20201221 Raadsvragen PvdA en VVD voortgangsrapportage versnellingsopgave (RIB20.180)
Tekst van het document
FORMULIER (BEANTWOORDING) RAADSVRAGEN
Datum vraag Datum beantwoording Soort Vragensteller Onderwerp
: : : : :
21 december 2020 Schriftelijk te beantwoorden vragen Karst Schuring (PvdA) en Ernst van Splunter (VVD) Voortgangsrapportage versnellingsopgave (RIB20.180)
Geacht college, In juni van dit jaar zijn verschillende vragen gesteld over het Meerjarenperspectief Stedelijke Ontwikkeling 2020 dat onderdeel was van de jaarstukken 2019 van Zeist. Een van die vragen betrof de verandering van de aantallen en categorieën woningen naar 22 sociaal, 36 middelduur en 2 duur voor de tweede fase die de woningbouwontwikkeling op het terrein van de huidige gemeentewerf en de voormalige brandweerkazerne betreft. Als antwoord werd gegeven dat de grondexploitatie gemeentewerf grondig was herzien, omdat de eerste fase gerealiseerd was en de in de praktijk gerealiseerde kosten als input konden worden gebruikt voor de raming van de 2e fase en dus de uitgangspunten van de grex preciezer konden worden geformuleerd. Gesteld werd dat voor de grex gekozen is om het programma beperkt te optimaliseren binnen de kaders van de Woonvisie. Met enige verbazing namen wij daarom kennis van de “voortgangsrapportage versnellingsopgave” van 28 oktober 2020, waarin op pagina 7 wordt gesteld dat het college heeft besloten hier 60 middeldure huurwoningen te realiseren. Gezien de uitkomsten van de grondexploitatie, zoals deze in het meerjarenperspectief zijn neergezet, zijn hiervoor geen financiële redenen. Onze vragen daarover zijn de volgende: 1. Is hier sprake van een fout? Wanneer heeft het college hiertoe besloten? 2.
Vindt het college niet dat met deze verandering geweld aangedaan wordt aan de ambitie van de versnellingsopgaaf en afgeweken wordt van de kaders van de vigerende Woonvisie? Of loopt het college alvast vooruit op de kaders van de nog vast te stellen nieuwe Woonvisie? 3. Is niet juist deze plek – die jarenlang een soort “stille reserve”van de gemeente was – uiterst belangrijk voor de realisatie van sociale huurwoningen in een gedifferentieerd woonproject in het kader van de versnellingsopgave? 4. Mocht dit geen fout zijn; op welke gronden is dit besluit door het college genomen? Ook bij de beschrijving van het project Eikenstein in de “voortgangsrapportage versnellingsopgave” is het aantal dure woningen t.o.v. het meerjarenperspectief verhoogd van 50 naar 80 en (bijvoorbeeld) het aantal middeldure woningen op 0 gelaten. Ook hier zonder uitleg. 5. Kan het college aangeven waarom deze verandering heeft plaatsgevonden en waarom er in plaats van 30 extra dure woningen niet gekozen is voor 30 middeldure woningen?
Met vriendelijke groet Karst Schuring (PvdA) Ernst van Splunter (VVD)