20210407 Raadsvragen GL zicht op bestedingen jeugdzorg (incl. bijl)
Tekst van het document
2017
2018
2019
Uitstroom
Figuur 27 In- en uitstroom van cliënten in jeugdhulp met verblijf, overig verblijf, tussen 2015 en 2019.
In figuur 28 is te zien dat de in- en uitstroom van cliënten met gesloten plaatsing ieder jaar licht toeneemt of afneemt, maar over het algemeen stabiel is over de jaren. 0,16 0,14
10.000 Cliënten
0,12 0,1 0,08 0,06 0,04 0,02 0 2015
2016
2017
Instroom
Uitstroom
2018
2019
Figuur 28 In- en uitstroom van cliënten in jeugdhulp met verblijf, gesloten plaatsing, tussen 2015 en 2019.
GV572
95
Instroom specifieke doelgroepen in pleegzorg en gezinsgerichte jeugdhulp In de gezingsgerichte jeugdhulp steeg het aandeel jeugdigen uit bijstandsgezinnen of eenouderhuishoudens, en het aantal jeugdigen met een niet-westerse migratieachtergrond tussen 2015 en 2018. Dit is te zien in figuur 29.
Instroom gezinsgerichte jeugdhulp
40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Bijstandsgezinnen
2015
Eenouderhuishoudens
2016
2017
Niet-westerse migratieachtergrond
2018
Figuur 29 Het aandeel van specifieke groepen in de jaarlijks instromende cliënten in gezinsgerichte jeugdhulp.
In de pleegzorg steeg het aandeel jeugdigen uit bijstandsgezinnen of eenouderhuishoudens ook tussen 2015 en 2018. Het aantal jeugdigen met een niet-westerse migratieachtergrond blijft in de pleegzorg gelijk. Dit is te zien in figuur 30. 50% 45%
Instroom in pleegzorg
40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Bijstandsgezinnen
2015
Eenouderhuishoudens
2016
2017
Niet-westerse migratieachtergrond
2018
Figuur 30 Het aandeel van specifieke groepen in de jaarlijks instromende cliënten in pleegzorg.
GV572
96
C Analysekader boeggolf
Inleiding Het doel van het onderzoek naar de boeggolf was om te acherhalen of er sprake is van een boeggolf; en zo ja, hoe deze boeggolf er (in vorm en tijdsduur) uit zou zien. Om dit te onderzoeken, hebben we onderstaand analysekader opgesteld. Door de voorlopige resultaten van het eerste deel van de vraag, hebben we in overleg met de begeleidingsgroep en stuurgroep dit deel van het onderzoek anders uitgevoerd. In plaats van de doorrekening van het uiteindelijke resultaat na de boeggolf hebben we (in aanvulling op het literatuuronderzoek naar de effectiviteit van interventies) een analyse verricht van de bewezen effectieve interventies in de NJi databank Effectieve jeugdinterventies. In bijlage D Het effect van preventie en vroegsignalering zijn de aangepaste werkwijze, analyse en resultaten nader toegelicht. In dit analysekader lichten we toe wat volgens de beleidstheorie de werkzame mechanismen zouden zijn achter de boeggolf. Vervolgens wordt beschreven hoe deze mechanismen kunnen worden uitgesplitst en gekwantificeerd. Het analysekader begint met een uitleg van wat de boeggolf is, en met welke karakteristieken een boeggolf in kaart kan worden gebracht. Voor elk van deze karakteristieken wordt vervolgens apart toegelicht welke mechanismen hierachter liggen, en met welke onderzoeksvragen deze mechanismen in kaart gebracht kunnen worden.
Aan het eind van bijlage C Analysekader boeggolf worden de onderzoeksmethoden beschreven die gehanteerd kunnen worden om elk van de onderzoeksvragen te beantwoorden. Wat is het boeggolfeffect? Zoals het woord ‘boeggolf’ al suggereert, beschrijft het boeggolfeffect de tijdelijk hogere kosten die de transitie en transformatie naar een nieuwe werkwijze met zich meebrengen. Er zijn minimaal twee redenen om een boeggolf te verwachten: - Een transformatie zorgt tijdelijk voor inefficiëntie en hogere uitvoeringskosten. Het inzetten van een transformatie vraagt namelijk een extra inspanning: het kost tijd om een nieuwe manier van organiseren in te richten, en het aanleren van nieuwe manieren van werken gaat in de eerste periode ten koste van de efficiëntie. Dit noemen we de transitiekosten. - Door in te zetten op (1) preventie en (2) vroegsignalering, zou voorkomen kunnen worden dat er later zwaardere – en daarmee duurdere – jeugdhulp nodig is. Het realiseren van deze beweging naar de voorkant kost echter tijd, en leidt op de korte termijn waarschijnlijk tot meer gebruik van (lichte en zware) jeugdhulp. Ondertussen is de zware jeugdhulp voor de bestaande groep nog nodig, waardoor er tijdelijk dubbele kosten kunnen zijn. Onderstaande figuur (figuur 31) vat de belangrijkste mechanismen achter de boeggolf samen.
GV572
97
Figuur 31. samenvatting boeggolf mechanismen
In onderstaande figuur 32 ziet u de theoretische vorm van de boeggolf. Zoals te zien kan de vorm met grofweg drie karakteristieken in beeld gebracht worden: - A. Structureel resultaat transformatie. De transformatie is ingezet met het uitgangspunt dat betere preventie en vroegsignalering structureel zullen leiden tot een afname van (zware) jeugdhulp. En daarmee tot een besparing van jeugdhulpkosten. Uiteraard kosten betere preventie en vroegsignalering ook structureel meer geld. Deze extra kosten moeten worden meegenomen om tot het structurele resultaat van de transformatie te komen. - B. Tijdsduur transformatie. De vorm van de boeggolf is afhankelijk van hoe lang het duurt om de doelstellingen van de transformatie te bereiken. In deze tijdsduur spelen twee factoren een rol. Ten eerste hoe lang het duurt om de beoogde effecten van preventie en vroegsignalering te bereiken. Ten tweede het proces waarin gemeenten met trial en error proberen om de transformatie vorm te geven. - C. Tijdelijke kosten tijdens de transformatie. De transformatie brengt op twee manieren tijdelijke extra kosten. Ten eerste door een tijdelijk extra gebruik van jeugdhulp. Terwijl meer jeugdigen in hulp/zorg komen door meer vroegsignalering, moeten tegelijk bestaande jeugdhulptrajecten worden doorgezet. Dit betekent tijdelijk dubbele kosten.
Daarnaast vraagt de transformatie van gemeenten onder andere het ontwikkelen van nieuw beleid, een nieuwe werkwijze, nieuwe samenwerkingen en een nieuwe infrastructuur. Ook hier zijn kosten aan verbonden.
Figuur 32. Schematische weergave boeggolf. Op de x-as staat tijd in jaren. Op de y-as de jeugdhulpkosten. Deze weergave is indicatief en geeft nog geen inzicht in daadwerkelijke tijdsduur of hoogte van de boeggolf
GV572
98