23RV028 rv Strategische kaders Werk en Inkomen 2024-2027
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Strategische kaders Werk & Inkomen 2024-2027
Portefeuillehouder
Laura Hoogstraten
Ontvangst griffie
10 mei 2023
Opsteller
Jan Steven Eilander 23RV028/194019
Ronde Tafel
01 juni 2023
Zaak/stuknummer
Debat
01 juni 2023
Besluit college
09 mei 2023
Raadsvergadering
29 juni 2023
Onderwerp Strategische kader Werk & Inkomen 2024 - 2027
Doel van het voorstel Vaststellen van de strategische kaders Werk & Inkomen 2024 – 2027 en de bijbehorende afspraken met betrekking tot de inbreng en inzet van participatiemiddelen in de RDWI. Voorgesteld besluit 1. Vaststellen van de Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027; 2. Vaststellen van de financiële afspraken m.b.t. de participatiemiddelen; 3. Instemmen met het opnemen van het financiële herverdeeleffect in de kadernota van 2024. 4. In te stemmen met de uitwerking van de Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027 en de benodigde middelen te dekken uit bestaande budgetten. 5. Het Algemeen Bestuur van de RDWI informeren over dit besluit.
Besluit Raad 29 juni 2023: Conform unaniem (met 31 stemmen voor) besloten. Tevens is een motie aangenomen (bijgevoegd)
Inhoud Iedere vier jaar stellen de gemeenteraden van de gemeenten Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist (regio Zuidoost Utrecht) de strategische kaders Werk en Inkomen vast. Deze kaders zijn richtinggevend voor het beleid en de uitvoering door de Regionale Dienst Werk en Inkomen (RDWI). De huidige kaders lopen tot en met 2023. Het is daarom nodig dit jaar nieuwe kaders vast te stellen voor de periode 2024-2027. Deze kaders raken indirect ook het bredere sociale domein aangezien het terrein van Werk en Inkomen hier integraal onderdeel van uitmaakt.
VERDIEPING Inleiding De gemeenten in de regio Zuidoost Utrecht (regio ZOU) hebben de taken en bevoegdheden op het terrein van Werk en Inkomen overgedragen aan de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (RDWI). Eens in de vier jaar stellen de gemeenteraden strategische kaders vast die richting gevend zijn voor het beleid en de uitvoering van de RDWI. In 2023 moeten de nieuwe strategische kaders Werk en Inkomen voor de periode 2024-2027 worden vastgesteld. 1
In december 2022 informeerden wij u over het proces dat moet leiden tot nieuwe regionale strategische kaders voor Werk en Inkomen en een daaraan gekoppelde financieringswijze én stuurden wij u de bestuurlijke opdracht toe. Op 29 maart 2023 hebben wij u tijdens een regionale raadsinformatieavond geïnformeerd over de hoofdlijnen van de strategische kaders, die in goede samenwerking met onze belangrijkste partners (Biga Groep BV en de RDWI) tot stand zijn gekomen. De voorgestelde strategische kaders (zie bijlage 1) bevatten tevens het voorstel met betrekking tot nieuwe afspraken over de inzet en verdeling van de participatiemiddelen die aan de RDWI ter beschikking worden gesteld. Over de strategische kaders en de financiële afspraken is tussen de betrokken portefeuillehouders binnen de regio-ZOU overeenstemming bereikt. De afspraken voldoen aan de vooraf gestelde kaders en uitgangspunten. De zienswijzen van de RDWI (incl. de Regionale Cliëntenraad KRH) en de Biga Groep BV zijn toegevoegd. Uw Raad ontvangt het advies van het AdviesNetwerk Zeist (ANZ) separaat, inclusief een bestuurlijke reactie op dit advies.
ARGUMENTEN VOOR EN TEGEN 1.1. Vanaf 2024 gelden nieuwe strategische kaders. Eens in de vier jaar stellen de gemeenteraden strategische kaders vast die richting gevend zijn voor het beleid en de uitvoering RDWI. In 2023 moeten de nieuwe strategische kaders Werk en Inkomen voor de periode 2024-2027 worden vastgesteld. 1.2. Breed draagvlak voor de strategische kaders De strategische kaders zijn in afstemming met de Biga Groep BV, de RDWI, de Regionale Cliëntenraad KRH en de Adviesraden Sociaal Domein van de ZOU-gemeenten tot stand gekomen. Hierdoor kunnen de strategische kaders niet alleen rekenen op gemeentelijk draagvlak maar ook op draagvlak binnen de betrokken uitvoerende instanties. 1.3. Sluiten aan bij wens om door te gaan met huidige koers Op basis van een korte evaluatie, een inventarisatie van de nieuwe ontwikkelingen en de gesprekken die met de betrokken partijen gevoerd zijn, zijn we tot de conclusie gekomen dat we de ingezette koers vast kunnen houden. Daar waar nodig is de koers aangescherpt. Daarnaast hebben we binnen de strategische kaders aangegeven op welke onderdelen we de komende jaren verbeteringen aan willen brengen. Vandaar de subtitel “Door op het gekozen spoor. Niet anders maar beter!” We blijven ons inzetten voor een inclusieve samenleving en arbeidsmarkt. Werk en voldoende inkomen zijn belangrijke voorwaarden om mee te kunnen (blijven) doen.
Vanuit vertrouwen in onze inwoners en de professionals proberen we – samen met de lokale (vrijwilligers)organisaties – vroegtijdig in contact te komen met inwoners om problemen voor te zijn en financiële stress te voorkomen. Doen wat nodig is, geen verkeerd loket en een traploos ondersteuningsaanbod zijn, naast meer ruimte voor lokale inkleuring en werk voor iedereen, belangrijke ambities voor de komende jaren. Daarnaast gaan we de bovenregionale kansen en middelen optimaal benutten. 2.1. Meer inzicht en sturing door gemeenten en RDWI met nieuwe financiële afspraken De nieuwe financiële afspraken hebben enkel betrekking op de inbreng en inzet van de participatiemiddelen (het Participatiebudget). De nieuwe afspraken sluiten inhoudelijk aan bij de strategische kaders. Als uitgangspunt voor de nieuwe wijze van financiering geldt dat niet langer de rijksbudgetten leidend zijn, maar de (gezamenlijke) gemeentelijke ambities en de te behalen inhoudelijke doelen. De nieuwe financiering is hierdoor minder budget gedreven en meer gericht op het behalen van resultaten. Ook wordt de relatie tussen de inbreng en inzet van middelen duidelijker. Daarnaast is een nieuwe toekomstbestendige verdeelsleutel nodig om de lasten evenwichtiger onder de deelnemers te verdelen.
Doordat de ambities uitgangspunt worden, leiden de nieuwe financiële afspraken tot meer gemeentelijke keuzevrijheid en sturingsmogelijkheden (zie fig. 1) met betrekking tot: a) de omvang en invulling van de basisdienstverlening door de RDWI; b) de omvang en invulling van het lokale maatwerk en de aanvullende dienstverlening; c) de organisaties die in dit kader ingezet worden. Figuur 1. financiële sturingsmogelijkheden
De kosten die de RDWI maakt ten behoeve van re-integratie- en participatieactiviteiten voor de vijf gemeenten (basisdienstverlening) worden op de volgende manier tussen de gemeenten verdeeld: 1. de personele- en organisatiekosten voor de basisdienstverlening en projecten die de RDWI namens de vijf gemeenten uitvoert, worden verdeeld op basis van een verdeelsleutel met een viertal maatstaven (bijstandsontvangers, loonkostensubsidies, inschrijving doelgroepenregister en lage inkomens). Deze maatstaven zijn gelijk aan de maatstaven die het Rijk gebruikt bij het bepalen van de hoogte van de rijksbijdrage per gemeente. Daarnaast sluit de verdeelsleutel beter aan op de inzet door de RDWI en de verschillen tussen gemeenten. De verdeelsleutel inclusief de benoemde maatstaven zijn – na vaststelling – het vaste uitgangspunt voor de berekening van de gemeentelijke bijdrage. Doordat de maatstaven echter gekoppeld zijn aan aantallen inwoners en deze inwonersaantallen kunnen fluctueren, kan het gemeentelijk aandeel in de kosten jaarlijks afwijken. Hierdoor sluit de verdeelsleutel aan bij de ontwikkelingen. 2. de kosten voor instrumenten die, voortvloeiend uit de basisdienstverlening, ten behoeve van een individuele inwoner worden ingezet (o.a. jobcoaching) worden vergoed door de woongemeente. 3.
de kosten voor de aanvullende dienstverlening/lokaal maatwerk die een gemeente ten behoeve van haar eigen inwoners afspreekt met de RDWI of een (lokale) organisatie worden door de gemeente zelf gedragen. 2.2 financiële afspraken sluiten aan bij vooraf gestelde criteria. De nieuwe financiële afspraken voldoen aan vooraf gestelde randvoorwaarden: • Ze sluiten aan bij de inhoudelijke strategische kaders. De wijze van financiering draagt bij aan het behalen van ambities en resultaten voor de inwoners. •
Ze gaan in op financiële solidariteit tussen gemeenten.
•
Ze houden rekening met de veranderde rijksfinanciering van middelen die de gemeenten ontvangen voor participatie. Deze zijn vanaf 2023 voor het grootste deel onderdeel van de algemene uitkering van het gemeentefonds geworden (onderdeel van het cluster inkomen en participatie). Hierdoor is er geen sprake meer van geoormerkte gelden en staat het gemeenten vrij om op basis van eigen inzicht keuzes te maken met betrekking tot de inzet van deze middelen.
•
Ze zijn helder, goed uitlegbaar en voor langere tijd houdbaar.
•
Ze sluiten aan op de nieuwe en gewijzigde wetgeving (“Breed offensief”, “Participatiewet in balans” en “Suwi-wetgeving”).
•
De bureaucratische en administratieve effecten voor de RDWI blijven beperkt.
2.3 Relatie tussen inbreng van middelen en inzet door RDWI is groter. Bij de bestaande financiële afspraken is er geen directe relatie tussen de inbreng vanuit de gemeenten en de inzet van middelen. Met de nieuwe afspraken is die er veel meer. De kosten van instrumenten voor inwoners worden per gemeente afgerekend. Over aanvullende diensten worden per gemeente afspraken gemaakt en afgerekend. De kosten van de gezamenlijke basis dienstverlening worden afgerekend volgens een verdeelsleutel die beter aansluit bij de inzet door de RDWI. 2.4 Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027 Het uitwerken en implementeren van de strategische kaders is een meerjarig proces. Gemeenten en RDWI trekken hierin gezamenlijk op. De wijze waarop de gemeenten de vervolgacties de komende jaren handen en voeten gaan geven wordt beschreven in de Innovatieagenda Werk en Inkomen 20242027. De innovatieagenda wordt voor 1 januari 2024 vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders. De uitvoering van de innovatieagenda vindt plaats onder regie van de Bestuurstafel-ZOU. Hiermee wordt de verbinding van Werk en Inkomen met het brede gemeentelijke sociale domein geborgd. KANTTEKENINGEN 1.1.
Strategisch Meerjarig Plan versus Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027 De strategische kaders en met name de innovatieagenda leiden er toe dat gemeenten ambtelijk (vanuit de ZOU-samenwerking) een actievere beleidsmatige en inhoudelijke rol gaan spelen. Vandaar dat het belangrijk is dat we de gezamenlijkheid met de RDWI en de Biga vast weten te houden. Onder andere door een goede afstemming bij de totstandkoming en uitvoering van de Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027 en het Strategisch meerjarig plan 2024-2027. 1.2. Voldoende ambtelijke capaciteit De nieuwe strategische kaders leiden tot meer gemeentelijke verantwoordelijkheden. Punt van aandacht is dat – binnen de huidige capaciteit en rekening houdend met de krapte op de arbeidsmarkt – tijdig voldoende ambtelijke capaciteit beschikbaar dient te zijn om alle ambities waar te kunnen maken.
TOELICHTING SAMENSPEL De strategische kaders zijn tot stand gekomen in afstemming met Biga Groep BV, RDWI (incl. de Regionale Cliëntenraad KRH) en de Adviesraad Sociaal Domein. Deze samenwerkingspartners hebben hun waardering uitgesproken over de wijze waarop zij betrokken zijn bij de totstandkoming van de strategische kaders en herkennen hun inbreng. Hun reacties hebben we als bijlage bij dit voorstel gevoegd (zie bijlage 2 en 4). Het AdviesNetwerk Zeist heeft aan de voorkant input geleverd op de kaders. De adviesaanvraag is bij het ANZ in behandeling. Het ANZ-advies zal na ontvangst worden voorgelegd aan het college, waarna het, voorzien van een bestuurlijke reactie, toegezonden wordt aan de Raad. De Raad wordt op deze manier in staat gesteld om het advies van het ANZ te betrekken in haar overwegingen. Middels een brief informeren we de RDWI en de Biga Groep BV over uw besluit. FINANCIËLE TOELICHTING Effecten nieuwe financiële afspraken Participatiemiddelen RDWI. Het is niet mogelijk om, zonder dat de eerder genoemde keuzes gemaakt zijn en de registratie door de RDWI is aangepast, de gevolgen van de nieuwe financiële afspraken meerjarig getrouw in beeld te brengen. Er zijn meerdere factoren die beïnvloed kunnen worden, zoals de omvang en inzet van instrumenten door de gemeenten. Duidelijk is dat de nieuwe afspraken leiden tot een herverdeling van
kosten (zie tabel 1). De herverdeeleffecten worden getemperd via een ingroeimodel gebaseerd op een oplopende rekenfactor van 0,25 per jaar met een looptijd van vier jaar. Voor Zeist betekent dit bij ongewijzigde inzet van re-integratiemiddelen een oplopend financieel voordeel tot € 644.000 in 2027. Tegelijk betekenen de nieuwe afspraken dat in toenemende mate daadwerkelijk gemaakte kosten toegerekend worden aan de betreffende gemeente. Doordat er op dit moment zeer beperkt zicht is op de re-integratiekosten per gemeente, is het niet in te schatten of deze nieuwe afspraken leiden tot een groter financieel voordeel of dat er toch sprake is van een (beperkt) negatief effect waardoor het geschetste verwachte financiële voordeel lager uitvalt. De nieuwe financiële afspraken bieden de gemeenten kansen om keuzes te maken voor wat betreft de omvang en inzet van het participatiebudget. Naast de inhoudelijke keuzemogelijkheden gaan we meer sturen op de efficiëntie en effectiviteit. Dat betekent dat het totale participatiebudget dat nu bij de RDWI belegd is mogelijk lager kan worden. De mogelijkheden zullen, in het kader van de Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027, in nauwe samenwerking met de RDWI onderzocht worden. We komen hier bij de behandeling van de begroting 2025 op terug.
Voor 2024 bedraagt de gemeentelijke inbreng van middelen, conform de nieuwe afspraken en het ingroeimodel, de bedragen zoals in de onderstaand tabel. Bij de bepaling van de hoogte van de bijdrage 2024 is al rekening gehouden met de dempende werking vanuit het ingroeimodel (factor 0,25). Tabel 1. financiële afspraken 2024 inwoners huidige afspraken aandeel
aandeel bijdrage
Bunnik
8%
2,20%
81.000
nieuwe afspraken bijdrage aandeel 2024 4,60% 103.000
De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede
22%
16,30%
595.000
19,80%
626.000
25%
15,40%
561.000
23,10%
631.000
12%
5,70%
207.000
9,80%
245.000
Zeist
33%
60,30%
2.198.000 42,60%
2.037.000
totaal
100%
100%
3.642.000 100%
3.642.000
Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027 De innovatieagenda (zie strategische kaders bijlage 1, blz 30) dient verder uitgewerkt te worden tot een programmaplan, met daaraan gekoppeld een heldere projectplanning, prioritering, fasering en een overzicht van de benodigde middelen. De kosten worden voor 2023 begroot op € 50.000 euro en worden naar rato op basis van inwonersaantal over de ZOU-gemeenten verdeeld. Tabel 2. gemeentelijke bijdrage innovatieagenda Aandeel 2023 inwoners De Bilt 22% € 11.000 Bunnik 8% € 4.000 Utrechtse Heuvelrug 25% € 12.500 Wijk bij Duurstede 12% € 6.000 Zeist 33% € 16.500 Totaal € 50.000 Implementatiekosten RDWI De implementatie van de nieuwe financiële afspraken vraagt incidenteel en structureel extra inzet van de RDWI. De omvang hiervan wordt pas duidelijk bij de verdere uitwerking en is afhankelijk van nog te maken keuzes over invulling en wijze van uitvoering. De financiering van extra inzet loopt via de RDWI.
Juridische aspecten
Duurzame aspecten
VERDERE PROCES Planning en uitvoering Communicatie Evaluatie
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027; Zienswijze Strategische kaders Dagelijks Bestuur RDWI; Advies Regionale Cliëntenraad KRH m.b.t. de strategische kaders aan DB RDWI; Reactie Bestuurstafel ZOU-regio op zienswijze DB RDWI; Zienswijze Biga Groep BV; Reactie Bestuurstafel ZOU-regio op zienswijze Biga Groep BV; Informerende brief aan AB RDWI over besluitvorming gemeenten
RAADSBESLUIT
Behoort bij raadsvoorstel Nr. 23RV028
De raad van de gemeente Zeist; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 09 mei 2023; BESLUIT: 1. Vaststellen van de Strategische Kaders Werk en Inkomen 2024-2027. 2. Vaststellen van de financiële afspraken m.b.t. de participatiemiddelen. 3. In te stemmen met het opnemen van het financiële herverdeeleffect in de kadernota van 2024. 4. In te stemmen met de uitwerking van de Innovatieagenda Werk en Inkomen 2024-2027 en de benodigde middelen te dekken uit bestaande budgetten. 5. Het Algemeen Bestuur van de RDWI informeren over dit besluit.
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 29 juni 2023.
De raad voornoemd,
mr. J. Janssen, griffier
drs. J.J.L.M. Janssen, voorzitter
Motie is met 26 stemmen voor van PvdA, GroenLinks, CDA, ChristenUnie-SGP, NieuwDemocratischZeist, SP, ZeisterBelang, D66, onafhankelijk raadslid Osinga voor en 5 stemmen tegen van VVD aangenomen
Motie verhoging inkomensgrens individuele inkomenstoeslag (IIT) De gemeenteraad van Zeist bijeen op donderdag 29 juni 2023 Constaterende dat: -
-
-
De gemeente Zeist kent, naast de landelijke regelingen, een aantal regelingen voor mensen met een minimaal inkomen, welke regelingen worden uitgevoerd door de Regionale Sociale Dienst, zoals bijvoorbeeld de Geld-Terug-Regeling; Daarnaast bestaat er een aantal regelingen die op basis van subsidies worden uitgevoerd zoals o.a. de Voedselbank, Stichting Leerkansen en het Jeugd Sport Cultuurfonds; De gemeenteraad van Zeist heeft enige jaren geleden beslist dat inwoners die een inkomen hebben tot 130% van het sociaal minimum voor de minimaregelingen in aanmerking komen; Dat er op deze regeling een uitzondering bestaat voor de Individuele Inkomenstoeslag (IIT), waarvoor een inkomensgrens geldt van 100% van een inkomen op bijstandsniveau; Voor de IIT komen in aanmerking de inwoners tussen 21 en de AOW gerechtigde leeftijd, die al drie jaar een inkomen op bijstandsniveau hebben, die geen uitzicht hebben op inkomensverbetering en de afgelopen 12 maanden geen individuele inkomenstoeslag hebben ontvangen. Gemeenten hebben een zekere beleidsvrijheid bij het bepalen van de inkomensgrens; Dat bijvoorbeeld de gemeenten Rotterdam, Ede en Wageningen een inkomensgrens hanteren van 130% van het sociaal minimum. Indiener(s) vinden het redelijk dat er voor alle bestaande minimaregelingen eenzelfde inkomensgrens wordt gehanteerd.
Overwegende dat: De indiener(s) van deze motie vermoeden dat er destijds niet bewust een uitzondering is gemaakt voor de ITT maar dat deze is “vergeten” mee te nemen. De gemeente Zeist telt ongeveer 1350 inwoners met een uitkering krachtens de Participatiewet. Hoeveel inwoners een inkomen hebben tussen 100% en 130% van het sociaal minimum is de indiener(s) van deze motie niet bekend. Roept het college op Te onderzoeken hoe groot de groep inwoners is die een inkomen hebben tussen 100% en 130% van het sociaal minimum en op basis van de overige criteria in aanmerking zouden komen voor de individuele inkomenstoeslag, welke kosten er gepaard gaan met het verhogen van de inkomensgrens voor de individuele inkomenstoeslag tot 130% van het sociaal minimum en de resultaten mee te nemen in het te herijken minimabeleid eind 2023.
En gaat over tot de orde van de dag. PvdA, Wilma Breddels GroenLinks, Silke Zwart ChristenUnie-SGP, Annet Ploeg
CDA, Marcel Fluitman