09-Bijdrage Van Heijst
Tekst van het document
Bijdrage tijdens de hoorzitting op 19 juni 2021 van J. van Heijst namens subgroep 2 van de themagroep “Bestuur en Financiën” van de voormalige I.A.C. Geachte leden van Raad en College, Het was af en toe om verlegen onder te worden, zo werd het werk van de leden van de Inwoners Advies Commissie herhaaldelijk geprezen, speciaal door de burgemeester in zijn wekelijkse pastorale stukken. – Laat mij nu de tolk mogen zijn om onze bewondering uit te spreken voor de geweldige inzet van de medewerkers van de gemeente, zowel bij de begeleiding van de themagroepen als bij de verwerking van de 177 pagina’s van het Adviesrapport. – Dank ook aan het College voor het toetsen van onze 62 voorstellen. Het spreekt voor zich dat we als IAC de hoop hadden dat alle 62 adviezen door het College positief zouden worden beoordeeld en vervolgens door u, leden van de Raad, even positief zouden worden overgenomen. Toch vinden we een score van 50 adviezen die het College voorzag van de beoordeling ‘uitvoeren’ dan wel ‘uitwerken’ geen gek resultaat voor amateurs die wij als IAC-leden (ik moet formeel zeggen: als voormalige IAC-leden) nu eenmaal zijn. Maar, en nu kom ik aan de reden van mijn presentie in deze hoorzitting: 12 adviezen kregen het judicium ‘niet uitvoeren’, waarvan (pijnlijk genoeg) drie van de groep namens welke ik nu spreek.
Graag vraag ik de speciale aandacht van u, Raadsleden, voor het punt ‘Dekking van het structurele tekort van de Rijksbijdrage’. Een samenvatting van ons advies op dit punt is te lezen op pagina 7 van het Adviesrapport onder nummer I.4. De kern zit in de aanbevelingen 2 en 3 om het Rijk aansprakelijk te houden voor het dekken van het structurele tekort en om in de Kadernota zowel voor 2022 als voor de volgende jaren een post op te nemen die wij aanduidden als ‘te verwachten bijzondere verhoging van de Rijksbijdrage’. In de toelichting bij ons advies wezen we erop dat de gemeenten (en dus ook Zeist) te maken hebben met een tekortschietende Rijksbijdrage, veroorzaakt door de sterk oplopender kosten vanwege Jeugdzorg en WMO. We noemden het toen kakelverse advies van de Raad Openbaar Bestuur (welk advies de eis van de gemeenten ondersteunde) en we wezen op het overleg tussen de VNG en het kabinet over de Rijksbijdrage voor Jeugdzorg en WMO. Onze groep was zeer teleurgesteld door de eerste reactie van het College: [ik citeer] “Niet uitvoeren … Preventief toezicht vindt het college geen aanlokkelijk perspectief, we blijven binnen de kaders van het provinciaal toezicht en de wettelijke vereisten” (Bijlage 2 ‘Categorisering en toetsing IAC-advies’).
Maar méér nog is onze groep ‘not amused’ over het handhaven van dat standpunt in de dezer dagen verstrekte tabel met de 83 ‘Voorstellen’ (het gaat daar om nummer 50 op pagina 12). Het vasthouden aan het eenmaal ingenomen standpunt verbaast ons in hoge mate, juist omdat in de loop van mei de arbitrage-commissie Van Zwol met haar oordeel kwam over wat kabinet en VNG haar hadden voorgelegd over het dekken van de tekorten in de uitkeringen van het Gemeentefonds, meer in het bijzonder vanwege de van het Rijk naar de gemeenten overgehevelde Jeugdzorg. Dat het College voor zover bekend tot heden vasthoudt aan zijn standpunt is te meer verwonderlijk gezien het na de arbitrage-uitspraak genomen kabinetsbesluit van begin juni om aan de gemeenten voor 2022 bovenop de eerder toegezegde 300 miljoen nog eens € 1,3 miljard beschikbaar te stellen, niet geoormerkt voor jeugdzorg, maar ter vrije bestemming door elk van de gemeenten, terwijl de bedragen voor de jaren 2023 e.v. in de kabinetsformatie zullen worden geregeld. Het gaat, al voor 2022, om echt groot geld. De Bunnikse wethouder financiën heeft de Raad van onze buurgemeente meegedeeld dat Bunnik op zo’n € 1,9 miljoen mag rekenen, wat voor het viermaal zo grote Zeist € 7,6 miljoen zou betekenen. Als het bedrag naar inwonertal over de gemeenten wordt verdeeld, betekent dat voor Zeist ca. € 5 miljoen aan extra Rijksbijdrage voor het
komende begrotingsjaar. Het lijkt mij verantwoord te verwachten dat dat laatste bedrag met zekerheid zal binnenkomen. De leden van onze voormalige groep willen bij deze aan uw Raad voorleggen het besluit tot vaststelling van de Kadernota als volgt aan te vullen: “evenwel met opneming van een stelpost ‘extra bijdrage uit het Gemeentefonds’ ” (à la de stelpost bij het structureel budget Jeugd, Kadernota, pag. 37) of met woorden van gelijke strekking. – Tijdens het schrijven van deze notitie kwamen ons bij de zgn. ‘Technische vragen’ vraag 64 van de heer Van Nieuwstadt (Groen Links) en vraag 86 van de heer Timofeeff (Seyst.nu) onder ogen, die beide de kabinetsbeslissing m.b.t. de € 1,3 miljard aan de orde stelden. Het College zegde toe op basis van de meicirculaire een nadere duiding te zullen geven. Het zal u duidelijk zijn dat wij als (voormalige) IAC-leden met belangstelling uitzien naar hetgeen in uw Raad gezegd gaat worden over de invulling van de bestemming van de extra gelden. In elk geval zal het u als Raad niet alleen mogelijk zijn om het tekort aan dekking in de Kadernota 2022 van € 1,7 weg te werken, maar hebt u ook de ruimte om over twee politiek lastige punten beslissingen te nemen. Ik doel op het achterwege laten of opschorten van de verhoging van het OZB-tarief met 3% gedurende 2022 en de drie volgende jaren, bovenop de gebruikelijke inflatiecorrectie.
Met opschorten tot de volgende Kadernota kan de Raad in nieuwe samenstelling erover beslissen. Als tweede politiek gevoelige punt wijs ik op het gevoelige item van de hondenbelasting, welk punt door de IAC als dekkingsmiddel is aangereikt, maar dat blijkens de reacties van de niet-insprekers op fiks wat weerstand stuit. Ten slotte nog een woord bij de inbreng van onze groep op het onderwerp Sociaal Domein (pagina 8 van het Adviesrapport onder nummer I.6). We hebben ons erover verbaasd dat van onze zeven aanbevelingen er maar één (nl. de aanstelling van een directeur Sociaal Domein) in de beide reacties van het College is genoemd. Gegeven een overschrijding van de begroting in deze sector met 10% in 2020, leek (en lijkt) het ons niet gek als uw Raad aandacht geeft aan ten minste twee van onze punten: (1) een plan van aanpak laten opstellen voor het Sociaal Domein, en (2) dat domein als ‘grootste tak van dienst’ voor twee jaar te bestempelen als prioriteit van het College en daarbinnen een wethouder een coördinerende rol te laten vervullen, ook in het samenwerkingsverband van de Regionale Sociale Dienst. Om het maar duidelijk te zeggen: wij waren niet overtuigd door de reactie van het College op ons advies inzake het Sociaal Domein: [ik citeer] “De hoge kosten in het sociaal domein komen door externe factoren.
… We zijn in control en doen de goede dingen, maar dat leidt nu nog niet tot resultaten”. Het interview dat VNG-directeur Leonard Geluk op 4 juni jl. aan Trouw gaf, geeft aanleiding om de problematiek van het Sociaal Domein toch ernstiger te nemen dat uit het citaat blijkt. 17-6-2021