20251009 Reactie vraag SP nav Debat Stichtse Lustwarande
Tekst van het document
Beantwoording raadsvragen SP over gebiedsafbakening toekomstvisie Stichtse Lustwarande 9 oktober 2025 1. Tijdens het debat werd door twee fracties de vraag gesteld (hierna geparafraseerd) over wat het betekent aan mogelijkheden voor ontwikkeling als een gebied net wel in de kernzone van de SLW valt, of juist daar net buiten. Ook zelf had ik mijn bijdrage deze onduidelijkheid aan de orde gesteld. In het antwoord op vraag 2 wordt namelijk alleen bevestigd dat de spelregels voor gebieden die net buiten de kernzone vallen, "in mindere mate" gelden. Maar onduidelijk blijft, ook na het debat, wat "in mindere mate" hier precies betekent? Kunnen spelregels wel in mindere mate gelden, of gelden ze dan helemaal niet, of wegen ze dan minder zwaar? Kunnen bijvoorbeeld bouwprojecten met hoogbouw makkelijker doorgang vinden als een ontwikkellocatie net buiten de kernzone van de SLW ligt (maar nog wel in de buitenzone van de SLW (het gebied binnen de blauwe contouren)? In het gebied buiten de kernzone, maar binnen de blauwe contouren, zien we veel minder elementen van de (voormalig) buitenplaatsen en andere structuren terug. Daardoor gelden de spelregels, die gericht zijn op de elementen en structuren van de Stichtse Lustwarande in minder mate, omdat er minder onderdelen zijn waarop de spelregels betrekking hebben.
Of buiten de kernzone bebouwing met hoogbouw makkelijker mogelijk is, hangt van meer beleid dan alleen de toekomstvisie Stichtse Lustwarande af. 2. Buitenplaats Charema (zie figuur met afbeeldingen onderaan deze mail): zowel in het visiedocument van SteenhuisMeurs als in het overzicht "De Utrechtse buitenplaatsbiotoop" van de provincie Utrecht (in bijlage meegestuurd) staan op diverse kaartjes telkens dezelfde buitenplaatsen ingetekend, die vervolgens allemaal zijn opgenomen in de kernzone van de SLW. Echter, met een uitzondering: op pagina 8 van het visiedocument ligt het gebied van de oude buitenplaats Charema voor een groot deel net buiten de kernzone, waar dit op andere kaartjes telkens gemarkeerd is als een oude buitenplaats (of deel van een ensemble). De vraag is dan ook: hoort het terrein van Charema niet gewoon geheel bij de kernzone (zoals ook de afbeeldingen op pag.122 en 123 lijken te suggereren), en zo ja: moet dan toch niet (ik moet hier opnieuw dezelfde vraag stellen) op pagina 8 de kaart gecorrigeerd worden naar de weergave van pag. 122, en zo nee, waarom niet? De toekomstvisie Stichtse Lustwarande Zeist richt zich op (uit pagina 7 van de toekomstvisie): 1. De samenhangende groenstructuur op en aan weerszijden van de bovenen de benedenweg (wegprofiel, bermen, erfafscheidingen, erven). 2. Buitenplaatsen en landgoederen aan weerszijden van deze route. 3.
De 1e en 2e Dorpsstraat, de 1e en 2e Hogeweg en de Slotlaan. 4. Elementen uit het buitenplaatsenlandschap die in woonwijken bewaard zijn gebleven, net als de groenstructuren van villawijken en tuinwijken die in het buitenplaatsenlandschap zijn ontwikkeld. We zien deze elementen niet terug in het terrein wat van oudsher onder buitenplaats Charema valt. Wel in het deel direct om het gebouw van Charema
heen en het terrein er direct achter. Daarom is dit wel onderdeel van de kernzone. De kaart hoeft daarom niet gecorrigeerd worden. 3. Krijgen percelen en gronden van oude buitenplaatsen binnen de kernzone van de SLW een mate van bescherming vergelijkbaar met die van gemeentelijke monumentale structuren of bestaan hier nog verschillen, c.q. gradaties in? Nee, deze percelen en gronden krijgen niet een bescherming die vergelijkbaar is met die gemeentelijke monumentale structuren (hierna: GMS). Een GMS moet door het college van burgemeester en wethouders worden aangewezen, op basis van een erfgoedverordening. En de GMS moet behandeld worden als een monument. De toekomstvisie heeft niet dezelfde status als een GMS.