20201221 Beantwoording (27-01) raadsvragen PvdA en VVD voortgangsrapportage versnellingsopgave
Tekst van het document
459763 FORMULIER (BEANTWOORDING) RAADSVRAGEN
Datum vraag Datum beantwoording Soort Vragensteller Onderwerp
: : : : :
21 december 2020 27 januari 2021 Schriftelijk te beantwoorden vragen Karst Schuring (PvdA) en Ernst van Splunter (VVD) Voortgangsrapportage versnellingsopgave (RIB20.180)
Geacht college, In juni van dit jaar zijn verschillende vragen gesteld over het Meerjarenperspectief Stedelijke Ontwikkeling 2020 dat onderdeel was van de jaarstukken 2019 van Zeist. Een van die vragen betrof de verandering van de aantallen en categorieën woningen naar 22 sociaal, 36 middelduur en 2 duur voor de tweede fase die de woningbouwontwikkeling op het terrein van de huidige gemeentewerf en de voormalige brandweerkazerne betreft. Als antwoord werd gegeven dat de grondexploitatie gemeentewerf grondig was herzien, omdat de eerste fase gerealiseerd was en de in de praktijk gerealiseerde kosten als input konden worden gebruikt voor de raming van de 2e fase en dus de uitgangspunten van de grex preciezer konden worden geformuleerd. Gesteld werd dat voor de grex gekozen is om het programma beperkt te optimaliseren binnen de kaders van de Woonvisie. Met enige verbazing namen wij daarom kennis van de “voortgangsrapportage versnellingsopgave” van 28 oktober 2020, waarin op pagina 7 wordt gesteld dat het college heeft besloten hier 60 middeldure huurwoningen te realiseren. Gezien de uitkomsten van de grondexploitatie, zoals deze in het meerjarenperspectief zijn neergezet, zijn hiervoor geen financiële redenen. Onze vragen daarover zijn de volgende: 1.
Is hier sprake van een fout? Wanneer heeft het college hiertoe besloten?
Reactie: Hier is inderdaad sprake van een fout. Het college heeft hierover nog geen besluit genomen. Op dit moment is het programma nog een mix van sociaal en middelduur. In het bestemmingsplan Zeister e Haven is ruimte voor 82 woningen. Hiervan zijn 22 dure woningen gerealiseerd in de 1 fase (Surplus). e In het bestemmingsplan is geen differentiatie opgenomen. Het programma voor de 2 fase moet nog worden opgesteld en ter vaststelling aan u worden voorgelegd. Dit zal beargumenteerd gebeuren. 2. Vindt het college niet dat met deze verandering geweld aangedaan wordt aan de ambitie van de versnellingsopgaaf en afgeweken wordt van de kaders van de vigerende Woonvisie? Of loopt het college alvast vooruit op de kaders van de nog vast te stellen nieuwe Woonvisie? Reactie: Zoals in ons antwoord op 1 aangegeven is het nog steeds ons uitgangspunt sociale en middel dure woningen te realiseren conform oorspronkelijke gedachte. In de interactieve planvorming met omwonenden en andere belangengroepen moet dit nog verder uitgewerkt worden. 3.
Is niet juist deze plek – die jarenlang een soort “stille reserve”van de gemeente was – uiterst belangrijk voor de realisatie van sociale huurwoningen in een gedifferentieerd woonproject in het kader van de versnellingsopgave?
Reactie: Voor iedere locatie worden door uw raad de kaders voor het programma bepaald, waarbij de Woonvisie als richtsnoer geldt. Daarbij wordt door ons de context van de situatie en locatie beoordeeld en gewogen en vervolgens een beargumenteerd voorstel voor een programma aan uw raad voorgelegd. Zoals in onze antwoorden bij 1 en 2 hiervoor aangegeven hebben wij nog steeds de realisatie van een gedifferentieerd programma voor ogen.
4.
Mocht dit geen fout zijn; op welke gronden is dit besluit door het college genomen?
Reactie: Zoals bij 1 aangegeven is er sprake van een fout en blijven wij uit gaan van een gedifferentieerd programma. Ook bij de beschrijving van het project Eikenstein in de “voortgangsrapportage versnellingsopgave” is het aantal dure woningen t.o.v. het meerjarenperspectief verhoogd van 50 naar 80 en (bijvoorbeeld) het aantal middeldure woningen op 0 gelaten. Ook hier zonder uitleg. 5.
Kan het college aangeven waarom deze verandering heeft plaatsgevonden en waarom er in plaats van 30 extra dure woningen niet gekozen is voor 30 middeldure woningen?
Reactie: Voor het project Eikenstein is bij de verkoopkaders op ons verzoek, door het Rijks Vastgoed Bedrijf meegegeven dat er tenminste 55 sociale huurwoningen gerealiseerd moeten worden en dat er, afhankelijk van de precieze plannen, ook ruimte is voor minimaal 50 woningen in het dure segment (> € 300.000 VON). Deze uitgangspunten zijn door de raad vastgesteld en hebben daarmee ook in het MPSO een plek gekregen. In de voortgangsrapportages is een inschatting gemaakt voor het te verwachten woningbouwprogramma voor de diverse projecten. Voor Eikenstein hebben we daarbij (al langere tijd overigens zie bijvoorbeeld RIB19.152 van september 2019) het minimum van 55 sociale huurwoningen opgenomen en de inschatting dat er ook ca. 80 woningen in het duurdere segment worden gebouwd Het gaat hierbij om een globale inschatting, die bij de vordering van de plannen verder concreet wordt gemaakt. Voor uw beeld alvast de stand van zaken: Het RVB heeft de locatie Eikenstein met onze voorwaarden verkocht aan Fakton-PlegtVos (zie RIB20.84 van april 2020). De nieuwe eigenaar heeft aangegeven te streven naar wat meer sociale huurwoningen dan het minimum van 55, in samenwerking met de RK Woningbouwvereniging. Nu de planvorming wat verder is gevorderd, komt dit aantal in onze eerstvolgende bij te werken overzichten (zowel voortgangsrapportage als MPSO voor 2021) terug.
In de tussentijd is ook de vraag naar middeldure huurwoningen opgekomen en heeft dat ook in het gemeentelijk Woonbeleid een plek gekregen. Deze vraag is inmiddels onderdeel van de planvorming voor Eikenstein en één van de onderwerpen van gesprek. Hier zijn echter nog geen concrete afspraken over gemaakt op dit moment, maar naar verwachting zal dat in de komende maanden wel duidelijk worden. Wij komen daar in het kader van de planvorming over Eikenstein nog bij u op terug.