20210211 Inbreng meespreker nr 5
Tekst van het document
Geachte voorzitter, geachte raadsleden, geacht college,
Toen mijn gezin en ik enkele jaren geleden vanuit Zeist naar Den Dolder verhuisden werden wij ontvangen in een dorp waar het zoeken naar verbinding een werk in uitvoering is. Op vele vlakken zijn dorpsgenoten actief die zich inzetten voor leefbaarheid, woongenot en een plaats bieden aan iedereen die mee wil doen. Ook aan hen die dat niet altijd zelf kunnen. Een groot goed in deze tijd, waarin individualisme haar hoogtijdagen viert. We ontmoetten ook een dorp waar - soms oude - pijn zich liet voelen en waar behoefte is aan samen optrekken. Voor een dorp dat in zo’n relatief korte tijd, want wat is nou honderd jaar, is gegroeid tot zo’n hechte gemeenschap is het een uitdaging om alle veranderingen die erop afkomen het hoofd te bieden. Mooi was dan ook te ontdekken dat de bereidheid om elkaar op te zoeken groot is. Dat levert ook conflicten op, maar die leidden niet tot een definitief zich van elkaar afkeren. Groot was dan ook mijn verbazing toen wij gaandeweg ontdekten dat de scheiding tussen de Willem Arntsz Hoeve en de rest van het dorp groot is. Dat terwijl de Willem Arntsz Hoeve samen met zeepfabriek de Duif aan de wieg van het dorp stond. Er is een diepe kloof ontstaan tussen een gebied dat eens als vanzelfsprekend onderdeel uitmaakte van het dorp en het deel van Den Dolder aan de andere kant van de Dolderseweg.
Dat beeld rijst onder andere op uit de manier waarop over de aanstaande veranderingen op het terrein gesproken wordt: er zal een nieuwe woonwijk verrijzen waarvan de omvang op dit moment niet te overzien is, maar waarvoor de parameters na langdurig samenwerken met dorpsbewoners zijn vastgelegd in de gebiedsvisie. Als nieuwkomer ben ik dankbaar voor het werk dat anderen daarin hebben gestoken. Het heeft er alle schijn van dat deze nauwe samenwerking daarna toch zeker ten dele is losgelaten. Wat in de beeldvorming steekt is dat sprake lijkt te zijn van een straks leegstaand gebied dat ontwikkelt moet worden. Onder de huidige bewoners van het terrein lijken te worden verstaan de instellingen, maar niet of in onvoldoende mate de mensen die wonen aan de Vijverhof, het Dokterslaantje, het gebied daaromheen en zij die via HOD als oppasser fungeren voor de vele leegstaande panden op het terrein. Wij wonen en werken in een niemandsland. In dat niemandsland vind je prachtige natuur en bijzondere architectuur die aan haar lot wordt overgelaten. Rijks- en gemeentemonumenten zijn ernstig in verval. Er is sprake van ingestorte daklijsten, rotte overkappingen, lekke daken, om maar een paar voorbeelden te noemen, die reeds onder de aandacht van de erfgoedcommissie en de wethouder zijn gebracht. De leegstand en het slechte onderhoud nodigen uit tot vandalisme en inbraken.
Onduidelijke bewegwijzering en het ontbreken van handhaving op verkeersmaatregelen, leveren levensgevaarlijke situaties op voor mens en dier. Maar het ontbreekt aan passende maatregelen. Het is toch een gotspe dat de bewoners van de Vijverhof recent nog werden geconfronteerd met een groot gaslek bij het theehuis ten gevolge van achterstallig onderhoud en dat de daarvoor verantwoordelijke instantie het oplossen daarvan niet bij ontdekking al wilde aanvaarden. Niemand lijkt zich verantwoordelijk te voelen. Meer dan eens pendelde ik op en neer tussen kastjes en muren. Pas als de handtekening droog was onder het koopcontract zou er iets gezegd kunnen worden. Het is nu nog van deze partij, nee toch van die ander. Nu de handtekening droog is gaan wij eerst intern een plan opstellen … Als een hete aardappel wordt de ontwikkeling van de WA-Hoeve heen en weer geschoven.
En al die tijd blijft het oorverdovend stil. Er klettert geen brievenbus omdat er een informatiebulletin is bezorgd. Er klinkt geen pingetje op telefoons of computers, omdat er een mail is verzonden aan omwonenden. Er is geen kennisgeving van wat ons boven het hoofd hangt door gemeente of diverse overlegorganen ten zij in lokale kranten die niet of nauwelijks bezorgd worden bij de mensen voor wie het er toe doet. Wij wonen en werken in een niemandsland. Ik wend mij daarom vandaag tot u met een tweetal verzoeken: • zie het terrein nu al als weliswaar kleine, maar volwaardige woonwijk, waar elk gezicht ertoe doet. Door niet alleen diverse belangengroeperingen te informeren, maar door ook naar een manier te zoeken om de huidige bewoners van de woonwijk WA-Hoeve te kennen in de processen en voorgenomen plannen. Dit uiteraard in samenwerking met bedoelde overige belangenhebbenden; • onderzoek op korte termijn hoe verder verval van de historisch middenas kan worden voorkomen en stel maatregelen op om deze te behouden. Dat is immers ook geheel in lijn met de opgestelde gebiedsvisie en de wensen van Doldenaren die daarin zijn opgenomen. Al in 2016 werd geopperd een stimuleringsfonds daartoe in het leven te roepen. Wijzelf, maar ook onze wijkgenoten hebben genoeg ideeën om de leefbaarheid van het terrein en de middenas nu al te vergroten.
Nu draagvlak creëren is straks de vruchten plukken op een doordacht ontwikkelt terrein waarvan met recht gezegd kan worden: het is goed toeven op de hoeve. Wij wonen en werken nu nog in een niemandsland. Laten we daar een iedersland van maken.