20260121 Beantwoording nog openstaande vragen Vragenuur Lijst ingekomen stukken 20 januari 2026
Tekst van het document
Beantwoording nog openstaande vragen uit het Vragenuur Lijst ingekomen stukken 20 januari 2026 PR26.001 VNG Ledenbrief 25.060 LOGA RVU zware beroepen en andere cao afspraken Gerard van Vliet (Groene Alliantie): Het ingekomen stuk spreekt onder punt 5 over extra inzet op duurzame inzetbaarheid. 1. Wordt (en gaat) de aangeduide focus op duurzame inzetbaarheid en het verbeteren van arbeidsomstandigheden binnen gemeente Zeist t.a.v. alle werknemers en ambtenaren (worden) ingezet? (dit dus ook buiten de doelgroep die in aanmerking komt voor RVU). Antwoord: Afgelopen jaar heeft er een Risico- en Evaluatie Inventarisatie (RI&E) plaatsgevonden voor het Sociaal Domein en in 2026 zullen we de RI&E voor de nieuwe werf (inclusief de werkzaamheden en belasting) gaan uitvoeren. Aandachtspunten die uit een RI&E komen, maken we een plan van aanpak op, en bespreken we met o.a. de OR en volgen we op. Dit gebeurt dus ook met de bevindingen uit het meest recente RI&E. Daarnaast volgt eind Q1 het medewerkersbevlogenheidsonderzoek, waar we uitvoerig stilstaan bij de ervaren (mentale) belasting, regelruimte, werkdruk, vitaliteit en nog veel meer hulpbronnen en taakeisen. Oftewel: aspecten in het werk die effect hebben op de gezonde, veilige en duurzame manier van werken.
Medewerkers krijgen hun eigen resultaten, we zien de resultaten op organisatieniveau en verder delen we de resultaten op teamniveau als daar voldoende medewerkers aan mee hebben gedaan. 2. Er komen in Zeist signalen door van o.a. een relatief hoog ziekteverzuim, zware mentale belasting en een vrij strak regime met weinig eigen en vrije regelruimte voor professionele ambtenaren en werknemers. Kan de gemeente onderzoeken in hoeverre deze signalen (deels) juist zijn en welke inzet op het verbeteren van arbeidsomstandigheden en van andere werknemers belastende factoren is de gemeente bereid te (laten) plegen ten behoeve van werknemers en ambtenaren? Antwoord: De resultaten van het hiervoor genoemde medewerkersbevlogenheidsonderzoek worden ook per team besproken, dus dan kunnen we inzoomen op de specifieke aandachtspunten en signalen. Ook daar maken we, samen met het team, een plan voor. Daarnaast zijn er de leidinggevenden, P&O of zelfs de OR waar de medewerkers altijd terecht kunnen met hun signalen en knelpunten. Dan hoeven we niet te wachten op de uitkomsten van het medewerkersonderzoek. Tot slot voeren wij, naast de jaargesprekken met zittende medewerkers waar duurzame inzetbaarheid altijd een thema is, ook altijd vertrekgesprekken met medewerkers die ons gaan verlaten. Die informatie nemen wij ook serieus mee in onze lijn van werken.
PR26.023 Brief van Dutch Child Center – Stop de werkwijze van de Jeugdbescherming Carlo Fiscalini: 1. Is het college bereid een overzicht te geven van hoe Jeugdzorg in Zeist werkt en wat voor klachten daarover in de laatste jaren zijn geweest en/of fouten zijn gemaakt die weer hersteld zijn? Antwoord: Ja, het college is bereid om de raad mee te nemen in hoe de Jeugdzorg werkt, wat de wettelijke kaders zijn en hoe we daar in Zeist invulling aan geven. Uw vragen over de binnengekomen klachten zijn moeilijk te beantwoorden zonder in te gaan op de aard van de individuele klachten. Wij willen daarbij niet ingaan op de voortgang in individuele casuïstiek. Bovendien komen klachten over de jeugdbescherming het eerst binnen bij de jeugdbescherming zelf. Jeugdigen of ouders die het niet eens zijn met de jeugdbeschermer kunnen allereerst een gesprek aanvragen met de jeugdbeschermer en hun leidinggevende, mocht dit niet tot een oplossing leiden kunnen zij een klacht indienen bij de klachtencommissie van hun jeugdbeschermingsorganisatie. Hier zitten mensen die niet bij de jeugdbescherming werken. Ook hebben jeugdigen of ouders de optie om een tuchtklacht in te dienen bij Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) als zij bijvoorbeeld van mening zijn dat de jeugdbeschermer onprofessioneel of asociaal handelt. Een vertrouwenspersoon kan hen helpen bij het indienen van de klacht.
Deze vertrouwenspersoon is beschikbaar via jeugdstem.nl of via adviespunt zorgbelang.
Pagina 1 van 5
De Inspectie (IGJ) is primair aan zet om bij herhaalde, structurele of ernstige klachten over GI’s op te treden (art 9.1 Jeugdwet). Zij kunnen onderzoeken instellen en maatregelen opleggen (zoals nu bv bij Jeugdbescherming-Noord het geval is). Vorig jaar heeft 1 klachtgesprek plaatsgevonden in Zeist over SAVE. 0 over WSS of LDH. 2. Dan wel kan het college aangeven waarom zich in Zeist bij het Jeugd- en Jongerenwerk zich niet de problemen hebben voorgedaan zoals die in andere gemeenten zich wel voordeden, als door Dutch Child Center in hun brief vermeld? Graag ontvang ik de in deze gevraagde beantwoording schriftelijk, zo nodig cq. zo mogelijk met verwijzing naar stukken. Antwoord: Deze brief gaat over zorgen die worden geuit over de druk op de Jeugdbeschermingsketen. Jongerenwerk bevindt zich meer in de welzijnshoek. Deze brief gaat dus niet over de problemen in het jongerenwerk. Wat de Jeugdbescherming betreft: Hoewel ook de Jeugdbescherming in de provincie Utrecht onder druk staat, is hier nadrukkelijk geen sprake van organisaties die onder verscherpt toezicht staan zoals in de brief wordt vermeld. Gerard van Vliet (Groene Alliantie): 3.
Graag reactie College op ingekomen stuk vwb situatie in Zeist en voordelen voor situatie in Zeist van toepassing middelen zoals in de diverse bijgevoegde moties aangeduid? Antwoord: De jeugdbeschermingsorganisaties waar Zeist mee samenwerkt staan niet onder verscherpt toezicht. Wel is het zo dat ook zij onder druk staan, aangezien we dit in het hele land zien. Het liefst willen we natuurlijk dat er helemaal geen Zeister jeugdigen Jeugdbescherming nodig hebben. Om dit te kunnen realiseren is het belangrijk om in te blijven zetten op preventie, goede samenwerking met de Jeugdbescherming, en om onze mensen bij het CJG te voorzien van de juiste expertise die nodig is om met deze casuïstiek om te gaan. PR26.026 Buurtcollectief Den Dolder – Verzoek sluiting pand Distelvlinder 5 (Fivoor) vanwege niet voldoend brandveiligheidseisen + VRG25.044 Brandveiligheid Fivoor Tijmen Visser (Seyst.nu) 1. Gaat het college over tot sluiting van Fivoor (Distelvlinder 5 Den Dolder) vanwege overtreding van de wet vergunningen brandveiligheid die wordt gesteld in PR26-026? Graag een reactie. Graag ook even leggen naast de antwoorden op de schriftelijke vragen hierover (VRG25.044). Het lijkt alsof er vanuit de beide kanten met verschillende informatie wordt gewerkt. Antwoord: Nee, het college gaat niet over tot sluiting van het pand aan de Distelvlinder 5 in Den Dolder.
Volgens het college, zoals ook eerder toegelicht in de beantwoording van schriftelijke vragen, is er geen reden om te twijfelen aan de brandveiligheid van het pand. De beantwoording van deze vragen (VRG25.044) is hier terug te lezen. De in PR26-026 genoemde overtredingen van de brandveiligheidsvoorschriften zijn niet aan de orde. Deze lijken te zijn gebaseerd op een onjuiste interpretatie van een gebruiksmelding voor een tijdelijk bouwwerk op dit perceel. Deze stukken zijn verstrekt in het kader van een Woo-verzoek. In deze gebruiksmelding wordt gesproken over tijdelijke huisvesting. Hiervoor is destijds een tijdelijk bouwwerk neergezet ter overbrugging tijdens de verbouwing van het hoofdgebouw omstreeks 2010. Na de verbouwing is dit object verwijderd, waardoor desbetreffende gebruiksmelding niet meer van toepassing is. Het pand aan de Distelvlinder 5 is, zoals hierboven genoemd, rond 2010 ingrijpend verbouwd en voldeed destijds aan de geldende brandveiligheidsvoorschriften. In 2019 is vastgesteld dat hier niet langer volledig aan werd voldaan. Omdat Fivoor in dat jaar al had aangekondigd Den Dolder te zullen verlaten, is ervoor gekozen het pand niet grootschalig te verbouwen, maar te werken met een risicogestuurde oplossing. Deze oplossing biedt een gelijkwaardige maatregel om alsnog te voldoen aan de brandveiligheidseisen, zonder dat een ingrijpende verbouwing nodig is.
Het pand wordt nog steeds periodiek gecontroleerd door de VRU. Uit de laatste controle in 2025 blijkt dat het pand nog altijd voldoet aan de eisen die op grond van het Bbl worden gesteld aan brandveiligheid. De aanvraag die recent namens Fivoor is ingediend, ziet niet toe op een uitbreiding of wijziging van het pand. De aanvraag is bedoeld om de bestaande risicogestuurde oplossing formeel te verlengen tot 1 januari 2027. Hierbij wordt benadrukt dat deze verlenging in de praktijk niets wijzigt en er uitsluitend voor zorgt dat alle formele stukken op orde zijn. Pagina 2 van 5
VRG25.046 Bezuiniging op Vluchtelingenwerk Nederland Ans Pereboom (GroenLinks): Betreft aanvullende vragen naar aanleiding van de beantwoording. Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) biedt begeleiding en ondersteuning aan vluchtelingen, asielzoekers en statushouders, binnen en buiten de opvanglocaties. Het ministerie van Asiel en Migratie heeft de subsidie van VWN per 2026 verlaagd en deze verlaging is van grote invloed op de dienstverlening in de opvanglocaties. VWN heeft het college van B&W in november 2025 geïnformeerd over de gevolgen voor de dienstverlening (PR25.233). Onze fractie heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college hoe zij denkt de gevolgen van gewijzigde dienstverlening in de opvanglocaties op te vangen. In de beantwoording lezen wij dat het college met COA en VWN in gesprek is over de te nemen stappen (VRG25.046). Inmiddels mochten wij ook het voorstel over de Beleidsnota vluchtelingen, asiel en integratie van het college ontvangen (RV25.074). Onze fractie maakt zich grote zorgen over de impact op het welbevinden van de mensen in het AZC, die wachten op een uitspraak van de IND. De spanning en onzekerheid voor bewoners in de opvanglocaties zal enorm toenemen als VWN hen niet meer kan helpen, aangezien alleen vragen over lopende asielprocedures nog behandeld kunnen worden. Vragen van Dubliners, AMV'ers en statushouders kunnen niet meer behandeld worden.
De voorlichting en ondersteuning zal meer en meer digitaal gebeuren. Daardoor dreigen aanvragen bij de IND te verzanden in een scenario van ‘computer says no’, met grote frustraties en moedeloosheid tot gevolg. Vluchtelingen, die eindelijk een aanvraag mogen doen om hun gezin over te laten komen, moeten het nu stellen zonder begeleiding van VWN. De door de IND veronderstelde zelfredzaamheid - ze moeten via een website en telefoonnummer hun aanvraag doen zal leiden tot vertraging in procedures door onvolledige aanvragen. Mensen die terug moeten keren naar hun land van herkomst, omdat hun aanvraag is afgewezen, krijgen geen hulp meer bij de oriëntatie op hun toekomst. Dit alles kan leiden tot onrust en frustratie onder de bewoners van de opvanglocaties, zowel onder statushouders als uitgeprocedeerden. Wij hechten aan rust en stabiliteit in de opvanglocaties. Zie ook de Beleidsnota vluchtelingen, asiel en integratie. Het ministerie is verantwoordelijk voor de opgelegde bezuiniging en de bewoners van de opvanglocaties dragen de gevolgen. Maar voor het behoud van draagvlak voor opvang en de veerkracht van de bewoners is het van wezenlijk belang dat het college met concrete maatregelen komt om de gevolgen op de dienstverlening op te vangen of te verzachten.
Hoe denkt het college dit te gaan doen? Graag ontvangen wij een update van het college over de stand van zaken en de uitkomsten van het overleg met het COA en met VWN: 1. Wanneer heeft overleg met genoemde instanties plaatsgevonden? Antwoord: Op 6 januari heeft een inhoudelijk overleg plaatsgevonden met COA en VWN. Ook is er eerder per email afstemming met COA geweest en tijdens een overleg in Kamp van Zeist op 9 december. 2. Kan het college de inhoud en/of een samenvatting van het overleg delen met de raad? Antwoord: De wethouder is ambtelijk geadviseerd en wordt op de hoogte gehouden. Het onderwerp is nog niet apart in het college besproken, omdat we hier al goed samenwerken met onze partners en praktisch erover afstemmen met COA en VWN. In het overleg van 6 januari is toegelicht wat de veranderingen voor AZC Zeist betekenen. Zoals besproken: VWN blijft voorlopig op de locatie aanwezig en richt zich vooral op de reguliere asielprocedure. Ondersteuning bij Dublin, AMV, statushouders en gezinshereniging vervalt maar lopende aanvragen worden wel afgerond. Vanaf 1 december 2025 moeten gezinsherenigingen al online worden aangevraagd, wat voor een deel van de bewoners ingewikkeld is. COA krijgt hierover meer vragen bij het eigen loket maar helpt en verwijst door naar de IND en het juridisch loket.
Pagina 3 van 5
3. Welke concrete maatregelen stellen COA en VWN voor om de gevolgen op de dienstverlening op te vangen? Antwoord: COA en VWN hebben aangegeven dat zij de dagelijkse vragen zoveel mogelijk binnen de bestaande teams opvangen en tot nu gaat dat goed. Zoals benoemd blijft VWN voorlopig op de locatie aanwezig voor vragen over de lopende asielprocedure en rondt de al lopende gezinsherenigingsaanvragen nog af. Nieuwe aanvragen lopen via de IND en het COA ondersteunt daar nog wel bij. 4. Welke concrete toezeggingen kan het college doen om de dienstverlening op het juiste peil te houden? Antwoord: Zoals aangegeven werkt de ambtelijke organisatie nauw samen met VWN en het COA. In deze overleggen stemmen we verder af wat nodig is. Wij volgen de signalen vanuit de locatie en maken waar nodig aanvullende afspraken over doorverwijzing en informatievoorziening. Er zijn geen verdere signalen of knelpunten bekend maar wel belangrijk is dat we problemen direct delen met de provincie zodat signalen breder kunnen worden opgepakt. 5. Welk tijdpad hanteert het college bij de uitvoering van de te nemen maatregelen? Antwoord: De veranderingen lopen door in de eerste helft van 2026. In die periode kijken we samen met COA en VWN wat voor bewoners nodig is en passen we afspraken aan zodra dat moet. We blijven dit volgen in de vaste overleggen en nemen maatregelen op het moment dat die nodig blijken.
RIB26.006 Startnotitie Verkenning visievorming Regiopoort Zeist-Noord Carlo Fiscalini: 1. Er wordt dus gestart met een verkenning van de mogelijkheden om te komen tot het vormen van een visie? Is dat starten dan al wel mogelijk? Antwoord: De verkenningsfase is bedoeld om in kaart te brengen wat ervoor nodig is om straks tot visievorming op Regiopoort Zeist-Noord te komen, op inhoud en proces. Het is goed mogelijk om aan de slag te gaan met de aandachtspunten die in de startnotitie worden genoemd (Kopje Aandachtspunten voor de verkenningsfase). 2. Zijn alle intensiveringsopgaven van defensie al bekend? In de bijlage Startnotitie worden wel enige zaken van defensie genoemd, maar is dat een limitatieve opsomming? Antwoord: Op dit moment werkt Defensie verder aan haar intensiveringsopgaven en uitwerking daarvan. Voor Camp New Amsterdam ligt de focus op een concentratie- en intensiveringslocatie voor bestaande eenheden, eenheden met een specifieke veiligheidstaak en 24/7 eenheden. Het Wallaardt Sacré Kamp dient met name als verzorgingslocatie voor eenheden geplaatst op Camp New Amsterdam (CNA) of in de nabijheid van CNA. 3. Wordt defensie in deze als regionale partner gezien, zoals op p.2.
van de RIB vermeld ? Antwoord: Ja, in de context waarmee we met Defensie samenwerken in de gebiedssamenwerking A-Z en hun defensieterrein op de Heuvelrug, is Defensie voor ons een regionale partner die nationale belangen vertegenwoordigt. 4. Of moet toch telkens overleg gevoerd met het ministerie, mede omdat het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie nog lang niet definitief is? Bij de verkenning wordt ook gekeken naar de NOVEX, de uitvoering van de NOVI. Maar de NOVI wordt nu herzien. Concept voor de gewijzigde NOVI is eind 2025 openbaar gemaakt en inmiddels is de termijn voor het indienen van een zienswijze op dat concept gesloten. Dus worden nu de zienswijzen verwerkt. Daarna moet over de definitieve conceptversie beslist worden. Dat zal enige tijd duren. En na definitief worden van de herziene NOVI Pagina 4 van 5
moet de NOVEX aan die herziene versie worden aangepast. Dan kan de huidige versie van de NOVEX toch nu niet gebruikt worden voor de verkenning? Antwoord: Er ligt sinds december 2025 een definitief NPRD. Over uitbreidingsplannen van Defensie en de mogelijkheden van realiseren daarvan is altijd overleg nodig tussen Defensie en betrokken gemeenten en partijen waar de plannen betrekking op hebben. Een nadere invulling van Defensieplannen maakt onderdeel uit van de af te sluiten clusterovereenkomst West (zie antwoord bij vraag 2). 5. Dat met defensie, hetzij het ministerie dan wel de regionale commandostructuur overleg gevoerd wordt spreekt voor zich. De positie van defensie in onze regio zal zeker toenemen. En defensie is in genoemde zin een op zich staande entiteit. Maar hoe kan inzake dit overleg gesproken worden van U10/U16 als ‘regionale partner’? U10 is toch geen zelfstandige entiteit, is geen bestuursorgaan? Heeft geen rechtspersoonlijkheid. Hetzelfde geldt voor ‘Regio Amersfoort’. U10, althans de wethouders die aan de bestuurstafel zitten waar over dit onderwerp wordt gesproken, kunnen geen besluiten nemen, kunnen hun gemeente niet binden.
Op welke wijze wordt in deze ‘leemte’ bij het ‘verkenningsproces’ voorzien? Antwoord: De U10 is een samenwerkingsverband van 16 gemeenten, met als kern een procesorganisatie die U16 gemeenten ondersteunt bij het realiseren van regionale opgaven, zoals een regiopoort. In deze context wordt de U10 ook als regionale partner beschouwd, los van de juridische terminologie. 6. Toegezegd wordt in de RIB/Startnotitie, dat aan betrokken partijen regelmatig reactie gevraagd zal worden. Niet duidelijk is in de Startnotitie hoe dat zal gaan. Op welke wijze wordt de participatie geregeld en van welk niveau zal deze zijn? Antwoord: In de startnotitie is onder het kopje Start en doorlooptijd van de verkenningsfase vermeld hoe in de verkenningsfase invulling wordt gegeven aan het samenspel, namelijk gericht op het ophalen van informatie bij stakeholders. 7. En wanneer wordt met betrekken van de inwoners en ondernemers bij de visievorming begonnen? Moet aan hen niet al vooraf aan de start van de verkenning gevraagd worden wat zij vinden van een Regiopoort Zeist Noord? Antwoord: Onderdeel van de verkenningsfase is om in kaart te brengen op welk moment en hoe inwoners en ondernemers in het visietraject worden betrokken. Het is gewenst om ambtelijk eerst meer scherpte te krijgen in invulling en betekenis van Regiopoort Zeist-Noord. 8.
In de Startnotitie wordt aan de hand van een lijst van functies/personen/uren/uurprijzen een onderbouwing gegeven van de kosten voor de verkenning van € 123.000,-. Wordt wat betreft de kosten van de inpassing in de verkenning van specifieke defensiezaken er van uitgegaan, dat defensie die geheel voor eigen rekening neemt? Antwoord: De genoemde kosten zijn alleen de genoemde kosten voor Zeist. Wij verwachten tijdens de verkenningsfase geen andere kosten, ook niet voor andere partijen. Voor zover er sprake is van onderzoeken etc, zal dat moeten blijken uit het plan van aanpak, dat het resultaat is van de verkenningsfase. 9. Tenslotte: in de Startnotitie wordt gesproken over woningbouw. Moeten/kunnen de aantallen woningen genoemd bij WA Hoeve en Dijnselburg, resp. 400 en 200, als richtgetallen gezien worden en zo ja, waarom? Antwoord: Deze aantallen komen uit de woningbouwplanning Zeist, die jaarlijks door het college wordt vastgesteld.
Pagina 5 van 5