CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

23RV048 Aanpassing verordeningen in het kader van de Omgevingswet (gewijzigd)

Raad 3 oktober 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: Aanpassing diverse verordening in verband met invoering Omgevingswet3.331 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Aanpassing verordeningen in het kader van de Omgevingswet

Portefeuillehouder

de heer W. van Dijk

Ontvangst griffie

24 augustus 2023

Opsteller

Ronde Tafel

N.v.t.

Zaak/stuknummer

Arno van Waesberghe 23RV048/248478

Debat

N.v.t.

Besluit college

22 augustus 2023

Raadsvergadering

3 oktober 2023

ONDERWERP Aanpassing verordeningen (tekstueel) in het kader van de Omgevingswet DOEL VAN HET VOORSTEL Diverse verordeningen tekstueel aan te passen aan de terminologie uit de Omgevingswet en aanverwante wettelijke regelingen zodat deze verordeningen na de inwerkingtreding van de Omgevingswet e.d. blijvend kan worden toegepast. VOORGESTELD BESLUIT 1) Vaststellen Apv a) de Algemene plaatselijke verordening (bijlage 1b) vast te stellen b) te besluiten dat deze verordening in werking treedt op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt, c) in afwijking van het gestelde onder 1b te besluiten dat de wijzigingen van de artikelen 4.1 en 4.5 in werking treden op de dag direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 2) Vaststellen Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit 2024 (CRK) a) de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit 2024 (bijlage 2) vast te stellen op grond van artikel 108 en 149 van de Gemeentewet en afdeling 17.2 van de Omgevingswet. b) de benoeming van de leden van de commissie CRK, conform de huidige situatie, te delegeren aan het College van Burgemeester en Wethouders op grond van artikel 156, eerste lid van de Gemeentewet.

c) te besluiten dat deze verordening in werking treedt op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt, 3) Vaststellen Erfgoedverordening 2024 a) de Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Zeist houdende regels omtrent erfgoed, de Erfgoedverordening Zeist 2024 (bijlage 3), vast te stellen op grond van artikel 3.16 van de Erfgoedwet en artikel 38 van de Monumentenwet 1988. b) te besluiten dat deze verordening in werking treedt op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt, 4) Vaststellen Afvalstoffenverordening 2024 a) de Afvalstoffenverordening 2024 (bijlage 4b) vast te stellen b) te besluiten dat deze verordening in werking treedt op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt, Pagina 1 van 8

5) Vaststellen verordening Uitvoering en handhaving omgevingsrecht Zeist 2024 a) de verordening Uitvoering en handhaving omgevingsrecht Zeist 2024 (bijlage 5) vast te stellen b) te besluiten dat deze verordening in werking treedt op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt, onder intrekking van de Verordening Vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht 2018 gemeente Zeist. 6) Vaststellen verordening Nadeelcompensatie 2024 a) de verordening Nadeelcompensatie 2024 (bijlage 6) van de gemeente Zeist vast te stellen b) te besluiten dat deze verordening in werking treedt op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt, c) de planschadeverordening 2008 gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in te trekken.

Besluit Raad 03 oktober 2023:

Inhoud Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. In de huidige versie van de verordeningen die onderwerp zijn van dit voorstel wordt verwezen naar begrippen en wettelijke bepalingen die onder de Omgevingswet niet meer van toepassing zijn. Om deze verordeningen na de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijvend toe te kunnen passen, is het noodzakelijk dat deze terminologie wordt aangepast aan terminologie uit de Omgevingswet en daarmee samenhangende wetten. Inleiding De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om wettelijke voorschriften over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De Omgevingswet staat voor een goed evenwicht tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn de verwijzingen in de verordeningen die onderwerp zijn van dit voorstel niet meer van toepassing. Argumenten Om de verordeningen die onderwerp zijn van dit voorstel ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijvend toe te kunnen passen is het noodzakelijk deze verordeningen tekstueel aan te passen. De verordeningen in dit voorstel worden enkel tekstueel (technisch juridisch) aangepast. Hiervoor is gebruik gemaakt van de modelverordeningen van de VNG gebaseerd op de Omgevingswet.

De terminologie en de wettelijke grondslagen in de verordeningen zijn aangepast zodat deze aansluit bij de Omgevingswet. Toelichting 1 Apv De Apv wordt de komende jaren in drie fases aangepast. Dit voorstel gaat over de aanpassingen in fase 1. Volledigheidshalve worden de 3 fases hieronder toegelicht. Fase 1: In de Apv zijn voorschriften opgenomen over de openbare ruimte. Om deze reden zijn er raakvlakken tussen de Apv en de Omgevingswet en daarmee samenhangende wettelijke regelingen, bijv. de Provinciale verordening. In de huidige Apv staan verwijzingen naar begrippen die onder de Omgevingswet en daarmee samenhangende wettelijke regelingen niet meer van toepassing zijn. Het gaat hierbij om de wettelijke grondslagen van een regeling in de Apv en formele verwijzingen. In de huidige Apv zijn - onder meer verwijzingen opgenomen naar de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (de Wabo). Deze wet Pagina 2 van 8

vervalt als de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt. De Apv kan niet meer worden toegepast als deze verwijst naar een niet bestaande wet. Om de Apv na de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijvend toe te kunnen passen, is het noodzakelijk dat deze begrippen worden aangepast aan terminologie uit de Omgevingswet en daarmee samenhangende wettelijke regelingen. In deze fase wordt de Apv tekstueel aangepast aan de Omgevingswet en de daarmee samenhangende wettelijke regelingen. Door de gewijzigde Apv bekend te maken vóór 1 januari 2024 kan deze op 1 januari 2024 in werking treden en aldus blijvend worden toegepast. Fase 2: inhoudelijke wijzigingen (Geen onderdeel van de voorgestelde verordening) Vanuit de organisatie zijn wensen naar voren gebracht over inhoudelijke aanpassingen van de Apv. Deze wensen komen voort uit ervaringen bij de toepassing van de Apv. Daarnaast zijn er veranderingen in wetgeving en rechtspraak die vragen om aanpassing van de Apv. De Apv is voor het laatst gewijzigd vastgesteld in juni 2021.

In de Apv zijn toen nieuwe regelingen opgenomen met betrekking tot: schaarse vergunningen, geveltuinen, definitie openbare inrichting, nadere regels aantal inrichtingen per categorie, leidinggevenden exploitatievergunning paracommerciële rechtspersoon, stoepkrijten (opheffen verbod), lachgas, smart- en headshops, weesfietsen, wijziging drank- en Horecawet naar Alcoholwet, wijziging verwijzing naar markt in Gemeentewet, grote voertuigen. De effectiviteit van de nieuwe regeling wordt geëvalueerd. Aan de hand van de evaluatie kunnen voorschriften worden aangepast. De in dit onderdeel genoemde aanpassingen zijn inhoudelijk van aard. Gelet op het onderscheid tussen de formele en tekstuele aanpassingen en de inhoudelijke aanpassingen zijn de beide soorten aanpassingen in het belang van de overzichtelijkheid niet in één raadsvoorstel opgenomen. Het raadsvoorstel over de aanpassingen in fase 2 zal zo snel mogelijk en ik in elk geval in 2024 aan uw raad worden voorgelegd. De gewijzigde Apv kan dan kort na uw besluit in werking treden. Fase 3: overheveling naar omgevingsplan (Geen onderdeel van de voorgestelde verordening) Op grond van de Omgevingswet moet een omgevingsplan worden opgesteld. In dit omgevingsplan moet een aantal voorschriften uit de huidige Apv worden opgenomen, maar voor andere voorschriften is opname in het omgevingsplan niet verplicht.

De overheveling van deze laatste categorie bepalingen hangt af van lokale keuzes. Criteria bij het al dan niet overhevelen van deze bepalingen zijn bijv. oogmerk, aard van de handeling en samenhangende bepalingen. De overheveling kan plaatsvinden in het kader van het opstellen van het omgevingsplan. De gemeenteraad heeft hiervoor de tijd tot 2030. Dit is de overgangsperiode. Na het einde van de overgangsperiode zullen de regels in de verordening die naar het omgevingsplan moeten van rechtswege vervallen uit de Apv. Het overhevelen in fase 3 staat los van de aanpassingen in fase 1 en fase 2. De fases kunnen afzonderlijk worden uitgevoerd. De raad zal afzonderlijk over de vorming van het omgevingsplan worden geïnformeerd. In dat kader zal uw raad worden geïnformeerd over de aanpassing van de Apv als gevolg van de overheveling. In bijlage 1a is een tabel opgenomen. Hierin is verwezen naar de artikelen die moeten worden gewijzigd. Per artikelonderdeel (een cijfer en/ of letter) is links in de tabel de huidige tekst vermeld en rechts de nieuwe tekst. Artikel 4.1 en 4.5 Voorstel is om de artikelen 4.1 en 4.5 in werking te laten treden op de dag vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze artikelen strekken ertoe de bepalingen over het voorkomen of beperken van geluidhinder binnen of vanuit inrichtingen te handhaven.

Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet kunnen de artikelen 4.1 en 4.5 van de Apv uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode – dus tot 2030 – blijven gelden. Voor handhaving van de status quo moet de wetgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt, dus van toepassing blijven. Het gaat om de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zoals deze luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Pagina 3 van 8

Omdat in verschillende artikelen in Afdeling 4 van de Apv wordt verwezen naar het Activiteitenbesluit milieubeheer is daarvan een definitie opgenomen in artikel 4.1 Definities: ‘het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet’. In artikel 4.5 van de Apv is afzonderlijk verwezen naar ‘de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder, zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet’. 2 en 3 Vaststellen verordening CRK en Erfgoedverordening De huidige commissie ruimtelijke kwaliteit (CRK) MooiSticht, adviseert in opdracht van gemeente Zeist onafhankelijk en openbaar bij vergunningaanvragen ten aanzien van redelijke eisen van welstand en cultureel erfgoed. De bestaande commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) vindt juridische grondslag in de Erfgoedwet en de Woningwet. Na inwerkintreding van de Omgevingswet komt de juridische grondslag te vervallen. Hierdoor is het noodzakelijk om tijdig een ‘Omgevingswetproof’ verordening op de werking van de gemeentelijke adviescommissie en Erfgoedverordening vast te stellen en de leden van de commissie te benoemen. De commissie moet blijven functioneren op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet als het gaat om de rijksmonumenten.

Voor wat betreft de gemeentelijke monumenten willen we weer met de commissie blijven werken. In samenspraak met MooiSticht is gekozen voor een geconsolideerde invulling van de verordening op de commissie dat alleen juridisch technisch de huidige werking voortzet. Een adequate invulling van de taak en de werkwijze van de commissie draagt bij aan het doel van een goede omgevingskwaliteit. In 2021 is als gevolg van de Erfgoedwet de Erfgoedverordening vernieuwd en gewijzigd. Deze verordening moet ook juridisch technisch worden aangepast als gevolg van de Omgevingswet. Hiervoor is een nieuwe Erfgoedverordening 2024 gemaakt. Ter voorbereiding op de Omgevingswet zijn vooraf enkele besluiten nodig. 1) Om het huidige gemeentelijke beleid en de gemeentelijke regelgeving ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, c.q. welstand en cultureel erfgoed na 1 januari 2024 voort te kunnen zetten onder de Omgevingswet moet een gemeentelijke adviescommissie worden ingesteld en de leden daarvoor worden benoemd. 2) De verordening regelt de instelling van de gemeentelijke adviescommissie, de delegatie van de benoeming van haar leden en de werking van de commissie. De werking en functie van elk artikel wordt uitgebreid uitgelegd in de toelichting van de verordening.

(Zie de bijlage 3.) 3) Op het moment dat een omgevingsvergunning voor een rijksmonument wordt aangevraagd, moet de nieuwe gemeentelijke adviescommissie zijn ingesteld om aan de vereisten van de Omgevingswet te voldoen. De huidige invulling van de gemeentelijke commissie voldoet niet aan de vereisten van de Omgevingswet, bijvoorbeeld als het gaat om verwijzingen naar wetgeving, regels of beleid, en zal daarom moeten worden aangepast. De grondslag voor het welstandstoezicht, zoals nu opgenomen in de Woningwet komt te vervallen met inwerkingtreding van de Omgevingswet. 4) Om de benoeming van de leden van de commissie efficiënt uitvoerbaar te maken is het wenselijk de bevoegdheid de leden te benoemen te delegeren aan het college. Het college zal de raad hierover informeren. 5) De gemeentelijke Erfgoedverordening Zeist is aangepast als gevolg van de Erfgoedwet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt gelijktijdig ook deze Erfgoedverordening aangepast met de juiste juridische grondslag en begrippen voor een goede werking van het erfgoedbeleid. De werking en functie van elk artikel wordt uitgebreid uitgelegd in de toelichting van de verordening. Met de vaststelling van dit voorstel worden deze besluiten genomen. 4 Afvalstoffenverordening De begrippen en wettelijke grondslagen in de Afvalstoffenverordening zijn aangepast naar de termen en grondslagen uit de Omgevingswet.

Zo is het begrip ‘inrichting’ geschrapt (bijv. art 19.1) en is de verwijzing naar de Waterwet aangepast in ‘Omgevingswet’ (art 15.3d). Inhoudelijk (beleidsmatig) zijn er in deze verordening geen aanpassingen voorgesteld. 5 Verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht 2024 (Verordening U&H) Naast de Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 de Wet kwaliteitsborging voor het Bouwen (Wkb) in werking. Een gevolg daarvan is dat alle bestaande verordeningen moeten worden aangepast dan wel komen te vervallen. Voor onze huidige verordening VTH betekent dit dat die met inwerkingtreding van de Omgevingswet komt te vervallen. Daarvoor in de plaats komt de in dit voorstel voorliggende

Pagina 4 van 8

Verordening U&H. Geadviseerd wordt daarom om in te stemmen van de voorgestelde verordening U&H, ter vervanging van de Verordening VTH uit 2018. 1) Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de Verordening VTH uit 2018 te vervallen. Daarom is het van belang om de Verordening U&H vast te stellen. Hiermee blijven wij voldoen aan de wettelijke eisen die er zijn op het gebied van kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken. 2) Inhoudelijk is de voorgestelde Verordening U&H vrijwel identiek aan de Verordening VTH 2018, alleen veranderd de wettelijke grondslag.

6 Verordening Nadeelcompensatie 2024 Met de komst van de Omgevingswet en de wijzigingen in de daaraan gerelateerde regelgeving vervalt de grondslag van onze planschadeverordening. Deze verordening bevat de procedureregels voor de afwikkeling van een verzoek om planschade: volgens welke procedure moeten wij als gemeente handelen als er een verzoek om planschade wordt ingediend? Met de Inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het begrip “planschade” vervangen door “nadeelcompensatie”. Nadeelcompensatie is de vergoeding van schade die de overheid veroorzaakt in de uitoefening van haar taak of bevoegdheid. Bij planschade gaat het om inkomensderving of vermindering van de waarde van een onroerende zaak als gevolg van een planologische maatregel. Nadeelcompensatie is dus breder dan planschade, en ook breder dan alleen het omgevingsrecht. Als we geen nadeelcompensatieverordening vaststellen, kunnen we geen recht heffen voor het in behandeling nemen van een verzoek. Wat wijzigt er? Door de jaren heen hebben (plan)schadezaken tot veel jurisprudentie geleid. Deze jurisprudentie krijgt nu veelal een plek in de wet. Daarnaast staan er ook inhoudelijke wettelijke wijzigingen te wachten. Voor ons zijn deze inhoudelijke wettelijke wijzigingen niet zozeer van belang omdat zij niet thuishoren in een gemeentelijke procedureverordening.

We willen zo min mogelijk wijzigingen aanbrengen in onze bestaande werkwijze. Aan de procedureregels verandert er nauwelijks iets. De beslistermijnen staan niet langer in de verordening omdat deze naar de wet worden overgeheveld. Er is doorgaans een adviseur betrokken bij de afwikkeling. Het college stelt voor het recht voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding te handhaven (€ 300,-). Dit is gelijk aan het recht dat onder de huidige verordening Planschade voor het in behandeling nemen van een aanvraag geheven wordt. Door de verordening Nadeelcompensatie 2024 ontstaan geen nieuwe administratieve lasten. KANTTEKENINGEN n.v.t. PARTICIPATIE De verordeningen in dit verzamelvoorstel wijzigen niet inhoudelijk daarom is participatie niet van toepassing voor deze verordeningen. FINANCIËLE TOELICHTING De verordeningen in dit verzamelvoorstel wijzigen niet inhoudelijk, er zijn daarmee ook geen financiële gevolgen. JURIDISCHE ASPECTEN De vaststelling van de verordeningen in dit verzamelvoorstel is noodzakelijk om de huidige werkwijze onder de Omgevingswet te kunnen continueren. Een verordening is een besluit van algemene strekking, waartegen geen bezwaar en/of beroep mogelijk is.

Pagina 5 van 8

Verordening CRK en Erfgoedverordening Er wordt nu nog gewerkt op basis van artikel 15 van de Monumentenwet 1988 en artikel 9.1, lid 1 onder a van de Erfgoedwet. Bij vaststelling van deze verordening worden de taken van deze commissie vervuld door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Bij een complexere wijziging van een rijksmonument heeft de minister van OC&W (uitgevoerd door de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE)) het recht van advies of instemming. Het instemmingsrecht geldt voor archeologische monumenten (zie artikel 4.32 Omgevingsbesluit). Voor het ingrijpend wijzigen of slopen van een rijksmonument geldt een adviesrecht van de Minister van OC&W. Indien er sprake is van instemmingsrecht wordt de reguliere termijn verlengd van acht naar twaalf weken (zie artikel 16.64, eerste lid Ow). Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht 2024 De vaststelling van een dergelijke verordening is een verplichting die is vastgelegd in artikel 5.4 van de Wabo. Deze verplichting wordt in de Omgevingswet overgenomen in artikel 18.20 in samenhang met artikel 18:23 van de Omgevingswet.

DUURZAME ASPECTEN n.v.t. VERDERE PROCES De op grond van uw besluit aangepaste verordeningen worden tijdig bekendgemaakt op www.overheid.nl zodat de voorschriften uit blijvend kunnen worden toegepast. Daarnaast wordt: • op basis van de Erfgoedverordening en de verordening CRK op de website van MooiSticht de werkwijze en de namen van de leden van de commissie gepubliceerd. • de verordening Uitvoering en handhaving omgevingsrecht 2024 in het kader van interbestuurlijk toezicht toegezonden aan de provincie Utrecht. Bijlagen 1) Apv a) Bijlage 1a: tabel met wijzigingen b) Bijlage 1b: integrale aangepaste tekst Apv 2) Verordening CRK a) Bijlage 2: Integrale aangepaste tekst verordening CRK 3) Erfgoedverordening a) Bijlage 3: Integrale aangepaste tekst Erfgoedverordening 4) Afvalstoffenverordening a) Bijlage 4a: Wijzigingen Afvalstoffenverordening b) Bijlage 4b: Integrale aangepaste tekst Afvalstoffenverordening 5) Verordening Uitvoering en handhaving a) Bijlage 5 Integrale aangepaste tekst verordening Uitvoering en handhaving omgevingsrecht Zeist 2024 6) Verordening Nadeelcompensatie a) Bijlage 6: Integrale aangepaste tekst verordening Nadeelcompensatie 2024

Pagina 6 van 8

RAADSBESLUIT

Behoort bij raadsvoorstel Nr. 23RV048

De raad van de gemeente Zeist; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 augustus 2023; BESLUIT: 1) Vaststellen Apv a) de Algemene plaatselijke verordening (bijlage 1b) vast te stellen b) te besluiten dat deze verordening in werking treedt op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt, c) in afwijking van het gestelde onder 1b te besluiten dat de wijzigingen van de artikelen 4.1 en 4.5 in werking treden op de dag direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 2) Vaststellen Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit 2024 (CRK) a) de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit 2024 (bijlage 2) vast te stellen op grond van artikel 108 en 149 van de Gemeentewet en afdeling 17.2 van de Omgevingswet. b) de benoeming van de leden van de commissie CRK, conform de huidige situatie, te delegeren aan het College van Burgemeester en Wethouders op grond van artikel 156, eerste lid van de Gemeentewet. c) te besluiten dat deze verordening in werking treedt op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt, 3) Vaststellen Erfgoedverordening 2024 a) de Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Zeist houdende regels omtrent erfgoed, de Erfgoedverordening Zeist 2024 (bijlage 3), vast te stellen op grond van artikel 3.16 van de Erfgoedwet en artikel 38 van de Monumentenwet 1988.

b) te besluiten dat deze verordening in werking treedt op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt, 4) Vaststellen Afvalstoffenverordening 2024 a) de Afvalstoffenverordening 2024 (bijlage 4b) vast te stellen b) te besluiten dat deze verordening in werking treedt op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt, 5) Vaststellen verordening Uitvoering en handhaving omgevingsrecht Zeist 2024 a) de verordening Uitvoering en handhaving omgevingsrecht Zeist 2024 (bijlage 5) vast te stellen b) te besluiten dat deze verordening in werking treedt op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt, onder intrekking van de Verordening vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht 2018 gemeente Zeist. 6) Vaststellen verordening Nadeelcompensatie 2024 a) de verordening Nadeelcompensatie 2024 (bijlage 6) van de gemeente Zeist vast te stellen b) te besluiten dat deze verordening in werking treedt op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt, c) de planschadeverordening 2008 gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in te trekken.

1

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 3 oktober 2023

De raad voornoemd,

mr. J. Janssen, griffier

drs. J.J.L.M. Janssen, voorzitter

Pagina 2 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13180991/1