20220630 Aangehouden motie Indexatie geld-terug-regeling (22RV030#)
Tekst van het document
Logo
MOTIE
Datum raad Agendapunt Indiener(s) Onderwerp /Titel Uitslag stemming
: : : : :
30 juni 2022 7 David Tompot (SP) en Hannie van Kippersluis (ZeisterBelang) Indexatie Geld-Terug-Regeling Niet in stemming gebracht De uitwerking en beantwoording van de vragen van de motie zal bij de begrotingsbehandeling aan de orde komen
Motie voor Indexatie van de Geld-Terug-Regeling De gemeenteraad in vergadering bijeen op 30 juni 2022, in behandeling het raadsvoorstel Kadernota 2023; Aanleiding Sinds 2009 kent de gemeente Zeist de Geld-Terug Regeling (hierna: GTR) voor huishoudens met een inkomen tot 110 procent van het sociaal minimum, later (vanaf 2013) verruimd naar een inkomensgrens van 130 procent van het sociaal minimum. Deze regeling kent al sinds 2009 vaste bedragen van 100 euro per volwassene en 200 euro per kind van een gezin om te besteden aan bijvoorbeeld de contributie voor een sportvereniging of de entree voor een dagje museum of dierentuin. Echter, deze vaste bedragen zijn sinds 2009 niet meegegroeid met de prijsontwikkeling. De geldontwaarding vanaf 2009 tot heden is significant, zelfs al zouden de effecten van de sterk opgelopen inflatie vanaf 2021 niet worden meegenomen. Graag zou de SP in onderstaande overwegingen nader willen beargumenteren waarom indexatie van de GTR overwogen zou moeten worden bij de kaderstelling voor de Begroting voor 2023. Overwegingen 1. Allereerst. Het op peil houden van de "waarde" van de GTR draagt er toe bij dat inwoners in Zeist die zelf financieel niet in staat zijn te participeren in de samenleving, dat met deze GTR wel kunnen blijven doen. Bij het steeds duurder worden van consumentenprijzen, komt dit doel steeds meer onder druk te staan.
In het navolgende zal nader ingegaan worden op het verlies van bestedingswaarde van de GTR over de periode 2009-2022. 2. Uit cijfers van het CBS blijkt (of is te herleiden) dat sinds 2009 de prijsindex over de periode tot en met 2021 met ruim 22 procent gestegen. 2. Als we over dit jaar uitgaan van een fictieve inflatie van 3 procent (de werkelijke waarde zal waarschijnlijk hoger uitkomen) dan komt de totale inflatie vanaf 2009 uit op zeker 25 procent. 3. Als we ook de ontwikkeling van de loonindex hierin betrekken, dan is de hoogte van het wettelijk vastgestelde minimumloon in 2022 ruim 25 procent gestegen ten opzichte van het jaar 2009. 4. Het inkomen gedefinieerd als het "sociaal minimum", waar de GTR aan is opgehangen, is gekoppeld aan het minimumloon. Met andere woorden: als het minimumloon met x procent stijgt over een periode van y jaar, dan stijgt ook het sociaal minimum mee met x procent. 5. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan gesteld worden dat het prijskaartje van de meeste activiteiten en zaken waarvoor de GTR kan/mag worden ingezet over de periode 20092022 zeker met 25 procent is gestegen. 6. [concluderend uit 5.] Met de bestaande GTR is in 2022 (accumulatief) een kwart minder te bekostigen dan in 2009, het jaar waarin deze regeling werd ingevoerd.
Voor velen die gebruik maken van de GTR, kan dit het verschil maken tussen het wel of niet kunnen betalen van de
contributie voor zichzelf of hun kind(eren). Verzoek aan het college De SP (en mede-indiener(s) van deze motie) verzoek(t)en dan ook het college om bij de komende Begroting voor 2023 te zoeken naar mogelijkheden om de GTR te indexeren voor het jaar 2023, zodanig dat de bestedingswaarde van de GTR in 2023 weer op het peil komt van de bestedingswaarde van de GTR in 2009. En gaat over tot de orde. David Tompot SP Zeist
Hannie van Kippersluis ZeisterBelang
BIJLAGE: 1. ambtelijke notitie over de GTR 2. antwoord op technische vraag over het bereik van de GTR
Notitie beantwoording vraag raadslid over Geld-Terug-Regeling Luca Meijer, adviseur Sociaal Domein 8 juni 2022 Aanleiding In deze notitie wordt er antwoord gegeven op de vraag van raadslid David Tompot (SP) over de GeldTerug -Regeling. De concrete vraag luidde: sinds wanneer deze regeling bestaat en vanaf welk jaar de bedragen van EUR 100 per volwassene en EUR 200 per kind zijn gaan gelden? De achterliggende vraag is of de bedragen van de Geld-Terug-Regeling jaarlijks worden geïndexeerd. Achtergrond In het verleden was de Geld-Terug-Regeling gekoppeld aan de ZeistPas. De ZeistPas werd als onderdeel van het beleid ter ondersteuning van de lage inkomensgroepen in 1997 ingevoerd. In 1999 werd er een inkomensgrens gesteld van 110% van het wettelijk sociaal minimum als voorwaarde om de pas gratis te ontvangen en gemaakte kosten voor allerlei activiteiten en producten terug te vragen. Over de hoogte van de bedragen uit deze tijd is geen documentatie terug te vinden. Wel blijkt uit een contract uit 2007 met de partij die toen uitvoering gaf aan de ZeistPas en de GeldTerug-Regeling, dat volwassenen €70,00 en kinderen €100,00 per jaar terug konden krijgen. Daarna zijn in 2009 de declaratiemogelijkheden verruimd naar de huidige geldende bedragen, echter werd er nog wel de inkomensgrens van 110% van het wettelijk sociaal minimum gehanteerd.
Op dit moment is de Geld-Terug-Regeling niet meer gekoppeld aan de ZeistPas. Sinds 2013 wordt de uitvoering gedaan door de RSD en kunnen inwoners met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm en een vermogen onder de vermogensgrens per kalenderjaar €100,00 per volwassene en €200,00 per kind terugkrijgen voor allerlei activiteiten en producten. Conclusie Tot op heden zijn de bedragen onveranderd ten opzichte van 2009. Dit betekent dat inwoners die voldoen aan de bovengenoemde vereisten jaarlijks de bovengenoemde bedragen per kalenderjaar kunnen terugkrijgen. De bedragen zijn dus de afgelopen jaren niet geïndexeerd.
Vraag: Wat is het bereik van de afgelopen jaren van de Geld-Terug-Regeling? Antwoord: Op basis van de cijfers van de RSD blijken er achtereenvolgens in 2018 1.571, in 2019 1.514 en in 2020 1.530 aanvragen te zijn toegekend voor de vergoeding van allerlei activiteiten en producten conform de regeling. Van belang is om te weten dat een inwoner gedurende een jaar meerdere aanvragen kan doen tot het maximum van de vergoeding is bereikt. Om deze reden kan er niet gezegd worden hoeveel inwoners (zowel kinderen als volwassenen) een vergoeding toegewezen hebben gekregen in de afgelopen jaren. Wel is in 2021 het aantal toekenningen van de vergoeding toegenomen. Er is toen 1.677 keer een vergoeding toegekend. Redenen hiervoor zouden kunnen zijn
dat er een inhaaleffect is na corona of dat er meer bekendheid is over de regeling. Tevens kan het ook zo zijn dat inwoners kleinere bedragen los hebben aangevraagd.