grootschalige, ruim inzetbare middelen worden bodemenergiesystemen i.c.m.
een WKO en een warmtewisselaar, warmtepompen en zonnewarmtesystemen geschaard. Restwarmte van de RWZI en Remia fabriek, warmte door koeling van gebouwen zoals kantoren en supermarkten, biomassa en biogas vormen de lokale middelen. De inzet van bodemenergiesystemen wordt buiten beschouwing gelaten, omdat deze gebruik maken van warmtepompen. De Routekaart 2022 neemt warmtepompen niet mee in de analyse van duurzame opwekking in de actielijn duurzame bronnen, maar neemt het effect van warmtepompen als energiebesparing mee in de actielijn Warme wijken. Zonnewarmtesystemen zijn nog niet in gebruik in de gemeente Zeist en de techniek zit nog in de vroege fase van ontwikkeling,
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
31
waardoor niet verwacht wordt dat deze systemen een (significante) bijdrage zullen leveren voor 2030. Van de lokale middelen wordt enkel de restwarmte van de RWZI en de Remia fabriek als potentieel warmtebron voor 2030 gezien; biomassa wordt in de routekaart buiten beschouwing gelaten en de gemeente Zeist kiest er voor om de inzet van biogas voorlopig te beperken. Warmte door koeling van gebouwen zoals kantoren en supermarkten vereist ook warmtepompen en wordt om deze reden buiten beschouwing gelaten. De bijdrage van restwarmte uit de RWZI en de Remia fabriek is nog erg onzeker. De lange voorbereidingstijd van dergelijke projecten en de tijd om de benodigde vergunningen voor het implementeren van een warmtenet te bemachtigen spelen daarbij een belangrijke rol. Daarbij is het nog onzeker of de RWZI op de huidige locatie blijft voortbestaan, waardoor implementatie van een warmtenet verder bemoeilijkt wordt. Om deze redenen wordt de conclusie getrokken dat de bijdrage van duurzame opwekking van warmte aan de gehele duurzame opwekking in gemeente Zeist te onzeker is om op te kunnen rekenen voor het behalen van de doelen voor 2030. Zonne-energie De Klimaatmonitor laat zien dat er in Zeist in 2021 al 65 TJ (ca. 18 GWh) elektriciteit is opgewekt m.b.v. zonne-energie. Dit is het gevolg van autonome groei, maar ook van campagnes zoals ‘Zon op Zeist’ van MGH.
Deze groeitrends zijn gerapporteerd in de klimaatmonitor en kunnen worden geëxtrapoleerd om een beeld te krijgen van het potentieel dat de huidige groei oplevert in 2030. Figuur 4.4 geeft de resultaten hiervan weer. Figuur 4.4
Prognose duurzame energieopwekking in gemeente Zeist in 2030.
Bron: Ecorys
De analyse uit figuur 4.4 komt neer op een totale opwekking van 72 GWh per jaar uit zonnepanelen in 2030. Dit is beduidend lager dan de 101 GWh / jaar die de routekaart als realistisch verwacht. Er is daarmee een versnelling van de groei van zonnepanelen bovenop het huidige tempo nodig om het als realistisch ingeschatte opwekniveau te behalen.
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
32
4.3.4 Tijdigheid van acties In figuur 4.4 komt er tussen 2020 en 2030 gemiddeld 4,1 GWh per jaar aan opgewekte elektriciteit bij uit zon op dak. Dit komt neer op zo’n 1.600 woningen per jaar die zonnepanelen aanschaffen37. Deze snelheid ligt in de bandbreedte van de benodigde verduurzamingssnelheid uit de haalbaarheidsanalyse van Warme wijken, maar het plaatsen van zonnepanelen is een minder arbeidsintensieve operatie dan een grootschalige verduurzaming van een woning. Bovendien zullen verbeteringen in opbrengst per paneel in de toekomst ervoor zorgen dat het aantal benodigde installaties per jaar daalt. Op basis hiervan lijkt de snelheid van verduurzaming niet de bottleneck voor de uitbreiding van zon op dak.
4.3.5 Conclusie Uit de haalbaarheidsanalyse volgt dat de mogelijkheden voor opwek die de acties in de actielijn Duurzame bronnen bewerkstelligen niet voldoende zijn om de doelstellingen voor 2030 te bereiken. De doelstelling wordt hiermee als niet haalbaar ingeschat. Dit oordeel komt hoofdzakelijk doordat de enige zekere vorm van elektriciteitsopwekking komt van zonnepanelen. De acties in de actielijn zetten hier ook op in. Overige projecten, zoals warmte of windenergie zijn zodanig onzeker dat er niet op gerekend kan worden om de doelen te halen. Deze onzekere opties zijn echter wel noodzakelijk om dichtbij de doelstelling te komen. Dit is te zien in figuur 4.5, waar het toevoegen van onzekere opties de doelstellingen wel in zicht brengt. Figuur 4.5 laat een opsomming van het potentieel van de (onzekere) opties bovenop de geprojecteerde opwek uit zonne-energie zien. Deze onzekere bijdragen bestaan uit windenergie, restwarmte van de RWZI en de Remia fabriek en biomassa & biogas. De Routekaart 2022 schat het potentieel van windenergie op 56 GWh en van restwarmte van de RWZI en de Remia fabriek respectievelijk op 36 GWh en 4 GWh. Hier komt tot slot nog 32 GWh aan biomassa & biogas bij. In totaal komen de bijdragen van de verschillende opties daarmee uit op 200 GWh. Figuur 4.5
Potentieel van overige duurzame energieopwekking in de gemeente Zeist
Bron: Ecorys, op basis van de Routekaart 2022
37
Op basis van een gemiddelde opstelling van 10 panelen per dak en 330Wp per paneel
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
33
De doelstelling voor 2050 ligt ver boven het in figuur 4.5 geschetste potentieel, ongeveer een factor 2,5. Om deze doelstelling binnen bereik te brengen, zijn dus naast de hierboven genoemde onzekere bronnen nog een groot aantal nader opties nodig. Hier is op dit moment nog geen zicht op.
4.3.6 Onderliggende aannames Bij de analyse van de haalbaarheid is het van belang om een aantal randvoorwaarden te benoemen die de berekening beïnvloeden. Het veranderen van deze randvoorwaarden kan de haalbaarheidsberekening van de doelen beïnvloeden: •
Voor zonnepanelen is in de prognose geen rekening gehouden met eventuele technologische innovaties in het vermogen per paneel. Gezien het verschil tussen de prognose en de doelstelling voor 2030 is de aanname dat dit de haalbaarheid van de 175 GWh doelstelling voor 2030 niet significant beïnvloedt.
•
De groei van zonnepanelen in de prognose houdt geen rekening met eventuele effecten van netcongestie op kleinverbruikers.
•
De autonome groei van kleinschalige duurzame opwekking van warmte is vanwege de grote onzekerheid niet meegenomen in de prognose. Hier is dus nog enig opwaarts potentieel voor wat betreft de duurzame opwekking.
4.4
Geïdentificeerde barrières Beide actielijnen kennen obstakels die overwonnen moeten worden om de doelstellingen te halen. Een deel van deze obstakels komt naar voren in de technische analyses in paragraaf 4.2 en 4.3. Andere obstakels zijn meer kwalitatief van aard en zijn daarom hieronder apart beschreven. Ook de door de gemeente gekozen formulering van de doelstellingen kent bepaalde nadelen. Deze komen in de laatste subparagraaf aan bod.
4.4.1 Barrières actielijn Warme wijken •
Incompleet beeld van het probleem door huizen zonder energielabel De klimaatmonitor stelt het aandeel huizen met een geldig energielabel in Zeist op 63.1% (Klimaatmonitor 2022). Hoewel de TVW een inschatting heeft gemaakt voor de overige huizen op basis van het bouwjaar blijft er een significant kennisgat in de verdeling van energielabels in Zeist.
•
Beperkte arbeidscapaciteit voor installaties De krapte op de arbeidsmarkt zorgt voor schaarste in het aantal installateurs voor bijvoorbeeld zonnepanelen. Deze krapte lijkt steeds verder toe te nemen. In Utrecht stond het aantal onvervulbare openstaande vacatures m.b.t. de energietransitie op 58%38. Zelfs bij een afkoelende economie is de verwachting dat deze krapte doorzet. Een grote versnelling in het aantal installaties van duurzame energie zal door deze bottleneck worden afgeremd.
38
ABN Amro Arbeidsmarktmonitor, link
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
34
•
Niet alle benodigde verduurzamingsacties zijn rendabel De TVW laat zien wat de rendabele set aan verduurzamingsmogelijkheden is. Voor deze acties is het aannemelijk dat zij uiteindelijk genomen zullen worden, hetzij door inwoners zelf, hetzij door een private partij die inwoners daarbij kan ontzorgen. Verduurzamingsacties die niet rendabel zijn moeten op termijn echter ook worden genomen om de doelstellingen te bereiken. Sommige inwoners zullen deze acties uit idealisme mogelijk toch zelf uitvoeren, maar voor de rest is een andere constructie nodig waarbij een partij het verlies voor zijn rekening neemt.
•
Beperkte capaciteit bij de gemeente Verschillende betrokken partijen geven aan dat er binnen de gemeente onvoldoende capaciteit is om de vele activiteiten die ontplooid moeten worden met voldoende snelheid op te pakken. Daarbij gaat het enerzijds om het aantal mensen dat beschikbaar is om uitvoerende taken op te pakken. Anderzijds gaat het om de inbedding van deze mensen in de ambtelijke organisatie. De interne afstemming binnen de gemeente zou beter verlopen als zij een duidelijke plek binnen de organisatie hadden en er structurele coördinatie plaats zou vinden met andere beleidsdomeinen.
4.4.2 Barrières actielijn Duurzame bronnen •
Gebrek aan ruimte voor zonnevelden en wind Er is binnen de gemeente Zeist een gebrek aan beschikbare grond voor het opwekken van duurzame energie. De gemeente bestaat grotendeels uit bebouwd gebied en natuurgebied. Daardoor is er weinig ruimte voor grootschalige opwekfaciliteiten zoals windparken en zonnevelden. Voor het gebruik van de grond die wel geschikt is, is daarnaast medewerking nodig van grondeigenaren. In de praktijk blijkt het moeilijk om grondeigenaren hiervoor te interesseren.
•
Netcongestie In heel Nederland worden duurzame projecten vertraagd door netcongestie. Ook in Zeist is netcongestie een acuut probleem. Bij netcongestie is er niet genoeg capaciteit beschikbaar in de elektriciteitsinfrastructuur om alle opgewekte stroom te transporteren. Netcongestie kan optreden in het hoogspanningsnet, beheerd door TenneT en op het distributienet (in Zeist beheerd door Stedin). Op dit moment is er voor Zeist alleen congestie op het hoogspanningsnet. Het probleem zit vooral bij het terugleveren van elektriciteit. De elektriciteit die wordt geproduceerd door bijvoorbeeld een zonneweide kan niet altijd lokaal gebruikt worden. In dat geval is er netcapaciteit nodig om de overtollige elektriciteit af te voeren. Netbeheerder Stedin geeft aan dat er ondanks de netcongestie wel mogelijkheden bestaan voor nieuwe opwekkingsprojecten. Deze opties komen neer op het installeren van productieeenheden zonder de mogelijkheid van teruglevering. De opgewekte elektriciteit moet dan volledig lokaal gebruikt worden. Overstijgt de levering van elektriciteit de lokale vraag, dan moeten de zonnepanelen uitgeschakeld worden. Een alternatief is om zonneprojecten te combineren met lokale energieopslag (bv. in batterijen). Wanneer de opwek de lokale vraag overstijgt kan de batterij gevuld worden.
Hierdoor is de overtollige elektriciteit beschikbaar als buffer wanneer de lokale vraag de productie weer overstijgt.
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
35
•
Weerstand tegen windmolens Er bestaat weerstand tegen het plaatsen van windmolens. Er zijn in totaal vier locaties aangewezen als kansrijk, daarvan zijn er nu twee afgevallen. Het spoorzonegebied langs de A12 is een van de locaties die in 2019 als kansrijke locatie is aangewezen op basis van extern onderzoek. Het was echter al snel duidelijk dat het geen ideale locatie was. Er is al geluidsoverlast in dit gebied en windmolens zouden dit probleem vergroten. Berekeningen lieten zien dat de geluidsoverlast voor Odijk te groot zou worden. Als er substantieel stillere windmolens komen, of als het economisch rendabel wordt om kleinere windmolens te bouwen, dan is er meer mogelijk op het gebied van windenergie in Zeist. Zonder dergelijke innovaties is de kans echter klein dat windmolens op het grondgebied van Zeist gerealiseerd gaan worden.
•
Het resterende potentieel voor zon op dak is niet onbeperkt Zeist leunt sterk op zon op dak om de doelstellingen voor 2030 te behalen. Het resterende potentieel van zon op dak neemt daardoor snel af. Zonder verdere diversificatie van bronnen zal daardoor ook de groeisnelheid van duurzame opwek in Zeist als geheel afnemen. Het extrapoleren van algemene groeitrends in energieopwek op basis van de cijfers uit zon op dak is om deze reden op de lange termijn niet betrouwbaar.
4.4.3 Nadelen van de geformuleerde doelstellingen •
De formulering van de doelstelling laat een deel van de opgave onderbelicht Het is mogelijk de doelstellingen van minder energieverbruik en meer duurzame opwek te realiseren zonder dat alle gebouwen van het aardgas afgaan. Woningen gebruiken dan nog steeds aardgas, terwijl de opgewekte duurzame energie wordt teruggeleverd aan het distributienet. De noodzaak van het aardgasvrij maken van de gebouwenvoorraad wordt hierdoor aan het zicht onttrokken. De noodzaak van het aardgasvrij maken van de gebouwenvoorraad wordt hierdoor aan het zicht onttrokken. De Duurzaamheidsmonitor bevat overigens wel meetbare KPI’s voor het omschakelen naar duurzame energiedragers. Iets vergelijkbaars geldt voor de noodzaak van CO2-reductie. Dit is het voornaamste doel van de energietransitie, maar dit komt niet expliciet terug in de doelstellingen. In bovengenoemde situatie is er nog steeds sprake van CO2-uitstoot als gevolg van het aardgasverbruik.
•
Een lineair pad richting het einddoel legt veel druk op resultaten in de beginfase Er is gekozen voor een lineair pad van de beginsituatie naar de eindsituatie in 2050. In de realiteit verloopt de energietransitie echter non-lineair. In het begin moeten onderzoeken en verkenningen worden uitgevoerd en moet er worden geëxperimenteerd om te kijken wat in de praktijk goed werkt en wat niet. Pas na verloop van tijd ontstaan er best practices die kunnen worden opgeschaald en verder uitgerold. Dit betekent dat de voortgang op de doelstellingen naar verwachting een non-lineair verloop laat zien: beperkte vooruitgang in het begin en snelle vooruitgang aan het eind. Mikken op een lineair pad legt daardoor veel druk op het bereiken van resultaten in de beginfase, terwijl deze daar minder geschikt voor is.
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
36
•
Ontbrekende onderverdeling van hoofddoelen naar doelen per actielijn Het is op dit moment niet duidelijk hoe groot de verantwoordelijkheid van elke actielijn is voor het behalen van de overkoepelende doelstellingen. Hierdoor is het lastig om kwantitatief te kijken hoe het ervoor staat met de voortgang van één actielijn. Voor een evaluatie van de voortgang van individuele actielijnen zijn aparte subdoelstellingen nodig die voortvloeien uit de overkoepelende doelstellingen van de routekaart. Er ontbreekt dus een verdeelsleutel om de doelstellingen van de hele routekaart op te delen naar subdoelen voor elke actielijn. Bij de haalbaarheidsanalyse van de actielijn Warme wijken is er bijvoorbeeld gekozen voor een verdeelsleutel op basis van het relatieve energiegebruik in een startjaar. Er zijn echter ook andere verdeelsleutels denkbaar.
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
37
5
Conclusies en aanbevelingen
5.1
Conclusies De hoofdvraag die dit onderzoek poogt te beantwoorden is de volgende: Zijn de doelstellingen in de nieuwe routekaart voor de actielijnen Warme wijken en Duurzame bronnen haalbaar en leiden ze tot maatschappelijk gewenste uitkomsten? Op basis van de vorige hoofdstukken kan deze vraag nu als volgt beantwoord worden. De doelen voor de actielijn Warme wijken zijn theoretisch haalbaar, maar voor 2030 erg ambitieus. Door woningen te isoleren, gebruik te maken van nieuwe energietechnieken en in te zetten op gedragsverandering is 50% energiebesparing in de gebouwde omgeving mogelijk. Om het voor 2030 gestelde tussendoel te behalen, is echter op korte termijn significante versnelling en opschaling nodig. De afgelopen jaren hebben in het teken gestaan van plannen maken, experimenteren en leren. Er wordt gewerkt aan een organisatiemodel en aanpak die bewezen effectief zijn, waarna deze grootschalig geïmplementeerd kunnen worden. De eerste ervaringen zijn positief en het lange termijn potentieel van de acties is groot, maar de benodigde snelheid om het doel voor 2030 te behalen is hoger dan haalbaar geacht mag worden. De doelen voor de actielijn Duurzame bronnen lijken voor 2030 onhaalbaar. Verder is de haalbaarheid van de doelen voor 2050 zeer onzeker. Dit vraagt om een fundamentele herbezinning.
Het aantal zonnepanelen op daken groeit gestaag en deze groei zet naar verwachting door. Een vergelijkbare groei aan zonnevelden blijft vooralsnog echter uit. Hoe dan ook is een inzet op alleen zon niet voldoende om de doelen te behalen. Ook andere vormen van energieopwekking zijn nodig. Het realiseren van windmolens voor 2030 lijkt buiten bereik, met name omdat er geen locaties beschikbaar zijn en deze er ook niet lijken te komen. Dit gebrek aan locaties in combinatie met de lange realisatietermijn maakt succesvolle plaatsing voor 2030 zeer onwaarschijnlijk. Geothermie is een potentieel aantrekkelijke energiebron voor de gemeente Zeist, maar de onderzoeken hiernaar lopen nog en de uitkomsten daarvan zijn onzeker. Gezien de doorlooptijd van vergunnings- en bouwtrajecten en de netcongestie lijken de doelen voor 2030 daarom buiten bereik. Op lange termijn vallen deze belemmeringen weg, maar moet de gemeente zich herbezinnen op de hoogte van het gestelde doel en de opwekkingstechnieken waarmee de gemeente het doel wil bereiken, bij voorkeur in regionaal verband binnen de U16. Het grootste probleem dat daarbij geadresseerd moet worden is het gebrek aan beschikbare grond voor het opwekken van duurzame energie. De gemeente bestaat grotendeels uit bebouwd gebied en natuurgebied.
Daardoor is er weinig ruimte voor grootschalige opwekfaciliteiten zoals windparken en zonnevelden en stuiten deze snel op weerstand van omwonenden. Er is voldoende aandacht voor de sociale impact van de energietransitie, maar aanvullend beleid is nodig. Er is de afgelopen jaren meer aandacht gekomen voor de sociale gevolgen van de energietransitie. De energiecrisis heeft tot gevolg dat energiebesparing voor een deel van de inwoners is veranderd van een langetermijndoel in een urgent probleem. Zeist is relatief goed in het bereiken van kwetsbare groepen. Dat biedt mogelijkheden om dit probleem aan te pakken. Bestaande ondersteuningsmaatregelen zijn echter veelal onvoldoende om problemen effectief aan te pakken. Hier kan de gemeente het verschil maken door aanvullende maatregelen te nemen. Er
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
38
liggen ook mogelijkheden voor synergie tussen beleidsvelden. Armoedebestrijding, verduurzaming en buurtverbetering kunnen elkaar versterken. Daarvoor is het wel nodig dat de gemeente ook zelf meer integraal gaat werken. De huidige formulering van de doelen vormt al met al niet de optimale basis om de energietransitie in de gemeente Zeist te sturen. Het einddoel is om in 2050 energieneutraal te zijn door middel van 50% energiebesparing en 50% duurzame opwekking. Het tussendoel is om deze doelen in 2030 voor een derde gerealiseerd te hebben. Dit is conceptueel helder, maar niet praktisch onderbouwd. Een nadeel van deze formulering van de doelstellingen is daarnaast dat ze niet expliciet verwijzen naar CO2-reductie en het aardgasvrij maken van de warmtevoorziening. Daardoor zouden acties op deze gebieden mogelijk minder aandacht kunnen krijgen. Een versnelling ten opzichte van de huidige doelen is op dit moment niet aan de orde. Het stellen van scherpe doelen kan in theorie helpen om de voortgang van de energietransitie te versnellen. Daarvoor is echter wel een terugkoppelingsmechanisme nodig tussen doelen, acties en resultaten. Doordat een dergelijk mechanisme nu ontbreekt, leidt een mismatch tussen doelen en resultaten niet tot bijsturing en heeft het stellen van scherpe doelen geen functie.
Belangrijker is nu om de doelen zo te herijken dat ze gericht zijn op de juiste uitkomsten en haalbaar zijn. Desalniettemin heeft de gemeente Zeist in meerdere opzichten een sterke uitgangspositie voor een succesvolle energietransitie. De grootste kracht van de gemeente ligt in de actieve rol van haar inwoners en de maatschappelijke organisaties die er actief zijn. Veel inwoners zijn begaan met het thema duurzaamheid en ontplooien zelf initiatieven op dit gebied, waar de gemeente bij kan aansluiten. De Stichting Energie Zeist heeft met haar voorlichting en collectieve acties een groot bereik onder inwoners en de Duurzame Energie Coöperatie Zeist biedt een bruikbaar platform voor investeringen in duurzame energie. Daarnaast heeft de gemeente de afgelopen jaren door het uitvoeren van onderzoeken, het opstellen van beleidsregels en het ontwikkelen van een heldere verduurzamingsvisie (de ‘ontzorgingsaanpak’) een goede basis gelegd voor de realisatie van de ambities. Andere sterke punten zijn de praktijkervaringen die zijn opgedaan met de integrale wijkaanpak en de actieve houding van de woningcorporaties in het verwezenlijken van hun eigen verduurzamingsambities.
5.2
Aanbevelingen De afgelopen jaren heeft de gemeente een goede basis gelegd voor een succesvolle energietransitie. De overgang van de planfase naar de uitvoeringsfase, waarin succesvolle acties kunnen worden opgeschaald, vraagt nu om een aantal vervolgstappen. De volgende aanbevelingen bieden hiervoor enkele aanknopingspunten. Aanbevelingen aan de gemeenteraad De belangrijkste acties binnen de cirkel van controle van de gemeenteraad zijn het stellen van doelen en het bepalen van de randvoorwaarden waarbinnen deze bereikt moeten worden. Daarover gaan de onderstaande twee aanbevelingen. Daarnaast kan de gemeenteraad zaken oppakken binnen haar cirkel van invloed. Er liggen vooral mogelijkheden op het gebied van regionale samenwerking. In contact met andere gemeenten, de U16, de provincie, de VNG en het NP RES kan de raad leren van andere gemeenten en samen optrekken met gelijkgestemden om haar doelen te bereiken.
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
39
1. Evalueer de doelen en stel deze waar nodig bij. Op basis van de ervaringen die de afgelopen jaren zijn opgedaan, is een reflectie op de gestelde doelen wenselijk. Daarbij kunnen verschillende vragen gesteld worden. Is 50% eigen opwek passend voor een gemeente met relatief weinig geschikte locaties? Kan er door samenwerking met andere gemeenten in de RES-regio U16 mogelijk op regionaal niveau een andere verdeling van taken en doelen gemaakt worden? Moeten CO2-uitstootreductie en het aardgasvrij maken van de warmtevoorziening een plek krijgen in de doelen? Kunnen de doelen preciezer gemaakt worden, bijvoorbeeld door subdoelen per actielijn te definiëren? Is een lineair pad richting de doelen nog steeds wenselijk, of moet er meer rekening gehouden worden met een aanloopfase en specifieke belemmeringen op de korte termijn? 2. Ontwikkel een nieuwe strategie voor het bereiken van de duurzame opwekdoelen. Het potentieel voor de plaatsing van windmolens op het grondgebied van Zeist is lager gebleken dan initieel gehoopt en netcongestie zal de komende jaren nog een beperkende factor zijn. Daarom is er behoefte aan een nieuwe strategie waarin voor elke opwekkingstechniek wordt bepaald welke rol de gemeenteraad hiervoor ziet weggelegd en wat voor opwekdoelen met deze technieken gerealiseerd kunnen worden.
Aanbevelingen aan het college Binnen haar cirkel van controle is het cruciaal dat het college een effectieve organisatie optuigt met voldoende capaciteit en een goede samenwerking tussen organisatieonderdelen. Het college heeft in de uitvoering daarnaast te maken met diverse zaken waar zij weinig invloed op heeft, zoals het gebrek aan ruimte en de netcongestie. Zij kan hier wel op inspelen door in te zetten op initiatieven die deze nadelen mitigeren, zoals opslag en vraagsturing. 3. Bouw aan een robuuste gemeentelijke organisatie voor de energietransitie. De verantwoordelijkheid voor de energietransitie binnen de gemeente Zeist is belegd bij een beperkt aantal programma- en projectleiders. Om voldoende voortgang te boeken zou het goed zijn als de uitvoeringscapaciteit van de gemeente wordt vergroot met enkele fte’s. Hiermee wordt ook het risico op vertraging bij het wegvallen van cruciale mensen verlaagd. Daarnaast is het belangrijk dat de uitvoering structureel is verankerd in en verbonden met de rest van de organisatie. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering moet worden belegd bij een vaste functie binnen de gemeente en de rapportagelijnen moeten hierop worden afgestemd. Ook moet er structurele afstemming en samenwerking plaatsvinden tussen verantwoordelijken voor verschillende beleidsdossiers.
Energietransitie, armoedebestrijding, gebiedsontwikkeling en ruimtelijke ordening zijn nauw met elkaar verbonden en dit moet tot uiting komen in de gemeentelijke organisatie. 4. Zet in op een integrale aanpak, maar lever daarbij wel maatwerk. Een integrale wijkaanpak waarbij op meerdere beleidsterreinen tegelijk actie wordt ondernomen kan de effectiviteit van acties op elk van deze terreinen vergroten. Ook kan het de weerstand tegen verduurzamingsprojecten verminderen. Hierbij is wel maatwerk geboden. Niet elke wijk heeft een complexe en grootschalige aanpak nodig. In zulke gevallen is gerichte ondersteuning bij specifieke problemen voldoende. 5. Creëer een beleidskader voor de monitoring en evaluatie van acties, gekoppeld aan de doelen. Bij een toenemende focus op de uitvoering hoort ook een beleidskader voor de monitoring en evaluatie van acties. Door de resultaten van acties structureel te monitoren binnen een overkoepelend kader en de acties periodiek te evalueren, kan objectief vastgesteld worden of de energietransitie nog op koers ligt en of er behoefte is aan het toevoegen en/of bijstellen van acties om de gestelde doelen te bereiken.
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
40
6. Onderzoek kansen om te innoveren op het gebied van energieopslag en vraagsturing. De omslag van een energiesysteem waar het aanbod de vraag volgt naar een systeem waar de vraag zich moet aanpassen aan het aanbod zal zich de komende jaren gaan voltrekken. De gemeente Zeist kan van de nood een deugd maken door nieuwe initiatieven te stimuleren en te ontwikkelen op het gebied van energieopslag en vraagsturing die op korte termijn het congestieprobleem helpen aan te pakken en op lange termijn de gemeente een voortrekkersrol kunnen opleveren op dit gebied. Deze focus past ook goed bij het ondernemende en initiatiefrijke karakter van de inwoners van Zeist. Voordeel van een dergelijke focus is ook dat dergelijke initiatieven niet om veel extra ruimte vragen, maar gerealiseerd kunnen worden binnen de gebouwde omgeving.
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
41
Bijlagen Bijlage A. Initiatieven uit actielijnen Warme wijken en Duurzame bronnen Tabel A.1
Initiatieven uit actielijn Warme wijken
Actie (Warme wijken)
Beschrijving
Inzet op energiebesparing
•
MGH als energieloket voor huiseigenaren en huurders
•
MGH campagne 'Heel Zeist Isoleert': collectieve inkoop isolatie
•
MGH campagne 'Omlaag die meter': tips en cadeaubonnen om energie te besparen
•
MGH campagne: 'CV op dieet': door monteurs CV temperatuur omlaag zetten om zo energie te besparen
•
MGH campagne: 'Mijn Groene Vve': evalueren en ondersteunen van Vve plannen
Ontzorgingsstructuur voor inclusie en versnelling
•
Opzetten van een ESCo dmv een prestatiecontract: risico verplaatsen naar collectieve instantie
Benutten van natuurlijke momenten
•
Met makelaars, architecten etc. integraal duurzaamheid in nieuwe (verbouwde) huizen aankaarten
Focus op isoleren van woningen met energielabel E,
•
F of G
Gericht isoleren van huizen met een slecht energielabel
Faciliteren van inwonersinitiatieven
•
Opstellen buurtuitvoeringsplannen: buurtprocesplan
•
Ondersteuning bieden aan allerlei inwonersinitiatieven Organiseren van grotere buurtbrede projecten (zoals warmtenetten). Buurten Den Dolder en Vollenhove op korte termijn
Verdieping op mogelijke locatie warmtenet
•
Restwarmte onderzoek uit Remia (Den Dolder) en RWZI (Zeist West)
Aanpak energiearmoede
•
Energiearmoede identificeren, voorkomen en gerichte maatregelen nemen om mensen te helpen
Monumenten aanpak
•
Gerichte hulp en subsidie (op meerkosten) voor verduurzaming van panden met monumentstatus
Integrale financiële regeling
•
Faciliteren voor extra fondsen waar landelijke subsidies en leningen tekort schieten. (pilot in Zeist-West gaande vanaf 2023)
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
42
Tabel A.2
Initiatieven uit actielijn Duurzame bronnen
Actie (Duurzame bronnen)
Beschrijving
Stimuleren zonnepanelen op daken en gevels
•
MGH campagne 'Zon op Zeist': collectieve inkoop zonnepanelen.
•
Met woningcorporaties, projectontwikkelaars en bedrijven onderzoeken we wat nodig is om slim en maximaal gebruik te maken van daken, zodat meer energie wordt opgewekt dan nodig is voor eigen verbruik
Duurzame daken stimuleren
•
Ondersteunen van bewoners in het optimaal benutten van hun dak: voor groen, zon en isolatie
Verdieping zoekgebieden voor
•
zonnevelden/windmolens:
Zonnepanelen en wind op publieke grond (zon tussen A12 en spoorzone, wind in omgeving
A28, Kamp van Zeist en A12/spoorzone
A28)
Volgen onderzoek naar diepe aardwarmte
•
Samenwerking RES voortzetten
•
Lokale aanpak voor financiële participatie door
•
Vervolgonderzoek aardwarmte (potentie is reeds bewezen) We leveren onze bijdrage aan RES 2.0 (2023) en RES 3.0 (2025) Aan de hand van enkele pilots wordt samen met
inwoners bij grootschalige duurzame
de energiecoöperatie DECZ een goede lokale
energieprojecten
aanpak voor financiële participatie opgezet
Opslag van energie
•
Innovatieagenda opstellen
•
Eerste stappen kleinschalige collectieve warmteopslag Monitoren van vernieuwingen en opkomende technologie als aanvulling voor toekomstige routekaarten
Zeist energieneutraal: onderzoek naar de gemeentelijke ambities
43
Bijlage B. KPI’s actielijnen Warme wijken en Duurzame bronnen Tabel B.1
KPI’s actielijn Warme wijken zoals gebruikt in de Duurzaamheidsmonitor
Geaggregeerde KPI
KPI
Aantal (resterende)
•
Aantal grootverbruikers aansluitingen aardgas
Databron
aardgasaansluitingen
•
Aantal kleinverbruikers aansluitingen aardgas
•
Aantal nieuwe aardgasaansluitingen
•
Aantal aardgasaansluitingen ‘sloop’ of ‘uit
•
Stedin
•
Mijn Groene Huis
•
Woningcorporaties
•
Rijksdienst van
bedrijf’ Resultaten Mijn Groene
•
Resultaten voorlichting en communicaties
Huis
•
Resultaten campagnes
Behaalde resultaten
•
Gemiddeld energielabel over alle woningen
woningcorporaties
•
Woningen voorzien van zonnepanelen
•
Complexen voorzien van zonnepanelen voor algemene ruimten
Aantal woningen/gebouwen