20230602 Reactiebrief vragen Zeist Centrum Stuurgroep
Tekst van het document
Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist
www.zeist.nl ▪ www.twitter.com/gemeentezeist
Postbus 513, 3700 AM, Zeist
www.facebook.com/gemeentezeist
Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl
Zeist Centrum Stuurgroep zeistcentrumstuurgroep@gmail.com
Datum
1 juni 2023
Ons kenmerk
213709
Uw kenmerk Bijlage(n) Onderwerp
Behandeld door 1 Beantwoording vragen ‘Club Backstreet’
Team VVOW
Geachte leden van de stuurgroep, Op 30 april heeft u een brief gestuurd. Daarin maakt u uw standpunt kenbaar met betrekking tot de mogelijke terugkeer van (zware) horeca in de 2e Dorpsstraat. In diezelfde brief verzoekt u in overleg te treden. Op 25 mei is tijdens een informatiebijeenkomst stilgestaan bij uw standpunten en de vragen die u vooraf had gesteld. Op de avond zelf zijn niet al uw vragen aan bod gekomen en is toegezegd hierop schriftelijk terug te komen. Met deze brief doen wij dat. Aangezien de standpunten in uw brief van 30 april overlappend zijn met de vragen, moet u deze brief tevens aanmerken als een reactie op die brief. U treft de vragen en antwoorden aan in de bijlage. Vertrouwende u voor nu van dienst te zijn geweest.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Zeist namens dezen,
Randolf van Son Teammanager VVOW
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
2
BIJLAGE 1. Bent u voornemens de aangevraagde vergunning te verlenen en waarop is deze vergunning dan gebaseerd? Wij kunnen de aangevraagde vergunning pas beoordelen op het moment dat de aanvraag volledig is. Op het gebied van geluid zijn we nog in afwachting van een geluidsrapport dat door een gecertificeerd bedrijf wordt opgemaakt. Om een horeca inrichting te mogen exploiteren, is een exploitatievergunning nodig. Die vergunningplicht is opgenomen in artikel 2.28 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Daarnaast is voor het schenken van alcohol een alcoholwetvergunning vereist op grond van artikel 3 van de Alcoholwet.
2. Welke documenten heeft de gemeente geraadpleegd ten aanzien van de aanvraag voor een vergunning? Het bestemmingsplan, de APV, het Uitvoeringskader Horeca 2015 en het Activiteitenbesluit milieubeheer.
3. Wat is de reden dat de gemeente ooit koos voor een uitsterfbeleid? (Onbeantwoorde raadsvraag) Het uitsterfbeleid is bepaald in 2002 waardoor dit lastig te achterhalen is. Een verkennend onderzoek in het gemeente archief heeft niet tot een antwoord geleid. 4. In eerdere communicatie van de heer Bosma met omwonenden bevestigt hij namens de gemeente dat categorie 5 geen direct toegestaan gebruik is. Welk gebruik is wel direct toegestaan en wat betekent dit voor een eventuele vergunning? In het bestemmingsplan heeft het pand waarover wij spreken (2e Dorpsstraat 50) de bestemming ‘Gemengd’. Daarbinnen zijn verschillende functies toegestaan, te weten: • publiekgerichte dienstverlening • horeca categorie 1 t/m 3 • bedrijven, die in de van deze regels deel uitmakende bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten zijn aangeduid als milieu categorieën 1 en 2 • bij ter plaatse toegestane functies behorende werkplaatsen en atelier-, praktijk-, kantoor- en opslagruimten • wonen • bij wonen behorende toegangen en bergingen daarnaast kent het pand een specifieke aanduiding 'horeca van categorie 5' wat het mogelijk maakt om horeca in categorie 5 te vestigen. Het gebruik van het pand ten behoeve van horeca categorie 5 is door de functieaanduiding op planologische gronden toegestaan. 5.
Bent u het met omwonenden eens dat het overgangsrecht van toepassing is? Indien u dat niet met omwonenden eens bent, kunt u dan onderbouwen waarom niet? Nee, het overgangsrecht is niet van toepassing. Overgangsrecht houdt in dat gebruik dat al bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan én hiermee strijdig is, mag worden voortgezet. Hier komen we direct tot de kern van de zaak. Er moet sprake zijn van een functie die strijdig is met het bestemmingsplan. Daarvan is geen sprake, aangezien horecacategorie 5 niet strijdig is (geweest) met het vorige en nu geldende bestemmingsplan. Om die reden wordt in deze situatie niet toegekomen aan de overgangsrechtbepalingen. Voordat aanspraak kan worden gemaakt op een wettelijke regeling, moet die wel van toepassing zijn. Daar ontbreekt het in dit geval aan. 6. Bent u bekend met de overlast uit het verleden in de omgeving van de 2e Dorpsstraat? Ja, die is ons bekend.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
3
7. Bent u van mening dat de gemeente de overlast in het verleden effectief heeft weten te handhaven? Wij willen benadrukken dat het tegengaan van overlast een samenspel is van verschillende partijen. Het is niet alleen aan de gemeente om daarop in te grijpen, maar evengoed een verantwoordelijkheid van bezoekers en ondernemers. In samenwerking met politie en horecaondernemers wordt gekeken wat nodig en mogelijk is. Het is immers in niemands belang om ontoelaatbare verstoring van het woon- en leefklimaat ruimte te geven. Daarom is het belangrijk om in gesprek met elkaar te bepalen welke maatregelen kunnen bijdragen aan het voorkomen en tegengaan van overlast en welke afspraken er nodig zijn. In het gebied zaten voorheen meerdere horecabedrijven. Niet alle eigenaren droegen bij aan het tegengaan van overlast/orde verstoringen. Handhaving (bij geluidsoverlast), het opleggen van verblijfsontzeggingen en zelfs sluiting van een café hebben bijgedragen aan het bestrijden van de overlast. 8. Is er door de gemeente een intentieverklaring voor verlening van een vergunning aan de nieuwe ondernemers afgegeven? Nee. Die veronderstelling is mogelijk ontstaan vanwege een e-mail die in het kader van een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) is verstrekt. Daarin wordt gesproken over een ‘intentieverklaring’.
Daarmee wordt echter gedoeld op een afspraak tussen de huurder en verhuurder over het gebruik van het pand 2e Dorpsstraat 50. Bij de beoordeling van de aanvraag moet voor ons helder zijn dat de aanvrager over een pand beschikt om de aangevraagde activiteit uit te kunnen voeren. De intentieverklaring geeft die helderheid. 9. Is er door de gemeente op een andere wijze de indruk gewekt bij de nieuwe ondernemers dat de vergunning toegekend zal worden? Nee. Er is op voorhand met de ondernemer gesproken over de van toepassing zijnde regels en het doorlopen van de procedure. De primaire vraag of op de genoemde locatie een discotheek mogelijk is op grond van het bestemmingsplan, is positief beantwoord. Het bestemmingsplan is overigens slechts één van de criteria waaraan wordt getoetst. 10. Welke toezeggingen zijn er gedaan richting de nieuwe ondernemers? Geen 11. Is de gemeente het met omwonenden eens dat in het pand van (destijds) De Koets (weliswaar kort) als laatste een horeca categorie-3 onderneming is geëxploiteerd? Nee, daar is geen sprake van. Als hiermee de gedoogbeschikking wordt bedoeld in de periode waarin coronamaatregelen golden, dan kan niet anders dan worden geconcludeerd dat de gedoogbeschikking zag op het tijdelijk toestaan van een exploitatie van een horeca categorie 4. Van exploitatie van een horeca categorie 3 is geen sprake geweest. 12.
Kan de gemeente toelichten hoe er middels het passief uitsterfbeleid wordt toegewerkt naar de in het bestemmingsplan toegestane horeca categorieën (tot en met categorie 3)? De planregels zijn duidelijk. Indien het gebruik voor horecacategorie 5-activiteiten ter plaatse is beëindigd én de opstallen weer in gebruik zijn genomen voor één van de rechtstreeks toegelaten functies, is het gebruik voor horeca in categorie 5 ter plaatse niet langer toegestaan. In het geval de eigenaar van het pand na beëindiging van de horeca 5 activiteiten ervoor had gekozen het pand aan een ander in gebruik te geven voor een functie die is toegestaan op grond van het bestemmingsplan, niet zijnde horeca categorie 5, was het uitsterfbeleid geactiveerd. Kortom, dan was het niet langer toegestaan om horeca categorie 5 te mogen vestigen in het pand. De gemeente heeft geen actieve rol in het bevorderen van een uitsterfconstructie. Het is de verantwoordelijkheid van de pandeigenaar om te voldoen aan de randvoorwaarden die in het bestemmingsplan zijn vastgelegd.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
4
13. In de toelichting op het bestemmingsplan staat: “als het bestaande gebruik wordt beëindigd, is de zware horeca ter plaatse niet langer toegestaan”. Bent u het met omwonenden eens dat op grond van deze toelichting de nieuwe ondernemer geen vergunning kan krijgen? Indien u dat niet met omwonenden eens bent, kunt u dan toelichten op welke grond? Het juridisch bindende deel van een bestemmingsplan bestaat uit de planregels en de verbeelding (kaart). De toelichting op het bestemmingsplan heeft geen juridische status. Pas als regels in het bestemmingsplan niet duidelijk zijn, biedt een toelichting uitkomst. In dit geval zijn de regels van het bestemmingsplan duidelijk en is een uitleg gebaseerd op de toelichting niet van belang. Overigens wordt in de toelichting op het bestemmingsplan op meerdere plekken gesproken over de passieve uitsterfregeling. Dat gebeurt in het hoofdstuk ‘planbeschrijving’ (pag. 63) waarin de zin is opgenomen die u beschrijft. In het hoofdstuk ‘juridische aspecten’ (pag. 97) en bij de artikelsgewijze toelichting (pag. 103) wordt eveneens de uitsterfregeling aangehaald. De uitleg die daar wordt gegeven ligt geheel in lijn met de omschrijving die in de (juridische bindende) regels van het bestemmingsplan zijn opgenomen. 14.
Bent u het met omwonenden eens dat een eventuele vergunning in strijd is met het bestemmingsplan en daarbij behorende uitsterfbeleid van de gemeente, en daarom niet verleend kan worden? Indien u dat niet met omwonenden eens bent, kunt u dan toelichten op welke grond? Nee, zie hiervoor het antwoord op vraag 13. 15. Bent u het met omwonenden eens dat een eventuele vergunning in strijd is met het Horecabeleid waarin de gemeente stelt dat er "ter zake van zware horeca in de 2e Dorpsstraat grote terughoudendheid dient te worden betracht” en “..zoals de vraag of afgifte van een nieuwe vergunning leidt tot extra overlast. Zodra hier sprake van is, zal het beleid worden voorgezet om in de Tweede Dorpsstraat om deze reden zeer terughoudend te zijn in het verlenen van vergunningen” , en daarom niet verleend kan worden? Indien u dat niet met omwonenden eens bent, kunt u dan toelichten op welke grond? Het is onjuist dat in het Uitvoeringskader Horeca 2015 specifiek wordt gesproken over terughoudendheid met betrekking tot zware horeca. Er wordt in meer algemene zin gesproken over terughoudendheid om extra overlast van horeca te voorkomen. Dat heeft ermee te maken dat in de 2e Dorpsstraat verschillende functies zijn toegestaan. In beginsel gaat het om wonen op de etages en op de begane grond zijn mogelijkheden voor horeca, kantoor, culturele functies etc.
Bij de beoordeling van aanvragen voor horeca is een vast onderdeel de invloed van die exploitatie op het woon- en leefklimaat. 16. Bent u het met omwonenden eens dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de 2e Dorpsstraat als gevolg van een eventuele vergunning en exploitatie op ontoelaatbare wijze nadelig zal worden beïnvloed en dat op basis van deze weigeringsgrond de vergunning niet verleend kan worden? Indien u dat niet met omwonenden eens bent, kunt u dat met feiten en onderzoeken onderbouwen? Op die vraag kan nu nog geen antwoord worden gegeven. Daarvoor moet een integrale afweging worden gemaakt, waarbij het van belang is dat alle aspecten te beoordelen zijn. Omdat de aanvraag nog niet compleet is, kan die beoordeling momenteel nog niet plaatsvinden.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
5
17. Bent u het met omwonenden eens dat de openbare orde en veiligheid in de omgeving van de 2e Dorpsstraat als gevolg van een eventuele vergunning en exploitatie op ontoelaatbare wijze nadelig zal worden beïnvloed en dat op basis van deze weigeringsgrond de vergunning niet verleend kan worden? Indien u dat niet met omwonenden eens bent, kunt u dat met feiten en onderzoeken onderbouwen? Nee, daar hoeft geen sprake van te zijn. Het is goed te beseffen dat horecabezoekers te gast zijn. Zowel in de horeca als het gebied zelf. Het is in ieders belang om verstoring van de openbare orde en veiligheid zoveel mogelijk te voorkomen. Met voorschriften in een vergunning, het aanspreken van mensen op hun gedrag en wanneer nodig ingrijpen door politie/BOA’s hoeft het niet zover te komen. Tevens zijn camera’s in het gebied aanwezig die op vrijdag en zaterdag ‘live’ worden uitgekeken. Overlast kan op die manier vroegtijdig worden gesignaleerd en ondersteunen ze de politie bij opsporing. Overlastplegers krijgen, in het uiterste geval, een tijdelijk verblijfsontzegging opgelegd bij herhaalde verstoring van de openbare orde en veiligheid. 18.
Bent u het met omwonenden eens dat de wettelijke geluidsnomen in de omgeving van de 2e Dorpsstraat (buiten en gedurende de avond/nacht) als gevolg van een eventuele vergunning en exploitatie zullen worden overschreden en dat op basis hiervan de vergunning niet verleend kan worden (zie metingen van de ODRU 2 en 16 september 2017)? Indien u dat niet met omwonenden eens bent, kunt u dat met feiten en onderzoeken onderbouwen? Geluid is een belangrijk punt als het gaat om toetsing van de regels. Het Activiteitenbesluit milieubeheer regelt de geluidswaarden waaraan moet worden voldaan. Op dat punt is de aanvraag nog niet compleet, zodat daarover nog geen uitspraken kunnen worden gedaan. Metingen in het verleden hebben niet enkel met muziek en bezoekers te maken gehad, maar bijv. met in werking zijnde ventilatoren. Over het algemeen zijn er weinig geluidsklachten die betrekking hadden op het geluid dat werd geproduceerd vanuit de horeca inrichtingen. 19.
Bent u het met omwonenden eens dat op basis van ervaringen met uitgaanspubliek in de 2e Dorpsstraat en de door de gemeente uitgevoerde gedragsonderzoeken (van D&B) de vergunning niet verleend kan worden, omdat de overlast zich met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid opnieuw zal voordoen bij een eventuele vergunning? Indien u dat niet met omwonenden eens bent, kunt u dat met feiten en onderzoeken onderbouwen? Het is niet te ontkennen dat nachthoreca voor levendigheid zorgt. Waar mensen samenkomen, is een bepaalde mate van overlast niet uit te sluiten. Die overlast heeft echter grenzen. Dat bevestigt het uitgevoerde gedragsonderzoek van D&B. Waar niet aan voorbij kan worden gegaan, is het feit dat de 2e Dorpsstraat sinds jaar en dag een horecaconcentratiegebied is en dat in potentie nog steeds is. Dat is bestendigd in de planologische bepalingen van het bestemmingsplan. Het pand, waar het nu over gaat, is in Zeist het enige met een aanwijzing voor horecacategorie 5. Dat staat niet op zichzelf. In het merendeel van de panden in de 2e Dorpsstraat is eveneens horeca toegestaan alleen dan tot en met horecacategorie 4. Het gaat in dat geval om functies die kunnen worden aangemerkt als avond- en nachtzaken met doorgaans een sluitingstijd van 3 uur in de nacht (bijv. café en eetgelegenheden).
De afgelopen jaren is het qua horeca rustiger geworden door corona en vertrek van ondernemers, maar daarmee is niet de basis komen te vervallen om deze functies (op)nieuw leven in te blazen. De 2e Dorpsstraat kenmerkt zich als concentratiegebied voor horeca. 20. Indien de gemeente 's nachts geen handhavers of politie beschikbaar heeft hoe denken zij de onrust van geluidsoverlast en vandalisme te handhaven? Dit is een ‘wat als’ vraag. Horeca ondernemers zijn primair verantwoordelijk voor wat er in hun onderneming plaatsvindt. Op het moment dat hun bezoekers op straat overgaan tot openbare orde verstoringen, hebben zij nog steeds een rol. Dan hebben wij het over aanspreken van bezoekers, signaleren van orde verstorend gedrag en inschakelen van de politie wanneer dat
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
6
nodig is. In samenwerking met de politie wordt gewaakt over de openbare orde en veiligheid. Bovenstaande neemt niet weg dat de politie/BOA’s tijdens uitgaansavonden niet continue in het gebied aanwezig zijn. 21. Is de gemeente wettelijk verplicht de ondernemer te informeren over de vragen en zorgen van omwonenden? indien niet, waarom heeft de gemeente dat dan gedaan? Nee, die verplichting is er niet. Het is voor een aanvrager goed te weten dat er zorgen zijn. Vanuit de gemeente hebben wij de aanvrager aan het begin van het proces gevraagd omwonenden op de hoogte te stellen van zijn plannen. Ook daarin rust overigens geen verplichting, maar dit draagt wel bij aan de mogelijkheid om tijdig met elkaar in gesprek te gaan.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist