CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

05-23R004 VBijlage 5, Nader onderzoek beschermde soorten

Raad 24 januari 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: Ontwerp VVGB Huis ter Heideweg 19 (Huis ter Heide)4.109 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

OV20220626

19-05-2022

Nader onderzoek beschermde soorten

SV Zeist te Huis Ter Heide Adviesbureau R.I.E.T.

Projectadviseur Ruth van den Herik MSc

Kwaliteitscontrole Benjamin Brandt BSc, Ruth van den Herik MSc

ruth@habitus.nl 0172-204060

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport inclusief foto’s is enkel toegestaan met toestemming van de eigenaar (de

Rapportage Diede Melsen MSc

opdrachtgever) en onder vermelding van de bron. Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Habitus geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend

Documentcode RIET2020-2-NO1-V2 In opdracht van Adviesbureau R.I.E.T. Contactpersoon opdrachtgever mw. Van Rijnsbergen

uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of door toepassing van adviezen. Onze algemene voorwaarden zijn hier in te zien. Onze privacyverklaring is hier te vinden. Een verklaring van onze documentcodes is te vinden op onze website.

Adres: Tolnasingel 3 / 2411 PV / Bodegraven Kvk-nummer: 78391385 / Btw-nummer: NL861372669B01 Rekeningnummer: NL14ABNA0494577894

Opleverdatum 16 september 2020

https://habitus.nl

Rapport nader onderzoek

2

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING 4

2.

METHODE 6

3.

RESULTAAT & TOETSING

4.

CONCLUSIE & AANBEVELINGEN

10 12

BRONNEN

Rapport nader onderzoek

3

1. INLEIDING

In dit hoofdstuk wordt de aanleiding van het onderzoek beschreven. Vervolgens wordt het plangebied beschreven en wordt het onderzoek afgekaderd.

1.1 Aanleiding De opdrachtgever is voornemens om extra kleedkamers aan de westzijde van het bestaande clubgebouw te bouwen. Daarnaast worden er werkzaamheden verricht in de bosschage ten behoeve van uitbreiding van het voetbalveld tot honkbalveld. Er is een ecologische quickscan uitgevoerd (Habitus, 16 december 2019, met rapportcode: RIET2019-5-RAP). Hieruit blijkt dat een holteboom binnen het projectgebied mogelijk wordt gebruikt als verblijfplaats door vleermuizen. De holteboom is ook geschikt als rust- of verblijfplaats voor de boommarter en/of eekhoorn. Daarnaast is er binnen het plangebied één horst aangetroffen welke gebruikt kan worden door een roofvogel. Ook is het plangebied geschikt als leefgebied voor de hazelworm. Het beschadigen of vernietigen van (gebieds)functies van beschermde soorten is verboden onder de Wet natuurbescherming. Daarom is nader onderzoek uitgevoerd om aan te tonen of uit te sluiten dat deze gebiedsfuncties aanwezig zijn. 1.2 Doel en centrale vraag Dit nader onderzoek wordt uitgevoerd om te kunnen bepalen of de voorgenomen werkzaamheden in strijd zijn met de Wet natuurbescherming. Zo verkrijgt de opdrachtgever inzicht in eventuele aanvullende acties of maatregelen die noodzakelijk zijn.

De centrale vraag luidt: Is er bij uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden kans op overtreding van de Wet natuurbescherming voor de onderzochte soorten en functies? De onderzochte soorten en functies zijn beschreven in hoofdstuk 2. Dit rapport geeft antwoord op bovenstaande vraag en biedt, indien mogelijk, maatregelen of vervolgacties om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Is dit niet mogelijk, dan dient een ontheffing aangevraagd te worden.

Rapport nader onderzoek

4

1.3 Plangebied

1.4 Werkzaamheden

De gegevens over het plangebied zijn hieronder weergegeven in Tabel 1 en Figuur 1.

Voor specifieke informatie over de voorgenomen werkzaamheden dient de quickscan geraadpleegd te worden. Globaal worden de volgende activiteiten uitgevoerd: 1. Aanbouw van kleedkamers aan de westzijde van het huidige clubgebouw.

Tabel 1: gegevens plangebied Adres (of coördinaten) Plaats Provincie

Huis ter Heideweg 19 / 52°06’20.0”N 5°15’06.5”E Huis ter Heide Utrecht

In de ecologische quickscan (Habitus, 16 december 2019, met rapportcode: RIET2019-5-RAP) is benoemd dat er een aantal bomen in het zuidelijke deel van het plangebied (de bosschage) gekapt zouden worden. Het plan voor dit deel van het plangebied is aangepast waardoor er geen bomen gekapt zullen worden. Wel zullen er werkzaamheden uitgevoerd worden ten behoeve van uitbreiding van het

Te onderzoeken object

Clubgebouw / Bosschage

Omgeving bestaat uit

Voetbalvelden, gemengd loofbos, snelweg en bebouwing

voetbalveld tot honkbalveld. 1.5 Reikwijdte

Een weergave van het plangebied op kaart is in te zien in Figuur 1.

Dit soortgericht onderzoek heeft alleen betrekking op:

• •

het plangebied zoals beschreven in paragraaf 1.3; de werkzaamheden zoals beschreven in paragraaf 1.4. Als de werkzaamheden op een andere manier of volgens een andere planning worden uitgevoerd, zijn de conclusies van dit onderzoek niet meer van toepassing. In dat geval wordt geadviseerd om een nieuwe toetsing uit te laten voeren om

• • •

te bepalen of de werkzaamheden volgens de Wet natuurbescherming kunnen worden uitgevoerd; de onderzochte elementen binnen het plangebied, zoals beschreven in hoofdstuk 2; de onderzochte soorten en functies, zoals beschreven in hoofdstuk 2; de Wet natuurbescherming, niet op ander beleid of wetgeving.

De resultaten van dit onderzoek zijn maximaal drie jaar geldig. Dit soortgericht onderzoek kan voor de initiatiefnemer als bewijsstuk dienen dat ecologisch onderzoek is verricht. 1.6 Criteria Het onderzoek en deze rapportage voldoen aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Habitus, bekijk deze hier. Wij hebben onze eigen kwaliteitseisen opgesteld omdat voor ecologisch onderzoek niet altijd kwaliteitseisen beschikbaar zijn. Het doel van deze eisen is om een kwalitatief onderzoek te bieden. Het betreffen eisen over het proces (beoordeling, interpretatie), onderzoek (protocollen, inzet deskundigheid) en leesbaarheid (rapportage). 1.7 Deskundigheid onderzoekers Al onze onderzoeken worden verricht door deskundige ecologen. Op onze website zijn de cv’s van de Figuur 1: plangebied en de (mogelijke) beschermde functies volgens de quickscan (Bron luchtfoto:

projectadviseur, kwaliteitscontroleur en onderzoekers opgenomen om deze deskundigheid aantoonbaar

PDOK, 2018).

te maken. Rapport nader onderzoek

5

2. METHODE

In dit hoofdstuk wordt de onderzoeksmethode beschreven per soort(groep). Ook wordt het onderzoek afgekaderd en wordt beschreven op welke wijze de gegevens zijn verzameld. 2.1 Vleermuizen Vleermuizen gebruiken een netwerk van deelleefgebieden met verschillende functies. Ze volgen daarbij een duidelijke seizoenscyclus: beginnend bij winterslaap, achtereenvolgens trek, balts- en paartijd (sommige soorten), kraamperiode, balts- of paartijd (weer andere soorten), trek en tenslotte weer winterslaap, zie onderstaand tijdschema (Vleermuizen in de stad, 2020).

Figuur 2: Globale seizoenscyclus vleermuizen (Vleermuizen in de stad, 2020) 2.1.1 Vooronderzoek De volgende soorten en functies (zie Tabel 2) worden verwacht op basis van het vooronderzoek. Tabel 2: mogelijk aanwezige vleermuizen en functies Soort(en)

Functie(s)1

Locatie(s) in het plangebied2

Gewone dwergvleermuis

z, k, p, w

cluster 1, 2

Ruige dwergvleermuis

z, k, p, w

cluster 1, 2

Rosse vleermuis

z, k, p, w

cluster 1

Baardvleermuis

z, k, p

cluster 1

Franjestaart

z, k, p

cluster 1, 2

Gewone grootoorvleermuis

z, k, p

cluster 1, 2

dat dubbeltellingen zoveel mogelijk zijn voorkomen. Dit wil zeggen dat één baltsende vleermuis niet twee

Watervleermuis

z, k

cluster 1

keer is ingevoerd. Op deze manier is een goed beeld verkregen van het totale aantal individuele vleermuizen

Meervleermuis

z, k, p

cluster 2

in het gebied. Het onderzoek is in het voorjaar uitgevoerd door twee personen (één persoon per cluster)

Figuur 3: Onderzoeksopzet voorjaarsonderzoek. De clusternummers zijn in het figuur weergegeven. In de bosschage is heen en weer gelopen tussen de holtebomen. In het najaar is het onderzoek uitgevoerd door één onderzoeker die het onderzoek lopend heeft uitgevoerd waarbij beide clusters meerdere keren bekeken zijn (Bron luchtfoto: PDOK, 2018). 2.1.2 Veldwerk Tijdens de bezoeken zijn alle relevante waarnemingen genoteerd. De waarnemingen zijn zodanig ingevoerd

1

z=zomerverblijf, k=kraamverblijf, p=paarverblijf, w=winterverblijf, mw=massawinterverblijf

en in het najaar door één persoon. Voor de functie paarverblijf is een groter gebied te onderzoeken door

2

cluster 1=bosschage (holteboom), cluster 2=clubgebouw (open stootvoegen en gevelbetimmering)

één persoon, omdat het gedrag dat duidt op dit type verblijfplaatsen gedurende een langere periode

Rapport nader onderzoek

6

waarneembaar is. Hierdoor hoeft niet elke plek op ieder moment overzien te zijn. De waarnemingen zijn wandelend gedaan. Zie Figuur 3 voor een overzicht van de onderzoeksopzet in het voorjaar. Voor het voorjaarsonderzoek zijn de bezoeken gestart vanuit de vaste punten zoals Figuur 2 weergeeft. Indien er aanleiding voor geweest is, zoals vleermuizen die ergens vandaan vliegen, is de onderzoeker in die richting gewandeld. Daarnaast is in cluster 1 (bosschage) heen en weer gelopen tussen de holtebomen. Naast de holteboom die was aangegeven in de ecologische quickscan zijn er nog twee holtebomen, waarvan één net buiten het plangebied, waargenomen en onderzocht. 2.1.3 Materialen en software Het veldwerk is uitgevoerd met behulp van een Anabat Walkabout en de Petterson M500-384 in combinatie met een Motorola telefoon. Beide batdetectors beschikken over opname- en vertragingsmogelijkheden. Geluiden die niet direct in het veld te determineren waren, zijn opgenomen en later geanalyseerd. Hiervoor gebruiken wij Batsound, Batexplorer en Anabat Insight. Voor het vastleggen van veldbezoeken en waarnemingen gebruiken wij WrnPro (Zostera, 2020), versie 5.5.7. Ook is in bezoek 4 gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera van het merk Pulsar Helion XP38. 2.1.4 Bezoeken De volgende bezoeken zijn uitgevoerd: Tabel 3: gegevens veldbezoeken vleermuisonderzoek.

1

Bezoeknr.

Cluster1

Onderzoeker

Functie2

Datum

Zon op/onder

Begintijd

Eindtijd

Temperatuur (°C)

Bewolking

Windrichting

Windkracht (Bft)

Neerslag (mm)

1

2

Diede Melsen

z, k

19-05-2020

05:39

02:39

05:39

12

Onbekend

ZW

2

Geen

2

1

Diede Melsen

z, k

11-06-2020

21:59

21:59

00:29

17

Onbewolkt

NO

2

Geen

3

2

Diede Melsen

z, k

25-06-2020

22:04

22:04

00:34

25

2/8

O

2

Geen

4

1

Benjamin Brandt

z, k

11-07-2020

05:32

02:32

05:32

10

Onbekend

NO

1

Geen

5

1, 2

Diede Melsen

p

19-08-2020

20:54

23:00

01:00

22

8/8

ZO

2

Geen

6

1, 2

Diede Melsen

p

8-9-2020

20:09

21:09

23:09

18

8/8

ZW

2

Geen

cluster 1=bosschage, cluster 2=clubgebouw z=zomerverblijf, k=kraamverblijf, p=paarverblijf, w=winterverblijf 2

Het vleermuisonderzoek is grotendeels, maar niet geheel uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2017 (Netwerk Groene Bureaus, 2017). Het uitgevoerde onderzoek voldoet aan de datum- en tijdeisen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en gewone grootoorvleermuis. Het laatste

Toelichting op de afbeelding

paarverblijf is vroeger uitgevoerd dan gebruikelijk voor de meervleermuis, baardvleermuis, watervleermuis

Impressie plangebied: westzijde clubgebouw

en franjestaart. Echter, er zijn tijdens de overige bezoeken geen indicaties geweest voor de aanwezigheid van deze soorten. Rapport nader onderzoek

7

2.2 Roofvogels Het onderzoek naar de mogelijke horst in het plangebied (cluster 1) is deels uitgevoerd conform het Kennisdocument Buizerd (BIJ12, 2017). Daarnaast is het onderzoek afgestemd op de broedbiologie van de soorten waardoor de horst in gebruik kan zijn. Dit zijn de buizerd, havik, sperwer, ransuil en boomvalk. Afwezigheid van broedende vogels kan worden aangetoond, als er tijdens drie tot vier (afhankelijk van de soort) gerichte veldbezoeken geen aanwezigheid kan worden aangetoond. De inventarisatie moet bij voorkeur tijdens goede omstandigheden (zoals weersomstandigheden, moment op de dag) plaatsvinden en met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Tevens moet bij voorkeur in de periode dat er nog geen blad aan de boom zit, minimaal éénmaal gericht naar nestlocaties zijn gezocht. Naast het onderzoek naar de aangegeven horstlocatie is ook bij elk bezoek het hele plangebied onderzocht op nieuwe horsten of andere aanwijzingen van beschermde nesten. Tabel 4: gegevens veldbezoeken roofvogelonderzoek

1

Onderzoeker

Soort 1

Datum

Zon op/onder

Begintijd

Eindtijd

Temperatuur (°C)

Bewolking

Windrichting

Windkracht (Bft)

Neerslag

Benjamin Brandt

BZ, HV, SP, EK

21-04-2020

n.v.t.

08:36

10:36

10

Onbewolkt

NO

5

Geen

Diede Melsen

BZ, HV, SP, EK

07-05-2020

n.v.t.

11:20

13:20

15

Onbewolkt

Z

2

Geen

Ruth van den Herik

BZ, HV, SP, EK

12-05-2020

n.v.t.

10:45

12:45

10

4/8

NW

2

Geen

Benjamin Brandt

BZ, HV, SP, EK

13-05-2020

n.v.t.

10:43

12:43

8

7/8

NW

2

Lichte regen

Diede Melsen

BV, EK

10-06-2020

n.v.t.

11:30

13:30

17

4/8

O

2

Geen

Diede Melsen

BV, RU, EK

11-06-2020

21:59

21:59

00:29

17

Onbewolkt

NO

2

Geen

Ruth van den Herik

BV, EK

17-06-2020

n.v.t.

09:40

11:40

20

Onbewolkt

NO

2

Geen

Ruth van den Herik

BV, EK

23-06-2020

n.v.t.

09:30

11:30

21

Onbewolkt

ZO

2

Geen

Benjamin Brandt

RU, EK

11-07-2020

05:32

02:32

05:32

10

Onbekend

NO

1

Geen

Diede Melsen

RU, EK

19-08-2020

20:54

23:00

01:00

22

8/8

ZO

2

Geen

BZ=buizerd, HV=havik, SP=sperwer, BV=boomvalk, RU=ransuil, EK=Eekhoorn

Het was niet altijd mogelijk om alle bezoeken binnen de datumgrenzen uit te voeren. Zo loopt de optimale periode voor het inventariseren van buizerds tussen 1 maart en 15 mei met een tussenperiode van 10 dagen. Doordat wij het onderzoek pas later konden opstarten was het niet mogelijk om de tussenperiode van 10 dagen te behalen. Echter, na 15 mei is er nog zes keer bij de horst gepost en was er dus voldoende mogelijkheid om alsnog buizerds waar te nemen. Daarnaast loopt de broedperiode van de ransuil tot 15 augustus, wij hebben het laatste onderzoek op 19 augustus uitgevoerd. De daadwerkelijke broedperiode van een soort kan altijd afwijken van de broedkalender. Doordat wij het plangebied veelvuldig hebben bezocht voor verschillende onderzoeken kunnen wij met zekerheid stellen dat er geen soorten gemist zijn.

Rapport nader onderzoek

Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: plukplaats van roofvogel.

8

2.3 Boommarter en eekhoorn Voor het marteronderzoek is er eerst een nadere effectbeoordeling uitgevoerd. Deze nadere effectbeoordeling is uitgevoerd op 13 mei 2020. Tijdens deze nadere effectbeoordeling zijn geschikte locaties binnen het plangebied (cluster 1) gecontroleerd op sporen van de boommarter. Doordat uit deze herbeoordeling is gebleken dat de holtebomen onvoldoende geschikt waren. De holteboom in het midden van het perceel was in gebruik door de grote bonte specht en was te geïsoleerd om als rustplaats voor de boommarter te dienen. Overige holtebomen waren ongeschikt doordat deze takvrije stammen en vrijstaande kronen hadden. Door deze informatie is ervoor gekozen om geen extra camera’s te plaatsen. Tijdens de nadere effectbeoordeling zijn een aantal (oude) nesten van de eekhoorn in het plangebied (cluster 1) waargenomen. Deze locaties zijn tijdens de overige onderzoeken in de gaten gehouden. Doordat er veel verschillende onderzoeken hebben plaatsgevonden zijn er voldoende uren in het veld doorgebracht om een uitspraak te doen over de aanwezigheid van eekhoorns. 2.4 Hazelworm Het hazelworm-onderzoek in cluster 1 is deels uitgevoerd conform NGB Soortinventarisatieprotocol 2017 (Netwerk Groene Bureaus, 2017). Er zijn vijf veldbezoeken uitgevoerd in de periode mei - juni 2020 waarbij 30 reptielenplaten (tapijttegels) zijn uitgelegd.

Bij elk bezoek zijn de reptielenplaten en andere losse objecten omgedraaid om te controleren op de aanwezigheid van de hazelworm. Tabel 5: gegevens veldbezoeken hazelwormonderzoek Onderzoeker

Datum

Begintijd

Eindtijd

Temperatuur (°C)

Bewolking

Windrichting

Windkracht (Bft)

Neerslag

Diede Melsen

07-05-2020

13:20

15:20

15

Onbewolkt

Z

2

Geen

Benjamin Brandt

09-06-2020

11:00

13:00

15

6/8

N

2

Geen

Diede Melsen

10-06-2020

09:30

11:30

17

4/8

O

2

Geen

Ruth van den Herik

17-06-2020

11:40

13:40

20

Onbewolkt

NO

2

Geen

Ruth van den Herik

23-06-2020

11:30

13:30

21

Onbewolkt

ZO

2

Geen

In het NGB Soortinventarisatieprotocol 2017 staat benoemd dat er minimaal één maand tussen het eerste en laatste inventarisatiebezoek moet zitten. Het hierboven benoemde eerste bezoek was het bezoek waarbij de platen zijn uitgelegd. De overige vier bezoeken zijn inventarisatiebezoeken geweest. De spreidingsperiode van minimaal één maand is in dat opzicht dus niet gehaald. Echter, tijdens het uitleggen van de platen is ook al gericht gezocht naar de aanwezigheid van hazelwormen. Evenals tijdens het uitvoeren van bezoeken voor

Toelichting op de afbeelding

overige soorten. Hierdoor is de spreiding van één maand dus wel gehaald.

Impressie plangebied: uitgelegde reptielenplaat (tapijttegel).

Rapport nader onderzoek

9

3. RESULTAAT & TOETSING

Onderstaand is per soort(groep) beschreven welke functies zijn aangetroffen. Het betreft een interpretatie van de waarnemingen uit het veld. 3.1 Vleermuizen Er zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen van de vleermuizen in het clubgebouw (cluster 2). Er zijn maar weinige donkere, en dus geschikte, hoekjes aanwezig bij het gebouw. Aan de voorkant (oostzijde) van het gebouw is sprake van lichtuitschijning van de koelkasten etc. die binnen staan. Aan de achterkant (westzijde) van het gebouw hangen diverse lampen welke de hele nacht aan staan. De omstandigheden bij het clubgebouw zijn niet ideaal voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Wel is tijdens het laatste bezoek waargenomen dat de lampen die de voetbalvelden beschijnen druk bezocht worden door gewone dwergvleermuizen om te foerageren op de insecten die aangetrokken worden door de lampen. In de bosschage zijn bij de bekende holtebomen geen waarnemingen van uitvliegende vleermuizen. Er zijn geen zomer- en kraamverblijfplaatsen aangetroffen. Wel zijn er gewone dwergvleermuizen waargenomen vrijwel direct na zonsondergang. Vermoedelijk bevinden zich verderop in de bosschage nabij het plangebied wel zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Er zijn twee paarterritoria van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Gewone dwergvleermuizen vliegen baltsend rond in hun territorium.

Deze territoria zijn in kaart gebracht (Figuur 4). De exacte locaties van de paarverblijven konden niet worden vastgesteld. De gewone dwergvleermuis patrouilleert gedurende zijn baltsvlucht in zijn territorium. Hierbij vliegen ze met name langs hun paarverblijf maar ook langs de randen van hun territorium (Barlow et al, 1997; Jones, 2009; Russ, 2012; Sachteleben et al., 2006). Aangenomen kan worden dat het paarverblijf zich ergens in het territorium bevindt. Buiten het plangebied, ten noorden van het noordelijkst gelegen voetbalveld, is een gewone grootoorvleermuis waargenomen welke foerageerde over de bosbodem. Vermoedelijk heeft deze gewone grootoorvleermuis een verblijfplaats in één van de oude beuken op deze locatie.

Figuur 4: Aangetroffen beschermde functies. Per functie zijn het aantal individuen weergegeven (Bron luchtfoto: PDOK, 2018). Door in te zoomen wordt de inhoud beter zichtbaar. 3.2 Roofvogels

3.1.1 Toetsing

De horst binnen het plangebied (cluster 1) is niet in gebruik door een roofvogel. Er zijn geen veren of poepsporen

Doordat de werkzaamheden in cluster 1 (bosschage) zijn aangepast en er geen bomen gekapt zullen

aangetroffen onder het nest en er zijn geen broedende vogels aangetroffen. Wel is er activiteit van roofvogels in het

worden zullen er geen verblijfplaatsen vernietigd worden door uitvoering van de voorgenomen

plangebied maar niet bij deze specifieke horst. Er is een aantal keer een jagende buizerd en sperwer waargenomen

werkzaamheden. In cluster 2 zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen.

en er is twee keer een plukplaats waargenomen. De onderzochte horst is zeer waarschijnlijk gebruikt door een houtduiven paartje die ook in het plangebied aanwezig was.

Rapport nader onderzoek

10

3.3 Boommarter en eekhoorn De mogelijkheid dat één van de boomholtes binnen het plangebied dienst doet als rustplaats voor de boommarter was reeds tijdens de nadere effectbeoordeling uitgesloten (zie Paragraaf 2.3). Tijdens de verschillende onderzoeken is gelet op de aanwezigheid van de eekhoorn. Deze zijn niet waargenomen. De vermoedelijke eekhoornnesten binnen het plangebied zijn op dit moment niet in gebruik. 3.4 Hazelworm Er zijn geen hazelwormen aangetroffen binnen het plangebied.

Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: horst welke niet in gebruik is.

Rapport nader onderzoek

11

4. CONCLUSIE & AANBEVELINGEN

4.1 Conclusie

4.3 Ontheffingsaanvraag

De conclusie geeft antwoord op de centrale vraag:

4.3.1 Vraag een ontheffing aan en stel een activiteitenplan op

Is er bij uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden kans op overtreding van de Wet

Vraag de ontheffing aan bij de provincie Utrecht. Laat het activiteitenplan opstellen door een deskundige

natuurbescherming voor de onderzochte soorten en functies?

ecoloog, zodat alle benodigde informatie aangeleverd wordt bij het bevoegd gezag. In het activiteitenplan wordt een beoordeling gevraagd over het effect op de ‘gunstige staat van instandhouding’. Ook dient

Hieronder volgt een antwoord op de centrale vraag. In tabel 6 is de conclusie samengevat.

passende compensatie concreet uitgewerkt te worden.

Op basis van hoofdstuk 3 is de voorgenomen ontwikkeling naar verwachting niet in strijd met 4.3.2 Doorlooptijd

het onderdeel soortbescherming uit de Wet natuurbescherming.

Na het indienen van de ontheffingsaanvraag neemt de behandeling van het bevoegd gezag gemiddeld 20 weken in beslag. Het opstellen van een activiteitenplan kan veelal in zes tot acht weken plaatsvinden. Dit is

Tabel 6: Samenvatting conclusie

Soort

Effect verwacht en vervolgstap nodig?

Overig/opmerking

echter sterk afhankelijk van snelheid waarmee informatie wordt aangeleverd, bijvoorbeeld over het belang van de ontwikkeling, maar ook over de locatie(s) van compensatie.

Gewone dwergvleermuis

nee

zie paragraaf 4.2

Roofvogels

nee

zie paragraaf 4.2

Boommarter

nee

zie paragraaf 4.2

Eekhoorn

nee

zie paragraaf 4.2

hierover adviseren en kan ondersteunen bij het tijdig realiseren van compensatie, zodat voorkomen wordt

Hazelworm

nee

zie paragraaf 4.2

dat na de ontheffing gewacht moet worden op de gewenningsperiode.

4.3.3 Gewenningstijd De betreffende soort dient bij voorkeur ruim van te voren te kunnen wennen aan de te realiseren compensatie. Soms is een vastgestelde periode van toepassing, bijvoorbeeld bij vleermuizen. Habitus kan

4.3.4 Advies

4.2 Geen vervolgstap nodig Uit het onderzoek en de toetsing volgt dat er geen effect wordt verwacht op de verschillende vleermuissoorten (behalve gewone dwergvleermuis), roofvogels, boommarter, eekhoorn en hazelworm. Dit betekent dat er voor deze soorten geen vervolgstappen noodzakelijk zijn. Raadpleeg de quickscan

Wij adviseren om nog geen ontheffingsaanvraag op te starten, omdat wij verwachten dat de wijziging in de geplande werkzaamheden niet tot een wetsovertreding zal leiden doordat de bomen met holtes behouden blijven.

om te zien of er voor andere soortgroepen nog maatregelen benodigd zijn. Tijdens het onderzoek is aangetoond dat er een beschermde soort (gewone dwergvleermuis) aanwezig is. Echter, de geplande werkzaamheden in de bosschage zijn gewijzigd waardoor er geen wetsovertreding te verwachten is. Indien er toch bomen gekapt moeten worden dan dient er een ontheffing aangevraagd te worden (zie paragraaf 4.3). De ontwikkeling kan dan nog steeds doorgang vinden als een ontheffing verkregen wordt.

Rapport nader onderzoek

12

BRONVERMELDING Alle bronnen zijn geraadpleegd op 25 augustus 2020. Literatuur

• • • • • • • •

BIJ12 (2017). Kennisdocument gewone dwergvleermuis BIJ12 (2017). Kennisdocument ruige dwergvleermuis BIJ12 (2017). Kennisdocument buizerd Jones, G. (2009). Differences in songflight calls between two phonic types of the vespertilionid bat Pipistrellus Pipistrellus (hyperlink). Journal of Zoology 241(2): 315 - 324. Netwerk Groene Bureaus (2017). Soortinventarisatieprotocollen Netwerk Groene Bureaus (2017). Vleermuisprotocol 2017 Russ, J. (2012). British bat calls: A guide to species identification. Sachteleben, J. & Helversen, von, O. (2006). Songflight behaviour and mating system of the pipistrelle bat (Pipistrellus pipistrellus) in an urban habitat (hyperlink). Acta Chiropterologica 8(2): 391-401.

Software

• • •

Peterson Elektronic (2019). Batsound. Titley scientific (2020). Anabat Insight. Zostera B.V. (2020). WrnPro.

Geraadpleegde websites www.vleermuis.net. Pagina’s: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, meervleermuis, gewone grootoorvleermuis, baardvleermuis, watervleermuis, franjestaart, rosse vleermuis. www.vogelbescherming.nl. Pagina: broedkalender https://www.vleermuizenindestad.nl/node/22.html

Rapport nader onderzoek

13

Over ons Habitus is een vooruitstrevend advies- en onderzoeksbureau voor biodiversiteit en natuurwetgeving. Wij zijn als organisatie betrokken bij de klant. Wij zorgen door constante ontwikkeling van onze diensten voor verhoging van de tevredenheid van onze klanten over onze dienstverlening. Wij zijn experts met passie voor ons vak en zorgen voor een soepel traject door kwaliteitsdiensten te bieden. Wij helpen onze klanten met praktisch advies over biodiversiteit en beschermde soorten. Wij geloven in langdurige samenwerking met opdrachtgevers, partners en collega’s op een wijze die wederzijds voordeel oplevert.

Onze missie en kernwaarden Het is onze missie om de biodiversiteit te beschermen en te verhogen. Met het team van collega's werken we dagelijks in vele projecten met passie aan onze missie. Met wetgeving gerelateerde adviezen dragen we bij aan de bescherming van soorten en zo aan bescherming van biodiversiteit. Met biodiversiteitsadviezen dragen we gericht en direct bij aan het verhogen van de biodiversiteit. Onze kernwaarden zijn: •

betrokken bij onze klanten

•

constante ontwikkeling van onze dienstverlening

•

passie voor natuur.

Klanttevredenheid en kwaliteit Wij staan voor de kwaliteit die we leveren. Onder kwaliteit verstaan wij de mate waarin aan de klantverwachting wordt voldaan of wordt overtroffen. De klant is dus degene die bepaalt of wij kwaliteit leveren. Onze dienstverlening wordt door klanten gemiddeld met hoger dan een acht beoordeeld. Dit geeft aan dat we een passende invulling geven aan de klantverwachting. Wij vinden dat we in eerste instantie zelf aan de lat staan voor de te leveren kwaliteit. Om die reden hebben wij dan ook onze eigen kwaliteitseisen geformuleerd. In samenspraak met onze opdrachtgevers bepalen we de gewenste kwaliteit van een dienst.

Over ons logo Libellen zijn prachtige insecten. Het is dan ook geen toeval dat we voor inspiratie voor ons logo geput hebben uit de fraaie en diverse vormen die de orde van libellen rijk is. Wist je bijvoorbeeld dat elke soort unieke vleugelkenmerken heeft? De paarse kleuren zijn een combinatie van blauw (dat staat voor stabiliteit) en de energie van rood. Paars staat ook voor passie en wordt verder geassocieerd met kracht, waardigheid (royalty), creativiteit en ambitie.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12321150/1