07-22RV035 Omgevingsverg. Sparrenheuvel - bijlage 7 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
OV20201387
26-08-2021
Ruimtelijke onderbouwing Baarnseweg 18 Bosch en Duin Gemeente Zeist
Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:
Baarnseweg 18 Bosch en Duin NL.IMRO.0355.00000-0001 ontwerp 30 juni 2021 80.80.01
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever: Contactpersoon opdrachtgever: Betrokken gemeente:
Sparrenbeuvel Vastgoed BV de heer T. Suppers Zeist
Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem Telefoon: E-mail: Internet:
2
Mevr. E.M. Baeten Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.Buro-SRO.nl
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
Inhoudsopgave Ruimtelijke onderbouwing Bladwijzer niet gedefinieerd. Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Inleiding Aanleiding voor het initiatief Ligging plangebied Leeswijzer Het initiatief Historie en huidige situatie Toekomstige situatie Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Uitvoerbaarheid Milieu Water Ecologie Verkeer Cultuurhistorie en archeologie Economische uitvoerbaarheid Procedure Inspraak en overleg Van ontwerp naar vaststelling
Fout! 4 4 4 4 5 5 7 11 11 12 13 15 15 20 22 23 24 25 26 26 26
Bijlagen bij de onderbouwing
27
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6
29 31 33 35 37 39
Beplantingsplan en inpassing parkeren Bodemonderzoek Watertoets Ecologisch onderzoek Notitie Boominspectie Buurtparticipatie
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
3
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding voor het initiatief
Aan de Baarnseweg 18 bevindt zich de Woonzorgvoorziening Sparrenheuvel voor ouderen met een indicatie. Sparrenheuvel is onderdeel van thuiszorgorganisatie Lang Leve Thuis en biedt momenteel huisvesting aan twaalf ouderen. Het voornemen is om het pand te transformeren en uit te breiden met zes extra wooneenheden. Om de zes wooneenheden te realiseren is een uitbreiding van het pand benodigd buiten het huidige bouwvlak. Het realiseren van de uitbreiding van het gebouw is strijdig met het geldende bestemmingsplan. Omdat het initiatief gewenst is en passend is op de locatie, wordt medewerking verleend aan deze ontwikkeling. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Baarnseweg 18 in de kern Bosch en Duin van de gemeente Zeist. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.
Globale ligging plangebied (bron: openstreetmap.org)
1.3
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk is in hoofdstuk 2 het initiatief beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 is het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst op grond van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Tevens wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 5 in op de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarbij de uitkomsten van overleg en zienswijzen zijn opgenomen.
4
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
Hoofdstuk 2
Het initiatief
In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.
2.1
Historie en huidige situatie
Het plangebied betreft het perceel van de Woonzorgvoorziening Sparrenheuvel aan de oostkant van de Baarnseweg in de het bosrijke Bosch en Duin. De villa Sparrenheuvel is gerealiseerd in de jaren 30 van de vorige eeuw in het toenmalige 'villapark Bosch en Duin'. De witte villa met oranje pannenkap is ontworpen als vrijstaande woonvilla. Sinds de jaren 70 van de vorige eeuw wordt het pand gebruikt voor diverse vormen van zorgverlening. Sinds die periode zijn diverse aanbouwen gerealiseerd rond het pand. De huidige uitbouw is eind jaren 90 gerealiseerd. In het jaar 2010 is nog een uitbreiding van de ontmoetingsruimte gerealiseerd. De huidige voorziening is opgericht in 1995 en biedt ouderen een plek om te wonen wanneer de behoefte aan zorg toeneemt. De bewoners hebben vaak een psychogeriatrische zorgvraag zoals dementie en alzheimer. Op de locatie bevinden zich momenteel twaalf wooneenheden en de bewoners hebben toegang tot 24 uurs zorg indien nodig. De omgeving van het plangebied betreft een bosrijke setting met naast woningen ook meerdere maatschappelijke (zorg)instellingen zoals het Herstellingsoord De Terp (Biltseweg 6) en Het Hermes Huis (Baarnseweg 4). Op navolgende afbeelding is de huidige situatie weergegeven.
Luchtfoto van het plangebied (bron: ruimtelijke plannen.nl)
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
5
Vooraanzicht van het perceel (bron: Google Maps Streetview)
Aanzicht van de achterzijde van het gebouw met omliggende tuin (Bron: Buro SRO Oost)
Villa Sparrenheuvel (bron: LENGKEEK architecten en ingenieurs bv)
6
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
2.2
Toekomstige situatie
Programma In de toekomstige situatie wordt het pand aan de Baarnseweg 18 intern verbouwd en aan de achterzijde, haaks op het bestaande pand, een gedeelte aangebouwd. In de beoogde uitbreiding van het pand worden zes extra wooneenheden mogelijk gemaakt voor ouderen met een zorg indicatie. De uitbouw wordt in de huidige tuin gerealiseerd en heeft een oppervlakte van circa 390 m². De bebouwing bestaat uit één laag met een plat dak.
Impressie toekomstige situatie Bron: LENGKEEK architecten en ingenieurs bv
Beeldkwaliteit Context De omgeving van de zorgvilla 'Sparrenheuvel' kenmerkt zich door het bosachtige karakter en de vele vrijstaande villa's. De omliggende bebouwing is veelal vormgegeven als een tweelaags bouwvolume met een kap. De villa's liggen allen enige tientallen meters verwijderd van de straat en worden ontsloten via een eigen inrit. De variatie aan afstanden tot de weg zorgen ervoor dat de vele woningen die het gebied kent, aanvoelen als losstaande elementen in het bos. Deze karakteristieken gelden ook voor Sparrenheuvel. De wit gestucte villa staat circa 50 meter van de Baarnseweg. Het terrein voor de villa is vormgegeven als Engelse landschapstuin met een grote grasweide, waardoor het eerste aanblik van de villa sterk de aandacht trekt vanaf de weg. Ook de in 1997 gerealiseerde uitbouw is op een dergelijke manier vormgegeven, zodat deze ondanks zijn langgerekte vorm, ondergeschikt is aan de villa. Nieuwe ontwikkelingen rondom de villa zullen zich binnen eenzelfde beeldkwaliteit moeten schikken. Hierbij ligt de nadruk op het beeld van 'de villa in het bos' gezien vanaf de Baarnseweg. Ontwikkelingen zullen ten aller tijde ondergeschikt moeten zijn aan de villa. Architectuur Villa Sparrenheuvel is van oudsher een vrijstaande villa van drie lagen hoog met een kap. Het pand is voorzien van een stucwerklaag in de kleur parelwit (ral1013).
De pannen hebben een iconische oranje tint. Ondergeschikt in architectuur is de eenlaags uitbouw die zich in de lengte uitstrekt in de diepte van de kavel. De horizontale dakrand geeft de uitbouw een sterke horizontale richting en maakt de massa qua beeld en beleving 'kleinschalig'. De gevel is opgebouwd uit een bruin gelakte houten gevel. De kozijnen van de uitbouw zijn wit. De kleurstelling van de uitbouw is donker en timide waardoor hij opgaat in de bosrijke omgeving.
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
7
Nieuwe uitbreidingen op deze locatie dienen één integraal beeld te vormen met de reeds aanwezige uitbreiding. Daarnaast zal de uitbreiding aan de volgende beeldkwaliteitseisen moeten voldoen; Ondergeschikt zijn aan de villa in verschijningsvorm. De uitbreiding zal ingetogen en toch contrasterend moeten zijn t.o.v. de villa. De villa is en blijft de duidelijke hoofdmassa gezien vanaf de Baarnseweg. Sterke horizontaliteit in geleding. Bovenstaande beeldkwaliteitseisen hebben als doel de bestaande villa een prominente plek te laten hebben op de locatie. Kleurstelling en materialisatie Gelijk aan de bestaande uitbouw zal een nieuwe uitbreiding uitgevoerd moeten worden in natuurlijke tinten. De materialen van een nieuwe uitbreiding zullen in synergie moeten zijn met het materiaal van de reeds bestaande uitbreiding. Hierbij staat het vrij ook de bestaande uitbreiding te voorzien van een nieuwe expressie. De gevel wordt opgetrokken in een hout (achtig) materiaal, waarbij de dakranden en goten zorgvuldig worden gedetailleerd. Referenties Navolgende afbeeldingen betreffen referenties voor de toekomstige uitbouw, passend binnen eenzelfde beeldkwaliteit.
Referenties toekomstige uitbouw
8
(bron: LENGKEEK architecten en ingenieurs bv)
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
Referentie toekomstige uitbouw
(bron: LENGKEEK architecten en ingenieurs bv)
Beplantingsplan en inpassing parkeren Door de bosrijke omgeving waarin de locatie is gelegen, heeft de uitbreiding van de bebouwing uitsluitend impact op de directe aangrenzende buitenruimte. Vanaf de openbare weg is er geen zicht op de uitbreiding en omdat er op de perceelsgrenzen hagen aanwezig zijn is ook het zicht op de nieuwbouw voor de aangrenzende percelen beperkt. Wel zullen er voor de realisatie van uitbreiding een aantal bomen moeten worden gekapt. Het betreft hier met name naaldbomen die, door de bosrijke omgeving, vanuit landschappelijk oogpunt geen bijzondere individuele waarde hebben. Ter compensatie zullen elders op het terrein loofbomen terug worden gepland. Deze hebben ecologisch gezien een meerwaarde t.o.v. de grote hoeveelheid naaldbomen die in het gebied aanwezig zijn. De uitbreiding van de bebouwing heeft ook gevolgen voor de hoeveelheid benodigde parkeerplaatsen. Er worden voor de nieuwbouw 4 extra parkeerplaatsen gerealiseerd. Deze zijn op vergelijkbare wijze als de bestaande parkeerplaatsen toegevoegd nabij de entree van het terrein. Dit is om die reden een logische plek, maar ook vanuit landschap is deze locatie de beste optie. Een alternatief zou namelijk het zicht vanaf de straat op het gebouw over de fraaie siertuin ontnemen.
Er dient daarbij aandacht te zijn voor de wijze waarop de parkeerplaatsen ter plaatse van de bestaande rode beuken worden gerealiseerd. Bij voorkeur wordt er geen elementenverharding in een nieuw te ontgraven cunet gelegd, maar wordt het al aanwezige grind aangevuld om op te parkeren. Dit i.v.m. het behoud voldoende doorwortelbare ruimte van de bestaande bomen. Het zicht op de parkeerplaats wordt, vanaf de siertuin gezien, ontnomen door het aanplanten van een haag. Navolgende afbeelding geeft de toekomstige situatie weer. Het beplantingsplan en de inpassing van de extra parkeerplaatsen is tevens opgenomen in bijlage 1.
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
9
De toekomstige situatie van de Baarnseweg 18, inclusief het beplantingsplan en de inpassing parkeren . Bron: Buro SRO Oost B.V. en LENGKEEK architecten en ingenieurs bv)
10
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Gebiedsgericht De SVIR benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. Voorts betreft het enkele specifieke gebieden, zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam en Schiphol. In het Barro heeft het Rijk voor deze onderwerpen regels opgesteld waarmee de SVIR juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. In de SVIR worden, naast de onderwerpen van nationaal belang, accenten geplaatst op het gebied van bestuurlijke verantwoordelijkheden. Het beleid betekent een decentralisatie van rijkstaken en bevoegdheden. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en lagere overheden, burgers en bedrijven krijgen, zolang het nationaal belang niet in het geding is, de ruimte om oplossingen te creëren.
Ladder duurzame verstedelijking Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is 'duurzame verstedelijking'. Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied. Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro, artikel 3.1.6 onder 2. De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is. Daar wordt het volgende onder verstaan: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Per 01 juli 2017 is de ladder voor duurzame verstedelijking herzien.
Bij de herziening zijn onder meer de drie afzonderlijke 'treden' van de ladder losgelaten en is het begrip 'actuele regionale behoefte' gewijzigd in 'behoefte'. Nieuw is dat de laddertoets bij flexibele plannen kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van een wijzigings- of uitwerkingsplan. Planspecifiek Gebiedsgericht Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden van de SVIR en het Barro.
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
11
Ladder duurzame verstedelijking Het initiatief omvat het realiseren van een uitbreiding van het bestaande pand aan de Baarnseweg 18 ten behoeve van zes extra wooneenheden voor ouderen met een zorg indicatie. Uit jurisprudentie blijkt dat pas van een stedelijke ontwikkeling sprake is als woningbouwprojecten voorzien in 11 nieuwe woningen of meer. Voorliggend plan blijft hier qua aantal onder, waardoor er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en een verdere toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. Voorliggend initiatief past binnen het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) In de PRS beschrijft de provincie het ruimtelijk beleid voor de periode tot 2028. Deze periode sluit aan bij die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het rijk. De provincie geeft aan welke doelstellingen zij van provinciaal belang acht, welk beleid bij deze doelstellingen hoort én hoe zij uitvoering geeft aan dit beleid. Deels geeft zij uitvoering aan het beleid via de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) die tegelijk met de PRS is vastgesteld. Met betrekking tot de pijler 'vitale dorpen en steden' heeft de provincie het volgende provinciale belang gedefinieerd: 'Door de ontwikkeling van wonen en werken vooral in het bestaande stedelijke gebied te laten plaatsvinden, behouden we vitale dorpen en steden' In de Provinciale ruimtelijke structuurvisie 2013 – 2028 (PRS) zijn de volgende provinciale belangen vastgelegd die betrekking hebben op vitale steden en dorpen: Realiseren van voldoende en op de behoefte aansluitend woningaanbod, met een accent op binnenstedelijke ontwikkeling. Een vitale en innovatieve regionale economie, met voldoende en diverse vestigingsmogelijkheden. Optimaal gebruik van de binnenstedelijke ruimte.
Een goede bereikbaarheid voor woon-, werk en vrijetijdsverkeer Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) In de PRV zijn onder andere de regels uit het PRS rechtstreeks overgenomen, waarbij een verduidelijking is gegeven op de wijze van het overnemen van de provinciale regeling in (gemeentelijke) ruimtelijke plannen. De PRV is gebaseerd op artikel 4.1, eerste lid, van de Wro. Op basis van dit artikel kunnen, met het oog op een goede ruimtelijke ordening, Provinciale Staten regels stellen omtrent de inhoud, toelichting of onderbouwing van ruimtelijke plannen. Hieronder vallen de bestemmingsplannen (inclusief de uitwerkings- en wijzigingsplannen), besluiten op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) waarbij afgeweken wordt van een bestemmingsplan, beheersverordeningen en projectuitvoeringsbesluiten op basis van de Crisis en herstelwet. Doel van de verordening is om een aantal provinciale belangen te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. De volgende artikelen zijn voor deze ontwikkeling van belang: Planspecifiek Geheel Bosch en Duin ligt in het landelijk gebied. Om de kwaliteit en vitaliteit van het landelijk gebied te kunnen behouden voert de provincie een terughoudend beleid als het gaat om de ontwikkeling van niet aan het landelijk gebied gekoppelde functies.
Gezien het plangebied echter in een grootschalige bebouwingsconcentratie ligt, biedt de provincie ruimte voor verdichting. Hiervoor geldt als voorwaarde dat de omgevingskwaliteit, met name het landschap, voldoende wordt ontwikkeld. Om te waarborgen dat er geen ongewenste verstedelijking plaatsvindt in het landelijk gebied, moet er, voor zover hier van belang, sprake zijn van een verhoging van de ruimtelijke kwaliteit (artikelen 3.2 tot en met 3.5 PRV).
12
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
Voorliggend initiatief betreft een beperkte uitbreiding van een reeds bestaand gebouw aan de achterzijde. De stedenbouwkundige structuur van de Baarnseweg wordt niet gewijzigd door de uitbreiding, wat bovendien zeer beperkt zichtbaar zal zijn vanaf de weg. Daarnaast blijft de ruimtelijke kwaliteit behouden door de landschappelijke inpassing, weergegeven in paragraaf 2.2.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Structuurvisie Zeist De gemeenteraad van Zeist heeft op 1 maart 2011 de ‘Structuurvisie Zeist 2020’ vastgesteld. De structuurvisie bouwt voort op het eerder ontwikkelde Ontwikkelingsperspectief 2030. In dit document werden vier kernwaarden geformuleerd: natuur en landschap, cultuurhistorie, duurzaam en zorgzaam en de kwaliteit van vijf kernen met een eigen identiteit. Deze kernwaarden zijn nu vertaald naar tien hoofdkeuzes, welke een beeld geven van het toekomstig wonen, werken, sporten, zorgen, uitgaan en recreëren in de gemeente. De keuzes dragen zorg voor een duurzaam en zorgzaam Zeist waar groen en cultuurhistorie een prominente rol spelen en waar kwaliteit altijd centraal staat. Planspecifiek Voor Bosch en Duin heeft de gemeente het beleid om bestaande kernwaarden te behouden en te versterken, waar dit mogelijk is. De uitbreiding van het pand vindt plaats aan de achterzijde waardoor het niet zichtbaar is vanaf de weg. Door het behoud van het groene karakter van het perceel voldoet het initiatief aan het beleid van de gemeente. 3.3.2 Groenstructuurplan Het groenstructuurplan ‘Groen (voor) Zeist’ (mei 2011) schetst de hoofdlijnen van het beleid voor het openbaar groen binnen de bebouwde kom van de kernen van Zeist. Het groen in Zeist is fysiek en maatschappelijk belangrijk.
Het levert een bijdrage aan een aangenaam en gezond woon- en verblijfsklimaat, het herbergt natuurwaarden en speelt een aanzienlijke rol in sociaal en maatschappelijk welbevinden. Het optimaliseren van het groen behoort tot de kernwaarde van Zeist. De gemeente zet in op het veiligstellen, koesteren en versterken van het groene karakter van Zeist, dat bestaat uit een rijkdom van samenstellende, kenmerkende groene structuren. De tuinen van de inwoners van Zeist als thema in beeld brengen en ervoor zorgen dat met ter beschikking staande middelen het belang ervan voor de Zeister groenstructuur wordt uitgedragen. Bij het verlenen van bijvoorbeeld inritvergunningen, gekoppeld aan parkeren in de (voor)tuin, zou gezocht moeten worden naar bij de wijk passende oplossingen, die zo min mogelijk afbreuk doen aan het groene karakter en waterbergend vermogen van de tuinen. Planspecifiek Het bestaande pand wordt aan de achterzijde uitgebouwd, ter plaatse van de huidige tuin. Enkele aanwezige bomen moeten worden herplant om de ontwikkeling mogelijk te maken. Door de herplant van deze bomen blijft het aantal bomen gelijk. Daarnaast zal de uitbreiding van het gebouw slechts beperkt zichtbaar zijn vanaf de weg door de veelheid aan beplanting op het voorterrein. Aan de voorzijde van het pand wordt het aantal parkeerplaatsen uitgebreid met 4 parkeervakken.
Een van de parkeervlakken wordt gerealiseerd in het verlengde van de reeds aanwezige rij parkeervakken. De overige 3 parkeervakken worden ter plaatse van de bestaande rode beuken gerealiseerd. Het zicht op de parkeerplaats wordt, vanaf de siertuin gezien, ontnomen door het aanplanten van een haag. Daardoor wordt zo min mogelijk afbreuk gedaan aan het groene karakter van de tuin. Geconcludeerd wordt dat het groene karakter van het perceel behouden blijft en daarmee in lijn is met het groenstructuurplan.
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
13
3.3.3 Woonvisie 2016-2020 In 2016 heeft de gemeenteraad van Zeist de nieuwe Woonvisie 2016 - 2020 vastgesteld. In de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat ontwikkelingen in de woningmarkt elkaar snel opvolgen. De gemeente zet qua volkshuisvestelijk beleid in op ondermeer nieuwbouw en differentiatie om te voorzien in een concrete behoefte aan woningen. De gemeente vindt het belangrijk om een woonomgeving te scheppen waar inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Maatwerk is hierbij nodig. Belangrijk is om woningen te creëren die levensloopbestendig zijn, met voorzieningen zoals een huisarts, service punten en winkel op bereikbare afstand. Naast het faciliteren van wonen met zorg en begeleiding aan huis, zal er altijd behoefte blijven bestaan aan zorginstellingen die zorg binnen hun muren bieden. Planspecifiek Voorliggend initiatief biedt woonruimte voor ouderen met een zorg indicatie. Daarmee draagt het plan bij aan het voorzien in de woningbehoefte voor deze doelgroep. Het initiatief is passend binnen de woonvisie. 3.3.4 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan “Den Dolder Zuid, Bosch en Duin en Huis ter Heide Noord” , vastgesteld op 17 april 2012 door de gemeente Zeist. Bijgevoegde afbeelding toont een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan.
Uitsnede van het vigerende bestemmingsplan “Den Dolder Zuid, Bosch en Duin en Huis ter Heide Noord”, het plangebied is aangegeven met het rode kader (bron: ruimtelijke plannen.nl)
Het plangebied heeft de bestemming 'Wonen-1' en 'Bos - Tuin'. Binnen de bestemming 'Wonen-1' is de functieaanduiding 'zorgwoning' opgenomen. De uitbreiding van het gebouw met de extra wooneenheden is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld om middels een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan de uitbreiding mogelijk te maken.
14
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
Hoofdstuk 4
Uitvoerbaarheid
Voor een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de uitvoerbaarheid aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.
4.1
Milieu
4.1.1 Bodem Op grond van de Wet Bodembescherming (Wbb) moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming is met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Bij een functiewijziging zal in veel gevallen een specifiek bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd. Planspecifiek In het kader van voorliggende ontwikkeling is een bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 2. De belangrijkste conclusie luidt dat er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem er géén belemmeringen zijn voor de ontwikkeling van het initiatief. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bodem. 4.1.2 Lucht De mate van blootstelling aan luchtverontreiniging speelt een rol in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot 'luchtkwaliteit' zijn twee aspecten van belang. Ten eerste of de luchtkwaliteit ter plaatse de nieuwe functie toelaat (de gevoeligheid van de bestemming) en ten tweede wat de bijdrage is van het plan aan die luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit ter plaatse In de Wet milieubeheer zijn normen opgenomen voor de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht ter bescherming van de mens. De belangrijkste stoffen zijn PM10 en PM2,5 (fijnstof) en NO2 (stikstofdioxide).
De grenswaarde van PM10 en NOx bedraagt 40 µg/m3, van PM2,5 is dat 25 µg/m3. Bijdrage aan luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. De Wet maakt een onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate bijdragen" (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof en stikstofdioxide (1,2 microgram per m3) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een toevoeging van minder dan 1.500 huizen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit, omdat een dergelijk project per definitie niet boven de 3%-norm komt. Deze kwantitatieve vertaling naar verschillende functies is neergelegd in de Regeling 'niet in betekenende mate bijdragen'.
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
15
Gevoelige bestemmingen Met het Besluit gevoelige bestemmingen wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale- en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het Besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM 10, PM2,5) en stikstofdioxide (NO2), in het bijzonder kinderen, ouderen en zieken. Indien een project betrekking heeft op een gevoelige bestemming en geheel of gedeeltelijk is gelegen op een afstand van 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen (gemeten vanaf de rand van de weg) mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een gevoelige bestemming niet toenemen als overschrijding van de grenswaarden voor PM10, PM2,5 of NO2 dreigt/plaatsvindt. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen; kinderdagverblijven; verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Planspecifiek Luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse getoetst met behulp van de NSL Monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl).
Door de metingen ter plaatse te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Uit metingen van het meest nabijgelegen rekenpunt 193977 (aan de Dolderseweg ter hoogte van plangebied) zijn de volgende concentraties naar voren gekomen:
Gemeten totale concentratie jaargemiddelde 2018 (µg/m3) Grenswaarde concentratie (µg/m3)
NO2 (stikstofdioxide) PM10 (fijnstof) 21,3 µg/m3 19,4 µg/m3
PM2,5 (fijnere fractie van fijnstof) 11,8 µg/m3
40 µg/m3
25 µg/m3
40 µg/m3
De gemeten concentraties stikstofdioxide en fijn stof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Bijdrage initiatief Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief van geringe omvang (toevoeging van zes extra wooneenheden in het bestaande Sparrenheuvel) ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%). Op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen ten gevolge van het project is te concluderen dat dit project 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit.
16
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
4.1.3 Geluid De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd: woningen; geluidgevoelige gebouwen, zoals scholen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, psychiatrische instellingen en kinderdagverblijven; geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen en bestemde ligplaatsen voor woonschepen). Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. Binnen deze zones bepaalt het bevoegd gezag de te hanteren grenswaarden. Er geldt een voorkeursgrenswaarde en een bovengrens (hoger mag niet). De Wgh gaat verder onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen. De belangrijkste bronnen van geluidhinder die bij een ruimtelijke ontwikkeling aan de orde kunnen zijn betreffen: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Planspecifiek De uitbreiding van het gebouw met de extra wooneenheden vindt plaats aan de achterzijde van de bestaande bebouwing, gelegen op circa 75 meter afstand tot de Baarnseweg. Uit onderstaande uitsnede uit het Geoportaal van de ODRU geeft het gecumuleerde wegverkeerslawaai (incl. aftrek op basis van art. 110g Wgh) ter plaatse van het plangebied in beeld.
Ter plaatse van het plangebied is een geluidsbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai te verwachten van circa 43 dB. Dit voldoet ruim aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
Een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van de te verwachten geluidhinder is aangetoond.
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
17
4.1.4 Milieuzonering Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid, geur, gevaar en stof. De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype en verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven.
Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als minder belastend wordt gezien. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'.
18
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
Planspecifiek Voorliggend plan betreft de uitbreiding van het bestaande Sparrenheuvel met zes extra wooneenheden. In de nabijheid van het plangebied liggen hoofdzakelijk woningen en enkele maatschappelijke (zorg) instellingen. Er zijn geen bedrijven in de directe omgeving aanwezig die van invloed zijn op voorliggend initiatief. Daarnaast worden er geen bedrijven in hun bedrijfsvoering belemmerd door dit initiatief. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect milieuzonering. 4.1.5 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving die ontstaan door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het om risicovolle inrichtingen, transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. De verplichting om in een ruimtelijk plan in te gaan op deze risico's komt voort uit het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi), het 'Besluit externe veiligheid transportroutes' (Bevt) en het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen' (Bevb). Daarnaast zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Vuurwerkbesluit veiligheidsafstanden genoemd die moeten worden aangehouden rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting. De wetgeving richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten.
Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn kleinere kantoren en winkels, horeca, parkeerterreinen en bedrijfsgebouwen waarin geen grote aantallen personen aanwezig zijn. Binnen het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) van 10-6 per jaar en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandscontouren tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 per jaar (de kans dat per jaar 1 persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof mag niet groter zijn dan 1 op een miljoen). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij de berekening van het groepsrisico spelen mee de aard en hoeveelheid van de gevaarlijke stoffen en het aantal potentiële slachtoffers. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen de contouren van het PR en/of het GR. Binnen de 10-6-contour is het realiseren van kwetsbare objecten niet toegestaan. Planspecifiek Voorliggend plan betreft de uitbreiding van het bestaande Sparrenheuvel met zes extra wooneenheden.
Met het initiatief worden daarmee zes nieuwe kwetsbare objecten gerealiseerd en neemt het aantal aanwezige personen beperkt toe. Via de website risicokaart.nl kan voor de locatie worden vastgesteld of er in de directe omgeving inrichtingen, buisleidingen en / of belangrijke transportroutes aanwezig zijn die in het kader van de externe veiligheid van belang zijn. Bijgevoegd een screenshot van die website.
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
19
Uitsnede risicokaart, het plangebied is blauw omcirkeld (risicokaart.nl)
Er bevinden zich geen relevante risicobronnen in de (directe) nabijheid van het perceel. Tevens bevinden er zich geen hoogspanningsmasten in het plangebied. Daarmee vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De dichtstbijzijnde bron is een route voor gevaarlijke stoffen deze ligt op ruim 750 m afstand. Dit is buiten het invloedsgebied van de betreffende route.. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit externe veiligheid.
4.2
Water
Water is een belangrijk thema in de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport 'Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw' (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Indien nodig wordt overtollig water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen niet meer mogelijk is wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden.
Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod.
20
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de aloude vergunningstelsels uit de voorheen afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Dit Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2016-2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Beleid Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden Het beleid van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is neergelegd in het Waterbeheerplan 'Waterkoers 2016-2021'. De focus betreft het werken aan veilig, voldoende en gezond water tegen aanvaardbare maatschappelijke kosten.
Het hoogheemraadschap richt zich op beheren en ontwikkelen van het watersysteem over de eigen grenzen heen en speelt in op ontwikkelingen van de maatschappij door actief het gesprek aan te gaan en samen te werken. Het Hoogheemraadschap hanteert beleidsregels op grond van de Keur 2009. Uitbreiding van verhard oppervlak moet, vanuit hydrologische optiek gezien, waterbalansneutraal plaatsvinden. Als hiervoor berging of vertraging van de afvoer plaatsvindt, bijvoorbeeld door het realiseren van een wadi (greppel) of een ondergrondse infiltratievoorziening, dient met een maatwerkberekening te worden aangetoond dat de voorgestelde voorziening voldoet. Bij een ontwikkeling waarbij minder nieuw verhard oppervlak, waarvan het hemelwater direct of indirect op het oppervlaktewater wordt geloosd, wordt gerealiseerd dan 500 m² binnen de bebouwde kom en minder dan 1.000 m² buiten de bebouwde kom, is geen compensatie nodig. Indien infiltratie in de bodem geen oplossing biedt, kan er nieuwe bergingscapaciteit aangelegd worden die de extra afvoer van het nieuwe verharde oppervlak als het ware neutraliseert dan wel de piekafvoer opvangt. Wanneer het nieuw verhard oppervlak tussen 500 m² (binnen bebouwde kom) of 1.000 m² (buiten bebouwde kom) en 10.000 m² ligt, is het minimaal benodigd extra oppervlak open water 15% van het aan te leggen extra verhard oppervlak.
Bij een nieuw verhard oppervlak van meer dan 10.000 m² is een maatwerkberekening nodig. Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek. De watertoets bestaat uit twee onderdelen: de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om de waterbeheerder vroegtijdig in de planvorming te betrekken, en de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om in hun plan verantwoording af te leggen over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Dit laatste gebeurt doorgaans in de waterparagraaf bij het betreffende plan.
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
21
Planspecifiek Watertoets Voor dit plan is de digitale watertoets ingevuld, zie bijlage 3. Hieruit blijkt dat er geen (beschermingszones van) beschermde waterkeringen/watergangen in het plangebied liggen. Hemelwater Benodigde waterberging Vanuit het gemeentelijk waterbeleid dient hemelwater op eigen terrein geborgd te worden. Het plan voorziet hierin. Om te bepalen of en hoeveel hemelwaterberging er gerealiseerd dient te worden, is het nodig om de toename van het verhard oppervlak te bepalen. De totale toename van het verharde oppervlakte omvat circa 390 m². Gezien de toename aan verharding onder de vrijstellingsgrens van 500 m² blijft is watercompensatie niet nodig. Hemelwater wordt op eigen terrein geïnfiltreerd in de bodem, gezien de samenstelling van ondergrond is deze voldoende doorlatend om dit zonder problemen te realiseren. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit water.
4.3
Ecologie
Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten. Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden.
De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is.
22
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
Bescherming bosopstanden De Boswet heeft tot doel het areaal bos en houtopstanden te beschermen. Bos mag daarom niet zomaar worden gekapt. Houtopstanden die onder de Boswet vallen, mogen alleen worden gekapt onder bepaalde voorwaarden. Allereerst moet de eigenaar de kap van te voren melden. Daarnaast dient de eigenaar van het bos ervoor te zorgen dat drie jaar na het kappen van het bos, hetzelfde areaal bos aanwezig is in de vorm van jonge beplanting. Dit geldt voor houtopstanden van 10 are en groter en een bomenrij van 20 bomen en meer. Niet alle houtopstanden vallen onder de werking van de Boswet. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als houtige biomassa zijn uitgezonderd van de meld- en herplantplicht indien ten minste eens per tien jaar wordt geoogst. Ook kerstbomen (niet ouder dan twintig jaar), kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd. Planspecifiek Gebiedsbescherming De ontwikkeling betreft de toevoeging van zes wooneenheden binnen woonzorglocatie Sparrenheuvel binnen het bestaand stedelijk gebied. De planlocatie maakt daarbij geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000, Beschermd natuurmonument, Wetland, Nationaal Park of Gelders Natuurnetwerk.
De locatie is gelegen op een afstand van 135 meter tot het Natuurnetwerk Nederland en op een afstand van circa 9 km tot het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied 'Oostelijke Vechtplassen'. Gelet op de aard van de voorgenomen ontwikkeling, afstand tot beschermd gebied kan een effect op Natura2000gebieden worden uitgesloten. Soortenbescherming Ten behoeve van het initiatief is een Quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (zie bijlage 4), waarin onderzoek is gedaan naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten van de ingreep daarop. Uit de quickscan blijkt dat vleermuizen mogelijk gebruik maken van de grove den met holten. Tevens is planlocatie mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. Er dienen enkele algemene maatregelen worden getroffen ten aanzien van de Algemene zorgplicht, foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels. Daarnaast zullen binnen de beoogde ontwikkeling slechts enkele bomen (2 tot 6 stuks) op het erf verwijderd worden. Hiervoor is een melding in het kader van de Wnb niet noodzakelijk. Door middel van een boominspectie (zie bijlage 5) is vastgesteld dat de te kappen grove den niet geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen (soortenbescherming).
Conclusie Het realiseren van het initiatief, waarbij de schuur en enkele bomen worden gesaneerd en een verlenging van de aanbouw en parkeerplaats worden gerealiseerd, is uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming.
4.4
Verkeer
Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Op 11 september 2018 heeft de gemeenteraad van Zeist het Paraplubestemmingsplan Parkeernormen Zeist vastgesteld. Hierin is opgenomen dat bij nieuwbouwplannen het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald op basis van de parkeerbeleidsnota van de gemeente Zeist uit 2004. Hierin zijn parkeernormen opgenomen, die gebaseerd zijn op parkeerkencijfers van het CROW. De parkeernormen gelden voor nieuwbouw-, uit- en inbreidingsprojecten, alsmede functieveranderingen. De parkeernormen zijn gebaseerd op de parkeerkencijfers uit CROW-publicatie 381: 'Toekomstbestendig parkeren.
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
23
De gemeente wordt geclassificeerd als een 'matig stedelijke gemeente' en de locatie wordt beschouwd als 'rest bebouwde kom'. Voor een serviceplat/aanleunwoning geldt een parkeernorm van 0,6 per wooneenheid, waarmee het initiatief een parkeerbehoefte van 3,6 parkeerplaatsen heeft. Aan de voorzijde van het pand zal de parkeerplaats worden uitgebreid met 4 parkeerplaatsen waarmee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte, zie paragraaf 2.2. De verkeersaantrekkende werking neemt door dit plan niet noemenswaardig toe. De nieuwe bewoners zijn hulpbehoevend en hebben in principe geen auto. De toename aan verkeer zal hoofdzakelijk bezoekers van de bewoners betreffen. De Baarnseweg kan deze lichte toename goed aan.
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.
Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een cultuurhistorie waardevol gebied. Tevens zijn er geen monumenten aanwezig. Archeologie Op de archeologische beleidsadvieskaart gemeente Zeist is het plangebied aangegeven met een lage verwachtingswaarde. Gezien de te realiseren aanbouw aan het bestaande pand kleiner is dan 1.000 m² hoeft geen nader onderzoek plaats te vinden. Geconcludeerd wordt dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor voorgenomen ontwikkeling. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit cultuurhistorie en archeologie.
24
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
4.6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges.
Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Deze overeenkomst zal als een separate rapportage worden opgenomen. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
25
Hoofdstuk 5 5.1
Procedure
Inspraak en overleg
Inspraak Dit plan met een beperkte reikwijdte is niet voor inspraak ter visie gelegd. De directe buren, Baarnseweg 18a (ten noorden) en 16 (ten zuiden), zijn op de hoogte van dit plan en zijn positief over de planvorming. Zie voor een kort verslag van de participatie bijlage 6. Overleg In deze paragraaf, of in een separate bijlage, worden te zijner tijd de resultaten van de inspraak ex artikel 3.1.6 Bro opgenomen.
5.2
Van ontwerp naar vaststelling
De omgevingsvergunning is voorbereid met toepassing van een uitgebreide procedure ex artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3° Wabo juncto artikel 3.10 Wabo. Het ontwerpbesluit met bijbehorende stukken zal als ontwerp voor een termijn van zes weken ter inzage liggen. Een ieder kan hierop zienswijzen indienen. Bij het vaststellingsbesluit wordt hierop nader ingegaan.
26
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
Bijlagen bij de onderbouwing
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
27
28
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
Bijlage 1
Beplantingsplan en inpassing parkeren
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
29
30
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
Bijlage 2
Bodemonderzoek
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
31
32
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
Bijlage 3
Watertoets
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
33
34
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
Bijlage 4
Ecologisch onderzoek
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
35
36
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
Bijlage 5
Notitie Boominspectie
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
37
38
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
Bijlage 6
Buurtparticipatie
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
39
40
Baarnseweg 18 Bosch en Duin
OV20201387
26-08-2021
Legenda Landschappelijke inpassing Type Bestaand A.
Aantal
Soort
Beeldbepalende boom 2 stuks
B.
Overige bomen (indicatief ingetekend)
C.
Te verwijderen bomen
D.
Onderbeplanting (indicatief ingetekend)
E.
Geschoren haag
Rode beuk
5 stuks
Aan te planten E
F
E A
Solitaire boom
2 stuks
Gebiedseigen soort bijvoorbeeld Eik of Beuk
G.
Geschoren haag
Hoogte 1 m
Haag van gebiedseigen soort bijvoorbeeld Beuk, veldesdoorn, liguster
Overige elementen G
Bestaande bebouwing C
B
F.
D F
B B
Nieuwe bebouwing Verharding inrit en achtererf Bestaande parkeerplaatsen (totaal 9 pp., waarvan 5 bestaand) Nieuwe parkeerplaatsen (totaal 9 pp., waarvan 4 nieuw) Te behouden zicht vanaf weg op bestaande bebouwing
N
B eplantingsplan B aarnseweg 18 , Geme ente B osc h en Duin Schaal: Formaat: Projectnummer: Datum:
1:1000 A3 80.80.01 09-12-2020
OV20201387
26-08-2021
Verkennend bodemonderzoek Baarnseweg 18 Bosch en Duin 20-2339-R01AvH
COLOFON
Opdrachtgever
Lang Leve Thuis Tjalmastraat 5 7001 EX Doetinchem
Contactbedrijf
Buro SRO Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG Arnhem
Locatie
Baarnseweg 18 te Bosch en Duin
Type onderzoek
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740
Rapportnummer
20-2339-R01AvH
Datum rapport
26 januari 2021
Auteur
Dhr. A. van Houwelingen Projectleider Bodem
Kwaliteitscontrole
Mevr. M. Penders Projectleider Bodem
Inventerra Nijverheidsweg 34 3341 LJ Hendrik-Ido-Ambacht (078) 682 24 55 info@inventerra.nl
Verkennend bodemonderzoek Baarnseweg 18 te Bosch en Duin 20-2339-R01AvH
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING .......................................................................................................................... 1
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK NEN 5725 .............................................................. 2 2.1 2.2 2.3
3.
OPZET, UITVOERING EN RESULTATEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK NEN 5740 .......... 5 3.1 3.2 3.3
4.
Algemeen ....................................................................................................................... 2 Verzamelde informatie vooronderzoek ............................................................................... 2 Hypothese ...................................................................................................................... 3
Onderzoeksopzet ............................................................................................................ 5 Uitvoering veldwerk ......................................................................................................... 5 Uitvoering chemisch-analytisch onderzoek ......................................................................... 6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................... 7
BIJLAGEN 1.
2. 3. 4. 5. 6.
Weergave onderzoekslocatie 1.1 Kadastrale gegevens en omgevingskaart 1.2 Situatietekening 1.3 Foto’s Boorprofielen Analysecertificaten Toetsingskader Resultaten vooronderzoek Kwaliteitsaspecten van het onderzoek
Verkennend bodemonderzoek Baarnseweg 18 te Bosch en Duin 20-2339-R01AvH
1. INLEIDING
In opdracht van Lang Leve Thuis heeft Inventerra in oktober 2020 een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 verricht op de locatie aan de Baarnseweg 18 te Bosch en Duin. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen aanvraag Omgevingsvergunning in verband met de geplande uitbreiding van het pand. Het doel is het vaststellen van de huidige bodemkwaliteit en of deze bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor het voorgenomen gebruik. Onderhavig onderzoek is uitgevoerd conform de werkwijze volgens de NEN 5725:2017 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek) en de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek). Kwaliteit Inventerra is door Normec Certifications gecertificeerd voor de BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en 2018 (certificaatnummer EC-SIK-20241) en de BRL SIKB 6000, protocol 6001 en 6002 (certificaatnummer EC-SIK-60009) en is tevens door TÜV Nederland gecertificeerd voor de algemene kwaliteitsnorm NEN-ENISO 9001. De genoemde beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 is onderdeel van een certificatiesysteem voor het gehele proces van veldwerk bij milieuhygiënisch onderzoek, inclusief alle secundaire processen, dat begint bij de acceptatie van het veldwerk en dat eindigt bij de overdracht van veldgegevens en monsters, inclusief de daarbij horende veldwerkrapportage, aan de opdrachtgever.
Op dit bodemonderzoek zijn de volgende protocollen, behorende bij de BRL SIKB 2000, van toepassing: 2001 – Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van
☒ ☐ ☐
grondmonsters en waterpassen. 2002 – Het nemen van watermonsters. 2018 – Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem.
De beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 is niet van toepassing op: • de processen vóór het veldwerk, zoals vraagstelling, gegevens verzamelen en onderzoeksvoorstel; • de processen ná het veldwerk, zoals laboratoriumanalyses, interpretatie van analyse- en veldwerkresultaten en advies; • veldwerk anders dan middels de technieken boringen, steken en graven van sleuven, inclusief alle veldwerk dat volgt op deze technieken zoals plaatsen van peilbuizen of bemonsteren van peilbuizen; • de monsterneming in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Inventerra verklaart hierbij geen organisatorische, financiële of juridische binding te hebben met de opdrachtgever en/of de onderhavige onderzoekslocatie en verklaart daarmee te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in Kwalibo (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer).
Verkennend bodemonderzoek Baarnseweg 18 te Bosch en Duin 20-2339-R01AvH
pag. 1 van 7
2. MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK NEN 5725
2.1
Algemeen
Om inzicht te krijgen over de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek. De aanleiding voor het navolgend beschreven vooronderzoek is het opstellen van een hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van het uit te voeren bodemonderzoek (aanleiding A uit de NEN 5725:2017). Ten behoeve hiervan dient in ieder geval informatie te worden verzameld over: • Bodemopbouw en geohydrologie, inclusief informatie over de verwachte aan- of afwezigheid van antropogene lagen in de bodem; • Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit op basis van de bodemkwaliteitskaart, reeds uitgevoerde bodemonderzoeken en of mogelijk sprake kan zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging; • Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situaties, asbest, activiteiten en/of ongewone voorvallen, op basis van het voormalige en huidige gebruik.