CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

20210512 Beantwoording (17-05) raadsvragen CDA bij verzamelvoorstel BGW (21RV027#)

Raad 18 mei 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Verzamelvoorstel begrotingswijziging1.600 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

404803 FORMULIER (BEANTWOORDING) RAADSVRAGEN

Datum vraag Datum beantwoording Soort Vragensteller Onderwerp

: : : : :

12 mei 2021 17 mei 2021 Schriftelijk te beantwoorden Marcel Pluim Raadsvragen bij verzamelvoorstel begrotingswijziging (21RV027#) onderdelen 3 en 4

Onderdeel 3 In het Programma huisvestingsvoorzieningen onderwijs 2021 is bij de Zeister Schoolvereeniging een bedrag van € 300.000 opgenomen als aanvulling van het renovatiebudget. In 2012 heeft bij de Zeister Schoolvereeniging een renovatie plaatsgevonden. Het volledige bedrag van het toegekende nieuwbouwbudget is toen niet besteed. Het schoolbestuur wil het resterende bedrag van € 300.000 benutten voor duurzaamheidsverbeteringen in het gebouw. Dit bedrag wordt afgeschreven in 25 jaar en wordt gedekt uit de reserve Onderwijshuisvesting. Eventuele meerkosten zijn voor rekening van het schoolbestuur. De werkzaamheden worden in de zomervakantie 2021 uitgevoerd. Vragen 1.

Kan het college hier wat meer uitleg bij geven? Het gaat over geld dat over is van een renovatie in 2012. Blijft dat dan exclusief (9 jaar!) beschikbaar voor de Zeister Schoolvereeniging?

Beantwoording: De school is inderdaad in 2012 gerenoveerd. Toentertijd is ook gelijktijdig uit het renovatiebudget een asbestsanering uitgevoerd, omdat in het budget daar de ruimte voor was. Bij andere scholen is asbestsanering bovenop het renovatiebudget vergoed. In het kader van verduurzaming van schoolgebouwen bestaat de wens bij het schoolbestuur verdere verbeteringen aan te brengen. Een volgende renovatie / vernieuwbouw is echter volgens de regels van de verordening pas in 2037 aan de orde. Het schoolbestuur heeft gewezen op het punt van de asbestsanering in 2012 en het ‘resterende’ budget. Vanuit dit oogpunt heeft toekenning op het Programma 2021 plaatsgevonden. 2.

De duurzaamheidverbeteringen zijn niet opgenomen in het IHP. Zou dit niet alsnog eerst moeten gebeuren in het nieuwe IHP, zodat er een integrale afweging plaats kan vinden?

Beantwoording: Duurzaamheidsverbeteringen in bestaande schoolgebouwen zijn niet opgenomen in het IHP. Bij bestaande schoolgebouwen is dit een verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Wel draagt de gemeente sinds 2020 (na vaststelling van het Strategisch Huisvestingsplan 2019 en aanpassing van de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Zeist 2020 door de gemeenteraad) weer bij aan de kosten van renovatie als een schoolgebouw 40 jaar oud is. Bij renovatie (onderhoud en aanpassingen met een levensduurverlenging van 25 jaar) zijn duurzaamheidsmaatregelen wel onderdeel van de werkzaamheden. Met het bijdragen in renovatie door de gemeente maken duurzaamheidsverbeteringen daarmee al deel uit de integrale afweging om de schoolgebouwen in Zeist op een goed niveau te houden / op een beter niveau te brengen. Verdere financiële ruimte om bij te dragen in gebouwen die nog niet aan renovatie toe zijn (< 40 jaar), is niet aanwezig. Onderdeel 4 In het Integraal Huisvestingplan onderwijs staat voor 2021 een voorbereidingskrediet opgenomen voor de bouwplannen voor de Katholieke Scholengemeenschap (KSG) De Breul. De bouwplannen betreffen het realiseren van een sporthal op het terrein, het verduurzamen van het karakteristieke

gebouwdeel uit 1954 en het vervangen van het gebouwdeel uit 1980. Het schoolbestuur is bouwheer en zal de plannen van ontwerp tot aanbesteding verder uitwerken. Ter uitvoering van het Programma 2021 verzoekt het schoolbestuur een voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen van € 450.000. Dit bedrag past binnen het budget dat op het Programma 2021 is opgenomen en binnen de financiële kaders van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting en doorrekening van de reserve onderwijshuisvesting. Het bedrag wordt opgesplitst in een constructief deel en een niet-constructief deel welke in respectievelijk 65 en 40 jaar worden afgeschreven. Na aanbesteding zal de begrotingswijziging aan uw raad worden voorgelegd om het definitieve krediet beschikbaar te stellen Vragen Deze werkzaamheden zijn opgenomen in het IHP. Maar de financiële situatie van de gemeente is verslechterd en het gaat om veel geld. 1. Is een nieuwe sporthal op het terrein persé nu nodig? Hoe staat het met de capaciteit van gymzalen over heel Zeist. Is het misschien mogelijk om beter gebruik te maken van de totaal beschikbate capaciteit van gymzalen waardoor een nieuwe sporthal nu niet nodig is. En kan er als alternatief wellicht meer gebruik gemaakt worden van de buitensportlocaties (Bisonveld bijv.) Beantwoording: Het te vervangen gebouwdeel uit 1980 omvat behalve lesruimte ook drie gymnastieklokalen.

De gymzalen zijn nodig voor het onderwijs. Door te kiezen voor een sporthal in plaats van drie gymzalen terug bouwen, wordt de bruikbaarheid vergroot. Het bouwbudget voor drie gymzalen is gelijk aan de geraamde bouwkosten van de sporthal. De sporthal zal ook gebruik worden voor zaalhockey door Phoenix. De ontvangen huurpenningen van sportverenigingen dienen voor gedeeltelijke dekking van de bouwkosten. De capaciteit van gymzalen voor onderwijs is afgestemd op de vraag. Er bestaat geen overcapaciteit. Buitensportaccommodaties worden slechts een beperkt deel van het jaar gebruikt. Voor de capaciteit en behoefte voor sport wordt verwezen naar het Masterplan. De sporthal bij De Breul staat overigens ook vermeld in het Masterplan Binnensportaccommodaties. Door de combinatie onderwijs / sport wordt efficiënt(er) met de beschikbare middelen omgegaan. 2. En zou het, gelet op de financiële situatie van de gemeente, misschien nuttig zijn om het IHP in zijn geheel nog eens tegen het licht te houden? Beantwoording: Dat gebeurt jaarlijks. Bij het vaststellen van het Programma Onderwijshuisvestingsvoorzieningen (de voorzieningen die volgens de huisvestingsverordening in het komende jaar voor vergoeding in aanmerking komen) wordt het IHP geactualiseerd, zodat ook inzichtelijk is welke voorzieningen in de volgende 15 jaar noodzakelijk zijn volgens de criteria van de verordening.

Aan de hand van de laatste prognose wordt gekeken of de voorzieningen nog in dezelfde mate nodig zijn en of de planning aangepast moet worden. Op dat moment worden ook de verwachte lasten van de te plegen noodzakelijke investeringen tegenover de beschikbare budgetten / reserve onderwijshuisvesting geplaatst over een periode van de komende 16 jaar. Daaruit blijkt dat alle geplande investeringen uit de reserve kunnen worden gedekt. Uw raad is hier per RIB over geïnformeerd. (RIB21.017 d.d. 26 januari) De aangepaste afschrijvingsmethode in een constructief deel en een niet-constructief deel in respectievelijk 65 en 40 jaar drukt de jaarlijkse lasten. Hiervoor is bij de eerste bezuinigingsronde een bezuiniging van € 50.000 per jaar ingeboekt. Ondanks deze bezuiniging kunnen de geplande investeringen worden gedekt. Voor zover met ‘nog eens’ bedoeld wordt het reeds vastgestelde Programma 2021 te herzien, wordt gewezen op het feit dat de toekenningen – gebaseerd op de regels van de verordening, welke een neerslag zijn van de gemeentelijke wettelijke zorgplicht – al beschikt zijn. Het Programma 2021 is daarnaast in samenspraak met de schoolbesturen en een zogeheten Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) met de schoolbesturen tot stand gekomen. Dit geeft de schoolbesturen een sterke

rechtspositie. Beschikkingen kunnen wel op basis van ingrijpend gewijzigde omstandigheden worden ingetrokken. Een algemene herziening zal ook langs het OOGO moeten lopen. Jaarlijks blijven we bij de vaststelling van het Programma de financiële situatie van de reserve onderwijshuisvesting volgen en zullen we de raad blijven informeren in hoeverre de voorzieningen binnen de beleidskaders van de verordening en de financiële kaders passen. Indien nodig zullen maatregelen worden voorgesteld. Een eerste reguliere mogelijkheid daartoe bestaat bij de vaststelling van het Programma / IHP 2022 eind van dit kalenderjaar.

Bijlage bij beantwoording raadsvragen CDA verzamelbegrotingswijziging raad 18 mei 2021 onderdelen onderwijshuisvesting Onderstaand het verloop van de reserve onderwijshuisvesting de komende jaren.

We storten de komende jaren € 3,5 miljoen, daar komt ieder jaar iets bij tot we in 2036 ca. € 7,1 miljoen per jaar storten. De lasten nemen de komende jaren ook toe omdat meer investeringen nodig zijn, vanwege het gebouwenbestand. Veel gebouwen zijn toe aan renovatie of vervangende nieuwbouw. Als we minder storten zal de reserve op een gegeven moment beneden nul zakken. Op het laagste punt (2032) hebben we een krappe 7 ton in de reserve zitten. Dus enige ruimte, maar het is ook raadzaam deze ruimte te hebben voor tegenvallers, bijvoorbeeld als bouwkosten verder oplopen. Dat zien we (helaas) toch ook weer in de praktijk. Het IHP is zo opgesteld dat we aan onze afspraken vanuit de verordening kunnen voldoen = uitbreiden op het moment wanneer dat nodig is; renoveren als een gebouw 40 jaar oud is; vervangende nieuwbouw als een gebouw 65 jaar oud is; of maatwerk binnen het financiële kader. In het IHP passen we de planning ten opzichte van het moment dat hier aanspraak bestaat overigens ook aan. Bijvoorbeeld de vervangende nieuwbouw van de OMS Sumatralaan en de Wegwijzer omdat Kohnstammplein volgtijdelijk door deze scholen gebuikt moet worden na gebruik Tobias. Idem voor de vervangende huisvesting van Het Spoor omdat eerst de Bergweg vrij moet komen enz. Daar kunnen de betreffende schoolbesturen meestal wel mee instemmen, omdat er perspectief is.

In de praktijk worden de investeringen ook vaak later gepleegd, omdat de voorbereiding meer tijd in beslag neemt. Dit geeft ook ruimte omdat kapitaallasten dan later dan gepland ingaan.

Meestal zijn daar de prijsstijgingen mee op te vangen. In de verordening is de wettelijke zorgplicht verwoord met dien verstande dat we wel al renovatie in de verordening hebben opgenomen. Dat is (nog) geen wettelijke plicht, maar zoals gezegd Zeist heeft dat wel al als voorziening opgenomen in de verordening. Enerzijds is dit voor de schoolbesturen ‘nice to have’, maar als we dat niet gedaan zouden hebben, hadden we wellicht een golf van aanvragen voor vervangende nieuwbouw gekregen. Met de bijdrage in renovatie hebben we (gemeente en schoolbesturen) meer zekerheid dat renovatie inderdaad tot de bedoelde 25 jaar levensduurverlenging leidt en we vervangende nieuwbouw tot het 65e levensjaar van een gebouw kunnen uitstellen. Met alleen de middelen van een schoolbestuur is een goede renovatie haast niet te doen en zal (kunnen) leiden tot verlegging van de kosten naar de gemeente doordat schoolbesturen dan eerder vervangende nieuwbouw zullen aanvragen. Dat was ook steeds de terugkerende discussie met de schoolbesturen en heeft geleid tot de afspraken zoals in het Strategisch Huisvestingsplan (SHP) 2019 zijn gemaakt en als zodanig in de verordening zijn opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10434866/2