CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

06b-Gedragscode integriteit

Overige evenementen 25 augustus 2022, gemeente ZeistBij agendapunt: Integriteitsgesprek gemeenteraad6.394 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verklaring met betrekking tot de bestuurlijke integriteit in Zeist.

De ondergetekende (buitengewoon) raadslid of bestuurder van de gemeente Zeist verklaart hierbij a. kennis te hebben genomen van de onderstaande kernbegrippen voor de bestuurlijke integriteit in Zeist en van de gedragscode bestuurlijke integriteit Zeist; b. zich bij de uitoefening van de functie aan de kernbegrippen en de gedragscode te zullen houden. ………………………………………………………………. (Naam) ……………………………………………………………… (Datum) ………………………………………………………………. (Handtekening)

In de sfeer van goede omgangsvormen gaat het erom, dat de individuele politieke ambtsdrager herkent en voorkomt in een situatie terecht te komen waarbij hij / zij de schijn tegen heeft. Het correcte individuele optreden draagt ertoe bij dat het gemeentebestuur zich naar binnen en naar buiten kan manifesteren als een betrouwbaar en gezaghebbend orgaan. Consensus over omgangsvormen komt de kwaliteit en integriteit van het bestuur als geheel ten goede. Het bestuur wil werken vanuit de principes vertrouwen, nabijheid en kracht. •

Goed bestuur Een bestuurder of volksvertegenwoordiger toont gedrag waaruit blijkt dat hij / zij zich ervan bewust is deel uit te maken van het gemeentebestuur en medeverantwoordelijk te zijn voor een goed bestuur van de gemeente Zeist.

•

Dienstbaarheid en functionaliteit Het handelen van de bestuurder of de volksvertegenwoordiger is gericht op het belang van de inwoners, de gemeente en op de organisatie en beoogd bij te dragen aan het goede leven in Zeist Het gedrag heeft een herkenbaar verband met de functie van volksvertegenwoordiger of bestuurder.

•

Onafhankelijkheid Bij het handelen van de bestuurder of volksvertegenwoordiger mag geen vermenging optreden met oneigenlijke (waaronder persoonlijke of daaraan verbonden) belangen en de schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden.

1

•

Openheid en verantwoording Het handelen van een bestuurder of volksvertegenwoordiger is transparant, zodat optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen en de beweegredenen daarbij.

•

Betrouwbaarheid Op een bestuurder of volksvertegenwoordiger moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan afspraken. Niet openbare kennis en informatie uit hoofde van de functie wordt alleen aangewend voor het doel waarvoor die zijn gegeven.

•

Rechtvaardigheid en respect Het handelen van de bestuurder of volksvertegenwoordiger is zodanig dat alle inwoners en organisaties met respect worden bejegend en dat belangen van de (diverse) betrokkenen op correcte wijze, op maat, worden afgewogen. Dit respectvol handelen, geldt ook binnen de gemeente, in of jegens het college, tussen en jegens raadsleden en leden van de organisatie met inachtneming van ieders rol. Een bestuurder of volksvertegenwoordiger is zich ervan bewust dat gedrag en uitlatingen in het openbaar, binnen en buiten de gemeente en via diverse (sociale) media, bijdragen aan het beeld dat ontstaat van het bestuursorgaan en van de gemeente in het algemeen.

2

Gedragscode Integriteit (dagelijkse) bestuursleden, raadsleden en buitengewone raadsleden gemeente Zeist 2018 Inleiding Wanneer je werkzaam bent in het publieke domein ligt al het handelen onder een vergrootglas. Dat geldt, zeker in deze tijd, nog nadrukkelijker voor bestuurders en volksvertegenwoordigers. Het eigen handelen en het uiten van standpunten draagt, zowel in het dagelijks werk als in de persoonlijke levenssfeer, sterk bij aan de algemene beeld- en meningsvorming. Dit is een verantwoordelijkheid die als een extra belasting gevoeld kan worden, maar ook een meerwaarde kan hebben voor de vormgeving van de persoonlijke koers als mens en functionaris. Een regeling zoals deze gedragscode kan daarbij ondersteunend zijn. Het gaat hierbij niet om het zeker stellen van de grenzen of het checken van de regels, maar om het bewust afwegen van de keuzes die in het dagelijks leven voorbijkomen en daar integer naar handelen. Als de gedragscode zo wordt toegepast heeft het een meerwaarde voor ons allen en geeft het aanleiding voor een gesprek met elkaar over wat ons raakt, waar onze twijfels zitten en waar we voor moeten staan. Het bepalen van integriteit heeft veelal een oordeel in zich. Daarmee is het lastig om vanuit een eigen ervaring een vraag te stellen of een kwestie aan te kaarten.

Toch zou het mooi zijn om aan de hand van deze gedragscode steeds opnieuw met elkaar te zoeken naar de meest passende wijze van handelen. Om zo elke dag opnieuw een goede invulling te geven aan onze persoonlijke vertegenwoordiging van het publieke domein. Deze gedragscode bestaat uit drie delen: Deel 1: Algemeen deel over de kernbegrippen van bestuurlijke integriteit; Deel 2: Bepalingen voor de raadsleden en buitengewone raadsleden; Deel 3: Bepalingen voor de leden van B&W. Delen 2 en 3 zijn opgebouwd uit de delen wettelijk kader (blauw), lokale invulling en toelichting (rood)

3

Deel 1: kernbegrippen bestuurlijke integriteit In de sfeer van goede omgangsvormen gaat het erom, dat de individuele politieke ambtsdrager herkent en zo mogelijk voorkomt in een situatie terecht te komen waarbij hij / zij de schijn tegen heeft. Het correcte individuele optreden draagt ertoe bij dat het gemeentebestuur zich naar binnen en naar buiten kan manifesteren als een betrouwbaar en gezaghebbend orgaan. Consensus over omgangsvormen komt de kwaliteit en integriteit van het bestuur als geheel ten goede. Het bestuur wil werken vanuit de principes vertrouwen, nabijheid en kracht. •

Goed bestuur Een bestuurder of volksvertegenwoordiger toont gedrag waaruit blijkt dat hij / zij zich ervan bewust is deel uit te maken van het gemeentebestuur en medeverantwoordelijk te zijn voor een goed bestuur van de gemeente Zeist.

•

Dienstbaarheid en functionaliteit Het handelen van de bestuurder of de volksvertegenwoordiger is gericht op het belang van de inwoners, de gemeente en op de organisatie en beoogd bij te dragen aan het goede leven in Zeist Het gedrag heeft een herkenbaar verband met de functie van volksvertegenwoordiger of bestuurder.

•

Onafhankelijkheid Bij het handelen van de bestuurder of volksvertegenwoordiger mag geen vermenging optreden met oneigenlijke (waaronder persoonlijke of daaraan verbonden) belangen en de schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden.

•

Openheid en verantwoording Het handelen van een bestuurder of volksvertegenwoordiger is transparant, zodat optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen en de beweegredenen daarbij.

•

Betrouwbaarheid Op een bestuurder of volksvertegenwoordiger moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan afspraken. Niet openbare kennis en informatie uit hoofde van de functie wordt alleen aangewend voor het doel waarvoor die zijn gegeven.

•

Rechtvaardigheid en respect Het handelen van de bestuurder of volksvertegenwoordiger is zodanig dat alle inwoners en organisaties met respect worden bejegend en dat belangen van de (diverse) betrokkenen op correcte wijze, op maat, worden afgewogen. Dit respectvol handelen, geldt ook binnen de gemeente, in of jegens het college, tussen en jegens raadsleden en leden van de organisatie met inachtneming van ieders rol. Een bestuurder of volksvertegenwoordiger is zich ervan bewust dat gedrag en uitlatingen in het openbaar, binnen en buiten de gemeente en via diverse (sociale) media, bijdragen aan het beeld dat ontstaat van het bestuursorgaan en van de gemeente in het algemeen.

4

Deel 2: gedragscode integriteit raadsleden en buitengewone raadsleden Gemeentewet).n Orde voor de gemeenteraad kan bepalingen bevatten die betrekking hebben op informatieverstrekking en de omgang met informatie.

Paragraaf 1 Algemene bepalingen Wettelijke grondslag De gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor haar leden op grond van artikel 15, derde lid Gemeentewet. Artikel 1.1 Deze gedragscode geldt voor raadsleden en buitengewone raadsleden, maar richt zich ook op bestuursorganen. Waar raadslid staat wordt tevens buitengewoon raadslid bedoeld. Artikel 1.2 Deze gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.

Paragraaf 2 Voorkomen van belangenverstrengeling Wettelijk kader Aflegging eed of belofte (artikel 14 Gemeentewet) Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de raadsleden in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: ‘Ik zweer (verklaar) dat ik om tot raadslid benoemd te worden rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als raadslid naar eer en geweten zal vervullen’. Persoonlijke belangen Een lid van een volksvertegenwoordiging neemt niet deel aan de stemming over: • Een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; • De vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort (artikel 28 Gemeentewet). Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen, die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2.4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).

Incompatibiliteiten en nevenfuncties • Verboden overeenkomsten/handelingen: volksvertegenwoordigers mogen in geschillen, waarbij de gemeente partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. De leden van de raad mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks noch middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend (artikel 15, eerste en tweede lid Gemeentewet). Op overtreding staat uiteindelijk de sanctie van schorsing en vervallenverklaring van het lidmaatschap van de volksvertegenwoordiging (artikelen X7, X7a en X8 Kieswet). • Onverenigbaarheid van functies: het zijn van volksvertegenwoordiger sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 13 Gemeentewet). Dat leidt er uiteindelijk toe dat betrokkene ophoudt lid te zijn van de volksvertegenwoordiging (artikel X1 Kieswet). • Openbaarmaking nevenfuncties: volksvertegenwoordigers maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. De lijst met nevenfuncties ligt er inzage op het gemeentehuis (artikel 12 Gemeentewet). 5

Artikel 2 1. Het raadslid levert de griffier de informatie aan over de (neven-) functies die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het raadslidmaatschap. Als tijdens het lidmaatschap nieuwe (neven-) functies worden aanvaard of de omstandigheden met betrekking tot bestaande (neven-) functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft vooraf aangeleverd bij de griffie. 2. De informatie betreft in ieder geval: a) de omschrijving van de (neven-) functie; b) de organisatie voor wie de (neven-) functie wordt verricht; c) of het al dan niet een (neven-) functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap; d) of de (neven-)functie bezoldigd of onbezoldigd is. 3. De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. Het raadslid blijft zelf verantwoordelijk voor de juistheid en actualiteit van de gepubliceerde nevenfuncties 4. Ingeval het raadslid een nevenfunctie wil aanvaarden bij een organisatie die een subsidie- of opdrachtgeversrelatie heeft met de gemeente, of een functie die naar het oordeel van het raadslid om een andere reden politiek gevoelig kan liggen, deelt het raadslid dit voornemen schriftelijk mee aan de voorzitter van de gemeenteraad.

De desbetreffende brief wordt toegevoegd aan de lijst van ingekomen stukken voor de eerstvolgende vergadering van de raad en de functie wordt pas aanvaard na deze vergadering.

Toelichting Het betreft een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. Het raadslid is verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit en juistheid van de gepubliceerde gegevens.

Paragraaf 3 Informatie Wettelijk kader Informatieplicht Burgemeester en wethouders en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen, zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikel 169 Gemeentewet). Het Reglement van Orde voor de gemeenteraad kan bepalingen bevatten die betrekking hebben op informatieverstrekking en de omgang met informatie. Geheimhouding • Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van het ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).

• Burgemeester en wethouders kunnen op grond van een belang genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid bestuur, geheimhouding opleggen. Ook de burgemeester heeft die bevoegdheid. De geheimhoudingsplicht moet worden bevestigd door de volksvertegenwoordiging. Ook de gemeenteraad onderscheidenlijk (de voorzitter van) een commissie kan geheimhouding opleggen 6

•

(artikelen 25, 55 en 86 Gemeentewet). Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).

Wettelijk kader Artikel 3.1 Het raadslid zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard. Artikel 3.2 Het raadslid maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen niet openbare informatie. Toelichting Artikel 3.1 Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie.

Paragraaf 4 Omgang met geschenken en uitnodigingen Wettelijk kader Afleggen eed of belofte De eed of belofte die het raadslid op grond van artikel 14 van de Gemeentewet moet afleggen, heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader in paragraaf 2 voor de bepalingen ter voorkomen van belangenverstrengeling.

Artikel 4.1 1. Een raadslid accepteert geen geschenken, faciliteiten en diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. 2. Onverminderd het eerste lid kan het raadslid incidentele geschenken, die een geschatte waarde van ten hoogste € 50 vertegenwoordigen, behouden. 3. Geschenken die het raadslid uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, als zij niet worden teruggestuurd, eigendom van de gemeente. 4. De griffier legt een register aan van de geschenken met een geschatte waarde van meer dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan h eeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 5. Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen. eden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die Artikel 4.2 Een raadslid doet schriftelijke melding aan de gemeenteraad van de ondernomen buitenlandse reizen voor rekening van anderen dan de gemeente binnen één week na terugkeer in Nederland. Hij meldt in ieder geval het doel, de bestemming en de duur van de reis en wat daarvan de kosten waren. De melding wordt op de lijst van de ingekomen stukken geplaatst op de eerstvolgende raadsvergadering. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele

7

volksvertegenwoordigers informatie vragen, zal die informatie Toelichting Artikel 4.1 In de gedragscode is uitgangspunt dat de geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van het raadslid kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake, dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door het raadslid worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Duurdere geschenken worden niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of eigendom van de gemeente die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register worden opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de gemeente heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven. Artikel 4.2 Het gaat hier om buitenlandse reizen, die betrokkene als raadslid aanvaardt. Buitenlandse reizen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier dus niet onder.

Paragraaf 5 Gebruik van de (geldelijke) voorzieningen van de gemeente Wettelijk kader Procedure van declaratie: Er zijn voor raadsleden voorschriften opgenomen in de gemeentelijke verordening Rechtspositie politieke ambtsdragers over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten bij de gemeente. Buitenlandse excursies of reis voor raadsleden: de gemeenteraad kan een raadslid of een aantal raadsleden gezamenlijk toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. Die excursie/reis moet zijn georganiseerd door of vanwege de gemeente. De in redelijkheid gemaakte reisen verblijfkosten komen voor rekening van de gemeente. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. Artikel 5.1 1. Het bestuursorgaan richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven en hanteert heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente. 2. Het raadslid verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in het kader van het eerste lid vastgelegde regels en procedures.

Artikel 5.2 Een raadslid declareert geen kosten, die reeds op andere wijze worden vergoed. Toelichting Artikel 5.1 Aan raadsleden worden rechtspositionele voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen geboden die een goed functioneren van de volksvertegenwoordigers mogelijk maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel kan de volgende werkwijze gehanteerd worden: a) in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld; b) indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald; 8

Deel 3: gedragscode integriteit (dagelijkse) bestuursleden Paragraaf 1 Algemene bepalingen Wettelijke grondslag De gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor de voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur (artikelen 41c, tweede lid, en 69, tweede lid, Gemeentewet).

Artikel 1.1 Deze gedragscode geldt voor de burgemeester en de wethouders, maar richt zich ook tot de bestuursorganen. Artikel 1.2 Deze gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.

Paragraaf 2 Voorkomen van belangenverstrengeling Wettelijk kader Aflegging eed of belofte (artikel 41a en 65 Gemeentewet) Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen, legt de bestuurder, de volgende eed (verklaring en belofte) af: ‘Ik zweer (verklaar) dat ik om tot het ambt benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten uit het ambt naar eer en geweten zal vervullen’. Persoonlijke belangen Een bestuurder neemt niet deel aan de stemming over: • Een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; • De vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort (artikel 58 jo. artikel 28 Gemeentewet); • Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2.4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).

Incompatibiliteiten en nevenfuncties • Verboden overeenkomsten/handelingen: bestuurders mogen in geschillen, waar de gemeente partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks noch middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend (artikel 41c, eerste lid en 69, eerste lid, jo artikel 15, eerste en tweede lid Gemeentewet). • Onverenigbaarheid van functies: het zijn van bestuurder sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 36b en 68 Gemeentewet). • Op overtreding van de incompatibiliteitenregeling staat uiteindelijk de sanctie van ontslag (artikelen 46, tweede lid, en 47 Gemeentewet). • Vervulling nevenfuncties: voor bestuurders is bepaald dat zij geen nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun ambt. Voor burgemeesters is daaraan toegevoegd dat zij evenmin nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op de handhaving

9

van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Bestuurders melden het voornemen tot aanvaarding van de nevenfunctie vooraf aan de volksvertegenwoordiging. Voor de burgemeester geldt deze meldverplichting niet voor ambtshalve nevenfuncties (artikel 41b en 67 Gemeentewet). • Openbaarmaking nevenfuncties: bestuurders maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. Voor burgemeesters zijn ambtshalve functies daarvan uitgezonderd. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het gemeentehuis (artikelen 41b en 67 Gemeentewet). • Openbaarmaking inkomsten nevenfuncties: fulltime bestuurders maken hun inkomsten uit nevenfuncties openbaar; de opgave van nevenfuncties wordt ter inzage gelegd op het gemeentehuis, uiterlijk 1 april na het jaar waarin de inkomstenzijn genoten (artikelen 41b en 67 Gemeentewet). • Verevening inkomsten nevenfuncties: bestuurders mogen geen vergoedingen ontvangen voor ambtshalve nevenfuncties; die worden in de gemeentekas gestort. Voor fulltime bestuurders is geregeld dat de inkomsten uit andere nevenfuncties voor een deel worden verrekend, volgens dezelfde verrekenings-systematiek als voor de leden van de Tweede Kamer (artikelen 44 en 66 Gemeentewet).

Artikel 2.1.1 1. Indien een bestuurder het voornemen heeft om een nevenfunctie te aanvaarden, dan dient hij voor aanvaarding een schriftelijke melding hiervan in te dienen bij de raad. Deze melding zal voor de eerstvolgende raadsvergadering worden toegevoegd aan de lijst van ingekomen stukken. 2. Deze bepaling geldt niet ten aanzien van nevenfuncties van de burgemeester die samenhangen met het ambt. 3. De aanvaarding van de (neven-)functie kan pas plaatsvinden nadat de schriftelijke melding op de lijst van ingekomen stukken heeft gestaan. Artikel 2.1.2 1. De bestuurder levert de gemeentesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het ambt. Als tijdens de uitoefening van het ambt nieuwe nevenfuncties aanvaard worden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande (neven-) functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft aangeleverd bij de gemeentesecretaris. 2. De informatie betreft in ieder geval: a) de omschrijving van de nevenfunctie; b) de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht; c) of het al dan niet een nevenfunctie betreft uit hoofde van het ambt; d) of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is; en e) indien bezoldigd wat de inkomsten hieruit zijn. 3. De gemeentesecretaris of een door hem/haar aangewezen medewerker legt hiervoor een register aan en beheert dit register.

Het register is openbaar en via internet beschikbaar. De bestuurder blijft zelf verantwoordelijk voor de juistheid en actualiteit van de gepubliceerde nevenfuncties. Artikel 2.1.3 1. Een bestuurder onthoudt zich van beïnvloeding van bestuurlijke besluitvorming inzake aangelegenheden die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaan. 2. In het college doet hij vooraf melding van persoonlijke betrokkenheid bij een onderwerp.

Artikel 2.2. 1. De burgemeester en de wethouders handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden. 2. De wethouder bespreekt het voornemen tot tussentijdse aanvaarding van een functie na aftreden met de burgemeester.

10

Artikel 2.3 1. Burgemeester en wethouders sluit de (oud-) burgemeester of (oud-) wethouder gedurende een jaar na aftreden uit van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente. 2. De uitsluiting geldt niet bij aanvaarding van een dienstbetrekking bij de gemeente waar hij burgemeester onderscheidenlijk wethouder was. Voor werving, selectie en indiensttreding bij de gemeente zijn de voor ambtelijk personeel geldende regels ter zake van overeenkomstige toepassing. Artikel 2.4 1. Burgemeester en wethouders dragen een burgemeester of een wethouder niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij. 2. Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Artikel 2.5 Het college kan afwijken van het in 2.3 en 2.4 gestelde, indien het belang van de gemeente daarmee wordt gediend en de raad daarmee van te voren instemt.

Toelichting Artikelen 2.1.1 en 2.1.2 Zoals uit het opgenomen wettelijk kader blijkt, zijn er enkele verschillen in de wetgeving t.a.v. de openbaarmaking van (inkomsten uit) nevenfuncties tussen de burgemeester enerzijds en wethouders anderzijds. De burgemeester behoeft ambtshalve nevenfuncties niet vooraf te melden. De procedure van melding is gelijk. Artikelen 2.3 en 2.4 In deze bepalingen is de zogenaamde ‘draaideurconstructie’ geregeld. In 2.3 gedurende 1 jaar na aftreden de uitsluiting van betaalde werkzaamheden ten behoeve van de gemeente en in 2.4 de uitsluiting van benoeming als commissaris of bestuurslid van een ‘verbonden partij’, ofwel, kort samengevat, van een organisatie waarin de gemeene een bestuurlijk en financieel belang heeft. Hiermee wordt mogelijke vriendjespolitiek voorkomen en het risico op verstrengeling van persoonlijke en functionele belangen vermeden. Het begrip ‘verbonden partij’ is ontleend aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Daarin staat dat een verbonden partij een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie is waarin de provincie of de gemeente een bestuurlijk en een finacieel belang heeft.

Een financieel belang wordt gedefinieerd als een aan de betrokken organisaties ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is, indien die organisatie failliet gaat, onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de organisatie haar verplichtinen niet nakomt. En onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Aanvaarding van een dienstbetrekking bij de voormalige gemeente, is niet uitgesloten. Dat kan van belang zijn in het kader van de reintegratie van de voormalige bestuurder en ter voorkoming van uitkeringslasten voor de gemeente. Uiteraard dienen hierbij de regels van werving en selectie en aanstelling te gelden die er voor iedereen zijn die bij de gemeente gaat solliciteren. De ‘draaideurconstructie’ geldt natuurlijk niet bij aanvaarding van het raadslidmaatschap. Het bepaalde in artikel 2.2, eerste lid, geldt uiteraard evenzeer voor een functie bij de voormalige gemeente (indien van toepassing).

11

Paragraaf 3 Informatie Wettelijk kader Informatieplicht Burgemeester en wethouders en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven, die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele bestuurders informatie vragen, zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikel 169 en 180 Gemeentewet). Het Reglement van Orde voor de gemeenteraad kan bepalingen bevatten die betrekking hebben op informatieverstrekking en de omgang met informatie. De gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor hun leden artikel 15, derde lid Gemeentewet. Wettelijk kader Geheimhouding • Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijker wijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van het ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).

• Burgemeester en wethouders kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid bestuur, geheimhouding opleggen. Ook de burgemeester heeft die bevoegdheid. De geheimhoudingsplicht moet worden bevestigd door de volksvertegenwoordiging. Ook de gemeenteraad onderscheidenlijk (de voorzitter van) een commissie kan geheimhouding opleggen (artikelen 25, 55 en 86 Gemeentewet). • Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).

Artikel 3.1 De burgemeester respectievelijk de wethouder zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard. Artikel 3.2 De burgemeester respectievelijk de wethouder maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen niet openbare informatie. Toelichting Artikel 3.1 Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie.

12

Paragraaf 4 Omgang met geschenken en uitnodigingen Wettelijk kader Afleggen eed of belofte De eed of belofte die op grond van de artikelen 41a en 65 van de Gemeentewet moet worden afgelegd heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder 2 voor de bepalingen ter voorkomen van belangenverstrengeling.

Artikel 4.1 1. De burgemeester respectievelijk de wethouder accepteert geen geschenken, faciliteiten en diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. 2. Onverminderd het eerste lid kan de burgemeester respectievelijk de wethouder incidentele geschenken die een geschatte waarde van ten hoogste € 50 vertegenwoordigen behouden. 3. Geschenken die de burgemeester respectievelijk de wethouder uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, als zij niet worden teruggestuurd, eigendom van de gemeente. 4. De gemeentesecretaris of een door hem/haar aangewezen medewerker legt een register aan van de geschenken met een geschatte waarde van meer dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 5. Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen. Artikel 4.2 Burgemeester en wethouders en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die 1. De burgemeester respectievelijk de wethouder accepteert geen lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen (zoals voor excursies of evenementen) die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van de functie en de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel. 2.

Bij twijfel legt de burgemeester respectievelijk de wethouder de uitnodiging ter bespreking voor aan burgemeester en wethouders. Dit geldt in ieder geval voor meerdaagse excursies, evenementen of buitenlandse reizen, zoals bedoeld in de artikelen 5.2 tot en met 5.4. Artikel 4.3 1. Invitaties voor excursies, evenementen en buitenlandse reizen voor rekening van anderen dan de gemeente legt de burgemeester respectievelijk de wethouder vooraf ter bespreking voor aan burgemeester en wethouders. 2. De burgemeester, onderscheidenlijk de wethouder, maakt de excursies, evenementen en buitenlandse reizen die hij heeft aanvaard vooraf openbaar door een schriftelijke melding aan de gemeenteraad. Ten aanzien van buitenlandse reizen wordt het doel, de bestemming en de duur vermeld. Ten aanzien van de excursies, evenementen en buitenlandse reizen wordt ook openbaar gemaakt wie de kosten voor zijn rekening neemt. 3. De informatie is via internet beschikbaar. 4. Het verslag van buitenlandse reizen wordt ter informatie gezonden naar het college van burgemeester en wethouder en de gemeenteraad. aak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht.

Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen, zal die informatie Toelichting Artikel 4.1 In de gedragscode is uitgangspunt dat de geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van de bestuurder kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. 13

Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door de bestuurder worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Duurdere geschenken worden niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of eigendom van de gemeente die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register worden opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de gemeente heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven. Artikelen 4.2 Dit geldt ook als het gaat om werkbezoeken. Hierbij dienen eveneens als afwegingskader de motieven van de uitnodigende partij beoordeeld te worden. Het kan en mag er niet om gaan de onafhankelijke positie van de bestuurders te beïnvloeden. Artikel 4.3 Het gaat hier om excursies en evenementen en die betrokkene als burgemeester, onderscheidenlijk als wethouder, aanvaardt. Excursies en evenementen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier dus niet onder. Bij de artikelen 4.2 en 4.3 dienen eveneens als afwegingskader de motieven van de uitnodigende partij beoordeeld te worden. Het kan en mag er niet om gaan de onafhankelijke positie van de bestuurders te beïnvloeden.

Paragraaf 5 Gebruik van (geldelijke) voorzieningen van de gemeente Wettelijk kader Geen andere inkomsten: Een bestuurder geniet geen andere vergoedingen ten laste van de gemeente dan die bij of krachtens de wet toegestaan zijn (artikelen 44 en 66 Gemeentewet) Procedure van declaratie: Er zijn voor bestuurders voorschriften opgenomen in de gemeentelijke verordening over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten. Buitenlandse dienstreis voor bestuurders: Als de bestuurder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt, worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed. Voor een reis in het gemeentelijk belang in het buitenland is vooraf toestemming van burgemeester en wethouders vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden. Artikel 5.1 1. Het bestuursorgaan richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven en hanteert heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente. 2.

De burgemeester en de wethouder verantwoorden zich over het gebruik van de voorzieningen volgens de in het kader van het eerste lid vastgelegde regels en procedures. Artikel 5.2 1. De burgemeester respectievelijk de wethouder meldt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe aan burgemeester en wethouders. Hij verschaft daarbij informatie over het doel en duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan.

14

2. De burgemeester, respectievelijk de wethouder meldt daarbij tevens als hij voornemens is om de buitenlandse reis voor privédoeleinden te verlengen. De extra kosten van de verlenging komen daarbij voor eigen rekening. 3. Het college betrekt alle aspecten in de besluitvorming en informeert de gemeenteraad vooraf over het genomen besluit. Artikel 5.3 1. De burgemeester, respectievelijk een wethouder, legt verantwoording af over afgelegde buitenlandse reizen. Hij maakt in ieder geval openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse reis is geweest en wat daarvan de kosten waren voor de gemeente. 2. De burgemeester of wethouder doet hiervan schriftelijk melding aan de gemeenteraad. Deze melding wordt toegevoegd aan de lijst van ingekomen stukken. Artikel 5.4 De burgemeester respectievelijk een wethouder declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed. Artikel 5.5 Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is niet toegestaan, tenzij hier andere afspraken over gemaakt zijn. Toelichting Artikel 5.1 Aan bestuurders worden rechtspositionele voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen geboden die een goed functioneren van de bestuurders mogelijk maken.

Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen: a) in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld; b) indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald; c) het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt; Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de bestuurders zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de bestuurder maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. De bestuurder zal zich uiteraard nauwgezet houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem of haar gelden. Artikelen 5.2. en 5.3 Uitgangspunten zijn hier eigen verantwordelijkheid, transparantie en bereidheid om verantwoording af te leggen. De beoordeling van de noodzaak van de buitenlandse dienstreis ligt uiteindelijk bij burgemeester en wethouders.

Buitenlandse reizen die worden gemaakt ten behoeve van een politieke partij zijn geen ‘dienstreizen’ en vallen dus niet onder de artikelen 5.2 en5.3 en komen niet ten laste van de gemeente. Artikel 5.5 Stelregel is dat privégebruik van gemeentelijke voorzieningen niet is toegestaan. Wel hebben organisaties mogelijk een specifieke regeling die privégebruik van bedrijfsmiddelen reguleert, zoals privégebruik van mobiele telefoon.

15

Paragraaf 6 Uitvoering gedragscode Artikel 6.1 De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van deze gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet hij daarin. Artikel 6.2 De als bijlage toegevoegde Verklaring Bestuurlijke Integriteit maak onderdeel uit van deze gedragscode en wordt door de volksvertegenwoordiger of bestuurder ondertekend voor het moment van aanvaarding van de functie. De Verklaring maakt deel uit van het onderzoek van geloofsbrieven. Artikel 6.3 Op voorstel van de burgemeester maakt de gemeenteraad in ieder geval afspraken over: a) de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in het algemeen en van de gedragscode in het bijzonder; b) de aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit; c) de processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitsschending door een politieke ambtsdrager van de gemeente. Artikel 6.4 De in artikel 6.3 lid c genoemde afspraken maken deel uit van deze gedragscode. Toelichting Artikel 6.1 De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode, voor een eenduidige interpretatie daarvan en voor de wijziging/aanvulling daarvan bij onduidelijkheden of leemtes. Artikel 6.2 De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode op te stellen.

Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor de politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren. De burgemeester krijgt de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar gemeente te bevorderen. Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten. Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia een plek te krijgen en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit, zowel in de volksvertegenwoordiging als met het bestuur. De burgemeester hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (griffier) kan hier in relatie tot de gemeenteraad eveneens een belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat de gemeenteraad met de burgemeester nadere afspraken maakt over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incident of vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld moet worden.

Al deze processuele en procedurele afspraken kunnen onderdeel uitmaken van de gedragscode. De onderwerpen, genoemd in artikel 6.3 eerste lid, zijn niet uitputtend. n worden verstrekt

16

Paragraaf 7 Inwerkingtreding Artikel 7.1 Deze gedragscode treedt in werking op 22 maart 2018

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11666562/1