CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

09-20221018 Algemene Beschouwingen SP

Debat 18 oktober 2022, gemeente ZeistBij agendapunt: Bijdragen fractievoorzitters1.827 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Algemene Beschouwingen SP Zeist bij Begroting 2023 Voorzitter, soms heb je van die dilemma's waar je ook na lang nadenken niet uitkomt. Een dilemma waarbij je aan de ene kant het gevoel hebt dat je, vanuit je rol als raadslid, daar iets mee moet doen, omdat het gaat om een onrecht dat een bepaalde groep in de samenleving, ook die van Zeist, wordt aangedaan, maar een ander gevoel je juist zegt dat je hier niets mee kunt doen, omdat dit onrecht niet alleen in Zeist, maar in alle Nederlandse gemeenten speelt. Misschien leek het dilemma wel oplosbaar, omdat het ging om een zaak die voortkwam uit beleid uit de koker van het kabinet Rutte en de gedachte zich bij mij langzaamaan vormde dat daar dan ook de oplossing vandaan moest komen. Maar in een korte tijd van enkele maanden kunnen zich dan weer ontwikkelingen voordoen, waarbij het dilemma, waarvan ik even dacht dat het niet meer aan de orde was, toch weer terugkomt. Misschien is het tijd om nu openheid van zaken te geven. Afgelopen zomer, in augustus, kwam mij het nieuws ter ore dat een rechter had geoordeeld dat een student in Nijmegen recht had op de energie-toeslag, nadat zijn aanvraag daartoe eerder door de gemeente Nijmegen was afgewezen. Mijn eerste gedachte was: mooi nieuws voor studenten, want een rechter had met deze uitspraak een oordeel geveld over de uitvoering van de regeling van het toekennen van de energie-toeslag.

Het uitsluiten van de groep studenten van deze toeslag werd nu door de rechter als onrechtmatig bestempeld. Mijn gedachte was direct op het moment dat ik in de media hierover vernam dat met deze uitspraak studenten in heel het land iets in handen zouden hebben om alsnog aanspraak te kunnen maken op een energie-toeslag. Een toeslag die hen nu om volstrekt arbritaire afwegingen wordt onthouden. Want als de woonsituatie van studenten zo divers zou zijn dat het generiek toekennen van deze toeslag niet mogelijk zou zijn, geldt dat dan niet voor de woon- en financiële situatie van de 1 miljoen huishoudens die de energietoeslag nu wel uitgekeerd krijgen? Onder deze groep zullen immers ook genoeg mensen zijn die het geluk hebben nog een vast energiecontract te hebben, en daardoor niet of nauwelijks geconfronteerd zijn met de explosieve stijging van de gas- en elektriciteitsprijzen waar deze energie-toeslag voor moet compenseren. Die mensen zouden dan, strict genomen, volgens de criteria die tegenstanders van generieke inkomensondersteunende maatregelen hanteren, eigenlijk geen recht hebben op deze toeslag. Maar toch ontvangen ze deze. Vanuit het Rijk, dat dan wel. Maar het principe blijft daarmee wel overeind. Want gemeenten hebben namelijk beleidsvrijheid om af te wijken van deze regeling die ten grondslag ligt aan de energie-toeslag.

Gemeenten kúnnen besluiten om de energie-toeslag wel uit te keren aan groepen die in de Rijksregeling nu zijn uitgesloten. Net als gemeenten ook beleidsvrijheid hebben om de inkomensondersteuning vanuit de bijzondere bijstand meer of minder

genereus toe te passen. Op dit moment is er één gemeente die zelf heeft besloten de energie-toeslag ook aan studenten uit te keren: (niet toevallig) de gemeente Nijmegen. Daar kunnen studenten per woonadres de energietoeslag een keer aanvragen. Dat is misschien niet ideaal, want per studentenhuis moet dan de ontvangen 1.300 euro aan energie-toeslag verdeeld worden onder de bewoners. Maar ook 1300 euro verdeeld over, zeg, 10 studenten is nog steeds een bedrag van 130 euro dat voor de meeste studenten in deze tijd waarschijnlijk zeer welkom zal zijn. Dus daarom maar mijn vraag aan het college: waarom besluit het college niet gewoon zelf om de energie-toeslag, in navolging van de gemeente Nijmegen, ook aan studenten uit te keren? Wachten op wat er vanuit het Rijk eventueel nog gaat komen is nu namelijk niet meer aan de orde: het kabinet Rutte heeft onlangs namelijk besloten de energie-toeslag niet aan studenten (en aan de groep jongeren onder de 21 die al een zelfstandige woonruimte hebben) uit te keren. Het kabinet zou niet de middelen hebben om hiervoor nog de benodigde 200 miljoen euro extra opzij te zetten, zo luidt de verklaring dan.

Maar wat betekent dat, als het kabinet, ondanks die rechterlijke uitspraak, niet zijn verantwoordelijkheid neemt? Moeten wij dan als gemeente Zeist ook maar nee verkopen, en verklaren dat we hiervoor niet de middelen zouden hebben? Volgens mij zijn die middelen er namelijk wel. Alleen worden ze nu op een andere manier besteed. Ik kijk in het bijzonder naar de stelpost van 500.000 voor lastenverlichting. Waarom zou een deel van dit bedrag niet besteed kunnen worden aan het uitbetalen van de energie-toeslag aan studenten? En hoeveel studenten hebben we nu eigenlijk in Zeist? In de bijlage "kerngegevens" (pag. 155 van de Begroting) wordt een getal genoemd van 405 uitwonende studenten. Ik vermoed dat dit aantal hoger zal zijn, laten het er eens twee keer zoveel zijn , 800 studenten. En veronderstel nu eens dat er in Zeist gemiddeld 5 studenten op een wooneenheid woonachtig zijn. Dan zou de gemeente Zeist de energie-toeslag à 1.300 euro aan 160 adressen bewoond door studenten uitbetalen. Dan zou dat onze gemeente 208.000 euro kosten. Dan blijft er nog een kleine 3 ton uit de stelpost voor lastenverlichting. De SP heeft daar ook wel een voorstel voor om dit anders te besteden. Op dit moment is de energie-toeslag beschikbaar voor inkomens tot 120 procent van het sociaal minimum. Terwijl wij in Zeist voor het minimabeleid een grens hanteren van 130 procent van het bijstandsniveau.

De SP zou er groot voorstander van zijn om de grens waarbij huishoudens aanspraak kunnen maken op de energie-toeslag te verhogen naar 130 procent van het sociaal minimum. Eigenlijk zou die grens misschien nog wel hoger kunnen en moeten, maar, gelet op het voorgaande voorstel, waarvoor al een deel van de stelpost lastenverlichting voor is gebruikt, is 130 procent waarschijnlijk een reëler alternatief. Nu kan natuurlijk tegengeworpen worden dat mijn beide voorstellen, maar in het bijzonder misschien het tweede, het verhogen van de grens naar 130 procent, een generieke maatregel is die ongewenst is omdat de energietoeslag bij verruiming van de grens ook terechtkomt bij huishoudens die deze

toeslag niet nodig hebben. Laat ik daar het volgende over zeggen. Allereerst: de regeling van de uitbetaling van de energie-toeslag, zoals die nu bestaat, laat ook toe dat deze toeslag terecht komt bij huishoudens die deze niet nodig hebben. Voor het Rijk was dit geen reden om deze regeling in de vorm zoals die nu is, dan maar helemaal in de ban te doen. Net als het Rijk dat doet zou ook ons, college, en de raad van onze gemeente moeten aanvaarden dat generieke maatregelen ook ten profijt kunnen komen van huishoudens die deze niet nodig hebben. Maar ik durf de stelling wel aan dat het percentage waar het in gemeentelijk beleid dan om gaat veel lager zijn dan het percentage van landelijk beleid. Tweede reden is dat in de huidige begroting een bedrag van 5 ton wordt gereserveerd voor lastenverlichting. Maar lastenverlichting is per definitie een generieke maatregel, dus ook deze waar de precieze invulling nog van moet komen. Het kost de gemeente geld, want je besluit om voor 5 ton minder inkomsten aan gemeentelijke belastingen binnen te halen, maar dat is eigenlijk niet het punt. Waar het om gaat, is dat de lastenverlichting in essentie een generieke maatregel is, waar dus ook huishoudens van profiteren die deze lastenverlichting misschien helemaal niet nodig hebben.

In dat licht zou ik graag mijn verwondering uitspreken over het feit dat deze maatregel van lastenverlichting tot op heden door geen enkele coalitiepartij kritisch is ontvangen, terwijl een eerdere motie voor verruiming van de grens voor het toekennen van de Geld-terug-Regeling naar 150 procent van het sociaal minimum door geen enkele coalitiepartij werd gesteund. Het argument daarbij was dat deze verruiming zou betekenen dat ook huishoudens die dit niet nodig hebben, dan gebruik zouden kunnen maken van de GTR. Dus bij inkomensondersteunende maatregelen als de GTR is een extra uitbreiding van de regeling niet mogelijk, want generiek, maar bij lastenverlichting maakt het ineens niet meer uit dat juist deze maatregel generiek van aard is. Wie consequent is in zijn redenering, moet dan beide afwijzen, niet het ene wel en het andere niet. Wat de SP betreft, moet er geen taboe zijn op generieke maatregelen die tot doel hebben de inkomenspositie van de financieel kwetsbaarste groepen te ondersteunen. Het is te gemakkelijk om als alternatief dan te verwijzen naar mogelijkheden voor inkomenssteun vanuit de bijzondere bijstand. Om gebruik te kunnen maken van steun vanuit de bijzondere bijstand, is immers een controle en toetsing vooraf nodig van de aanvrager, die moet aantonen dat hij als gevolg van de hoge energieprijzen in financiële problemen is gekomen.

De RSD heeft, als meer mensen gebruik maken van de inkomensondersteuning vanuit de bijzondere bijstand, daar ook de extra mensen voor nodig. En dat niet alleen: als studenten massaal besluiten om een aanvraag te doen voor de energie-toeslag en deze studenten vervolgens ook massaal tegen een eventuele afwijzing op hun aanvraag in bezwaar en beroep gaan, heeft de RSD voor de behandeling van al deze aanvragen en bezwaren ook extra mankracht nodig. Als je die kosten afzet tegen de kosten die de gemeente nu zou kunnen maken als wij als raad zouden besluiten om de energie-toeslag ook aan studenten uit te keren en ook nog een verruiming toe te passen voor de inkomens tot 130 procent van het sociaal minimum voor dezelfde toeslag, dan

zou het wel eens zo kunnen zijn dat we uiteindelijk minder geld kwijt zijn aan lasten dan wanneer we als raad zouden vasthouden aan de begroting zoals die nu voorligt en waarin van enige uitbreiding van de regeling voor toekennen van de energie-toeslag geen sprake is. Dit onderwerp genoeg besproken hebbende, en bijna aan het eind van mijn betoog, zou ik kort nog een ander onderwerp willen aansnijden. Eigenlijk meer een vraag. De gemeente heeft een potje voor sociale woningbouw ("revolving fund" geheten) van rond de 2,5 miljoen. We weten dat we een grote opgave hebben voor de bouw van betaalbare, en daarbinnen ook sociale woningen. En tegelijkertijd weten we, zoals vorige week ook ter sprake kwam bij de bijeenkomst over Wonen bij Woongoed Zeist, dat het bouwen van sociale woningen niet gaat zonder sturing vanuit de gemeente. Vraag is dan of er dit moment, in de planfase, concrete projecten waar een bijdrage uit dit fonds zou helpen om meer sociale woningen gebouwd te krijgen. Onder welke voorwaarden is het college bereid om uit dit fonds een bijdrage te doen voor de financiering van meer sociale woningen? Laat ik eindigen met het benoemen van enkele zaken waar wij als fractie wel tevreden over zijn. Uiteraard is dat de indexatie van de GTR, waar nu een bedrag van 150.000 voor is gereserveerd en waarmee de bedragen die nu maximaal vergoed worden met 25 procent omhoog gaan.

David Tompot

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11952050/1