CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

20211125 Beantwoording (03-01) raadsvragen NDZ (Tanks) Middellaan 4

Overige evenementen 15 februari 2022, gemeente ZeistBij agendapunt: A-Post derden1.314 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

514233 FORMULIER (BEANTWOORDING) RAADSVRAGEN

Datum vraag Datum beantwoording Soort Vragensteller Onderwerp

: : : : :

25 november 2021 03 januari 2022 Schriftelijk te beantwoorden Jan Bredius (NieuwDemocratischZeist) (Tanks) Middellaan 4

Inleiding Op onderstaande tekening van 3 maart 1998 is te zien dat er twee kruislings geplaatste (brandstof) tanks aanwezig zijn ter hoogte van Middellaan 4 in het centrum van Zeist. Uit een brief van de Milieudienst d.d. 6 maart 2003 aan de toenmalige eigenaar blijkt dat "..volgens onze gegevens u nog in het bezit bent van een ondergrondse (huisbrandolie) tank welke niet voldoet aan BOOT. Volgens onze gegevens is de tank niet in gebruik, maar nog niet gesaneerd". Wat opvalt is dat er abusievelijk gesproken wordt door het Afdelingshoofd Goudswaard over een (1) tank terwijl dat er twee zouden moeten zijn. Navraag bij bewoners doet vermoeden dat de tanks er nog liggen. In bijlage 3 bij de vergunning staat: Aangezien sprake is van nieuwbouw dient tevens een omgevingsvergunning...te worden gevraagd bij de gemeente. (zie Bijlage 3 bij de vergunning d.d. 11/7/19). Het antwoord op vraag 12 luidt tegengesteld. Nieuwbouw wordt betwist. Nu er op 46 plaatsen op de bijbehorende tekeningen de woorden Nieuwbouw appartementen Middellaan Zeist staat en op tekening OV-ooo de woorden nieuw te bouwen, kan bezwaarlijk volgehouden worden dat het geen nieuwbouw betreft. Het college geeft als antwoord op vraag 5 aan dat de halfverdiepte garage niet is aangevraagd.

Dit antwoord verhoudt zich moeilijk met de vergunning zelf (p.5 van bijlage 1): Het realiseren van appartementen en een half verdiepte berging en parkeergelegenheid past in de doeleindenomschrijving. Wel zijn deze woningen in strijd met de bouwregels omdat de toegestane bouwhoogte wordt overschreden. Dit is in strijd met artikel 4.2.2 onder d. VRAGEN: 1.

Zijn er niet verwijderde nog ondergrondse tanks aanwezig in het centrum van Zeist ter hoogte van Middellaan 4? Is er een bewijs dat ze verwijderd zijn?

Antwoord: Bij de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) is op het geoportaal een tanksymbool weergegeven ter plekke van Middellaan 4. Dit symbool heeft betrekking op een voormalige 10.000 liter benzinetank aan de Middellaan 2b in Zeist. Uit een beoordeling van de Milieudienst Zuidoost Utrecht (voorloper van de ODRU) blijkt dat er in 2003 werd geconstateerd dat op basis van de beschikbare bodeminformatie en het feit dat garagebedrijf van Amersfoort is verbouwd tot Blokker eind jaren tachtig van de vorige eeuw, het niet waarschijnlijk is dat er nog een brandstoftank aanwezig is. Bij de ODRU is geen melding van het aantreffen van een brandstoftank tijdens bouwwerkzaamheden in 2020 bekend. Het is niet waarschijnlijk dat er op de locatie een brandstoftank aanwezig is. Hoewel er dus geen tankverwijderingscertificaat bij de ODRU aanwezig is, is het zeer onwaarschijnlijk dat er nog een tank aanwezig is 2.

Zo nee, de tanks zitten nog in de grond; er is geen bewijs dat ze verwijderd zijn. Hebben bewoners van het centrum van Zeist uit veiligheids -en gezondheidsoogpunt te weten of er nog tanks liggen nu het nieuwbouw betreft?

Antwoord: ODRU gaat er niet van uit dat er nog een ondergrondse tank aanwezig is. Ook uit de bodemonderzoeken in de directe omgeving blijkt dat er geen matige, of sterke verontreiniging is gemeten, zie brief uit 2003. Het is niet waarschijnlijk dat er risico’s zijn voor bewoners.

3.

Heeft het onverklaarbare antwoord op vraag 12, namelijk dat het geen nieuwbouw zou betreffen en daarom geen bodemonderzoek is gevolgd, te maken met het feit dat vanwege de beide ondergrondse tanks de half verdiepte en vergunde garage er niet is gekomen? Hoe verklaart het college trouwens het volgende voorschrift ten aanzien van het verplichte bodemonderzoek (p.7 van bijlage 2) en dat vereiste niet is gevolgd? Voorschriften vanuit het aspect bodem; Met de bouw mag pas worden begonnen, nadat een actueel verkennend bodemonderzoek conform de NEN5707 (asbestbodemonderzoek) ter beoordeling aan de Omgevingsdienst regio Utrecht is aangeleverd, en als daaruit blijkt dat de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. Dit onderzoek kan worden aangeleverd na de sloop van de bebouwing. Hoe kan het college zeggen dat het geen nieuwbouw betreft terwijl dat op 47 plaatsen in de vergunning wordt aangegeven? Wil het college het antwoord herzien?

Antwoord: In de vorige vergunning, ingetrokken in februari 2021, was er nog sprake van een half verdiepte garage. Omdat er in dat geval sprake zou zijn van bodemroering (er zouden immers werkzaamheden onder maaiveldniveau zouden plaatsvinden), is er in die vergunning een dergelijk voorschrift met betrekking tot een verkennend bodemonderzoek opgenomen. In de vigerende vergunning is sprake van een niet-verdiepte garage. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de huidige fundering, waardoor er geen sprake is van bodemroering. Een verkennend bodemonderzoek is daarbij ook niet noodzakelijk. Dit voorschrift is daarom ten overvloede in de huidige vergunning opgenomen. Tot slot is de bouw van het appartementencomplex in het aanvraagformulier aangevraagd als verbouw. Dit is voor het beoordelen van de aanvraag dan ook leidend. Dat de appartementen zelf als nieuwbouwappartementen worden aangehaald, maakt niet dat het college de aanvraag ambtshalve mag en kan wijzigen naar ‘nieuwbouw’. 4.

Op de vergunning wordt een half verdiepte garage vergund; is juist dat de aanvrager nooit een bezwaar tegen de vergunde half verdiepte garage heeft gemaakt? Wil het college het antwoord op vraag 5 dat de halfverdiepte garage niet is aangevraagd heroverwegen gelet op p.5 van bijlage 1.

Antwoord: In de huidige vergunning is geen half verdiepte garage vergund, maar een garage op de begane grond. Van een half verdiepte garage is sprake geweest in een eerdere aanvraag, maar desbetreffende vergunning is ingetrokken. 5.

Is het juist dat in de vergunning niet staat dat tekeningen prevaleren boven de tekst van de vergunning.

Antwoord: Dat klopt, dergelijke voorschriften worden nooit in vergunningen opgenomen. 6.

Klopt het dat er een onnodig zware en dikke vloer ter plaatse van de garage is aangebracht?

Antwoord: Bij ons zijn geen signalen bekend die daarop wijzen. 7.

Is het juist dat er geen aanvraag is ingediend om de vergunning te wijzigen c.q. opnieuw in te dienen? Mag de raad het verslag van de mondelinge overeenkomst met de gemeente d.d. eind december 2018 waarbij is overeengekomen om 5 appartementen te bouwen?

Antwoord: Voor het wijzigingen van een bestaande vergunning hoeft geen nieuwe aanvraag te worden ngediend. Voor de bouw van appartementencomplex met vijf bouwlagen is op 11 juli 2019 een vergunning verleend, nadat dit op 4 april 2019 is aangevraagd. Er is hierbij geen sprake van een mondelinge overeenkomst met de gemeente.

8.

Is het juist dat het niet opvolgen van de vergunde half verdiepte garage versus het huidige pand het verschil in hoogte van anderhalve meter is? Klopt het dat het dak van de vierde bouwlaag anders een halve meter onder het balkon had gelegen en nu er een meter boven uit steekt?

Antwoord: Er is geen sprake van een vergunde half verdiepte garage. De vergunning ziet toe op een niet verdiepte garage en appartementencomplex van vier bouwlagen. Er is nooit sprake geweest van een mogelijke situatie waarin sprake zou zijn van vier bouwlagen een half verdiepte garage.

9.

Tot slot: Klopt het dat het college, die duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan, uitgerekend hier het belang van een oudere inwoner heeft gepasseerd, diens uitzicht heeft doen ruïneren en de stalling van twee auto’s heeft geprevaleerd? Kan het college de Raad uitleggen hoe dit ooit heeft kunnen gebeuren?

Antwoord: Er is in casu, zoals eerder uiteengezet in de beantwoording van eerdere raadsvragen, een afweging gemaakt tussen enerzijds het belang van rechtszekerheid en het vertrouwen dat een initiatiefnemer mag hebben in het uitgangspunt dat hij gebruik mag maken van de maximale planologische mogelijkheden die een bestemmingsplan biedt en anderzijds het belang van een individu op vrij uitzicht. In casu heeft het college meer waarde gehecht aan de rechtszekerheid en het vertrouwen dat een initiatiefnemer mag hebben dat hij maximaal gebruik mag maken van de (bouw)mogelijkheden die een bestemmingsplan biedt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11110391/2